De mens wikt, de Loge beschikt.

De vrijmetselaarsloges stammen uit de 18de eeuw en ontstonden eerst in Engeland, Schotland, later in Frankrijk. Hun mistig-mystiek ideeëngoed, zogezegd gebaseerd op de menselijke waardigheid en broederschap, was de Katholieke Kerk een doorn in het oog, maar die tijd ligt al lang achter ons. Vandaag zijn het (vooral mannelijke) gezelschapsclubs die zich in weinig onderscheiden van Rotary en Lions. Of toch niet?
In een nieuwe doorlichting van het loge-fenomeen tracht Jimmy Koppens ons gerust te stellen: de broeders zijn vooral bezig met onderling gekissebis en zijn een kleinburgerlijke bedoening geworden. Dat zal wel.
Toch blijft het voor mij onbegrijpelijk dat een filosoof als Jean Paul Van Bendegem zich kan vinden in dit soort geheimzinnigdoenerij, nota bene in naam van de Verlichting. Niemand wordt vandaag in onze samenleving nog vervolgd om lidmaatschap van wat dan ook, tenzij het om criminele bendevorming zou gaan. Geheime vergaderingen hebben vandaag dus wat te verbergen.

In se gaat het om een maatschappelijke elite die zichzelf beschermt en afschermt via een reeks rituelen en semi-geheime codes. Het spreekt vanzelf dat deze elite binnen de beslotenheid van de loges ook professionele contacten legt en “deals” sluit,- het tegendeel zou haast tegennatuurlijk zijn. Zo is het al lang uitgeklaard –door indiscreties vanuit het milieu zelf- dat de paarse Verhofstadt-coalitie van eind de jaren ’90 is beklonken in de Gentse tak van de Belgische Grootloge. Sowieso weten we dat allemaal slechts met jaren vertraging. Ook wat er zich vandaag in die kringen afspeelt.
De positie van Van Bendegem zelf lijkt me hierin hoogst discutabel, en werpt een schaduw op zijn aura van onafhankelijk wetenschapper en denker. Hoe kan men kritisch functioneren én zich aan deze obediënties onderwerpen? Van politici en ondernemers zou ik het nog kunnen begrijpen, van filosofen veel minder.
En als de Loges hun tijd verdoen met gekrakeel, wat doet Van Bendegem er dan? Veeleer lijkt het vermoeden gewettigd dat status en carrièremanagement hier een cruciale rol spelen, veel meer dan het filosofisch-humanistische alibi waar eigenlijk niemand nog in gelooft.

De Vrije Universiteit Brussel, waar ik filosofie studeerde (en waar Van Bendegem vandaag doceert), dwong me indertijd om de verklaring van het “Vrij Onderzoek” te tekenen. Men had niet te kiezen, het was dat of opstappen. Als knullige student deed ik het. Maar ik heb die eerste les wel goed onthouden: de doctrinaire vrijzinnigheid deugt niet, nog minder dan het doorsnee-religieus geloof dat zich tenminste niet beroept op objectiviteit. En de Vrijmetselaarsloges, waarvan bijna elke professor op deze universiteit lid is, zijn, alleen al door hun establishment-bevestigend karakter, een echo van deze hypocrisie.
Eén keer heeft men mij, via-via (zo gaat dat) voorgesteld om lid te worden. Goed voor hen dat ik beleefd bedankte voor de eer, of Jimmy Koppens had nog veel meer verhalen kunnen neerschrijven over broedertwisten en vadermoorden.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .