Het afschakelplan bij stroomtekort: einde van de “res publica”?

Wie een blik werpt op het (voorlopig) noodplan 2014, waarbij in bepaalde gebieden de stroom deze winter zal onderbroken worden, ziet vooral grote stukken “wit” in West-Vlaanderen en Limburg, zeg maar de perifere provincies. Achterlijke nesten waar betrekkelijk weinig mensen wonen, die dan nog een onverstaanbaar taaltje brabbelen. Ook in de Antwerpse Kempen gaat het licht uit. De steden worden gevrijwaard, hoewel daar wel meer elektriciteit verbruikt wordt door weelderige straatverlichting, etalages, neonreclame, en noem maar op. Dat inspireert tot enkele achtergrondbedenkingen.In feite keren we terug naar een middeleeuwse logica: de stad biedt de burger beschutting, het platteland is op zichzelf aangewezen, daar heerst anarchie of willekeur van een potentaat. De staat, als Res Publica, het gemene goed voor alle burgers, heeft dan de facto opgehouden te bestaan. Ik weet wel, het gaat maar om enkele uren onderbreking, maar het gaat om het principe. De opdeling tussen “witte vlekken” en de rest, het beschermde gedeelte waar het licht nog brandt, toont ons een verbrokkeld systeem, een “failed state” die niet meer voor zijn burgers kan zorgen en zich terugtrekt in een aantal enclaves. Reken maar dat de vastgoedprijzen in de steden zullen boomen.

België toont zich hier als failliete staat, uiteraard na decennia lang een wanbeleid op energievlak gevoerd te hebben. Er zijn wel degelijk verantwoordelijken, waardoor alle ons omringende landen exporteurs van stroom zijn, en wij moeten bedelen. De kernuitstap ging niet gepaard met een ambitieus vergroeningsplan zoals bij de Duitsers. Het in Franse handen zijnde Electrabel, eigenaar van de centrales, deelde de lakens uit, de politici stonden erbij en keken ernaar. Het bleef bij broddelwerk en rotte compromissen, om de term van Jean-Pierre Rondas nog eens te gebruiken. De institutionele chaos waar België nooit uitgeraakt, produceert zo eigenlijke een chaos die veel erger is en nog veel meer het dagelijkse leven beïnvloedt, namelijk het staken van elementaire dienstverlening door de overheid, en de overgang naar een soort Afrikaanse levenswijze waar men van dag tot dag probeert te overleven, grotendeels zonder die overheid.

Men zou zich nu kunnen voorstellen dat men na het noodplan voor elektriciteit nog andere vitale behoeften moet schrappen, althans voor bepaalde gebieden die worden opgegeven. Ik denk aan veiligheid. Stel u maar eens voor dat de Islamitische Staat ook hier chaos en terreur zaait, en dat het veiligheidsapparaat, het leger incluis, er niet meer tegen opgewassen is. Dan zal men dezelfde logica volgen: de grote steden beveiligen, de rest trekt zijn plan en wordt de facto als verloren gebied beschouwd, niet meer vallend onder de bescherming en supervisie van de reguliere rechtstaat. Merk trouwens op dat zo’n zonering zich ook binnen sommige steden doorzet, onder de vorm van de zgn. “no-go-zones”.
We krijgen dan panische migratiegolven in de richting van de beveiligde zones, en anarchie in de rest, die, in onze hypothese, dan onder de sharia zouden vallen en waar de koppen zouden rollen.

De inkrimping van het overheidsapparaat en van de zorgende staat (wat nog niet hetzelfde is als de verzorgingsstaat), waar sommige ultraliberalen van dromen, heeft dus wel zijn keerzijde. Het afschakelplan biedt een voorsmaakje. Wie kan, koopt snel een noodgenerator en wat blikken benzine. De rest zit in het donker. De jungle is helemaal terug.

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .