De wraak van Sint Cecilia

Gisteren heb ik Jules (*) bezocht in een Rust- en VerzorgingsTehuis van het OCMW. Het was zijn verjaardag.
Jules was een paar jaar geleden nog de dirigent van een fanfare in een van die sympathieke Vlaamse verkavelingsdorpjes. Hij was metser van beroep, had muzikale genen overgeërfd, die in de sociale onderklasse waar hij was opgegroeid echter nooit een kans tot volwaardige ontplooiing hadden gekregen.
Maar die fanfare was zijn leven, Jules stak er al zijn vrije tijd in, en ook menig zakcent, wat zijn vrouw niet echt kon appreciëren. Maar goed, een man zonder hobby die loopt toch maar vreemd, dacht ze zoals vele huisvrouwen, en ze liet begaan.
Omdat de gemiddelde leeftijd van het muzikantenclubje onrustwekkend de hoogte in ging, had Jules een stout plan opgevat: hij nam contact op met de lokale muziekschool, en kreeg van de directie en ouders gedaan dat een paar leerlingen in zijn orkest mochten meespelen. Dat was niet evident: een fanfare is niet hip, toch niet in de ogen van prille pubers. Het is veel cooler om met oortjes te headbangen op Tsunami, dan trompet te blazen tussen een hoop oude knarren. Vooral op school werd er wel eens smalend over gedaan.
Dat probeerde Jules goed te maken met vele (uit zijn zak betaalde) chips en cola voor en na de repetitie. Ja, Jules zag het helemaal zitten met de jeugd, en vice-versa. Het kerstconcert met de verjongde ploeg oogde fris en kon vele valse noten doen vergeten. Sint Cecilia wist niet waar ze het had.

Op een dag was er geen Jules meer te bekennen. Het gerucht ging dat hij opgepakt was omdat hij “aan een van de meisjes had gezeten”. Dat was een schok. Na 14 dagen was hij terug, vermagerd, bleek, en met wallen onder zijn ogen. De cola en de chips bleven vanaf dan achterwege. Later zouden we vernemen dat een van de pubers het misbruik verzonnen had omdat ze het beu was, op school met dat fanfareverhaal gepest te worden. Dus werd Jules niet vervolgd.
Maar de roddelmachine in dat sympathieke Vlaamse verkavelingsdorp was op gang gekomen: “geen rook zonder vuur” zegt de volksmond. Dus bleef Jules de pedofiel zonder strafblad. In een half jaar tijd verloor hij alles. De voorzitter van de fanfare wilde een dirigent “van onbesproken gedrag” en huurde een gediplomeerde notenkraker in. De bouwfirma waar hij werkte zette hem aan de deur wegens “economische omstandigheden”. Zijn vrouw kon de druk van het roddelcircuit niet meer aan, en ging met een andere man samenwonen, ironisch genoeg de nieuwe dirigent van onbesproken gedrag.
Jules sloot zich op en geraakte aan de drank. Na een paar kermisopstootjes, waarbij hem zijn “verleden” nog eens door de strot werd gedraaid en hij compleet uit de bocht ging, verbleef hij een tijdje in een gesloten instelling, en nu dus in dat rusthuis. Waar dezelfde verhalen lekker rond gaan. En waar zijn drie ondertussen volwassen kinderen zich dus niet laten zien. Ook gisteren niet.

Waarom ik dit verhaal vertel? Omdat de pedofielenjacht me vandaag doet denken aan de middeleeuwse heksenjachten en de uitdrijving van “tovenarij” vandaag nog in sommige Afrikaanse gehuchten. In het post-Dutroux-tijdperk is de slinger zover doorgeslagen dat elke beschuldiging ook een veroordeling is. De massahysterie sinds de Witte Marsen heeft me opnieuw doen beseffen hoe gevaarlijk irrationeel volkswoede eigenlijk wel is, en dat de rustig kabbelende dorpsmentaliteit “waar iedereen iedereen kent”, bliksemsnel kan omslaan in een barbaarse zondebokcultuur.
De nieuwe preutsheid, die hier als onderlaag werkt, verbiedt op de duur elke normale intimiteit. Andermans kind knuffelen, dat doe je niet meer, zeker niet als man. Een leraar die van kinderen houdt? Zeer verdacht. Een coach van een voetbal-jeugdploeg? Ik zou het niet willen zijn, sinds een paar sociologen in De Standaard toeterden dat het “misbruik” in de sport wijdverbreid is. Dezelfde krant die anderzijds het hitserige onderbroekenuniversum cultiveert omdat seks nu eenmaal doet verkopen.
Het sociale eerherstel voor Jules zal er niet meer komen. Toch hoop ik dat die pedofielenhetze ophoudt, en het echte (vooral via het internet woekerende) kindermisbruik, de Jimmy Saviles, en de reële pastoorsverhalen geen alibi vormen om sociale weefsels te laten verrotten en normale uitingen van empathie te stigmatiseren. Pedagogie zonder affectie bestaat niet. Glad ijs om zoiets te verkondigen, ik weet het.

(* Jules is niet zijn echte naam)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .