De overbodige mediaminister en de irrelevante publieke omroep

Na het diepbetreurde heengaan van Noël Slangen, net-niet-minister van cultuur, komt de Open-VLD eindelijk af met positief nieuws: het voornemen, bij monde weliswaar van ook een net-niet-minister, Bart Tommelein, om de Vlaamse openbare omroep (VRT) af te slanken.
Ik kan me daar alleen maar om verheugen. De VRT is inderdaad onder jarenlang socialistisch bewind uitgegroeid tot een curieuze mix van semi-commerciële vervlakking enerzijds en anderzijds journalistieke eigenwaan die de objectiviteitsnormen op de helling zette.
Iedereen herinnert zich nog het voorval waarbij toenmalig minister Freya Van den Bossche (SP.A) door Phara de Aguirre op de rooster werd gelegd. Ze kwam er dermate slecht uit, dat het interview, na een paar telefoontjes vanuit het SP.A-hoofdkwartier, mocht worden overgedaan. Het is maar één voorbeeld van manier hoe de VRT haar missie van “staatsomroep” naar aloude Sovjetstijl nooit van zich heeft weten te ontdoen.
Tegelijk echter is het al joligheid dat de klok slaat, en concurreert de openbare omroep met de commerciële omroep op een lijn waar ze zich lichtjaren ver van moet houden: namelijk deze van het oppervlakkig entertainment en de verkleutering. Het fenomeen Marcel van Tilt is typerend maar niet alleenstaand.
Het uitstekende nieuws-satirische programma “De Ideale Wereld” van TV-Vier anderzijds bewijst dat een niet-publieke omroep met ambities wel degelijk kwaliteit levert.

Ben ik dus oprecht verheugd dat de kersverse Vlaamse mediaminister Sven Gatz –althans volgens zijn buikspreker Bart Tommelein- hier een en ander gaat uitmesten. Al ben ik benieuwd hoe: het journalistieke superestablishment dat de VRT bevolkt zal zich niet zomaar laten opzij zetten. Snel zullen de woorden “censuur” en “gevaar voor de democratie” weerklinken. Daarom zou ik voorstellen om nog een stap verder te gaan: schaf de openbare omroep gewoon af. Het is een overblijfsel uit de tijd dat de overheid zich zo nodig met “informatie” wilde bemoeien, en dat de domme Vlaming moest opgevoed worden. Dat brengt ons vervolgens tot de conclusie dat een mediaminister volstrekt overbodig is. Nederland heeft er bijvoorbeeld geen, evenmin als een openbare omroep. Een mediaminister kan vandaag nooit meer zijn dan een bleke copie van Joseph Goebbels. Afschaffen dat soort relicten.
Tegelijk, en ook dat is een heuglijke coïncidentie, kan dan ook de bevoegdheid van cultuur geschrapt worden,- onder dezelfde minister vallend.  Ook cultuur is geen overheidszaak maar een kwestie van broeiende maatschappelijke onderbuiken die tegen het systeem en het establishment opborrelen. Dat gaf Sven overigens zelf al aan in een interview met De Tijd. Een cultuurminister bureaucratiseert wat in se compleet haaks staat op bureaucratie en bedillerigheid. Subsidies dienen vooral om de sector te paaien en het subversief gehalte te ontmijnen. Quod non.

Ziezo, een ministerie minder en een hoop belastinggeld uitgespaard. Moet een partij die een zuinige overheid nastreeft, als muziek in de oren klinken. Een minister die zichzelf overbodig maakt, is dat niet het summum van goed bestuur? Moeten ze voor Sven dan weer wel een nieuwe job zoeken. Ach welnee, er is nog jeugd en Brussel. Ook daar mag Joost weten waarom er een minister voor nodig zou moeten zijn. Maar we gaan hier niet alles ter discussie stellen, er zij al genoeg werklozen in Vlaanderen.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140807_01209149

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .