Hoe men in Vlaanderen cultuurminister wordt

Het scheelde vorige week niets of Noël Slangen werd Vlaams minister van cultuur en media. En in wel heel bijzondere omstandigheden.
Noël Slangen… Toch niet de gehaaide reclamejongen die ooit veroordeeld werd wegens schriftvervalsing en geknoei met nepoffertes (tot hij in beroep wegens verjaring aan vervolging ontsnapte), rijk werd aan de miscommunicatie rond het Antwerpse Oosterweelgebeuren, voor de Hollanders lobbyde tegen het Vlaamse IJzeren Rijn-project, en daarna als adviseur voor de Open-VLD begon te werken die hij van afgang naar afgang begeleidde?
Jawel, hij dus. Cultuur voor de man die tot zijn 14de school liep en hoofdzakelijk stripverhalen leest. Daar kan de door de sector verguisde Joke Schauvliege nog eens een punt aan zuigen. Media zou ik nog kunnen verstaan, want Slangen controleert een groot deel van de Vlaamse pers die hem op zijn wenken bedient. En Brussel? Tja, daar liep het mis.

Want stel u dus voor: in de eindfase van de Vlaamse regeringsonderhandelingen schoven de bevoegdheden media, cultuur, jeugd en Brussel ineens in elkaar. Zo gaat dat met regeringsonderhandelingen. En het moest een Brusselse VLD-er zijn, ook dat stond door het geschuif boven en onder de tafel vast. Eén probleem bij deze koehandel: Open-VLD had geen Brusselaar meer op overschot. Maar Noël Slangen had al lang te kennen gegeven dat hij dolgraag eens minister wilde worden en Gwendolyn Rutten had hem dat ook beloofd.
Doch hoe van Slangen, geboren en getogen en wonend te Hasselt, een Brusselaar maken? Heel simpel: Gwendolientje belde naar Noël die lag te zonnen in Turkije, en sommeerde hem aan om halsoverkop over te komen en een Brussels appartementje te huren. Nog voor de eedaflegging moest alles rond zijn en Slangen getransformeerd tot rasechte ket.
Noël kreeg het echter, ondanks zijn grote mond, administratief niet rond in een paar dagen en noodgedwongen haalde de Open VLD dan maar Sven Gatz van stal, die al jaren de politiek had verlaten om de droom van elke bierdrinker waar te maken: directeur worden van het Belgische Brouwerssyndicaat. Gatz dus weg van het glas en op naar de ministerzetel.
Hoe arm kan een partij zijn. En hoe krakkemikkig zo’n Vlaamse regering wel in elkaar schuift, op zijn Belgisch. Plaatsvervangende schaamte bekruipt me.

Over de net-niet-cultuurminister Noël Slangen, en “chou” van Rutten nog dit. Vrijemeningsuiting is voor de zelfverklaarde uitvinder van de open-debatcultuur een heel betrekkelijk begrip. Toen ik die communicatiebusiness eens op internet had gefileerd, en Slangen met naam en toenaam had genoemd, kreeg ik in 2007 een proces aan mijn been en een schadeclaim van zo’n 150.000 Euro. De nachtmerrie van elke journalist en klokkenluider: financieel geruïneerd worden door iemand die zich boven alle verdenking verheven acht en alle denkbare invloed daarin aanwendt. Gelukkig veegde de rechter de groteske eis van tafel en sprak me over de hele lijn vrij, zelfs met de dringende aanmaning voor Noël Slangen om met zo’n onzinnige aanklacht niet meer af te komen.
Toch is er in De Standaard, een blad waar ik voordien regelmatig opiniestukken publiceerde en waarin Slangen een hele grote voet tussen de deur heeft, sindsdien van mij geen letter meer verschenen. Alle vergelijkingen met de man die wél cultuurminister werd, Joseph Goebbels, laat ik achterwege, je weet maar nooit.

http://www.hln.be/hln/nl/17781/Regeringsvorming/article/detail/1963423/2014/07/26/Waarom-Sven-Gatz-en-niet-Noel-Slangen-mediaminister-werd.dhtml

 

Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .