Les vacances de Hegel

HegelIn 1936 besliste de Belgische regering om, na een reeks stakingen, een algemeen betaald verlof van zes dagen per jaar in te voeren voor elke werknemer, dit vrijwel parallel met Frankrijk (Engeland en Duitsland hadden het al voorgedaan). Daarmee werd basis gelegd van het massatoerisme en kon Jan met de pet zich ook eens een weekje aan zee permitteren.
Dat is ietwat uit de hand gelopen, vooral bij de politieke klasse zelf: doodleuk vertrekt het parlement (het Vlaamse én het federale) op zogenaamd reces tot begin oktober. Kent u één bedrijf dat de boeken sluit van begin juli tot eind september, terwijl de machines worden geacht om door te draaien?
Ondertussen zijn we allang tot het inzicht gekomen dat het massatoerisme te mijden is, en dat een vliegtuigticket heen/terug naar het Zuiden van 69 Euro (nu promotie bij Brussels Airlines) gewoon niet klopt. De toeristische industrie maakt alle plekken en plekjes kapot en confronteert ons vooral met de menselijke absurditeit. Een city-trip naar Rome en alle platgetreden paden nog eens doorlopen, bijeen gestouwd worden in de Sixtijnse Kapel, wie interesseert dat nu nog in dit korte leven? Zelfs de beklimming van de Himalaya levert files op, en een breed spoor van afval. Waar nog authenticiteit zoeken, “quality time”? In nieuwe kicks dus. Niet te verbazen dat de jongste trend van vakantie-aanbiedingen zich in de masochistische sfeer bevindt: veertien dagen afzien in een zoutwoestijn en daar nog een bom duiten voor neerleggen, echt, het bestaat en het is een groeiende business.

Maar mijn weerzin van vakantie zit nog dieper. Ze kondigt zich aan als een behekste stilte van een galgenveld. Die laatste schooldag, het vooruitzicht van me twee maanden steendood te vervelen en de klasgenote te moeten missen waarop ik heimelijk smoor was,- het voelde als sterven. Ook nu weer, nu de dode tijd aanbreekt tussen 21 juli en 15 augustus, lijkt het alsof er een kernbom op dit land is gevallen, en bekruipt me een soort melancholie, nu iedereen gelegenheidsmigrant wordt en er alleen nog mailantwoorden toekomen in de trant van “Ik ben afwezig… blablabla”.
Reizen is leuk, nietsdoen is bevrijdend, de moestuin uitwieden verrijkend en meditatief, maar vakantie is akelig, vooral als iedereen het tegelijk doet. Het woord zelf komt van het Latijn “vacuus” dat eenvoudigweg “leeg” betekent. Maar als we leeg moeten gemaakt worden, dan betekent dit dat we vuiligheid met ons meeslepen, en moet de vervuiling zelf dan niet aangepakt worden? En als vakantie een vlucht (reces) uit de dagelijkse realiteit is, wat is er dan mis met die realiteit dat we haar zo nodig moeten ontvluchten?

Dus: neen aan de vakantie. Althans de collectieve, verplichte ledigheid, de gesublimeerde verveling. In 1958 schildert René Magritte “Les vacances de Hegel”. Een voor driekwart gevuld glas water op een paraplu. Suf hebben experten zich gepiekerd op deze grap. Want dat is het. Ook wie schuilt voor de regen, heeft water nodig. Het schilderij had ook “horror vacui”, de afkeer van de leegte, kunnen genoemd worden. Daarom ging Hegel ook nooit op vakantie, tenzij hij heel zijn bestaan als een vakantie beschouwde, een exotische trip tussen leven en dood. Dat soort vol-ledigheid wens ik iedereen toe.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .