Stop met janken.

Verdriet is een vreemd ding. Vreugde, enthousiasme en overgave natuurlijk ook, maar als filosoof word ik toch vooral door het lijden geïntrigeerd. En, meer nog, door de dubbele bodems in het passieverhaal. Bijvoorbeeld het wenen. Vrouwen doen het makkelijker dan mannen, vrouwen kijken ook meer naar soap. Anderzijds doorstaan vrouwen tijdens het baren van een kind pijnen waar mannen geen besef van hebben. En in hoeverre is het mede-lijden ook lijden? Of is het vermomd leedvermaak? Of zelfmedelijden?
Bert Anciaux heeft er zelfs chronisch last van, van dat oogvochtverlies bij het minste. Of bekijk de beelden van de massahysterie bij de dood van Koning Boudewijn in 1993. Wat maakte al die mensen aan het wenen? De sfeer, de setting? Toch geen echt verdriet, neen toch?

De aanleiding voor dit getob was, ten laatste male, het WK voetbal in Brazilië. Massa’s huilende supporters na afloop van de match waarin Brazilië ten onder ging. De media spraken over een “bloedbad”. Hallo? Terwijl het toch maar gaat over 22 mannen die achter een bal aan lopen.
Zelfde tafereel in Rock Werchter, waar de organisatoren veiligheidshalve op twee paarden hadden gewed en de wedstrijd België-Argentinië op groot scherm uitzonden: rouwende en naar troost bij elkaar zoekende koppeltjes na afloop. Man, man, man, miserie, miserie, miserie. Is dit nu echte emotie, of moeten we het onder meligheid en “sentiment” rangschikken? Sentiment, zijnde een gemanipuleerde emotie die mensen zoeken en waarin ze zich koesteren, om de echte levensvragen uit de weg te gaan.

soedan4

Over naar het echte leven dan. Het echte, ongenadige leven. Krantenfoto’s van moeders die, in het door een uitzichtloze burgeroorlog getroffen Zuid-Soedan, hun aan de hongerdood gestorven kind naar een massagraf brengen (foto rechts). Vreemd: nergens een traan te bespeuren. Alleen verstomde gezichten. Dat dit een lijden van een heel andere orde is dan het voetballeed van supporters, zal niemand ontkennen. Maar tegelijk krijgt dat rouwende koppeltje in Werchter ook iets zielig en lachwekkend, samen met heel het voetbalgedoe en de emo-industrie trouwens.

Hoeveel kritiek er ook op de internationale hulpverlening is –recent deed Artsen Zonder Grenzen daar een boekje over open: er blijft wel degelijk geld “plakken” en de noodhulp komt lang niet altijd waar ze hoort te komen-, toch doet die bekende druppel op de hete plaat er meer toe dan een hoop krokodillentranen.
Dus, boodschap na de voetbalmatch, maar ook bij de beelden over Soedan: stop met janken. Sport is maar sport. Echt lijden en onrecht anderzijds moet tot daden aanzetten, niet tot gratis compassie. Daarbuiten is er nog steeds plaats voor verdriet bij de dood van een geliefde, een dierbare, een kind. Laat dat uitzonderingen blijven. Misschien is dat inderdaad wel de boodschap die spreekt uit de blik van die Soedanese moeders: als de dood geen uitzondering meer is, maar algemeen en massaal, is er echt iets mis. Als diegenen die recht hebben op tranen, ze niet meer kunnen opbrengen, dan is het beter om heel kwaad te worden.
Voor de rest moet er natuurlijk ook gelachen kunnen worden: humor en (zelf)relativering, dé remedie tegen goedkoop sentiment en emo-dictatuur.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .