Hilde Crevits en de N*-tetten: weet wat u eet

DumonGisteren, maandag, was het regenboogdag, of IDAHOT, of Internationale dag tegen homofobie, transfobie en bifobie. Of zoiets, want de  LGBTQIA+ gemeenschap voegt er gestadig letters aan toe, die allemaal voor een aspect van seksuele diversiteit staan. Ik ben helemaal voor, liefde heeft vele gezichten, hoe lachwekkend en lelijk ik die regenboogzebrapaden en bankjes ook vind, en los van bedenkingen rond de P van pedofilie die dan toch ook een plaatsje zou moeten krijgen in deze brede waaier van goestingen.

Het voorbije weekend echter beging Vlaams minister van economie Hilde Crevits (CD&V) dé flater van haar politieke loopbaan: een bezoek aan de Torhoutse bakkerij Dumon, waarin onder meer de in ’t oog springende gebakjes worden geproduceerd die officieel nonnenbillen of chocozoenen heten, maar die in Vlaanderen algemeen gekend zijn als negerinnentetten. Tot daar aan toe, ware het niet dat olijke Hilde een tweet had gepost waarin ze verwees naar een ‘discussie over de juiste benaming van deze lekkernij’. Olala, Hildetje toch.

Want zoals dat gaat bij Twitter kreeg ze een resem reacties van mensen die allemaal hun vinger opstaken voor het juiste antwoord: ‘Het zijn negerinnentetten, Hilde!’ (spreek uit op zijn West-Vlaams: ‘tatn’). Meteen stond heel de brede diversiteitsindustrie op haar achterste poten, aangevoerd door de onvermijdelijke Dalilla Hermans, daarbij nog een zekere Sibo Kanobana (UGent) die het had over ‘de ontmenselijking van het zwarte lichaam’, en niet te vergeten onze Jihad Van Puymbroeck (de groenlinkse activiste die haar werkterrein op de VRT-redactie uitbreidde). Heel het weekend door kreeg Crevits die chocozoenen allemaal terug in haar gezicht en zag ze alle kleuren van de regenboog, tot ze maandag excuses de wereld in stuurde en voluit de IDAHOT meevierde.

Aan de juiste kant van de geschiedenis

tweetcrevitsEen amusante anekdote, maar tegelijk worden we hier weer geconfronteerd met een geval van doorgeslagen politieke correctheid, typisch voor een land waar er wel vrijheid van mening is maar waar bij nader inzien anderen toch zeggen welke woorden we mogen gebruiken, en vooral welke niet. Via tussenstations als (bestrijding van) racisme, seksisme en islamofobie wordt het verdomd uitkijken en op op de tippen van je tenen lopen. Mag en moet iedereen zichzelf kunnen zijn? Echt?

Crevits werd terecht gewezen omdat de brede bevolking moet blijven beseffen dat het monster van het racisme rondwaart

Links levert deze munitie aan: ze zijn electoraal met minder, maar ze staan aan de juiste kant van de geschiedenis en krijgen een breed forum in de mainstream media. Want denk vooral niet dat dit over patisserie gaat: Crevits werd terecht gewezen omdat de brede bevolking moet blijven beseffen dat het monster van het racisme rondwaart, het zit zelfs in het Vlaamse DNA volgens Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck. De excuses van Crevits maken het helemaal af, maar ze had natuurlijk geen keuze, want zo’n politica kan zich geen Lukakuutje permitteren.

Daarover gesproken: een andere coryfee van de Vlaamse gedachtenpolitie, Tom Lanoye, spuwde nog eens zijn gal uit over Doorbraak en in het bijzonder één bepaalde columnist. Doorbraak is niet-mainstream en is politiek pluralistisch, en dat stoort Tom mateloos, het pas niet in zijn anti-divers wereldbeeld van het groenlinkse waarheidsmonopolie. Het moet echter zijn dat het inktpotje van de oud geworden jonge god leeg is, want het is, op wat punten en komma’s na, krek dezelfde scheldcolumn die hij een jaar geleden afleverde. Met dezelfde fouten (Sanctorum zou een pseudoniem zijn) en flauwigheden (de naam van zijn opponent heel het artikel door verbasteren tot Krankjorum).

Non-discriminatie

regenboogbank hashtag on TwitterDe bank waar je tot voor kort niet mocht op zitten, is nu totaal-inclusief: dit idee maakt veel kans om ooit in de geschiedenisboeken vermeld te worden als idiotie van de twenties

De frustratie moet groot zijn in die kringen. Maar geen nood, de wokes hebben al lang de wacht afgelost. Na de klassieke politieke correctheid, die vooral censureert onder de vlag van de fatsoensmoraal, krijgen we nu te maken met een 2.0 versie van de de-kolonisatie, die zich nog breder met onze taal en gedragingen bemoeit, de kleur van kleurpotloodjes, de straatnamen, de vraag of witte schrijvers wel zwarte dichteressen mogen vertalen (de kwestie Amanda Gorman), het verbod voor kinderen om nog cowboy-en-indiaan te spelen (een serieus voorstel van de Gentse Groen-schepen Tine Heyse), tot en met de ban van de veel te blank-Germaans ogende Pipi Langkous.

Door zoveel mogelijk groepen als ‘kwetsbaar’ te definiëren, maakt men mensen ook weerloos en afhankelijk van het systeem

Wat is nu de clou van de zaak, en waarom gaat de politiek zo gewillig mee in de wokeness? Omdat men op die manier, zoals gezegd, greep krijgt op taal en gedrag, schijnbaar zonder de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van mening te hoeven inperken: racisme valt daar gewoon niet onder. En hoe breder we met het begrip racisme omspringen, hoe meer mogelijkheden tot censuur.

Bovendien, door zoveel mogelijk groepen als ‘kwetsbaar’ te definiëren, maakt men mensen ook weerloos en afhankelijk van het systeem. Men des-individualiseert ze tot lid van een ‘gemeenschap’ (gekleurd, vrouw, moslim, of het brede LGBTQIA+ gamma), waarna de overheid een soort sociale zekerheid voor emoties moet organiseren. Het debat, de polemiek is verleden tijd: het komt er vooral op aan niemand of geen enkele groep te kwetsen. Dat is de bedenking die men bij heel het regenboogverhaal kan maken: het deelt de samenleving op in groepsidentiteiten, die allemaal bescherming nodig hebben, tegen discriminatie en ‘beledigingen’. De lach, de knipoog worden problematisch. Satire is eigenlijk not done in zo’n paraplu-maatschappij.

Wie overigens in heel dit verhaal vergeten wordt, zijn de nonnen. Want nonnenbillen als alternatief voor negerinnentetten? Is dat een vooruitgang? En blijkbaar dan toch zwarte nonnen? Of witte nonnen die zonder WC-papier zijn gevallen? Ik hoop dat deze groep snel iets van zich laat horen en de pijn van het non-zijn laat voelen via het wokezweepje op de blote billen van Hilde Crevits. Er is nog werk aan de modale Vlaming, zeker de West-Vlaming.

Dat de kleur van chocolade altijd bruin zal blijven, evenals het finale restproduct, bij welk ras ook, is dan toch een mooie, inclusieve gedachte waarmee ik graag de ‘discussie over de juiste benaming van deze lekkernij’ wil afronden.

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Chaos in Israël, bommen op Gaza: waarom Europa daar niét beter van wordt

Gaza

Het Europees belang ligt niét in een escalatie

Op het moment dat ik dit schrijf, vrijdagmorgen, wordt bericht dat Israël heel de nacht de Gazastrook heeft gebombardeerd en naar eigen zeggen vooral militaire doelen van Hamas viseert, meer bepaald het tunnelsysteem in het kustgebied. Helaas is ook dit keer de dodentol onder de burgerbevolking niet min: 119, onder wie 31 kinderen. Aan Israëlische kant werden er acht geteld, van wie 2 kinderen. Elke dode is er een te veel, aan welke kant ook, maar het illustreert op een macabere manier de verhouding tussen de effectiviteit van een goed getraind, uitstekend uitgerust leger en deze van een stel belhamels die met zelf gemaakte bommen vooral bloempotten kapot schieten. 90% wordt sowieso door de Israëlische luchtafweer onschadelijk gemaakt.

Nu we de doden geteld hebben, kunnen we weer de vraag stellen die al sinds de middeleeuwse kruisvaarten over dit conflict hangt: wie is begonnen? De Babylonische koning Nebukadnezar? Godfried van Bouillon? Hitler? De opstellers van het Verdrag van Versailles in 1919? De oprichting van de staat Israël is het rechtstreeks gevolg van de holocaust, het leek dus billijk om hen dat stuk land cadeau te doen voor een eigen staat. Klein detail: er moesten wel een hoop Palestijnen van hun grond verjaagd worden. Zij hebben de holocaust niet gecreëerd en voelen zich het slachtoffer van een constructie in 1947, opgezet door de VN boven hun hoofden heen. Ik ben er nu al van overtuigd dat mijn goede vriend  Wim Van Rooy met een lang epistel zal willen ‘bewijzen’ dat de Joden goede papieren hebben om dit land te bezetten, pardon, als thuisland te bewonen. Die historisch-academische discussie mag verhelderend zijn, ze draagt geen moer bij tot een echte politieke oplossing.

Orthodoxe fanatici

Strijd om de Klaagmuur duurt voort: orthodoxen willen er geen vrouwen zien  | TrouwOrthodoxen protesteren tegen vrouwelijke aanwezigheid aan de Klaagmuur in Jeruzalem

Laten we gewoon eens nagaan hoe het dit keer is kunnen mislopen, het is typerend voor het DNA van heel de kwestie: een maand geleden begon in Oost-Jeruzalem, meer bepaald de wijk Sheikh Jarrah, de uithuiszetting van Palestijnse gezinnen. Oost-Jeruzalem is, volgens dezelfde VN-constructie uit 1947, Palestijns gebied, terwijl West-Jeruzalem aan Israël toekomt. Dat ging uiteraard al met een hoop uitdrijvingen gepaard, maar sinds 1967 bezet Israël ook de Oostelijke helft van de stad. Tegen alle internationale afspraken in. Het zwaait nu met papieren uit 1875 waaruit moet blijken dat een Joodse vereniging toen al die gronden had aangekocht. Maar veel belangrijker nog: in die wijk zou het graf liggen van een Joodse hogepriester uit de derde eeuw voor Christus. Weer verre historische aanspraken dus, je zult maar wonen bovenop zo’n meer dan tweeduizend jaar oud graf. Na opstootjes rond de  Al ­Aqsa-moskee en een vrij drastisch politie-optreden ging Hamas er zich mee bemoeien, met het gekende gevolg.

Het is deze groep die steeds weer hamert op de Bijbelse bestemming van de staat Israël, en die vindt dat de Palestijnen gewoon in zee mogen verdreven worden.

Het inpalmen van voorheen aan de Palestijnen toegewezen gebied is een systeem dat in de Israëlische jurisdictie zit ingebakken, onder meer via de fameuze Absentee Property Law. Eens weg, -ook indien verdreven,- vervalt voor een Palestijn onherroepelijk het eigendomsrecht. Terwijl anderzijds Joden met eeuwenoude papieren mogen afkomen. Het opent de deur voor gewelddadige toeëigening. De aanstokers zijn, hoe kan het anders, de ultra-orthodoxen die zo’n twaalf procent van de Israëlische bevolking uitmaken. Jeruzalem zien ze integraal als hun heilige stad, en de regering doet bijzonder weinig moeite om hen dan uit hun hoofd te praten, sinds ze officieel tot hoofdstad van Israël werd geproclameerd, West én Oost wel te verstaan.

Deze groep fanatici krijgt een voorkeursbehandeling, ze zijn vrijgesteld van legerdienst -en dat in een land waarvoor de militaire ontplooiing zo belangrijk is-. Ze vormen binnen Israël aparte fundamentalistische enclaves waar bijvoorbeeld strikte kledingvoorschriften gelden en afbeeldingen van vrouwen in de publieke ruimte verboden zijn. Ze trekken zich van corona of lockdown niets aan en weigeren manifest zich te vaccineren. Gezinnen met tien, twaalf kinderen zijn geen uitzondering: er wordt aan de toekomst gewerkt. Het is deze groep die steeds weer hamert op de Bijbelse bestemming van de staat Israël, en die vindt dat de Palestijnen gewoon in zee mogen verdreven worden.

Netanyahu, politiek overlever

Netanyahu - kopieDat brengt ons op de politieke realiteit: de orthodoxen zijn verenigd in enkele politieke partijen die luisteren naar namen als Shas, Verenigd Torah Jodendom en de Religieuze Zionisten. Ze zitten electoraal op de wip en spelen dat ideologisch perfect uit. De rechtse Likoedpartij van Benjamin Netanyahu kan niet regeren zonder minstens een van hen. Maar tegelijk vormen deze hardliners de stoottroepen om de publieke opinie verder te radicaliseren en in een spiraal op te zuigen van een extreme, ronduit Bijbelse -wij-tegen-de-rest-van-de wereld-mentaliteit. Dat de grote vriend van Israël, Donald Trump, tenminste voorlopig van het toneel is verdwenen, kan dit isolationisme alleen maar versterken.

Daarbij komt onvermijdelijk de politieke overlevingsdrang van huidig premier Netanyahu in beeld. Hij zit tot over zijn oren in de schandalen en wordt in drie rechtszaken officieel beschuldigd van fraude, omkoping en misbruik van vertrouwen. Zolang hij premier blijft, is hij immuun voor vervolging en kan hij een veroordeling vermijden. Hij is gedoemd om de oorlogssfeer te blijven oppoken, zodat hij zich kan profileren als de leider die het uitverkoren volk zal gidsen doorheen de beproevingen. Vorig jaar nog wou hij alle Joodse nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever – goed voor intussen een derde van het grondgebied daar – officieel tot Israëlisch gebied laten erkennen. De grootscheepse vaccinatiecampagne was ook een oorlog tegen een ‘interne vijand’, waarmee Netanyahu ontegensprekelijk heeft gescoord.

Hij is gedoemd om de oorlogssfeer te blijven oppoken, zodat hij zich kan profileren als de leider die het uitverkoren volk zal gidsen doorheen de beproevingen.

Het is de perverse alliantie tussen de kleine religieuze partijen, met hun van de pot gerukte Bijbelse aanspraken, en de individuele machtsstrategie van Netanyahu binnen het Likoedblok, die de verdere polarisering aanwakkert en acute conflicten als dat van vandaag preprogrammeert. Inclusief verdere kolonisatie van Palestijns gebied, uitdrijvingen en allerlei administratieve pesterijen. De reactie van Hamas en de aansluitende aanval op Gaza vormen het sluitstuk van deze spiraal, met grote aantallen burgerslachtoffers als gevolg, waarbij je de orthodoxen hoort denken: ‘prima, er bestaan geen goede Palestijnen behalve dode Palestijnen’.

Wat Benjamin Netanyahu vermoedelijk niet voorzien had, was het groeiend verzet van de Israëlische Arabieren, voor de eerste keer in de geschiedenis van het conflict. Het land evolueert nu naar een toestand van anarchie met wederzijdse lynchpartijen, maar ook dat is voor rechts een prima zaak, en een reden om ‘grote kuis’ te houden. Arabieren met het Israëlische staatsburgerschap, overigens een complete anomalie voor elke rechtgeaarde zionist, kunnen dan hun burgerrechten inleveren en even grote paria’s worden als hun volksgenoten.

Appelsienen uit Palestina

abu dabiHet WK wielrennen in Gaza: ooit moet het er van komen (Abu Dhabi, 2019)

Conclusie: Netanyahu en Hamas zijn objectieve bondgenoten. Een corrupte machtspoliticus aan de ene kant, en aan de andere kant krapuul dat leeft van ellende maar daar binnenin zelf een soort van elite vormt, meer heb je niet nodig om nog jaren de Ewige Wiederkehr des Gleichen te demonstreren. Ze hebben beiden baat bij een uitzichtloze stellingenoorlog, met dien verstande dat Israël militair in staat is het spookland Palestina van de kaart te vegen. De afwezigheid van echte leiders en staatsmanschap doet zich enorm gevoelen. Politici met de allure van Menachem Begin, Yitzhak Rabin (door een Joodse extremist vermoord) en Shimon Peres, en aan Palestijnse kant Yasser Arafat, hebben plaats gemaakt voor roeptoeters en ijzervreters.

Terwijl eenieder met een gram verstand, die nog iets anders dan de bijbel leest, beseft dat alleen een volwaardige tweestatenoplossing de lont uit het kruitvat kan halen. Als nationalist blijf ik daarin geloven. De Joden moeten hun duizendjarige obsessie opgeven en de Palestijnen moeten zich van de Hamas-terreur ontdoen. Dat kan enkel door de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza tot territorium te verklaren van een soevereine Palestijnse staat, waar kinderen weer op een normale manier naar school kunnen, ravotten, en volwassenen op een even normale manier een sociaal leven kunnen hebben, werken, aan politiek doen.

Het veiligste voor Europa is een goed georganiseerde moslimstaat waarmee zaken te doen zijn.

‘Maar Sanctorum…’, hoor ik u roepen, ‘… het zijn wel moslims!’ Ja en dan? Bekeren kunnen we ze niet, en dat hoeft ook niet als ze wat meer Abu Dhabi-allure zouden kunnen krijgen, een land waarin we ooit eens het WK wielrennen kunnen organiseren.

Het veiligste voor Europa is een goed georganiseerde moslimstaat waarmee zaken te doen zijn. Een natie die eventueel zelfs uitnodigend werkt voor islamieten in onze contreien, waarom niet, ook voor hen kan de diaspora omkeerbaar zijn. Een redenering die overigens ook geldt voor andere hellholes zoals Irak en Lybie: ontwikkeling helpt.  Ik wil in de supermarkt dadels en appelsienen uit Palestina zien liggen, in plaats van vluchtelingen die in onze straten rondhangen waarvan er eentje vroeg of laat onder de ‘Allahu Akbar!’- kreet een mes trekt.

Israël bevordert het pauperisme, en vandaar de terreur, en dat is niet in ons belang. Het wordt tijd dat ook de rechterzijde inziet dat de beste Palestijn een welvarende Palestijn is. Elementaire zin voor eigen belang, meer moet dat niet zijn.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Chaos in Israël, bommen op Gaza: waarom Europa daar niét beter van wordt

De grote festivals: de versoepeling te veel?

TomorrowlandWaarom de Dag van de Zorg zo weinig aandacht kreeg

Afgelopen woensdag, 12 mei, was het de geboortedag van Florence Nightingale en meteen Dag van de Zorg- en Verpleegkundigen. Dat is opvallend geruisloos voorbij gegaan. Noch in de geschreven media, noch op TV werd er enige aandacht aan besteed, op een moment dat deze sector nochtans de frontlinie uitmaakt tegen een in moderne tijden ongekende pandemie. Geen enkele politicus voelde zich bij mijn weten geroepen om een bloemetje te gooien: men had het vooral druk met het aankondigen van versoepelingen.

Op Doorbraak verscheen er, uitgerekend die dag, wel een artikel waarin het verplicht vaccineren van zorgpersoneel dat met kwetsbare personen in aanraking komt, ‘onethisch’ werd genoemd. Het is dus wel ethisch om een vaccin te weigeren en een patiënt te besmetten. Uit betrouwbare bron weet ik dat in Vlaanderen, zoals trouwens bij heel de bevolking, de vaccinatiebereidheid bij het verplegend personeel zeer hoog ligt. In Brussel en Wallonië ligt dat helemaal anders, waar een hoog percentage allochtone werknemers zich zeer weigerachtig opstelt. In de Brusselse woonzorgcentra bedankt, dankzij een vast ‘moreel kompas’ (sic), meer dan de helft van het personeel voor een prik. Knoop het maar aan mekaar.

Maar dus die stilte rond de verjaardag van Florence Nightingale. Van helden van de zorg zijn het al lang weer de voetvegen van de zorg geworden. Van de 985 euro bruto coronapremie, die ze eind vorig jaar kregen, schoot er netto welgeteld 407 euro over. Voor het salaris (zowat 1800 euro netto voltijds) moet je geen verpleegkundige worden. Het is een zware, veeleisende job, inclusief nacht- en weekendwerk, en je kon er het voorbije jaar ook aan doodgaan. Hopelijk scheelt dat ondertussen met de vaccinatie. Die, laten we duidelijk zijn, in die sector de regel moet uitmaken. Weiger je dat, sorry, dan heb je het verkeerde beroep gekozen.

Bevrijdingseuforie

DeCroo2Alexander De Croo: het goede nieuws heeft vele vaders

Ondertussen is het weer al versoepelen dat de klok slaat, en willen politici ook allemaal de pluimen opstrijken voor de grote stap naar de Vrijheid. Ik schrijf dat woord met een hoofdletter om het potsierlijke ervan duidelijk te maken: we zijn zo verwend en in slaap gewiegd, dat we een pint drinken op een terras als het summum van vrijheidsbeleving ervaren. Je zou bijna hopen dat er eens wat journalisten achter de tralies vliegen om te doen beseffen waar vrijheid echt om draait, zoals nu in Rusland weer met het verboden studentenblad Doxa.

Het doet wat denken aan de tijd vlak na de Duitse bezetting, toen iedereen plots lid was van de Witte Brigade.

Niettemin doopte Jan Jambon, de man die door heel de coronacrisis als een grijze muis sloop, zijn Vlaamse exitplan tot Plan van de Vrijheid, waarna Alexander De Croo snel met zijn Zomerplan voor de pinnen kwam, ook weer om ‘perspectief’ (een ander woord van het moment) te geven. Het doet wat denken aan de tijd vlak na de Duitse bezetting, toen iedereen plots lid was van de Witte Brigade. De crisismanagers mogen in de kast, eindelijk weer tijd voor een goed-nieuws-show. Slechte tijden voor gezondheidsminister Frank Vandenbroucke, de enige die niét meedeed aan dit opbod en waarschuwt voor nieuwe overvolle ziekenhuizen. Pretbedervende socio-autist.

Helaas is de euforie voorbarig en is enige zelfkritiek van nut. De term ‘bevrijding’ is een groteske metafoor, alsof we onder de voet zijn gelopen door een vijandelijk leger. We hebben ons gewoon laten verrassen door een virus dat helemaal niets wil, behalve overleven en zich vermenigvuldigen, zoals alles in de natuur. WHO-experts erkennen nu,- rijkelijk laat,- dat we de verspreiding ervan mits de juiste strategie hadden kunnen verhinderen. Met veel ratio en gezond verstand, naast wetenschap en pharma, redden we het wel. Maar niet met de klassieke demagogische trukendoos en struisvogelpolitiek.  

Cultuur & (vooral) evenementen

ChocriChokri Mahassine, de steeds goedlachse organisator van Pukkelpop

Na de terrassenbevrijding van de horeca is het nu de cultuur- en evenementensector die mag jubelen. Die twee worden vrijwel altijd in één adem genoemd. Minister-President Jambon is zo tussendoor ook nog cultuurminister, herinner u. Helaas, met cultuur vallen geen stemmen te rapen. Cultuur is iets voor het procent achter de komma, het zijn vooral de grote zomerfestivals waarmee politiek te scoren valt, genre Rock Werchter en Pukkelpop en, nog veel groter, Tomorrowland. Bekijken de anderen nog even het hoe en wat, Pukkelpop-organisator Chokri Mahassine laat er geen twijfel over bestaan: er moet en zal 66.000 man per dag op die weide samentroepen, zonder afstand of mondmasker. Leve de vrijheid.

Mahassine spreekt hier duidelijk voor zijn beurt, maar premier De Croo heeft geen zin om het ex-SP.A-parlementslid even tot de orde te roepen: het is OK, Chokri, maar wel enkel binnen op vertoon van vaccin- of testbewijs hé. Dat is voor zo’n massa ondoenbaar, dat weten beide heren ook, maar het verlangen om goed nieuws te brengen is te groot. Dit is populisme op zijn goorst, en dit keer geef ik Erika Vlieghe gelijk, én het ziekenhuispersoneel dat bijna achterover valt: deze superverspreiders bereiden een herfst met een nieuwe piek voor, alle experten voorspellen het en het zal ook zo uitdraaien.

Cultuur is iets voor het procent achter de komma, het zijn vooral de grote zomerfestivals waarmee politiek te scoren valt

De fascinatie van politici voor deze massa-evenementen, die ook onder ‘cultuur’ vallen terwijl ze daar in strikte zin nauwelijks wat mee te maken hebben, is even begrijpelijk als absurd: duizenden jonge stemgerechtigden in een dankbare roes, wie wil daar de bonus niet van opstrijken. Afgelopen met illegale feestjes zoals La Boum, het adolescente kiesvee kan nu legaal van de Vrijheid proeven dankzij joviale politici die dus, niet heel toevallig, de Dag van de Zorg even willen overslaan. We hebben het gehad met de beelden van overwerkte verpleegsters en naar adem snakkende patiënten.

Dat België per se voor een opengrenzenbeleid wil staan, bepaalt mee de gedempte euforie van premier De Croo: aan de grote festivals hangt een geur van multiculturaliteit en kosmopolitisme. Als het even kan verwelkomen we ook onze vrienden uit India. Terwijl politici de moed zouden moeten hebben om te zeggen dat Tomorrowland en aanverwanten even niét hoeft. Een ouderwetse fuif of een kleinschaliger concert zijn veel belangrijker voor het herstel van het sociale weefsel.

De gelijkschakeling van cultuur en evenementenindustrie typeert een politieke klasse én een maatschappij die alleen de koppen telt. In de herfst zal ik, hopelijk, weer lezingen kunnen geven voor zaaltjes van hooguit 200 mannen en vrouwen, in dezelfde logica als waarmee een honderdduizend-koppige massa op een wei uit de bol gaat, vergezeld van flink wat alcohol en drugs. Ik zou zeggen: voor mij niet gelaten, ware het niet dat een nieuwe lockdown iedereen zal treffen. Nooit meer dan in tijden van pandemie is de moraal van Immanuel Kant toepasselijk: ‘Mijn vrijheid stopt waar die van de andere begint’. Het is een libertariër die het u zegt.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor De grote festivals: de versoepeling te veel?

Ursula versus Ayaan: ontdek de verschillen

UrsulaAyaanHet ene feminisme is het andere niet

In Europa wordt er momenteel hevig met het hoofd geschud omdat het Verdrag van Istanbul door Turkije, waar het nota bene in 2011 werd ondertekend, is opgezegd.

Dat Verdrag is in feite een appendix van het Mensenrechtenverdrag van de Raad van Europa, en behandelt de bestrijding, bestraffing en preventie van geweld tegen vrouwen. Erdogan wil er van af, of beter: als sluwe politicus gebruikt hij het als pasmunt in het diplomatieke getouwtrek met de EU, onder meer inzake het vluchtelingenprobleem.

Glazen kist-syndroom

euhm2Dat vrouwen in de islam als minderwaardig worden geacht, dat was al de wil van Mohammed, en het blijft een constante. Maar in West-Europa wordt er zoveel gepalaverd over vrouwenrechten en gendergelijkheid, dat er een nieuw probleem dreigt: feminisering en politiek correcte regelneverij. Overal discriminatie ontwaren en willen corrigeren, tot op het absurde af, in regeltjes, quota, zogenaamde positieve discriminatie. Dan krijg je een soort vrouwen aan de top dat er eigenlijk niet thuis hoort.

Uitgerekend op audiëntie bij de Turkse president kreeg ze de kans van haar leven om te tonen dat vrouwen hun mannetje kunnen staan

Niemand illustreert dit glazen-kist-syndroom beter dan de dame die in Europa politiek de hoogste functie bekleedt: Europese Commissievoorzitter Ursula Gertrud von der Leyen. Uitgerekend op audiëntie bij de Turkse president kreeg ze de kans van haar leven om te tonen dat vrouwen hun mannetje kunnen staan -no pun intended-, maar helaas: toen ze geen stoel aangeboden kreeg stamelde ze alleen maar ‘euhm?’

Deze reflex, -toch niet bepaald bij een laag opgeleide vrouw met een zwakke sociale status,- toont aan dat het vrouwenrechtenverhaal ook een foute feminisering in het leven kan roepen:  ‘geëmancipeerde’ Ursulinen die wachten tot ze een stoel krijgen. Onbegrijpelijk dat ze applaus kreeg van de vrouwenbeweging.

Ik ken nochtans vrouwen die de grap van Erdogan -want dat was het- en de boertigheid van Charles Michel onmiddellijk zouden gecounterd hebben met een dodelijke kwinkslag. Op de schoot gaan zitten van een van beide heren bijvoorbeeld. Foto! Of op de aldaar aanwezige sofa plaats nemen in een houding van een courtisane, modellen uit de schilderskunst zat. Niet dus: de EU-voorzitster bevestigde helemaal de Ger-truttigheid van vrouwen die bij voorbaat het slachtoffer uithangen (‘Mijn behandeling in Ankara was te wijten aan mijn vrouw-zijn’) en feminisme verwarren met das grosse Seutentum.

Courtoisie

veiligheidszoneBerlijn, 31 december 2019: vlucht- en veiligheidszone voor vrouwen die door asielzoekers worden belaagd

Het inmetselen van vrouwen in beschermingsprotocols is helemaal niet ‘progressief’, maar eerder conservatief-betuttelend. Denken we maar aan de ‘veiligheidszone’ tijdens de eindejaarsfeesten in Keulen en Berlijn: de vrouw als kwetsbare prooi. Het is eigenlijk een residu van de hoofsheid (courtoisie), de middeleeuwse versie van politieke correctheid die de regels aan de adellijke hoven vastlegde. Het was vooral een etiquette van de thuisblijvers, de mannen die niet op kruistocht gingen en toch het andere geslacht wilden imponeren. Dat deden ze dan met veren in hun achterste, welriekende parfums, zoetgevooisde verzen -waarbij ook de troubadours een belangrijke rol speelden- en ook wel een dosis geveinsde godsvrucht, altijd goed van de paters aan je kant te hebben. Historici zien een verband tussen de hoofsheid en de opkomende Mariacultus vanaf de 12de eeuw.

Vrouwen die echt van veerkracht getuigen, worden een uitzondering. Ze zijn er ondanks het linkse feminisme.

Om die reden vind ik dat Verdrag van Istanbul bijna vernederend voor de Europese vrouwen van vandaag. Het is veeleer van toepassing op de manifeste misogynie in Arabische culturen en in de Sub Sahara. Wij hebben namelijk wetten tegen partnergeweld. Maar de woke-ideologie roept zowat iedereen tot slachtoffer uit, behalve uiteraard de gedemoniseerde mannelijke blanke hetero. Het resultaat is dat het feminisme, paradoxaal genoeg, de vrouw opnieuw als hulpeloze prooi definieert, zie heel het MeToo gebeuren. In plaats van de zelfbewuste, mondige en seksueel ook assertieve vrouw die in ’68 op straat kwam, zien we nu Hollywood-drama’s passeren van wenende actrices, belaagd door smeerlappen van regisseurs, die tot astronomische schadevergoedingen worden gedwongen, of gewoon levenslang de bak in vliegen.

Deze herrijzenis van de hulpeloze halfmaagd is een grote stap terug, maar dat beseffen de roze mutsenbreisters natuurlijk niet. Vrouwen die echt van veerkracht getuigen, worden een uitzondering. Ze zijn er ondanks het linkse feminisme. Ayaan Hirsi Ali is zo iemand. Die wacht niet tot men een stoel onder haar kont schuift. Geboren in het islamitische Somalië, op vijfjarige leeftijd genitaal verminkt, uitgehuwelijkt door haar vader, belandde ze via veel omzwervingen in Nederland om samen met de nadien vermoorde Theo van Gogh de film ‘Submission’ te maken. Daarna een tijd ondergedoken, naar Amerika gevlucht, en blijven agiteren tegen de politieke islam, ondanks de haatsfeer aan bepaalde Amerikaanse universiteiten waar de wokeness en de cancel culture opgang maakten.

Ik zet ze onverbloemd tegenover elkaar: Ayaan en Ursula, de activistische nomade en de lamenterende voor-zitster; de rebel altijd-op-scherp versus de humorloze tante. Het ene feminisme is het andere niet. En deze keer kies ik voor zwart, zeker weten.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.  

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Ursula versus Ayaan: ontdek de verschillen

‘Bevrijdingsfeest’ met zachte handhaving

plexi

Neen, u bent geen sociopaat als u dit weekend niét op een terras zat

Na een avant-première in Middelkerke, hoofdstad van de terrassenguerrilla, kon dit weekend dus iedereen van de vrijheid proeven om op een stoeltje plaats te nemen en drie keer zoveel te betalen voor een pint bier als thuis. Want dat is natuurlijk op café gaan. Terwijl de BTW naar 6% zakt hebben de cafébazen toch snel de prijs voor een pilsje opgetrokken tot 3,5 euro. Het is voor een goed doel, nietwaar.

Ondertussen maar hopen dat die kelner, die het razend druk heeft, toch eens onze kant uitkijkt, terwijl een hoop lieden op straat venijnig in ons glas kijkt en wacht tot we opstaan, zodat ze ook van diezelfde vrijheid kunnen genieten. De enige oplossing is: blijven zuipen. Verhogende gezelligheidswaarde: plexi-schermen die er staan dankzij ‘zachte handhaving’ (een nieuwe term made in Absurdistan), want contact met andere tafels is uit den boze. Opstaan ook verboden, behalve voor toiletbezoek, tooghangen is er sowieso niet bij. U zit dus eigenlijk in een glazen, pardon, plexi kooi als een aap in de Antwerpse dierentuin van de vrijheid te genieten. Ik bedoel maar: het idee is alles. Of zoals Pater Anselmus zei toen ik weer eens in het kolenkot vloog: ‘Vrijheid zit tussen de oren, Johan’.

Mimetisch gedrag

Pas op, het welzijn van de Vlaamse horeca ligt me nauw aan het hart, we moeten deze sector steunen. Voortdurend moeten zij de delicate afweging maken tussen gesloten blijven en op de genereuze subsidies teren (die noch in Brussel noch in Wallonië gelden), of alleen de terrassen openen en op verminderde omzet draaien. Woordvoerder Matthias De Caluwe is duidelijk: bij slecht weer komen we ons bed niet uit en moeten de mensen maar thuis hun pinten drinken.

Het is eigenlijk omgekeerd hamsteren, herinner u de hysterie rond de rollen toiletpapier.

Maar nog iets over dat gehypte vrijheidsgevoel van het caféterras. De kuddegeest zegeviert dit weekend want iedereen wil er het eerste bij zijn, zeker nu die Chinese ruimterommel gegarandeerd niét op ons hoofd zal vallen. Net als de massafeestjes van La Boum -waarvan ik het jeugdig ongeduld nog kan begrijpen- doen we in feite toch maar weer wat van ons verwacht wordt: allen daarheen. Het is eigenlijk omgekeerd hamsteren, herinner u de hysterie rond de rollen toiletpapier. Sorry dat ik me daar blijf over verbazen: het mimetisch gedrag van onze soort. Vooral de media genieten van dit soort massafenomenen die ze zelf regisseren. Het is ‘menselijk’ nieuws, het levert leuke small talk op, en het zou toch weer de verbondenheid moeten illustreren die dit land samen houdt.

Jamaar, Sanctorum, gij eeuwige zeurpiet, niemand zegt toch dat je een terrasje moét doen?! Neen, dat is zo, alhoewel. Nadat de agenda’s van de psychologen eivol zaten om de mentale ongemakken van de lockdown te behandelen, hebben ze nu hun pijlen gericht op al wie er niet direct invliegt. Dat noemen ze ‘re-entry anxiety’, ‘terugkeervrees’. Psychologen creëren een term -bij voorkeur in het Engels- en benoemen meteen ook de afwijking: terrassofobie, zijnde het niet dadelijk deelnemen aan de horeca-reouverture en het daarmee gepaard gaande gedrum.

Méér individualisme

Dat is dan de finale diagnose voor al wie dit weekend thuis bleef: sorry, er is iets mis met u. De professionele zielenknijpers, samen met de doe-het-zelf-zaken, de begrafenisondernemers en de e-commerce dé winnaars van deze pandemie, spreken doorlopend in de ‘wij’-vorm (we doen dit, we doen dat), en blijven mensen ziek verklaren, wat ze dan op de duur natuurlijk ook worden.

We zijn straks met negen miljard, waaronder jammer genoeg ook een pak psychologen.

Terwijl, herinner u, deze pandemie begonnen is omdat mensen te dicht op elkaar zitten, teveel dezelfde dingen doen op dezelfde plaats en op hetzelfde moment. We zijn straks met negen miljard, waaronder jammer genoeg ook een pak psychologen. Ook zonder smetvrees kan wat afstand en ‘dweisheid’ geen kwaad. Het enige wat ons vooruit helpt is meer individualisme,- wat niet hetzelfde is als egoïsme of ikzucht,- en instinct om de massa te mijden. Ga in het bos wandelen als iedereen op café zit, of omgekeerd. Haal morgen bloemen voor moederdag, de winkels zijn dan leeg en de bloemen aan halve prijs. Dat klinkt politiek incorrect maar het is zelfs een gouden regel op de beurs: koop aandelen die niemand wil.

Wist u trouwens dat, als elke aardbewoner tegelijk opwaarts zou springen, de planeet door de schok uit zijn baan rond de zon zou vliegen? Neen, dat is niet waar, maar het toont wel wat vrijheid betekent: iets anders doen dan de anderen, zonder voor zot verklaard te worden.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor ‘Bevrijdingsfeest’ met zachte handhaving

De dood van de cartoonist

Charlie4Te blank, te mannelijk, te hetero?

Lachen is een uitermate fysieke beleving. De ademhaling gaat dieper, de hartslag versnelt, er komt meer zuurstof in het bloed. Geluiden, vooral vanuit het middenrif geproduceerd, variëren van zachte kreetjes, gegiechel, tot schateren en bulderen, de zogenaamde Homerische uitbarsting. Een en ander heeft te maken met de aanmaak van de zogenaamde gelukshormonen endorfine en dopamine, die de pijngrens naar boven verleggen. Mensen die lachen, leven langer, tenzij men zich letterlijk dood lacht, ‘erin blijft’ zoals men zegt.

De grap en zijn pointe

BomaIs de tooghumor-onder-mannen een ver relict van de moppen rond het jagerskampvuur? (Balthazar Boma en Xavier in ‘De Kampioenen’)

Hoe dan ook is humor, het protocol dat heel dat fysiek proces aanstuurt, duidelijk seksueel divers. Dat weet iedereen die een gezelschap aan het lachen probeert te brengen. Je hebt mannelijke humor die gestructureerd is volgens een aanloop, een ontwikkeling en een ontlading. Deze laatste, de zogenaamde pointe, is de essentie, anders is de grap mislukt. Inhoudelijk kan het gaan van vrij onschuldige kalendermoppen tot gechargeerde, karikaturale humor. Maar gezien de oorsprong van de mop zich aan het jagerskampvuur situeert, is ‘puntigheid’ gewenst. Een aanloop en de ontknoping, patat boem. De mannelijke lach ‘viseert’ een prooi en doodt hem ritueel opnieuw. Geen sprake van dat het hier zachtzinnig of tactvol aan toe zou gaan. Dat jagersconclaaf leeft nog enigszins voort in het tooggezelschap en de mancaves, kelders waar getrouwde mannen aan hun echtgenoten en de welvoeglijkheidscodes proberen te ontsnappen.

Mannen vertellen of tekenen moppen die moeten ‘exploderen’, vrouwen amuseren zich met komische situaties.

Vrouwelijke humor volgt een heel ander patroon. Al bessen plukkend vindt ze vooral de ‘beleving’ belangrijk, het verkennend wandelen en keuvelen, bemonsteren, het tactiele, de situatie, het prikkelen, veel meer dan de uitbarsting, die zelfs zo lang mogelijk wordt uitgesteld of er gewoon niet is. Vrouwen krijgen wel de ‘slappe lach’ op de meest onverwachte momenten, maar een grap vertellen met een geplande pointe is voor hen problematisch. De milde Kerstfilm met komische inslag is het model: alles baadt in een aangename, licht erotiserende sfeer, zachtjes evoluerend naar het voorspelbare happy end, met een eeuwig monkelende, dienstbare, kindvriendelijke, beschermende, maar niet te paternalistische mannelijke hoofdfiguur.

U begrijpt meteen dat het verschil tussen mannen- en vrouwenhumor een verschillende seksuele beleving weerspiegelt: mannen gaan naar het orgasme -de pointe-, vrouwen stellen die net uit en verkiezen te drijven op een plateau. Mannen vertellen of tekenen moppen die moeten ‘exploderen’, vrouwen amuseren zich met komische situaties. De psychoanalyticus Sigmund Freud  besteedde er een lijvig essay aan, ‘Der Witz und seine Beziehung zum Unbewußten‘ (‘De mop en zijn relatie met het onderbewuste’, 1905) waarin hij de lach met het lustprincipe identificeert, maar er tegelijk ook wel mannelijke criteria op nahoudt: voor Freud heeft de ‘witz’ sowieso een orgelpunt, een climax, en is hij wezenlijk agressief, penetrant, de grenzen van het fatsoen overschrijdend.

Maar nu serieus

MohammedDe Mohammed-karikaturen: uitdagend en niet zonder gevaar voor de auteur

Als er mannelijke humor bestaat die de mannelijke seksualiteit imiteert, en een vrouwelijke variant met het vrouwelijke libido als model, dan kan men zich afvragen waar satire thuis hoort in dit spectrum. Zonder twijfel: in het oer-mannelijke vakje. Kwetsende, provocerende, doelgerichte humor, zeg maar deze van de jager die een ‘prooi’ in het vizier heeft, zoekt het conflict én het finale orgasme.

Satire is nooit flou en empathisch, vrijblijvend of charmant, integendeel, hij wakkert de hetze aan en irriteert. Er moet een reden zijn waarom er bijna geen vrouwelijke cartoonisten bestaan: ik vermoed omdat de spotprent de restant is van een jagersgraffito. Een mop met een climax, maar ook bedoeld als provocatie en uitdagen van het gevaar. Je kan geen karikatuur tekenen als je mededogen voelt met, of schrik hebt van je onderwerp. De dodelijke aanslag op de redactielokalen van Charlie kan dan gezien worden als een mislukte grap, zijnde de prooi die jager wordt en de lachende sarcast afmaakt. De risico’s van het vak: een goed cartoonist zoekt ook die grenzen op, het is een spel met de dood.

Je kan geen karikatuur tekenen als je mededogen voelt met, of schrik hebt van je onderwerp.

Meteen snappen we waarom de ’68-ers van Charlie Hebdo -die volgens hun ideologie toch seksuele gelijkwaardigheid zouden moeten praktiseren- alleen de poetsvrouw en de koffiedame in hun redactielokaal dulden, tot op vandaag: satire is radicaal, on-empathisch, fallokratisch en vunzig.

Het feminisme zit in dat opzicht met een probleem: wat te doen met die ‘toxisch-mannelijke’ vorm van humor? Wat doen we met de poetsvrouw en de koffiedame? Hen ook naar de tekentafel sturen, een superdiverse Charlie? Helaas, dat zou van geen kanten lukken. De conclusie ligt voor de hand: in een wereld van de non-discriminatie, de gelijkheid en de perfecte diversiteit is satire onmogelijk.

Meteen betreden we de magische maar tegelijk zeer delicate driehoek humor-seks-politiek. Er schuift duidelijk wat op dat vlak. Met het nieuwe feminisme en de constructie van een seksueel egalitaire samenleving wordt er ook een nieuwe man naar voor geschoven die geacht wordt zijn puntige geestigheden of bitterzure stookpartijen af te zweren. De klassieke mannelijke seksualiteitsbeleving staat onder druk, maar daarmee ook de humor die deze curve volgt. Mogen mannen nog klaarkomen?

De valkuilen van de vervrouwelijking

WeinsteinHarvey Weinstein, prototype van ‘toxische mannelijkheid’

Feministische auteurs als gynaecologe Beatrijs Smulders (‘Bloed’, 2021) zijn daarin zeer expliciet: het mannelijk orgasme is op zich een vrouwonvriendelijk fenomeen, en de penis een oer-symbool van ongelijkheid. Weg ermee. Terwijl de seksuele bevrijding van de vrouw in de jaren zestig, met de pil als fetisj, nog gericht was op méér stomende seks mét de beste vriend, is vandaag de ontmanning aan de orde als sluitstuk van het emancipatieproces. Vandaag wordt die pil zelf als een mannenuitvinding gezien -wat deels ook zo is-, en moeten vrouwen opnieuw bevrijd worden, maar dit keer van het mannetjesdier zelf en zijn instinctief-biologische drive die gepaard ging met een permanente kolonisatie van de vagina. De onthechte vrouw wil dat geklieder niet meer. Nooit waren sexspeeltjes, waarmee de ‘bevrijde’ vrouw zichzelf kan stimuleren, populairder.

Alle scherpe kantjes moeten eraf, elke vorm van mannelijke assertiviteit wordt als bedreigend en al te penisgericht gekarakteriseerd: de nieuwe man is een eunuch.

Ik gebruik het woord kolonisatie om onmiddellijk het verband te leggen met de wokeness en de drang om alles te ‘de-koloniseren’: met de MeToo-beweging als nieuwe hulpmotor, wordt de feminisering van de samenleving ook een ontseksualisering, althans volgens de klassieke m/v-patronen waar de man op een of andere manier toch de leiding neemt. Het is daarbij opvallend hoe het beeld van de ideale man door de nieuwe vrouw wordt bepaald: de agressieve jager moet heropgevoed worden tot een charmante verleider die om een vrouw werft en het uiteindelijk in het beste geval tot huisman-knutselaar brengt. Alle scherpe kantjes moeten eraf, elke vorm van mannelijke assertiviteit wordt als bedreigend en al te penisgericht gekarakteriseerd: de nieuwe man is een eunuch.

Er zitten dus best wel wat valkuilen in die vervrouwelijking van de maatschappij. Sid Lukkassen beschrijft dat proces ook nauwgezet in zijn boek ‘Avondland en Identiteit’. De feminisering is een machtsstrijd waarin de man gedoemd is om te verliezen door zijn eigen ridderlijkheid, maar waardoor politieke correctheid ook een absolute maatstaf wordt in de keuze van een partner, een zakencompagnon, een favoriet TV-gezicht, een politiek leider.

Heren, let dus wat op uw humor. Sarcastische mannen zijn gewoon niet sexy en ironie mag niet ontaarden in vitriool. ‘Macho’ is het scheldwoord, mannen moeten vooral zacht, behulpzaam, empathisch, trouw maar niet-bezitterig zijn, en vooral dus ook seksueel bescheiden. En ook niet intellectueel te onstuimig. Harvey Weinstein, de briljant/potente Hollywoodproducer, zit nu een levenslange straf uit tussen moordenaars en serieverkrachters wegens een te hoog predatorgehalte. Hij wordt gezien als hét prototype van onopvoedbare toxische mannelijkheid, waarvoor castratie is aangewezen.

Morele censuur

DeCroo2Alexander De Croo: de ideale politicus is een mannelijke feminist

Die shift heeft zijn gevolgen voor de status van humor in onze samenleving, want daar gaat het hier om. Nu we beland zijn in het tijdperk van het feminisme 3.0 (na de 19de eeuwse strijd voor gelijke burgerrechten en na het ‘baas in eigen buik’ van ’68), wordt het uitkijken welke moppen nog wel kunnen. Mannelijke humor wordt alleen getolereerd als kenmerk van charme en vrouwvriendelijke sfeerzorg, de ‘beleving’. Milde grapjes dus en gemonkel bij een kaarslichtendiner. Gaat de humor verder, al was het maar een aangebrande mop, dan wordt dit als storend en toxisch ervaren. Meteen wordt de Freudiaanse nachtmerrie reëel: de ‘witz’, als overtreding van de censuur, wordt voorgoed verbannen als een uiting van vuilspuiterij door een gestoorde, zieke geest die de samenleving destabiliseert.

De Westerse regimes hebben geen dictatuur nodig, ze laten de censuur en de beteugeling over aan de zelfverklaarde emancipatiebewegingen.

Voor de politieke macht in de westerse democratieën is deze evolutie een gouden zaak. Iemand als premier Alexander De Croo, die voortdurend hamert op seksuele diversiteit en gelijke kansen, en een transgender tot minister benoemt, begrijpt dat perfect: het feminisme is het ideale alibi om af te rekenen met elementen en stoorzenders die zich al te ‘cru’ uitdrukken. De Westerse regimes hebben geen dictatuur nodig, ze laten de censuur en de beteugeling over aan de zelfverklaarde emancipatiebewegingen. Van een paradox gesproken.

Satire en politieke cartoons zouden dan effectief kunnen weggezet worden als pornografisch, iets voor marginalen en sociopaten die op het dark web hun gading zoeken: een extreme, groteske uitvergroting die alles op scherp zet, op de spits drijft, een tijdverdrijf door en voor oudere, blanke, mannelijke hetero’s die hopeloos geretardeerd zijn.

De aangekondigde ‘dekolonisering’ van de taal trekt dan meteen een streep door Charlie en aanverwanten, daar zijn zelfs geen bommen of kalasjnikovs voor nodig. Met de ontdekking van allerlei seksuele tussenidentiteiten (de brede LGBTQIA+ gemeenschap) is de stof voor humor wel toegenomen, maar is de vrijheid om haar te beoefenen nog versmald: al deze minderheden vragen immers bescherming, tactvolle behandeling, respect. Je mag er niet mee lachen, en als je dat wel doet bedreig je de diversiteit. Op de duur behoort iedereen wel tot zo’n beschermde subcategorie, behalve een handvol caractériels die men moet isoleren of gewoon cancellen. Op die manier loopt het totalitaire denkpatroon van de wokes perfect synchroon met de strategie van de macht à la De Croo, om de censuur op morele gronden zo breed mogelijk te maken.

En de conclusie is…

… dat de positie van humor in een samenleving de echte graadmeter is voor vrijheid, al de rest hangt eraan vast.

Dat de afkeer van dictators tegenover cartoons en satire, hun steevast neerwaarts gericht mondhoeken, dezelfde afkeer is die de politieke correctheid etaleert. Verontwaardiging en verongelijktheid vormen nog de enige tonaliteit. De lach, de subversieve spotlach, verdampt naarmate de totale, planetaire ‘inclusiviteit’ gepredikt wordt. Vrede op aarde, en de stoute moppen voorgoed de doos in.

De humorloze dramatiek van de MeToo-beweging en de wokes, eeuwig gefixeerd op de moord van een Amerikaanse zwarte agent, laat geen enkele relativering toe, laat staan zelfrelativering. Terwijl deze beweging zou moeten snakken naar moppen, ook racistische. Het is het soort ernst dat men ook terugvindt in totalitaire religiën zoals de islam. Ook hier vallen een aantal puzzelstukken op hun plaats.

En laten we wel wezen: de lach is universeel-menselijk, maar satire is een Europese, ‘blanke’ uitvinding, waarvan het beginpunt ergens in de Griekse oudheid te situeren valt, en die via de renaissance, met de Decamerone en Van den vos Reynaerde, tot ons kwam. Het is een stuk cultuur-DNA dat vervloekt is, sinds de diversiteitscultus wordt gebruikt als middel om scherpe kritiek te smoren en elke vorm van belediging -ook aan de machthebbers- taboe te verklaren. Ik verzeker u: het is een kwestie van tijd voor ook deze twee literaire topwerken aan een grondige ‘revisie’ ten prooi vallen.

Net daarom beschouw ik satire als een van de laatste vluchtheuvels van die Europese kritische traditie, de laatste erfgenaam van de verlichting. Mogelijk overleeft hij in de meme, de internetgrap, tersluiks gestrooid op de sociale media waar al evenzeer de politiek correcte censuur oprukt. Hoe dood die cartoonist is, valt dan toch nog af te wachten. Charlie is ten einde, maar de spotlach is altijd elders.

(*) Dit essay is een voorpublicatie van mijn nieuw boek rond humor, satire en politieke (in)correctheid. Verschijnt in de herfst bij Doorbraak.  

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor De dood van de cartoonist

Het Steen, de bouwmeester en de brulapen

afspraak2

Ex-bouwmeester Leo Van Broeck (uiterst links): ‘We bouwen dat gewoon, eens het er staat zal de Antwerpenaar er zich wel in schikken’

Mijn opinie omtrent het nieuwe toeristische bijgebouw van het Antwerpse Steen heb ik al gegeven: een wanstaltige koterij die per direct dient afgebroken. Ongelukkig genoeg kreeg u daarbij ook gratis voor niets een analyse van de Antwerpse mentaliteit, die vele Sinjoren me kwalijk namen. Zo wil ik het ook wel houden: dit is geen adres voor de mainstream, noch de linkse, noch de rechtse variant.

Maar dus die legoblok naast het Steen. Op de VRT-uitzending van De Afspraak van 3 mei wist men te vertellen dat vrijwel geen enkele Antwerpenaar warm loopt voor deze ‘renovatie’. In tegendeel, de afkeer is vrij algemeen in de Scheldestad. Niettemin had Phara drie figuren uitgenodigd die het een prima ontwerp vonden, te weten ex-DS-hoofdredacteur Peter Vandermeersch, journalist Luckas Vander Taelen, en de vorige Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck. Vond men geen enkele tegenstander die naar de studio wou komen? Schrijver Jeroen Olyslaegers bijvoorbeeld, die de kat de bel had aangebonden? Of wilde men het liever unisono houden?

Vooral Leo Van Broeck liet zich niet onbetuigd: het protest zou uitgaan van een groepje ‘brulapen’ (sic) die de rest meetrekken in hun negativisme. En mensen verzetten zich altijd tegen wat nieuw is, ze draaien nadien wel bij, luidde het. Anders gezegd: de samenleving bestaat vooral uit brulapen en meelopers, gelukkig zijn er architecten die goede smaak, intelligentie en historisch bewustzijn combineren.

La Flandre profonde

FLEMISH GOVERNMENT ARCHITECT BOUWMEESTER WIEERS

Bouwmeesters zijn mannen met een raadselachtige glimlach in een wazig decor en met de blik op oneindig (Erik Wieërs)

Ik weet niet of u goed de draagwijdte beseft van zo’n uitspraak: een ex-topambtenaar van de Vlaamse gemeenschap die burgers, die kritiek uiten op een bouwproject, als ‘brulapen’ kwalificeert. Van Broeck ventileert dat niet zomaar: hij was de Vlaamse bouwmeester tussen 2016-2020, die stelde dat ‘vrijstaand bouwen crimineel is’. Weer een uitschuiver van jewelste, want iets is pas crimineel als het tegen de regels en de wet indruist, en die wetten worden nog altijd door het beleid bepaald en door het parlement gestemd. Zijn opvolger, architect/’filosoof’ Erik Wieërs (foto), wil dan weer dat we het privé bezit opbreken en in collectieven gaan wonen. Dat is een visie als een ander, maar wanneer een topambtenaar/expert dat in de media orakelt, moeten er een paar alarmbellen afgaan.

Koen Tanghe signaleerde een week geleden al dat er iets mis is met de invulling van dat Vlaamse bouwmeesterschap. De job werd in 1998 in het leven geroepen door de regering Van den Brande IV, als een adviserende functie inzake stedenbouw en publieke architectuur. Hoe overheidsgebouwen er moesten uitzien, en hoe de publieke ruimte kon ingevuld worden. Adviserend dus.

De ruimtelijke hertekening van Vlaanderen moet een nieuw soort Vlaming opleveren, weg van de grondgebondenheid.

Met die missie hebben de bouwmeesters -die zonder uitzondering allemaal zelf een groot architectenbureau leiden- nooit genoegen genomen. Het bleken zonder uitzondering bemoeizuchtige ideologische betweters met een duidelijke links-collectivistische en grootstedelijke visie op de samenleving. Kleiner, dichter op elkaar, in de hoogte. Een visie die wezenlijk on-Vlaams is en waarvoor ook waardevolle/duurzame alternatieven mogelijk zijn.

Het is nu net dat Vlaamse DNA waar links op focust: parallel met de culturele uitzuivering van onze identiteit moet ook de levensruimte gereorganiseerd worden. De ruimtelijke hertekening van Vlaanderen moet een nieuw soort Vlaming opleveren, weg van de grondgebondenheid. Het doel is duidelijk: een ontheming die ons dichter bij de multiculturele, grootstedelijke utopie moet brengen, ontdaan van ‘kleinburgerlijke’ of provincialistische reflexen. La flandre profonde moet leeg, de buitenruimte is een te evacueren broeinest van primitieve autochtonen die van de moderniteit niets snappen.

Cultuurmarxisme

BourgeoisGeert Bourgeois (N-VA) probeerde de status van de bouwmeester terug te brengen tot deze van adviserend expert, maar moest inbinden onder druk van de sector

De drang van architecten om mensen te dicteren hoe ze moeten leven, is een vorm van cultuurmarxisme waarbij een intellectuele elite de democratie omzeilt en haar agenda doorduwt. Inspraak van de burger is dan eigenlijk pure ballast. De bouwmeester is iemand die voor u denkt, plant, maar zich ook een autoriteit toeëigent die de eigenlijke politiek verantwoordelijke in de schaduw stelt. Dat is de schuld van de politiek zelf natuurlijk. Ik ben de laatste om te zeggen dat Vlaanderen zich verder moet overgeven aan urbanistieke willekeur en chaotische koterij. Maar het beleidsdomein dat zich daarmee moet bezig houden heet Ruimtelijke Ordening, onder het gezag van een minister (vandaag is dat Zuhal Demir). Helaas heeft Demir aan de bouwmeester niets te vertellen, die staat rechtstreeks onder de minister-president. Onder niemand dus.

Hoe meer we verglijden in korte termijnpolitiek die nooit verder kijkt dan de volgende verkiezing, des te meer ruiken deze wereldverbeteraars hun kans.

In 2014 al realiseerde de regering Bourgeois zich dat zo’n architect-orakel, dat zijn eigen visies kwistig rondstrooit en verkoopt als beleidsvisies, niet echt thuishoort in een democratie van burgerparticipatie. Zijn poging om de functie van bouwmeester terug te brengen waar ze thuishoort, namelijk binnen het departement Ruimtelijke Ordening, lokte vanuit het architectuurwereldje zoveel protest uit -het leek alsof Vlaanderen opnieuw in de barbarij zou belanden-, dat Bourgeois inbond. Waarna Van Broeck dus op het toneel verscheen. Meer en meer krijg je de indruk dat deze figuren niet alleen bezig zijn met ruimtelijke ordening, maar ook met propageren van een mens- en maatschappijbeeld. Hoe meer we verglijden in kortetermijnpolitiek die nooit verder kijkt dan de volgende verkiezing, des te meer ruiken deze wereldverbeteraars hun kans.

De Vlaamse bouwmeester hoort in het rijtje thuis waar we ook griepcommissaris Marc Van Ranst terugvinden: bij de adviseurs/experten die zich zonder scrupules in de plaats van het beleid stellen. Het zijn onverkozen mandarijnen die macht naar zich toe trekken en de media voluit bespelen. Dat ze uit dezelfde ideologische hoek komen is geen toeval. De hoek die het gewone gepeupel als ‘brulapen’ kwalificeert. Het moeten niet altijd mestkevers zijn.

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Het Steen, de bouwmeester en de brulapen

Jean-Marie Dedecker, de Ambiorix van de Noordzee

DedeckerAlle verzetsstrijders ter wereld, buigt het hoofd voor de terrassenguerrilla 

Vorige zaterdag verscheen in Doorbraak een bijdrage van Ignace Vandewalle, getiteld ‘1-mei-terrassenguerrilla van Jean-Marie Dedecker’. Het stukje verscheen inderdaad op de Dag van de Arbeid, wat me deed veronderstellen dat de titel ironisch bedoeld was, quod non. De heer Vandewalle breekt er een lans voor het onverwijld openstellen van de horecaterrassen, -op zich een nobel streven-, met de gebruikelijke sneren naar de ‘egocentrische narcist’ Van Ranst, maar wringt vervolgens de geloofwaardigheid van zijn vertoog helemaal de nek om door Jean-Marie Dedecker, bij wie hij als parlementair medewerker in dienst is, als de nieuwe Tijl Uilenspiegel, Robin Hood, Che Guevara en Ambiorix in één persoon voor te stellen.

Alle verzetsstrijders ter wereld, opgejaagde aanhangers van de ei-zo-na vergiftigde en nu in de goelag vertoevende Aleksej Navalny, Chinese auteurs onder huisarrest, rebellen die in de kerkers van Assad creperen, Catalaanse politici voor jaren in verzekerde bewaring, …. buigt allen nederig het hoofd voor de man die zijn gemeentepersoneel wat tafels en stoelen op de Middelkerkse dijk liet zetten. 

Nogmaals: ik twijfelde een paar keer of het nu echt satirisch bedoeld was, die kwalificatie van Jean-Marie als ondergronds verzetsstrijder, en dan die euforische afsluiter ‘Vanaf vandaag tot het einde der tijden wordt in Middelkerke 1 mei gevierd met de herdenking van de terrassenguerrilla van Jean-Marie Dedecker’. Tot het einde der tijden! Als Ignace ooit zonder job valt, kan ik Kim Jong-un een suggestie doen. 

Van dieprood naar donkerblauw

MiddelkerkeToegegeven, het is een stunt van jewelste, en niet eens illegaal: afhaalservice bij alle cafés en restaurants, en op een paar meter afstand gemeentelijk meubilair plaatsen, zogezegd om wat te verpozen. Een week later, op 8 mei, mag de horeca in open lucht sowieso terug open, zonder achterpoortjes, maar door 1 mei uit te roepen tot dag van de terrassenrevolutie kreeg Jean-Marie alvast nog eens alle binnenlandse TV-zenders over de vloer plus wat dagjestoeristen die van het Rijk van de Vrijheid kwamen proeven. We weten allemaal dat de sossen het de horeca niet gunden, die 1 mei, wat het bevrijdingsfeest aan de Noordzee nog een extra allure gaf.

Een guerrilla is bij mijn weten een ondergrondse strijd tegen een regime. Bij Jean-Marie ligt dat wat ingewikkelder.

Judo mag een saaie sport zijn en Middelkerke een nog saaiere gemeente, JMDD is geen saaie politicus. Ik lees zijn Knack-columns graag, die bol staan van overdrijvingen en hyperpopulistisch gedram. Echter, om een aantal redenen is het misplaatst om Dedecker de eretitel van rebel, laat staan verzetsstrijder toe te kennen, zelfs niet bij wijze van hyperbool. Een rebel staat per definitie aan de andere kant van het systeem en het establishment. Een rebel wordt geviseerd door dat systeem, eventueel zelfs gecriminaliseerd. En een guerrilla is bij mijn weten een ondergrondse strijd tegen een regime. Bij Jean-Marie ligt dat wat ingewikkelder.

De man die volgens zijn begeesterde werknemer Ignace Vandewalle eerst een fan was van Che Guevara en Fidel Castro, tot hij de verwerpelijke excessen van het communisme leerde kennen en zich tot het meest donkerblauwe liberalisme bekeerde, is vooral een politieke overlever die via een reeks bokkensprongen, half-mislukte deals en een éénmanspartij terug bij de N-VA terecht kwam, de partij die hem al eens het mes in de rug had gestoken door het dictaat van de tsjeven te slikken. Zand erover, in 2019 lukte hem de dubbelslag van burgemeester van Middelkerke en federaal kamerlid, als onafhankelijke op een N-VA-lijst. 

Politique politicienne

casino‘Ik blijf nog wat in Brussel om te lobbyen voor Middelkerkse projecten’ (ontwerp nieuw casino, voorzien midden 2023)

Daarmee is de ‘dappersten der Belgen’, ‘de geest van Ambiorix’ (sic) helemaal thuisgekomen, middenin het politieke establishment waartegen hij met één been ook voortdurend stampt, wat telkens applaus oplevert bij fans die de dubbele agenda niet snappen.

De rebel wil namelijk ook boter bij de vis. Met een burgemeesterswedde én deze van federaal kamerlid zit Jean-Marie toch tamelijk diep in het systeem waartegen hij zo te keer gaat. Al maanden kondigt hij aan de ‘nutteloze stiel’ (sic) van parlementslid over te laten aan Joren Vermeersch, ex-parlementair medewerker uit de LDD-tijd en nu N-VA-ideoloog, maar het komt er niet van: de nutteloze praatbarak levert hem maandelijks 5700 euro netto op, plus een eveneens met belastinggeld betaalde medewerker zoals Ignace Vandewalle, plus een riant pensioen. ‘Ik blijf nog wat in Brussel om te lobbyen voor Middelkerkse projecten’ verklaart Jean-Marie. Een frappanter voorbeeld van politique politicienne kan men zich moeilijk voorstellen.

Met een burgemeesterswedde én deze van federaal kamerlid zit Jean-Marie toch tamelijk diep in het systeem waartegen hij zo te keer gaat.

Het is dat soort dubbelzinnigheden die van Jean-Marie Dedecker een kleurrijk politicus maken, met een ego van Knokke tot De Panne -een eigenschap die hij deelt met zijn tegenhanger Marc Van Ranst-, voor mijn part een vermakelijke brulboei, maar dan een die heel goed weet waar zijn persoonlijk belang ligt. Ignace Vandewalle anderzijds is een verdienstelijk onderzoeksjournalist, zie ‘De Illegale Ghelamco Arena’, maar zou moeten snappen dat heiligverklaringen, ter attentie van de nieuwe Ambiorix uit wiens hand hij eet, lachwekkend aandoen.

Daarmee kunnen we de Middelkerkse terrassenrevolutie van 1 mei afsluiten als een flauwe grap. Vandewalle, doe waar je goed in bent en schrijf een boek. Dedecker maak er eens een gedacht van: parlementairen moeten doen waarvoor ze betaald worden, namelijk hun kiezers vertegenwoordigen en de uitvoerende macht ter verantwoording roepen. Zo niet, dringend dat petje inleveren.

Laat me zeker weten wanneer dat nieuwe casino opengaat, beste Jean-Marie, nu al dé trefplaats van de fiscale guerrilla, het levende bewijs dat alleen domme mensen belastingen betalen. De opvolging van Che Guevara is verzekerd. Tot het einde der tijden.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Het politiek theater, Politiek incorrect | Reacties uitgeschakeld voor Jean-Marie Dedecker, de Ambiorix van de Noordzee

Ja, Conner, ik beken: ik ben ooit wel eens langs de Delhaize-kassa geglipt met een onbetaalde biefstuk

Delhaize

Korte alternatieve 1 mei-toespraak

Vandaag 1 mei, dag van de arbeid, waarop ondergetekende u traditiegetrouw op een gelegenheidscolumn vergast. Ik hoor u al gniffelen: joepie, weer een Sanctorumstukje tegen de socialisten. Ja en neen, niet helemaal, het zit zo. Ik ben allergisch voor socialisten, maar even allergisch voor sociaal egoïsme. Ongelijkheid zit in de natuur en is ook des mensen, niet iedereen kan alles, werken moet beloond worden, maar ’s middags moet elk kind, slim of dom, rijk of arm, wel te eten hebben op school, zoals  Jean-Jacques De Gucht opperde, een politicus waar ik voor de rest heel weinig mee gemeen heb.

Res publica

geslotenHet is goed dat dit als een elementair aspect van beschaving wordt gezien, en niet als een -godbetert – socialistisch mantra: een samenleving die er niet van uitgaat dat iedereen recht heeft op voeding, een dak boven het hoofd, onderwijs en gezondheidszorg, is die naam niet waardig. Het gesakker op de luie Mohammed is al te dikwijls een alibi om zich met armoede en uitsluiting niet te hoeven bezig houden. Wel, ze bestaat, ook bij ‘gewone’ Vlamingen, hier en nu, éénoudergezinnen, gepensioneerden, chronisch zieken, mensen die beroepsmatig uit de boot zijn gevallen. Kinderen die niet mee op schoolreis kunnen of zonder boterhammen in de refter zitten te schooien, helaas, ze zijn er, en laten we dat nu even als niet-normaal accepteren.

Ik zie weinig cafébazen, doorgaans kampioenen van het economisch liberalisme, vandaag bezwaar maken over de hen met belastinggeld toegekende corona-steunmaatregelen.

Als Vlaams republikein – een uitstervende soort, zo lijkt- zie ik de Res Publica tegelijk als een politieke entiteit, een cultureel begrip, een samenlevingsmodel met een economisch dynamiek, én met een sociale missie. Een Vlaanderen van het elk-voor-zich heeft geen enkele meerwaarde. We moeten zoveel mogelijk mensen aan boord houden, niet om ze lui te maken, wel omdat we elke man en vrouw kunnen gebruiken om het schip op koers te houden. Zoveel mogelijk mensen laten aansluiten bij de brede middenklasse, is hét recept voor een bloeiende economie. Het idee anderzijds dat al wie op solidariteit een beroep doet, een ‘profiteur’ is, is de kortste weg naar de vernietiging van het kostbare weefsel waar rechts het zo graag over heeft. Ja, er bestaat uitkeringsfraude, zoals er ook belastingontduiking bij goedverdieners en grote bedrijven bestaat.

Toch zijn belastingen hét middel om het gewicht van de boot in het midden te houden, nog zo’n rechts taboe. Belastingen spijzen gewoon een grote gemeenschappelijke pot waarvan de -door ons verkozen- beleidsmakers bepalen wat ermee gedaan. U wil geen belastingen betalen, u verkiest een netto loon dat gelijk is aan het brutobedrag? Betaal dan ook maar zelf uw ziekenhuisrekening en mopper niet op de gaten in het wegdek. Het gaat er niet om hoeveel men afhoudt, het gaat er vooral om hoeveel u terug krijgt. Ik zie weinig cafébazen, doorgaans kampioenen van het economisch liberalisme, vandaag bezwaar maken over de hen met belastinggeld toegekende corona-steunmaatregelen. Idem dito voor die Brusselse ring die nu, tot plezier van velen, nog breder zal gemaakt worden dan hij al is,- terwijl investeringen in een degelijk openbaar vervoersnet me veel nuttiger lijken, maar soit-: waar denkt u dat dat geld vandaan komt?

Debora en haar prins op sneakers

 Armoede is een sluipend gif, ik verzeker u, het maakt een samenleving kapot. Het heeft geen enkel socio-economisch en nog minder een socio-cultureel nut. Het wordt doorgeërfd in generaties, ook dat is pervers. Het maakt mensen dom, perfide, apathisch of asociaal. Ik kan het weten: ooit zat ik zelf in de situatie van te moeten onderduiken voor schuldeisers, geen job -als docent geweerd wegens niet politiek correct genoeg-, en geen recht op een studietoelage voor mijn zoon wegens een te laag (!) inkomen.

Dan word je wel creatief in het overleven, maar het slorpt vooral veel energie op, elke dag beginnen met de vraag: ‘Hoe aan eten geraken?’ of ‘Hoe die deurwaarder afwimpelen die de huur komt opeisen?’ In die tijd passeerde ik wel eens de kassa van mijn Debora, toevallig ook een Delhaize, met een onbetaalde biefstuk in mijn binnenzak, terwijl ik haar zag denken: ‘waarom draagt die mijnheer zo’n grote regenjas terwijl het helemaal niet regent?’ Ik probeerde haar niets uit te leggen en maakte dat ik weg kwam. Dat was, om het in de tijd te situeren, toen de Bende van Nijvel de Delhaizes van dit land bezocht met iets mindere vormen van discretie.

Socialisme is de façade van het miserabilisme, het klein en afhankelijk houden van mensen, in de hoop dat ze blijven voor je stemmen.

Waarom vertel ik u dat allemaal? Niet om goedkope sympathie of achterstallig medelijden op te wekken, absoluut niet. Wel om duidelijk te maken waarom ik tegen socialisten ben én tegen armoede. Socialisme is de façade van het miserabilisme, het klein en afhankelijk houden van mensen, in de hoop dat ze blijven voor je stemmen. Daarom worden de allochtone populaties als nieuw electoraat gepamperd. Die betutteling zie je ook in de manier waarop de grote communicator Conner Rousseau zijn Debora in de Delhaize van Nieuwpoort goedmoedig iets ‘probeerde uit te leggen’.

Zonnebank

Het is een grap die een hype werd: naïeve kassierster geraakt Platonisch bevriend met een onbekende klant, die de baas van Vooruit blijkt te zijn, en valt bij dat bericht bijna in katzwijm. Dat Debora volgens de foto veel te lang onder de zonnebank heeft gelegen, zou er kunnen op wijzen dat ze ook politiek wat gezond inzicht kan gebruiken. Want los van de gestolen nieuwe partijnaam, de kinderlijke adoratie voelt genant aan, en de attitude van Conner een onbewuste illustratie van het meest achterhaalde paternalisme.

biefstukSoit, die gestolen biefstuk heeft gesmaakt, in weerwil van het biefstuksocialisme en het gezegde ‘gestolen goed gedijt niet’. Voor hetzelfde geld zat ik al lang in de bak, en werden u al deze regels bespaard. Noteer wel dat, voor ik een deftig leven leidde als boekenschrijver en Doorbraak-columnist, ik alles aannam om geen uitkering te hoeven aanvragen, onder meer als speechschrijver voor het Vlaams Belang, wat vele weldenkende Vlamingen me dan achteraf ook weer kwalijk namen. Het is ook nooit goed.

Met deze openhartige bio wil ik graag mijn 1 mei-minispeech afsluiten. Het is een last die afvalt. Wist u overigens dat een Amerikaanse vakbond op het einde van de 19de eeuw deze feest- en strijddag bedacht? Iedereen heeft dus wel degelijk recht op zijn/haar eerste meidag, laat dat duidelijk zijn.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Ja, Conner, ik beken: ik ben ooit wel eens langs de Delhaize-kassa geglipt met een onbetaalde biefstuk

Antwerpen, het triest bordeel aan de Schelde

Steen_nieuwEen aangespoelde Sinjoor spreekt

Op de sociale media circuleert een foto van het Antwerpse Steen, de restanten van de middeleeuwse burcht aan de Schelde die al sinds 2018 een ‘renovatie’ ondergaat. Er wordt een grote vierkante blok tegen gepoot, die een ‘toeristisch onthaal- en bezoekerscentrum met cruiseterminal’ moet worden.

Het bureau noAarchitecten (de naam alleen al) won in 2016 de wedstrijd, handig inspelend op het verlangen van de stad naar kosmopolitische grootsheid. In wilde dromen zag men grote ladingen toeristen met dikke portefeuilles -vandaar die cruises- aanmeren die de horeca en alle nevenbedrijven gelukkig moeten maken. Antwerpen zal zich meten met Copenhagen, Londen, Barcelona, en Venetië … waar, helaas, cruiseschepen hoe langer hoe minder welkom zijn wegens te lelijk en te belastend voor de binnenstad. De concurrentie wordt klein, we maken een kans.

Bezette Stad

Schip_Fin_de_la_GuerreFin de la Guerre, het groteske ‘oorlogsschip’ dat tijdens een Antwerpse uitbraakpoging al na tien minuten vastliep.

Soit, het Steen zal terug het echte Steen worden van weleer. Maar wat is dat? Met hun betonnen koterij hebben de No-architecten de nagel op de kop geslagen: al van de vroege middeleeuwen is de burcht een voorbeeld van militaire ondoelmatigheid, en heeft hij met zijn bijgebouwtjes meer dienst gedaan als gevangenis, folterinrichting, toilet en museum, zelfs een houtzagerij, dan als vesting. Die frustratie zit diep in het Antwerpse genoom: we weten niet wat er achter de Scheldebocht loert, en als we het zien is het al te laat. Dat was al van in de 9de eeuw met de strooptochten van Noormannen. Deze hoonden het zandkasteel weg, lieten het voor wat het was en voeren met hun snekken de Schijn op om aan cruisetoerisme in de Kempen te doen.

De verdedigingsstrategie blijkt nooit te kloppen, met de Val van Antwerpen in 1585 als dieptepunt.

Het Steen symboliseert dus vooral veel Antwerps verdriet. De verdedigingsstrategie blijkt nooit te kloppen, met de Val van Antwerpen in 1585 als dieptepunt. Ook dat verhaal is gekend: men stuurde een ‘oorlogsschip’ vol buskruit, genaamd Fin de la guerre, op de Spaanse pontonbrug over de Schelde af, dat helaas in het zand vastliep en voor veel vuurwerk zorgde. Veldheer Farnèse kwam niet meer bij. Van het lachen dan. Toen componist Richard Wagner, wiens opera Lohengrin zich aan het Steen afspeelt, de burcht bezocht, proestte hij het uit bij de nietigheid ervan.

Als aangespoelde Antwerpenaar zeg ik u: ondanks de Strangers zijn deze stad en zijn vesting een standing joke, verloren moeite om er een impressionant ‘landmark’ van te maken. Burgemeester van Antwerpen zijn, betekent: burgemeester zijn van een bezette stad, titel van de groteske dichtbundel van Antwerpenaar Paul van Ostaijen, waarin we meesterwerkjes vinden als Holle Haven en Bordel.

Djimmenas!

Antwerp-myths-and-legends-Semini-statue-over-Steen-entrance-close-upSemini, vruchtbaarheidsgod zonder edele delen, aan de ingang van het Steen

De blijde intrede van de cruisetoeristen moet deze tragikomedie eindelijk afsluiten. Dit wordt een verhaal van herwonnen fierheid. Maar zullen ze komen? Het is bang afwachten. En hoe gaan ze zich gedragen? Toch niet zoals de Noormannen of de Spaanse furie van weleer? Zullen ze wel betalen?

Ook in het stadsbordeel Villa Tinto, even grauw en troosteloos als de in aanbouw zijnde cruiseterminal en op amper vijf minuten wandelen van het Steen, houdt men voorlopig de billen dicht genepen. Het alom bekende Schipperskwartier werd eveneens ‘gesaneerd’, waardoor de originele rosse buurt herleid werd tot, jawel, een bunker met de gezelligheid van een foltergevangenis.

Van een echte stijve naar een fake voorhuid: de Antwerpenaar staat maar weer eens voor lul.

Over snij- en kapwerk gesproken: de ingangsboog van de oude Steenpoort bevat een beeldje van Semini, een vruchtbaarheidsgod die met zijn prominent ‘gerief’ duidelijk naar de geneugten van het leven verwijst en zelfs letterlijk de richting van het Schipperskwartier aangeeft Althans dat was zo: na de Val van Antwerpen hebben vrome Jezuïeten de fallus afgekapt, en ter compensatie in de O.L.V-kathedraal de voorhuid van Christus geëtaleerd. Van een echte stijve naar een fake voorhuid: de Antwerpenaar staat maar weer eens voor lul. De afgekapte hand van de reus Antigoon (hand-werpen) zou niets anders zijn dan een variant op dit castratieverhaal.

In de Antwerpse vloek ‘djimmenas!’ (‘klote!’) weerklinkt nog het droeve lot van het Semini-beeldje, én van het ganse Steen natuurlijk, én van de stad: hier huist de Sinjoor, spotnaam voor de bastaardzoon van een Spaanse soldenier en een plaatselijke deerne. Ik wil maar zeggen: de niet-architecten maken het verhaal van de Antwerpse faling helemaal waar. Wat de Gentenaren niet tolereren, een verminking van hun Gravensteen, lukt in de Scheldestad moeiteloos, omdat de hand toch al geworpen is.

De malcontente Sinjoren zijn er hoe dan ook aan voor hun moeite: zoals gezegd werd het ontwerp al in 2016 toegewezen en wordt het nieuwe Steenkot in het najaar opgeleverd. Men had al vijf jaar geleden moeten protesteren. Is de Antwerpenaar opgelicht door zijn stadsbestuur? Dat zou kunnen, maar zich misleid voelen is een onvervalst Antwerpse beleving, zie ook wat De Wever en C° met de nachtvlinder/keukenprinses Sihame overkwam. Ook deze betaalde sessie begon vrolijk maar eindigde in ruzie en de rancune van een stel opgelichte klanten. Het toont wat Antwerpen is: een triest zandkasteel-annexe-bordeel aan de Schelde. Daarom beoordeel ik het renovatie-ontwerp als geniaal, hebben de zeurpieten geen punt, en is er maar één kreet gepast: ‘djimmenas!’

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Antwerpen, het triest bordeel aan de Schelde