Het Vlaamse woonbeleid is een non-beleid

En dan heb je er ook geen minister voor nodig

Als eksterogen die beginnen te steken duiken bij bevoegde ministers wachtlijsten op, soms erfenissen van voorgangers decennia terug, waar nooit iemand eens korte metten mee maakt. Het is altijd kort dag in de politiek.  Zo’n eksteroog is de wachtlijst voor sociale woningen in Vlaanderen. Ca.170.000 gezinnen staan er op, de wachttijden lopen op tot acht jaar. De tijd waarin je kinderen groot worden. Ondertussen is het kamperen in slechte, ongezonde behuizing, dikwijls met een huisjesmelker die in onderhoud of renovatie helemaal niet geïnteresseerd is. Ze bestaan, helaas.

Sociale woningbouw betreft een door de overheid gecoördineerde en gesubsidieerde vorm van wonen. In Vlaanderen is dat meer specifiek de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, onder de bevoegdheid van Matthias Diependaele (N-VA). Bedoeling is de sociale huisvestingsmaatschappijen aan te sturen en te steunen, private projectontwikkelaars die zich specifiek richten op het bouwen van huurwoningen en appartementen voor mensen met een bescheiden inkomen.

Het is een uitermate technisch dossier, maar net daardoor raken een paar essentiële punten ondergesneeuwd. De enorme achterstand in Vlaanderen inzake sociale woningbouw, de uit de pan rijzende prijzen voor huizen en bouwgronden die ze zelfs voor de middenklasse onbetaalbaar maken, en de deregulering van de private huurmarkt, creëert een nog grotere jacht naar woongelegenheid, nog hogere prijzen, een spiraal die helemaal niet gezond is. Hier moet de overheid wel degelijk iets doen.

Laisser faire, laisser passer

De druk op de markt neemt zodanig toe dat zelfs voor tweeverdienende koppels een gezinswoning quasi onbetaalbaar wordt

Dat de actuele Vlaamse regering niet bepaald een voorbeeld is van een goed draaiend overheidsapparaat, is een understatement. Ze moddert maar wat aan en wordt ook door de ‘bevriende’ pers beschouwd als een van de slechtste sinds het startjaar 1981. Jan Jambon straalt besluiteloosheid uit en elke minister rijdt vooral voor zijn eigen politieke winkel. Men moet zich daarbij afvragen waarom Matthias Diependaele, Vlaams minister van Financiën en Begroting, er ook nog de bevoegdheid Wonen bij kreeg. Diependaele heeft een uitgesproken liberale visie op het woongebeuren, en huldigt het motto laisser faire, laisser passer. Laat de vrije markt maar spelen en de wet van vraag en aanbod maar werken. Dat is een visie als een ander, maar daarvoor heb je eigenlijk geen minister nodig.

Het is een kerntaak van de overheid om ervoor te zorgen dat iedereen minstens een dak boven zijn hoofd heeft, en dat de kostbare ruimte hiervoor goed wordt beheerd.

Een aantal cruciale domeinen werken duidelijk niét puur vanuit de vrije markt. Energie is er een van. We hebben gezien waar de uitverkoop van Electrabel door Verhofstadt heeft geleid. Cruciale nutsvoorzieningen zoals water en telecom hebben ook een supervisie vanwege de gemeenschap nodig. Door de ‘geliberaliseerde’ telecommarkt is België bij de duurste van Europa. Onderwijs, openbaar vervoer en gezondheidszorg hebben we -gelukkig- niet helemaal geprivatiseerd of we zaten met Amerikaanse toestanden waar mensen in de goot sterven.

Wonen is naar mening ook zo’n domein waar men echt kan tonen wat goed bestuur is, zonder aan regelneverij te doen. Het is een kerntaak van de overheid om ervoor te zorgen dat iedereen minstens een dak boven zijn hoofd heeft, en dat de kostbare ruimte hiervoor goed wordt beheerd. Geen probleem met een strenge aanpak van misbruiken, huurders die vastgoed blijken te bezitten hier of in het buitenland, die van een exuberante levensstijl blijk geven die andere inkomsten doet vermoeden, of manifeste werkonwilligheid.

Ongebruikte pot

Gents beluik, 19de eeuw

Een conjunctuur laat zich perfect aflezen vanuit het vastgoedgebeuren. Een oververhitte markt werkt destabiliserend, kijk maar naar de Amerikaanse kredietcrisis van 2008. Voor een goed functionerende economie mag een gezinsbudget eigenlijk niet meer dan 25% besteden aan woonkosten (huur of afbetaling van een lening of hypotheek). Vandaag is dat voor gezinnen uit de lagere middenklasse een derde geworden, voor de categorie daaronder 40% of meer. We spreken vanaf dan over armoede: mensen die zich het eten uit de mond sparen om de huur te betalen, en uiteindelijk toch door een deurwaarder op straat worden gekeild.

Interessante bedenking voor Diependaele is misschien dat je met zo’n non-beleid rond wonen armoede bevordert en extreem-links slapend rijk maakt.

Economisch én sociaal werkt dit ontwrichtend. We komen terug in 19de-eeuwse toestanden terecht van een proletariaat dat amper aan de economie kan deelnemen, met niets in orde is, en puur op overleven is aangewezen. Interessante bedenking voor Diependaele is misschien dat je met zo’n non-beleid rond wonen armoede bevordert en extreem-links slapend rijk maakt.

De minister mag dus méér dan een tandje bij steken. Daarbij stelt zich het bizarre fenomeen dat het geld er wel is, maar niet wordt gebruikt. Van de 1,1 miljard euro die de Vlaamse regering in 2021 beschikbaar stelde voor leningen voor de bouw en renovatie van sociale woningen werd tot september respectievelijk 194 miljoen euro (bouw) en 257 miljoen euro (renovatie) toegekend. Diependaele verwijst naar ‘ingewikkelde procedures’ en de rompslomp rond de fusie-operatie van sociale huisvestingsmaatschappijen met de sociale verhuurkantoren, maar dat zijn allemaal flauwe excuses om slecht beleid te verdoezelen. Uiteindelijk is hij zelfs zinnens het overschot te gebruiken voor goedkope leningen aan gewone projectontwikkelaars die zich niet met sociale woningbouw bezig houden.

Gidsland Nederland

Hugo De Jong (CDA) Diependaele’s Nederlandse collega: ‘We hebben veel te lang geloofd dat de markt als vanzelf de vraag en het aanbod in evenwicht zou brengen. Dat heeft níét ­gewerkt’. (DS, 25/5)

Voorts schuift minister Diependaele de hete aardappel vooral door naar de lokale overheden, de gemeenten en steden, om het probleem op te lossen en voor bouwheer te spelen. Quod non, werkt niet. Het overgrote deel van de Vlaamse gemeenten komt niet eens aan de 15%-norm voor sociale woningbouw. Een redelijk streefcijfer opleggen schuift de minister door naar een volgende regering. Andermaal: wat zit die man dan op die stoel te doen?

Nederland opteert, in de figuur van minister Hugo De Jong (CDA), voor een totaal andere aanpak en grijpt de koe bij de horens: een streefcijfer voor elke gemeente of stad van 30 procent sociale huurwoningen, 40 procent van de nieuwbouw specifiek gericht op middeninkomens, en daar bovenop een regulering van de huurprijzen, volgens categorieën inzake comfort, grootte van de woning enzovoort.

Het is niet de bedoeling om levenslang te verblijven in zo’n sociale woning. Het systeem verlicht wel de markt, matigt de prijzenspiraal en moet sociale promotie aanmoedigen. 

De Jong in een DS-interview van 25/5: ‘In Nederland hebben we nu de ongelooflijke opdracht om onze volkshuisvestelijke traditie in ere te herstellen’. Kijk, dat noem ik nu ambitie. Dit voluntaristisch standpunt is volgens mij realistisch én sociaal billijk. Zowel menselijke grondrechten als economische opportuniteit, niet in het minst voor de bouwsector, komen hier aan bod. Terwijl ook gezond en doelmatig ruimtebeheer, het vermijden van de vervloekte Vlaamse lintbebouwing bijvoorbeeld, aan de orde is. Ook daar hebben we een historische achterstand, tot vermaak overigens van onze Noorderburen.

Het is niet de bedoeling om levenslang te verblijven in zo’n sociale woning. Het systeem verlicht wel de markt, matigt de prijzenspiraal en moet sociale promotie aanmoedigen. Het moet vooral gezien worden als een basis, waarop we de lat leggen, en waarbij huurders worden aangemoedigd om te ‘klimmen’, hun weg te zoeken in een goed gereglementeerde privé-huurmarkt, of wie weet een eigen woonst te verwerven. Dat blijft voor de bakstenen Vlaming de natte droom. Eigenaars vormen het kernpubliek van de N-VA, dus die groep uitbreiden zou politiek zelfs slim bekeken zijn. Op iets langere termijn weliswaar. Of bestaat ook dat niet meer?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Op onpare dagen ben ik links | 7 reacties

Wie interesseert zich nog voor sterrenrestaurants?

Zopas deelde Michelin zijn jaarlijkse sterren uit, waarbij nogal wat restaurants van bij ons in de prijzen vielen. Kwatongen beweren dat de uitgever, nu de papieren editie is opgedoekt, zich meer in de markt wil zetten als reserveringsplatform. Dat verandert de relatie met de horeca: van strenge jury met incognito inspecteurs naar een publicitair doorgeefluik. Feit blijft: de sterrenhemel verbleekt, niet alleen in de gastronomie. Wie wil in deze tijd nog betalen voor de pure status van een restaurant? En is het verantwoord dat zo’n chef-kok een maagzweer krijgt van de sterrenstress? Is dat goed voor zijn keuken?

Het verdwijnen van de papieren Michelin is tevens een ‘politiek’ teken aan de wand. Het gezag van experten die vertellen waar je moet zijn om goed te eten, is evenzeer in vrije val als deze van journalisten die zeggen voor wie je moet (of niet mag) stemmen. Online-beoordelingen van klanten zijn veel relevanter, dikwijls grappiger en meer to-the-point. Sommige chefs hebben dat vertoon zelf doorprikt, stuurden hun ster terug en noemen hun restaurant weer gewoon een brasserie, historisch gezien een brouwerij met een keuken aan. Als ik iets ga eten is het in zo’n brasserie, zonder teveel flauwekul maar met goed bereide gerechten waar ik geen uren op moet wachten.

De koksmuts en het schortje

‘L’Aile ou la cuisse’, (1976), parodie op de Franse gastronomiecultus, met Louis de Funès en Coluche

De Franse onhebbelijkheid om alles te catalogeren en van een cijfer te voorzien, én de behoefte aan vertoon, daar doen we niet meer aan mee. Gastronomie -het woord alleen al: letterlijk ‘maagkunde’- was op een zeker moment meer tafeltheater geworden, het opzetten van een (duur) decor vol gewichtigdoenerij, waarbij de obers je zowat stalken en als misdienaars een liturgie opvoeren in zoveel gangen, met de chef als sacrale hoofdfiguur. De man met de koksmuts en het schortje, die beweert dat koken een kunst is, terwijl het gewoon gaat om wat moeder-de-vrouw al duizenden jaren doet, maar met minder vertoon.

Wat wij vandaag een klasse-restaurant noemen, is ontstaan na de Franse Revolutie, toen de burgerij de somptueuze banketten van de geguillotineerde adel wilde imiteren in een enigszins verkleinde en betaalbare vorm

Deze mannelijke usurpatie van de keuken, vergelijkbaar met de kaping van de geneeskunde, is uitgedraaid op een even mannelijk-pretentieuze industrie, die gericht is op de overdaad en/of het gebakken-lucht-effect. Wat wij vandaag een klasse-restaurant noemen, is ontstaan na de Franse Revolutie, toen de burgerij de somptueuze banketten van de geguillotineerde adel wilde imiteren in een enigszins verkleinde en betaalbare vorm, maar dus ook met veel servies, kandelaars, tafellakens en lakeien, garçons genoemd. Op hun beurt waren de tafeluitspattingen van Versailles een remake van de Romeinse eetfestijnen die soms dagen duurden en waar gasten zich regelmatig naar het vomitorium begaven om hun maag leeg te maken.

Dit decadent aspect kleeft aan de 20ste eeuwse gedemocratiseerde gastronomie. Eten om te eten is het toppunt van verveling. Vandaag is obesitas een van dé primaire doodsoorzaken in het rijke westen. In de cultfilm La Grande Bouffe (1973) wordt de vreetorgie karikaturaal ten top gedreven en met een stevige sekssaus overgoten. Na een weekend lang schransen en neuken sterven de vier hoofdpersonages van uitputting en leverfalen. Een film die de achterkant van de gastronomische cultuur genadeloos belicht. De fastfood, pizzahuts en hamburgertenten hebben een proletarische versie gecreëerd van dat Bourgondische teerfeest, met een nog groter suïcidale mix van vet en suiker.

Gezondheid

Voor de Grieken was eten maar een excuus om te palaveren in intieme kring

Los daarvan is eten in een restaurant, ondanks de artificiële gezelligheid, een vervreemdende bezigheid. Restaurants zijn saai tot enerverend. Je zit naast mensen die je niet wil zien, je hoort gesprekken (of ambiancemuziek) die je niet wil horen, je ruikt parfums die je niet wil ruiken, je wordt bestraffend aangestaard als je een vork laat vallen, je kijkt naar een kreeftenbak vol beesten die wachten op hun niet bepaald pijnloze executie, en dan is er het genante moment van de rekening die altijd tegenvalt.

Tafelen is mijns inziens dan ook in essentie een privé-zaak. Niets kan tippen aan eten thuis, met een paar gasten, zonder personeel dat in je bord kijkt. Daarom is Jeroen Meus Vlaanderens ongekroonde sterrenkok, en zijn afhaalmaaltijden vandaag zo populair voor wie te lui is om zelf in de keuken te staan.

Eten is namelijk, los van de biologische noodzaak om vitamines en proteïnen in te nemen, al sinds de uitvinding van het vuur een voorwendsel om al dan niet diepzinnig te zeveren, moppen te tappen en intimiteiten uit te wisselen.

Dat verlegt helemaal de focus van de gastronomie: het gaat om communicatie en quality time in intieme kring. Onder het motto van Epicurus: ‘Breng me een glas melk, we gaan fuiven’. Eten is namelijk, los van de biologische noodzaak om vitamines en proteïnen in te nemen, al sinds de uitvinding van het vuur een voorwendsel om al dan niet diepzinnig te zeveren, moppen te tappen en intimiteiten uit te wisselen. Daarvoor is een afscherming van de publieke ruimte belangrijk. Een openbaar eetfestijn lijkt me iets goor. Het symposium (‘Gastmaal’) van de filosoof Plato, waarin uitgebreid over de liefde wordt gebakkeleid, is het prototype van zo’n privé-etentje met meerwaarde, zonder pottenkijkers. Iets als het sponsordiner van Doorbraak, met optie van een filosoof aan tafel.

Dat is een slinger die onvermijdelijk terugslaat, waar Michelin niet aan ontsnapt, maar ook de horeca zal zich moeten heroriënteren. Alles moet kleiner en echter. De voedselcrisis die er zit aan te komen zal weer nopen tot creativiteit en matigheid, en dat is niet eens zo slecht. Een terugkeer naar de eenvoud, een gezonde keuken, ingrediënten van de korte keten, en de goesting om zelf te kokkerellen, kan ons genezen van het Grande Bouffe-syndroom. Leren dat er seizoenen zijn, dat varkensvlees niet uit Spanje hoeft te komen, dat je ook in een kleine tuin prima kruiden kan kweken, en dat je niets weggooit. En vooral: dat een aangename tafelsfeer de spijsvertering bevordert. Wist u trouwens dat het allereerste restaurant in 1766, jawel, van de Fransman Mathurin Roze, maison de santé werd genoemd?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Cultuur, Gastronomie | 13 reacties

Poetin en Zelenski: de Slavische ziel, in oorlog met zichzelf?

De Russen hebben de afgelopen week een enorme hoop schroot veroverd, in het Zuiden van Oekraïne: dat wat ooit de Azov-staalfabriek was. Een reusachtig labyrinth van tunnels, onderaardse gangen, kelders, over een oppervlakte van 11 vierkante kilometer, het perfecte decor voor een dystopische SF-film.

Inter-Slavisch conflict

In kaart: in welke steden wordt in Oekraïne strijd geleverd? | De Standaard  MobileOmdat hij Kiev niet kon innemen -en de stad niet wilde bombarderen- richtte Poetin zich dan maar op de Donbas en Zuid-Oekraïne als troostprijs

Een overwinning zonder strategische betekenis, want er kan in die puinhoop geen gram staal meer geproduceerd worden, en heel het omringende stedelijke gebied van Marioepol was al onder Russische controle. Maar het geharde Azovbataljon bleef weerstand bieden in wat op een middeleeuwse belegering leek, zonder dat duidelijk was wat ze nog te verdedigen hadden, behalve hun eigen vege lijf. De Russen anderzijds moesten en zouden deze trofee hebben, helaas een paar dagen na de 9 mei-parade.

Rusland en Oekraïne vechten niet alleen op de grond en in de lucht, maar ook ergens in een metafysisch vacuüm dat wij, westerlingen, niet kunnen bevatten.

De heroïek rond die maandenlange belegering én het Russische triomfalisme na de ‘grote zege’ onthult een facet van deze oorlog waar we niet mogen aan voorbij gaan: dit is niet zomaar een verzetsstrijd tegen een invasiemacht. Het gaat vooral om emoties, idée-fixes en quasi-religieuze aanspraken. Rusland en Oekraïne vechten niet alleen op de grond en in de lucht, maar ook ergens in een metafysisch vacuüm dat wij, westerlingen, niet kunnen bevatten. Een strijd om symbolen, om historische authenticiteit, om waarheid.

Het is met name een inter-Slavisch conflict waarvan Kiev, de absolute bakermat van Rusland, de eigenlijke inzet is. Dat kwam hier al aan bod in een eerdere bijdrage: zoals Jeruzalem een eindeloze conflicthaard is omwille van de heilige-oerstadcomplexen van twee religiën, is Kiev het voorwerp van een gelijkaardige symbolenstrijd tussen het oude Land van Roes en een opstandige provincie (zoals het in Moskou gezien wordt).

Diep dreunende mannenkoren

Boris en Gleb, de eerste Russische heiligen (vroeg-14e-eeuwse icoon van de school van Moskou).

Vergeet de Donbas. De bakermat van het oude Rusland is de echte inzet, net daarom was een bombardement op Kiev geen optie. Het metafysisch kader van deze oorlog wordt gevoed door een haast paranoïde hang naar zuiverheid, een strijd tegen het kwaad die in de retoriek van Poetin als een strijd tegen de nazi’s wordt verwoord.

Daarom moet Oekraïne gedenazificeerd worden. Het land hoort bij Rusland, maar is -altijd in het discours van Poetin- verloren gelopen, ontaard, van het rechte pad afgeweken. De Maidan-revolte en het verschijnen van springerige snoeshanen zoals Guy Verhofstadt: men moet dat spektakel eens proberen door Russische ogen te bekijken. Dat heel het gemilitariseerde Westen het behekste kind nu te hulp snelt, vergroot natuurlijk nog de zorg in het Kremlin om de verloren zoon.

Boven alle militaire strategie en propagandatechnieken hangt de hamvraag in deze Slavische ‘broederstrijd’: aan wiens kant staat God nu eigenlijk?

Dit gevoel voor drama wordt gevoed door iets wat cultuurfilosofen nogal mistig als de Slavische ziel omschrijven. Een mix van fatalisme, irrationalisme, cultus van het lijden, melancholie, én absolutisme. Het cynisme van de potentaat Poetin switcht daardoor moeiteloos met quasi-religieus sentiment en een pathetische vorm van zelfmedelijden. De weinig florissante jeugd van de huidige Russische president kan wat dat betreft veel inzicht bieden in wat zich vandaag afspeelt.

Dezelfde militante mystiek maakt dat de Orthodoxe Kerk, door de Sovjets oogluikend getolereerd, na de val van de Sovjet-Unie weer glorieus is opgestaan. Het is een volstrekt obsolete, middeleeuwse versie van het Christendom, vol ritualiteit, traditie, priesters met lange baarden, diep dreunende mannenkoren, niet-bediscussieerbare dogma’s en, jawel, een onvoorwaardelijke trouw aan de wereldlijke overheid. De scheiding tussen kerk en staat is in dat universum een lachwekkende uiting van decadentie.

Voor Zelenski is dit conflict, vanuit hetzelfde mystiek militantisme, een strijd tegen de duivel zelf. Het Azovbataljan heeft/had daarin bijna een kruisvaarderstatuut. Vergis u niet in de gewezen TV-komiek, niet toevallig van Joodse komaf: zijn retoriek is deze van een profeet. De actuele spanningen tussen de Russisch-orthodoxe kerk van Moskou en de Oekraïens-Orthodoxe Kerk van Kiev tonen een glimp van het theologisch dispuut. Boven alle militaire strategie en propagandatechnieken hangt de hamvraag in deze Slavische ‘broederstrijd’: aan wiens kant staat God nu eigenlijk? Het antwoord daarop kan niet halfslachtig zijn, geen vrucht van een diplomatieke conferentie.

Armaggedon

Verbeten slag om Marioepol - NRCMarioepol, mei 2022

De fameuze Slavische ziel dus, het tragische levensgevoel met een minachting voor futiele zakdoekproblemen, een diep respect voor het onvatbare en een hang naar het absolute, waar paradoxaal genoeg toch weer een waas van sentiment rond hangt. De religiositeit is de motor, het nationalisme de uitlaatklep. De melancholie is nooit ver weg, ze vormt een fatale cocktail met de alles-of-niets-logica. Poetin maakt zich op voor de totale oorlog, maar ook voor Zelenski is het nooit genoeg. Al vanaf dag één wou hij liefst direct een derde wereldoorlog beginnen, en elke dag doet hij een beroep op ons geweten om méér wapens geleverd te krijgen. In dit Armaggedon, waar het goede en het kwaad de eindstrijd aangaan, is een nucleaire climax wel degelijk een optie.

Het propagandistisch gebluf van Zelenski en het getoeter van de Russische staatstelevisie zijn elk op hun manier totalitair, als waren het orakels. Helaas kan er maar eentje de echte waarheid vertolken, die nooit in het midden zal liggen. 

Aan beide kanten van deze Slavische tragedie vormen de woorden, het discours, de emanatie van de Heilige Geest zelve. De viriele retoriek is krachtig én onderkoeld, zakelijk én mystiek (ter afwisseling van de orthodoxe gezangen neemt de Russische president graag een bad in hertenbloed). De houding die beide protagonisten voor het TV-scherm aannemen, statisch en de blik in de ogen van de schouwer -of is het op oneindig?-, lijkt als het ware op deze van de religieuze iconen. Het propagandistisch gebluf van Zelenski en het getoeter van de Russische staatstelevisie zijn elk op hun manier totalitair, als waren het orakels. Helaas kan er maar eentje de echte waarheid vertolken, die nooit in het midden zal liggen. Overgeven of onderhandelen is dus geen optie.

Voor Europa is dit een onbegrijpelijk fenomeen. De islam konden we als achterlijk rangschikken, maar dit is toch nog wat anders, het voelt als nabij én onbegrijpelijk aan. Wij hebben via beeldenstormers als Nietzsche al lang afgerekend met de metafysica en de waarheid, we hebben het modernisme omarmd, inclusief alle excessen van het consumentisme, de vervlakking, de pop- en massacultuur, de praatbarakken en heel de LGTIQ-reutemeteut. Aan de Russen is die spoeling voorbij gegaan, het interesseert hen gewoon niet. Sint-Petersburg was dan wel het venster op het Westen, maar zo’n venster kan je makkelijk dicht doen en dan blijkt dat de Russische treinsporen toch anders zijn afgesteld (1520 mm).

De jacht op WC-papier

Nóg een gevolg van de oorlog: Belgische brouwers met de handen in het haar  door schaarse bierflesjes | Gazet van Antwerpen MobileKomt het gros van onze bierflesjes toch wel uit Rusland zeker…

Dus gaat dit ook over een clash tussen werelden. Binnen de bodemloosheid van de Slavische ziel is geen plaats voor zoiets kneuterigs als democratie en mensenrechten, allemaal uitingen van het kleinburgerlijk materialisme én de bijbehorende angstcomplexen waarin het westen zich wentelt. Bij ons zal elke dode er een te veel zijn en een parlementair debat opleveren, de Russen kunnen rustig met een miljoen creperen, als het maar voor God en Vaderland is. Idem dito voor Oekraïne: het is sterven tot de laatste man.

De sluiting van de McDonalds in Moskou en andere metropolen zien wij als sancties, terwijl het de Russen net moreel sterker maakt, spiritueel voedsel geeft tegen de westerse decadentie.

Economische oorlog? Sancties? Laat ons lachen. Nu de gaskraan is dichtgedraaid, een brood drie euro moet kosten, en -minstens even erg- de aanvoer van bierflesjes stilvalt, beseffen we dat deze oorlog ons pijn zal doen, onze welvaart zal doen krimpen, de winters koud zal maken. Maar dat zijn de Russen gewoon, de boycot is niet symmetrisch. De sluiting van de McDonalds in Moskou en andere metropolen zien wij als sancties, terwijl het de Russen net moreel sterker maakt, spiritueel voedsel geeft tegen de westerse decadentie. De lege winkelrekken zullen bij ons snel tot oorlogsmoeheid en vervolgens tot een opstand leiden, maar in het land van Poetin versterken ze net de band met de macht, de president én de patriarch van Moskou die niemand minder dan God vertegenwoordigt.

De Slavische ziel wil lijden, glimlachen, het lot omarmen, ondergaan, wenen, sterven. De confrontatie die zich vandaag voor onze ogen ontrolt is vooral voor Europa gevaarlijk, omdat wij niet kunnen lijden, niet van plan zijn om te sterven, zelfs ons gat niet willen afvegen met krantenpapier. Het westen kan wel duizend tanks leveren, maar de echte munitie zit in het hoofd. Poetin en Zelenski vechten een heilige oorlog uit die compleet ons petje te boven gaat. Men kan zich de ongemakkelijke vraag stellen of het onze oorlog wel is.

Luistertip: Catacombae, uit de ‘Schilderijententoonstelling’ van Modest Moessorgski

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Cultuur, Geen categorie, Religieuze vapeurs | 7 reacties

Moslims en de regenboogvlag: een periodiek kortsluitinkje

Het was dus weer Homodag

Afgelopen dinsdag deed zich naar aanleiding van de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie een incident voor in het Antwerpse Xaveriuscollege: enkele scholieren ‘met een moslimachtergrond’ trokken de regenboogvlag af die op de speelplaats was opgehangen en spuwden erop, omdat die ‘beledigend’ zou zijn voor hun religie. Het is niet de eerste keer dat homohaat opborrelt bij de moslimjeugd, net op de dag van de diversiteit. Men herinnert zich een ander incident in Oudenaarde, een jaar geleden, toen een scholier werd gemolesteerd en de regenboogvlag in de Schelde werd gekieperd onder de kreten ‘Allahu Akbar’.

Voor de regenboogliefhebbers zelf is dat een vervelende kwestie: het zijn in regel linksdraaiende aanhangers van de multicultuur en bestrijders van de zogenaamde islamofobie, terwijl nu net de aanhangers van die godsdienst hun vlag, én de principes erachter, verscheuren. De directeur van het college minimaliseert de feiten en weigert zelfs van een ‘incident’ te spreken. Men zal in gesprek gaan met deze jongeren, en de betekenis van de regenboogkleuren beter uitleggen in de daartoe bestemde lessen maatschappijleer.

Paradox van de tolerantie

Karl Popper: ‘Een democratische samenleving moet zich actief beschermen tegen intolerantie’

Prima idee, maar is dat dan niet gebeurd? Of is de directeur gezwicht voor de intimidatie van leerlingen en hun achterban, en zijn eigenlijk de leerkracht en de leerlingen die de vlag ophingen de pineut? Het lijkt op dit laatste. Meteen zitten we weer in de welbekende paradox van de tolerantie: men kan zo verdraagzaam zijn ten opzichte van levensbeschouwingen, dat het principe van de tolerantie zelf in gevaar komt.

De filosoof Karl Popper (1902-1994) sprak in dat opzicht duidelijke taal: ‘If we extend unlimited tolerance even to those who are intolerant, if we are not prepared to defend a tolerant society against the onslaught of the intolerant, then the tolerant will be destroyed, and tolerance with them.’

De holebi’s -of wat tegenwoordig de LGBTQ-gemeenschap heet- leggen hun politieke eieren bij een ideologie die helemaal niet meer bevrijdend of emancipatorisch is, maar net het tegengestelde. 

Misschien kan dit citaat van pas komen als de kwestie aan de orde is in de klas. Helaas zit de holebi-beweging zelf met een paradox opgescheept: ze positioneert zich politiek vrijwel uitsluitend op de linkerzijde, terwijl net aan die kant het meest aan moslimpamperen wordt gedaan. Uit electorale overwegingen uiteraard. De holebi’s -of wat tegenwoordig de LGBTQ-gemeenschap heet- leggen hun politieke eieren bij een ideologie die helemaal niet meer bevrijdend of emancipatorisch is, maar net het tegengestelde. Namelijk een ideologie van de onvrijheid en de (zelf)censuur, het welbekende politiek correcte denken dat vooral zere tenen wil vermijden en het slachtofferdiscours oppookt van allerlei ‘identiteiten’.

Dat levert dus af en toe kortsluitinkjes op. En dan duiken ‘diversiteitsexperts’ op, genre artiest-chocolatier Jaouad Alloul, die begrip heeft voor de opflakkering van homohaat ‘bij jongeren die zichzelf nog zoeken en slachtoffer zijn van andere vormen van discriminatie’. Lees: gay-bashing mag, als je je zelf slachtoffer voelt.

De rekkelijke rechtstaat

De Turkse Diyanet-moskeeën laten zich in Vlaanderen niet zomaar opzij duwen

Dat, beste directeur Peeters, is de reden waarom uw leerlingen die regenboogvlag verscheuren: het komt uiteraard vanuit hun achtergrond, hun thuisreligie, maar het is hen ook aangepraat door onze eigen politiek correcte lankmoedigheid, en de overtreffende trap ervan, de woke-ideologie. De Europese verlichtingstraditie en haar waarden komen in de scholen nauwelijks nog aan bod. Ze zijn namelijk allemaal te ‘wit’, te koloniserend: het bedje van zelfhaat dat de woke-beweging spreidt is perfect op maat van de anti-liberale denkbeelden die door een bepaalde subcultuur worden gepropageerd.

Helaas is wie aan de alarmbel trekt een slechte democraat, en bewijst de legalisering van het moslimextremisme hoe breeddenkend we wel zijn.

Dezelfde discussie ontspint zich rond het nieuwe Vlaamse ‘erkenningsdecreet van lokale geloofsgemeenschappen’, dat een einde wil maken aan de buitenlandse bevoogding van moskeeën, vooral de Turkse, die via de Diyanet-koepel sterke banden hebben met het Erdogan-regime. Deze koepel trekt nu naar het Grondwettelijk Hof om de vernietiging van het decreet te eisen, onder het argument van de godsdienstvrijheid. Veel kans dat ze nog gelijk krijgen ook. Hoe rekkelijk kan een rechtstaat zijn.

Idem dito met dat andere hangijzer, de moslimfundamentalistische school Plura C in Genk, waarvoor minister Ben Weyts de erkenning weigerde op advies van de Staatsveiligheid: onrustwekkende banden met extremistische genootschappen. De school trok naar de Raad van State, die Weyts terugfloot. Onze wetten en heel de rechtstaat zijn gewoon niet berekend op totalitaire bedreigingen zoals we die vandaag kennen. Terecht houden Weyts en Demir het been stijf. Maar er is de scheiding der machten, in een shariastaat onbestaande. En helaas is wie hier aan de alarmbel trekt een slechte democraat, en bewijst de legalisering van het moslimextremisme hoe breeddenkend we wel zijn. Andermaal: de Popperiaanse paradox blijft smeulen.

Wake-upcall

Het Xaveriuscollege, ooit een prestigieuze Antwerpse Jezuïetenschool

Maar dus die regenboogvlag. Ik heb er nooit veel mee op gehad, net omdat ‘diversiteit’ een blind containerbegrip is waar je mee moet opletten naar religieus extremisme toe. En omdat zij die met die vlag zwaaien wat te argeloos op de woke-car springen, die het intellectueel landschap alles behalve diverser maakt. En och ja, transgenders, zolang zij er zich goed bij voelen, en ik er grappen over mag maken, honi soit qui mal y pense.

Men moet nu maar eens precies zeggen waar die regenboogvlag voor staat, en hoe wij culturen of religiën inschatten die ‘diversiteit’ zo enthousiast beleven dat ze denken die vlag te mogen vertrappelen.

Het misverstand in het Xaveriuscollege is echter betekenisvol, als men het ook durft op te lossen: men moet nu maar eens precies zeggen waar die regenboogvlag voor staat, en hoe wij culturen of religiën inschatten die ‘diversiteit’ zo enthousiast beleven dat ze denken die vlag te mogen vertrappelen. Ik wil als gediplomeerd filosoof het lespakket samenstellen en voldoende levensbeschouwelijk stofferen.

Komaan, directeur, uw school was ooit hét prestigieuze Jezuïetencollege in Antwerpen, waar uiteenlopende stemmen als Hugo Schiltz, Mark Grammens, Hugo De Ridder, Ludo Abicht, en Walter Zinzen kennis gemaakt hebben met de klassieken, de Europese verlichtingscultuur en het christelijk humanisme. Als men dit opgeeft en vervangt door een dictatuur van belhamels, voorspel ik dat die fameuze vlag binnenkort definitief zal opgeborgen worden. U noemt het voorval zelf in de pers een wake-upcall. Welaan dan. Wake up.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Multicul, Onderwijs | 4 reacties

De Limburgers kwamen in 1302 al te laat

Vlaamse dorpspolitiek en stammentwisten, deel II

Mijn analyse eergisteren van het vertoon rond het Beke-ontslag leverde wat afkeurend gemompel op omwille van de oneliner: ‘De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici’. Het vervolg van de soap bevestigt die uitspraak evenwel grandioos. Na enige gebakkelei werd Hilde Crevits naar Welzijn & Gezin versast, en werd haar plaats op Landbouw, Economie en Werk ingenomen door Jo Brouns. Jo wie?

Ja kijk, het moest en zou een Limburger zijn, en Jo Brouns (foto) is burgemeester van Kinrooi. Euh… Kinrooi? Een gemeente van 12.000 inwoners, en qua inwonersaantal vergelijkbaar met Leopoldsburg waar Beke de scepter (weer) zwaait. Limburg is namelijk nog steeds in zekere mate het CVP-bastion van weleer, en dat wil de partij absoluut handhaven, hoe slecht ze er in de peilingen ook voor staat.

Brouns’ vader was al burgemeester van dezelfde gemeente, waar zowat de helft van de bevolking die naam draagt. Neen, hier geen flauwe grappen over inteelt en zo. Wel dit: het afvaardigen van deze kerktorenpolitici naar de Vlaamse regering gaat over partijbelangen én over oude provinciale gevoeligheden, maar niét over competentie. Dat is ook telkens een afweging bij een regeringsvorming: West-Vlamingen, Oost-Vlamingen, Sinjoren, Brabanders en Limburgers netjes verdeeld, of het is hommeles. Kan dat in de 21ste eeuw? Ja dus. Een Vlaamse regering zonder Limburger is als een auto op drie wielen. En ook al functioneert die regering voor geen meter, een auto op drie wielen krijg je zelfs de garage niet uit.

Het Ros Beiaard

In Dendermonde worden Aalstenaars Ajuinen genoemd omdat ze de Dender doen stinken.

Waarom dat interprovinciaal evenwicht zo belangrijk is, binnen partijen en binnen de regering? Waarom burgemeesters zich naar boven laten katapulteren tot minister? De geschiedenis van de middeleeuwen maakt misschien iets duidelijk: het Vlaanderen van vandaag is nooit een politieke eenheid geweest, maar een kluwen van interlokale rivaliteit.

Het standaard-Nederlands is en blijft een lingua franca, iets om zich verstaanbaar te maken buiten de geboortegrond, geen doorleefde cultuurtaal.

In de Guldensporenslag vochten de ridders van het Hertogdom Brabant (waartoe Antwerpen behoorde) aan de Franse kant. De Limburgers onder leiding van Arnold V keken de kat uit de boom: ze kwamen pas aan… als de Slag gestreden was en deelden in de glorie. Uit traagheid of berekening, historici zijn het er niet over eens. Dat is natuurlijk een hele tijd geleden, maar ik vraag me af of Vlaanderen ondertussen vooruitgang heeft gemaakt inzake een soort natiegevoel dat ons rijp maakt voor echte zelfbeschikking. Ik vrees ervoor. Alleen al de taal. West-Vlamingen, Antwerpenaren en Limburgers verstaan elkaar totaal niet als ze hun dialect spreken. Ze hechten daar ook aan. Die dialecten hebben zich in de middeleeuwen ontwikkeld en zijn de belevingsbasis gebleven van het regionale chauvinisme.

Vergeet het nationalisme, wij zijn ten gronde een provincialistisch volk van stammen en clans. Het standaard-Nederlands is en blijft een lingua franca, iets om zich verstaanbaar te maken buiten de geboortegrond, geen doorleefde cultuurtaal. Daarbij komt dan nog de rivaliteit tussen de steden die in de middeleeuwen opkwamen, die soms folkloristisch bleef (Dendermonde versus Aalst rond het Ros Beiaard) maar soms ook tot zure, langlopende conflicten leidde (de economische oorlog tussen Gent versus Brugge, met nu de voetbalrivaliteit als echo).

Lokale stemmenkampioenen

Bart Somers: een Mechelse herder in het verre Brussel

Maar terug naar 2022. Met Jambon (Brasschaat), Crevits (Torhout), Somers (Mechelen), Peeters (Dilsen-Stokkem), en nu dus Brouns (Kinrooi) bevat de Vlaamse regering vijf titelvoerende burgemeesters. Brasschaat, Dilsen-Stokkem en Kinrooi zijn nu niet bepaald wereldsteden (Mechelen en Torhout natuurlijk wel), maar ze leveren stemmenkampioenen die zich via de lokale machtsbasis hebben opgewerkt tot partijbonzen, en zo tot minister. Is dat een goede zaak voor ’s lands bestuur? Natuurlijk niet. Ook Beke is zo’n twijfelachtig product van een even twijfelachtige particratische rekenkunde.

Een Vlaams minister is dan ook in de eerste plaats lobbyist voor zijn stad, of voor zijn regio. Hij is er om lokale belangen in Brussel veilig te stellen. Dat zei Bart Somers zelfs met zoveel woorden toen hij Boortmeerbeek probeerde te overhalen om zich door Mechelen te laten annexeren: ‘Zo kan ik beter jullie stem laten doorwegen in het Vlaamse beleid’. Dat systeem geldt natuurlijk ook voor het Belgische niveau, maar we gingen het anders en beter doen. Helaas.

Een Vlaams minister is dan ook in de eerste plaats lobbyist voor zijn stad, of voor zijn regio. Hij is er om lokale belangen in Brussel veilig te stellen.

Het werkt evenzeer omgekeerd: ministerposten dienen om lokale machtsposities te consolideren. Dat de nieuwe minister van landbouw, economie en werk, – toch een sleutelpost, alleen al het stikstofdossier!- primair een Limburger moest zijn, is het gevolg van een electorale rekensom waarbij de CD&V vooral een tegengewicht voor Zuhal Demir moest vinden. De ironie is daarbij, dat de CD&V haar enige echte sterkhouder, Sammy Mahdy, moet opofferen in een wanhoopspoging om de partijmeubelen te redden. Mahdy heeft op de post Asiel en Migratie bewezen als bestuurder uit het goede hout gesneden te zijn, maar het partijbelang gaat nu eenmaal voor.

De ironie is ook dat Bart De Wever, misschien wel de enige Vlaamse politicus met staatsmanallures, verkoos om die kelk aan zich te laten voorbijgaan en voor de burgemeesterssjerp is gegaan. De Wever weet als historicus wellicht als geen ander hoe Vlaanderen in mekaar zit. Ondertussen modderen we voort, en verwijten we elkaar dat de Dender stinkt. In 2024 bereiken N-VA en VB misschien samen een meerderheid. Benieuwd of dat ons uit de middeleeuwen haalt. Of er net nog wat dieper in.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater, Sterke Vlaamse verhalen | 10 reacties

Het ontslag Beke: grensverleggend Vlaams volkstoneel

Stop theatersubsidies, dit is het echte ding

Af en toe krijg je de essentie van een column in een handvol woorden gezegd, die ik dan ook maar als titel heb gebruikt. Mensen met weinig tijd hoeven niet verder te lezen. De anderen wil ik graag wat bijkomende duiding geven.

Het filmpje waarin Wouter Beke (CD&V) een persbericht afleest van een papiertje, om zijn ontslag als Vlaams minister van Welzijn en Gezin aan te kondigen, en om dan af te druipen zonder één vraag van een journalist te beantwoorden, ligt nu al bovenaan in de map ‘Jaaroverzicht 2022’. Niet zozeer het feit zelf, maar vooral de manier waarop, was zo tenenkrullend dat ik hoop dat buitenlandse zenders dit skippen in heel de nieuwskolk van Oekraïne, onder het motto ‘drop the dead Belgian’.

Een grote meneer

Een dode Belg, inderdaad, meer bepaald een dode Vlaming, bezweken aan een acute aanval van redelijkheid: de man die al minstens drie keer de eer aan zichzelf had kunnen houden (de rusthuiscatastrofe, het fiasco van de contactopsporing, de wantoestanden in de kinderopvang), is drie maanden na de dood van de baby in Mariakerke ‘geschokt’.

Normaal kom je met zo’n emotie naar buiten de dagen erna, niet het volgende kwartaal, na een zwaar tegenvallende peiling. Maar zoals gezegd: dit is grensverleggend Vlaams theater, sinds Claus niet meer vertoond. De hoofdtoon was er bovendien een van verongelijktheid en miskenning, een martelaarsretoriek waarvan ik dacht dat Pinar Akbas het patent had. Vandaar de ellenlange cijferlitanie die moest aantonen wat voor een fantastische minister we aan hem verloren waren, de sneren naar de pers die hem onrechtvaardig behandeld had, en het geweeklaag over de ‘bagger’ van de sociale media, -standaard tegenwoordig als een politicus er de brui aan geeft-.

Zichzelf de politieke absolutie geven, via een hemdje dat je van je kind krijgt, dat is eigenlijk een brutaal symbool van ontkenning, dat ik zelfs in de gladiatorenarena van de Amerikaanse politiek nog niet zie gebeuren.

Maar vooral de inval van het laatste moment, de echtgenote die met een lijkbiddersgezicht een T-shirt aan het jongste dochtertje geeft, bestemd voor papa, met het opschrift ‘Nothing to prove’, maakt het verschil: zichzelf de politieke absolutie geven, via een hemdje dat je van je kind krijgt, dat is eigenlijk een brutaal symbool van ontkenning, dat ik zelfs in de gladiatorenarena van de Amerikaanse politiek nog niet zie gebeuren. ‘Een grote meneer’, dixit Sammy Mahdi, de man die de begrafenis van de CD&V verder zal regelen. Zeg dat wel.

Cacistocratie

Meteen zitten we in het bredere plaatje: het geval Beke staat niet op zichzelf, ook al is hij vandaag zondebok nummer één. We zitten namelijk opgescheept met een klasse van bestuurders die ik een cacistocratie heb genoemd: een regime van onbekwamen. De politiek trekt de verkeerde mensen aan, die vervolgens bestuursmandaten krijgen -of in het geval van Beke zelfs kapen-, waar ze gewoon het talent niet voor hebben. Burgemeester van Leopoldsburg zijn, is iets anders dan Vlaanderen door een pandemie loodsen. In de luwte van de studiedienst een boekje pennen over ‘de revolutie van de redelijkheid’ is nog geen brevet om een levensbelangrijk departement als zorg en welzijn te beheren.

Dit gebrek aan bestuurstalent knaagt al geruime tijd en werd vooral gedurende de regering Jambon frappant zichtbaar, met het geklungel rond de PFOS-affaire als dieptepunt. Blijkbaar vindt men bij de coalitiepartners N-VA, CD&V en Open VLD samen geen handvol lieden met echte bestuurders- en leiderskwaliteiten. Het zijn apparatsjiks, door de partij opgetilde en via de koppositie in kieslijsten gelegitimeerde regenten, die zich dus het motto ‘nothing to prove’ laten opspelden als ze echt onderuit gaan.

Beke is niet alleen de belichaming van een partij in terminale fase, hij is ook de weerschijn van een zwalpende Vlaamse regering die misschien een zesje had kunnen krijgen in normale tijden

Anders gezegd: heel de ploeg Jambon staat hier te kakken. Beke is niet alleen de belichaming van een partij in terminale fase, hij is ook de weerschijn van een zwalpende Vlaamse regering die misschien een zesje had kunnen krijgen in normale tijden, zonder covid, maar die net op het moment dat ze iets kon bewijzen, dat vertikte. Het niet kon. Geen ambitie, geen allure, geen esprit.

Deze impasse heeft het karakter van een droge plas zonder dat er één druppel regen in zicht is. Hier kunnen alleen nog wormen overleven. We hebben de bestuurders die we verdienen, dat klopt, maar op de duur ontrolt er zich een cynisch spel waarbij de burger de grootste blaaskaken naar de volksvergadering kegelt om tenminste eens goed te kunnen lachen. Of om hen af te zeiken via Twitter.

Vlaamse underdog

Hugo Claus/Fons Rademakers: ‘Het sacrament’ (1989)

Eerlijk: Belgicisten moeten zich verkneukelen bij dit soort taferelen. Want inderdaad, er valt niets meer te bewijzen: de Vlaamse regering is de dagelijkse reductio ad absurdum -ofte bewijs uit het ongerijmde- dat wij ooit iets als een eigen natie zouden kunnen vormen en bestieren. Wallonië parasiteert op België, maar het economisch welvarende Vlaanderen mist een politiek-intellectuele elite die een republikeinse ‘drive’ zou kunnen aansturen. Dus blijven we hangen in het Belgische coulissenspel, het afknagen van de rompstaat zonder er afscheid van te kunnen nemen, als een been waar geen vlees meer aan zit.

De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici.

Dat is onze Vlaamse underdogmentaliteit, een historisch geconditioneerd gebrek aan cultureel zelfbewustzijn, gecombineerd met kleinburgerlijke reflexen, sluwdomme overlevingstaktieken, en een stevige scheut pastoorshypocrisie. De katholieke zuil is dan wel dood en begraven, in de grond blijft Vlaanderen een kerktorenuniversum bemand door dorpspolitici. De vrijzinnig-humanistische lobby, vooral belichaamd door socialisten en liberalen, heeft in dat opzicht voor geen enkele verfrissing gezorgd, integendeel, ze heeft alleen verkleutering opgeleverd, nog meer kliekjesgeest en nog minder zin voor grandeur. Wie twijfelt moet de konijn-act van Conner Rousseau nog eens herbekijken.

Ach ik weet wel, dat verzinkt allemaal in het niets bij de echte tragiek van het leven. Na Arno is nu ook de hond van Niels Destadsbader overleden, lees ik in HLN, het zet een en ander in perspectief. ‘Under-dog’, neen, nu moet ik echt stoppen of alle redelijkheid is weer zoek.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater | 8 reacties

Mechelse cultuurschepen verbant internationaal gelauwerde Jo Haazen uit diens eigen Beiaardschool

Twee recente voorvallen in de Vlaamse cultuurwereld roepen vragen op omtrent de positie van het vrijdenken en het daaraan verbonden open debat. Ze bewijzen dat democratie een stoplap is, door iedereen gebruikt maar niet altijd naar de geest van onze Europese vrijdenkers à la Voltaire toegepast. Middelmatigheid, de kleinheid van geest en de schrik voor buitenstaanders en dissidente stemmen staan dat in de weg. Daarnaast regeren als van oudsher de elites en de nomenklatura. 

Ja, het grootste deel van Vlaanderen koestert een warme sympathie voor Oekraïne, in naam van de vrijheid en de volkssoevereiniteit, en tegen de Poetindictatuur. Er is sinds de 2de wereldoorlog nooit zo’n groot draagvlak geweest voor het verdedigen van onze westerse verlichtingswaarden. We zijn zelfs bereid tot zware inspanningen, zekerheid en welvaart in te leveren, zo leert ons de recente peiling.

Maar wat dan te denken van krachten binnen die samenleving die deze waarden helemaal niet hoog houden, en zelf een soort pensée unique willen handhaven? Dan blijken die verlichtingswaarden maar heel licht te wegen. Tegenstemmen komen niet aan bod, en het zogenaamde open debat versmalt tot een gekeuvel van gelijkgezinden. De openbare omroep VRT heeft zich helemaal in die journalistieke comfortzone genesteld. De grote mediatitels, Knack, De Standaard en De Morgen volgen op de voet.

Een ‘verkeerde’ publiekswinnaar

Alain Grootaers, de man achter ‘Tegenwind’

Anders gezegd: Poetin heeft ook volgelingen in het westen. Ik alludeerde in mijn vorige column op de ban van Pippi Langkous en haar ‘nazistische’ bedenkster Astrid Lindgren. Wat blijkt? Ze staan zowel in het Kremlin als bij onze wokes op de zwarte lijst. Opmerkelijke samenloop. Ook in onze zogenaamde democratie dreigt de verstarring en het intellectueel conformisme in cultuur, media en onderwijs. Waarbij de geaccrediteerde journalistiek een dubieuze rol van Pravda-achtige megafoon speelt.

Dat was voor de mediasponsors Knack, VRT en Radio-1 helemaal de bedoeling niet, en het was dan ook alle hens aan dek om de winnaars als ‘complotdenkers’ weg te zetten.

De kwestie Tegenwind is heel typisch voor dat fenomeen: een documentaire van Alain Grootaers en Jakobien Huisman, die het covidbeleid en de berichtgeving daar rond op de korrel nam. Een zelf gefinancierd project, met crowd funding, via het web verspreid. Een van de geïnterviewden in de reeks was Lieven Annemans, de hoogleraar gezondheidseconomie die inzake het covidbeleid de psycho-sociale problematiek durfde aan te kaarten en daarvoor door het virologenkransje werd afgebrand.

Grote consternatie: deze productie won de Ultimas-publieksprijs van de Vlaamse overheid. De prijs dus waar alle Vlamingen konden voor stemmen. Dat was voor de mediasponsors Knack, VRT en Radio-1 helemaal de bedoeling niet, en het was dan ook alle hens aan dek om de winnaars als ‘complotdenkers’ weg te zetten. Vreemd als je zelf die publieksprijs organiseert: dan laat je het publiek toch de vrije keuze en leg je je daarbij neer?

De Vlaamse mainstream media zien dat helemaal anders, en het zal bij een volgende editie vermoedelijk wel gedaan zijn met open nominaties en het risico dat er een ‘foute’ laureaat met de prijs gaat lopen. De docu was namelijk net een aanklacht tegen de pensée unique die de media tijdens de pandemie hebben gehandhaafd. Zo breeddenkend zijn ze nu ook weer niet, dat docu-makers een cultuurprijs mogen krijgen omwille van een mediakritische reportage.

Een ‘foute’ beiaardspeler

Jo Haazen krijgt een erepenning vanwege de Marnixring

Het verhaal rond beiaardier Jo Haazen is zo mogelijk nog frappanter. Hij is een begrip in zijn vakgebied en een internationaal gereputeerd kunstenaar. Hij leidde bijna 30 jaar de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen. Maar op de 100-jarige jubileumviering en bijbehorende academische zitting, begin deze maand, was hij niet meer welkom op de school die hij groot heeft gemaakt. Reden: hij heeft ook het beiaardspel in Rusland gepromoot, en was gastdocent aan de universiteit van Sint-Petersburg. In 2004, toen alle groten der aarde elkaar nog verdrongen om met Vladimir Poetin op de foto te gaan, ontving hij een erediploma uit de handen van de Russische president himself.

Moeten Oekraïense artiesten ons lessen in democratie komen geven, en bepalen wie waar welkom is? Iemand in de cultuurwereld een mening over dit geval van uitsluiting?

Het klopt dat Jo Haazen een genuanceerde visie heeft op het Russisch-Oekraïens conflict. Hij noemt zich pacifist en beschouwt deze oorlog als een Europese ‘tragedie’, met twee kanten en twee versies. Is dat verboden? Ja en neen. Hij mag daarvoor uitkomen, hij mag dat posten op Facebook, maar de deuren gaan dan wel onherroepelijk dicht. 

De Mechelse schepen van cultuur Björn Siffer (Groen), acht de aanwezigheid van Jo Haazen op de viering van zijn eigen school ongepast. ‘Er zijn ook Oekraïense beiaardiers aanwezig, en die zijn verbolgen en zelfs kwaad over de uitspraken van Jo Haazen op sociale media’, aldus de schepen. Hoezo, moeten Oekraïense artiesten ons lessen in democratie komen geven, en bepalen wie waar welkom is? Iemand in de cultuurwereld een mening over dit geval van uitsluiting?

 Humanistisch Verbond

Björn Siffer (Groen): van humanist tot portier/buitenwipper

De defenestratie van Jo Haazen heeft uiteraard een ideologisch kantje. Björn Siffer is gepokt en gemazeld in het Humanistisch Verbond, traditioneel in Vlaanderen een cenakel van de linksdraaiende politieke correctheid. Siffer werd door Groen binnen gehaald en kreeg meteen een Mechels schepenmandaat aangeboden. De figuur en de uitstraling van Jo Haazen, die zich vooral op spiritualiteit richt en ethisch eerder naar het conservatieve neigt, past niet in het blauwgroen straatje van Bart Somers en C°. Haazen is ook bezieler van de Esperanto-beweging en ijverde voor een toevoeging van het begrip ‘morele plichten’ bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

De figuur en de uitstraling van Jo Haazen, die zich vooral op spiritualiteit richt en ethisch eerder naar het conservatieve neigt, past niet in het blauwgroene straatje van Bart Somers en C°.

Het doet onze tenen krullen dat een kunstenaar van het formaat van Jo Haazen de dupe wordt van een kleinpolitieke aversie vanwege een humanist/buitenwipper. Ga de maan blussen, Siffer. We hebben méér kunstenaars nodig die voor hun mening durven uitkomen en hun maatschappelijke positie bepalen, eventueel tegen de mainstream in. Als de sympathie voor Oekraïne ontaardt in een nieuwe heksenjacht met bijbehorende censuur en woke-achtige uitsluitingsmechanismen, dan zijn we geen haar beter dan de overkant. Ook de beslissing van de Europese Commissie om Russia Today uit de ether te halen, hierin gevolgd door Vlaams mediaminister Benjamin Dalle, is van een bedenkelijk allooi als we het hebben over persvrijheid. Mensen moeten vrij en zo breed mogelijk hun bronnen kunnen kiezen en zelf een afweging maken. En fact checking is zeker niet het privilege van Knack en C°.

Het is aan de alternatieve media, journalisten, en bloggers om hier een waakvlam aan te houden. Bij deze.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

 

Geplaatst in Cultuur, Het politiek theater | 8 reacties

‘Denazificatie’:’ een alomvattend project

Moskou, 9 mei-parade 2022

De grote toespraak van president Vladimir Poetin, naar aanleiding van de 9mei-parade in Moskou, beloofde gepaard te gaan met een enorm vuurwerk, of minstens een officiële opwaardering van de ‘militaire operatie’ in Oekraïne naar de status van oorlog. Maar er gebeurde niets, dat is dikwijls zo als de verwachtingen hoog gespannen zijn. Op de vooravond werd in het TV-journaal gesuggereerd dat België de volgende dag wel eens voltooid verleden tijd zou kunnen zijn -wat enige horror veroorzaakte doch in bepaalde middens ook het ploffen van champagnekurken-, maar het avondnieuws van de dag zelf vermeldde Poetins speech niet eens meer.

Heel de Oekraïne-campagne is zoals geweten opgehangen aan het verhaal van een noodzakelijke denazificatie, die weliswaar wat traagjes verloopt -het pronkstuk van de Russische marine ligt al op de bodem van de Zwarte Zee en het Azov-bataljon zit nog altijd verschanst in die staalfabriek-, maar ratten en kakkerlakken krijg je ook niet zomaar weg. De term ‘denazificatie’ is zeer bewust bedoeld. Met nazi’s onderhandel je sowieso niet, het zijn geen mensen maar kwaadaardig onderwereldvolk, platspuiten die boel. Dat idee is uiteraard verbonden met de glorierijke overwinning van het Rode Leger in 1945.

Het Persilschein

De Duitse oud-bondskanselier Gerhard Schröder (SPD) en Vladimir Poetin delen een afkeer van het nazisme en een liefde voor de gassector.

Op 30 april 1945 schoot Adolf Hitler zich een kogel door het hoofd en plantten Russische soldaten triomfantelijk de Sovjetvlag op de Reichstag, of wat daarvan restte. Dat gebeuren wordt in Moskou elk jaar op 9 mei met veel toeters en bellen herdacht. Dat het Stalinisme zelf een uiterst repressieve dictatuur was, deed er niet toe: de overwinnaars hadden het nazisme verslagen en stonden per definitie aan de juiste kant van de geschiedenis. De oorlogsmisdadigers die het voorbeeld van de Führer niet hadden gevolgd, en evenmin naar Zuid-Amerika waren gevlucht, werden in Neurenberg berecht.

De rest van Duitsland diende ‘gedenazificeerd’ te worden en kreeg een propere lei. Je kon een bewijs van politieke maagdelijkheid bekomen, door de Duitsers sarcastisch het Persilschein genoemd, naar een bekend wasmiddel. Daarmee kreeg je alle burgerrechten en een vrijstelling van vervolging. Enig opportunisme was de geallieerden niet vreemd: Werner Von Braun, ontwerper van de V-2-raket, met de graad van Sturmbannführer, mocht bij de Amerikanen vrijwel direct beginnen in het ruimtevaartcentrum NASA.

De EU is sinds haar prille ontstaan in 1950 niet alleen een economische unie, maar tevens een door voormalige aartsvijand Frankrijk gestuurd vehikel om Duitsland blijvend te integreren in een politiek-democratische praatbarak.

Het zijn de Duitse socialisten die het hardst hun best hebben gedaan om de nazismet af te wassen. Daartoe papten ze onder meer aan met, jawel, Rusland, via de zogenaamde Ostpolitik. De gaspijplijn Nord Stream 2 is daar een verre uitloper van. Oud-bondskanselier Gerhard Schröder (SPD), boezemvriend van Poetin, zit nog altijd in de raad van bestuur van Gazprom.

Voor het westen en Europa moesten de Duitsers natuurlijk ook terug het statuut van normale mensen krijgen. De EU is sinds haar prille ontstaan in 1950 niet alleen een economische unie, maar tevens een door voormalige aartsvijand Frankrijk gestuurd vehikel om Duitsland blijvend te integreren in een politiek-democratische praatbarak. Versailles mocht zich niet herhalen. Het Wirtschaftswunder voltrok zich, de Duitsers mochten blijven Volkswagens verkopen – in oorsprong nochtans ook een naziproduct- en werden vetgemest tot goede Europeanen. De Oost-Europeanen hadden minder geluk: ze werden als bufferzone door de Russen achter het IJzeren Gordijn weggestopt om te verpieteren in een armtierig en totalitair communisme.

Ongedierte

De EU is dus ten gronde nog steeds een denazificatieproject, ook al zijn alle historische nazi’s uitgestorven. Het gaat om hun politieke erfgenamen, in het bijzonder de nationalisten, die als min of meer fout en potentiële ontspoorden worden beschouwd. Aan welke kant ze ook stonden in de oorlog, dat doet er niet toe. Guy Verhofstadt is de kampioen van deze kruistocht tegen het volksnationalisme, al gaat hij wel overal luid zijn sympathie toeteren voor… Oekraïne.

En laat dit nu ook de voornaamste bestaansreden zijn van de nv België: Vlaanderen beschermen tegen zijn bruine onderstroom, met een sterk rattenvergif.

Binnen Europa is er voor zo’n soevereiniteitsbeweging geen plaats. De Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd krijgt geen enkele steun van de superdemocraten, integendeel: het is de Spaanse centrale staat -nota bene met wortels in het Francoregime- die carte blanche krijgt om de verbannen Carles Puigdemont en zijn kornuiten op te jagen.

En laat dit nu ook de voornaamste bestaansreden zijn van de nv België: Vlaanderen beschermen tegen zijn bruine onderstroom, met een sterk rattenvergif. We moeten er wel fameus voor afdokken via de transfers, maar we krijgen er ook iets voor terug: denazificatie. Het cordon sanitaire is daar de partijpolitieke emanatie van: vat het niet op als een straf, het is een beloning. Ook al gaat het om de partij die vandaag in Vlaanderen volgens de peilingen de grootste is, het zijn ‘mestkevers’ (dixit ooit de liberaal Karel De Gucht) waartegen alleen een schutskring gepast is. Is dat democratisch? Ja, want het VB wordt beschouwd als een ‘ondemocratische partij’. Zo simpel is dat.

Het sanitaire project tegen de bruine onderstroom wordt historisch breed onderbouwd, ook dat is een gelijkenis met het Poetin-discours tegenover Oekraïne. Er is natuurlijk het Vlaamse collaboratieverleden, maar ook de kinderen van de kinderen van de kinderen dragen als een erfzonde de racistische genen mee, zoals Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck aantoonde.

La Flandre profonde

Aalst, 2019

Allerlei plekken en rituelen worden mee opgenomen in de cataloog van het verderf. Er is uiteraard de jaarlijkse IJzerwake, bezocht door lieden die de Belgicistische kaping van de IJzerbedevaart niet konden pruimen. De opzwepende toespraken, de strijdliederen en het gebries van de VNJ-kapel: het zijn dankbare schietschijven voor nazi-jagers als het Anti-Fascistisch Front. Maar ook andere aspecten van de Vlaamse onderstroom tussen De Panne  en Maaseik vergen waakzaamheid. Zo moet het Aalsters carnaval dringend gedenazificeerd worden: er zijn al twee jaargangen Joodse haakneuzen verschenen op de praalwagens, de UNESCO heeft het fenomeen al uit het werelderfgoed gedeclasseerd. Heel de Denderstreek stinkt trouwens, letterlijk en figuurlijk, hoger vernoemde mestkeverpartij heeft er dan ook een stevige voet aan de grond.

Bart Somers is ook minister van denazificatie, zoals heel zijn partij enorm begaan is met de mentale hygiëne in het Vlaamse achterland.

Of wat te denken van Boortmeerbeek, het dorp dat zich niet wenste te associëren met Mechelen, de stad van de verlichte burgemeester Bart Somers, tevens minister van binnenlands bestuur. De annexatie is afgeblazen wegens te luid protest, maar het blijft een ambitie binnen de lichtblauwe cenakels om la Flandre profonde op te kuisen en in de kosmopolitische gemeenschap te laten opgaan. Bart Somers is dus ook minister van denazificatie, zoals heel zijn partij enorm begaan is met de mentale hygiëne in het Vlaamse achterland.

Reductio ad Hitlerum

Ik zou zo nog veel verder kunnen gaan, waarbij toch opvalt dat de denazificatoren van deze wereld zelf fascistische trekjes vertonen, wat de verwarring compleet maakt. De reductio ad Hitlerum is dé stoplap om tegenstanders te isoleren, uit het debat te weren, en het zijn vooral de deugmensen die zich eraan bezondigen. Samen met de wet van Godwin (‘Naarmate een internetdiscussie vordert, neemt de waarschijnlijkheid toe dat iemand met een nazi wordt vergeleken’) krijgen we hier te maken met stijlfiguren van de heksenjacht.

Wie de kwalificatie ‘nazi’ toegemeten krijgt, verliest alle spreekrecht Je kan beter je moeder vermoord hebben dan met dit brandmerk rondlopen. Onlangs postte ik op Twitter een kritische bemerking over de heiligverklaring van zanger Arno, geliefd in Belgicistische kringen en geknuffeld door het koningshuis, en werd ik aansluitend, jawel, als nazi gecatalogeerd. Terecht. Een boetetocht naar de Dossinkazerne is gepland.

De woke-beweging is het nieuwste en meest complete vehikel van denazificatie, een noodzakelijke culturele en sociale zuivering naar Russisch model.

En zo komt langzamerhand de aap uit de mouw: de woke-beweging is het nieuwste en meest complete vehikel van denazificatie, een noodzakelijke culturele en sociale zuivering naar Russisch model. Bij hen heet het ‘dekolonisatie’. Deze missie rechtvaardigt alle censuur en ban. Zoals Oekraïne vol nazi’s zit, is ook Vlaanderen ervan vergeven, heel de Westerse cultuur zelfs. Dat vergt een drastisch optreden. En raar maar waar: Poetin heeft in de wokes een nieuwe bondgenoot ontdekt, door Astrid Lindgren, bedenkster van Pippi Langkous, als een racistische nazi-scribente te ontmaskeren. Bien etonnés de se trouver ensemble…. Totalitaire denkbeelden kunnen alleen sympathie opbrengen voor hun gelijke.

Laten we tenslotte ook niet vergeten dat het magazine Doorbraak dringend moet ontluisd worden, blijkens een gezellig praatje van Joël De Ceulaer met Pinar Akbas in De Morgen van 7 mei. Of nog beter: ineens opgedoekt, want ‘niet te pruimen’. Senior writer Joël is dé Vlaamse ridder van de denazificatie, Pinar is dé dramaqueen van Twitter die een schare fans rond haar vrouwelijk-allochtoon martelaarschap heeft verzameld. De klaagzang strekt zich uit tot ver in haar bestaan van verpleegkundige, elke dag weer een gejammer, terwijl duizenden van haar collega’s in stilte hun job doen zonder lamento’s.

In hun universum zijn tegenstemmen en alternatieve media nutteloze en gevaarlijke ruis. De Standaard, De Morgen en Knack, meer moet dat niet zijn. Een mooie, betere wereld met gestroomlijnde media en een dito staatstelevisie moge het einddoel zijn van deze sanitaire operatie.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater, Politiek incorrect, Sterke Vlaamse verhalen | 6 reacties

Waartoe nog verkiezingen, als je peilingen hebt, en journalisten die ze voor u analyseren?

CD&V verliest bijna de helft van haar kiezers en wordt de kleinste partij van Vlaanderen’, dat is dé conclusie van de recente opiniepeiling, genaamd ‘De Stemming’, uitgevoerd door de UA en de VUB, in opdracht van VRT en De Standaard. Voor CD&V-voorzitter Joachim Coens de reden om eindelijk de handdoek in de ring te gooien. Ook de vooruitgang van Vooruit wordt dik in de verf gezet, een aansporing voor pluchekonijn Rousseau om de carnavaleske piste verder te bewandelen.

Geen interesse

En de winnaar is…

Het betreft een online bevraging bij 2.064 Vlamingen, afgenomen in de tweede helft van maart. Wetenschappelijk zal dat wel in orde zijn. Mij hebben ze alleszins niets gevraagd, u vermoedelijk ook niet. Dat is het vreemde aan opiniepeilingen: over wiens opinies gaat het, via welk platform, op basis waarvan werden die mensen gecontacteerd? 2064 respondenten op vijf miljoen kiesgerechtigde Vlamingen, dat is dan ook maar 0,04128 %, zegt mijn rekenmachientje. Het equivalent van één niet-gemaaide grasspriet op een gazon.

Mijn vermoeden: de dag dat bij ons de opkomstplicht wordt afgeschaft, halen we met moeite nog 60% kiezers.

Peilingen hebben dan ook de eigenschap van er nog al eens naast te zitten als de electorale aap uit de mouw komt, daar zijn notoire voorbeelden van, met de Trumpverkiezing en Brexit als klassiekers. Het gaat maar om trends, zeggen de peilers, en er zijn foutenmarges. Natuurlijk. Maar los van het feit dat vragen altijd gericht zijn, is er een deel van de humaniteit die in principe nooit ingaat op zo’n verzoek om een uitgebreide vragenlijst in te vullen. Geen tijd, geen interesse. Of ze vullen maar raak in, maken er een lolleke van.

Dat weerspiegelt een ander fenomeen, of eigenlijk hetzelfde. Voor de jongste federale verkiezingen in 2019 bleef op de 8 miljoen stemgerechtigden 1,25 miljoen thuis of stemde blanco of ongeldig, dat is zowat 10%. Zij tellen voor de politicologen niet mee, terwijl het ons vooral zou moeten interesseren waarom deze mensen hun middenvinger opsteken naar de politiek, en hun aantal gestaag toeneemt. In landen zonder stemplicht is dat uiteraard nog frappanter: 30% van de Fransen, zowat een derde, bleef bij de jongste presidentsverkiezingen gewoon thuis. Mijn vermoeden: de dag dat bij ons de opkomstplicht wordt afgeschaft, halen we met moeite nog 60% kiezers.

Simulacres

Wouter Verschelden: zeldzame outsider in het Wetstraatmilieu

Maar goed, peilingen dus. Er zijn al een pak analyses en interpretaties van ‘De Stemming’ de wereld ingestuurd, maar op de duur krijg je hetzelfde gevoel als in het VRT-programma Extra Time: voor sommige mensen  is voetbal een existentiële noodzaak om als ‘analist’ in de TV-studio’s het warm water alsmaar weer uit te vinden. Idem voor politicologen en politieke journalisten: ze hebben de politiek nodig, het is hun broodwinning en reden van bestaan. Echter, omdat de meesten van hen ingebed zijn in het zogenaamde Wetstraatmilieu, ontbreekt de afstand om aan echte onderzoeksjournalistiek te doen, zoals Wouter Verschelden bijvoorbeeld wél doet.

De statistische realiteit lokt zowaar een echte coup-de-théâtre uit, en dat moet bij de enquêteurs een klein orgasme teweeg brengen.

Dus nemen ze hun toevlucht tot de gemakkelijkste manier om kranten te vullen: het nieuws zelf maken, in de vorm van simulacres. De term is van Jean Baudrillard (1929-2007), de mediafilosoof die betoogde dat wat ons op TV wordt aangeboden, een gemanipuleerde realiteit is, een geprefabriceerde soap. Via het internet de mening vragen van 2000 Vlamingen, dat is snel gepiept, en je kan weken doorbomen over de resultaten, de protagonisten in kwestie ondervragen naar hun reacties, hen zelfs dwingen tot concrete démarches.

Dat Joachim Coens zowaar op deze peiling moest wachten om te beseffen dat hij de CD&V naar de Untergang leidt, is op zich surrealistisch. De statistische realiteit lokt zowaar een echte coup-de-théâtre uit, en dat moet bij de enquêteurs een klein orgasme teweeg brengen.

‘Tweestromenland’

Voor Ivan De Vadder vertegenwoordigde Bart Somers ‘de ratio’ in het Mechelse fusieverhaal…

Ergo: peilingen zijn in essentie speeltjes van politieke journalisten, die niet alleen willen observeren en analyseren, maar ook sturen en manipuleren. Politiek analist numero uno, VRT-journalist Ivan De Vadder, is zo’n koffiedikkijker met een gevoel voor framing.

Ivan De Vadder speelt iets te graag voor orakel, en scheurt zijn broek in de spreidstand om vriend én criticus van de Wetstraat te spelen. In de kwestie rond de fusie van Mechelen met Boortmeerbeek hadden we hem al betrapt op de troebele stelling dat het om een ‘conflict tussen ratio en emotie’ zou gaan, waarbij Bart Somers de ratio zou vertegenwoordigen, tegenover de emoties van de achterlijke dorpelingen die niet snappen wat vooruitgang is. Dat was een zeer gekleurde visie, die achteraf ook fout bleek: de ratio zei namelijk dat er helemaal geen draagvlak was voor die fusie, en dat het vooral ging om een belangenvermenging van de Mechelse titelvoerende burgemeester en de Vlaams minister van binnenlands bestuur, in één persoon, genaamd Bart Somers.

Ivan De Vadder speelt iets te graag voor orakel, en scheurt zijn broek in de spreidstand om vriend én criticus van de Wetstraat te spelen.

Ook inzake De Stemming komt De Vadder tot een analyse die toch wenkbrauwen doet fronsen. Zo stelt hij boudweg dat Vlaanderen een ‘tweestromenland’ is geworden, met een ‘rechts blok’, vertegenwoordigd door NV-A en VB, en een even groot ‘links blok’ van Vooruit, Groen, PVDA en… Open-VLD. Dat is simpelweg een geconstrueerde realiteit van een politiek journalist die nuances opoffert aan sensatie.

Het is een feit dat de Open-VLD steeds minder het klassieke liberale gedachtengoed aanhangt, en vooral vanuit Gentse logekringen een ethisch-progressieve lijn uitzet die aansluit bij Groen en Vooruit. Met die twee partijen (plus CD&V) voert Mathias De Clercq een coalitie aan, die overigens regelmatig al ruziënd over straat rolt. Het is anderzijds ook een feit dat binnen de Vlaamse liberalen stemmen, waaronder deze van Vincent Van Quickenborne, pleiten voor een rechtsere ideologische koers, terwijl het gros van de mandatarissen de partij nog altijd als ‘centrumrechts’ beschouwt.

Wichelarij

Niettemin komt De Vadder binnen deze tendensenstrijd als een deus ex machina even de blokjes ordenen, en beslissen dat rechtse liberalen maar beter van partij kunnen veranderen. Dat past in de agenda van Bart De Wever, maar het is holderdebolder politieke journalistiek, die met hoogdravende stem wordt verkondigd als een gebeitelde waarheid.

Het is niet nodig dit soort speeltjes te verbieden, maar evenmin opportuun om ze al te ernstig te nemen.

In de spektakeldemocratie zijn peilingen hét middel geworden voor de media om pseudo-verkiezingen te organiseren en zichzelf als vierde macht uit te roepen tot kingmaker ofwel doodgraver. De naam zegt het ook: De stemming. Een hele industrie van journalisten, politicologen, academici en statistici,- niet te vergeten de bedrijven zelf natuurlijk die de peiling uitvoeren,- vegeteert op deze surrealiteit. Dat de media de zaak organiseren én achteraf ook uitvoerig becommentariëren, maakt het tot een perfect PR-instrument.

Het is niet nodig dit soort speeltjes te verbieden, maar evenmin opportuun om ze al te ernstig te nemen. Bindende referendums zijn wél relevant, maar die boot houdt het politiek establishment zoveel mogelijk af, zie de soap rond Mechelen/Boortmeerbeek. Wie er zich meer in wil verdiepen, raad ik het boek aan van Frank Thevissen ‘Het is maar een peiling – Opiniepeilingen in de media: van wetenschap tot wichelarij’. Wie verbaast het dat op de VUB, die ‘de stemming’ mee in elkaar stak, deze communicatiewetenschapper al lang niet meer welkom is?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | 7 reacties

Durf twijfelen: waarom ik in de maand mei mijn gazon wél maai

Vandaag, vrijdag 6 mei, maai ik zoals elke week mijn gazon. Ondanks intimidatie van de Maai-mij-niet-brigade, geruchten dat ‘het gras pijn heeft als je het afmaait’, die zelfs in de kleuterklas op hilariteit zouden worden onthaald, en beschuldigingen dat ik daarmee de planeet om zeep help.

Vlaamse kwaliteitspers

Na Frans Verleyen ging het journalistiek snel bergaf

Eigenlijk is dat maaiverbod een publiciteitsstunt van het weekblad Knack, waarvan hoofdredacteur Bert Bultinck ooit zei dat het racisme in het DNA van de Vlamingen zit. Als specimen van deze laatste soort krijg ik dat blad soms ongevraagd in mijn bus, met de smeekbede om een abonnement te nemen, de glossy pulp van Weekend Knack en Knack Focus automatisch inbegrepen. Het is ook het magazine waarin ene redacteur Peter Casteels onlangs opriep om Delhaize-klanten elke energiesubsidie te ontzeggen. Iets dat ik eerst als vroege aprilgrap inschatte, niet dus.

Een blad dat zelfs niet meer de ambitie heeft om te informeren, maar het eerder moet hebben van ludieke wokeness, een mix van journalistieke middelmatigheid én arrogantie.

Om maar te zeggen: het tijdperk van Frans Verleyen en de gouden tandem Rik Van Cauwelaert-Koen Meulenaere alias Kaaiman, is al lang voorbij. Ook huiscartoonist Erwin Vanmol mocht beschikken ‘omdat hij niet meer in het concept paste’. Vandaag is de linksdraaiende politieke correctheid de dominante huisideologie, waarmee het blad quasi op de lijn zit van De Standaard en De Morgen. De Vlaamse kwaliteitspers dus, met de nadruk op de vier eerste letters van dit woord. Een blad dat zelfs niet meer de ambitie heeft om te informeren, maar het eerder moet hebben van ludieke wokeness, een mix van journalistieke middelmatigheid én arrogantie.

Nu heeft ondergetekende in zijn tuin tal van hoekjes en partijen waarin de natuur het ganse jaar door haar gang kan gaan. Ik ben evenmin voor rechttoe-rechtaan saaiheid, laat staan voor veel gedoe met beton en klinkers. Onkruidverdelgers gebruik ik niet, en alle tuinafval gaat het kippenperk in, wat dan weer gratis bio-mest oplevert. Maar van ecofascisme krijgen mijn borstharen paniekaanvallen. De tuinliefhebber het plezier ontnemen van zijn stukje gazon te maaien, vind ik gewoon een schending van elementaire mensenrechten, die alleen uit de koker kan komen van stadsintellectuelen die een deftige grasmaaier nog nooit van dichtbij gezien hebben.

Culpabilisering

Vorig jaar nam ik rond dezelfde tijd de campagne al op de korrel, met het argument dat er zoiets bestaat als het Voltairiaanse recht op tuinindividualisme (‘Il faut cultiver son jardin’), tegen het eenheidsdenken en de mentale asfaltering, en dat de groenlinkse regelneven onze vrijetijdbesteding niet moeten uniformiseren. Er zijn al regels genoeg. Dat mensen hun contact met de natuur in de mate van het mogelijke zelf moeten regelen, zonder Jacobijnse bemoeizucht. Daarnaast het voordeel voor de fysieke conditie van een wekelijkse maaibeurt, en het mentale welzijn verbonden aan een kort geschoren pelouse, waarbij een zeker ad hominem argument jegens minister Zuhal Demir over haar eigen oerwoud haast onvermijdelijk was.

Het is een manier om overheidsgeklungel af te dekken met onnozele campagnes die de verantwoordelijkheid bij de burger leggen, alsof het onze schuld is dat het milieu naar de haaien gaat.

Toen kon ik er nog mee lachen, nu overheerst hier irritatie en rebellie. Dat de Vlaamse overheid én de VRT de reclamecampagne van Knack steunen, ach, België is nu eenmaal het land met door de overheid gesponsorde media en een omroep waarvan de objectiviteit zeer ter discussie staat. Diezelfde Vlaamse overheid zit vandaag echter verwikkeld in een enorm milieuschandaal,- de PFOS-kwestie,- waardoor heel de Antwerpse mobiliteitsstructuur één groot fiasco wordt. Om dan mensen te gaan lastig vallen met de maaihoogte van hun gazon, sorry dat ik daar zelf diarree van krijg. Het is een manier om overheidsgeklungel af te dekken met onnozele campagnes die de verantwoordelijkheid bij de burger leggen, alsof het onze schuld is dat het milieu naar de haaien gaat.

Let op de gelijkenis met de campagne ‘Help Oekraïne, kook in de microgolf’, een poging om het desastreuze Belgische energiebeleid van decennia onder tafel te vegen via een soort collectief Voodoo-keukenritueel. Deze campagne is ondertussen geruisloos doodgebloed: Europa zal nu de Russische oliekraan zelf dichtdraaien, zonder goed te weten hoe het dat tekort gaat oplossen. Ongetwijfeld duiken straks de warme-truiencampagnes op, en nog wat later de afschakelingsplannen.

Eco-infantilisme

De kandidaten voor het Groen-voorzitterschap zijn eigenlijk komische duo’s (waarvan er eentje zich nog niet klaar voelde voor een fotoshoot)

Blijft de positie van Knack, die een journalistieke missie -waarin het faalt- vervangt door een poging om mensen zelfs thuis, in hun privé, gedragspatronen op te dringen en moreel te intimideren. Noteer dat het middelnederlandse woord thuun ‘omheining’ betekent: de tuin is een territorium, even intiem en privé als de slaapkamer.

De vrijheid binnen dat privé-domein wordt als politiek incorrect gekwalificeerd, vandaar die gazoncampagne, dit gaat niet over bloemetjes en bijtjes. Het is niet strikt verboden om uw gras te maaien, maar wie het toch doet is een natuurvandaal. Op die manier sluipt er een totalitaire trek in dit soort campagnes. Het is een hardnekkige tic van links om onder de vlag van de diversiteit het eenheidsdenken en het ideologisch uniformisme op te dringen.

De vrijheid binnen dat privé-domein wordt als politiek incorrect gekwalificeerd, vandaar die gazoncampagne, dit gaat niet over bloemetjes en bijtjes.

Groen predikt de diversiteit, bekijk ze maar eens, die leutige kandidaten voor het voorzitterschap, waar vooral de kortgerokte transvrouw Jenna Boeve opvalt als een gemodificeerde grasspriet. De parade van het groteske eco-infantilisme, in één beeld gevat. Maar vergis u niet, het is deze partij die het Belgische energie-wanbeleid voortzet én het bewustzijn tracht te collectiviseren via een ideologie die vooral op taal- en gedragscontrole is gericht. Daarmee komt ze in het woke-vaarwater terecht, en dan weten we hoe laat het is.

Politiek-electoraal wordt dit een kiesdrempelfenomeen, maar gelukkig is er Knack om ons bij de les te houden, onder het motto ‘durf twijfelen’. Dat laatste doen we zeker.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties