De vuile onderbroek van Mohammed

douche_onderbroekNiets zo belachelijk als douchen of baden met je kleren aan. Dat vinden ze ook bij Berchem Sport (spreek uit: den Baarchoem), waar het de regel is (was) dat de jeugdige spelers na een trainingsessie of wedstrijd in hun blootje collectief een douche nemen. Een ritueel dat al bestaat sinds het begin van het voetbal, maar dat is buiten jeugdtrainer Mo gerekend, voluit Mohamed Achahbar. Hij wil de optie op zedig douchen open houden, mét onderbroek aan, vooral ten gerieve van de spelers met  Marokkaanse roots. Vraag die op ieders lippen ligt: wat doen die dan als ze uit het stortbad komen? Met die natte onderbroek in de kleren duiken? Neen, zo blijkt: na de wasbeurt doen ook de Marokkaanse jongens hem gewoon af en wringen hem achter de rug van de trainer uit.

Het bestuur van Berchem Sport zit niettemin met de handen in de haar want Mo trok meteen naar de media om deze gedwongen zedeloosheid aan de kaak te stellen. Eerst negeerde het bestuur de onzinnige eis, wendde zich vervolgens in allerijl tot Unia, en besloot finaal om de keuze te laten. De helft van de jonge snaken doucht dus in onderbroek, de helft zonder. Beelden ontbreken uiteraard, maar men kan er zich iets bij voorstellen. Hoe komt het zover dat de Marokkaanse jeugdtrainer van een Antwerpse voetbalploeg de preutsheid van zijn eigen cultuur tot maatstaf verheft, en een loopje mag nemen met de hygiëne? Tijd voor een kleine cultuurhistorische wandeling rond het baden, hygiëne, vrijmoedigheid en schaamte.

Gymnasium

atleet

Toen was naakt sporten nog heel gewoon

In de middeleeuwen was het bad een feest en de badhuizen enorm populair. Het was niet alleen een hygiënische kwestie, je kon er ook eten, drinken en de liefde bedrijven. Na 1500 kwam er een puriteinse wind over Europa gewaaid, moest het lichaam permanent bedekt worden en begonnen arm en rijk te stinken. Twee eeuwen lang werden kleren zo min mogelijk ververst en vieze luchtjes met parfums verdreven: de echte dark ages kwamen na de middeleeuwen. Pas in de verlichtingstijd, de 18de eeuw dus, werd aan het emancipatorische vrijdenken ook een idee gekoppeld van lichaamshygiëne en het bannen van preutsheid. Je hoefde je niet te schamen voor je mening en ook niet voor je lichaam. Het naakt symboliseert de bevrijde mens, ontwaakt uit zijn dogmatische sluimer, zoals de filosoof David Hume dat noemde. Dat staat allemaal te lezen in twee interessante boeken, beide in 2007 uitgegeven en door een vrouwelijke hand gepend: ‘Dirt on Clean – An Unsanitized History’ (Katherine Ashenburg), en ‘Clean – a History of Personal Hygiene and Purity’ (Virgina Smith). Twee aanraders.

En zo werd de gezamenlijke douche van sportlui m/v behalve een hygiënische noodzaak ook een bezegeling van gelijkwaardigheid en zelfrespect.

Dat de (mannelijke) Grieken al in de oudheid naakt aan sport deden, heeft met dezelfde filosofische vrijmoedigheid te maken: ons lichaam is een geschenk van de natuur waar we dankbaar mogen over zijn. Het naakt symboliseerde bij de Grieken de zich manifesterende waarheid die in elk van ons aanwezig is, en het sportstadion was de tempel van die lichaamscultuur. Naar het schijnt begon het allemaal toen een hardloper in het zicht van de eindmeet zijn lendendoek liet vallen om alle ballast overboord te gooien. Sindsdien liepen alle atleten naakt, kwestie van het eerlijk te houden. Het gymnasium (γυμνάσιον, gymnásion, letterlijk: ‘de plaats om naakt te zijn’) werd sportschool en uiteindelijk zelfs school tout-court. Vandaag is het in Nederland nog steeds de benaming voor een middelbare school. In hun naaktheid zijn alle mensen gelijk en bestaat lelijkheid eigenlijk niet, we tonen ons gewoon zoals we geschapen zijn, en zijn daar best trots op. En zo werd de gezamenlijke douche van sportlui m/v behalve een hygiënische noodzaak ook een bezegeling van gelijkwaardigheid en zelfrespect.

De bruine streep

Kaaba

De Kaäba: een doos met (onwelriekende) inhoud?

Maar hoe is de schaamte dan terug in onze cultuur geslopen? De onthaarde aap heeft kledij nodig tegen de kou, doch los daarvan is er het vijgenblad waarmee Adam zijn edele delen moest bedekken. Een ommetje langs Sigmund Freud, de grote denker rond cultuur en seksualiteit, is onvermijdelijk. Voor Freud worden alle gezagspatronen en opgelegde regels samengevat in een Uber-Ich, een inwendige regulator die eigenlijk de vertegenwoordiger is van de echte, grote gezagsdragers: de vader, de Mo-narch, de staat, God. We horen schrik te hebben voor hem, censureren onszelf, tot op het randje van de depressie. De welbekende politieke correctheid is een typisch voorbeeld van het moderne schaamtegevoel. Het zich bedekken is een uiting van onderdanigheid, wat ons meteen bij de islamitische dress codes brengt.

De islamitische schaamtecultuur staat in functie van repressie en zelf-onderdrukking, daarom moet alles ‘bedekt’ worden, ook en vooral de waarheid.

Het Arabische woord hsoema – in het Nederlands meestal vertaald als schaamte – is een sleutelwoord om uiteenlopende fenomenen te verklaren als de zwijgcultuur in allochtone milieus, vrouwen die geheel gekleed gaan zwemmen, lange bermuda’s die openluchtzwembaden terroriseren, de panische schrik voor openheid, het onvermogen om überhaupt een gesprek van mens tot mens aan te gaan, het vermijden van getoonde emoties en gevoelige thema’s, een mix van depressie en agressie die we bij het overgrote deel van allochtone jongeren aantreffen, het compleet rateren van de communicatiemaatschappij, het niet kunnen omgaan met humor en satire. En dus, last but not least, ook het puritanisme van trainer Mo.

Archaïsche patriarchale onderdrukkingsmechanismen zetten hier de toon. De islamitische schaamtecultuur staat in functie van repressie en zelf-onderdrukking, daarom moet alles ‘bedekt’ worden, ook en vooral de waarheid. We komen zo in het religieuze centrum van de islam terecht: de Kaäba, de grote zwart doos die in Mekka staat en waar een massa pelgrims zeven keer al biddend rond trekt. Volgens de overlevering bevat deze kubus in een uithoek een heilige zwarte steen die ooit wit was, zijnde een geschenk van de aartsengel Gabriël aan Ibrahim.

Bepaalde godsdienstwetenschappelijke hypotheses echter stellen dat het hier eigenlijk om de vuile onderbroek van Mohammed zou gaan, die de profeet verstopt had omdat profeten nu eenmaal niet vuil worden en zich ook niet moeten wassen. Dat leverde een vreemd effect op: naar analogie met de lijkwade van Turijn, waarin een afdruk van Jezus’ bezweet gezicht merkbaar is, zou het kledingstuk in de Kaäba ook een afdruk vertonen, namelijk een bruine streep, afgescheiden door een ander lichaamsdeel.

Micro-oorlog

Notoracism

De campagne voor ‘meer respect’ zou wel eens bizarre uitlopers kunnen hebben

Niet Allah, niet de Koran, maar het verbergen van deze waarheid is de kwintessens van de islam. De preutsheid is een neurotische attitude rond een geheim dat zelfs niet mag uitgesproken worden. Geen enkel moslim raakt nog uit die kramp, hij mag er zelfs niet aan denken. Maar hoe langer je met een vuile onderbroek rond loopt, hoe vuiler hij wordt, dat weten wij althans, en dat weten ook alle chiroleidsters die op kamp jonge knapen onder hun hoede hebben: de bruine streep is een teken dat die broek uit moet. Noteer ook dat de meest gezochte terrorist ter wereld, Abu Bakr al-Baghdadi, kon worden ontmaskerd dankzij… een vuile onderbroek, die een spion had buitengesmokkeld zodat een DNA-test kon worden uitgevoerd.

Als er één overblijfsel van de verlichting vandaag doorwerkt, is dat het verlangen naar waarheid,- ook en vooral in tijden van fake news,- en het uitdagen van de schaamte- en zwijgcultuur. De democratie waarborgt wel formeel de vrije meningsuiting, maar legt hem ook meteen weer aan banden. Omwille daarvan wordt er gescholden op Twitter, weerklinken er oerwoudkreten op het voetbalveld en worden er aangebrande grappen verteld. Niet toevallig ziet Freud humor als een van de grote ontsnappingsroutes uit de censuur en de omerta.

In een tijd dat iedereen met zijn foto’s op Instagram te koop loopt, is normale hygiëne blijkbaar ‘onethisch’ geworden.

Daarom, hou dit goed in het oog, het lijkt maar een bagatel, die douches, maar het is via die ‘micro-oorlogjes’ dat we beetje bij beetje terrein verliezen. De extreme politiek-correcte houding van de voetbalbond en de FIFA , die van de zogenaamde strijd-tegen-racisme dé topmissie heeft gemaakt, sterkt lieden als trainer Mo in de overtuiging dat er nog veel rek zit op onze normen en waarden. Waar nodig zullen academische ‘experten’ hem van extra munitie voorzien.

‘Een sportclub kan zijn jonge spelers niet verplichten om naakt te douchen, dat behoort tot de persoonlijke integriteit van de jongeren’ aldus Simon De Vriendt van het Centrum voor Ethiek in de Sport. In een tijd dat iedereen met zijn foto’s op Instagram te koop loopt, is normale hygiëne blijkbaar onethisch geworden. De nieuwe douche-voorschriften van Mohammed vormen meteen een symbool voor dingen waarvan iedereen aanvoelt dat ze niet kloppen, maar waar ze ook in Berchem geen raad mee weten omdat het woord racisme maar eens zou kunnen vallen. Niemand van het bestuur wil een rel, dus buigt men en zwijgt: de schaamte verspreidt zich als de geur van een vuile onderbroek. Neusknijpers bij de hand houden, wordt vervolgd.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 22 reacties

Bart Somers en de brand van de Reichstag

SomersBrandstichting bij nacht is een delict van categorie één en mag dat zeker blijven. Er is geen enkel argument om zoiets te vergoelijken, tenzij men ook het moslimterrorisme wil relativeren als een de-daad-bij-het-woord-gevoegde vrije meningsuiting. Punt twee: ik wil niet dat deze winter één man, vrouw of kind buiten moet slapen, dat kunnen we als zelfverklaarde beschaving niet maken. Pluk die mensen van straat en geef ze onderkomen. Punt drie: België blijft een trekpleister voor asielzoekers wereldwijd, en die reputatie begint ons serieus parten te spelen. Zelfs wie in Europa al een erkenning op zak heeft, trekt naar Brussel omdat de voorzieningen hier nog altijd een tikkeltje beter zijn. Dat toerisme moet stoppen, zo snel mogelijk.

Deed Bart Somers een Goebbeltje in het Vlaams parlement, door de gehate oppositie te schofferen en als zondebok voor te stellen?

Dit gezegd zijnde, lijkt het onderzoek naar de daders van de volgens experts aangestoken brand in het toekomstige asielcentrum van Bilzen-Spouwen volstrekt overbodig. Minister van samenleven (een titel die hij zelf heeft uitgevonden) Bart Somers (Open VLD) weet namelijk al uit welke hoek die daders komen, en ook welke partij hen daartoe heeft aangezet: het Vlaams Belang, waarvan alleen al de lichaamstaal bij de mandatarissen ‘getuigt van cynisme’, iets wat zijn partijgenoot Patrick Dewael vroeger ook al had vastgesteld. Somers’ Ciceronische uitval tegen het Vlaams Belang zal nog lang nazinderen, niet in het minst door zijn verwijzing naar de grote Reichstagbrand in 1933. Waarmee zoals bekend Hitler-Duitsland afscheid nam van de democratie.

Kampioenen van het humanisme

Een groteske vergelijking, die ook historisch kwakkelt, want de communist Marinus van der Lubbe werd toen door een onpartijdige, niet politiek benoemde rechtbank schuldig bevonden, ook al doken er later documenten op die wijzen op betrokkenheid van de nazi’s.

Feit blijft dat propagandaminister Joseph Goebbels, zeg maar de toenmalige minister van samenleven, de brand handig heeft uitgebuit om met zijn politieke tegenstanders af te rekenen. Van de slag waren de communisten de pineut en werden er speciale wetten uitgevaardigd om hen uit het parlement te bannen, alleen al hun lichaamstaal werkte op de zenuwen. Deed Somers een Goebbeltje in het Vlaams parlement, door de gehate oppositie te schofferen en als zondebok voor te stellen?

Het optreden van Bart Somers, in wiens lichaamstaal ik altijd een zweem van hopeloosheid en Gutmensch-achtige hypocrisie heb bespeurd, herleidt heel het migratiedebat opnieuw tot wat het vooral niet mocht worden: een politiek-retorische kwestie. Men verwijt rechts dat het de migrant/asielzoeker diaboliseert, terwijl de speech van Somers, uitdrukkelijk gericht tegen één fractie in het Vlaams parlement, opnieuw de racistische Vlaming als een soort mededader brandmerkt. De brand is aangestoken door extreemrechts crapuul, het VB inspireert ze, en achter deze partij staan een miljoen slechte Vlamingen die duidelijk wat opvoeding nodig hebben, zo luidt de baseline. We weten dat zoiets niet werkt, zelfs het omgekeerde effect heeft en een zegen is voor Dewinter en C°, maar Somers kan het niet laten omdat het zogenaamde anti-fascisme het enige punt is dat zijn handelsfonds spijst.

De liberalen liggen ideologisch in de touwen en moeten dus punten sprokkelen in twijfelachtige uithoeken van het veld, morele kwesties als abortus en euthanasie ten berde brengen, zich tussendoor als kampioenen van het humanisme profileren, en onnoemelijk gelukkig zijn met een meevaller als deze brand in een leegstaand gebouw waar alle vingers naar één richting wijzen.

De verbindingsofficier

Sauwens

Johan Sauwens: Iets goed te maken?

Er zijn bij deze reductio ad Hitlerum natuurlijk verzachtende omstandigheden, misschien ben ik echt wel te streng voor de minister van samenleven. Het geval Somers, afkomstig uit een familie van ‘zwarten’ (zijn grootvader was gewestleider van het VNV), bevat een hoog wiedergutmachungs-gehalte, een attitude die wel meer voorkomt bij nakomelingen van mensen die ‘fout’ geweest zijn in W.O. II. Bart straalt deemoed en compensatiedrang uit, iets wat Eddy Merckx ook altijd heeft gehad. Hij heeft een prima bondgenoot in Johan Sauwens, burgemeester van Bilzen, die ooit als Vlaams minister ontslag moest nemen omdat hij een feestje van het Sint-Maartenfonds had bijgewoond, een organisatie van oud-Oostfrontstrijders. Beide heren staan nu aan de juiste kant van de geschiedenis en willen dat ook met woord en daad bewijzen.

 …terwijl de inplanting van zo’n centrum een lokaal referendum waard is, waaraan een grondige sessie publiek debat moet voorafgaan, in plaats van te elfder ure een ‘verbindingsofficier’ te sturen

Maar laat nu net die van hogerhand opgelegde politieke correctheid aan de basis liggen van veel gistend ongenoegen bij het klootjesvolk. Voor een kleine verbouwing moet men een hele administratie passeren, maar een ingrijpende verandering in het buurtweefsel als de inplanting van een asielcentrum, wordt als een routinekwestie afgehaspeld. Terwijl het een lokaal referendum waard is, waaraan een grondige sessie publiek debat moet voorafgaan, in plaats van te elfder ure een ‘verbindingsofficier’ (het woord alleen al) te sturen. Is dat zo moeilijk te organiseren? Of heeft men schrik dat het antwoord njet zou zijn in het merendeel van de gevallen? Zo’n verbindingsofficier is iets als een ombudsman: een pleister op een houten been. Laat mensen beslissen die er mee te maken hebben, dat bespaart een hoop communicatiestrategische peptalk waar de liberalen sinds Noël Slangen in uitblinken.

Toogpraat

De reacties op sociale media dan, met reflecties van het genre ‘Ja van myn mogen al die opvanghuizen afbranden en dat ze er zeker nog inzitten zyn we er dierrekt van af de ondankbare honden’. Alleen al de taal doet vermoeden met welk kruim van de samenleving we hier te maken hebben en waarom mijn kat over meer analyseringsvermogen beschikt dan de auteur van deze bespiegeling. Helaas: niks zo simpel als een Twitteraccount aanmaken en al dan niet anoniem de wereld verblijden met een straffe uitspraak. Twitter werd eens de langste toog ter wereld genoemd, en dat is het ook: een café waar, naarmate de sluitingstijd nadert en de stoelen zelfs al op de lege tafels worden gezet, steeds meer visionaire ideeën het licht zien. Aan een hoek van de toog zie je journalisten en politici onder mekaar bakkeleien, en afgeven op de rest van het tooghangend gezelschap, hoe ‘goor’ en ‘ranzig’ het daar wel aan toegaat.

Na de aanslagen in Zaventem en Brussel/Maalbeek werden er ook juichkreten geregistreerd in en rond de Brusselse kanaalzone. 

Ik zou bijna zeggen: goed dat er Twitter is, van myn mogen de grootste debielen daar hun ding doen, het laat wat stoom af, zoals bordelen ook nodig zyn om seksueel gefrustreerden op te vangen. Binnenkort zelfs terugbetaalbaar via het ziekenfonds.

donderNa de aanslagen in Zaventem en Brussel/Maalbeek werden er ook juichkreten geregistreerd in en rond de Brusselse kanaalzone. Toen waren er wél slachtoffers en was het land in shock, maar hoe smakeloos-obsceen we dat ook vinden: juichkreten en vreugdedansjes, al dan niet digitaal, zijn toegelaten in dit tranendal. Er is bij mijn weten toen ook nooit een politieke partij aansprakelijk gesteld, wegens aanzetten tot haat of wat dan ook, hooguit werden er vragen gesteld rond de betrouwbaarheid van justitie en het politie-apparaat. Voor de rest is enige nervositeit aan de onderkant van de samenleving begrijpelijk, gezien de enorme wachtlijsten inzake sociale woningen. Of waarom we de Twitterwoede niet helemaal moeten afschrijven als een uitlaatklep van debielen.

Een falend asielbeleid, een democratisch deficit rond de aanpak, een minister van ‘samenleven’ die zijn kans schoon ziet om een slechte Gutmensch-show op te voeren…: achter en voorbij de brand in Bilzen zit een amalgaam van Belgisch-Vlaamse onhebbelijkheden die maken dat het gerechtelijk onderzoek compleet gepasseerd is. De roeptoeterij rond westerse waarden en humanisme klinkt enorm vals uit de mond van iemand als Bart Somers die het salafisme in zijn stad promoot als ‘een middel tegen radicalisering’. Hoeveel newspeak kan een mens verdragen.

Als klap op de vuurpijl kwam meneer de burgemeester uit Samson en Gert, alias Walter De Donder, in acteurskostuum de minister van samenleven een hart onder de riem steken, en meteen nog wat reclame maken in zijn verkiezingscampagne voor het CD&V-voorzitterschap. Daarmee is het showgehalte van de Reichstag-brand in Bilzen-Spouwen compleet en is het carnavalsseizoen officieel van start gegaan. Kan iemand de asielzoekers wereldwijd kwalijk nemen dat ze dit vrolijke land als topbestemming uitkiezen?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 27 reacties

De klaagzang van de culturo’s

Wenen

Het kot is te klein in het Vlaamse cultuurland: een grote buikriemoperatie, getekend Jan Jambon, leidt ertoe dat de werksubsidies met 6% terugvallen, en de éénmalige projectsubsidies zelfs met 60%, namelijk van 8,47 miljoen naar 3,39 miljoen euro.

Groot gejammer. Vooral de Groenen zijn in hun wiek geschoten. Bizar, want aan de jet-set kunst van Fabre en konsoorten, die regelmatig ook nog gepaard gaat met enige dierenmishandeling, is niks ecologisch. Alleen voor de zeven erkende kunstinstellingen – onder meer de Vooruit in Gent, de Ancienne Belgique in Brussel en het Kunsthuis (Opera Vlaanderen en Ballet Vlaanderen) – wordt de afslanking beperkt tot 3 procent van het budget. Een minister-president, die er ook nog even cultuur bijneemt, vind ik bizar, en ik kan me niet herinneren dat Jan Jambon ooit blijk gaf van enige belangstelling of expertise ter zake. Toch is de bezuinigingspolitiek het gevolg van de manier hoe cultuur zich tot de Vlaamse grondstroom verhoudt: wereldvreemd en elitair.

Bloed en sperma

Fabre

Jan Fabre/Troubleyn: een van de grootste subsidieslurpers

Iedereen die mij kent weet dat ik een cultuurbeest ben. Maar meer geld voor cultuur leidt niet tot betere cultuur, dikwijls integendeel zelfs. Een klassieke slokop, Jan Fabre en zijn vzw Troubleyn, goed voor bijna één miljoen euro (!) per jaar, brengt al vanaf de jaren ’80 van vorige eeuw theater van een twijfelachtig niveau, met lachwekkende gimmicks die niemand nog choqueren, zoals zijn ‘performance’ op 13 juli 2017 in Wenen, waar hij met ezelsoren voor een verbaasd publiek een actrice in een barokke trappenzaal een tong draait. Op andere momenten is het publiek masturberen geblazen en worden er vele kilo’s bloederig slachtafval op de scène gekwakt. Wie dat, ondanks de hoogdravende begeleidende teksten, hoogstaand theater vindt, verwart kunst met de inventiviteit die in een studentendoop wordt aan de dag gelegd.

Er is geld, dus moet er iets gedaan worden, en de dag dat Fabre niks meer doet is hij zijn structurele subsidies kwijt.

Het bizarre aan deze gesubsidieerde kunst is eigenlijk dat ze haar materiële ondersteuning als basis heeft genomen van een industrie die ‘moet’ provoceren, zogezegd vernieuwen, maar eigenlijk steeds inhoudslozer wordt. Er is geld, dus moet er iets gedaan worden, en de dag dat Fabre niks meer doet is hij zijn structurele subsidies kwijt en staat al dat ondersteunend personeel op straat, dus blijven de gimmicks maar doorgaan. Speciale definitie van l’art pour l’art. Tegelijk speelt zich dat alles af voor een incrowd, een publiek dat zich kan identificeren met die dolle, zichzelf zeer ernstig nemende fratsen en een modernistisch snobisme cultiveert, onder het stilzwijgende motto ‘je moet ervoor openstaan, en dat is niet iedereen gegeven’.

Deze kunst beweegt zich ook in een internationaal uitwisselingscircuit waardoor Fabre bijna meer in Venetië zit dan in Antwerpen: zo’n subsidiekunstenaar komt automatisch in een netwerk terecht van kosmopolitisch denkende instituten waar gelijkgezinde charlatans elkaar ontmoeten en een hype creëren van ‘nieuwe, vernieuwende’ kunst, ontoegankelijk voor de gewone man en vrouw, maar dat geeft niet, integendeel: die begrijpen toch niets van kunst en vloeken bijvoorbeeld ook op de fluo blokken (Rock Strangers) van Arne Quinze die de Oostendse zeedijk permanent ontsieren. Het stadsbestuur heeft er veel voor betaald, dus blijven ze staan, in de veronderstelling dat gewenning tot liefde leidt. Helaas, de Oostendenaar ervaart het als een kankerplek.

Horen zien en zwijgen

OostendenaarEr is dus een probleem in de relatie tussen de artistieke entrepreneurs genre Fabre en Quinze, en de ogen waarmee het publiek kijkt. Dat Fabre zich veel permitteert en danseressen langs zijn bedstede moeten passeren om een fatsoenlijke rol te krijgen, levert wel even wat gemor op, maar de hoofdtoon is uiteindelijk dat zo’n exuberante artiest veel moet vergeven worden en dat men geen omelet kan bakken zonder eieren te breken. Bij deze.

Feit blijft dat heel die bedoening om zichzelf draait, en als Narcistische clownerie nauwelijks een publiek draagvlak heeft. En daar nog prat op gaat ook. Wel is er veel positieve respons in de media: cultuurrecensenten scharen zich graag aan de kant van de elite die het allemaal begrijpt en waardeert, er moet nu eenmaal een verschil zijn.

Radio Klara is dé cultplek van het Vlaamse cultuursnobisme, geëtaleerd in een bekakte toon die niet van deze planeet lijkt. 

De bubbel van intellectuelen en journalisten, met o.m. de cultuurzender Klara als geliefde ontmoetingsplek, zorgt voor een permanente barrière tussen wetenden en onwetenden, ook al beweren ze het omgekeerde. Radio Klara is dé cultplek van het Vlaamse cultuursnobisme, geëtaleerd in een bekakte toon die niet van deze planeet lijkt. Gewone mensen kunnen mits opvoeding ook wel zover komen, maar er is werk aan: heel de post-’68 dynamiek van de verlichte, hippe culturo is gebaseerd op een onderscheid tussen de intellectueel/meerwaardezoeker en de domme lezer van HLN. De eerste inspireert, verlicht, de tweede moet zwijgend accepteren, zijn ondeskundigheid erkennen, eventueel aansluitend wegzappen naar VTM. Het is in zo’n klimaat dat gemeenschapstoelagen voor kunst en cultuur in vraag worden gesteld. Terecht denk ik.

Cultuur en weldenkend-links

Hillaert

DS-cultuurjournalist Wouter Hillaert, oprichter van Hart boven Hard

Mei ’68 en zijn nasleep, dat brengt ons op het tweede facet van de Vlaamse cultuurbubbel: het feit dat de sector zich voor het overgrote deel een weldenkend-linkse mantra aanmeet waarmee ze zichzelf herleidt tot een niveau van propagandacultuur. Overigens steevast Belgicistisch, regimevriendelijk en zelfs pro monarchie. Cultuur dient onder meer ook om de fout-stemmende Vlaming tot betere inzichten te brengen.

Grensverleggend in dat opzicht was het initiatief in 2014 van DS-cultuurjournalist Wouter Hillaert en Hugo Franssen, toenmalige baas van de extreem-linkse uitgeverij EPO, om Hart boven hard op te richten, een beweging die vooral door de vakbonden en 11 11 11 werd gedragen en waarin de cultuurwereld werd opgeroepen om de gehele rechterzijde te discrediteren als asociaal, cultuurvijandig en anti-democratisch. Met het cultuurmagazine Rekto-Verso als voornaamste vehikel.

Vooral aan de universiteiten werd de pensée unique, en de evenredige uitsluiting van andere meningen, een vast gegeven

Natuurlijk is politieke oppositie legitiem, er mag en moet dissidentie zijn. Maar dat activisme van de cultuursector leidde tot rare neveneffecten: een lezing van Theo Francken aan de Gentse universiteit diende in 2017 geannuleerd wegend protest van linkse actievoerders die bij Hart boven hard aanleunen. Verstoringen van zogenaamd rechtse sprekers werden schering en inslag. Vooral aan de universiteiten werd de pensée unique, en de evenredige uitsluiting van andere meningen, een vast gegeven. De fameuze geur van rotte eieren die vandaag in de gebouwen van de Gentse universiteit aan de Blandijnberg hangt, komt van een stinkbom die werd gedeponeerd om een debatavond, georganiseerd door de Nationalistische StudentenVereniging, te beletten. Iedereen aan de unief weet dat, maar de media houden zich aan de officiële versie, verspreid door het rectoraat zelf: oorzaak onbekend, de rest is complottheorie. 

Ondertussen in het Cultureel Centrum

Maar terug naar het cultuurbedrijf en de bijzondere opvattingen over pluralisme in de sector. Ik spreek even uit eigen ervaring. Van de zestig lezingen die ik vorig en dit jaar gegeven heb, over mei ‘68 en over de Vlaamse media, was er welgeteld één georganiseerd door een officieel cultureel centrum, zoals er in bijna elk Vlaams gehucht een staat. Dat zijn nochtans de plekken bij uitstek waar auteurs, filosofen etc aan bod kunnen komen om dankzij uw belastinggeld iets te komen verkondigen dat het beluisteren waard is, buiten het netwerk van Bart Schols en Phara om.

Sprekers die de mainstraim media kritisch belichten, of het cultureel establishment in vraag stellen, worden als ‘(extreem-)rechts’ beschouwd en dus niet-programmeerbaar

WarandeDe verantwoordelijke van dat ene cultureel centrum wist me te vertellen dat ze me absoluut wou vragen in plaats van nog maar eens stoffige zekerheden als auteur Chris De Stoop uit te nodigen, niettegenstaande men haar had verwittigd dat ze er ‘grote problemen’ mee kon krijgen. De Vlaamse administratie, verantwoordelijk voor de werking van onze lokale cultuurhuizen, geeft dus blijkbaar niet mis te verstane wenken: sprekers die de mainstraim media kritisch belichten, of het cultureel establishment in vraag stellen, worden als ‘(extreem-)rechts’ beschouwd en dus niet-programmeerbaar, dit nota bene op een door de Vlaamse gemeenschap bekostigd forum.

Deze ideologisch-paternalistische tunnelvisie is de tweede reden waarom het publieke draagvlak voor cultuur afkalft, na de eerder genoemde masturbatie-industrie à la Fabre. Eigenlijk stelt zich de vraag of wij wel een cultuurministerie nodig hebben, en of kunstenaars en kunsthuizen niet moeten leren hun eigen boontjes te doppen, door middel van crowd funding en andere fondsverwervers. Zoals de Vlaamse publieke omroep en heel het medialandschap, is de cultuursector toe aan een paar grondige existentiële vragen over bestaansredenen, wat doet ze, voor wie, met welk oogmerk.

Zomaar wat voortmodderen, al dan niet met een paar duizendjes minder, is niet meer aan de orde. Het gaat hier om instellingen uit de 20ste eeuw, die hun tijd overleven dankzij een overheidsinfuus, en dat is het absolute tegendeel van wat cultuur volgens mij zou moeten  zijn: origineel, tegendraads, beklijvend maar ook verleidend en zelfwerkzaam, niet parasiterend op het establishment.

Misschien leidt minder wel tot meer, en kan een grondige snoeibeurt nieuw groen van onderuit laten ontluiken.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 72 reacties

Partnergeweld: niet zomaar mannen

femicideDe relatiemoord in Wevelgem, waarbij Jill Himpe (36) met messteken door haar ex-partner om het leven werd gebracht, is in geuren en kleuren in de papieren media opgevoerd. Vrouwenorganisaties slaan alarm: al 19 vrouwen zijn dit jaar in België door hun (ex-)partner om het leven gebracht, zo heeft actiegroep Stop ­Feminicide geteld. Vermoedelijk een onderschat cijfer want nogal wat moorden komen in een ander vakje terecht, zelfs bij de ongevallen. Het is ook maar het topje van de ijsberg, waaronder zich een massa huishoudelijk leed bevindt van vrouwen die geterroriseerd, mishandeld en gestalkt worden, dit laatste na de scheiding met eventueel een contactverbod.

Het stramien is tamelijk gelijklopend: mannen die voelen dat ze de greep verliezen op de situatie en naar steeds extremere middelen grijpen. De gewelddaad is de trieste climax van een langdurige escalatie, een opbouw van agressie waarbij de vrouw dikwijls al eens naar de politie is geweest, die haar dan wandelen stuurt met de klassieke mededeling: ‘sorry, madammeke, we kunnen niks doen’. Hier moeten dringend draaiboeken geschreven worden en duidelijke instructies gegeven, zowel aan hulpverleners als aan ordediensten. Er moet pro-actief opgetreden worden en signalen ernstig genomen. Vergeten we ook niet dat vooral de kinderen de dupe zijn van gezinsagressie, en dat zoiets zware trauma’s kan veroorzaken, of zelfs kopieergedrag eens ze volwassen zijn. Tenslotte is de drempel voor sommige vrouwen hoog om klacht in te dienen, wetende dat zoiets het probleem alleen maar vergroot.

Een verboden onderwerp

Montevideo, vrouwenmars tegen partnergeweld

Maar het begrip feminicide is problematisch, vanwege zijn associatie met een woord als genocide, zijnde een georganiseerde volkerenmoord. Bestaat er echt zoiets als een bewust project om vrouwen om te brengen en van deze planeet te bannen? Ik dacht het niet, en als dat zo zou zijn, not in my name, ik zie ze veel te graag. Is dé man an sich het probleem, of gaat het om mannen met een bepaald risicoprofiel, door geaardheid, opvoeding, achtergrond?

Of stelt het probleem zich vooral in samenlevingen waar de machocultuur prominent aanwezig is, zoals in Zu? Dat laatste lijkt me toch een redelijke hypothese. Het woord feminicide is een bijna paranoïde veralgemening die van een reëel probleem een amalgaam maakt. Zo wordt ook ineens de moord op Julie Van Espen terug in herinnering gebracht, terwijl het hier helemaal niet om een uit de hand gelopen partnerconflict ging, maar om een seksuele delinquent die slecht of niet was opgevolgd en zelfs toen niet op vrije voeten had mogen lopen. Ik snap niet hoe een zogenaamde wetenschapper als Karen Celis (VUB) over ‘feminicide’ kan spreken (De Afspraak, 7/11) als gold het een planetaire kwaal, zonder dat sociologisch te benoemen, over welke soort mannen het gaat en waarom ze het doen. Of wil ze dat potje liever gedekt houden?

Het woord feminicide is een bijna paranoïde veralgemening die van een reëel probleem een amalgaam maakt.

RoaniOver de moordenaar van Jill Himpe, Ridoan O. (foto), is de informatie summier. Ik vraag me af waarom een dader van feiten, waarover geen twijfel bestaat, in de media nog met een afkorting moet worden aangegeven. Over zijn afkomst doet men er ook het zwijgen toe, gelet op de voornaam kan men al iets vermoeden. Alleen de nieuwswebstek Sceptr vermeldt dat de man van Marokkaanse origine is. Bovendien voorzien van een serieus strafblad, met o.m. veroordelingen voor drugsfeiten en afpersing met geweld. En uiteraard altijd snel weer op vrije voeten, dat is een constante in ons systeem.

Ik ben de laatste om te beweren dat partnergeweld exclusief een allochtoon verschijnsel is, daar zitten ook Belgische en Vlaamse mannen tussen. Toch is de schroom rond dit onderwerp in de media en de academische wereld opmerkelijk. Ik zou graag eens wat statistieken zien, hoeveel procent (ex-)partnermoorden door mannen ‘met een migratie-achtergrond’ worden gepleegd. Speciaal dan de Arabisch/Berberse komaf. Die cijfers vind ik nergens terug, in geen enkele academische studie ook, dus mag men veronderstellen dat er een taboe op rust en dat er werk aan de winkel is. Gelet op de samenstelling van de Belgische gevangenispopulatie (44% buitenlanders waarvan Marokkanen veruit de grootste groep vormen – hierin allochtonen met Belgisch paspoort niet meegerekend), mag men veronderstellen dat dit zich vertaalt in misdaadcijfers, ook de zwaarste categorie, moord en doodslag.

Cultuurkloof

Foto Sylvia Konior

Het drama in Wevelgem roept nog andere overwegingen op, nog minder politiek-correct en dus ideaal om hier te ventileren. Als we mogen veronderstellen dat de genaamde Ridoan O. een moslimachtergrond heeft -hetzij zelf gelovig, hetzij vanuit opvoeding en traditie-, dan is die moord ook het dramatisch sluitstuk van een cultuurclash. Westerse vrouwen willen als vrije individuen door het leven gaan, een normale omgang hebben met vrienden, een loopbaan uitbouwen, en vinden gedomineerd worden door de partner niet ok. Ook al is de liefde nog zo groot.

Het is nooit de allochtone man die zich aanpast aan onze waarden, het is vrijwel altijd de vrouw die verondersteld wordt zich te schikken naar het patriarchaal wereldbeeld.

De escalatie die aan zo’n delict voorafgaat, staat dan ook in functie van die opgebouwde spanning tussen westers en niet-westers waardenpatroon. In de islam is de man de absolute patriarch in het huishouden en is de vrouw hem onderdanigheid verschuldigd. Het is nooit de allochtone man die zich aanpast aan onze waarden, het is vrijwel altijd de vrouw die verondersteld wordt zich te schikken naar het patriarchaal wereldbeeld. Tenzij ze zich compleet onderwerpt en enkel nog in nikab de straat opgaat, is zo’n slagersmes-scenario vroeg of laat helaas niet denkbeeldig.

Onvermijdelijk eindigt onze analyse in het herformuleren van de multiculturaliteit als probleem, in het bijzonder de plaats van de islam in een samenleving die zo prominent de gendergelijkheid propageert. Ik vraag me af of ‘gemengde’ relaties wel moeten aangemoedigd worden, gezien de voorspelbare problemen rond een normenkloof. En andermaal: hier is dringend onderzoek nodig naar het belang van culturele achtergrond in wat men feminicide noemt.

Submission

Ayaan Hirsi Ali

Een van de meest radicale islamkritische feministen is Ayaan Hirsi Ali, geboren in 1969 in Somalië en naar Nederland gevlucht. In 2002 trad ze officieel uit de islam en kwalificeerde Mohammed als een tirannieke pervert en pedofiel, vanwege het feit dat hij gemeenschap had gehad met de 9-jarige dochter van een vriend. Dat kwam haar op doodsbedreigingen te staan. Het verbeterde er niet op toen ze met Theo van Gogh in 2004 de ondertussen legendarische film Submission realiseerde. In november van datzelfde jaar werd van Gogh vermoord door extremistische moslims en dook Hirsi Ali onder, om uiteindelijk naar de VS uit te wijken en daar ook het staatsburgerschap te verkrijgen.

Het activisme van Ayaan Hirsi Ali is intellectueel goed onderbouwd en focust op het inherente gevaar van de islam, als misogyne ideologie die via de migratie in Europa ook een toenemend gevaar voor autochtone vrouwen inhoudt. De cultuurclash dus waarvan sprake, ook zichtbaar in het toenemend aantal seksuele straatdelicten waarbij asielzoekers betrokken zijn.

Ayaan Hirsi Ali wijst erop dat onze vluchthuizen een onevenredig hoog percentage allochtone vrouwen bevatten, op de vlucht voor mannelijk geweld

Door de sensibilisering rond partnergeweld doet zich nog een ander merkwaardig feit voor. Ayaan Hirsi Ali wijst erop dat onze vluchthuizen een onevenredig hoog percentage allochtone vrouwen bevatten (53 % volgens het Vlaams Steunpunt Algemeen Welzijnswerk), en dat er zich onder de daklozen steeds meer migrantenvrouwen -dikwijls met kind(eren)- bevinden. Dat geeft aan hoe het partnergeweld binnen allochtone gezinnen -waar de islam toch een dominante plaats inneemt- wijd verbreid is, en dat vrouwen op een zeker moment, als de nood echt onhoudbaar is, er blijkbaar voor kiezen om weg te lopen en onder te duiken. Achteraf bekeken had Jill Himpe dat beter ook gedaan, maar ze vertrouwde op familiale netwerken en verbleef bij haar moeder. De dader was zo attent om het levenloze lichaam in de woonst van de moeder te deponeren. Reken niet op berouw of schuldinzicht.

Dat criminaliteit verweven zit met een migratie-achtergrond, is algemeen erkend (zie o.m. het onderzoek van Marion Van San), ook al worden er weinig conclusies getrokken. Hopelijk wordt nu ook snel het taboe gesloopt omtrent de culturele achtergronden van partnergeweld. Anders moeten alle mannen in dit land een mea culpa slaan omdat Ridoan O. zijn ex wou afslachten. Erger nog, bestaat het risico dat onze westerse morele criteria aangepast worden aan een geïmporteerde machocultuur die de vrouw terug aan de haard kluistert, wat het probleem zeker zou oplossen onder het motto ‘men moet het geweld niet uitlokken’. Dit onder impuls van links-progressieve weldenkers. Hoe ironisch kan het leven zijn.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 34 reacties

En français svp

1280px-Mechelen_AZ_St_Maarten

AZ Sint-Maarten, Mechelen

Alle kranten, ook de Vlaamse, hebben onder luid gejuich de eerste vrouwelijke premier van België begroet, weliswaar in lopende zaken, namelijk Sophie Wilmès (MR), die de naar Europa verkaste Charles Michel vervangt. Een overwinning voor de gendergelijkheid, zo wil het politiek-correcte cliché. We weten ondertussen welk vlees we in de kuip hebben: Wilmès woont in de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode, waar ze met de Union des Francophones  opkomt ‘voor de belangen van de Franstaligen in de Vlaamse rand’. Lees: actief de verfransing van de rand promoot.

Dat zijn dus vooral mensen die niet kunnen leven met de realiteit dat ze in Vlaanderen wonen, en in het Frans willen bediend worden, niet alleen bij de bakker en de slager maar ook aan het overheidsloket, tot en met Franstalige kiesbrieven. Het zijn deze lieden die in een volgend rondje staatshervorming/communautaire gesprekken de door hen georganiseerde verfransing als een fait accompli voorstellen, om dan een overheveling naar Waals-Brabant te eisen. Bijvoorbeeld. Want Wilmès laat niet zomaar in haar kaarten kijken en presenteert zich als ‘de premier van alle Belgen’.

Europa en het Minderhedenverdrag

Sophie Wilmès

In deze logica om via persoonlijke rechten territoriale verschuivingen af te dwingen, is het ondertussen beruchte Europese Minderhedenverdrag een cruciaal breekijzer. Het zag het levenslicht in 1995 en was bedoeld als bescherming van culturele en etnische minderheden binnen een EU-lidstaat, een principe dat van meet af aan problematisch bleek, want wanneer bescherm je gewoon minderheden, en wanneer worden dat bruggenhoofden van culturele en taalkundige desintegratie?

België ondertekende het verdrag in 2001, in het kader van het Lambermontakkoord. Dat was voor de Franstaligen een belangrijke etappe in een soort reconquista: dankzij dit verdrag zou men in Vlaanderen, met Vlaamse subsidies, eigen scholen en culturele instellingen kunnen oprichten, regionale tv-zenders opstarten, tweetaligheid in de ondernemingen afdwingen, en vooral: eisen dat men door de administratie in het Frans bediend wordt. Omwille van dit paard van Troje ondertekende de Vlaamse regering het verdrag nooit,- de Waalse en de Brusselse gewestregeringen uiteraard wel,- en dat is een voorwaarde voor de ratificatie, de concrete juridische uitvoerbaarheid dus.

De bedoeling van de francofone lobbymachine is, dat Vlaanderen internationaal gepercipieerd wordt als een regio die het niet nauw neemt met democratie en mensenrechten.

Om die laatste hindernis te nemen schakelde men al in 2002 de Raad van Europa in, die zowaar een rapporteur naar onze contreien stuurde, ene Lili Nabholz-Haidegger die er in haar conclusies geen doekjes om wond: ze eiste dat Vlaanderen het Minderhedenverdrag onverwijld goedkeurde en dat Franstaligen in heel Vlaanderen (!) faciliteiten moeten kunnen bekomen. Noteer dat volgens datzelfde verdrag ook Vlamingen in Wallonië taalrechten zouden kunnen aanvragen, wat die natuurlijk nooit doen: we zijn een braaf volk en passen ons aan.

Sindsdien komt dat rapport af en toe eens uit de schuif, en wordt er druk achter de schermen gewerkt om die ratificatie toch af te dwingen. Daartoe wordt er intens genetwerkt. Tot in de VN moeten ze weten wat voor een gore negorij Vlaanderen wel is, daarvoor heeft ook al Didier Reynders een duit in het zakje gedaan. De bedoeling van de francofone lobbymachine is dat Vlaanderen internationaal gepercipieerd wordt als een regio die het niet nauw neemt met democratie en mensenrechten. Zoals ook de Catalanen met medewerking van de EU steeds meer als een stelletje oproerkraaiers worden weggezet.

Olievlek

Tamponisation (groene zones): vooral de as Brussel-Antwerpen en de kuststreek komen volgens bepaalde milieus in aanmerking voor een tweetalig statuut

Als men ziet welke logica zich in de Vlaams Rand voltrekt, beseft men hoe wereldvreemd dat rapport van de Raad van Europa wel is: de verfransingsmachine misbruikt het mensenrechtenverhaal en richt zich op een olievlekstrategie, in bepaalde milieus tamponisation genoemd, het creëren van tweetalige eilanden die naar elkaar toegroeien tot heel de regio is ingenomen. Dat gaat ook gepaard met sociale verdringing en pesterijen: uitgerekend in de gemeente van mevrouw Wilmès, Sint-Genesis-Rode, werd Geertrui Windels (echtgenote van Herman Van Rompuy) als Vlaamse schepen het leven zodanig onmogelijk gemaakt door het UdF-bestuur dat ze ontgoocheld ontslag nam.

Heel het faciliteitenverhaal, gestart in 1988, is dan ook een perverse constructie. Het werd door de Vlamingen gezien als een uitdovende overgangsmaatregel om de Franstaligen de kans te geven zich te integreren, terwijl het door de francofonen werd gezien als een blijvend recht, vatbaar voor uitbreiding. De analogie met de islamisering in Europa is tamelijk gelijklopend: natuurlijk staat de vrijheid van godsdienst in onze grondwet én is die ook Europees verankerd. Maar wat als dat principe misbruikt wordt voor een cultuurimperialistische agenda die ons uiteindelijk in de dhimmitude drijft?

Zo worden we in de verdediging gedrongen en moeten ons langs alle kanten moreel verantwoorden, terwijl de sociologische realiteit zich ondertussen gewoon doorzet.

Het is deze verdringingslogica die door Europa totaal wordt miskend, en de francofone politici buiten dat genadeloos uit. Toen in 2008 de Vlaamse overheid weigerde drie burgemeesters in de Rand te benoemen die de taalwetten niet toepasten, werden we door de Raad van Europa officieel gekapitteld: Vlaanderen dreigt zich aan discriminatie en racisme te bezondigen. Een stigma dat, toppunt van al, door onze eigen Vlaamse media wordt versterkt, niet in het minst de publieke zender, met betrekking tot de allochtone bevolking.

Zo worden we in de verdediging gedrongen en moeten ons langs alle kanten moreel verantwoorden, terwijl de sociologische realiteit zich ondertussen gewoon doorzet. We hebben zowaar een minister van de Vlaamse Rand, de heer Ben Weyts, waarvan ik begot niet zou weten wat zijn strategie is tegen de tamponisation. Afgezien van het mooie magazine Randkrant dat maandelijks in mijn bus valt en als één grote multiculturele goed-nieuws-show oogt.

Intercultureel bemiddelaar

Florence N. (*) is verpleegster in het Mechelse ziekenhuis Sint-Maarten, een fusie van voormalige regionale zorgcentra. Zoals bij de meeste ziekenhuizen huldigt men daar een diversiteitsbeleid, gecoördineerd door een intercultureel bemiddelaar. Patiënten van vreemde origine hebben het recht om door een tolk te worden bijgestaan tijdens hun verblijf/behandeling/ consultatie. Dat is medisch noodzakelijk als het een persoon betreft die echt het Nederlands, Frans of Engels niet machtig is. De ervaring wijst echter uit dat men daar misbruik van maakt en dat een taalprobleem wordt voorgewend om zich als een subcultuur te affirmeren. De tolken hebben dus hun handen vol.

Florence: ‘Soms zien we dat bepaalde patiënten een tolk eisen omdat ze het Nederlands zogenaamd niet machtig zijn, maar dan later blijkt dat dezelfde patiënt het Nederlands beter beheerst dan men eerst vermoedde. Het gebruik maken van een tolk wordt soms gewoon geëist, alsof men deze service eerder ziet als iets waar men ‘recht op heeft ‘ dan een gunst. Het gaat dan steeds om niet-Europese migranten aka Arabisch/Berbers enz.’

De volgende stap is dat mannen van een bepaalde origine weigeren om door een verpleegster verzorgd te worden die geen hoofddoek draagt.

Patiënten die onze taal niet spreken, moeten uiteraard bijgestaan worden, dat is een elementair zorgprincipe. Maar dat mag geen beleidsnorm worden naar mensen die hier wonen en geen zin hebben om Nederlands te spreken. De volgende stap is dat mannen van een bepaalde origine weigeren om door een verpleegster verzorgd te worden die geen hoofddoek draagt. Vanuit de al te genereus toegekende taalfaciliteiten is het inderdaad maar een kleine stap om allerlei andere, meer fundamentele toegevingen af te dwingen, zoals de weigering van vrouwelijke patiënten om door een mannelijke arts behandeld te worden, de eis tot een complete halal-keuken, enzovoort. Patiënten stappen dus, als ze hun zin niet direct krijgen, naar de intercultureel bemiddelaar, waarna de instelling in kwestie, uit schrik voor mediaheisa, snel bakzeil haalt.

Souplesse

In sommige Vlaamse rusthuizen ben je als Vlaming een vreemde eend in de bijt

Florence ziet met lede ogen hoe haar collega’s wat graag hun beste Frans bovenhalen als er ook maar gefluisterd wordt: en français svp, terwijl het daar in Mechelen negen kansen op tien gaat om streekgenoten, francofonen die er al jaar en dag wonen en die gewoon de truc van Sophie Wilmès toepassen: als je maar lang genoeg volhoudt dijt de Brusselse Rand uit tot in de Rupelstreek.

‘Bij Franstalige patiënten wordt het meestal als vanzelfsprekend beschouwd dat ze gewoon in hun moedertaal worden te woord gestaan. Ik sta er steeds van versteld hoe administratieve medewerkers, verpleegkundigen en artsen zonder enige tegenzin Franstaligen op hun wenken bedienen door als vanzelfsprekend op Frans over te schakelen ook al zijn we hier in hartje Vlaanderen. Diegenen die daar niet zo enthousiast in meegaan worden dan vaak afkeurend bekeken door zowel medewerkers als -uiteraard- door de betrokken patiënten’, aldus onze verpleegkundige die om begrijpelijke redenen anoniem wenst te blijven.

Terwijl in een Mechels ziekenhuis verpleegsters vrolijk Frans praten tegen al wie wil, is het in ‘tweetalige’ Brusselse ziekenhuizen quasi onmogelijk om in het Nederlands te woord gestaan te worden

Diversiteitsbeleid dekt vele ladingen en het wordt tijd dat er eens wat klokkenluiders uit de biecht spreken. De situatie in Sint-Maarten is geen uitzondering maar veeleer de regel in de meeste Vlaamse zorginstellingen, bijvoorbeeld ook in rusthuizen: soms wanen bejaarde Vlamingen zich daar in het buitenland.

Opvallend: terwijl in een Mechels ziekenhuis verpleegsters vrolijk Frans praten tegen al wie wil, is het in ‘tweetalige’ Brusselse ziekenhuizen quasi onmogelijk om in het Nederlands te woord gestaan te worden, niet door het onthaal, niet door het verplegend personeel, laat staan door een arts. In Brussel blijken rusthuizen, die door de Vlaamse gemeenschap als tweetalige instellingen gesubsidieerd worden, in de praktijk ééntalig Frans, een probleem dat vorig jaar nog door de N-VA werd aangekaart, zonder resultaat. Voor de verandering zou men eens een Pano-journalist als Vlaamse patiënt met een blindedarmontsteking undercover kunnen laten gaan in zo’n Brussels ziekenhuis, en zien welk lidmaat geamputeerd wordt.

Conclusie: Vlaanderen moet dringend de perverse effecten van de diversiteitslogica afbouwen en de EU-oekazen van de hand wijzen. Er is een verschil tussen hoffelijkheid en onderdanigheid, zoals er een verschil is tussen vrijheid van godsdienst en dhimmitude. Een consequente taalpolitiek is de hoeksteen van elk integratiebeleid, daar is geen weg naast. Wie in Denemarken gaat wonen en geen Deens wil spreken, reduceert zichzelf tot een paria.

De Vlamingen hebben het vooral aan zichzelf te danken, hun ingeprente souplesse, hun domheid ook om zich in onderhandelingen te laten naaien, hun laag cultureel zelfbeeld, hun enerzijds-anderzijds-discours, de koudwatervrees om echt knopen door te hakken en als eigen natie hun weg te zoeken doorheen de geschiedenis. Ondertussen discussieert half Vlaanderen over de vraag of ballekens in tomatensaus een plaatsje in de Vlaamse canon verdienen. Hoor ik daar gegrinnik in Rhode Saint-Genèse?

Effectief, terwijl we ons met dit soort beuzelarijen bezig houden en de politieke impasse compleet is -sommigen spreken alweer van een regimecrisis- is er één proces dat nooit stilvalt en nagenoeg compleet onder de waterlijn blijft. Men kan zich afvragen in wiens voordeel de tijd tikt.

(*) Florence N.: pseudoniem om de privacy en professionele situatie van de betrokkene niet te schaden. Naam bij de redactie bekend.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties

Mijn opgeheven middenvinger laat ik na aan Gwendolyn

De politiek probeert al heel ons leven te regelen, dat ze van mijn dood tenminste afblijven.

Twee maanden geleden heeft mijn buurman afscheid genomen van het leven. Hij leed aan een ongeneeslijke spierziekte, kon op het einde nog amper ademen, het gevraagde spuitje was voor hem een verlossing. Op zo’n moment iemand het recht op vrijwillige levensbeëindiging onthouden, is gewoon obsceen. Het afscheid vond plaats in het bijzijn van zijn vrouw en enkele naaste familieleden, naar ik hoorde achteraf, sereen, zelfs in een sfeer van dankbaarheid.

De wet heeft dat allemaal netjes geregeld, de dokter komt met zijn valies langs en haalt de spuitjes boven, want het zijn er naar het schijnt twee. Dood gaan doen we allemaal en we hopen allemaal oud te worden zonder al te grote problemen. Maar die zogenaamde levenskwaliteit is een hachelijke zaak. De medische wetenschap laat mensen makkelijk 80, 90 jaar worden, waarbij zich fysieke, mentale en sociale problemen stellen. Het fenomeen van de levensmoeheid komt dan in beeld, het verschijnsel dat gewezen radiomaakster Lutgart Simoens (91) aankaartte in een Knack-interview. Ze pleit voor de notie van het voltooide leven, het recht om te sterven gewoon als men vindt dat men ‘het gehad heeft’.

Het oorkussen van de duivel

SimoensIn principe ben ik daar voor, de meesten van ons veronderstel ik. Lutgart Simoens heeft ook haar deel gehad, o.a. twee kleinkinderen gestorven, het gaat dus ook om onverwerkt verdriet. Maar het grootste probleem is, vermoed ik, een verschijnsel van een heel andere aard: verveling. Mensen als Lutgart Simoens hebben een druk leven gehad vol aandacht, ze was een echte radiocoryfee die na haar pensioen in een zwart gat tuimelde, en dan wil zo’n Knack-interview wel eens uitkomst bieden. Heel oneerbiedig zou ik kunnen zeggen dat Lutgart door dat interview, en de commotie er rond, weer aansluiting heeft gevonden bij het onvoltooide leven, ook wel wat melig genoemd: zingeving.

Anders gezegd: het voltooide leven – en dan heb ik het niet over zware depressies – stelt zich vooral in de vorm van verloren uitdagingen. Een mens moet gewoon bezig blijven, al was het maar voedselpakketten gaan uitdelen bij armoede-organisaties. Dat is ook goed om zijn eigen ongelukkigheid te relativeren en het zelfmedelijden te temperen, want ik veronderstel toch dat mevrouw Simoens als ambtenaar en gewezen medewerkster van de openbare omroep van een mooi pensioen geniet, zich niets te kort hoeft te doen, kan reizen waar ze wil.

Door ‘het voltooide leven’ als begrip, als recht, als gemeengoed te introduceren, organiseert men als het ware de berusting en het gevoel van leegte

Ben ik cynisch? Integendeel, ook mensen van 90 kunnen zich nog nuttig maken, zeker als ze Lutgart Simoens heten. Niets zo goed tegen het om de hoek loerende monster van de depressie als zich vastbijten in een zaak. Het is opvallend dat de meeste mensen die zich in een hachelijke situatie bevinden,- oorlog, ramp, onderdrukking, hongersnood, extreme armoede, zelfs als die situatie een hele tijd duurt en in heel acute crisissituaties,- vooral denken aan overleven en niet aan er vrijwillig uitstappen, zoals dat eufemistisch heet. Waar er moet gevochten worden lijkt vrijwillige levensbeëindiging helemaal geen optie. Dat maakt de term ‘voltooid leven’ problematisch. Door hem als begrip, als recht, als gemeengoed te introduceren, organiseert men als het ware de berusting en het gevoel van leegte, in de volksmond gekend als het oorkussen van de duivel.

Lijkenpikkerij

RuttenEn dan was er Gwendolyn Rutten, die de notie van het voltooide leven wou aanhechten bij het euthanasiegegeven. Niet alleen bij ondraaglijk lijden moet men eruit kunnen stappen, maar ook als me het voor bekeken houdt, orakelt ze.

Wat bij Simoens nog klonk als een roep om aandacht, wordt bij Rutten nu een tamelijk gore usurpatie, om niet te zeggen een vorm van lijkenpikkerij. Mogen mensen ergens nog, in extremis,  over zichzelf beslissen buiten de bureaucratie om? Politiek die zich al te graag met ‘morele problemen’ bezig houdt, bevindt zich op het randje van de hybris, het oud-Griekse woord voor hoogmoed. Als de treinen en bussen op tijd rijden, kinderen niet zonder brooddoos naar school gaan en armlastige bejaarden niet wegteren, ben ik al heel content en gun ik de parlementairen hun 6000 euro per maand en de ministers het dubbele.

Op het moment van de dood wil ik uitchecken, uitburgeren, en definitief foert kunnen zeggen, salut en de kost jongens, have fun

Heel het leven is één grote inburgering; vanaf het moment dat we uit de moederschoot komen hebben we een identiteitskaart en volgen we een administratief parcours, we zijn in handen van ‘het systeem’. Welnu, op het moment van de dood wil ik uitchecken, uitburgeren, en definitief foert kunnen zeggen, salut en de kost jongens, have fun. Geen politiek, geen systeem, geen paperassen of attesten, maar integendeel een uitgestoken middenvinger die Gwendolyn mag steken waar ze wil.

Dat scenario staat dus wel vast, noteer bij deze. Als ik het echt beu ben, nodig ik een handvol vrienden en vriendinnen uit om met mij het glas te heffen, in het mijne een overdosis van straf spul waar ik niet meer van wakker word. Zonder camera’s of pers, ik ben Marieke Vervoort niet. Die uitgenodigde intimi doen niks strafbaars, want hulp bij zelfdoding is volgens de Belgische wet zelfs toegestaan. Heb ik geen zin in gezelschap, dan doe ik het wel solo, met een goeie pornofilm en/of een streepje Wagner. Maar Gwendolyn Rutten wil ik niét in mijn buurt, ook niet in mijn hoofd, en het liefst zou ik willen dat ze ophoudt met kakelen, ieders leven proberen te regelen terwijl haar eigen partij stilaan het stadium van het voltooide leven nadert.

En voor u nu denkt: oef, eindelijk bijna van die Sanctorum af: helaas, ik heb zoals iedereen wel mijn kwade momenten, maar niets schenkt me zoveel voldoening en levenslust als het jennen van andere mensapen, het liefst nog de alfa’s, waardoor het voltooide leven in mijn geval zo hypothetisch is als het eindig aantal cijfers na de komma bij het getal pi. Plaudite, amici, comedia infinita est.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 16 reacties

De donderpreek van Kabouter Plop

Wanneer de partij van het midden stoere taal spreekt

Dedonder

‘Een in het nauw gedreven kat maakt rare sprongen’. Dit Vlaams spreekwoord kwam me voor de geest toen Walter De Donder, een van de zeven kandidaten voor het CD&V-voorzitterschap, in het Pajottenland een speech gaf over de dreigende ‘omvolking’ van bepaalde stedelijke gebieden in Vlaanderen, woorden die we niet zo gewoon zijn van een tsjeef en die dadelijk applaus bij het Vlaams Belang ontlokten.

Iemand van Antwerpen

burgemeesterDe Donder haastte zich dan ook om zijn woorden te ‘relativeren’, het lulligste dat een politicus kan doen na zo’n statement. Het lijkt gemakkelijk om naar de koldereske burgemeester uit Samson en Gert te verwijzen, de rol die Walter al speelde vóór hij echt tot burgemeester van Affligem werd verkozen. Niettemin vrees ik voor de CD&V dat ze met Walter De Donder de absolute karikatuur in huis hebben, en dat de scenaristen van Studio 100 vandaag niet veel meer moeten doen dan gewoon de krant lezen om inspiratie te halen.

Of wat dacht u van deze manier om zijn boute uitspraak te ‘kaderen’: ‘Ik heb met iemand van Antwerpen gesproken twee weken geleden en die heeft mij dat in die bewoordingen gezegd. Ik heb dat eigenlijk overgenomen. Misschien was mijn woordenschat fout en heb ik daarmee mensen gebruuskeerd of doen schrikken of een emotionele reactie losgeweekt’ (Terzake van 30 oktober). Dat is dus een kandidaat-partijvoorzitter die mogelijks aan tafel gaat zitten met zwaargewichten als Bart De Wever en Elio Di Rupo: ‘met iemand van Antwerpen gesproken’, ergens aan de toog, en per ongeluk diens straffe taal overgenomen, meer moet ge daar niet achter zoeken.

Het applaus vanuit de hoogste VB-regionen schat ik dan ook als tamelijk sarcastisch in: de burgemeester uit Samson en Gert die zich op een herfstavond tot een kloon van Filip De Winter ontpopt, hoe wanhopig kan je zijn…

Het lijkt goedkoop om dat alles te linken aan De Donders hoofdjob als Studio 100-acteur, maar het is een conclusie die zich opdringt: de manier waarop een tsjeef hier in een veel te groot Vlaams-Belang-kostuum duikt, is Kabouter Plop vintage. Alles slobbert en zakt af, terwijl de collega-kabouters in de zijlijn wat leuteren en gekscheren: Plop steelt even de show en daarna is het weer slaaptijd.

Het applaus vanuit de hoogste VB-regionen schat ik dan ook als tamelijk sarcastisch in: de burgemeester uit Samson en Gert die zich op een herfstavond tot een kloon van Filip De Winter ontpopt, hoe wanhopig kan je zijn? Regel nr 1 van de politieke communicatie zegt immers dat het zinloos is om een partij haar core business proberen af te pakken, tenzij die dat zelf laat schieten (wat bijvoorbeeld de SP.A deed met de bekommernissen van de werkende klasse). De N-VA heeft dat ook geprobeerd met hetzelfde Vlaams Belang, tevergeefs, het origineel oogt finaal altijd beter dan de kopie. Hendrik Bogaert en Pieter De Crem waren zo slim om te passen voor die rol, maar de burgemeester van Affligem heeft met iemand uit Antwerpen gesproken, zoals alle profeten zich op een verschijning beroepen.

Marketeers en netwerken

DonderpreekNiettemin wordt gefluisterd dat Walter De Donder niet zomaar wat uit zijn nek kletst, dat hij over een breed netwerk beschikt, en dat er zelfs professionele marketing in het spel is. De CD&V heeft ondertussen al wat ‘marketeers’ versleten die de afgang van de partij nog bespoedigden, genre Jan Callebaut (gewezen adviseur van Kris Peeters) en Gert Van Mol (het brein achter de ‘Indische’ tweets). Vandaag duikt Callebaut weer op, hij is vermoedelijk de man achter de schermen in de voorzitterscampagne van De Donder, die hij overigens in 2012 al politiek advies gaf op lokaal vlak. Het reclamebedrijf van Jan Callebaut is in Affligem gevestigd, en herbergt ook ene Peter Poulussen, ex-adviseur van Wouter Beke. Het idee om heel de lokale speech op Twitter te gooien vertoont tenslotte een typische vingerafdruk van ‘communicatie-experten’.

De CD&V heeft ondertussen al wat ‘marketeers’ versleten die de afgang van de partij nog bespoedigden.

Overigens blijkt ook dorpsgenoot Rik Van Cauwelaert- van wie we beter gewoon zijn- tot dat netwerk te behoren, en liet hij zich verleiden tot een hulde aan de burgemeester van Affligem, die zogezegd de extreemrechtse tsunami gaat stoppen. In dezelfde Terzake van 30 oktober zet Van Cauwelaert zich opvallend kritiekloos achter de CD&V-kandidaat-voorzitter (‘Ik denk dat hij meer kans maakt dan dat men hem toedicht’), wijst op de vele schouderklopjes die hij kreeg in de sociale media, en lijkt zich wel bij diens achterban te scharen.

De slimste van de zeven

Cauwelaert

Ook Rik Van Cauwelaert toonde zich enthousiast over zijn dorpsgenoot Walter D.D.

De poging om Walter De Donder in de markt te zetten als de nieuwe profeet van fatsoenlijk-rechts, is niettemin ten dode opgeschreven. Daarvoor is de voorsprong van wonderboy Tom Van Grieken veel te groot, en kleurt de rechter-Denderoever, met Ninove als epicentrum, te bruin. Het argument van het cordon (‘stem voor een nuttige lijst’) werkt niet, kiezers willen duidelijk dat cordon afstraffen.  In Affligem zullen ze wel voor mijnheer de burgemeester blijven stemmen, en had men dat misschien ook voor Koen Alberto Crucke gedaan, de coiffeur uit Samson en Gert. Maar de dag dat kabouter Plop het in het partij-hoofdkwartier voor het zeggen krijgt, is het moment van het voltooide leven voor de CD&V definitief aangebroken.

Het blunderfeuilleton van de CD&V-strategen nadert zijn ontknoping, hier is over nagedacht. Of gelooft u dat het kransje van de voorzitterskandidaten toevallig zeven gegadigden telt, precies evenveel als Plop en zijn vriendjes? Dat heeft Jan Callebaut allemaal op zijn geniale eentje bedacht, met goedkeuring weliswaar van zijn vriend en streekgenoot Hans Bourlon. En vermits Plop in het kinderprogramma de slimste is, staat het ook in de sterren geschreven wie de volgende CD&V-voorzitter wordt. Rik Van Cauwelaerts prognose komt dan toch nog uit, we krijgen federale regeringsonderhandelingen op maat van Studio 100, Plop wordt premier, en daarna gaat het licht uit voor deze staat en zijn deelstaten, om definitief op te gaan in Plopsaland. Nooit was een sterfscenario aangenamer, leutiger, volkser, Vlaamser.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 19 reacties