De dood van de cartoonist

Charlie4Te blank, te mannelijk, te hetero?

Lachen is een uitermate fysieke beleving. De ademhaling gaat dieper, de hartslag versnelt, er komt meer zuurstof in het bloed. Geluiden, vooral vanuit het middenrif geproduceerd, variëren van zachte kreetjes, gegiechel, tot schateren en bulderen, de zogenaamde Homerische uitbarsting. Een en ander heeft te maken met de aanmaak van de zogenaamde gelukshormonen endorfine en dopamine, die de pijngrens naar boven verleggen. Mensen die lachen, leven langer, tenzij men zich letterlijk dood lacht, ‘erin blijft’ zoals men zegt.

De grap en zijn pointe

BomaIs de tooghumor-onder-mannen een ver relict van de moppen rond het jagerskampvuur? (Balthazar Boma en Xavier in ‘De Kampioenen’)

Hoe dan ook is humor, het protocol dat heel dat fysiek proces aanstuurt, duidelijk seksueel divers. Dat weet iedereen die een gezelschap aan het lachen probeert te brengen. Je hebt mannelijke humor die gestructureerd is volgens een aanloop, een ontwikkeling en een ontlading. Deze laatste, de zogenaamde pointe, is de essentie, anders is de grap mislukt. Inhoudelijk kan het gaan van vrij onschuldige kalendermoppen tot gechargeerde, karikaturale humor. Maar gezien de oorsprong van de mop zich aan het jagerskampvuur situeert, is ‘puntigheid’ gewenst. Een aanloop en de ontknoping, patat boem. De mannelijke lach ‘viseert’ een prooi en doodt hem ritueel opnieuw. Geen sprake van dat het hier zachtzinnig of tactvol aan toe zou gaan. Dat jagersconclaaf leeft nog enigszins voort in het tooggezelschap en de mancaves, kelders waar getrouwde mannen aan hun echtgenoten en de welvoeglijkheidscodes proberen te ontsnappen.

Mannen vertellen of tekenen moppen die moeten ‘exploderen’, vrouwen amuseren zich met komische situaties.

Vrouwelijke humor volgt een heel ander patroon. Al bessen plukkend vindt ze vooral de ‘beleving’ belangrijk, het verkennend wandelen en keuvelen, bemonsteren, het tactiele, de situatie, het prikkelen, veel meer dan de uitbarsting, die zelfs zo lang mogelijk wordt uitgesteld of er gewoon niet is. Vrouwen krijgen wel de ‘slappe lach’ op de meest onverwachte momenten, maar een grap vertellen met een geplande pointe is voor hen problematisch. De milde Kerstfilm met komische inslag is het model: alles baadt in een aangename, licht erotiserende sfeer, zachtjes evoluerend naar het voorspelbare happy end, met een eeuwig monkelende, dienstbare, kindvriendelijke, beschermende, maar niet te paternalistische mannelijke hoofdfiguur.

U begrijpt meteen dat het verschil tussen mannen- en vrouwenhumor een verschillende seksuele beleving weerspiegelt: mannen gaan naar het orgasme -de pointe-, vrouwen stellen die net uit en verkiezen te drijven op een plateau. Mannen vertellen of tekenen moppen die moeten ‘exploderen’, vrouwen amuseren zich met komische situaties. De psychoanalyticus Sigmund Freud  besteedde er een lijvig essay aan, ‘Der Witz und seine Beziehung zum Unbewußten‘ (‘De mop en zijn relatie met het onderbewuste’, 1905) waarin hij de lach met het lustprincipe identificeert, maar er tegelijk ook wel mannelijke criteria op nahoudt: voor Freud heeft de ‘witz’ sowieso een orgelpunt, een climax, en is hij wezenlijk agressief, penetrant, de grenzen van het fatsoen overschrijdend.

Maar nu serieus

MohammedDe Mohammed-karikaturen: uitdagend en niet zonder gevaar voor de auteur

Als er mannelijke humor bestaat die de mannelijke seksualiteit imiteert, en een vrouwelijke variant met het vrouwelijke libido als model, dan kan men zich afvragen waar satire thuis hoort in dit spectrum. Zonder twijfel: in het oer-mannelijke vakje. Kwetsende, provocerende, doelgerichte humor, zeg maar deze van de jager die een ‘prooi’ in het vizier heeft, zoekt het conflict én het finale orgasme.

Satire is nooit flou en empathisch, vrijblijvend of charmant, integendeel, hij wakkert de hetze aan en irriteert. Er moet een reden zijn waarom er bijna geen vrouwelijke cartoonisten bestaan: ik vermoed omdat de spotprent de restant is van een jagersgraffito. Een mop met een climax, maar ook bedoeld als provocatie en uitdagen van het gevaar. Je kan geen karikatuur tekenen als je mededogen voelt met, of schrik hebt van je onderwerp. De dodelijke aanslag op de redactielokalen van Charlie kan dan gezien worden als een mislukte grap, zijnde de prooi die jager wordt en de lachende sarcast afmaakt. De risico’s van het vak: een goed cartoonist zoekt ook die grenzen op, het is een spel met de dood.

Je kan geen karikatuur tekenen als je mededogen voelt met, of schrik hebt van je onderwerp.

Meteen snappen we waarom de ’68-ers van Charlie Hebdo -die volgens hun ideologie toch seksuele gelijkwaardigheid zouden moeten praktiseren- alleen de poetsvrouw en de koffiedame in hun redactielokaal dulden, tot op vandaag: satire is radicaal, on-empathisch, fallokratisch en vunzig.

Het feminisme zit in dat opzicht met een probleem: wat te doen met die ‘toxisch-mannelijke’ vorm van humor? Wat doen we met de poetsvrouw en de koffiedame? Hen ook naar de tekentafel sturen, een superdiverse Charlie? Helaas, dat zou van geen kanten lukken. De conclusie ligt voor de hand: in een wereld van de non-discriminatie, de gelijkheid en de perfecte diversiteit is satire onmogelijk.

Meteen betreden we de magische maar tegelijk zeer delicate driehoek humor-seks-politiek. Er schuift duidelijk wat op dat vlak. Met het nieuwe feminisme en de constructie van een seksueel egalitaire samenleving wordt er ook een nieuwe man naar voor geschoven die geacht wordt zijn puntige geestigheden of bitterzure stookpartijen af te zweren. De klassieke mannelijke seksualiteitsbeleving staat onder druk, maar daarmee ook de humor die deze curve volgt. Mogen mannen nog klaarkomen?

De valkuilen van de vervrouwelijking

WeinsteinHarvey Weinstein, prototype van ‘toxische mannelijkheid’

Feministische auteurs als gynaecologe Beatrijs Smulders (‘Bloed’, 2021) zijn daarin zeer expliciet: het mannelijk orgasme is op zich een vrouwonvriendelijk fenomeen, en de penis een oer-symbool van ongelijkheid. Weg ermee. Terwijl de seksuele bevrijding van de vrouw in de jaren zestig, met de pil als fetisj, nog gericht was op méér stomende seks mét de beste vriend, is vandaag de ontmanning aan de orde als sluitstuk van het emancipatieproces. Vandaag wordt die pil zelf als een mannenuitvinding gezien -wat deels ook zo is-, en moeten vrouwen opnieuw bevrijd worden, maar dit keer van het mannetjesdier zelf en zijn instinctief-biologische drive die gepaard ging met een permanente kolonisatie van de vagina. De onthechte vrouw wil dat geklieder niet meer. Nooit waren sexspeeltjes, waarmee de ‘bevrijde’ vrouw zichzelf kan stimuleren, populairder.

Alle scherpe kantjes moeten eraf, elke vorm van mannelijke assertiviteit wordt als bedreigend en al te penisgericht gekarakteriseerd: de nieuwe man is een eunuch.

Ik gebruik het woord kolonisatie om onmiddellijk het verband te leggen met de wokeness en de drang om alles te ‘de-koloniseren’: met de MeToo-beweging als nieuwe hulpmotor, wordt de feminisering van de samenleving ook een ontseksualisering, althans volgens de klassieke m/v-patronen waar de man op een of andere manier toch de leiding neemt. Het is daarbij opvallend hoe het beeld van de ideale man door de nieuwe vrouw wordt bepaald: de agressieve jager moet heropgevoed worden tot een charmante verleider die om een vrouw werft en het uiteindelijk in het beste geval tot huisman-knutselaar brengt. Alle scherpe kantjes moeten eraf, elke vorm van mannelijke assertiviteit wordt als bedreigend en al te penisgericht gekarakteriseerd: de nieuwe man is een eunuch.

Er zitten dus best wel wat valkuilen in die vervrouwelijking van de maatschappij. Sid Lukkassen beschrijft dat proces ook nauwgezet in zijn boek ‘Avondland en Identiteit’. De feminisering is een machtsstrijd waarin de man gedoemd is om te verliezen door zijn eigen ridderlijkheid, maar waardoor politieke correctheid ook een absolute maatstaf wordt in de keuze van een partner, een zakencompagnon, een favoriet TV-gezicht, een politiek leider.

Heren, let dus wat op uw humor. Sarcastische mannen zijn gewoon niet sexy en ironie mag niet ontaarden in vitriool. ‘Macho’ is het scheldwoord, mannen moeten vooral zacht, behulpzaam, empathisch, trouw maar niet-bezitterig zijn, en vooral dus ook seksueel bescheiden. En ook niet intellectueel te onstuimig. Harvey Weinstein, de briljant/potente Hollywoodproducer, zit nu een levenslange straf uit tussen moordenaars en serieverkrachters wegens een te hoog predatorgehalte. Hij wordt gezien als hét prototype van onopvoedbare toxische mannelijkheid, waarvoor castratie is aangewezen.

Morele censuur

DeCroo2Alexander De Croo: de ideale politicus is een mannelijke feminist

Die shift heeft zijn gevolgen voor de status van humor in onze samenleving, want daar gaat het hier om. Nu we beland zijn in het tijdperk van het feminisme 3.0 (na de 19de eeuwse strijd voor gelijke burgerrechten en na het ‘baas in eigen buik’ van ’68), wordt het uitkijken welke moppen nog wel kunnen. Mannelijke humor wordt alleen getolereerd als kenmerk van charme en vrouwvriendelijke sfeerzorg, de ‘beleving’. Milde grapjes dus en gemonkel bij een kaarslichtendiner. Gaat de humor verder, al was het maar een aangebrande mop, dan wordt dit als storend en toxisch ervaren. Meteen wordt de Freudiaanse nachtmerrie reëel: de ‘witz’, als overtreding van de censuur, wordt voorgoed verbannen als een uiting van vuilspuiterij door een gestoorde, zieke geest die de samenleving destabiliseert.

De Westerse regimes hebben geen dictatuur nodig, ze laten de censuur en de beteugeling over aan de zelfverklaarde emancipatiebewegingen.

Voor de politieke macht in de westerse democratieën is deze evolutie een gouden zaak. Iemand als premier Alexander De Croo, die voortdurend hamert op seksuele diversiteit en gelijke kansen, en een transgender tot minister benoemt, begrijpt dat perfect: het feminisme is het ideale alibi om af te rekenen met elementen en stoorzenders die zich al te ‘cru’ uitdrukken. De Westerse regimes hebben geen dictatuur nodig, ze laten de censuur en de beteugeling over aan de zelfverklaarde emancipatiebewegingen. Van een paradox gesproken.

Satire en politieke cartoons zouden dan effectief kunnen weggezet worden als pornografisch, iets voor marginalen en sociopaten die op het dark web hun gading zoeken: een extreme, groteske uitvergroting die alles op scherp zet, op de spits drijft, een tijdverdrijf door en voor oudere, blanke, mannelijke hetero’s die hopeloos geretardeerd zijn.

De aangekondigde ‘dekolonisering’ van de taal trekt dan meteen een streep door Charlie en aanverwanten, daar zijn zelfs geen bommen of kalasjnikovs voor nodig. Met de ontdekking van allerlei seksuele tussenidentiteiten (de brede LGBTQIA+ gemeenschap) is de stof voor humor wel toegenomen, maar is de vrijheid om haar te beoefenen nog versmald: al deze minderheden vragen immers bescherming, tactvolle behandeling, respect. Je mag er niet mee lachen, en als je dat wel doet bedreig je de diversiteit. Op de duur behoort iedereen wel tot zo’n beschermde subcategorie, behalve een handvol caractériels die men moet isoleren of gewoon cancellen. Op die manier loopt het totalitaire denkpatroon van de wokes perfect synchroon met de strategie van de macht à la De Croo, om de censuur op morele gronden zo breed mogelijk te maken.

En de conclusie is…

… dat de positie van humor in een samenleving de echte graadmeter is voor vrijheid, al de rest hangt eraan vast.

Dat de afkeer van dictators tegenover cartoons en satire, hun steevast neerwaarts gericht mondhoeken, dezelfde afkeer is die de politieke correctheid etaleert. Verontwaardiging en verongelijktheid vormen nog de enige tonaliteit. De lach, de subversieve spotlach, verdampt naarmate de totale, planetaire ‘inclusiviteit’ gepredikt wordt. Vrede op aarde, en de stoute moppen voorgoed de doos in.

De humorloze dramatiek van de MeToo-beweging en de wokes, eeuwig gefixeerd op de moord van een Amerikaanse zwarte agent, laat geen enkele relativering toe, laat staan zelfrelativering. Terwijl deze beweging zou moeten snakken naar moppen, ook racistische. Het is het soort ernst dat men ook terugvindt in totalitaire religiën zoals de islam. Ook hier vallen een aantal puzzelstukken op hun plaats.

En laten we wel wezen: de lach is universeel-menselijk, maar satire is een Europese, ‘blanke’ uitvinding, waarvan het beginpunt ergens in de Griekse oudheid te situeren valt, en die via de renaissance, met de Decamerone en Van den vos Reynaerde, tot ons kwam. Het is een stuk cultuur-DNA dat vervloekt is, sinds de diversiteitscultus wordt gebruikt als middel om scherpe kritiek te smoren en elke vorm van belediging -ook aan de machthebbers- taboe te verklaren. Ik verzeker u: het is een kwestie van tijd voor ook deze twee literaire topwerken aan een grondige ‘revisie’ ten prooi vallen.

Net daarom beschouw ik satire als een van de laatste vluchtheuvels van die Europese kritische traditie, de laatste erfgenaam van de verlichting. Mogelijk overleeft hij in de meme, de internetgrap, tersluiks gestrooid op de sociale media waar al evenzeer de politiek correcte censuur oprukt. Hoe dood die cartoonist is, valt dan toch nog af te wachten. Charlie is ten einde, maar de spotlach is altijd elders.

(*) Dit essay is een voorpublicatie van mijn nieuw boek rond humor, satire en politieke (in)correctheid. Verschijnt in de herfst bij Doorbraak.  

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Het Steen, de bouwmeester en de brulapen

afspraak2

Ex-bouwmeester Leo Van Broeck (uiterst links): ‘We bouwen dat gewoon, eens het er staat zal de Antwerpenaar er zich wel in schikken’

Mijn opinie omtrent het nieuwe toeristische bijgebouw van het Antwerpse Steen heb ik al gegeven: een wanstaltige koterij die per direct dient afgebroken. Ongelukkig genoeg kreeg u daarbij ook gratis voor niets een analyse van de Antwerpse mentaliteit, die vele Sinjoren me kwalijk namen. Zo wil ik het ook wel houden: dit is geen adres voor de mainstream, noch de linkse, noch de rechtse variant.

Maar dus die legoblok naast het Steen. Op de VRT-uitzending van De Afspraak van 3 mei wist men te vertellen dat vrijwel geen enkele Antwerpenaar warm loopt voor deze ‘renovatie’. In tegendeel, de afkeer is vrij algemeen in de Scheldestad. Niettemin had Phara drie figuren uitgenodigd die het een prima ontwerp vonden, te weten ex-DS-hoofdredacteur Peter Vandermeersch, journalist Luckas Vander Taelen, en de vorige Vlaamse bouwmeester Leo Van Broeck. Vond men geen enkele tegenstander die naar de studio wou komen? Schrijver Jeroen Olyslaegers bijvoorbeeld, die de kat de bel had aangebonden? Of wilde men het liever unisono houden?

Vooral Leo Van Broeck liet zich niet onbetuigd: het protest zou uitgaan van een groepje ‘brulapen’ (sic) die de rest meetrekken in hun negativisme. En mensen verzetten zich altijd tegen wat nieuw is, ze draaien nadien wel bij, luidde het. Anders gezegd: de samenleving bestaat vooral uit brulapen en meelopers, gelukkig zijn er architecten die goede smaak, intelligentie en historisch bewustzijn combineren.

La Flandre profonde

FLEMISH GOVERNMENT ARCHITECT BOUWMEESTER WIEERS

Bouwmeesters zijn mannen met een raadselachtige glimlach in een wazig decor en met de blik op oneindig (Erik Wieërs)

Ik weet niet of u goed de draagwijdte beseft van zo’n uitspraak: een ex-topambtenaar van de Vlaamse gemeenschap die burgers, die kritiek uiten op een bouwproject, als ‘brulapen’ kwalificeert. Van Broeck ventileert dat niet zomaar: hij was de Vlaamse bouwmeester tussen 2016-2020, die stelde dat ‘vrijstaand bouwen crimineel is’. Weer een uitschuiver van jewelste, want iets is pas crimineel als het tegen de regels en de wet indruist, en die wetten worden nog altijd door het beleid bepaald en door het parlement gestemd. Zijn opvolger, architect/’filosoof’ Erik Wieërs (foto), wil dan weer dat we het privé bezit opbreken en in collectieven gaan wonen. Dat is een visie als een ander, maar wanneer een topambtenaar/expert dat in de media orakelt, moeten er een paar alarmbellen afgaan.

Koen Tanghe signaleerde een week geleden al dat er iets mis is met de invulling van dat Vlaamse bouwmeesterschap. De job werd in 1998 in het leven geroepen door de regering Van den Brande IV, als een adviserende functie inzake stedenbouw en publieke architectuur. Hoe overheidsgebouwen er moesten uitzien, en hoe de publieke ruimte kon ingevuld worden. Adviserend dus.

De ruimtelijke hertekening van Vlaanderen moet een nieuw soort Vlaming opleveren, weg van de grondgebondenheid.

Met die missie hebben de bouwmeesters -die zonder uitzondering allemaal zelf een groot architectenbureau leiden- nooit genoegen genomen. Het bleken zonder uitzondering bemoeizuchtige ideologische betweters met een duidelijke links-collectivistische en grootstedelijke visie op de samenleving. Kleiner, dichter op elkaar, in de hoogte. Een visie die wezenlijk on-Vlaams is en waarvoor ook waardevolle/duurzame alternatieven mogelijk zijn.

Het is nu net dat Vlaamse DNA waar links op focust: parallel met de culturele uitzuivering van onze identiteit moet ook de levensruimte gereorganiseerd worden. De ruimtelijke hertekening van Vlaanderen moet een nieuw soort Vlaming opleveren, weg van de grondgebondenheid. Het doel is duidelijk: een ontheming die ons dichter bij de multiculturele, grootstedelijke utopie moet brengen, ontdaan van ‘kleinburgerlijke’ of provincialistische reflexen. La flandre profonde moet leeg, de buitenruimte is een te evacueren broeinest van primitieve autochtonen die van de moderniteit niets snappen.

Cultuurmarxisme

BourgeoisGeert Bourgeois (N-VA) probeerde de status van de bouwmeester terug te brengen tot deze van adviserend expert, maar moest inbinden onder druk van de sector

De drang van architecten om mensen te dicteren hoe ze moeten leven, is een vorm van cultuurmarxisme waarbij een intellectuele elite de democratie omzeilt en haar agenda doorduwt. Inspraak van de burger is dan eigenlijk pure ballast. De bouwmeester is iemand die voor u denkt, plant, maar zich ook een autoriteit toeëigent die de eigenlijke politiek verantwoordelijke in de schaduw stelt. Dat is de schuld van de politiek zelf natuurlijk. Ik ben de laatste om te zeggen dat Vlaanderen zich verder moet overgeven aan urbanistieke willekeur en chaotische koterij. Maar het beleidsdomein dat zich daarmee moet bezig houden heet Ruimtelijke Ordening, onder het gezag van een minister (vandaag is dat Zuhal Demir). Helaas heeft Demir aan de bouwmeester niets te vertellen, die staat rechtstreeks onder de minister-president. Onder niemand dus.

Hoe meer we verglijden in korte termijnpolitiek die nooit verder kijkt dan de volgende verkiezing, des te meer ruiken deze wereldverbeteraars hun kans.

In 2014 al realiseerde de regering Bourgeois zich dat zo’n architect-orakel, dat zijn eigen visies kwistig rondstrooit en verkoopt als beleidsvisies, niet echt thuishoort in een democratie van burgerparticipatie. Zijn poging om de functie van bouwmeester terug te brengen waar ze thuishoort, namelijk binnen het departement Ruimtelijke Ordening, lokte vanuit het architectuurwereldje zoveel protest uit -het leek alsof Vlaanderen opnieuw in de barbarij zou belanden-, dat Bourgeois inbond. Waarna Van Broeck dus op het toneel verscheen. Meer en meer krijg je de indruk dat deze figuren niet alleen bezig zijn met ruimtelijke ordening, maar ook met propageren van een mens- en maatschappijbeeld. Hoe meer we verglijden in kortetermijnpolitiek die nooit verder kijkt dan de volgende verkiezing, des te meer ruiken deze wereldverbeteraars hun kans.

De Vlaamse bouwmeester hoort in het rijtje thuis waar we ook griepcommissaris Marc Van Ranst terugvinden: bij de adviseurs/experten die zich zonder scrupules in de plaats van het beleid stellen. Het zijn onverkozen mandarijnen die macht naar zich toe trekken en de media voluit bespelen. Dat ze uit dezelfde ideologische hoek komen is geen toeval. De hoek die het gewone gepeupel als ‘brulapen’ kwalificeert. Het moeten niet altijd mestkevers zijn.

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Het Steen, de bouwmeester en de brulapen

Jean-Marie Dedecker, de Ambiorix van de Noordzee

DedeckerAlle verzetsstrijders ter wereld, buigt het hoofd voor de terrassenguerrilla 

Vorige zaterdag verscheen in Doorbraak een bijdrage van Ignace Vandewalle, getiteld ‘1-mei-terrassenguerrilla van Jean-Marie Dedecker’. Het stukje verscheen inderdaad op de Dag van de Arbeid, wat me deed veronderstellen dat de titel ironisch bedoeld was, quod non. De heer Vandewalle breekt er een lans voor het onverwijld openstellen van de horecaterrassen, -op zich een nobel streven-, met de gebruikelijke sneren naar de ‘egocentrische narcist’ Van Ranst, maar wringt vervolgens de geloofwaardigheid van zijn vertoog helemaal de nek om door Jean-Marie Dedecker, bij wie hij als parlementair medewerker in dienst is, als de nieuwe Tijl Uilenspiegel, Robin Hood, Che Guevara en Ambiorix in één persoon voor te stellen.

Alle verzetsstrijders ter wereld, opgejaagde aanhangers van de ei-zo-na vergiftigde en nu in de goelag vertoevende Aleksej Navalny, Chinese auteurs onder huisarrest, rebellen die in de kerkers van Assad creperen, Catalaanse politici voor jaren in verzekerde bewaring, …. buigt allen nederig het hoofd voor de man die zijn gemeentepersoneel wat tafels en stoelen op de Middelkerkse dijk liet zetten. 

Nogmaals: ik twijfelde een paar keer of het nu echt satirisch bedoeld was, die kwalificatie van Jean-Marie als ondergronds verzetsstrijder, en dan die euforische afsluiter ‘Vanaf vandaag tot het einde der tijden wordt in Middelkerke 1 mei gevierd met de herdenking van de terrassenguerrilla van Jean-Marie Dedecker’. Tot het einde der tijden! Als Ignace ooit zonder job valt, kan ik Kim Jong-un een suggestie doen. 

Van dieprood naar donkerblauw

MiddelkerkeToegegeven, het is een stunt van jewelste, en niet eens illegaal: afhaalservice bij alle cafés en restaurants, en op een paar meter afstand gemeentelijk meubilair plaatsen, zogezegd om wat te verpozen. Een week later, op 8 mei, mag de horeca in open lucht sowieso terug open, zonder achterpoortjes, maar door 1 mei uit te roepen tot dag van de terrassenrevolutie kreeg Jean-Marie alvast nog eens alle binnenlandse TV-zenders over de vloer plus wat dagjestoeristen die van het Rijk van de Vrijheid kwamen proeven. We weten allemaal dat de sossen het de horeca niet gunden, die 1 mei, wat het bevrijdingsfeest aan de Noordzee nog een extra allure gaf.

Een guerrilla is bij mijn weten een ondergrondse strijd tegen een regime. Bij Jean-Marie ligt dat wat ingewikkelder.

Judo mag een saaie sport zijn en Middelkerke een nog saaiere gemeente, JMDD is geen saaie politicus. Ik lees zijn Knack-columns graag, die bol staan van overdrijvingen en hyperpopulistisch gedram. Echter, om een aantal redenen is het misplaatst om Dedecker de eretitel van rebel, laat staan verzetsstrijder toe te kennen, zelfs niet bij wijze van hyperbool. Een rebel staat per definitie aan de andere kant van het systeem en het establishment. Een rebel wordt geviseerd door dat systeem, eventueel zelfs gecriminaliseerd. En een guerrilla is bij mijn weten een ondergrondse strijd tegen een regime. Bij Jean-Marie ligt dat wat ingewikkelder.

De man die volgens zijn begeesterde werknemer Ignace Vandewalle eerst een fan was van Che Guevara en Fidel Castro, tot hij de verwerpelijke excessen van het communisme leerde kennen en zich tot het meest donkerblauwe liberalisme bekeerde, is vooral een politieke overlever die via een reeks bokkensprongen, half-mislukte deals en een éénmanspartij terug bij de N-VA terecht kwam, de partij die hem al eens het mes in de rug had gestoken door het dictaat van de tsjeven te slikken. Zand erover, in 2019 lukte hem de dubbelslag van burgemeester van Middelkerke en federaal kamerlid, als onafhankelijke op een N-VA-lijst. 

Politique politicienne

casino‘Ik blijf nog wat in Brussel om te lobbyen voor Middelkerkse projecten’ (ontwerp nieuw casino, voorzien midden 2023)

Daarmee is de ‘dappersten der Belgen’, ‘de geest van Ambiorix’ (sic) helemaal thuisgekomen, middenin het politieke establishment waartegen hij met één been ook voortdurend stampt, wat telkens applaus oplevert bij fans die de dubbele agenda niet snappen.

De rebel wil namelijk ook boter bij de vis. Met een burgemeesterswedde én deze van federaal kamerlid zit Jean-Marie toch tamelijk diep in het systeem waartegen hij zo te keer gaat. Al maanden kondigt hij aan de ‘nutteloze stiel’ (sic) van parlementslid over te laten aan Joren Vermeersch, ex-parlementair medewerker uit de LDD-tijd en nu N-VA-ideoloog, maar het komt er niet van: de nutteloze praatbarak levert hem maandelijks 5700 euro netto op, plus een eveneens met belastinggeld betaalde medewerker zoals Ignace Vandewalle, plus een riant pensioen. ‘Ik blijf nog wat in Brussel om te lobbyen voor Middelkerkse projecten’ verklaart Jean-Marie. Een frappanter voorbeeld van politique politicienne kan men zich moeilijk voorstellen.

Met een burgemeesterswedde én deze van federaal kamerlid zit Jean-Marie toch tamelijk diep in het systeem waartegen hij zo te keer gaat.

Het is dat soort dubbelzinnigheden die van Jean-Marie Dedecker een kleurrijk politicus maken, met een ego van Knokke tot De Panne -een eigenschap die hij deelt met zijn tegenhanger Marc Van Ranst-, voor mijn part een vermakelijke brulboei, maar dan een die heel goed weet waar zijn persoonlijk belang ligt. Ignace Vandewalle anderzijds is een verdienstelijk onderzoeksjournalist, zie ‘De Illegale Ghelamco Arena’, maar zou moeten snappen dat heiligverklaringen, ter attentie van de nieuwe Ambiorix uit wiens hand hij eet, lachwekkend aandoen.

Daarmee kunnen we de Middelkerkse terrassenrevolutie van 1 mei afsluiten als een flauwe grap. Vandewalle, doe waar je goed in bent en schrijf een boek. Dedecker maak er eens een gedacht van: parlementairen moeten doen waarvoor ze betaald worden, namelijk hun kiezers vertegenwoordigen en de uitvoerende macht ter verantwoording roepen. Zo niet, dringend dat petje inleveren.

Laat me zeker weten wanneer dat nieuwe casino opengaat, beste Jean-Marie, nu al dé trefplaats van de fiscale guerrilla, het levende bewijs dat alleen domme mensen belastingen betalen. De opvolging van Che Guevara is verzekerd. Tot het einde der tijden.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Het politiek theater, Politiek incorrect | Reacties uitgeschakeld voor Jean-Marie Dedecker, de Ambiorix van de Noordzee

Ja, Conner, ik beken: ik ben ooit wel eens langs de Delhaize-kassa geglipt met een onbetaalde biefstuk

Delhaize

Korte alternatieve 1 mei-toespraak

Vandaag 1 mei, dag van de arbeid, waarop ondergetekende u traditiegetrouw op een gelegenheidscolumn vergast. Ik hoor u al gniffelen: joepie, weer een Sanctorumstukje tegen de socialisten. Ja en neen, niet helemaal, het zit zo. Ik ben allergisch voor socialisten, maar even allergisch voor sociaal egoïsme. Ongelijkheid zit in de natuur en is ook des mensen, niet iedereen kan alles, werken moet beloond worden, maar ’s middags moet elk kind, slim of dom, rijk of arm, wel te eten hebben op school, zoals  Jean-Jacques De Gucht opperde, een politicus waar ik voor de rest heel weinig mee gemeen heb.

Res publica

geslotenHet is goed dat dit als een elementair aspect van beschaving wordt gezien, en niet als een -godbetert – socialistisch mantra: een samenleving die er niet van uitgaat dat iedereen recht heeft op voeding, een dak boven het hoofd, onderwijs en gezondheidszorg, is die naam niet waardig. Het gesakker op de luie Mohammed is al te dikwijls een alibi om zich met armoede en uitsluiting niet te hoeven bezig houden. Wel, ze bestaat, ook bij ‘gewone’ Vlamingen, hier en nu, éénoudergezinnen, gepensioneerden, chronisch zieken, mensen die beroepsmatig uit de boot zijn gevallen. Kinderen die niet mee op schoolreis kunnen of zonder boterhammen in de refter zitten te schooien, helaas, ze zijn er, en laten we dat nu even als niet-normaal accepteren.

Ik zie weinig cafébazen, doorgaans kampioenen van het economisch liberalisme, vandaag bezwaar maken over de hen met belastinggeld toegekende corona-steunmaatregelen.

Als Vlaams republikein – een uitstervende soort, zo lijkt- zie ik de Res Publica tegelijk als een politieke entiteit, een cultureel begrip, een samenlevingsmodel met een economisch dynamiek, én met een sociale missie. Een Vlaanderen van het elk-voor-zich heeft geen enkele meerwaarde. We moeten zoveel mogelijk mensen aan boord houden, niet om ze lui te maken, wel omdat we elke man en vrouw kunnen gebruiken om het schip op koers te houden. Zoveel mogelijk mensen laten aansluiten bij de brede middenklasse, is hét recept voor een bloeiende economie. Het idee anderzijds dat al wie op solidariteit een beroep doet, een ‘profiteur’ is, is de kortste weg naar de vernietiging van het kostbare weefsel waar rechts het zo graag over heeft. Ja, er bestaat uitkeringsfraude, zoals er ook belastingontduiking bij goedverdieners en grote bedrijven bestaat.

Toch zijn belastingen hét middel om het gewicht van de boot in het midden te houden, nog zo’n rechts taboe. Belastingen spijzen gewoon een grote gemeenschappelijke pot waarvan de -door ons verkozen- beleidsmakers bepalen wat ermee gedaan. U wil geen belastingen betalen, u verkiest een netto loon dat gelijk is aan het brutobedrag? Betaal dan ook maar zelf uw ziekenhuisrekening en mopper niet op de gaten in het wegdek. Het gaat er niet om hoeveel men afhoudt, het gaat er vooral om hoeveel u terug krijgt. Ik zie weinig cafébazen, doorgaans kampioenen van het economisch liberalisme, vandaag bezwaar maken over de hen met belastinggeld toegekende corona-steunmaatregelen. Idem dito voor die Brusselse ring die nu, tot plezier van velen, nog breder zal gemaakt worden dan hij al is,- terwijl investeringen in een degelijk openbaar vervoersnet me veel nuttiger lijken, maar soit-: waar denkt u dat dat geld vandaan komt?

Debora en haar prins op sneakers

 Armoede is een sluipend gif, ik verzeker u, het maakt een samenleving kapot. Het heeft geen enkel socio-economisch en nog minder een socio-cultureel nut. Het wordt doorgeërfd in generaties, ook dat is pervers. Het maakt mensen dom, perfide, apathisch of asociaal. Ik kan het weten: ooit zat ik zelf in de situatie van te moeten onderduiken voor schuldeisers, geen job -als docent geweerd wegens niet politiek correct genoeg-, en geen recht op een studietoelage voor mijn zoon wegens een te laag (!) inkomen.

Dan word je wel creatief in het overleven, maar het slorpt vooral veel energie op, elke dag beginnen met de vraag: ‘Hoe aan eten geraken?’ of ‘Hoe die deurwaarder afwimpelen die de huur komt opeisen?’ In die tijd passeerde ik wel eens de kassa van mijn Debora, toevallig ook een Delhaize, met een onbetaalde biefstuk in mijn binnenzak, terwijl ik haar zag denken: ‘waarom draagt die mijnheer zo’n grote regenjas terwijl het helemaal niet regent?’ Ik probeerde haar niets uit te leggen en maakte dat ik weg kwam. Dat was, om het in de tijd te situeren, toen de Bende van Nijvel de Delhaizes van dit land bezocht met iets mindere vormen van discretie.

Socialisme is de façade van het miserabilisme, het klein en afhankelijk houden van mensen, in de hoop dat ze blijven voor je stemmen.

Waarom vertel ik u dat allemaal? Niet om goedkope sympathie of achterstallig medelijden op te wekken, absoluut niet. Wel om duidelijk te maken waarom ik tegen socialisten ben én tegen armoede. Socialisme is de façade van het miserabilisme, het klein en afhankelijk houden van mensen, in de hoop dat ze blijven voor je stemmen. Daarom worden de allochtone populaties als nieuw electoraat gepamperd. Die betutteling zie je ook in de manier waarop de grote communicator Conner Rousseau zijn Debora in de Delhaize van Nieuwpoort goedmoedig iets ‘probeerde uit te leggen’.

Zonnebank

Het is een grap die een hype werd: naïeve kassierster geraakt Platonisch bevriend met een onbekende klant, die de baas van Vooruit blijkt te zijn, en valt bij dat bericht bijna in katzwijm. Dat Debora volgens de foto veel te lang onder de zonnebank heeft gelegen, zou er kunnen op wijzen dat ze ook politiek wat gezond inzicht kan gebruiken. Want los van de gestolen nieuwe partijnaam, de kinderlijke adoratie voelt genant aan, en de attitude van Conner een onbewuste illustratie van het meest achterhaalde paternalisme.

biefstukSoit, die gestolen biefstuk heeft gesmaakt, in weerwil van het biefstuksocialisme en het gezegde ‘gestolen goed gedijt niet’. Voor hetzelfde geld zat ik al lang in de bak, en werden u al deze regels bespaard. Noteer wel dat, voor ik een deftig leven leidde als boekenschrijver en Doorbraak-columnist, ik alles aannam om geen uitkering te hoeven aanvragen, onder meer als speechschrijver voor het Vlaams Belang, wat vele weldenkende Vlamingen me dan achteraf ook weer kwalijk namen. Het is ook nooit goed.

Met deze openhartige bio wil ik graag mijn 1 mei-minispeech afsluiten. Het is een last die afvalt. Wist u overigens dat een Amerikaanse vakbond op het einde van de 19de eeuw deze feest- en strijddag bedacht? Iedereen heeft dus wel degelijk recht op zijn/haar eerste meidag, laat dat duidelijk zijn.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Ja, Conner, ik beken: ik ben ooit wel eens langs de Delhaize-kassa geglipt met een onbetaalde biefstuk

Antwerpen, het triest bordeel aan de Schelde

Steen_nieuwEen aangespoelde Sinjoor spreekt

Op de sociale media circuleert een foto van het Antwerpse Steen, de restanten van de middeleeuwse burcht aan de Schelde die al sinds 2018 een ‘renovatie’ ondergaat. Er wordt een grote vierkante blok tegen gepoot, die een ‘toeristisch onthaal- en bezoekerscentrum met cruiseterminal’ moet worden.

Het bureau noAarchitecten (de naam alleen al) won in 2016 de wedstrijd, handig inspelend op het verlangen van de stad naar kosmopolitische grootsheid. In wilde dromen zag men grote ladingen toeristen met dikke portefeuilles -vandaar die cruises- aanmeren die de horeca en alle nevenbedrijven gelukkig moeten maken. Antwerpen zal zich meten met Copenhagen, Londen, Barcelona, en Venetië … waar, helaas, cruiseschepen hoe langer hoe minder welkom zijn wegens te lelijk en te belastend voor de binnenstad. De concurrentie wordt klein, we maken een kans.

Bezette Stad

Schip_Fin_de_la_GuerreFin de la Guerre, het groteske ‘oorlogsschip’ dat tijdens een Antwerpse uitbraakpoging al na tien minuten vastliep.

Soit, het Steen zal terug het echte Steen worden van weleer. Maar wat is dat? Met hun betonnen koterij hebben de No-architecten de nagel op de kop geslagen: al van de vroege middeleeuwen is de burcht een voorbeeld van militaire ondoelmatigheid, en heeft hij met zijn bijgebouwtjes meer dienst gedaan als gevangenis, folterinrichting, toilet en museum, zelfs een houtzagerij, dan als vesting. Die frustratie zit diep in het Antwerpse genoom: we weten niet wat er achter de Scheldebocht loert, en als we het zien is het al te laat. Dat was al van in de 9de eeuw met de strooptochten van Noormannen. Deze hoonden het zandkasteel weg, lieten het voor wat het was en voeren met hun snekken de Schijn op om aan cruisetoerisme in de Kempen te doen.

De verdedigingsstrategie blijkt nooit te kloppen, met de Val van Antwerpen in 1585 als dieptepunt.

Het Steen symboliseert dus vooral veel Antwerps verdriet. De verdedigingsstrategie blijkt nooit te kloppen, met de Val van Antwerpen in 1585 als dieptepunt. Ook dat verhaal is gekend: men stuurde een ‘oorlogsschip’ vol buskruit, genaamd Fin de la guerre, op de Spaanse pontonbrug over de Schelde af, dat helaas in het zand vastliep en voor veel vuurwerk zorgde. Veldheer Farnèse kwam niet meer bij. Van het lachen dan. Toen componist Richard Wagner, wiens opera Lohengrin zich aan het Steen afspeelt, de burcht bezocht, proestte hij het uit bij de nietigheid ervan.

Als aangespoelde Antwerpenaar zeg ik u: ondanks de Strangers zijn deze stad en zijn vesting een standing joke, verloren moeite om er een impressionant ‘landmark’ van te maken. Burgemeester van Antwerpen zijn, betekent: burgemeester zijn van een bezette stad, titel van de groteske dichtbundel van Antwerpenaar Paul van Ostaijen, waarin we meesterwerkjes vinden als Holle Haven en Bordel.

Djimmenas!

Antwerp-myths-and-legends-Semini-statue-over-Steen-entrance-close-upSemini, vruchtbaarheidsgod zonder edele delen, aan de ingang van het Steen

De blijde intrede van de cruisetoeristen moet deze tragikomedie eindelijk afsluiten. Dit wordt een verhaal van herwonnen fierheid. Maar zullen ze komen? Het is bang afwachten. En hoe gaan ze zich gedragen? Toch niet zoals de Noormannen of de Spaanse furie van weleer? Zullen ze wel betalen?

Ook in het stadsbordeel Villa Tinto, even grauw en troosteloos als de in aanbouw zijnde cruiseterminal en op amper vijf minuten wandelen van het Steen, houdt men voorlopig de billen dicht genepen. Het alom bekende Schipperskwartier werd eveneens ‘gesaneerd’, waardoor de originele rosse buurt herleid werd tot, jawel, een bunker met de gezelligheid van een foltergevangenis.

Van een echte stijve naar een fake voorhuid: de Antwerpenaar staat maar weer eens voor lul.

Over snij- en kapwerk gesproken: de ingangsboog van de oude Steenpoort bevat een beeldje van Semini, een vruchtbaarheidsgod die met zijn prominent ‘gerief’ duidelijk naar de geneugten van het leven verwijst en zelfs letterlijk de richting van het Schipperskwartier aangeeft Althans dat was zo: na de Val van Antwerpen hebben vrome Jezuïeten de fallus afgekapt, en ter compensatie in de O.L.V-kathedraal de voorhuid van Christus geëtaleerd. Van een echte stijve naar een fake voorhuid: de Antwerpenaar staat maar weer eens voor lul. De afgekapte hand van de reus Antigoon (hand-werpen) zou niets anders zijn dan een variant op dit castratieverhaal.

In de Antwerpse vloek ‘djimmenas!’ (‘klote!’) weerklinkt nog het droeve lot van het Semini-beeldje, én van het ganse Steen natuurlijk, én van de stad: hier huist de Sinjoor, spotnaam voor de bastaardzoon van een Spaanse soldenier en een plaatselijke deerne. Ik wil maar zeggen: de niet-architecten maken het verhaal van de Antwerpse faling helemaal waar. Wat de Gentenaren niet tolereren, een verminking van hun Gravensteen, lukt in de Scheldestad moeiteloos, omdat de hand toch al geworpen is.

De malcontente Sinjoren zijn er hoe dan ook aan voor hun moeite: zoals gezegd werd het ontwerp al in 2016 toegewezen en wordt het nieuwe Steenkot in het najaar opgeleverd. Men had al vijf jaar geleden moeten protesteren. Is de Antwerpenaar opgelicht door zijn stadsbestuur? Dat zou kunnen, maar zich misleid voelen is een onvervalst Antwerpse beleving, zie ook wat De Wever en C° met de nachtvlinder/keukenprinses Sihame overkwam. Ook deze betaalde sessie begon vrolijk maar eindigde in ruzie en de rancune van een stel opgelichte klanten. Het toont wat Antwerpen is: een triest zandkasteel-annexe-bordeel aan de Schelde. Daarom beoordeel ik het renovatie-ontwerp als geniaal, hebben de zeurpieten geen punt, en is er maar één kreet gepast: ‘djimmenas!’

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Antwerpen, het triest bordeel aan de Schelde

Wat moet dat virus zich amuseren in Bruxelles/Saint-Josse

borgerocco2

maar zeg dat niet luidop

De hallucinante beelden die ons uit India bereiken, waar ziekenhuizen de deuren sluiten wegens stampvol, mensen vechten voor een zuurstoffles en de lijken niet meer gecremeerd geraken, herinneren er ons aan waarom vaccinatie -massaal en liefst verplicht- de enige exit is uit deze nachtmerrie. Bedrijven als Pfizer zijn geen liefdadigheidsinstellingen, ze zullen cashen, maar ze deden alvast wat ze moesten doen. Wat niet kan gezegd worden van de incompetente EC-voorzitter Ursula Gertrud von der Leyen, nog altijd aan het bekomen van haar Turkse stoelendans. Een van de best geslaagde grappen uit de geschiedenis van het Avondland.

C’est comme ça

Neven(Belga)Inge Neven, Brussels coronacommissaris

Over Avondland gesproken: nu de vaccinatie eindelijk op kruissnelheid komt, blijkt dat Wallonië en Brussel twee keer zoveel weigeraars tellen als Vlaanderen (10% tegenover 20%). Nota bene ook bij het zorgpersoneel. Voor Wallonië speelt vooral de invloed van de Franse antivax-idioten, maar Brussel is een speciaal geval. De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (een onderdeel van het Brusselse institutionele kluwen dat instaat voor niet taalgebonden materies zoals gezondheidszorg) ging per gemeente na hoe het gesteld is met de vaccinatiebereidheid onder de 65-plussers. Wat blijkt? Sint Joost-ten-Node en Sint-Gillis scoren het laagst met amper de helft, terwijl dat in buitengemeenten zoals Sint-Pieters-Woluwe 80% is.

Inge Neven, hoofd van de Brusselse gezondheidsinspectie wijt dat aan economische ongelijkheid en kansarmoede. Sint Joost en Sint Gilles behoren nu eenmaal tot de ‘arme’ gemeenten met een gemiddeld lager inkomen. Nu zult u vragen: wat heeft het inkomen te maken met vaccinatiebereidheid? Het antwoord is: op zich niets. De realiteit is echter dat Sint Joost-ten-Node en Sint-Gilles toevallig (?) ook de twee Brusselse gemeenten zijn met de hoogste allochtone concentraties (boven de 90%). Maar omdat die link niet mag gelegd worden, maakt Neven de omweg langs het inkomen. De kranten nemen het nieuws klakkeloos over en illustreren met grafiekjes.

Het Brussels gewest heeft zich in zijn domme hoogmoed tot het moderne Babylon uitgeroepen, een stad zonder collectief geheugen

Deze politiek correcte verdoezeling is niet onschuldig: inconvenienties rond het multicultureel model vormen een taboe. Brussel afficheert zich graag als ‘kosmopolitische stad’ en hét model van multiculturaliteit. Dat was onder meer een middel om het Nederlands te minoriseren als ‘een van de 180 talen die in Brussel gesproken worden’. Luckas Vander Taelen klaagde het onlangs nog aan: vergeet maar dat je als Vlaming de (in theorie tweetalige) politie in je eigen taal kunt aanspreken. C’est comme ça. Je wordt aanzien als sprak je Hottentots. Het Brussels gewest heeft zich in zijn domme hoogmoed tot het moderne Babylon uitgeroepen, een stad zonder collectief geheugen, en de PS is met Ecolo in een hevige strijd gewikkeld om de allochtone stem. Het is ook de enige plek in België waar het onverdoofd slachten nog is toegestaan.

In normale tijden zou men die pruttelende stoofpot nog als folklore kunnen zien, maar een efficiënt crisisbeleid, laat staan beheer van een pandemie, is in zo’n tot getto’s versnipperde stadstaat onmogelijk. Het is pas de coronacrisis die ons confronteert met de tikkende tijdbom achter het Brusselse multiculturele sprookje: bewoners met een niet-Europese achtergrond zien heel dat vaccinatiegedoe gewoon als iets dat hen niet aanbelangt en zelfs hun culturele identiteit verstoort. Het is iets van de kolonisator, de blanke met een spuitje, los van het feit dat het gros van de allochtonen niet eens een van onze landstalen spreekt en dus ook geen boodschap van de overheid oppikt.

VLaccinpas

Van RanstVoor de communist en Belgicist Marc Van Ranst moeten ze in Duffel wachten tot de laatste in Saint-Josse is gevaccineerd

Ik wil de uitleg van mevrouw Neven, uit haar Leuvens ijssalon weggeplukt om Brussels coronacommissaris te worden, dus even aanvullen: dit gaat over mannen, vrouwen en gezinnen die wel geografisch maar niet cultureel in Europa vertoeven. Brussel is geen stad met een normaal stedelijk weefsel en dito diversiteit, maar een cluster van subculturen, eufemistisch ‘gemeenschappen’ genoemd, die zich gedragen als tribale entiteiten. De Arabisch-islamitische is de dominante groep, dan volgen een rist Afrikaanse diaspora’s uit de sub-Sahara. Regio’s dus waar meisjes nog als heksen worden berecht, de vaginale verminking een standaardritueel is, en grootsteden bestaan uit enorme sloppenwijken waar de overheid zich zelfs niet laat zien.

Het is deze achterlijkheid die in Sint-Joost de norm en levenswijze uitmaakt. Vermits integratie geen vereiste is, maar integendeel het beleven van eigen identiteit wordt gepromoot, blijven de gesloten gemeenschappen floreren en sudderen ze op een laag inkomen, uitkeringen en veel zwarte (no pun intented) economie. De linkse partijen die Brussel besturen hebben geen probleem met dat allochtoon pauperisme, ze leven ervan.

Vergeet de burgemeester van Middelkerke: het is de Vlaamse regering die nu lijnen in het zand moet trekken en een eigen exitstrategie uitstippelen. 

Demografisch is Brussel voorbestemd om zich aan te passen aan derdewereldnormen, inclusief een islamisering, terwijl in de Europese wijk de limousines aan en af rijden. Heel deze région à part entière, ontstaan dankzij teveel Vlaamse inschikkelijkheid in verschillende staatshervormingen, is een verloren zaak. Vlaanderen moet zich distantiëren van deze sociologische neerwaartse spiraal, en een eigen versoepelingsregeling uitwerken van zodra de coronacijfers het toelaten. Het is dé gelegenheid voor Jambon en Beke om zich te herpakken na een lange periode van getalm en verstoppertje spelen achter de federale gezondheidslogica.

Vergeet de burgemeester van Middelkerke: het is de Vlaamse regering die nu lijnen in het zand moet trekken en een eigen exitstrategie uitstappelen. Natuurlijk wil Marc Van Ranst dat niet, met het argument dat Brusselaars toch de weg naar onze cafés vinden, als die bij hen gesloten blijven. Wel, dan zou zo’n VLaccinpas goed euh… van pas komen, enkel voor inwoners van Vlaanderen. We waren toch al xenofobe racisten, voor onze reputatie zal het weinig uitmaken. Voor onze vrijheid wel.

Ik maak me zelfs sterk dat ze desgevallend in Woluwe Saint-Pierre eens zullen nadenken aan welke kant ze willen wonen.

Geplaatst in #Welmijnvaccin | Reacties uitgeschakeld voor Wat moet dat virus zich amuseren in Bruxelles/Saint-Josse

De drooglegging van ’t Scheldt: een bewijs van Vlaamse veerkracht

scheldtWanneer satire als ‘haattaal’ wordt gekwalificeerd

Het voorval met De Ideale Wereld -veruit het beste dat er op de VRT te bekijken valt- en de verkeerd gevallen grap rond de gekleurde protocolvrouw van het kabinet Jambon, bewijst nog maar eens hoe moeilijk satire in Vlaanderen ligt.

In feite was de grap niet honderd procent geslaagd,- de redactie van DIW moet haar huiswerk beter maken,- maar wat erop volgde was wél onweerstaanbaar komisch. Alle politici sprongen in het gelid om het ‘slachtoffer’ te verdedigen, waarbij de witte ridders vooral in het kamp van de N-VA en Open-VLD te vinden waren, misschien niet toevallig de voormalige fans van de heks Sihame. ‘Schandelijk, dat woord is hier op zijn plaats’, foeterde Jambon. 

Politieke correctheid als dekmantel

VeerkrachtSatire op de Vlaamse publieke zender: het blijft hachelijk, toch als het politieke establishment geviseerd wordt

De Vlaamse regering was net bevallen van een lijvig document, getiteld Vlaamse veerkracht. Een overheid die als centraal motto hanteert: ‘Verbeelding werkt’. Hoeveel gebakken lucht kan je tegelijk uitstoten.  Ik denk oprecht dat de uitzendingen van De Ideale Wereld en zijn fout gebekte presentator de politieke goegemeente beginnen te storen. Dat is voorwaar een teken van kwaliteit. De reactie van mevrouw Ayan Mohamud Yusuf was anderzijds van een zieligheid die aantoont hoe fataal die racismomanie inwerkt op het zelfbeeld van gekleurde mensen: ze was ‘aangeslagen’, ‘geschokt’, en had ‘Sinds dood van haar vader niet meer zoveel verdriet gehad’.

Heeft iemand haar dat gesouffleerd? Een communicatie-adviseur? De reactie is alleszins paradoxaal voor een model van veerkracht, zoals ze wordt opgevoerd: als Ayan een mondige topambtenaar is en geen poetsvrouw, dan moet ze zich ook niet als een negerslavin gedragen die begint te wenen en bescherming van witte ridders behoeft. Dat vind ik zelfs tamelijk euh… kolonialistisch.

De pathetische reactie lijkt uitgelokt door Jambon en C° zelf, zoals iedereen op een begrafenis begint te wenen wanneer de pastoor de overledene gaat bewieroken. Sentiment is besmettelijk. Ze had makkelijk de bal kunnen terugkaatsen, vanuit haar veronderstelde veerkracht. Een kwinkslag, een grap voor een grap. Helaas, het werd weer een verhaal van racisme, discriminatie en stigmatisering. De zwartjes blijven deerniswekkende Untermenschen.

Als Ayan een mondige topambtenaar is en geen poetsvrouw, dan moet ze zich ook niet als een negerslavin gedragen die begint te wenen en bescherming van witte ridders behoeft.

Maar ‘un train peut en cacher un autre’, zoals een bekend Frans spreekwoord zegt. Onder het mom van de strijd tegen het racisme kan het afschaffen van satire een moreel hoogstaande operatie worden. We mogen nog lachen met de grappen van stand-up comedians en debiele TV-humor, maar dat is het dan ook. Alles wat zweemt naar satire en politieke humor kan nu als toxische ‘haattaal’ gekwalificeerd wordt. De belachelijke overreactie van Jambon en C° heeft dat nieuwe censuurdenken als achtergrond: machthebbers gebruiken iemand als Ayan als politiek correct alibi om scherpe pennen of vervelende stoorzenders het zwijgen op te leggen.

Op bezoek bij de redactie

tweetLachaertDat brengt ons naadloos bij het ander feit van de week: de inval van het gerecht bij medewerkers van het digitale hekelkrantje ’t Scheldt, verdacht van ‘belaging en aanzetten tot haat’ inzake Zelfa Madhloum, de woordvoerster van mijnheer Lachaert. Het zou gaan om een in juni van vorig jaar gepubliceerd, niet ondertekend artikel waarin gewag wordt gemaakt van een spookbedrijf, door mevrouw Madhloum uitgebaat. Op het moment van publicatie was er van Sihamegate nog geen sprake.

Ondanks het kleurrijk taalgebruik rond de ‘sjoemelpoppemie’ is het artikel in kwestie strikt genomen geen satire maar veeleer onderzoeksjournalistiek. Het onthult feiten en staaft die met research. Als Zelfa Madhloum vindt dat het om laster en eerroof gaat, zou ze klacht kunnen indienen, maar het parket houdt vol dat dit niet is gebeurd. Het gaat ‘ambtshalve’ zelf tot vervolging over, wegens racisme, maar de tweets van voorzitter Egbert Lachaert spreken duidelijke taal: er moet afgerekend worden met dit blad dat de eerste onthullingen bracht rond Sihame El Kaouakibi.

Eens te meer blijkt hoe de stoplap ‘racisme’ nuttig is om lastige media en auteurs in het vizier te nemen en juridisch te vervolgen.

De ijver van het gerecht in deze roept vragen op van politieke inmenging. Een redactiemedewerker, die in de cel wat mocht nadenken, werd onder druk gezet om de artikels in kwestie te verwijderen. Is de Vlaamse Vereniging van Journalisten bereid om protest aan te tekenen? Ik zie het nog niet gebeuren.

De onderzoeksrechter uit de stad van Bart Somers leek niet alleen geïnteresseerd te zijn in de auteur van het artikel en zijn bronnen, maar ook in de manier waarop het blad gefinancierd wordt. Dat ruikt nog meer naar intimidatie. Eens te meer blijkt hoe de stoplap ‘racisme’ nuttig is om lastige media en auteurs in het vizier te nemen en juridisch te vervolgen. Eventueel droog te leggen. We zijn nog niet in Rusland, maar het begint erop te lijken. Door ook nu een allochtone dame als slachtoffer op te voeren, duiken de witte (of moeten we hier zeggen: blauwe) ridders weer op en kunnen politici hun toneelstukje opvoeren van de vermoorde onschuld.

Als columnist en auteur verklaar ik me solidair met ’t Scheldt en zijn redacteurs, en beschouw de recente huiszoekingen zonder meer als aanslag op de persvrijheid. Waarin liberalen eens te meer vooraan lopen. Weer dankbare stof voor cartoonisten, we blijven bezig.

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor De drooglegging van ’t Scheldt: een bewijs van Vlaamse veerkracht

Cultuur of terrassen? (Als ik mag kiezen, toch maar liever het laatste eerst)

Sioen2Tonnen sympathie heb ik voor de mensen van de cultuursector, die nog steeds gesloten is. Althans het luik evenementen, alles wat rechtstreeks met publiek in contact komt. Maar als ik hun smeekbeden beluister om te heropenen, krijg ik altijd een knoop in mijn maag. Want willen ze terug optreden omdat ze zo essentieel zijn voor de samenleving,-wat ze zelf beweren,- of omdat ze op droog zaad zitten?

Dat laatste is geen schande, er zijn nog sectoren die op apegapen zitten en lieden bij wie het water financieel tot aan de lippen reikt. En als er subsidies gelden voor cafébazen, waarom zouden professionele publiekskunstenaars geen overlevingstoelage mogen krijgen. In ruil zouden ze dan wel moeten ophouden met te doen alsof heel het land wacht op hun terugkeer. Dat is gewoon niet zo. De jeugd wil terug fuiven en wij willen terug op een terras zitten. De rest, ach.

Het Grote Verbinden

willaertDominique Willaert, artistiek leider van Victoria Deluxe probeert Theo Francken het spreken te beletten (UGent, 2017)

Gisteren ook weer rockartiest Frederik Sioen, die in De Afspraak namens de Crisiscel Cultuur voor versoepelingen kwam pleiten. ‘Wij hebben een antwoord op behoeften in de maatschappij’, klinkt het, kijk maar naar de wachtlijsten van de psychologen. Hij gewaagt van een verbindend en therapeutisch effect van cultuur, zeker in deze moeilijke tijden.  Als dat woordje ‘verbindend’ opduikt, is het opletten geblazen, want elke dorpspolitieker wil vandaag bruggen bouwen en ‘verbinden’.

Genant wordt het pas als Sioen en C° proberen goede maatjes te blijven met de virologen, omdat ze beseffen dat deze mensen vandaag de macht naar zich toe hebben getrokken. Vele knipoogjes dus naar Erika Vlieghe (met mondmasker) aan de andere kant van de tafel, en doen alsof de hogepriester van de virocratie je beste vriend is (‘Daarnet kwam ik Marc Van Ranst tegen in de coulissen’): het kan allemaal helpen, maar het oogt als hondjesgedrag en euh… slecht toneel.

Het idee van cultuur als grote verbinder is even fantasmagorisch als het idee dat psychologen ons uit de shit kunnen halen.

Soit, Sioen is best een slimme jongen en beseft dat hij het breed moet verkopen: theaters, concerten, DJ-optredens, fuiven, naast wielerkoersen, kermissen, trouwfeesten, het is allemaal cultuur, herverpakt onder de noemer ‘evenementensector’. Hij vindt daarin steun bij minister Jan Jambon, die door het linksdraaiende kunstencircuit altijd met enig dédain is bejegend.

Noteer dat een deel van die sector zich in een nabij verleden graag activistisch opstelde en bijvoorbeeld Theo Francken nog het spreken heeft belet toen die een lezing wou geven. Zo’n evenement kon dan weer niet. Voor mij allemaal niet gelaten, maar het gefleem van Frederik Sioen als gaat het om één grote, gezellige bedoening, het maïzena-idee van cultuur als grote verbinder is even fantasmagorisch als het idee dat psychologen ons uit de shit kunnen halen. Cultuur is namelijk een containerbegrip waarbinnen allerlei interessesferen en activiteiten naast elkaar maar soms ook tegen elkaar schuren. En waarbij mensen zich terecht afvragen of ze wel mee moeten betalen voor die 0,1% Cultuur met grote C.

Van voetbal tot Tomorrowland

TomorowlandAls operaliefhebber -zowat het enige dat ik met Jan Jambon gemeen heb- kan het me eerlijk gezegd geen fluit schelen of Tomorrowland dit jaar doorgaat of niet. Dat geldt natuurlijk evenzeer in de omgekeerde richting. Ik gun het die mensen uiteraard wel, maar louter intrinsiek beschouwd: een DJ die plaatjes staat te draaien is voor mij zelfs geen cultuur maar eerder massa-amusement. Trouwfeesten zijn heel belangrijk, ik ben er verzot op (als genodigde wel te verstaan), maar is dat cultuur? Ja, hééél breed wel, zoals de tuinkabouter op mijn kortgeschoren gazon ook een teken van zelfexpressie is.

Supporters die voetballers van topclubs uitjouwen, geven misschien wel een interessantere performance weg dan hun overbetaalde idolen.

Dus hoe breder we cultuur definiëren, hoe mistiger het wordt. Is voetbal cultuur? In de Sioen-optiek zeker wel, want er komt volk naar kijken, ook al is het een pure geldzaak en betaalt een prof in de Belgische competitie minder belastingen dan een verpleegkundige, die twintig tot honderd keer minder verdient. Met de super league wilden de poenscheppers er nog een stukje bovenop doen, maar het feest ging niet door. Supporters die voetballers van topclubs uitjouwen, geven misschien wel een interessantere performance weg dan hun overbetaalde idolen. Helaas verbinden ze niet, integendeel. Om nog maar te zwijgen van die banaan op het voetbalveld en de (verboden) oerwoudkreten. Niets zo goed voor culturele expressiekracht als wat censuur.

Ik eindig met een opmerking van Frederik Sioen dat hij veel in woonzorgcentra heeft opgetreden en daar ook op warm applaus werd onthaald. Meteen komt me een artikel in de Standaard voor de geest, waarin Red Zebra-frontman Peter Slabbynck, ondertussen ook al 58, vindt dat La Esterella stilaan moet wijken voor de Sex Pistols, onder het motto: ‘Generatie X wil in het rusthuis haar eigen soundtrack’. Meteen is de toekomst van Frederik Sioen verzekerd in Huize Avondrood: hij moet maar gewoon zijn gitaar bovenhalen.

Fans van Bach, Beethoven of Wagner lijken er niet rond te lopen in de woonzorgcentra. Die zijn blijkbaar allemaal al eerder naar het Walhalla vertrokken. Wat ondergetekende ook zal doen mocht het zover komen, ik wil het risico niet lopen. Samengevat, de grote theaterschrijver Bertold Brecht parafraserend, zou ik dus zeggen: eerst de terrassen en dan het toneel. Temeer daar we van dit laatste door de politiek al elke dag een vertoning aangeboden krijgen, die op voorhand betaald is.

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Cultuur of terrassen? (Als ik mag kiezen, toch maar liever het laatste eerst)

‘We zijn allemaal opgelicht’ (en andere gemakkelijke smoezen)

kransje

‘De spin in het web’: je moet ook stom genoeg zijn om erin te vliegen  

#Sihamegate is nu al zo’n drie maand aan de gang. Het begon met vermoedens van boekhoudkundige malversaties binnen haar organisatie Let’s Go Urban, waarbij ook dra bleek hoe Open-VLD iets te gul was geweest met het sponsoren van haar persoonlijke verkiezingscampagne. Daarna vielen de lijken snel uit de kast: keukens die op de verkeerde plaats bleken terecht gekomen, bewijzen van fraude, vervalste facturen en persoonlijke verrijking met subsidiegeld, een surrealistische doortocht van socialist Johan Vande Lanotte die als raadsman opdook en tot op vandaag volhoudt dat het om bagatellen gaat, terwijl audits en aangestelde bewindvoerders een ander verhaal vertellen: mevrouw El Kaouakibi moet zowat een miljoen euro aan subsidies en sponsorgeld achterover gedrukt hebben.

LanotteJohan Vande Lanotte: deus ex machina of mistspuiter?

Ook het nieuwe ‘tegenrapport’ van Vande Lanotte laat meer vragen dan dat het antwoorden geeft, waarbij opvalt dat de VRT veel minder kritisch in deze is dan VTM. Vande Lanotte lijkt vooral ruis te willen veroorzaken, een mistgordijn spuiten rond cijfers. Opletten dus dat de vis niet verdronken wordt in advocatendebatten of, wie weet, straks procedurekwesties. Te meer omdat de verdediging van El Kaouakibi nu al gewaagt van een trial by media en een afrekening omdat ze vrouw en allochtoon zou zijn. Zelfs Dyab Abou Jahjah viel bijna van zijn praatstoel bij zoveel onzin. Laten we ondertussen toch maar de clou van dit verhaal niet uit het oog verliezen.

Begin februari wijdde ik al een column aan de zaak, en opperde dat je een tango met twee danst. Heel de politieke klasse én een rist zakenlui, geilend op haar status van allochtoon rolmodel, liepen als hondjes achter El Kaouakibi aan, waarbij een kritische blik op de boekhouding bijna als een uiting van racisme kon geïnterpreteerd worden. Ik citeer mezelf even: ‘Het is een langlopend verhaal van té veel goodwill en te weinig eis tot transparantie, in de eerste plaats, ik herhaal het, omdat El Kaouakibi als uithangbord van de multicultuur een vorm van onschendbaarheid genoot. Mensen zwegen, ook wie meer wist, uit schaamte en schrik om politiek aan de ‘foute’ kant terecht te komen.’

We zijn drie maanden verder, ondertussen heeft elke hond met een bril op rotte eieren naar de schandpaal kunnen gooien, en hebben ook de mainstream media, die haar eerst vertroetelden met interviews en heiligverklaringen, hun kar gedraaid. Politiek is het nu kwestie van de schade te beperken. Na de Vlaamse liberalen komt ook de N-VA in het vizier, die in Antwerpen de lakens en de subsidies uitdeelt. Hebben ze niet goed opgelet, zich laten meedrijven in de flow van de superdiverse, multiculturele halfgodin?

Je hebt me 1000x bedrogen

KennisKoen Kennis (NV-A): gedupeerd Antwerps schepen

De woorden van burgemeester en NV-A-voorzitter Bart De Wever worden dan hun gewicht in goud waard. Hij erkent weliswaar de ‘collectieve verantwoordelijkheid’ van het Schepencollege, maar voelt zich toch vooral opgelicht. Bedrogen, in ’t zak gezet zoals ze in Antwerpen zeggen. In de zaak Kucam (een geval van fraude met humanitaire visa onder de supervisie van Theo Francken) deed De Wever een gelijkaardige uitspraak ter ontlasting: ‘We zijn opgelicht. En nog wel door onze eigen mensen.’

Dat is een rare uitspraak uit de mond van een slim man. Wanneer een oud vrouwtje een valse controleur van de elektriciteitsmaatschappij binnenlaat die met haar schamele centen gaat lopen, dan wordt ze opgelicht, dat is zonneklaar. Een vrijgezel die via internet een vrouw leert kennen die hij nooit gezien heeft maar zich toch een paar duizend euro laat aftroggelen: dat ligt al wat ingewikkelder. We hebben compassie, maar tegelijk mompelt iedereen achter zijn rug: ‘hoe kan men zo stom zijn?’ Ach ja, liefde is blind. Wat echter te zeggen van een hele bus uitgekookte politici en clevere zakenlui die toegeven dat ze collectief allemaal opgelicht zijn? Daarvan denkt de m/v in de straat: jammer van ons belastinggeld, maar ze verdienen niet beter. 

Een beleidsmaker die zich ‘opgelicht’ voelt door subsidiezwendel, hult zich in een misplaatste slachtofferrol.

De uitspraak van schepen Koen Kennis (N-VA), wiens ontslag door de oppositie wordt geëist, klinkt al evenzeer als ‘Wir haben es nicht gewusst’: ‘Bij oplichterij moet men eerst kijken naar de oplichter’, verzekert Koen. Ik ben daar nog zo zeker niet van. Dat kan wel gelden voor dat oud madammeke, maar als een schepen van de grootste Vlaamse stad de bedrogen maagd speelt, is er something rotten in the state of Antwerp. Een beleidsmaker die zich ‘opgelicht’ voelt door subsidiezwendel, hult zich in een misplaatste slachtofferrol. 

Anders gezegd: domheid moet zichzelf bestraffen, dat is in de natuur niet anders. Een oplichter kan alleen oplichten als iemand zich laat oplichten en dat is niet echt een bewijs van een hoog IQ. Spreekt men in het meervoud, dan heeft die uitspraak nog een aparte dimensie: een hele soort of populatie die evolutionair niet deugt. Of waarom ook de uitdrukking ‘de spin in het web’ niet de hele waarheid zegt. Je moet ook stom genoeg zijn om erin te vliegen.

De gelegenheid maakt de dief 

Van meegeren2Meester-vervalser Han van Meegeren (1889-1947)

Mijn heimelijke bewondering voor de Marokkaans-Lesbische krullenbol groeit met de dag, net omdat ze in al haar perfiditeit een compleet politiek establishment te kakken zet. 

Heel het conglomeraat van bestuurders die zich in een schepen- of ministerstiel hijsen omdat het stemmentrekkers zijn, politici die voor marketeer spelen, partijen die dankzij de dotaties op een berg geld zitten waardoor ze speciale beleggingsadviseurs in dienst hebben, en dan niet te vergeten de politiek correcte verblinding,… ze zijn dankzij de door iedereen verguisde Sihame El Kaouakibi van hun voetstuk getuimeld.

Misschien is het dus ook wel nuttig dat er oplichters en misbruikers van het systeem bestaan, zodat slechte bestuurders door de mand vallen. Ze zijn de opruimers, de aaseters van het systeem. Dat geldt op alle niveau’s van laag tot hoog: de gelegenheid maakt de dief. Werden Ursula en haar superbureaucratie ‘bedrogen’ door bepaalde vaccinleveranciers omdat ze niet leverden? Neen, ze heeft gewoon slecht onderhandeld en verdient de laan uitgestuurd te worden. 

Misschien is het ook wel nuttig dat er oplichters en misbruikers van het systeem bestaan, zodat slechte bestuurders door de mand vallen.

Het doet me denken aan een andere zwendelaar waar ik veel sympathie voor heb, Han van Meegeren, de man die legendarisch werd omdat hij zo goed een valse Vermeer kon schilderen dat gereputeerde musea het als authentiek erkenden en er een fortuin voor betaalden. Hij bleef ermee doorgaan, heel de jaren ’30 en ’40 van vorige eeuw, tot hij zijn handel bekende om aan de doodstraf wegens collaboratie te ontsnappen (de nazi’s bleken nogal wat Vermeer’sen van zijn hand in hun collecties te hebben).

Han van Meegeren is de geschiedenis in gegaan als een vervalser, maar ook als iemand die ontmaskerde, een ballon doorprikte. De complete kunstmarkt en alle kenners voor schut zetten: il faut le faire. Een formidabele grap is het. Idem dito met bestuurders, experten en topambtenaren: heb vooral geen compassie als ze afgaan. El Kaouakibi liep uiteindelijk tegen de lamp, en dat is goed, maar dat politici zich als gedupeerden gedragen is er voor mij iets te veel aan. De belastingbetaler is de gedupeerde, niet alleen vanwege de fout geparkeerde keukens en het prijskaartje, maar vooral door de domheid van diegenen die het lieten gebeuren. En ja, heel eerlijk, is er ook de domheid van diegenen die stemden voor deze dronken kapiteins. De Lof der Zotheid heruitgegeven.

Meteen is mijn laudatio voor de Prijs van de Vrijheid, die Sihame El Kaouakibi volgend jaar zal krijgen, zo goed als af. Hier geen spoor van racisme zoals u ziet, pure verdienste en gezonde zin voor eigenbelang is het enige wat telt. Ook de laureaten voor de Prijs van de Domheid zijn nu al bekend. Een buslading vol dus.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor ‘We zijn allemaal opgelicht’ (en andere gemakkelijke smoezen)

Kristien Hemmerechts, de schrijfster die haar volk leerde ontlezen

HemmerechtsZe is als een monster van Loch Ness, maar dan verrijzend uit een regenplas aan de rand van een Vlaamse kasseiweg op een donkere aprildag: schrijfster Kristien Hemmerechts en haar pleidooi om dt-fouten over het hoofd te zien. Elke zes maanden doet ze dat: zeggen dat spellingregels er niet toe doen. Vandaag, op een moment dat leerachterstand een prangend probleem is, een bijzondere boodschap. Het lijkt vreemd voor iemand die met taal en taalverfijning bezig is, maar Hemmerechts, docente Creatief Schrijven, zit anders in mekaar: ze ziet dat jongeren de regels aan hun laars lappen,- ‘hij word’ bijvoorbeeld,- en concludeert daaruit dat foutloos schrijven buiten de tijdsgeest valt. Ze mocht haar punt nog eens maken in De Afspraak, het Canvas-opinie en duidingsprogramma waar Schols en Phara tot vervelens toe dezelfde Vlaamse grootheden de revue laten passeren.

Fuck de grammaticaregels, zegt onze lerares schoonschrift, wier manuscripten waarschijnlijk zelf nog door de handen van een stel correctoren moeten gaan. Nu snap ik alvast waarom Kristien mensen ‘Creatief’ leert schrijven, en niet gewoon schrijven: hoe minder goed je het Nederlands beheerst, hoe creatiever en beter je tekst wordt. Er wordt ons verder een tip van de sluier gelicht over het waarom: ‘Er zijn ook zo veel studenten die onze taal pas op latere leeftijd geleerd hebben, natuurlijk hapert er dan wat aan’, aldus de gaste van Phara. Het is discriminerend, beledigend, jawel verlammend (sic) om mensen op spelfouten te wijzen. Anders gezegd: het is niet ‘inclusief’. Tja.

Regelloos tussentaaltje

ArnoZelfs Arno’s mond valt open van verbazing

Kristien Hemmerechts is eigenlijk het type vrouw dat tegen zichzelf moet beschermd worden: ze slaat zoveel onzin uit, dat het schadelijk wordt voor haar, zonder dat ze dat ook maar beseft. Want in feite brengt ze de multicultuur en het feit dat allochtonen gebrekkig Nederlands praten (en schrijven) als argument aan om dat Nederlands te herleiden tot een tussentaaltje dat zich om regels niet hoeft te bekommeren. Het zijn niet de anderstaligen die zich het Nederlands moeten eigen maken, neen, het is de taal zelf die zich moet aanpassen aan de ongeletterdheid. Waardoor bijvoorbeeld ook autochtone Vlamingen hun taal niet kennen, niemand nog een foutloze sollicitatiebrief kan schrijven, en waardoor uiteindelijk zelfs de kranten vol spelfouten staan.

Deze omgekeerde wereld werd vastgesteld door onderwijsexpert Wouter Duyck (‘Je verhoogt de sociale mobiliteit niet als je de geletterdheid verlaagt’) die ook mee aan de Afspraak-tafel mocht zitten, maar dat achterlijk argument werd genadeloos weggeblazen door la Hemmerechts die niet beseft dat niemand haar boeken nog kan lezen binnen tien jaar, tenzij ze zich bedient van een soort SMS-taal.

Ongeletterdheid is gewoon de kortste weg naar een totalitaire samenleving waar niemand nog in staat is kritiek te formuleren, tenzij in debiele tweets. 

Voor de leergang creatief schrijven dus: één adres. Korte zinnen graag van maximum vijf woorden, liefst éénlettergrepig, en zonder grammaticale besognes. Ongeletterdheid is gewoon de kortste weg naar een totalitaire samenleving waar niemand nog in staat is kritiek te formuleren, tenzij in debiele tweets. De linksdraaiende, superdiverse en all-inclusieve Kristien wringt haar eigen medium, de taal, de nek om en is daar ook nog fier op, vanuit een politiek correcte eigenwaan. De dramatische achteruitgang van het onderwijs in Vlaanderen is ontstaan vanuit het idee dat anderstalige nieuwkomers zich niet moeten bekommeren om zoiets onnozels als een dt-fout. Vervolgens wordt de lat algemeen verlaagd, naar de andere vakken. We kennen de gevolgen, minister Weyts probeert wanhopig de tanker te keren.

Met het ontmantelen van de taal, het geraffineerd communicatie-instrument dat wij als samenleving delen en waarmee wij het burgerschap beleven, verdwijnt het laatste greintje intellectuele weerbaarheid. Hemmerechts is een schrijfster die, 170 jaar na Hendrik Conscience, haar volk leert ontlezen. Ik wil niet het woord ‘omvolking’ in de mond nemen. Maar toch.

Onbegrijpend lezen

PfeiferIlja Leonard Pfeijffer: niet iedereen snapt de grap

Dat brengt me op een tweede voorval waar ik niet vrolijk van word. Op 14 april verscheen in HP De Tijd een column, drie dagen later overgenomen door DeStandaard, van de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer, getiteld ‘Een poging tot een diverse en inclusieve column die helemaal niemand kwetst’.

De titel alleen al verraadt de insteek van het stukje: het betrof een parodie, waarin de auteur de draak steekt met de zelfcensuur die door zijn eigen ideologische spitsbroeders steeds meer wordt beoefend. We worden in de tekst geconfronteerd met het pudeur van een ‘blanke, nee witte, heteroseksuele, cisgender, mannelijke schrijfster’ die schrik heeft om zijn/haar kapster een kapster te noemen, en de vrouwelijke tandarts van zijn/haar vriendin niet wil feliciteren voor de goede zorgen omdat dit betuttelend-paternalistisch zou kunnen overkomen.

Dat is eigenlijk een veeg teken: ironie die niet meer als ironie erkend wordt. Wanneer we alles letterlijk moeten nemen, is de taal dood.

Helaas was de invalshoek van het stukje met de hilarische titel niet aan iedereen besteed. Een oude studiegenoot van me was met twee voeten voluit in de late aprilgrap getrapt en stuurde vlammende mails rond over de politiek correcte slavenmentaliteit die uit Pfeiijffers tekst opdampt. Op zich wellicht een banaal geval van vroegtijdige dementie, maar misschien toch ook een algemeen teken aan de wand: ironie die niet meer als ironie erkend wordt.

Matthias Storme bemerkte de grap wel, en deelde de tekst op Facebook. Hij kreeg welgeteld één like. De ironie-in-de-ironie is overigens dat, indien Pfeijffer een echt, onverbloemd stukje politiek incorrecte opinie had afgeleverd, DS het wellicht nooit had gepubliceerd.

Koester satire

ReynaertVan den vos Reynaerde’ (midden 13de eeuw): de onovertroffen Urheber van Nederlandstalige satire

Als dit de graadmeter is van de leescultuur in de lage landen, dan staan ons nog bange dagen te wachten. De flagrante tekortkoming inzake begrijpend lezen is een ander aspect van de ontlettering: alleen nog letterlijk kunnen lezen wat er staat. Dat is ook de reden van het schandaal rond de Lukaku-column, nu bijna twee jaar geleden, waar de linkse mainstream nog altijd niet is over uitgepraat.

Alles letterlijk lezen en metaforen noch ironie snappen: het geldt als kenmerk van een autistische stoornis, maar vandaag gaat het breder. Het is namelijk een voorschrift voor goede gelovigen. Moslims zijn ertoe gehouden de Koran letterlijk te interpreteren, en mogen dus niet ‘tussen de regels lezen’. Er valt niets te decoderen of te begrijpen, te ontrafelen, er staat wat er staat. Ironie is totaal afwezig in de religie, zeker in de monotheïstische boekgodsdiensten. Het bizarre is, dat het linkse gelijkheidsdenken deze verarming overneemt en als een verrijking verkoopt.

Moslims zijn ertoe gehouden de Koran letterlijk te interpreteren, en mogen dus niet ‘tussen de regels lezen’.

De ‘inclusieve’ woke-ideologie en het religieuze fanatisme zijn perfect compatibel. Ze leiden dezelfde terreur van de ééndimensionaliteit in. Een verbod op ‘foute’ humor, ironie, dubbele bodems, andermaal in naam van de inclusiviteit. Reden te meer voor ons om satire te koesteren. Het is een oer-Europese, door de oude Grieken gecreëerde vorm van humor, met middeleeuwse tussenstations als de Decamerone en onze eigen Van den vos Reynaerde, die deconstrueert, knipoogt, betekenissen verwisselt, de lezer uitnodigt tot een complexe lectuur die aan de censuur ontsnapt. Daar is inwijding voor nodig, het is een leerproces dat intelligente mentors vereist. Die uiteraard niet Kristien Hemmerechts zullen heten.

Mag ik er tenslotte nog op wijzen dat in de eerste plaats Vlaams-nationalisten zorg moeten dragen voor hun taal, en dat het me stoort als een luidruchtige N-VA-politicus uit Roeselare een tweet rondstuurt in schabouwelijk Nederlands. Dat is meegaan in een minachting en een weg-met-ons-mentaliteit die men de andere kant altijd toedicht. Cultuurflamingantisme, het is volstrekt onmodieus en niet trendy, net daarom.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie | Reacties uitgeschakeld voor Kristien Hemmerechts, de schrijfster die haar volk leerde ontlezen