Jacline Mouraud, de Jeanne d’Arc met de brandstofbidon

Jacline MouraudFrankrijk staat op zijn kop. Het land is in de ban van de gele hesjes (gilets jaunes), boze automobilisten die knooppunten en tolstations blokkeren uit protest tegen de hoge benzine- en dieselprijzen. De prijs van een liter diesel is sinds Macrons aantreden in mei 2017 met 31 cent gestegen, die van een liter loodvrij met 19 cent, becijferde het weekblad Le Point. President Macron, de verpersoonlijking van de afgestofte nieuwe elite, is dan ook de kop van Jut en ziet de beweging uitdijen, ook thematisch, naar een algemene revolte tegen de levensduurte en de afgenomen koopkracht.

Regelmatig doen zich incidenten voor van andere automobilisten die de blokkades proberen te doorbreken. Eén dode heeft het al opgeleverd, aan het stuur een vrouw die boven haar toeren met haar dochter op weg was naar het ziekenhuis. Rechts ruikt bloed, Marine Le Pen doet verwoede pogingen om de hesjesrevolte te recupereren. Voorlopig met niet al te veel succes. Want de woordvoerster en bezielster van de brandstofopstand is en blijft een zekere Jacline Mouraud, die via een Facebook-filmpje un petit mot tot president Macron richtte en grote delen van autorijdend Frankrijk wist te mobiliseren. Vijf miljoen keer is het filmpje al aangeklikt, een coup de gueule noemt ze het zelf, een slag in het gezicht. Macron en zijn eerste minister Edouard Philippe hebben dus wel degelijk een probleem.

Fake news

Wie is die Jacline Mouraud? Enkele media hebben ondertussen haar doopzeel gelicht. De 50-jarige Bretoense blijkt over verschillende bijzondere talenten te beschikken. Ze speelt accordeon en profileert zich op Facebook als auteur-compositeur, onder meer van een alternatief Frans volkslied, genaamd ‘France si belle’, omdat ze de Marseillaise te links en te opruiend (!) vond. Daarnaast is ze actief als hypnothérapeute, gespecialiseerd in ectoplasmie, dat is het oproepen van geesten via een gehypnotiseerd medium. Om maar te zeggen dat Jacline Mouraud niét voor één gat  te vangen is, en alleszins een breed realiteitsspectrum bestrijkt.

Dat kwam al op verschillende momenten tot uiting, toen ze helemaal vertrokken was met ‘informatie’ die achteraf compleet verzonnen bleek, iets waar het internet uiteraard een gedroomd medium voor is. Ineens dook bijvoorbeeld op het web het nieuws op dat er voor fietsen een inschrijvingsbewijs (carte grise) zou nodig zijn, een kaakslag voor de gewone Fransman zo foeterde ze dadelijk furieus. Alleen: het bleek een kwakkel, er was niks van aan. Straffer nog, toen het satirische magazine Journal de l’Elysée berichtte dat elke Fransman zich verplicht een trottinette zou moeten aanschaffen, moest Macron het weeral ontgelden. Gevoel voor humor, het is niet de strafste kant van Jacline. Foute informatie was ook dat de eerste minister de beweging het recht op betogen zou hebben verboden. Iemand had dat zo maar op Twitter gegooid. Maar weer was de spiritiste er als de kippen bij om premier Philippe de mantel uit te vegen.

Of waarom het woord hysterie hier misschien wel op zijn plaats is: Frankrijk in de greep van een charismatische hypnotica met paranoïde neigingen, het is weer eens  wat anders. Een vergelijking met mei ’68 dringt zich op: toen begon het allemaal in Parijs/Nanterre met studenten die vrije toegang wilden tot de kamers van de studentinnen. Een hormonale kwestie waar meester-agitator Daniel Cohn-Bendit handig op inspeelde, door met een handvol Marxisten en Trotskisten de Sorbonne te bezetten. Na twee weken, midden mei, lag heel Frankrijk plat. Het welbekende sneeuwbaleffect.

Bon chic bon genre

Emmanuel Macron bij de inhuldiging van de nieuwe TGV-verbinding Parijs-Rennes (juli 2017)

Die swingende brandstofprijzen zijn uiteraard niét gefantaseerd. Laten we dan maar tot de essentie (essence) van de zaak komen: waar gaat deze automobilistenrevolte over? Dit is het verhaal van een staat met een glorieuze vlag, die niet meer door de realiteit gedekt wordt. Frankrijk is, zoals Groot Brittannië overigens, een natiestaat met een verleden maar zonder toekomstperspectief, een land dat teert op vergane glorie en de suprematie van een taal/cultuur die alleen in de Académie française nog als planetaire norm wordt aanzien.

De geesten die mevrouw Mouraud oproept in haar séances, zijn de fantomen van een verdampte natiestaat. Frankrijk is de wereld kwijt en vice-versa, maar een genoegzame, gestaag inkrimpende elite blijft haar dromen voor werkelijkheid nemen. Dat uit zich in heel de structuur van de staat zelf, de bureaucratie, de politiek-sociale bovenbouw. Het punt is dat het openbaar vervoer in Frankrijk een ramp is, nog veel meer dan bij ons. Ze mogen dan wel de TGV hebben uitgevonden om managers en kaderpersoneel bon chic bon genre in een paar uur tijd op een comfortabele manier van Parijs naar Bordeaux te laten zoeven, het platteland is geïsoleerd en aan zijn lot overgelaten, er zijn nauwelijks degelijke verbindingen tussen grootsteden en hinterland. Lokale trein- en busverbindingen worden zelfs regelmatig nog afgeschaft, wie geen auto heeft is daar een paria.

Komt daarbij dat de Franse auto-industrie (Peugeot, Citroën en Renault), door de staat zwaar gesubsidieerd, als dé heilige koe van de economie wordt beschouwd. Dus moeten de Fransen vooral (Franse) auto’s kopen, en hangen ze hopeloos vast aan de brandstofprijzen. Die flink wat accijnzen bevatten, maar ook aan schommelingen op de internationale oliemarkt onderhevig zijn. Macron heeft dat systeem niet uitgevonden en kan er ook weinig aan veranderen, hooguit wat brandstofcheques uitdelen voor de onderklasse, zoals nu gebeurt. De ultieme vernedering, Louis XIV is nooit helemaal dood geweest.

Het gaat om mobiliteit

Normandisch dorpje: achter de idyllische façade schuilt een desolaat, verpauperd platteland

Frankrijk is met andere woorden een land dat de 21ste eeuw nog lang niet is binnengewandeld. In menig opzicht leeft het zelfs nog in de 18de eeuw van de absolutistische vorsten. Het kampt met een verouderde economie, een lamentabele infrastructuur en een centralistisch-dirigistisch staatsbestel waardoor de grote metropolen, het waterhoofd Parijs voorop, alle middelen en intellectuele energie naar zich toe zuigen. De negorijen in de periferie moeten vooral melk, kaas en wijn leveren, vooral dat laatste is toch het hoofdbestanddeel waarop het Gallische organisme draait. In de 1ste wereldoorlog kreeg elke Franse soldaat aan het front een rantsoen van één liter wijn per dag, geen wonder dat het daar niet vooruit ging.

Het geval Jacline Mouraud is tekenend voor de wanhoop van de periferie en de verwoestijning van het platteland, maar het is een typisch Frans probleem dat we vooral niet moeten proberen te importeren als een legitieme burgeropstand. Jacline Mouraud agiteert als een kat in het nauw en is de stem geworden van mensen die vloeken aan het pompstation terwijl de meter vrolijk tingelingt. De oplossing ligt echter niet in goedkopere benzine of diesel, maar in een totale herinrichting van de ruimtelijke structuur die respect betoont voor mensen die buiten de metropool leven.

Het uitzichtloze fileprobleem –waar België dan weer koploper is- en de alarmerende luchtkwaliteit dwingen ons na te denken over alternatieve mobiliteit en ontsluiting. De gerechtvaardigde woede van de gele hesjes zou moeten gaan over degelijk openbaar vervoer en decentralisatie, maar zover geraakt Jacline Mouraud, de Jeanne d’Arc met de brandstofbidon, duidelijk niet. Ze blijft hangen in grotesk complotdenken, verwart de realiteit met fictie, en bevordert in feite de autoverslaving die Europa vanuit de ruimte als één groot smoggebied uittekent. Goed voor Peugeot en Citroën, maar vooral goed voor de oliesjeiks die zo tussendoor het islamfundamentalisme sponsoren. Dat laatste moet toch ook bij rechts een groene klik kunnen teweeg brengen. Iets zegt me dat ze bij de N-VA aan dat voortschrijdend inzicht toe zijn.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

‘Ik hou van u / Je t’aime, tu sais’, en wie dat niet slikt is crapuul

‘Ik hou van u / Je t’aime, tu sais’ is een liedje dat Stijn Meuris en zijn band Monza uitbrachten naar aanleiding van 175 jaar België. Koning Albert was er zo zot van, dat hij het in zijn kersttoespraak aanhaalde als een gezang dat alle Belgen dichter bij elkaar brengt. Roddeltantes beweren dat hij daarbij meer aan Delphine en haar mama dacht dan aan Paola, maar daar doen we niet aan mee.  Sindsdien is het zowat het officieuze Belgische volkslied geworden, dat ook in 2013 galmde tijdens de troonsopvolging van Filip. Meuris, de man die het land verbindt en positieve emoties oproept, vooral tegen dat zure flamingantisme: de band tussen de koning en het volk wordt vandaag vooral met gitaar en micro bezegeld.

Voor vorst en vaderland

Onze artiesten hebben iets met het koningshuis, dat is bekend. Niet eens ideologisch, het moet vooral met hun marketinglogica te maken hebben, veronderstel ik, waardoor Will Tura zich altijd liever tot de Belgische vrede en de monarchie bekende dan tot de Vlaamse dissidentie, zeker als daar dan nog zo’n besmette partij als het VB aan vast hangt. Dezelfde logica wordt gedeeld door de Vlaamse hoogcultuur, waar rebel Jan Fabre zich wat graag het Ridderschap in de Leopoldsorde laat opspelden, en Anne-Theresa de Keersmaecker met een baronessentitel pronkt.

Vermoedelijk staat ook Meuris op de wachtlijst voor een vorstelijk lintje, al zal de kans nu iets kleiner geworden zijn, want Stijn heeft zich op een schoolvoorstelling compleet laten gaan en begon een leerling te schofferen die een GSM bij zich had (waarmee die voor alle duidelijkheid niet aan het bellen was). Het incident gebeurde op 14 november j.l. met vijfdejaars ASO en TSO van de Provinciale School in Diepenbeek. Meuris kwam op de tiener af, kieperde de GSM door de zaal, verloor totaal zijn zelfbeheersing en begon het voltallige publiek voor crapuul uit te schelden. Waarna de zaal zich tegen hem keerde, voorstelling afgelopen. Tja. Ik hou van u, je ‘t aime, tu sais. Hoe komt het dat zo’n performer niet in staat is om een jeugdig publiek te boeien met een lezing, en dan gefrustreerd compleet uit de bol gaat?

Omdat Meuris denkt dat BV-schap, status, de zegen van de koninklijke familie en een vast zitje in de Canvas-talkshow De Afspraak, volstaan om autoriteit bij een publiek af te dwingen. Een misrekening, want zo werkt dat natuurlijk niet, en al zeker niet bij jongeren van een jaar of zestien. Een publiek boeien is een kunst. Ik heb er dit jaar zo’n 30 lezingen over mei ’68 op zitten. De reacties waren doorgaans enthousiast, een paar keer ging het moeilijker en net dan is het natuurlijk kwestie om de temperatuur te meten en het ijs te breken, zonder flauwe trucjes want ik ben geen stand-up-comedian. Allemaal klein bier echter, vergeleken met de tijd toen ik opera-initiatie gaf in middelbare scholen, soms technische afdelingen: dan leer je echt hoe je een publiek moet meekrijgen, met het ding zelf en niet met de karwats want dat heeft een omgekeerd effect.

Zanger-regent

De context dan. Stijn Meuris mocht van de Provincie Limburg een scholentournee geven met ‘Limburg 1914-1918. Kleine verhalen in een Groote Oorlog’. Een deal onder vrienden waar vermoedelijk wel wat politieke netwerking tussen het bronsgroen eikenhout bij te pas kwam. Ik heb die voorstelling niet gezien, maar vermoedelijk zat het daar al fout: Man-bijt-hond-achtige small talk over de aaibare Limburgers tegen de boze moffen, terwijl het echte verhaal zich natuurlijk afspeelde honderd kilometer westwaarts, waar ze met honderd duizenden verzopen in het slijk van de IJzer, de Marne en de Somme en,- vermoedelijk ook niet opgenomen in het verhaal van Meuris,- hoe Albert I de verzuchtingen van het Vlaamse kanonnenvlees negeerde omtrent taaltoestanden aan het front en burgerrechten voor de Vlamingen in België. Historica barones Sophie De Schaepdrijver heeft die verhalen naar fabeltjesland verwezen, en Stijn Meuris zal ze niet terughalen: we zijn allemaal Belgen, nietwaar, leve de historische correctie. Et pour les Flamands la même chose. Snapt dat godverdomse crapuul dat niet?!

Uiteraard heeft de dictatoriale oprisping van Meuris tot grapjes aanleiding gegeven: het leek wel het gebulder van een Franstalige officier aan de IJzerlinies; of moesten we veeleer denken aan de manier hoe sommige Belgische rockgroepen van het genre Front 242 (!) ooit hun publiek terroriseerden, met brandblussers bewerkten, enz (zie de magistrale clip van De Ideale Wereld).  Is het regentaatsdiploma dat Meuris in 1986 te Hasselt behaalde, het bewijs dat we nog werk hebben aan het opleiden van leerkrachten? Ging Meuris in de showbizz omdat hij een klas met tieners gewoon niet aankon?

Laten we maar vaststellen dat Stijn gewoon niet deugt als verteller. En dat ik best wel begrijp dat de jeugd zich niet meer laat paaien met flauwe verhaaltjes waar een politiek-correcte ondertoon aan vast zit.  En dat met een GSM gaan smijten en het publiek uitkafferen, kan tellen als het over oorlog en conflictbeheersing gaat.

Het is overigens niet de eerste keer dat Stijn Meuris het gepeupel tot de orde roept. Drie jaar geleden kreeg hij het in Maaseik al aan de stok met leerlingen die niet warm genoeg liepen voor zijn vertoning. In 2014 schold hij eens een vrouw op de trein uit die een huilende baby bij zich had. De Publikumsbeschimpfung die zich nu afspeelde, is overigens symptomatisch voor de nervositeit van het cultureel establishment dat zijn voeling gaandeweg verliest met de Vlaamse onderbuik. Ja, zult u zeggen, jongeren moeten zich leren gedragen en niet met hun GSM spelen als iemand op het podium staat. Waarop ik zeg: als een performer met zoveel dienstjaren niet kan begeesteren en alleen verveling opwekt, is er wat mis met vorm en inhoud. Of met de persoon in kwestie zelf. Waarbij ik dan genereus een bloemetje toewerp naar die leerkracht geschiedenis die wél kan boeien en het pedagogisch talent heeft om zijn verhaal te brengen.

Conclusie: alles waar Stijn Meuris voor staat, is tot op de draad versleten. Het Vlaamse showbizz-podium, de BV-cultuur, het liedjesuniversum, de patriottistische praatjes, het intellectueel suprematisme dat vooral door de linkerzijde nog steeds wordt gecultiveerd, en last but not least, de Limburgse connectie die ooit samen met Steve Stevaert in het Albertkanaal is gesukkeld.

Dit laatste is erover, hoor ik u denken. OK, dan stop ik. Men moet weten wanneer het genoeg is, en het besluit van Stijn Meuris om de rest van zijn scholentoernee te annuleren, is waarschijnlijk een van de beste ideeën die hem ooit zijn overkomen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is  een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 15 reacties

Over (de-)radicalisering: voor moslima’s mogen we iets milder zijn, voor de kinderen nog meer

Een van mijn trouwe lezeressen liet me onlangs weten, naar aanleiding van een reflectie over God, geloof en de vrouwen, dat ze het een mooi stukje vond maar dat ze het niet ging liken omdat ‘God haar geen reet aanbelangt’. Waarop ik enkel kon repliceren: ‘Jouw goed recht, maar perfecte illustratie van mijn stelling.’

Met God tussen de lakens

Waar ging het om? Dat godsdienst, en speciaal de monotheïstische variant, een mannelijke uitvinding is, met de bedoeling van een patriarchale maatschappij te handhaven. Al vanaf Mozes is God de handpop van de strenge vaders en heersers, een inzicht dat de heden zwaar op de korrel genomen Sigmund Freud ons verschafte (‘Der Mann Moses und die monotheistische Religion’, 1939). De christelijke God heeft doorheen de eeuwen wat scherpe kantjes verloren (al werden in de middeleeuwen driftig heksen en ketters verbrand in zijn naam), maar Friedrich Nietzsche ontmaskerde ook dat milde beeld als aanpassingsgedrag: net de God van de liefde en het medelijden maakt ons week en slaafs. De islam heeft de puntjes terug op de i gezet: Allah is almachtig en Mohammed is zijn profeet, basta. En wie dat niet gelooft, maken we een kopje kleiner.

Wat moeten vrouwen met zo’n machtsfiguur die zich als Schepper van het heelal moeit met alle details van ons bestaan? Tip: bestudeer het schitterende beeldhouwwerk ‘De Extase van Theresa’ (1652) van de barokkunstenaar Gian Lorenzo Bernini, en krijg rode oortjes bij de erotische climax die zich overduidelijk bij de mystica voltrekt. Voor vrouwen is God liefde, maar dan niet het soort liefde dat Jezus predikt, maar échte, zinnelijke liefde, goesting, ja, zeg maar seksuele appetijt. De gevolgen zijn niet te overzien. Na de erectie en de penetratie volgt het mannelijk orgasme en de zogenaamde kleine dood, god met een kleine g. Oeps.

De lucht die hangt boven nonnenkloosters, hun dubbelzinnige status van de bruid-van-Jezus, het bevestigt ons vermoeden: vrouwen zijn religieus maar ten gronde ongodsdienstig, de misogynie van profeten, priesters en imams is geheel terecht. Dat brengt ons naadloos bij de kwestie van de vrouwelijke moslims, speciaal de bekeerlingen: wat brengt een westerse vrouw ertoe om zich in een zak te hullen en zich aan de man te onderwerpen? Iets dat ze bij ons blijkbaar niet vindt, maar wat?

Mijn vermoeden: het gaat niet zomaar om die man, maar om wat Theresa van Avilla ambieerde, namelijk de ontgoddelijking van God. Hem neuken is hem ontwijden en de natuur opnieuw heiligen. De seksuele band met de patriarch, hoe onderdrukkend deze zich ook opstelt, maakt hem menselijk en kwetsbaar. Waardoor het wantrouwen tegen de vrouw alleen maar groter wordt, en haar seksualiteit moet afgeschermd worden, tot op het absurde af.

Hoe hachelijk die relatie is van de mannelijke islamideologie met de vrouwelijke gelovigen, moge blijken uit het kostelijke (en compleet verzonnen) verhaal van de Ierse moslima Sinéad O’Connor, net bekeerd, die zodanig vloekte in de moskee dat de moslims de katholieke kerk smeekten om haar terug te nemen. Vergeefs: ‘We zijn blij dat w’er vanaf zijn’, luidde het antwoord. De diepere zin van dit satirische nieuwsbericht moge duidelijk zijn: God heeft het moeilijk met vrouwen, en zij met hem. Ze doorzien hem genadeloos, van achter en onder hun habijt of getraliede boerka, en zelfs in de meest devote vorm heeft hun gelovigheid iets van een seksuele usurpatie.

Terug van de Jihad


Femen-manifestatie voor een moskee in Berlijn

Meteen zitten we in de volle actualiteit van de ex-Syriëstrijders, hun vrouwen, en de kinderen die uit die band voortgekomen zijn. De algemene teneur is: laat ze ginder verrotten, we willen ze niet terug. Ach, als zoon van een Oostfrontstrijder die in 1946 drie jaar gevangenisstraf kreeg, maar dan toch een kans kreeg en benutte om zich te rehabiliteren, heb ik daar zo mijn bedenkingen bij.

Maar laten we op de vrouwen en moeders focussen. Gezien hun ‘geloof’ iets helemaal anders inhoudt dan het geloof van mannelijke moslims, moeten we ze misschien ook niet over één kam scheren. Hun radicalisering is vooral seksueel, veel minder theologisch. Ze zijn hun mannen gevolgd uit fanatieke liefde, vermengd met een haat tegen de maatschappij waar alles mag maar niets ertoe doet.

Neen, ik idealiseer ze niet, maar een vleugje psychoanalyse en godsdienstpsychologie kan misschien geen kwaad teneinde een soort shifting door te voeren. Met de man/vrouw-tegenstelling als leidraad. De hevigste islamcritici vind ik overigens bij de vrouwen in mijn lezerskring. Hun afkeer van het moslimpaternalisme en de bijbehorende misogynie zit diep en heeft, vermoed ik, wortels die aansluiten bij de middeleeuwse ketterij. Het feminisme dat zich niet radicaal keert tegen godsdienstfanatisme begrijp ik ten gronde niet, het maakt deel uit van de linkse pocoverdwazing.

En dan zijn er natuurlijk de kinderen die ginder ergens in kampen zitten. Behalve voor wie echt in de duivel en zijne pomperijen gelooft, hebben die kinderen natuurlijk niks misdaan, het zijn slachtoffers. Haal ze naar hier, voor het jihadisten van de tweede generatie worden, nog verbitterder en fanatieker dan hun vaders. Baby’s en peuters vergeten nog alles, aan de tieners zullen we meer werk hebben. Toch is dit, voor al wie met de Verlichtingsprincipes staat te zwaaien (we hoeven het zelfs niet te hebben over mensenrechten), een evidente zaak: we zijn het aan onze beschaving verplicht om minderjarigen naar de volwassenheid te begeleiden, ook en vooral als hun achtergrond tegen zit.

Dus heel kernachtig en kort door de bocht: streng voor de mannen, begrijpend voor de vrouwen, liefdevol voor de kinderen. Steek de Syriëstrijders voor mijn part in speciale detentiecentra (ik noem het net geen Europees Guantanamo), de vrouwen in afkick- en heropvoedingshuizen, de kinderen bij pleegouders, geef hen de nodige psychologische zorg en voor de rest, nu ja, gewoon naar school, een normaal leven laten leiden.

Ondertussen mag ook de ont-islamisering (dat woord nog nergens tegengekomen, bij deze) op de agenda, en weerom: gooi daar maar een stevige scheut (echt) feminisme tegen aan, van het brutale, onpreutse genre als Femen. Dat ook monseigneur Leonard af en toe op zo’n blote borst botst, kan de ambiance alleen maar ten goede komen. De Extase van Theresa dus, in de Basiliek van Santa Maria della Vittoria, niet te missen op uw volgende bedevaart naar Rome.

Foto bovenaan dit artikel: moslimvrouwen op de verkeerde plek, nl. op bezoek in de Geboortekerk van Betlehem

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. Opgelet: er wordt geen geld teruggestort bij negatieve kritiek.

Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties

Te deum laudamus

Filip tram

Vandaag is het 15 november, dag van de dynastie. Fout: de officiële benaming is Koningsdag, samenvallend met het naamfeest van de Heilige Leopold. Vroeger mochten we daarvoor een dag van school blijven, vandaag hebben alleen nog ambtenaren een dag verlof. Traditioneel wordt dan de mis opgedragen in de basiliek van Koekelberg, onder het zingen van het Te Deum, onder kenners ook wel de Ambrosiaanse lofzang genoemd, daterend uit het jaar 400, jawel. Die katholieke plechtigheid werd in 2001 officieel afgeschaft, maar de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, heden Jozef De Kesel, volhardt in de boosheid en iedereen gunt hem dat. Allen daarheen dus.

Veel belangrijker is, dat op deze dag ook de koninklijke onderscheidingen worden uitgereikt. Voor ondergetekende, genomineerd voor de jaarlijkse Albert De Cuyperpenning maar uiteindelijk toch niet bekroond, is dit toch een spannend moment: zou het dit jaar lukken, die baronstitel, of commandeur in de orde van Leopold II?

Spektakelwaarde

Het Belgische politieke establishment is geëvolueerd van sterk koningsgezind naar tolerant-sceptisch, waarbij men vooral wil knabbelen aan de dotaties, zonder dewelke een hofhouding uiteraard niet kan functioneren. Ooit was een partij als de CVP (nu CD&V) de grootste pleitbezorger van de monarchie. Als het Belgische koningshuis vandaag nog bestaat, is het dankzij de houding van de katholieke Vlaamse partij tijdens de fameuze koningskwestie tussen 1946 en 1951. Maar zelfs binnen het Vlaams Belang zitten naar het schijnt wat koningsgezinde traditionalisten die helemaal niet opgezet zijn met het Frans-progressistische,’goddeloze’ woord republiek: rechts heeft een emotionele band met alles wat een scepter draagt en zich door God afgevaardigd weet. En raar maar waar: zelfs in de meest fervente flamingante kringen raakt het woord republiek in onbruik. 

Afgezien daarvan, is de paradox van een staatshoofd-zonder-macht een uniek Belgisch fenomeen, vermoedelijk weeral verband houdend met de surrealistische setting van dit land, maar ook met iets wat critici van het koningshuis dikwijls over het hoofd zien: de pure spektakelwaarde van een vorstelijke familie, waar vroeger de boekskens zich op toelegden, maar nu zowat heel de verpulpte pers aandacht aan besteedt. Terecht.

De vraag is uiteindelijk, na aftrek van alle kosten: kan zo’n koningshuis een pure amusementswaarde hebben, iets zoals een TV-soap of een pretpark? En zo ja, dient dat stuk vermaaksindustrie van overheidswege gesubsidieerd? Op zich is dat niet uniek, de overheid betoelaagt wel degelijk volksamusement. Het professioneel voetbal bijvoorbeeld, met een fiscaal gunstregime waar vandaag wel wat om gemord wordt, maar waar geen enkele politicus wil aan raken. Daarnaast hebben we heel het luik van de cultuursubsidies, door velen beschouwd als een uitkeringsstelsel voor linksdraaiende marginalen en andere prettig gestoorden, maar toch ook iets met een humoristische dimensie zoals Jan Hoet zaliger heel goed wist te benutten. Tenslotte hebben we onze openbare omroep, bekend van reporter-met-het-sjaaltje Rudi Vranckx, Bart Schols en zijn olijke vrienden, maar vooral toch Simonneke van Thuis die heel Vlaanderen doet lachen en (vooral) wenen. De logica zelve dat hier hier publieke middelen worden voor aangewend.

Zondebok en pispaal

Tegelijk schelden we natuurlijk heel de tijd op de VRT, en dat brengt ons op een dieper liggende nutsfactor van de dynastie. Langzamerhand is aan die amusementswaarde nog iets toegevoegd dat zo mogelijk nog belangrijker is voor het volkse welbevinden: de functie van heel de brede koninklijke familie als zondebok, pispaal, kop van Jut.   Zelfs Vuye en Wouters moeten dat erkennen, en pleiten voor een ‘republikeinse monarchie’ met een koning-zonder-macht, en niet voor een republiek. Een ‘republikeinse monarchie’, dat klinkt als een vegetarische vleeseter, en toch, het is goed gevonden. Waarom? Omdat zo’n aristocratische paleismarionet een hoop slecht humeur opvangt, zeker bij de Vlaamse beweging, en niet in het minst Hendrik Vuye en Marleen Wouters zelf. Iets waar je de spot mee drijft, op kan schelden, willekeurig dreigt om zijn bestaansmiddelen af te pakken: we hebben het nodig. Denk Laken weg, en we verzinken in depressie, verzuring, kleinburgerlijke melancholie.

Wie ‘zondebok’ zegt, kan niet buiten René Girard, gewezen Frans voetballer, voetbaltrainer en in zijn vrije tijd ook antropoloog. In zijn standaardwerk ‘La violence et le sacré’ (1972) poneert hij dat de homo sapiens door zijn toenemende intelligentie (!) ook gewelddadiger werd, waarbij groepen en zelfs heel de soort dreigde ten onder te gaan in onderling gebekvecht, tot men het principe van de zondebok ontdekte: iemand neemt alle shit op zich, wordt uitgelachen, beschimpt, soms zelfs vermoord, waarna de groepssolidariteit zich herstelt. Bij kippen is dat de laatste in de pikorde, maar bij de mens is het subtieler: wij belonen de zondebok om zijn offervaardigheid, en maken er een idool van.

Jezus Christus was een zeer bekende underdog, maar ze komen in alle samenlevingen voor: wezens, individuen die, al dan niet vrijwillig, als bliksemafleider fungeren en alle negatieve energie naar zich toe halen. Soms overkomt het ook heersers, is er eerst de cultus en dan de vernedering. De Franse Revolutie heeft die omslag gemaakt: de adel werd het voorwerp van spotprenten en zelfs tentoon gesteld in een soort luxe bordeel. Maar door de laatste koning ook fysiek te halsrechten – in casu Louis XVI, op 21 januari 1793-  en de monarchie af te schaffen, verdween de nationale nar met heel zijn hofhouding, en was Frankrijk gedoemd om de burgerlijke strijd van allen-tegen-allen te blijven uitvechten. Een hopeloze zaak, zie Macron en zijn worsteling met het patriottisme/nationalisme: Frankrijk mist een koning, een groteske Ubu waar iedereen tegen is zonder hem te willen afschaffen.

Disney

Die status heeft het Belgische koningshuis nu ongeveer bereikt, en uiteraard is het optreden van Delphine Boël, bastaarddochter van Albert II, daarin cruciaal. De DNA-soap die heel de familie meesleurt is bijna een bedreiging voor de populariteit van Thuis én gevestigde komieken als Philippe Geubels en Filip de Winter. Filip I als clown en stand-up-comedian: het geeft zijn ambt nieuwe glans. Men zal het idee in koningsgezinde kringen vervloeken, maar dat geeft niet, integendeel. Hoe ernstiger onze vorst zijn landgenoten met Kerstmis toespreekt, met hoe meer waardigheid hij het koningschap wil uitoefenen, des te grappiger wordt hij. Des meer bagger hij over zich krijgt, des te… populairder hij wordt.

In een laatste stadium –dat voorspel ik tegen 2030- zal Laken opengesteld worden als een soort Disneypark waarin de koninklijke familie dagdagelijks te bezichtigen is. Met gelegenheid tot fotoshoots, gidsen (verboden te voederen) en souvenirshop. Dit als een verre verwijzing naar de ’58-expo en de hobby van Leopold II die levende negertjes exposeerde in zijn Tervurense tuin: alles keert terug. De totale disneyficatie van deze planeet, door alle antropologen voorspeld, kan dan ook als staatsvorm en politieke praxis zijn beslag krijgen. Wist u trouwens dat, toen Columbus de Amerikaanse bodem betrad in 1492, het te Deum werd gezongen? En dat de welbekende mars die de Eurovisie-uitzendingen inleidt, afkomstig is uit het Te Deum van ene Marc-Antoine Charpentier? En dat het Amerikaans theater in Laken ligt, op een boogscheut van?

Godsvrucht, patriottisme en volksvermaak, ergens moeten ze samenkomen in een nieuwe tijd. Neen, ik zou dit koningshuis niet meer kunnen missen. Een republikein zonder koning is als een parlementair zonder partij, en meteen is mijn laudatio voor Vuye en Wouters klaar!

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 7 reacties

Het is allemaal de schuld van Zwarte Piet

Over matchfixing, procedureslagen, slachtoffercultuur, en vergeten slachtoffers

SteenElk jaar trekt op 9 november een demonstratie door Aalst van een paar honderd mensen, om aandacht te vragen voor slachtoffers van geweld, de gebrekkige nazorg, het gebrek aan intrinsieke rechtvaardigheid in het gerecht, en het trage malen van de bureaucratie. We ontmoeten er familieleden van verdwenen en nooit gevonden tieners, ouders van in het verkeer omgekomen kinderen die de dader (van Marokkaanse komaf, ssst!) fluitend uit het gerechtsgebouw zien wandelen, én overlevenden van terreuraanslagen. De verbittering is groot. Onopgeloste moordzaken, kafkaiaanse procedures, nabestaanden die in de kou blijven staan: niet toevallig in Aalst natuurlijk, de plek waar de Bende van Nijvel voor het laatst toesloeg in 1985.

RP14541 Marche Blanche

Ooit er waren er 300.000, nu nog 300 (Witte Mars)

Het onderzoek rond de Bende van Nijvel is symbool geworden van een falend systeem, waarin volstrekt onduidelijk is wie de hand boven wiens hoofd houdt. Eén van de overlevenden, de toen negenjarige David van de Steen die zijn ouders en zijn zusje zag afgemaakt worden, schreef het onbehagen en frustratie van zich af in een boek. Er is een gevoel van dreiging, onmacht, corruptie, tot en met regelrechte zwendel en vernietigen van bewijsmateriaal. In 1996 kwamen hiervoor nog 300.000 mensen op straat, in de nasleep van de Dutroux-affaire, nu nog een handvol: wat is er dan veranderd?

Mijn stelling: de media hebben een actieve rol gespeeld in het uitwissen van het collectief geheugen, door te blijven focussen op een politiek-correcte slachtoffercultuur, waardoor echte slachtoffers en gedupeerden uit het beeld verdwenen. Ze blijven verweesd achter, het systeem laat hen in de steek.

Eerst nog dit. Toevallig valt de kleine manifestatie in Aalst samen met het exploot van meester Hans Rieder, onze meest uitgekookte procedure-advocaat, die het klaarspeelde om onderzoeksrechter Joris Raskin te wraken, de man die de witwaspraktijken en wedstrijdvervalsing in het Belgische voetbal volop aan het uitvlooien was. Rieder is raadsman van de stevig aangebrande scheidsrechter Vertenten, maar de wraking zal wellicht de nietigheid betekenen van een groot deel van het onderzoek. Resultaat: vermoedelijk zullen alle verdachten nu vrijuit gaan. Het via een juridisch steekspel omtoveren van daders in slachtoffers is een kaakslag voor de eigenlijke gedupeerden. Een vergeten soort.

Victimisme

dalilla

‘Gekwetste’ minderheidsgroepen vullen helemaal het beeld

Case closed, anticlimax. Maar welke verdienste heeft de verzamelde Vlaamse en Belgische sportjournalistiek in het uitbrengen en opvolgen van dat voetbalschandaal? Geen enkele. De spreekwoordelijke bal ging eind vorig jaar aan het rollen als uitloper van een onderzoek naar witwaspraktijken, waarna de cel Sportfraude er zich mee ging bemoeien. Goed werk van de speurders dus, die nu dankzij meester Rieder al hun telefoontaps in de vuilbak mogen gooien. Het is anderzijds bijna onmogelijk dat de sportjournalisten, met hun connecties in het milieu, over die matchfixing en omkoperij niks wisten. Ze deelden de omerta, zaten mee in het bad, en vallen vandaag uit de lucht.

Dit bedrog op grote schaal heeft wel degelijk een politieke dimensie, en nu kom ik terug bij de betoging in Aalst, het publiek gevoel van onmacht en de gebrekkige slachtofferhulp. Via het ondertussen historische artikel van Bert Bultinck op de Knack-webstek van 29 augustus 2018, getiteld ‘Witte Vlamingen zijn bang voor een “remplacement” door niet-witte Vlamingen’, werd ons opnieuw duidelijk gemaakt dat Vlaanderen uiteenvalt in drie populaties: genetisch gedetermineerde racisten (de meerderheid), gediscrimineerde minderheden, en een verlichte elite, in casu de journalisten-met-perskaart die daarover berichten. Ze richten hun schijnwerpers op zwaar gediscrimineerde Slimste Mensen zoals Dalilla Hermans, beroepsquerulante van Rwandese komaf, die tot in het diepe Vlaamse binnenland op zoek gaat naar ‘kwetsende’ afbeeldingen. En daar als schrijfster een fulltime job aan over houdt. Een fragment van een Suske-en-Wiske-strip, een affiche voor een scoutsfuif, alles heeft ze gezien, overal ontwaart ze beledigende en racistische taal, en wil dat ook kwijt op de televisie.

Dit mediagenieke victimisme, dat in de pers een uitgebreid forum krijgt, en meer specifiek nog onze openbare omroep, vult helemaal het beeld en treedt in de plaats van een tamelijk zwijgzame, onzichtbare groep echte slachtoffers in de samenleving. Mensen die jarenlang wachten op een gehandicaptenbudget en ondertussen alle zorgkosten moeten voorschieten; éénoudergezinnen met kinderen die letterlijk beschimmelen in verkrotte sociale woningen; de nabestaanden van de treinramp in Buizingen (2010): zaak verkast naar een Franstalige rechtbank, verjaring dreigt. Ook weer een procedurekwestie.

Of de overlevenden van de terreuraanslag in Zaventem en Brussel/Maalbeek: psychologische en financiële steun laat op zich wachten. Ze zijn quasi onzichtbaar en komen eens per jaar samen in Aalst om ons eraan te herinneren dat er vanalles mis is met het systeem. Het grootste slachtoffer van de slachtoffercultuur zijn de echte slachtoffers, hun stem gaat verloren. Wat overblijft, is gazettenpraat over de Reus van de Bende, zijn vermeende link met het Aalsters Carnaval, en andere crimi-folklore.

Malgoverno

St Nicolas celebratio

Het is allemaal de schuld van Zwarte Piet

Op die manier dreigen echte slachtoffers, mensen die ons medegevoel en actieve steun van de overheid echt nodig hebben, te verzuipen in de politiek-correcte ruis. Door de burger als dader van een moreel misdrijf te identificeren (het endemisch racisme van de Vlaming), en de Dallila’s op te voeren als gedupeerden, blijven de echte daders buiten schot. We moeten nu niet langer zoeken naar oorzaken, verantwoordelijken of schuldigen: we zijn het zelf. Met de gekleurde of anderstalige medemens als voornaamste mikpunt.

Want dat is in laatste instantie de clou: de overheid pleegt wel degelijk schuldig verzuim op allerlei vlakken, onveiligheid, slechte wegen, kromme justitie, milieuverloedering die onze gezondheid ruïneert, enz. Het verhaal van de slecht opgevoede Vlaming versus de gediscrimineerde allochtoon werkt als een mistgordijn voor dat malgoverno. Hoe meer we bezig zijn met de witten die de zwarten belagen, het ‘racistische’ Zwarte Piet-verhaal, de verkoop van negerinnentetten, en de Marokkaan die maar niet aan een job geraakt (ondanks de mystery calls), des te minder gaat onze aandacht uit naar fouten in het systeem zelf, fraude, belangenvermenging, corruptie, het falen van controle-organismen en de degradatie van het parlement tot gedweeë stemmachine.

Wie gaat dat aan de kaak stellen, behalve hier en daar een blogger of politieke Don Quichotte? Doordat de mainstream media helemaal ingebed zijn in dat systeem, er tot in de diepste vezel mee gebrouilleerd zijn, ontbreekt compleet het journalistieke basisinstinct om nog ergens de vinger op te leggen. Echte onderzoeksjournalistiek is in onze contreien vrijwel onbestaande.

Dus loopt de zogenaamde vierde macht netjes in het spoor van de drie andere. De wetgevende macht is niet in staat om deugdelijke wetten te ontwerpen, de uitvoerende macht niet in staat ze toe te passen en ruziet vooral over postjes, het gerecht wordt gekortwiekt in zijn opdracht om misdrijven op te sporen en te beteugelen. Dit drievoudig manco wordt genadeloos uitgebuit door procedure-advocaten van het slag van Sven Mary, Walter Van Steenbrugge, Hans Rieder, die beweren de rechtstaat te verdedigen, terwijl ze vooral de zwaktes ervan uitbuiten om straffeloosheid te creëren. Waarbij de media zich wat graag laten gebruiken als publiciteitsbord voor deze showadvocaten.

Doofpot, mistgordijn of…. beide?

TD_110913_RIEDER_006

Hans Rieder, de man die daders omtovert tot slachtoffers

De rol van de media is dus op zijn minst nalatig. Ondanks heel de poeha rond onderzoeksjournalistiek, –waarmee vooral de schrijvende pers haar achterstand op het snelle web wil compenseren, onder de noemer van ‘analyse en diepgang’-, onderzoekt de pers nauwelijks wat, en houdt ze veeleer potjes gedekt. En ‘opinieert’ ze dat het een lieve lust is.

Ach ja, wat kan dat voetbal ons schelen. Maar het wijst op een breder fenomeen van een lakse journalistieke cultuur. In dat sportschandaal dus, maar ook bijvoorbeeld in de Optima-zaak, waar vooral socialistische iconen zoals voormalig sp.a-minister Luc Van den Bossche en de Gentse ex-burgemeester Daniël Termont boter op het hoofd hadden. Ook hier was het een stel caractériels van de Bijzondere BelastingInspectie dat de duistere wegen van de vermogensbank uitploos. En géén Watergate-onthullers van De Standaard, De Morgen, Knack, of de VRT.

De vierde macht zit er met haar neus op, maar zwijgt. In de plaats daarvan gaat een Panoreportage undercover op zoek naar xenofobe kroeggesprekken in Tremelo, of worden de strapatsen van een bruine studentenclub eindeloos uitvergroot als gold het een staatsgevaarlijk complot (Schild en Vriend).

Dàt is het antwoord op de vraag: ‘wat is er veranderd sinds de Witte Mars?’ De redacties van de geschreven pers en de nieuwszenders hebben twee decennia de tijd gehad om het collectief geheugen te wissen, en het Belgische (en zeg ook maar Vlaamse) malgoverno toe te dekken met poco-alibi’s, het slachtofferschap van allerlei ‘gekwetste’ minderheden, onbenullig lifestyle-nieuws, Warme Weken en gratis dvd’s. Ondertussen is de oude politieke cultuur terug van nooit weg geweest, het gerechtelijk apparaat faalt nog steeds, met zijn pc’s uit het stenen tijdperk, invallende plafonds,en een papiermolen die dossiers vermaalt tot stille getuigen van een staat-in-faling.

Doofpot of mistgordijn? Ik denk beide. Het doodlopend spoor in de bende van Nijvel-zaak is het resultaat van geklungel, verdwijnen van bewijsstukken, misschien zelfs politieke inmenging, maar alleszins ook verbonden met de manier waarop de pers het publiek dag-in-dag-uit desinformeert en mist spuit. Af en toe wordt een al te ijverige spitter (Karel Anthonissen bij de BBI, Jean-Marc Connerotte in de zaak Dutroux, en nu Joris Raskin in het voetbalschandaal) deskundig afgevoerd. Steek het niet allemaal op de media, en toch: waarom is het vertrouwen van het publiek in journalisten historisch laag?

In Extra Time discussiëren analisten Marc Degryse, Peter Vandenbempt en Jan Mulder weer urenlang over het al-dan-niet-buitenspel in de 88ste minuut van Club Brugge – Lokeren. Hans Rieder heeft het weer gefikst, iedereen haalt opgelucht adem. Tot volgend jaar, 9 november.

Lezing mediakritiek voor 2019: ‘Na het journaal volgt het nieuws’

Bovenstaand artikel is een voorpublicatie tot ‘Na het journaal volgt het nieuws‘, een mediakritisch essay dat in 2019 bij Doorbraak verschijnt. Sanctorum fileert er op zijn gekende wijze de Vlaamse media, de geschreven pers, de openbare omroep. Scherp, geanimeerd, met de nodige humor.

Zoals bij zijn mei ’68-publicatie ‘De Langste Mars’ en de succesvolle toernee daarrond, gaat ook deze publicatie in 2019 met een lezing gepaard. Organisatoren, kringen, verenigingen, cultuurcentra: meer info en boeking op  

https://sanctorumblog.wordpress.com/lezingen-2019/

 

 

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 6 reacties

Godsbewijzen en mannelijke wanen: ook slimme mensen hebben hun domme momenten

Ligt u wel eens wakker van het bestaan van God (hierna steeds met hoofdletter)? Hopelijk niet, en zo ja: twijfel is de beste waarborg om te geloven, dixit René Descartes. Immers: u kan aan alles twijfelen, maar dan niet aan het feit dat u twijfelt. Dat is dus een absolute zekerheid buiten alle twijfel, en noemen we dat maar meteen het Cogito, het denkend beginsel dat onze onsterfelijke ziel bewoont. Rechtstreeks afstammend van God, of wat had u gedacht.

Onzin? Uiteraard. Of beter: het is een woordenspel, een literaire constructie, maar dat is de tekst die u nu leest ook. Lezen is geloven, en begrijpen is accepteren. Boeken maken ons slim, maar dus ook ergens dom, het blijft een moeilijke evenwichtsoefening, want van zodra u “mee bent” met een redenering heeft ze u ook te grazen. Vandaar het idee van de boekenverbranding, algemeen als barbarij beschouwd, terwijl het toch ook een middel is om ons van veel onzin te ontdoen.

Ooit noemde ik dat ontlezen, het deconstrueren van de tekst door hem bewust niet te begrijpen, hem niet te ondergaan, en dus een pak slimmer te worden.Over onzin gesproken dus, en het feit dat 99% van de geschreven teksten na latere lezing toch het papier niet waard bleken waarop ze werden gedrukt: Ligt u wel eens wakker van het bestaan van God?

Kippen die geen dt-fouten schrijven

Godsbewijzen dus, het was een vast onderdeel van de middeleeuwse scholastiek. Thomas van Aquino geeft er in zijn Summa Theologiae (1265) maar eventjes vijf (waaronder dat van de welbekende Onbewogen Beweger, iets of iemand die ooit de eerste stoot van de domino’s moet gegeven hebben), om toch te besluiten dat er op redelijke gronden niks te bewijzen valt over het bestaan van een Opperwezen. Het blijft dus pure speculatie. Ook René Descartes waagt er zich aan in zijn Meditationes (1641), achteraf bekeken met weinig succes: het leest als bewijzen dat het monster van Loch Ness bestaat, en barbecuet op de onpeilbare bodem van een Schots meer. Het kan zijn, ja, het kan ook zijn van niet. Descartes, de man die ook geloofde dat dieren geen gevoelens hadden: rijp voor de stoof.

Des te verbazingwekkender zijn de pogingen van moderne intellectuelen, die zich atheïsten noemen, om het tegendeel te bewijzen, namelijk dat God niét bestaat. Dat is een vreemde bezigheid: je tijd verspillen met aan te tonen dat dingen niet bestaan. Moet ik u ervan overtuigen dat een giraf met elf poten niet bestaat? Tenzij als gefotoshopte alternative truth? Of een vierkante bol misschien? Kippen die geen dt-fouten schrijven? Ja dus, die bestaan, of hebt u al ooit een kip betrapt op een dt-fout?

Evolutiebioloog Richard Dawkins is de bekendste onder de godloochenaars: in The God Delusion (2006 – Nl. vert. ‘God als misvatting’) doet de man enorm zijn best om de superioriteit van het wetenschappelijke denken te benadrukken, tegenover het ‘domme’, evolutionair lagere religieuze geloof. God hier en God daar, wat is dat godverdomme met dat onbestaand monster waar 500 bladzijden aan gewijd worden? Hetzelfde fanatisme van de moderne pastoor ontwaren we bij onze eigenste professor emeritus Etienne Vermeersch, een geflipte Jezuïet wiens levenslange worsteling met de Heer leest als een bevestiging dat hij wél bestaat, althans ergens in een uithoek van Vermeersch brein. Atheïsten blijken averechtse geloofsfanatici. Wetenschap als surrogaatreligie: het is een vreselijk denkbeeld, maar het merendeel van de wetenschappers lijkt wel degelijk besmet door het Cartesiaanse virus van de rationalist die toch voor zekerheden wil gaan. Is God een telraam?

Anus diaboli

Onlangs verscheen ‘De antwoorden op de grote vragen’, het in het Nederlands vertaalde postume opus van Stephen Hawking, waarin de overleden fysicus voor het nageslacht zijn grote dada’s resumeert, van zwarte gaten tot artificiële intelligentie. Alle planetaire doemscenario’s passeren nog eens de revue: genetische manipulatie door en voor superrijken, intelligente robotten die ons verknechten, het verdwijnen van alle aardse leven door pollutie, overbevolking en het gebrek aan grondstoffen. Uitwijken naar andere planeten is de enige optie.

Tot zover allemaal nuttige tips, en waarom ik nooit een keukenrobot in huis heb gehaald, noch zelf aan de overbevolking wens bij te dragen.Echter, als voorafje begint het boek met de vraag van één miljoen: bestaat er een God? Het voorspelbare antwoord luidt: neen. Immers, zegt de astrofysicus, vóór de Oerknal was de tijd nog niet geschapen en was er dus geen Schepper mogelijk omdat er geen tijd bestond waarin die Schepper zou kunnen bestaan. Hawking poneert dus dat God vóór de schepping geen notie van tijd kon hebben, en wat is een man zonder polshorloge? Niets. Komaan Stephen, waar je nu ook zit, -hopelijk ergens genietend van een bord rijstpap met een zilveren lepeltje-, hoe zou een wezen of ding dat de kosmos schept en zich dus buiten alle formats bevindt, zich iets van tijd en ruimte aantrekken? Is dat niet een beetje, euh… roeren in een zwart gat?

Ach, die obsessie ook van Hawking voor zwarte gaten (anus diaboli, duivelskont, satanische omkering van agnus dei, lam Gods), ik zal er verder maar over zwijgen. Mijn gevoel: Hawking was niet helemaal zeker van zijn zaak toen hij God uit zijn systeem verdreef. Dat is geen schande, we mogen ook zo’n genie wel als een mens beschouwen, met gebreken en kleine kanten. Speelde de gespannen verhouding met zijn vader in zijn jonge jaren hem parten? Een vader die hem belette van wetenschappen te studeren en tegen wie hij dus moest rebelleren? Een dagelijkse portie Freud houdt ons gezond en het gebit gaaf, maar afgezien daarvan: Hawking gaat met dat omgekeerde Godsbewijs, zoals al zijn voorgangers, ontzettend de mist in. Ook extreem slimme lieden hebben domme momenten.

De extase van Theresa

Ergo: God is gewoon de benaming voor het tochtgat in ons brein. Een leegte die we niet opgevuld krijgen, en dan maar opspuiten met glijmiddel. Dat het nadenken over God vooral een mannelijke bezigheid is, ligt aan de iets grotere hersenmassa van de man (dus meer plaats ook voor lege holtes), maar ook aan dat eeuwige vader-zoon-geharrewar, de klassieke vadermoord en vervolgens het sublimeren van de vaderfiguur tot een soort opperwezen.

Dat dan ook weer onmiddellijk de mannelijke opvolgingslijn waarborgt, tot en met de onfeilbaarheid van de paus, Poetin, en alle mogelijke en onmogelijke patriarchen van vroeger, nu en ooit. De politiek is geëvolueerde religie, de wetenschap ook. Om van cultuur nog maar te zwijgen.Soit, als God een mannenzaak is, wat moeten vrouwen dan met God? Theresa van Avilla vond het antwoord: hem neuken. Het fantastische beeldhouwwerk van Bernini, waarvan ik niet snap dat het ooit de censuur van de contrareformatie gepasseerd is, toont ons een gelovige non, in volle extase gepenetreerd door een lachende engel, met de rechtstreekse groeten van God. Geef toe: als Godsbewijs kan dat tellen, zij het dat zijn mannelijke macht als zachte chocolade wegsmelt in de vagina van Theresa. Alleen de lust doet ons vermoeden dat er een eeuwigheid bestaat (Friedrich Nietzsche: ‘…Doch alle Lust will Ewigkeit — will tiefe, tiefe Ewigkeit!’), en de intens hijgende novice maakt korte metten met de vaderfiguur die het heelal bestiert.

Mannen hebben eeuwenlang heksen verbrand, en ze wisten waarom: het woord God rijmt gewoon niet met vrouw, ze doorziet hem genadeloos. In deze is Theresa van Avilla echt wel een maatje te slim voor Stephen Hawking: we hebben dringend behoefte aan vrouwelijke theologen die vooral ook empirisch onderzoek doen, inclusief het gebruik van hulpstukken.

Van Ninove tot Zelzate verbiedt God illegale combinaties, variaties, coalities, posities: God is een tirannieke kwezel, die enkel kan ontmaskerd worden door hem af te trekken, als variant op de reductio ad absurdum waar de Thomistische wijsbegeerte zo van houdt. Wijsbegeerte, dat woord alleen al: weinige woorden in onze taal tonen zo het verband aan tussen denken en ziekte, als deze letterlijke vernederlandsing van de filo-sofie.

Gelukkig is er nog het Spaghettimonster, dat ik toch zie als een wormpje in de anus diaboli, met enig jeukgevoel als gevolg. Genoeg diep-zinnige lectuur voor deze maandag, ontlezen maar, zou ik zeggen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan iseen donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Het vaste kransje van De Afspraak

kippen_afspraak

In de cultuurstrijd die zich al een paar decennia afspeelt tussen de believers in een Europese leidcultuur en de aanhangers van het multiculturalisme, komt het principe van de vrijemeningsuiting steeds weer om het hoekje kijken. Ja, we zijn, van links tot rechts, als nazaten van de Verlichting voor een open debat. De vrijheid van spreken en schrijven staat tot nader order in onze grondwet ingeschreven.

Maar in dit polyfone koor blijken sommigen voorzien van een megafoon, de meesten doen het op gewoon volume, fluisteren of zwijgen, en sommigen lopen zelfs met een muilkorf rond. Wie over die selectie beslist is niet de politieke wereld, en nog minder de wetgevende of rechterlijke macht, maar de zogenaamde vierde macht: de media. Wie zijn ze, waarom doen ze het?

Goed en kwaad

Tinneke Beeckman: ‘Uniefs worden haarden van conformisme en intellectuele gemakzucht’

Donderdagavond, 8 november, mochten we in het Canvasprogramma De Afspraak filosofe Tinneke Beeckman een uiteenzetting horen geven over hoe de politiek-correcte dictatuur steeds meer oprukt, ook aan de universiteiten die toch het vrije debat zeer genegen zouden moeten zijn. In haar DS-column van 8 november had ze betoogd dat vooral academici uit de humane wetenschappen hun studenten in een soort cocon onderrichten. De teneur is dat binnen deze beschutte omgeving niemand mag ‘gekwetst’ of ‘beledigd’ worden, een pamperlogica die eindigt in een regelrechte censuursituatie. Met de slachtoffercultus als rode draad. De universiteiten worden, ook bij ons, steeds meer oorden van een zelfbevestigend, in hoofdzaak links gedachtegoed dat andere meningen het liefst uitsluit.  Tot zover Voltaire en de Verlichtingsgeest.

In mijn boek ‘De Langste Mars’ analyseer ik dit fenomeen van intellectuele incest vanuit de Mei ’68-beweging en haar erfenis. Het feit dat, volgens de recepten van Antonio Gramsci, links de bovenbouw bezet omdat de massa toch geen oren heeft naar het revolutionaire marsorder, creëert een zwart-wit-logica van de goeden versus de slechten. De eersten zijn met minder, daarom is het een elite, letterlijk een groep van uitverkorenen. Het volk is in se noch goed noch slecht, maar het neigt wel naar het kwaad en is gevoelig voor Satanische invloeden, het geduchte populisme bijvoorbeeld. Dus moet het volk permanent opgevoed en “geherevangeliseerd’ worden. Via cultuur, media en onderwijs. Het woord evangelie betekent letterlijk ‘goede boodschap’, het begrip linkse kerk is méér dan een metafoor: notoire bezielers van de ’68 beweging zoals Rudi Dutschke waren zwaargelovige Christenen, onze eigen Paul Goossens studeerde zelfs voor priester alvorens hij zich tot het boekje van Mao bekende.

Nomenklatura

Kristien Hemmerechts, all round-experte van literatuur tot duivenpoep

Weinig waarschijnlijk dat mevrouw Beeckman mijn boek gelezen heeft of zelfs maar de titel kent: ze verkeert zelf in kringen waar je alleen hoort te zeggen en te schrijven wat niemand ongemakkelijk maakt, verontrust of bruuskeert. En ironisch genoeg is dat VRT-programma Ter Zake zelf een cenakel van de politieke correctheid, waar je zomaar niet in komt zonder geloofsbrieven en het juiste profiel. De ironie is tevens dat Tinneke Beeckman haar stelling kwijt kon in De Standaard, een krant die bulkt van de pococensuur, met opiniechef Anni Van Landeghem, bijgenaamd rooie Anni, als waakhond die alle ingestuurde stukken besnuffelt. Moet Tinneke zich zorgen maken omdat zij net wel binnen de club van intellectuele oligarchen valt? En waarom knipperde Bart Schols zelfs niet met de ogen toen ze dat mechanisme van de politiek-correcte zelfcensuur uitlegde?

Het webmagazine Apache heeft eens uitgeteld wie hoe dikwijls in die talkshow De Afspraak mag komen. Het blijkt om een select clubje ‘opiniemakers’ te gaan die steeds weer hun zeg mogen doen over vanalles en nog wat. De lijst wordt aangevoerd door Rik Torfs, dan volgen vijf lui uit de journalistieke wereld die toch sowieso al hun kanalen hebben (Liesbeth Van Impe, Rik Van Cauwelaert, Mia Doornaert, Wouter Verschelden, Dirk Draulans), en verderop vinden we de vaste klanten als Noël Slangen, Ignaas Devisch, Bert Bultinck en de onvermijdelijke Kristien Hemmerechts.

Om de haverklap zitten ze daar, als opgeroepen orakels bij een treinramp, een gouverneursbenoeming, een missverkiezing, of als het over duivenpoep gaat(met Hemmerechts  als geaccrediteerd experte). Is de mening van deze mensen intrinsiek belangrijk? Neen, natuurlijk niet. Ze behoren gewoon tot de nomenklatura, de fichebak van mensen met een voorspelbare, nette mening, waarmee Bart Schols zijn dagelijks kabbelend keuveluurtje vol maakt. Geeuw.

Maar terwijl ze het uurtje vol leuteren, worden andere, minder conveniente meningen van de tafel geweerd. Op die manier werkt ook de VRT actief mee aan de wit/zwart-logica waar Beeckman op alludeerde. Er is gewoon geen open debat, er is vooral een geruststellende consensus van ‘opiniemakers’ en journalisten die de meningenkoek verdelen. Voor de trollen is er Facebook en Twitter.

Alibi-intellectuelen

De Afspraak

Achter de losse babbel schuilt een strakke meningenregie

Het curieuze woord ‘opiniemaker’ is een nadere reflectie waard. Hoe kan het dat in een universum van vrije meningen sommigen de opinies ‘maken’, zodat anderen ze kunnen consumeren of herkauwen ? De hoofdredacteurs van De Standaard en De Morgen bombarderen zich zelfs tot opiniërend hoofdredacteur, aangevend dat ze letterlijk de wijsheid in pacht hebben.

Ik alludeerde al op het omfloerste cultuurmarxisme dat op de redacties heerst, en de ambitie om het volk te ‘belezen’. Maar het hoger vernoemde clubje van vaste De Afspraak-klanten en reguliere opinieschrijvers bestaat uit leden van het academische- en cultuuruniversum die al een filtering hebben ondergaan.  Ze vertegenwoordigen het cultureel establishment en hebben daar carrière gemaakt, compromissen gesloten, de pensée unique omarmd. Vanuit die intellectuele en materiële comfortpositie hebben ze geen belang in het verkondigen van schokkende meningen, ze doen aan zelfcensuur. Hun functie is duidelijk: het zijn alibi-intellectuelen die een ‘vrijedebatcultuur’ ensceneren binnen een consensus. Daarom kabbelt het Schols-café zo genoeglijk, afgezien van het opvoeren van een clown als Redouane Ahrouch, het kopstuk van de Brusselse Islam-partij die geen vrouw wil aankijken.

Compleet analoog aan wat we bij voorbeeld in China aantreffen, tot nader order een communistische éénpartijstaat, of in de voormalige Sovjet-Unie, moeten intellectuelen opdraven om het regime te legitimeren. In wezen is het bij ons niet anders.  De opiniemaker krijgt juist zijn statuut vanuit de logica dat niet iedereen zomaar opinies moet delen en uitbazuinen. Hij/zij behoort tot het filtermechanisme dat discreet censureert, helemaal buiten de overheid om, dat is opmerkelijk. Behalve dat we hier met een door ons betaalde overheidsomroep te maken hebben.

Ja, er zijn Twitter en Facebook, de zogenaamde sociale media die voor iedereen open staan maar die door de ‘kwaliteitsmedia’ als ranzige beerputten worden weggezet. Tegelijk solliciteren hoger vernoemde opiniemakers via datzelfde Twitter naar media-aandacht. Er ontstaat een hiërarchie die in het Apache-lijstje zichtbaar wordt. Rangverhoging krijgen ze, naarmate ze beter in het plaatje passen, het pocoformat dat bijvoorbeeld een krant wil aanhouden, vooral ook om commerciële redenen. Altijd weer blijken een goede multiculturele gezindheid, nadruk op ‘verbondenheid’ en het wegslijpen van tegenstellingen tot aanbeveling te strekken.

Een reclameman als Noël Slangen beseft dat heel goed, schrijft wat de redacties willen lezen, bouwt zijn gewicht puur op vanuit persoonlijke marketing en netwerking, evenals zijn collega Guillaume Van der Stichelen overigens. Dikwijls komt er ook eerst een krantencolumn, die dan ‘opgepikt wordt’ door de redacties van radio en TV (zoals trouwens bij Beeckman het geval was). Als sluitstuk mogen ze dan een boek schrijven, dat uiteraard ook weer in De Afspraak wordt gepromoot. Enzoverder.

‘Tegenzuil’ of struikgewas?

Sid Lukkassen en Johan Sanctorum op de Boekenbeurs: zich beraden over de strategie…

In heel dit gesloten circuit van mensen die elkaar dikwijls ook persoonlijk kennen, wordt het voor een buitenstaander, iemand die externe kritiek zou kunnen formuleren, heel moeilijk om zijn/haar punt te maken. Zelfs een betrekkelijk bekend iemand als Thierry Baudet moest die logica ondergaan, toen hij in De Afspraak terecht kwam als een rariteit met een foute signatuur. Met een Bart Schols die er duidelijk op uit was om hem te ‘pakken’ zoals dat heet. De geaccrediteerde opiniemakers daarentegen worden met veel égards behandeld en geven mekaar ook feedback. Door de herhaling –het feit dat steeds weer dezelfde namen en gezichten opduiken- ontstaat bij de kijker een gewenningseffect dat deel uitmaakt van de bredere BV-cultuur. Hoe meer we Kristien Hemmerechts zien verschijnen om haar gedacht te zeggen, hoe minder belangrijk het onze wordt. Quod erat demonstrandum.

Dat u zich dood ergert aan de saaiheid van dit poco-kransje, stoort de betrokkenen overigens maar weinig. Ik denk zelfs dat iemand als Kristien Hemmerechts heimelijk geniet van de afkeer die ze opwekt bij het Vlaamse klootjesvolk: des te meer voelt dat soort mensen zich gesterkt in hun morele superioriteit.

Heel af en toe wordt het wat genant voor de vaste Afspraak-klanten en willen ze een gebaar stellen. In een Knack-column van drie jaar geleden deed een aantal van hen de lichtjes surrealistische oefening om het beladen woord ‘opiniemaker’ te vervangen door meer omfloerste termen als luidopdenker, stellingbouwer, opinionier, gedachtenprikkelaar, enz. Alsof dat wat aan de essentie en het systeem verandert. Het is gewoon een stap in de verdere ontmanteling van een democratisch bestel dat door de regie van de mainstreammedia helemaal niet democratisch is, en het open debat zelfs afremt. Stellingbouwers aller landen, verenigt u.

Laat de externe kritiek dan maar extern blijven, leve de handel onder de toonbank. Het spreekt vanzelf dat bijvoorbeeld een mediakritisch boek als ‘Media en Journalistiek in Vlaanderen’ (Van Halewyck, 2009) door die mainstreammedia niét belicht wordt. Het tegendeel zou onrustwekkend zijn. Hetzelfde geldt voor het vervolg dat op stapel staat, ‘Na het journaal volgt het weerbericht’ (Doorbraak, 2019), waarmee ik volgend jaar weer via een lezingtoernee Vlaanderen onveilig maak.

Tot slot hadden Sid Lukassen en ikzelf vrijdagnamiddag 9 november een boeiend tweegesprek op de Antwerpse Boekenbeurs. De discussie ging o.m. over de vraag of wij een ‘tegenzuil’ zouden moeten oprichten, eigen structuren, eigen media waarbinnen de pococratische censuur niet geldt (de optie van Sid), dan wel een soort postmoderne sluwheid ontwikkelen, een guerilla van individuele rebellen, ‘hackers van het systeem’ die in het struikgewas en in verspreide slagorde speldenprikken toedienen aan de pocobubbel (mijn keuze). Het is misschien ook wel een kwestie van temperament.

Alleszins vormt het mediaverhaal de sleutel tot een onderzoek naar de kwaliteit van onze democratie. Mediakritiek is geen zaak van experten maar iets voor elk van ons, elke dag, elk uur, telkens we de krant openslaan of de TV aanzetten. Alle knoppen dichtdraaien en alle abonnementen opzeggen kan natuurlijk ook, als verzetsdaad. Maar moeten we dan als doven en blinden door het leven gaan? Voor de rest is er Doorbraak, niet op De Afspraak.

‘Na het journaal volgt het weerbericht’nieuwe Doorbraak-publicatie van Johan Sanctorum, voorzien voor 2019. Met begeleidende lezingtoernee door Vlaanderen. Organisatoren, kringen, verenigingen: nu reeds boeken op https://sanctorumblog.wordpress.com/lezingen-2019/

 

Geplaatst in Geen categorie | 44 reacties