Framing, fake news en spinning: is de overheid de grootste leugenaar?

Na de razzia van de Special Forces bij juwelier en libertariër Yannick Verdyck, die er het leven bij liet, haastte minister Annelies Verlinden zich om de politiemensen te bedanken‘voor hun professionaliteit en alle inspanningen voor het terugdrijven van zware criminaliteit’. Al zijn die tweets vermoedelijk bedenksels van haar social media-adviseurs, het is er niet minder Poetin-achtig om: een verantwoordelijk minister die een lezing van de feiten geeft, puur gericht op perceptie, en die de reële context wegmoffelt of de zaken zelfs omdraait. Want in hoeverre hier sprake is van ‘zware criminaliteit’ is niet aan de minister om uit te maken, en Verdyck werd afgeschoten door een Franstalig Rambogezelschap dat mogelijks compleet zijn boekje te buiten ging. Maar goed, het komt erop aan om als eerste te communiceren, zegt een gulden regel uit de communicatiestrategie…

Alternative truths

Noël Slangen: ex-spindoctor van Verhofstadt en trendsetter inzake het verkopen van gebakken lucht

Dat brengt ons op het begrip dat we vandaag veelvuldig gebruiken als het gaat om het beïnvloeden van de publieke opinie: framing. Letterlijk: een individu, een groep, een situatie, een tekst ‘kaderen’ en van een bepaald narratief voorzien dat de maker ervan goed uitkomt. In de politiek is het schering en inslag: je moet een boodschap kunnen ‘verkopen’, het is de timing en de verpakking die telt. Dit is het terrein van de communicatiestrategen en spin-doctors, de Slangens van deze wereld, die in de coulissen de speeches schrijven en de politici leren liegen. Want dat is het natuurlijk.

Kennis en culturele background zijn compleet ondergeschikt geworden aan de vaardigheid om te communiceren, jezelf en je entourage ‘in de markt’ te zetten.

Hoewel, liegen, dat veronderstelt dat er een waarheid is, en dat is echt niet meer van deze tijd. Ergens, onderweg, zijn we als kind en puber die waarheid namelijk kwijt gespeeld. Ze is verzand in een kluwen van persoonlijke belangen, intriges, geschipper, compromissen, waardoor het gewoon niet meer mogelijk is, of alleszins onhandig, om ‘in de waarheid te leven’. Alles is een leugentje om bestwil, het wordt ons vroegtijdig aangeleerd, ondanks alle praatjes over ‘jezelf zijn’.

Deze attitude is tot diep in de politieke en zelfs wetenschappelijke cenakels doorgedrongen. Rik Torfs merkte bij zijn afscheid aan de KUL op dat hij doorheen de jaren vervreemd is van het academische leven, omdat alles alleen nog over communicatie gaat. Kennis en culturele background zijn compleet ondergeschikt geworden aan de vaardigheid om te communiceren, jezelf en je entourage in de markt te zetten. Zelfs een knappe kop, die deze vaardigheid niet beheerst, zal onder de voet gelopen worden door sluwere collega’s.

Politiek correct

DS-hoofdredacteur Peter Vandermeersch, ‘marketeer van het jaar’ in 2007

Cynisch genoeg zullen de media en nieuwsplatformen ons niet helpen in de hachelijke zoektocht naar zoiets als waarheid: ze doen zelf volop aan framing. Ook het perslandschap wordt in toenemende mate bevolkt door mensen die iets met communicatie en marketing hebben, t.t.z. met de vraag hoe je een boodschap op de juiste manier verpakt krijgt. Kranten en weekbladen, ook de ‘deftige’, zijn vandaag reclamegazetten met de juiste vulling, redactionele pulp die zorgvuldig op zijn ideologische correctheid is gecheckt.

Bladen als De Standaard munten uit in die framing, het is een vaste methode van de mainstream journalistiek geworden: feiten worden gekaderd en verpakt in een ‘verhaal’ dat overeenstemt met de modieus-progressistische lijn die de krant wil handhaven, teneinde adverteerders aan te trekken. Het wokisme is de nieuwste trend daarin. Parallel wil men een lezerspubliek aanspreken én kneden tot een cliënteel dat zich conformeert aan de mainstream visie, gericht op het depolariseren en het omzwachtelen van de realiteit.

Kranten en weekbladen, ook de ‘deftige’, zijn vandaag reclamegazetten met de juiste vulling, redactionele pulp die zorgvuldig op zijn ideologische correctheid is gecheckt.

We kennen de clichés: ‘jongeren’ die in recreatieparken ‘overlast’ veroorzaken, terwijl het Brusselse Marokkanen zijn die het publiek terroriseren en redders te lijf gaan; de neiging om burgerjournalistiek en alternatieve media weg te zetten als onbetrouwbare ‘bagger’ die in de sociale media wordt geventileerd, terwijl deze alternatieve media net de framing ontmaskeren en aanklagen; of al wie zich niet neerlegde bij de vaccin- en quarantainestrategie van de overheid, als extreemrechtse complotdenker uitrangeren, en zich daarmee in feite tot spreekbuis van de overheid herleiden. 

Iets met filters

In zo’n landschap is de vrije meningsuiting grotendeels theorie: ook in een zogenaamd democratisch land als België bestaat er een regimepers. Voor lieden die zich profileren als niet-mainstream denkend en systeemkritisch, is het dan uitkijken geblazen bij elk perscontact. In het nabije verleden werd ik geïnterviewd door een journalist van Het Nieuwsblad, die beweerde het over mijn boek te willen hebben, maar in feite alleen maar viste naar ‘foute’ uitspraken die hij kon koppen. Ik kon er nog mee lachen.

Toen ik aandrong om de foto eens te zien die hij bij het interview ging plaatsen, bleek ik getransformeerd in een vervaarlijk uitziende orang-oetan, donkerbruin en met holle oogkassen. Ik ben niet echt ijdel, maar toch, mijn huisgenoten zetten het op een lopen bij het zien van de foto. Oeps, sorry ja, mijnheer Sanctorum, beetje creatief met filters geweest. En de mensen mogen wel weten wat voor een goor type u bent.

In hun ijver om binnen hun milieu en de redactie te scoren, willen journalisten graag wel eens iemand aanpakken die niet in het linkse politiek correcte straatje thuishoort. 

Het doet denken aan de manier hoe Knack de originele foto van Giorgia Meloni, die de Italiaanse verkiezingen won, wat ‘bewerkte’ tot de tronie van een hatelijke verzuurde bitch. Liegt dit beeld? Ja, want dat is Meloni helemaal niet, maar het toont wel een waarheid over de bewerker van de foto zelf, de Knackredactie. Die nadien uiteraard het opzet ontkende en er een technische draai aan gaf. Leugens gevolgd door nieuwe leugens.

Cui bono?

Dit soort pogingen tot beschadiging, beeldmatig en tekstueel, is de reden waarom je beter geen interview geeft dan een waarin je vreest ‘erin geluisd’ te worden. In hun ijver om binnen hun milieu en de redactie te scoren, willen journalisten graag wel eens iemand aanpakken die niet in het linkse politiek correcte straatje thuishoort. Ook de TV-studio’s, speciaal die van de openbare omroep, ademen dat vijandig sfeertje uit jegens persona non grata. Iemand als Tom Van Grieken is daarin bijzonder getraind om elke poging tot framing vanwege de interviewer te counteren, in tegenstelling tot zijn partijgenoot Dries Van Langenhove die al een paar onhandige media-optredens achter de rug heeft. Het blijft glad ijs.

Kritisch lezen, bronnen nagaan, de boodschapper ontmaskeren, zijn een blijvende bezigheid voor al wie niet in de waan van de dag wil meegaan.

De conclusie voor de lezer en kijker is, dat we meer dan ooit de kritische rede moeten hanteren. Durf te twijfelen. De argwaan van de burger jegens de politiek én de media is volkomen terecht. Informatie is desinformatie. Bij elke krant of weekblad of TV-nieuws hoort een slimme handleiding in begrijpend lezen, om alle sofismen, verdraaiingen en hele en halve leugens van het medium en de betrokken journalist te detecteren.

De nieuwsconsument moet zichzelf opvoeden tot alternatieve communicatiewetenschapper die zich met een gezonde scepsis steeds afvraagt: cui bono? Wie heeft baat bij deze boodschap? In de meeste gevallen moet men niet ver gaan zoeken. De waarheid is haar maagdelijkheid verloren, maar laten we haar niet dumpen in het relativistisch bordeel waar ‘iedereen zijn waarheid’ heeft. Leugens zijn wel degelijk vaststelbaar. Kritisch lezen, bronnen nagaan, de boodschapper ontmaskeren, zijn een blijvende bezigheid voor al wie niet in de waan van de dag wil meegaan. 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

 

Geplaatst in Burgerzin en onzin, cacistocratie, Media, Politiek incorrect | 6 reacties

‘Betrokkene was gekend omwille van zijn extreemrechts gedachtengoed’

Wanneer opinies uw gezondheid kunnen schaden

Afgelopen woensdag viel om vier uur ’s nachts te Merksem een Franstalige (!) anti-terreurbrigade met veel vertoon het huis van Yannick Verdyck binnen, verdacht van ‘extreemrechtse sympathieën’. Er werden schoten gelost waarbij de man om het leven kwam. De omstandigheden moeten nog verder worden uitgeklaard. Verdyck had extreme ideeën over de relatie tussen individu en staat, was voorzitter van een schietclub en beschikte als edelsmid over een blanco strafblad. De draconische inval roept vragen op qua opzet, proportie en methodiek die ik graag beantwoord zou zien. Er was geen concrete aanleiding voor deze actie, men had hem als het ware gewoon voor een verhoor op het politiebureel kunnen uitnodigen. De kans is niet denkbeeldig dat de man zich als juwelier bedreigd voelde bij zoveel nachtelijk kabaal, en een wapen trok.

‘Te maatschappijkritisch’

Als ik alle mediaberichten bij elkaar leg, gaat het hier in hoge mate om een intentieproces, waarbij het koesteren van (marginale) denkbeelden met een reële dreiging werd verward. Het moslimterrorisme is zo’n reële bedreiging, maar niemand haalt een imam uit zijn bed die predikt dat de Koran voorrang heeft op de burgerlijke wetten, of nog extremere uitspraken. Het profiel van Verdyck is misschien wel politiek radicaal, maar behalve dat hij (legale) wapens in huis had was er blijkbaar geen spoor van opzet tot geweld of een plan om een terroristische actie te plegen, en was de man ook niet het type van een doorgeslagen lone wolf.

Is het nog toegestaan om de politiek als ‘een probleem’ te zien? Of word je dan zelf ‘een probleem’?

‘Extreemrechtse sympathieën’ dus. Los van het flou artistique waarin dit begrip gehanteerd wordt -zie verder- is het bij mijn weten niet verboden van om het even welke sympathieën te hebben. Toch laten de media zich volop gaan in het toedichten van ‘foute’ meningen en zelfs gewoon kritische attitudes, waardoor vroeg of laat ‘preventieve’ actie vereist is. Soms denk je een Russische regimekrant te lezen.

Zo portretteert De Standaard Verdyck als een terrorist-in-spe, en geeft daar ook argumenten voor, ik citeer: ‘Op zijn sociale media liet Yannick V. zich geregeld maatschappijkritisch uit. Hij hekelde tijdens de coronapandemie ‘de klassieke media en de ideologische virologen die de bevolking terroriseren met angst en emotie’. Ook stelde hij vast dat ‘het volk overgeleverd is aan meedogenloze wolven in schaapsvacht’. De politiek is voor hem ‘niet de oplossing, maar het probleem’.

Wel, laat dat laatste nu precies de kerngedachte zijn van mijn nieuw boek. Benieuwd hoe lang het duurt voor ze mijn woonstede gaan belegeren. Is het nog toegestaan om de politiek als ‘een probleem’ te zien? Of word je dan zelf ‘een probleem’?

Soevereiniteit

William Godwin (1756-1836): grondlegger van het moderne anarchisme

Ja dus. Vandaag behoort het gros van de journalisten, academici en culturo’s tot de linkerzijde. Waarbij ze als goede post 68-ers het establishment en het politieke status-quo verdedigen. Het zijn gewoon regime-intellectuelen. Wie het politieke regime afwijst, en a fortiori het systeem en de staat, is dan per definitie een ‘extreemrechts’ gevaar. Zo werkt dat. Dissidenten staan per definitie aan de foute kant, of beter, ze worden gecriminaliseerd.

Corona heeft het wantrouwen tegen de staat gegronde argumenten gegeven, ook al werden ze door de media genegeerd: de controlestaat heeft via de pandemie wel degelijk zijn grenzen proberen te verleggen.

In het wereldbeeld van Yannick Verdyck is het begrip ‘soevereiniteit’ het sleutelwoord, waarmee bedoeld wordt dat het individu zich autonoom moet opstellen tegen de staat, de overheid en de structuren. Deze gedachte -meteen een levenshouding- gaat terug op de ton van Diogenes, wordt hernomen door de peetvader van het anarchisme William Godwin, en loopt zo via Michail Bakoenin (door Marx uit de communistische beweging gezet) door tot allerlei non-conformistische bewegingen en trends, tot en met de punkers en de libertariërs. En jawel, niemand minder dan Guy Verhofstadt pleitte in zijn Burgermanifest nog voor ‘het recht om uit de staat te stappen’ (!), iets wat letterlijk ook in Verdycks Facebookposts te lezen valt.

De afkeer van het politieke theater en vooral de corona-aanpak vanaf 2020 heeft dit libertarisme nieuwe wind in de zeilen geblazen. Corona heeft het wantrouwen tegen de staat gegronde argumenten gegeven, ook al werden ze door de media genegeerd: de controlestaat heeft via de pandemie wel degelijk zijn grenzen proberen te verleggen.  Sluipende censuur en taalmanipulatie zijn inherent aan die evolutie. Noteer dat men zo het label ‘extreemrechts’ blindweg is gaan gebruiken voor systeemkritische tendensen, waarna groteske interventies mogelijk worden als deze waar Yannick Verdyck het leven liet. ‘Geëxecuteerd werd’, zeggen sommigen.

Ondertussen in het Vredesinstituut

In De Afspraak besnuffelen ‘terreurexperts’ het lijk van Verdyck

Journalisten en commentatoren moeten zich realiseren dat het bij ‘complottheorieën’ dikwijls maar niet altijd om fantaisistische hersenspinsels gaat. Helaas is de stigmatisering van het libertaire gedachtengoed helemaal ‘bon ton’ geworden bij de experten, de mainstream media en, jawel, het gerecht. Dat geeft totalitaire stromingen net vrij spel.

Ook bij zeer brave, weldenkende dames en heren voel je die weerzin tegen al te systeemkritische figuren en bewegingen. In De Afspraak van woensdag 28 september komen ene Annelies Pauwels (Vlaams Vredesinstituut) en Kenneth Lasoen (veiligheidsexpert UA, Clingendael Instituut) hun visie geven op ‘het extreem-rechtse gevaar’, met de recente politie-actie als aanleiding.

Helaas is de stigmatisering van het libertaire gedachtengoed helemaal ‘bon ton’ geworden bij de experten, de mainstream media en, jawel, het gerecht. Dat geeft totalitaire stromingen net vrij spel. 

Deze lijksnuffelaars weten alles over het extreemrechtse gevaar en neuzelen maar raak. Lasoen plaatst een en ander nog in een objectief kader en zegt dat Yannick Verdyck enkel kon verdacht worden omwille van zijn zogenaamde ‘connecties met extreemrechts’, maar dat er geen concrete aanwijzingen waren die wezen op de voorbereiding van een aanslag of terroristische actie. Waarmee hij ook impliciet de proportie van de interventie in vraag stelt. Annelies Pauwels echter zit duidelijk op de lijn van politiek-correct links dat de soevereiniteitsgedachte en het wantrouwen tegen de staat per definitie als een probleem ziet.

Op de vraag van Schols hoe zij dan precies die beweging als ‘extreemrechts’ definieert, kon ze enkel rond de pot draaien. Deze experte moet dringend een snelcursus politicologie en ideeëngeschiedenis volgen. ‘Heeft het iets te maken met anarchisme?’, probeerde de moderator nog schuchter. ‘Cho ja, nee, dat is eerder extreemlinks’, repliceert ze, iemand als Yannick Verdyck is gewoon tegen de overheid, en behoort dus tot een ‘extreemrechtse ideologie’. De manier waarop Vladimir Poetin al zijn tegenstanders ‘nazi’s’ noemt, ligt er niet ver af.

Dit vertoon bewijst eigenlijk dat het libertaire gedachtengoed meer dan ooit actueel is, in een wereld waar de media de pensée unqiue uitdragen, en op elke hoek van de straat een camera hangt. De verantwoordelijke minister Van Quickenborne kan zich, nu hij zijn schuiladres heeft verlaten, eens bezinnen over de vraag waar het echte gevaar vandaan komt. En of die gekke Yannick toch niet een beetje terecht verontrust was.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Burgerzin en onzin, cacistocratie, Politiek incorrect | 20 reacties

Massa Vlamingen wordt onwel na de niet-Septemberverklaring

Jan Jambon is aan zijn tweede zit bezig om alsnog een Septemberverklaring uit de brand te slepen, maar het is bijna oktober, en de kans is reëel dat er helemaal géén overeenkomst over de Vlaamse begroting uit de bus komt. Alle politicologen en commentatoren hebben ondertussen hun licht laten schijnen over deze mislukking. Carl Devos constateert dat deze ploeg zich andermaal als een ‘tweederangsregering’ profileert tegenover het Belgische beleidsniveau, en ziet Jan Jambon als een Napoleon na de Slag van Waterloo. De vraag is dan maar wanneer Sterke Jan naar Elba zou vertrekken. Niet dus. De Vlaamse regering kan niet vallen, zo hebben ze het ooit beslist, en is dus gedoemd om als een spookschip verder te vlotten richting 2024.

Onze-lieve-vrouw-van-Vlaanderen

Deze onmogelijkheid om de handdoek in de ring te gooien en eerbaar op te krassen, maakt van Kapitein Jambon pas een echte Piet Piraat, meer een soort kluchtfiguur. Het probleem zou daarbij niet zozeer zijn dat CD&V-voorzitter Sammy Mahdi het hard wil spelen, als kapitein van ook al een zinkend schip, maar dat moeder de vrouw die de meubelen moet redden, Hilde Crevits, even out-of-service was. Onwel geworden. Er wordt niet gecommuniceerd over de aard van het beestje, maar mevrouw Crevits is 55, alle begrip. Tegelijk wordt meer en meer duidelijk wanneer die Septemberverklaring, die mogelijks een Oktober- of zelfs Decemberverklaring zou worden, het levenslicht zou zien: als Hilde Crevits verschijnt.

In dit mirakelspel, genoemd Onze-Lieve-Vrouw-van-Vlaanderen, is er natuurlijk ook een Jozef (waarvan het woord tsjeef is afgeleid), een Kerstekind (de begroting) en nog wat stalbeesten die ik uit respect voor Somers en C° niet verder zal identificeren. De warmte in de stal, thermostaat op 19 graden, herinnert er ons echter aan wat er op het spel staat: buiten mekkeren de geschoren schapen, Vlamingen genoemd, dat het wreed koud is en dat de gas- en elektriciteitsrekeningen niet meer te betalen zijn. Het is wachten op Driekoningen. Of op Godot.

Malgoverno

Renovatie voor kabinetsgebouwen Vlaamse Regering | BRUZZWe gaan even serieus zijn. Dit is niet alleen het failliet van Jambon en C°, het is dat van een complete politieke klasse, die het gezegde ‘wat we zelf doen, doen we beter’ nog eens omgekeerd in de praktijk brengt.

Want laat dit nu de crux van heel de mirakelklucht zijn: het zielig vertoon dat hier is opgevoerd, moet de Vlamingen langzamerhand onwel doen worden. Op geen enkel moment schenen de dames en heren in hun parallel universum aan het Martelarenplein zich bewust van de situatie. Dat de kleine Vlaming met grote kopzorgen enig soelaas verwacht van een Vlaamse regering die geld heeft, in tegenstelling tot de Belgische, was voor de onderhandelaars het minste van hun zorgen.

Dit is niet alleen het failliet van Jambon en C°, het is dat van een complete politieke klasse, die het gezegde ‘wat we zelf doen, doen we beter’ nog eens omgekeerd in de praktijk brengt.

In de plaats daarvan werden spelletjes gespeeld, domineerden partijbelangen en reden de onderhandelaars zich met pre-electorale manoeuvres deskundig de gracht in. Terwijl boekhouder/cijferneuker Diependaele genoeglijk achterover leunde. Dit heeft een naam: malgoverno. In het Vlaams: klotebestuur.

Stem ‘nuttig’

Deze kakistocraten zijn door ons verkozen, met dien verstande dat één olifant in het kleinste kamertje moet blijven, namelijk diegene die momenteel in de peilingen piekt. Is er een verband? Natuurlijk wel. Het gestuntel van de Jambonploeg én het handhaven van het cordon drijven steeds meer kiezers naar het Vlaams Belang… dat niet mag mee besturen. Dus blijven de verliezers veroordeeld tot elkaar, doen nog meer aan profilering in een wanhoopspoging om het electorale tij te keren, en zijn nog meer gedoemd om te mislukken.

Vlaanderen wordt een negorij van een handvol linkiewinkies en geitenwollen sokken, een groep die afgehaakt heeft, en een aanzwellende horde foertstemmers die met de kiesbrief hun achterste afvegen.

Het cynisme bij de kiezer zal het cynisme van het politieke bedrijf nog overtreffen. En dan zal het echt heet worden in de Kerststal. ‘De politiek’ wordt definitief geklasseerd als dure hobby van narcistische clowns, een nutteloze kost bovenop alle andere facturen. Vlaanderen wordt een negorij van een handvol linkiewinkies en geitenwollen sokken, een groep die afgehaakt heeft, en een aanzwellende horde foertstemmers die met de kiesbrief hun achterste afvegen.

Terwijl de door Europa gebrandmerkte ‘fasciste’ Giorgia Meloni tenminste het ongenoegen van de burger kan kanaliseren, en maar moet bewijzen wat ze in haar mars heeft, hebben wij de keuze tussen een ‘nuttige’ en een ‘waardeloze’ stem. Nuttig stemmen betekent diegenen verkiezen die er al aan zijn, en bewezen hebben dat ze er niets van bakken, maar toch weerom beloven dat alles goed komt. Morgen scheert men gratis. Een waardeloze stem kan je uitbrengen om aan te geven dat je niet akkoord bent, in het besef dat dit er niet toe doet.

Wie dit democratie noemt, moet dringend naar de dokter. Voor de generatie Vlaamse politici die ons besturen is de menopauze nu wel aangebroken, en wenkt een welverdiend prepensioen, waarover ze zeker geen twee jaar zullen doen om het gestemd te krijgen. Verandering, het werkt.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater, Sterke Vlaamse verhalen | 9 reacties

Moet men Russische opera’s bij ons verbieden?

© Bruzz

Op vrijdag 23 september j.l. vond in de Brusselse Muntopera de laatste voorstelling plaats van Pikovaya Dama (‘Schoppenvrouw’), een werk van de 19de eeuwse componist Pjotr Iljitsj Tsjajkovski. Het toeval wil (zo’n producties worden jaren op voorhand ingepland) dat de Munt dit seizoen nog een werk van deze componist programmeert, namelijk zijn bekendste opera, Yevgeni Onegin. Later volgen nog ‘De neus’ van Sjostakovitsj, naar een verhaal van Gogol, en een concert met balletmuziek van… weeral Tsjaikovski.

Ola, zoveel Russische kunst, uitgerekend deze tijd. De in Brussel residerende vereniging Promote Ukraine vond het nodig om luid protest aan te tekenen: het opvoeren van Russische opera’s zou in de huidige omstandigheden propaganda zijn voor het Poetinregime, zo luidt het. Is dat zo? Effectief recupereert dat regime de Russische cultuur, ook deze van de 19de eeuw, om aan patriottistische oorlogsretoriek te doen. Maar mogen wij dan geen muziekwerken spelen of opera’s opvoeren van Russische componisten? Dan moeten we ook alle boeken van Tolstoj en Dostojewski uit de bibliotheek bannen. Misschien moeten we vandaag net wél aandacht hebben voor Russische cultuur, om te beletten dat een potentaat als Vladimir Poetin ermee aan de haal gaat.

Magistrale vertolking

Scène uit Pikovaya Dama, Munt 2022 © Bend Uhlig

De opera in kwestie, Pikovaya Dama, is gebaseerd op een verhaal van Aleksandr Poesjkin en ging in première te Sint Petersburg in 1890. Noteer dat Tsjaikovski als componist uitgesproken westers georiënteerd was, zeer beïnvloed door o.a. Richard Wagner, en niets ophad met Russisch patriottisme. Wat hem het misprijzen opleverde van meer nationalistisch gezinde musici als Borodine en Rimski-Korsakov. Dat is een belangrijk argument om hem niét tot Poetin-propagandist avant-la-lettre te degraderen. Als er nu één Russische componist is die in de diepten van de ziel kijkt en het existentiële register exploreert, dan is het wel Tsjaikovski.

Componisten zomaar bannen omdat het Russen zijn, is zich verlagen tot het simplisme en de propagandaretoriek die het Poetin-regime hanteert.

Van Pikovaya Dama verscheen al een bespreking in Doorbraak. Ik woonde een voorstelling bij op 11 september -waar ik recensent Luckas Vander Taelen in de wandelgangen tegen het lijf liep-, en kan alleen maar superlatieven hebben voor de enscenering, de muzikale presentatie én de vocale prestaties, niet in het minst deze van Dmitry Golovnin die de rol van de gokverslaafde hoofdfiguur Hermann magistraal neerzet.

Als ik even googel naar Dmitry Golovnin, dan blijkt het om een volbloedrus te gaan (wie anders kan zo’n rol tot een goed einde brengen), die in Sint-Petersburg studeerde, zich daarna in Duitsland vervolmaakte, en vooral op de affiches van de West-Europese theaters te zien is. Maakt dat zo iemand tot een Poetinadept? Veeleer vermoed ik dat heel deze oorlog vooral een dikke streep door de rekening is, ook voor zo’n artiest. Er bestaan wel degelijk Poetinlakeien, zoals dirigent Valeri Gergiev, die onder meer in 2014 een petitie onder kunstenaars organiseerde om de annexatie van de Krim toe te juichen, en twee jaar later het propagandaconcert dirigeerde in de ruïnes van Palmyra. Echter, componisten zomaar bannen omdat het Russen zijn, is zich verlagen tot het simplisme en de propagandaretoriek die het Poetin-regime hanteert.

Dikke truien

Wagner-programma van the Proms in London-Queens Hall, 19 augustus 1940. De Slag om Engeland was toen al volop bezig.

Terecht benadrukt Muntdirecteur Peter de Caluwe dat hij niet aan cancel culture wil doen. Dat is alvast een principiëler standpunt dan dat van Radio Klara, dat in het voorjaar een uitzending annuleerde van de Leningradsymfonie van Dmitri Sjostakovitsj, een werk dat eigenlijk als anti-oorlogsmanifest is geschreven, maar vanzelfsprekend voor de kar van het Stalinisme werd gespannen.

Noteer dat deze componist altijd op tamelijk gespannen voet heeft gestaan met het Sovjetregime, en zijn opera ‘Lady Macbeth van Mtsensk’ gecensureerd zag omdat er een Goelag-scène in voorkwam.

Tot slot iets over de initiatiefnemer achter de protestbetoging aan het Muntplein, Promote Ukraine, een in 2014 opgerichte vzw. Het is een uit expats en vluchtelingen bestaande drukkingsgroep die beweert ‘… de Oekraïense burgerrechten te behartigen wereldwijd’. Ik zie niet goed in wat de opvoering van een opera in een Brussels theater met de burgerrechten in Oekraïne te maken heeft. Die strijd moet zich, met alle sympathie, daar afspelen, niet op het Muntplein. Maar zoals president Poetin zijn buitenlandse propagandisten heeft, is er hier natuurlijk ook een pro-Oekraïnelobby actief, die voor nóg meer wapenleveringen betoogt, en bij elke supermarkt of benzinestation van verdacht allooi gaat protesteren.

Deze activisten lijken niet te beseffen dat de schrikbarende elektriciteits- en gasrekeningen die bij de modale Belg en Vlaming in de bus vallen, de solidariteit met Oekraïne op de proef stellen.

Dat moet kunnen in een democratische rechtstaat. Echter, in een Europa dat zwaar getroffen is door de gevolgen van de aan Rusland opgelegde sancties, vind ik een censuurdemonstratie op de trappen van een theater misplaatst, temeer omdat wij onze grenzen breed opengesteld hebben voor vluchtelingen uit die regio. Deze activisten lijken niet te beseffen dat de schrikbarende elektriciteits- en gasrekeningen die bij de modale Belg en Vlaming in de bus vallen, de solidariteit met Oekraïne op de proef stellen. En dat teveel bemoeienissen met onze culturele affiche wel eens het omgekeerde resultaat zou kunnen hebben, namelijk een ‘go home’-reactie en een breder draagvlak voor meer inschikkelijkheid jegens gasgrossier Poetin.

Kort: nu we de dikke truien bovenhalen, moeten hier rondhangende Oekraïners zich niet aanstellen op een operaplein. Russische kunst is meer dan ooit relevant, voor wie echt wil begrijpen wat er zich afspeelt. Met de dreiging van een kernoorlog, en Brussel-NATO als favoriet doelwit, is bezinning en het hoofd koel houden misschien interessanter dan een hysterische banvloek over alle Russische kunst. Noteer dat tijdens de tweede wereldoorlog noch de Amerikanen noch de Britten Richard Wagner, Hitlers favoriete componist, op de index plaatsten. Ze wonnen dan ook de oorlog. En kraakten daartoe onder meer de enigma-code, maar dat is weer een ander verhaal. Of toch niet.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Voor de complete streaming van de Munt-productie van Pikovaya Dama, klik hier.

Geplaatst in Cultuur | 30 reacties

Geen ‘eerlijkere politiek’ zonder een meer objectieve pers

Zopas verscheen het boek ‘Wanhoop in de Wetstraat’, van de hand van VRT-journalist Ivan De Vadder. Het staat bovenaan op mijn leeslijstje, alleen al omdat het thema in hoge mate lijkt samen te vallen met wat ik in mijn te verschijnen boek behandel: de onwaarachtigheid van de politiek, de particratie met al haar uitwassen, resulterend in het toenemende foertgevoel van de burger/kiezer. Er zullen her en der nog van die analyses verschijnen, want in bepaalde kringen ruikt men het angstzweet met het oog op 2024, vandaar de titel. Waarbij men ook aandacht moet hebben voor de boodschapper, en in welke positie die zich bevindt.

Hier alvast een voorbedenking, aan de hand van de talloze interviews waarin De Vadder die insteken overloopt. Als journalist en schermgezicht heeft hij het natuurlijk gemakkelijk om het rijtje collega’s af te lopen, ten einde reclame te maken voor zijn opus. Elke dag verschijnt er wel ergens een interview, afgelopen dinsdag mocht hij nog aanschuiven bij Bart Schols in De Afspraak. Dat zegt niets over de kwaliteit van het boek in goede of slechte zin -nogmaals: dit is geen recensie-, maar wel over het fenomeen van netwerken en vriendenkringen waarin een journalist functioneert.

Anders gezegd: ook perslui leven in bubbels waarbinnen ze mekaar afdekken en eventueel een duwtje geven. Dit milieu -en dat is meteen mijn voorbehoud tegen dit soort ‘kritische’ boeken van politieke journalisten- is ook met allerlei tentakels verbonden aan het universum waarover ze geacht worden kritisch te berichten: het zogenaamde Wetstraatmilieu.

Verbroedering

 Dit feestje ging niet door omdat de VRT de ‘speciale gast’ op het laatste nippertje terugfloot.

De Vadder beweegt zich als een vis in het water doorheen dit biotoop. Hij is, zoals zijn grote voorganger Hugo de Ridder (‘De keien van de Wetstraat’, 1982), een observator maar ook een insider. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Je weet veel, je vangt veel op, maar daarvoor moet je ook ‘close’ genoeg worden met die mensen, ermee gaan eten, present zijn op feestjes. Het worden connecties, halve vrienden die je eigenlijk nooit te hard kan aanpakken want je moet ze ook morgen nog in de ogen zien.

Politici zijn van perslui afhankelijk, en omgekeerd. Daarbij speelt er een vorm van wederzijdse, stilzwijgende chantage: een journalist die té kritisch wordt of teveel de vuile was uithangt, wordt uitgestoten en krijgt geen inside-info meer. Zo ontstaan stilzwijgende afspraken en omerta’s. Dat is wat Wouter Verschelden eigenlijk overkwam, sinds zijn boek ‘De doodgravers van België’ (2021) min of meer een paria in de Wetstraat én onder collega’s.

Een journalist die té kritisch wordt of teveel de vuile was uithangt, wordt uitgestoten en krijgt geen inside-info meer. Zo ontstaan stilzwijgende afspraken en omerta’s.

Dit verschijnsel van symbiose tussen politiek en media ofte embedded journalism is in Vlaanderen en België de norm. Toen Peter Vandermeersch hoofdredacteur werd van NRC Handelsblad, had hij het over dat cultuurverschil met Nederland: in Vlaanderen gaan de politieke journalisten veel te vriendschappelijk om met de politici over wie ze moeten berichten, concludeerde Vandermeersch in een Knack-interview. ‘Ik herinner mij het trouwfeest van Ivan De Vadder nog. Daar was de hele politieke top vertegenwoordigd, van Karel De Gucht tot Freya Van den Bossche. In Nederland is dat ondenkbaar.’

Kijk, dat is nu exact het probleem van afstand en objectiviteit: mensen die op je trouwfeest rondlopen en misschien wel een mooi cadeau mee hadden, waarmee je in privé-verband hebt geklonken en de ganse dag hebt staan leuteren aan de bbq, die geef je niet zomaar de dolksteek in de rug. Af en toe, eerder per ongeluk, bereiken ons meer van die berichten over de verbroedering tussen politiek en pers: ex-DM-hoofdredacteur Yves Desmet die met Karel De Gucht op vakantie ging, Ivan De Vadder die ooit samen stond te rocken met Siegfried Bracke, Daniel Termont en Matthias De Clercq… Dat lijkt allemaal onschuldig, maar de normvervaging begint hier al.

Een ‘hartenkreet’

In de fusiekwestie van Mechelen en Boortmeerbeek hield De Vadder duidelijk de lijn van Bart Somers aan.

Dat kleurt op het einde onvermijdelijk visies en analyses. Ik heb Ivan De Vadder al meerdere keren betrapt op stellingnames waarin hij eigenlijk eerder de politicus in bescherming neemt, dan de burger waarmee die in conflict geraakt. Zo in de kwestie rond de fusie van Mechelen met Boortmeerbeek, april van dit jaar, en het burgerprotest in deze gemeente. De Vadder analyseerde dit als ‘een conflict tussen ratio en emotie’, waarbij Bart Somers de redelijkheid zou vertegenwoordigen, tegenover de emoties van de achterlijke dorpelingen die niet snappen wat vooruitgang is.

Dat was een zeer subjectieve visie, die achteraf ook fout bleek: de ratio zei namelijk dat er helemaal geen draagvlak was voor die fusie, dat die ingegeven was door partijbelangen, en dat Somers hier zijn twee petjes van Mechelse titelvoerende burgemeester en de Vlaams minister van binnenlands bestuur helemaal door elkaar haalde.

In se wil De Vadder dus geen systeemswitch en zelfs geen andere politici, maar dezelfde die hun leven beteren ‘voor het helemaal fout loopt’.

Vanuit die optiek moet men een kritische analyse als ‘Wanhoop in de Wetstraat’ met de nodige reserve lezen: als de schrijver zijn boek als een ‘hartenkreet’ ziet (sic), dan gaat het misschien wel veeleer om een goed bedoelde vermaning aan de politieke klasse dat ze het te bont maakt, en zich dringend moet herpakken of er gebeuren ongelukken in 2024. Letterlijk klinkt het in Het Nieuwsblad dat hij het systeem zeker niet wil veranderen (dus ook dat van de partijfinanciering niet?), maar pleit voor een ‘mentale hervorming’. Tja. Overweegt de VRT-journalist een fin-de-carrière als media-consultant?

In se wil De Vadder dus geen systeemswitch en zelfs geen andere politici, maar dezelfde die hun leven beteren ‘voor het helemaal fout loopt’. Lees: voor we nog eens een Zwarte Zondag krijgen. De reacties van het desbetreffende Wetstraatpersoneel laten zich dan ook voorspellen: een ‘eerlijke, waardevolle analyse’, een ‘eye-opener’, een ‘trigger’, ze zullen het ‘ter harte nemen’, ‘er wordt aan gewerkt’, en blablabla.

Ik vrees voor hem en zijn connecties in de Wetstraat dat de burger/kiezer ondertussen al een station verder is. De wanhoop voorbij.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater, Media | 25 reacties

Een praatbarak, een bordeel en een luxe-rustoord voor politici

Geleid bezoek aan het Europees Parlement

In tijden van voorspoed kan iedereen op de winkel letten. Pas in crisistijden kan de politiek tonen wat ze waard is. Helaas, eerst met corona, en dan met de inval in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis, beseften we welk soort stuurlui we aan het roer hebben staan: zielige amateurs.

De cacistocratie is alomtegenwoordig en te vinden op elk niveau, Vlaams, federaal en Europees. Ze munt vooral uit in uitstelgedrag, ontkenning, hele en halve leugens, de vis verdrinken en de zwarte piet doorgeven. De federale regering kijkt naar Europa, Europa schuift het probleem van de onbetaalbare gas- en elektriciteitsfacturen terug af op de nationale regeringen en (vooral) op de spilzuchtige burger die zijn gedrag moet corrigeren. Het is allemaal uw schuld.  Echte, doordachte, radicale én doorberekende oplossingen vind je niet, hooguit wordt er met wat geld gestrooid uit een lege kas, waarvoor we later dubbel en dik de rekening zullen betalen.

Terwijl volgens de laatste cijfers al twee derde van de Belgen met betaalproblemen voor hun energiefactuur worstelen, en de zoektocht is ingezet naar alles wat brandbaar is, tot en met houten paletten (slecht voor het milieu, foei), is er alvast één categorie die zich noch van besparingen, noch van het milieu of het klimaat iets moet aantrekken: de Euro-parlementariërs. Een korte kennismaking.

Tussen Brussel en Straatsburg

De koffers staan altijd gepakt

Om de vijf jaar worden ze verkozen, de gelukzakken die het nationale gekrakeel mogen inruilen voor een vredige debatclub mits een luxueuze verloning, zonder de kiezer ook maar één keer verantwoording te hoeven afleggen. Desalniettemin vraagt die zich tussendoor af, waar dat Parlement goed voor is en of het meer is dan (duur) theater. Vooral de maandelijkse volksverhuizing over-en-weer van Brussel naar Straatsburg – een karavaan van zo’n 3000 man- blijft de ogen uitsteken. Reiskosten: een slordige 114 miljoen euro per jaar. De milieu-impact van de maandelijkse verhuis van Brussel naar Straatsburg wordt geschat op 19.000 ton aan CO2-uitstoot per jaar, dat is vergelijkbaar met 12 miljoen km rijden in een dieselauto. Milieu en klimaat, Europa is ermee begaan.

Hoe absurd en irrationeel ook, deze verhuis wordt niet in vraag gesteld. De Fransen willen er zelfs niet over praten, het is een sacrale kwestie. Het reizend circus is namelijk een aspect van het machtsevenwicht tussen Duitsland en Frankrijk, hét oermotief van wat men de Europese eenmaking noemt. Zoals er ook monstrueuze transporten plaatsgrijpen van Airbus-onderdelen tussen de fabriek in Toulouse en Duitse leveranciers: dit gaat niet om efficiëntie, maar om symboliek. De gaspijplijn tussen Rusland en Duitsland was ook zo’n vredessymbool, tot Vladimir Poetin de Duitsers en de rest van Europa met de twee voeten weer op de grond zette.

De milieu-impact van de maandelijkse verhuis van Brussel naar Straatsburg wordt geschat op 19.000 ton aan CO2-uitstoot per jaar, dat is vergelijkbaar met 12 miljoen km rijden in een dieselauto.

Dat is meteen het antwoord op de vraag waartoe het allemaal dient. De Unie is geen werkbaar bestuursniveau maar pure ceremonie, theater en vertoon. De bedevaart naar Straatsburg is een peperduur politiek-historisch ritueel, het symbool van een monsterverbond dat ons een derde wereldoorlog moet besparen. Dat was althans het idee in de jaren ’50 van vorige eeuw. De Europeanen moeten grote offers plengen om de vrede tussen Frankrijk en Duitsland, die al met mekaar overhoop liggen sinds de verdeling van het Karolingische Rijk, te vrijwaren. Vrede mag iets kosten, neen, het moét veel kosten, opdat we zouden beseffen hoe belangrijk zij is, zeker nu de nieuwe vijand uit het Oosten komt.

De as Berlijn-Paris is en blijft de crux van de Unie, al de rest hangt er maar aan. Niet te verbazen dat de Britten die bipolaire diplomatie beu werden. Vandaag zitten we in een totaal andere realiteit dan deze van de Frans-Duitse alliantie, maar het theater blijft wat het is, zo hol en grotesk als maar kan. De Unie functioneert in een oud historisch paradigma, en hult zich op haar arrogante manier in een complete wereldvreemdheid. Enorme financiële middelen houden deze schizofrenie in stand. Freude schöner Götterfunken, onder de tonen van Beethovens 9de moeten alle lidstaten eenstemmig mee paraderen rond deze unio mystica. Dissidenten als Hongarije worden hardhandig tot de orde geroepen: ze zijn geen volwaardige democratie (gelach).

Green deal

Het Berlaymontgebouw: institutionele megalomanie

Deze arrogantie veruiterlijkt zich evenzeer in groteske architecturale gewrochten, neergeplant in de Europese wijk te Brussel, tempels waarin het constant geroezemoes klinkt van debatten, resoluties, stemmingen, amendementen en persconferenties. Politici, journalisten, lobbyisten, consultants, administrators, naast een enorme kolonie werkmieren, die allemaal door ons betaald worden, bemannen deze Toren van Babel, een pareltje van institutionele megalomanie. Draagvlak of voeling zoeken met wat er bij de gewone man of vrouw leeft, heeft de Unie nooit geïnteresseerd. Dat was integendeel iets voor rechtse populisten, per definitie slechte Europeanen. De duizenden wetten en reglementen die er worden uitgebroed, dienen niet om uw of mijn leven te verbeteren, eerder integendeel, ze zijn gemaakt om het gewicht van dit instituut in de verf te zetten.

Draagvlak of voeling zoeken met wat er bij de gewone man of vrouw leeft, heeft de Unie nooit geïnteresseerd. Dat was integendeel iets voor rechtse populisten, per definitie slechte Europeanen.  

Traagheid is essentieel in heel deze mallemolen. Voor de aankoop van vaccins kwam de Unie een paar treinen te laat -met slecht onderhandelde prijzen ook-, het management van de energiecrisis is al evenzeer een flop en verzuipt in intentieverklaringen. Het klimaat, maar nu ook de recente energiecrisis, lijken een fantastisch alibi om de irrationaliteit van de Unie te celebreren en haar wereldvreemdheid op te dringen.

Zo wil men, onder de bezieling van eurocommissaris Frans Timmermans, via de Green Deal tegen 2050 naar een klimaatneutraal Europa, wat draconische maatregelen zal vergen, zoals het bannen van alle niet-elektrische voertuigen terwijl men nooit berekend heeft of wij die energie wel kunnen ophoesten voor al die laadpalen, en of die transitie betaalbaar zal zijn voor particulieren en bedrijven. De term ‘Green Deal’ is overigens misleidend: het is helemaal geen ‘deal’ maar een oekaze, een dwangbevel. Ik vraag me af hoe energiezuinig dat Berlaymontgebouw is, en hoeveel dikke truien er zullen rondlopen. Heel de Europese bubbel hangt in een parallelle realiteit.

Graaizucht

Guy Verhofstadt, topverdiener onder de Europarlementariërs

Met dat Europees Parlement is iets raars aan de hand: we verkiezen om de vijf jaar de leden, zogezegd om ons te vertegenwoordigen, waarna heel het ding in een splendid isolation oplost. Het haalt amper nog de media, omdat het in een soort halfslaaptoestand overgaat, enkel onderbroken door de maandelijkse trip naar de Elzas. De waarheid is, dat de leden niet echt iets om handen hebben, behalve dus debatteren, molenwieken en stemmen: dé definitie van het woord praatbarak.

Zo is het ook opgezet en bedoeld. Het Europees Parlement is een protocollair schaduwparlement, dat puur als façade dient voor de echte macht van de Commissie, waaraan het enkel ‘adviezen’ mag geven. Het heeft geen recht van initiatief en mag zelf geen wetten indienen. De Commissie en de Raad van Ministers kunnen te allen tijde de uitslag van een stemming negeren.

Het Europees Parlement is een protocollair schaduwparlement, dat puur als façade dient voor de echte macht van de Commissie, waaraan het enkel ‘adviezen’ mag geven.

Om met waardigheid de schijn op te houden, worden Europarlementsleden royaal vergoed. Ze verdienen netto 7.011,74 euro per maand, dat is jaarlijks 84.140,88 euro. Ze hebben daarenboven recht op een onbelaste onkostenvergoedingen van 4.563 euro per maand. Daarnaast worden reiskosten terugbetaald, krijgen ze een vergoeding voor afgelegde kilometers, en worden twee derde van hun dokterskosten vergoed. Dan zijn er uiteraard nog de zitpenningen: 323 euro per dag. Alles bijeen goed voor zo’n 14.000 euro per maand, plus uitzicht op een riant pensioen.

Inzake graaicultuur staat de peetvader van het Belgische malgoverno, Guy Verhofstadt, aan de absolute top, zo rekent ons het EPSA – European Public Sector Awards- voor. Hij is momenteel Europarlementslid voor de fractie Renew Europe, lid van de commissie Constitutionele Zaken en de delegatie voor de betrekkingen met de Verenigde Staten. Samen goed voor 18.000 euro per maand. Daarnaast klust Verhofstadt nog bij als bestuurder van de investeringsmaatschappij Sofina, voorzitter van het bestuur van de denktank European Public Sector Awards (EIPA), gemeenteraadslid in Gent en eigenaar/zaakvoerder van de wijnfirma Meone. Op jaarbasis haalt hij uit die vier nevenjobs tussen de tussen de 162.000 en 312.000 euro per jaar.

Loveboat

De mooiste bezienswaardigheden in Strasbourg - Zininfrankrijk.nlWe hebben het hier dus over de man die dertig jaar geleden met paars en paarsgroen de kernuitstap én de uitverkoop van ons energiepark bedisselde.  Het Europees Parlement is niet alleen een luxe-rusthuis voor politici, het parkeert hier en daar ook lieden die men een bijna criminele lichtzinnigheid kan aanwrijven. Door hun EU-fin de carrière genieten ze van een blijvende immuniteit en kunnen ze de ganse dag molenwieken en speeches geven voor de galerij zonder dat er een haan om kraait.

Een seniorie op niveau dus. Guy Verhofstadt liet een puinhoop na, en zijn partijgenoot Alexander de Croo zal hem achternagaan. Het handvol serieuze parlementsleden dat deze vergadering telt, kan er absoluut niet om heen dat dit een refuge is voor uitgerangeerde, uitgebluste of gebuisde politici, of wanbestuurders die de vlucht vooruit genomen hebben naar Europa. Binnen de partijen ontstaat er dan ook telkens heel wat geduw en getrek om verkiesbaar te geraken voor deze gegeerde voltijdse vakantieplekken.

Het handvol serieuze parlementsleden dat deze vergadering telt, kan er absoluut niet om heen dat dit een ‘refuge’ is voor uitgerangeerde, uitgebluste of gebuisde politici, of wanbestuurders die de vlucht vooruit genomen hebben naar Europa.

Daar bestaan vermakelijke verhalen over. In zijn zeer aanbevelenswaardig boek ‘Het rijk der kleine koningen – Achter de schermen van het Europees Parlement’ (2015) legt Derk Jan Eppink het echte geheim uit waarom de zitjes in het Europese Parlement zo gegeerd zijn: om van moeder-de-vrouw weg te zijn, en in de koffer te kunnen duiken met een maîtresse die soms hun secretaresse is maar niet altijd. Straatsburg wordt als een echte loveboat beschreven, een bordeel vol oude mannen met een doos blauwe pilletjes op zak en hoog oplopende restaurantrekeningen-voor-twee op kosten van de zaak.

Ik ben zowaar geneigd Eppinks sappig relaas te geloven: op het einde draait alles rond seks en macht, maar vooral het eerste in dit geval. Met een domme seut als commissievoorzitster, die haar doctoraatsthesis via plagiaat in mekaar flanste, als Duits defensieminister een heel bedenkelijk parcours reed, en soms letterlijk tussen twee stoelen valt, krijgt heel dit vertoon een decadent smaakje dat bijna de laatste dagen van Rome oproept. Europa is een klucht, nadat het ooit een tragedie was, om Marx te parafraseren. Het slecht bestuur van de Unie is geen accident, geen mankement, maar haar essentie. De burger mort, mokt, stemt grondwetten weg, maar dat doet allemaal niet ter zake. U dacht toch niet dat dit over democratie ging?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater | 9 reacties

De handicap, en de valstrik van het (zelf)medelijden

De Crimi Cowns, met dwerg Mike (Chris Willemsen) in het midden (Be-Entertainment)

Ik zal het maar meteen bekennen: ik heb een beperking. Ik lijd namelijk aan een slecht karakter, een aangeboren neiging om mensen te jennen, te bespotten, onenigheid te veroorzaken en conflicten tot op het ridicule uit te vergroten. Vooral de hogere regionen moeten het ontgelden, maar net zo graag zet ik de medemens op het verkeerde been.

Lijden, nu ja, het is vooral mijn omgeving die daar verveeld mee zit,- reden te meer om naar een behandeling op zoek te gaan. Helaas: elke poging daartoe, al vanaf de prille schooltijd, deed het probleem toenemen, waardoor ik genoodzaakt zag het over een andere boeg te gooien: er iets mee doen. Dat is uiteindelijk wat elke cartoonist, columnist of satireschrijver probeert: zijn sociopathie benutten om dingen te tekenen of te schrijven die ‘normale’ mensen niet durven. Uiteenlopende figuren als Kurt Westergaard (de tekenaar van de eerste Mohammedcartoons), Salman Rushdie, maar ook Jef Elbers (de man die onlangs keet schopte te Knokke in een Lidl-winkel met Franstalige opschriften) en, ja, waarom niet, Jeff Hoeyberghs behoren tot die groep mensen die met hun persoonlijkheidsmisvorming iets nuttigs en maatschappelijk waardevols willen doen.

Door het keldergat

Stand-up comedian William Boeva

Mijn grootste voorbeeld is evenwel acteur Chris Willemsen, Vlaanderens bekendste dwerg, die als 12-jarige omwille van zijn lengte bij voetbalclub Verbroedering Arendonk niet meer aan de bak kwam. Dat zal geen leuke puberteit opgeleverd hebben, maar in 2004 vinden we hem als joker terug in het satirische fopprogramma ‘The Freaky Frank Show’ van jongerenzender JIMtv (zou nu niet meer kunnen). Later volgden rollen als deze van bordeelmedewerker Jimmy in ‘De Ronde’, waar hij met een varkensmasker boven het gezicht van de argeloze klant Lucas Van den Eynde zijn gevoeg doet.

Het is het geheim van bijna alle komieken: het uitvergroten van een gebrek. Niks (zelf)medelijden, dat is dodelijk voor je inspiratie en zelfvertrouwen.

Zijn glansrol blijft voor mij echter deze van de dwerg Mike in de ‘Crimi Clowns’, waar hij als lid van een Antwerpse gangsterbende omwille van zijn gestalte in de keldergaten mag kruipen, maar ook zeer bedreven is in het kraken van brandkasten. Tussendoor heeft hij nog behoorlijk wat succes in de liefde, want grote vrouwen blijken iets te hebben met kleine mannen. Chris Willemsen is dus iemand die als acteur zijn zogenaamde beperking uitspeelt, en dan liefst via foute typetjes. Niet altijd evident, want hij lijdt aan een vernauwde ruggenwervel. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Ik ben nu eenmaal zo. Waarom zou ik daar dan geen voordeel proberen uit te halen?

Het is het geheim van bijna alle komieken: het uitvergroten van een gebrek. Niks (zelf)medelijden, dat is dodelijk voor je inspiratie en zelfvertrouwen. Zoals vroeger gebochelde narren zeer gegeerd waren, en dwergen de weg naar het circus of de kermis vonden, bestaan er ook vandaag mensen die hun beperking weten te exploiteren. De stand-up comedian William Boeva kondigt zich op zijn webstek aan als ‘de grappigste dwerg der lage landen’, die ‘zijn gestalten en gebreken onbeschaamd uitspeelt’. Komt dat zien.

Knuffelbeertjes

‘Down the road’: feel good-televisie rond mensen met een Down-syndroom

Boeva is anderzijds niet te spreken over de tendens om mensen met een handicap te pamperen door ze op te voeren als knuffelbeertjes. Via een open brief op zijn Facebookpagina, die nogal wat stof deed opwaaien, haalt hij uit naar formats als ‘Down the road’ (VRT-1), waar mensen met een Down-syndroom mee op de bus mogen met de sympathieke presentator Dieter Coppens, om zich te amuseren en schattig naar de camera te kijken. Wat is het leuk om m* te zijn! Dat is natuurlijk fake. Bedoeling van het programma is zogezegd om inclusie te bevorderen, hét modewoord van het moment, dat ook in het woke-jargon een centrale rol speelt. Iedereen moet erbij horen en moet aan alles kunnen deelnemen.

Niets zo gevaarlijk als de lat lager leggen omwille van de inclusiviteit. Je organiseert ook geen Tour de France zonder bergen opdat iedereen zou mee kunnen.

Op zich een disputabele stelling. Is alles voor iedereen weggelegd? In 1968 betoogden linkse studenten niet alleen voor het recht op onderwijs, maar ook voor het recht op een diploma. Dan kan men dat net zo goed afschaffen. Heel het onderwijsdebat is door dat taboe hopeloos bezwaard: dat je talent laat verpieteren als je niet erkent dat sommigen dat talent niét hebben. Discriminatie is een normaal proces en heeft ook een maatschappelijke functie, namelijk zorgen dat iedereen op de juiste plaats terecht komt.

Dat erkennen ligt moeilijk vandaag. Edoch, een handicap (pardon: beperking’) is niet bedoeld om medelijden op te wekken, of vanuit filantropisch oogmerk elke vorm van discriminatie te bannen. Overal waar kwaliteit belangrijk is, moet er geselecteerd worden. Niets zo gevaarlijk als de lat lager leggen omwille van de inclusiviteit. Dat is nochtans wat oud-VDAB-baas Fons Leroy letterlijk zegt in een interview: een bedrijf moet voor ‘diversiteit’ kiezen en iemand met een migratie-achtergrond voortrekken (‘positief discrimineren’), ook als die minder competent is dan een Europese kandidaat. Leroy beseft niet dat je daar niemand een dienst mee bewijst, noch de autochtoon, noch de allochtoon, en onze economie al helemaal niet.

Je organiseert ook geen Tour de France zonder bergen opdat iedereen zou mee kunnen. Ik hou mijn hart vast tegen het moment dat een klassiek orkest zich genoodzaakt zal zien om een percentage mensen met één arm of met een mentale beperking op te nemen, kwestie van aan de subsidievereisten te voldoen. Of de dag dat de VRT op het idee zou komen een Down-patiënt het nieuws te laten voorlezen in het kader van de diversiteit. Moet bijna zo erg zijn als Goedele Wachters. Evenzeer ben ik ertegen dat men voor de rol van een Vikingleider uit de 11de eeuw een zwarte vrouw cast, zoals in de nieuwe Netflix-serie ‘Walhalla’ gebeurt. Zoals ik in de opera ook geen oude man met een hangbuikje als Siegfried wil zien. Geef hem een hangbuikrol, die zijn er ook.

Deugklieren

Zo zijn we weer bij de knuffelberen en het opvoeren van mensen met een beperking in inclusie-programma’s. Deze feel-good-formats  -daar heeft William Boeva een punt- zijn van een ongelooflijke neerbuigendheid, letterlijk. Het helpt die mensen niet, het dient vooral om de deugklieren van de kijker te stimuleren. Men zou zich misschien beter bekommeren om toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in o.a. horeca en theater: dat zijn concrete aandachtspunten. Dwingend ook is het probleem van mensen met een handicap die al jaren op een wachtlijst staan voor een persoonsvolgend budget waar ze recht op hebben. Maak daar eens een programma over, in plaats van rond te toeren met lachende Downies.

Men zou zich misschien beter bekommeren om toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in o.a. horeca en theater: dat zijn concrete aandachtspunten. 

Een nog heikeler punt is dat van een aangeboren afwijking die in een vroeg stadium voorspelbaar is. Bij een prenataal onderzoek kan al vanaf 11 weken vastgesteld worden of er een ernstig risico bestaat op een baby met Down-syndroom. Nogal wat zwangere vrouwen willen de test echter niet laten uitvoeren: dat werpt een ander licht op de zorgplicht die de maatschappij nadien heeft en heel het ‘inclusie’-verhaal. Finaal hebben de ouders een last op zich genomen. Daar hebben die kinderen uiteraard geen schuld aan. Maar misschien moet men ook die discussie durven voeren.

Nu hoor ik u denken: hadden de ouders van JS maar beter prenataal onderzoek laten uitvoeren, hoeveel leed en ergernis zou er ons gespaard gebleven zijn. Dat hebben ze ook gedaan, maar vermits een slecht karakter erfelijk is, deden ze het er vermoedelijk om. Het herinnert ons aan een gedenkwaardige uitspraak van politica Soetkin Jehaes (Open VLD) die zich afvroeg waarom de ouders van VB-ers geen abortus hebben gepleegd. Omdat het ook VB-ers waren natuurlijk, het verhaal van de appel en de boom.

Genoeg lessen eugenetica. Levensles nummer één: een beperking, het is maar hoe je ermee omgaat. En: uit iets slechts kan iets heel goeds ontstaan, wat bij deze weer bewezen is.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Inleiding tot de humorologie, Media, Politiek incorrect | 8 reacties

Mister Michel, Anderlecht en ‘de drang om altijd te winnen’ (desnoods via de scheidsrechter)

Op 25 april 1984 vond de voetbalmatch RSC Anderlecht-Nottingham Forest plaats, in de halve finale van de toenmalige UEFA-cup. Anderlecht had de heenmatch verloren met 2-0, maar in de terugwedstrijd te Brussel gebeurden er opmerkelijke dingen. Een doelpunt van de Engelse speler Paul Hart werd om onduidelijke reden afgekeurd, en al even verrassend kregen de Brusselaars een strafschop cadeau van de Spaanse scheidsrechter Guruceta Muro. Daardoor wonnen ze met 3-0 en gingen ze door in het tornooi. Niet alleen sportief van belang: voor zo’n club staan er miljoenen op het spel.

Onmiddellijk daarna gonsde het al van de geruchten en veronderstellingen rond een verkochte match, zonder hard bewijs. Tot gewezen Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock in een interview met Het Laatste Nieuws, begin september 1997 – dus 13 jaar later-, bekende dat hij aan scheidsrechter Muro na de wedstrijd het bedrag van één miljoen Belgische frank ‘als lening’ had overgemaakt. Dat zou via tussenpersonen Raymond De Deken, overleden in 1987, en een zekere Jean Elst zijn gebeurd. In zijn ‘Blunderboek van het Belgisch voetbal’ (1997) beweert journalist Frank Van Laeken dat ook Philippe Collin, een familielid van Vanden Stock en tot op vandaag secretaris-generaal van RSC Anderlecht, in de omkooptransactie was betrokken.

Dossier ‘verloren met de post’

Het moment waarop Anderlecht tegen Nottingham een strafschop cadeau krijgt

Het verhaal van de ‘lening’ wordt nog pikanter, als blijkt dat Vanden Stock heel die tijd zwijggeld had betaald aan een obscuur tweetal, namelijk genoemde Jean Elst en zijn kompaan René Van Aeken, die beweerden bewijsmateriaal te bezitten van de omkooptransactie, onder meer een cassettebandje met clandestien opgenomen gesprekken tussen de Anderlechtvoorzitter en diens rechterhand Michel Verschueren. Toen zoon Roger de fakkel overnam, wou papa Constant niet meer verder afdokken. Integendeel werd tegen het duo een klacht wegens chantage ingediend, waarna de zaak in de pers kwam.

Ondertussen wist iedereen dat die match tegen Nottingham ‘gefikst’ was, dat de kopstukken van Anderlecht daar actief in betrokken waren, met het vermoeden dat dit geen alleenstaand geval was maar veeleer een systeem.

Helaas was scheidsrechter Muro in 1987 al omgekomen in een verkeersongeval -ook over de omstandigheden daarvan bestaan speculaties- en kon die dus niets meer navertellen. Verschueren betwistte het bestaan en de inhoud van de cassettebandjes niet, maar beweerde dat die ‘geen juridische waarde’ hadden. Voorzitter van de Belgische Voetbalbond Michel d’Hooghe kreeg in 1992 allerlei bewijsstukken in handen van afperser Van Aeken, speelde die door aan zijn secretaris Alain Courtois -een Anderlechtpion in de Bond- … die ze ‘verloor’. ’t Is te zeggen, hij beweerde het bundel doorgestuurd te hebben naar het UEFA-hoofdkwartier in Genève, waar het nooit aankwam. Oeps.

Ondertussen wist iedereen dat die match tegen Nottingham ‘gefikst’ was, dat de kopstukken van Anderlecht daar actief in betrokken waren, met het vermoeden dat dit geen alleenstaand geval was maar veeleer een systeem. Na jaren sudderen veroordeelde de UEFA in 1997 de Brusselse club alsnog voor ‘moreel wangedrag’, gekoppeld aan een sanctie van het seizoen daarop niet Europees te mogen spelen, een beslissing die nadien nietig werd verklaard wegens procedurefouten.

Van Aeken en Elst werden door het gerecht aan de tand gevoeld en beweerden dat Anderlecht nog tal van andere wedstrijden had ‘gekocht’. Daar kwamen nooit harde bewijzen van op tafel, het bleef dus bij de bekentenis van Constant Vanden Stock. Tot in 2018 ook zijn opvolger manager Herman Van Holsbeeck in Operatie ‘Schone Handen’ opdook als een intimus van de louche makelaar Mogi Bayat. Idem overigens voor clubadviseur/advocaat Laurent Denis.

Slangenkuil

Ondertussen foetert VRT-journalist Filip Joos op ‘racistische’ supporters 

De omkoopaffaire van 1984 en de nasleep zijn uit het collectief geheugen van de Belgische sportjournalistiek verdwenen. Dat heeft veel te maken met de momenteel heilig verklaarde Michel Verschueren (RIP), van 1981 tot 2003 algemeen manager van RSC Anderlecht. Hij beschikte over een breed netwerk en had uitstekende contacten met de voetbalpers, die steevast ook een telefoontje mocht verwachten indien de gepubliceerde berichten niet aan zijn verwachtingen beantwoordden. ‘Hij had een drang om altijd te winnen’, lees ik in alle herdenkingsartikelen. In het licht van de omkoopaffaire een uitspraak met een speciale betekenis.

Michel Verscheuren is met andere woorden een sleutelfiguur in de normvervaging die het Belgische voetbal kenmerkt, waarbij een absolute omerta van de pers regel is. Door de verstrengeling tussen de topclubs en de Voetbalbond is deze laatste een slangenkuil in plaats van een regulerend coördinatieorgaan dat bij onregelmatigheden kan arbitreren. Tot op vandaag.

Dat de kleurrijke Mister Michel tussendoor ook homofobe uitspraken ventileerde, en stakers voor ‘luieriken’ uitschold (nota bene ten tijde van de Renaultsluiting in Vilvoorde, waar tal van zijn supporters werkzaam waren), kunnen we allemaal plaatsen in het recht op vrije meningsuiting. De kern van de zaak is echter dat het Belgische voetbal zo rot is als de Belgische politiek, en aan dezelfde ziekte lijdt: ons-kent-ons-mentaliteit, nepotisme, achterkamergedoe, belangenvermenging, en ook wel gewoon slecht bestuur. Niet te verbazen dat tot op vandaag clubs en spelers van een fiscaal gunstregime genieten.

Michel Verscheuren is met andere woorden een sleutelfiguur in de normvervaging die het Belgische voetbal kenmerkt, waarbij een absolute omerta van de pers regel is.

De zweem van corruptie die rond deze schaduwwereld hangt, komt niet via de media en sportjournalisten naar boven -die als satellieten rond de clubs hangen-, maar door mislukte deals, ontspoorde vriendschappen, tot en met opduikende spijtoptanten die hun hachje proberen te redden, zie Dejan Veljkovic in de Bayat-affaire. (Ex-)spelers, trainers, bestuursleden, scheidsrechters en sportjournalisten blijken allemaal in hetzelfde onfrisse bad te zitten.

Noteer dat in heel deze soap de voetballiefhebbers en supporters volstrekt quantité negligeable zijn. Zij moeten gewoon hun tickets en abonnement betalen, en zich vooral houden aan de anti-racismevoorschriften op en rond het veld, daar kijken sportjournalisten zoals VRT-verslaggever Filip Joos wél zorgvuldig op toe. De morele hypocrisie stijgt daarmee ten top. Van de doden niets dan goeds, maar toch: ergens mag een nagedachtenis compleet zijn. Bij deze.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Sport | 7 reacties

Queen-mania: tussen rouw en geregisseerde hysterie

Nadat Queen Elisabeth van Engeland op 96-jarige leeftijd haar laatste adem uitblies, voltrok zich een perfect voorbereid theater, een geheel van rituelen dat de Engelsen ‘traditie’ noemen, en zich over heel de aardbol voortplantte, als een obligate treurzang. Al decennia lagen de in memoriams wereldwijd in alle redactionele schuiven van kranten en weekbladen klaar voor dit grote gebeuren. Regelmatig werden ze bijgewerkt en aangevuld, ook met de petites histoires van de grote Windsorfamilie: dit is smullen voor de media, die op dit moment de normale industrie van de boekskens helemaal de hoek induwen.

Bombaste retoriek

Schrijver Chris De Stoop op de begrafenis van Koning Boudewijn

Alle wereldleiders, tot en met Vladimir Poetin, respecteren deze dans van de halfstokken, die haar apotheose zal krijgen in de begrafenisceremonie van volgende week, 19 september, nadat ze met de kist zowat heel het Verenigd Koninkrijk hebben afgedweild, met speciale aandacht voor het opstandige Schotland.

Dit gaat om mediageleide massahysterie, in een natie die geleidelijk aan evolueert naar de status van derdewereldland.

Maar wat betekent rouw eigenlijk in zo’n context? De condoléances en rouwregisters, het volk dat voor de camera de tranen de vrije loop laat, neen,  het is nog niet zoals in Noord-Korea, waar je een strafkamp invliegt als je niet hard genoeg weent bij het heengaan van de vereerde leider. Toch zijn er gelijkenissen: dit gaat om mediageleide massahysterie, in een natie die geleidelijk aan evolueert naar de status van derdewereldland. Want dàt zit er achter de façade van traditie en stoffig fatsoen: een distopische realiteit. Met een aan snel tempo proletariserende bevolking, openbare diensten die niet werken, een slecht verteerde Brexit, een leugenachtige paljas als premier die zich aan de macht vastklampte tot het zijn eigen partij te gortig werd, en Schotten die eruit willen stappen. Desondanks: heden alle Britten vereend in de onmetelijke droefheid.

Als republikein ben ik altijd enorm gefascineerd door dit soort collectieve erupties van rouwsentiment bij de dood van een monarch. De bombaste retoriek die daarmee gepaard gaat, leidt soms tot ronduit hilarische overdrijvingen, ook buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk. Op de VRT worden alle registers opengetrokken, nieuwslezers krijgen de krop in de keel, altijd met de onderliggende gedachte dat ook België een koninkrijk is en zich verwant voelt in het verdriet. Sinds de dood van Koning Boudewijn weten we dat ook hier hysterische taferelen kunnen uitbreken, die altijd worden teruggekoppeld naar patriottistische grootspraak rond solidariteit, verbondenheid, tous ensemble. Een vorst die de meubelen moet redden, in een land dat quasi niet functioneert en op uiteenvallen staat. Is er een verband tussen die grootspraak en het verval?

Infantilisme

Filip I neemt deel aan een Iftar

In De Standaard valt er een op zaterdagnacht geboren overpeinzing te lezen van Benno Barnard, die de queen als niets minder omschrijft dan ‘de belichaming van een formule die tijd en ruimte samenhoudt’. Hij vraagt zich af waarom haar dood ons zo ontroert. Sorry Benno, ik voel geen sikkepit ontroering, mis ik iets? Allicht, want mensen die ongevoelig blijven voor dit rouwmoment, zijn troosteloze psychopaten. Als ‘monaden’ zijn we namelijk aangewezen op dit door de hemel gezonden punt van licht en warmte dat de natie samenhoudt, zo niet dreigt de totale verkorzeling (‘De koningin symboliseerde het continuüm van de generaties en de cohesie tussen de monaden die wij zijn.’

Ook rond het tamelijk klunzig opererende Belgische staatshoofd wordt zorgvuldig een mythologie gecreëerd van Grote Verbinder in een multiculturele natie.

Wat betekent dat in Godsnaam, die ‘belichaming’ en dat ‘continuüm? Natuurlijk is de monarchie een mythe, maar geen onschuldige. De verbindingsretoriek rond de queen-mother suggereert een staatshoofd waarmee de onderdanen een infantiele band hebben, een relatie van psychische afhankelijkheid, waardoor het verlies quasi ondraaglijk wordt, maar ook therapeutisch werkt op het natiegevoel.

Dit infantilisme wordt ook bij ons zachtjes ingelepeld, als het gaat over de Belgische monarchie en de handelingen van Filip I. Niet van de ampleur van de queen-mother natuurlijk. Maar toch: ook rond het tamelijk klunzig opererende Belgische staatshoofd wordt zorgvuldig een mythologie gecreëerd van Grote Verbinder in een multiculturele natie. De weldaden van de migratie, de cohabitatie met een sympathieke islamgemeenschap, de verbondenheid met de Europese instellingen…: Filip straalt het allemaal uit en werpt zich op als propagandistisch icoon van het politieke status-quo. De monarchie is grotendeels ceremonieel, maar net dat maakt haar tot mythe van de bijenkoningin die boven het politieke gewoel staat.

Marie-Antoinette

Zou de queen haar nog gekend hebben?

In dat opzicht is de dood van de monarch een zegen en geeft hij een enorme boost aan vaderlandslievende gevoelens. In Freudiaanse zin zijn het restanten van infantiliteit: de burger wordt herleid tot een kind met kinderlijke emoties, die, vergeten we dat niet, voor het systeem handig zijn om kritische reflexen te dempen.

De rouw is het voorwerp van regie, mensen laten wenen is een kunst op zich. Tijdens een opera-opvoering van smartlapcomponist. En een beetje ceremoniemeester weet in een begrafenisrede altijd een traan te ontlokken, zelfs bij de uitvaart van de meest grimmige vrek waar we geen familie van zijn.

Monarchieën zijn niet alleen operette-achtige anachronismen, ze beletten een maatschappij ook om te groeien, zich op te werken tot een chemie van kritische individuen. 

Deze verwarring tussen sentiment en emotie, die overigens heel de entertainmentindustrie beheerst, pikken we van geen enkele politicus meer, waarom zouden we het tot staatsvorm verheffen. Juist: omdat mensen de alledaagse, grauwe realiteit van onbetaalbare gasfacturen willen ontvluchten. Monarchieën zijn niet alleen operette-achtige anachronismen, ze beletten een maatschappij ook om te groeien, zich op te werken tot een chemie van kritische individuen.

Daarom is de Res Publica het ideaalbeeld voor elke democratie. Frankrijk is en blijft een lichtend voorbeeld als het gaat over positieve emoties die rond het woord République hangen. In dat opzicht ben ik volstrekt gallofiel: relicten als Versailles, waar Marie-Antoinette ooit op suikerbergen skiede terwijl de bevolking verhongerde, hebben een functionele grandeur die stilzwijgend het monarchische verleden als ver-leden klasseert, voltooid verleden tijd of plus-que-parfait. De koningen zijn onthoofd, de burgermaatschappij is een feit, de paleizen werden musea. Dat er in Schotland hier en daar een awoert klinkt als de koninklijke lijkwagen passeert, is een voorbode van deze heilzame beeldenstorm.

Gezond conservatisme moet zich niet bezig houden met verkalkte symbolen of instituties, maar met waarden die duurzame ijkpunten vormen in een fluïde samenleving. Daarin staan -voor ondergetekende althans- verlichtingspioniers zoals Kant en Voltaire met stip bovenaan. Niet te vergeten Engelse filosofen als David Hume, John Locke en Adam Smith. Deze laatste was overigens een onvervalste Schot. Er beweegt wat onder de kilt, toch snel maar die kist terug naar Londen voor er ongelukken gebeuren. Freedom!

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Het politiek theater, Res publica | 50 reacties

Malgoverno: ziekte eindelijk officieel (h)erkend!

Maar medicatie voorlopig nog niet terugbetaald

Pas recent, nu mensen echt radeloos hun energiefacturen in de papiermand gooien, duikt in politieke debatten het woord malgoverno op, en verwijst men naar een periode van wanbeleid die zowat drie decennia bestrijkt: vanaf het aantreden van Verhofstadt en de uitverkoop van onze energiesector, over de kernuitstap-soap, tot de huidige malaise. Waarin we ook het Europese malgoverno niet mogen vergeten, – zie o.m. de koppeling van de elektriciteitsprijzen aan de stuiterende gasprijzen,- en het totaal gebrek aan vooruitziendheid op dat vlak in een door bureaucratie verlamde Toren van Babel.

Die shift onder de ‘opiniemakers’ is opmerkelijk. Ineens wordt ons dus tussen neus en lippen meegedeeld dat we al dertig jaar onder een Belgisch (en jammer genoeg ook Vlaams) wanbeleid leven, een regime van slechte bestuurders die zich in de institutionele doolhof van dit land kiplekker voelen. Door de particratie aangeleverde potentaten en potentaatjes, gedreven door een electoraal korte termijndenken, die de fouten van het verleden niet rechtzetten, maar ze integendeel deden uitwoekeren tot de situatie die we vandaag kennen.

Perfecte zondebok

Guy Verhofstadt | Basic BooksGuy Verhofstadt: grondlegger van het huidige malgoverno

Voorheen heb ik bij Wetstraatwatchers en politieke commentatoren, evenals de hoofdredacteurs van de mainstream media in hun editorialen, die ‘malgoverno’-vaststelling niet horen maken. Afgezien van vermakelijke coulissenverhalen als ‘De doodgravers van België’ (van de hiervoor door zijn collega’s verguisde Wouter Verschelden), en incidentele schandalen rond slechte rekenkunde of belangenvermenging, waagde geen enkele geaccrediteerde journalist het om te verklaren dat we al drie decennia onder een regime van onbekwamen leven. Dat zou hem allicht zijn job gekost hebben.

Met de coronacrisis als voorspel en generale repetitie, is de huidige energiecrisis een opportuniteit voor deze post-Verhofstadt-generatie van machthebbers om zich te kwijten: het is allemaal de schuld van Poetin.

Het woord ‘malgoverno’ is nu wel gevallen, maar de Vivaldiregering, in feite de exécuteur testamentaire van Verhofstadt en paarsgroen, laat er zich niet door ontmoedigen. Men heeft namelijk de perfecte zondebok gevonden. Met de coronacrisis als voorspel en generale repetitie, is de huidige energiecrisis een opportuniteit voor deze post-Verhofstadt-generatie van machthebbers om zich te kwijten: het is allemaal de schuld van Poetin.

Dertig jaar geklungel, gebakkelei rond een kernuitstap die slecht berekend bleek, oversubsidiëring van groenestroomproducenten ten koste van de modale burger, onvermogen om de Franse monopolist Suez/Engie in het gareel te laten lopen, hoopt men nu in de plooien van de geschiedenis weg te moffelen omdat een ex-KGB-er de gaskraan dichtdraait. En het houdt niet op. We vernemen zopas dat Engie, een van de bedrijven die fortuinen verdienen aan deze crisis (het cijfer van 9 miljard circuleert), dit jaar nog eens 600.000 euro Vlaamse overheidssubsidies binnenrijft voor een zonnepaneelpark. Mensen met een geëxplodeerde elektriciteitsfactuur zijn verbijsterd. Ook al slaat minister Zuhal Demir met de armen in de lucht, men kan dat bedrijf zelfs niets verwijten: het profiteert gewoon van gaten in een klungelig energiebeleid, voorbereid door een administratie van slaapwandelaars.

Tien moeilijke winters

Alexander De Croo: onze hoop in bange dagen

In deze context valt het woord ‘oorlogseconomie’, en worden we voorbereid op een grote inlevering van welvaart. Begin september maakte premier De Croo, in de voetsporen van o.m. de Franse president Macron, een enorme bocht die men historisch mag noemen: het eeuwige liberale optimisme (as a moral duty) moest plaats maken voor een boodschap van schaarste en ontbering: zomaar even tien moeilijke winters kwamen eraan.

Die aankondiging kwam er nadat heel de Wetstraat op zomervakantie was gegaan en het land had overgelaten aan reservisten die perplex de gasprijs zagen vertienvoudigen. Met dank aan de vrije markt die er een bleek van monopolies en speculanten.

Sorry mensen, het geld is op, de gaskraan dicht, trek nu maar een paar warme truien aan en bid de hemel om beterschap.

We noemen dit de Vastenavondswitch: de overgang van carnaval naar vasten, van euforische opbouw van staatsschuld en laat-maar-waaien-mentaliteit, naar crisismodus waarin soberheid wordt gepredikt. Sorry mensen, het geld is op, de gaskraan dicht, trek nu maar een paar warme truien aan en bid de hemel om beterschap. De energiecrisis is internationaal, treft vooral Europa, maar in tegenstelling tot de ons omringende landen is er in België gewoon geen geld, geen enkele financiële buffer om de hardste schokken op te vangen. De gewone man/vrouw staat met de billen bloot en zal afzien. Noorwegen, de enige Europese gasproducent, vindt het spijtig, houdt de woekerprijzen mee in stand, maar stuurt ons toch een container met Noorse sokken nadat premier De Croo er op bedeltocht ging. We zullen ze nodig hebben.

In dit discours van de verloren welvaart proberen zij die er mee verantwoordelijk voor zijn, zich nu te profileren als Churchills: sterke, standvastige leiders die het volk doorheen een tijd van beproevingen loodsen. Zo ziet ook Alexander De Croo zich helemaal: als een echo van Dehaene’s motto ‘De tocht is lang, de gids ervaren’. Of iets met donkere tunnels en licht aan het uiteinde.

Schuld en boete

Pieter Brueghel: de strijd tussen carnaval en vasten (1559)

Helaas gaat het licht uit, en worden tien koude, donkere winters voorspeld die als de Bijbelse zeven magere jaren een test vormen op onze burgerzin en uithoudingsvermogen. De Croo krijgt daarbij hulp vanuit de hoek waar soberheid en onthouding altijd het devies is geweest: de groenen. Hun ideologie is een variant van de christelijke leer die boetedoening als de weg naar verlossing aanbeveelt. Apocalyptische visioenen (de klimaatcatastrofe) moeten de angst erin houden en de versterving aanmoedigen. Handig voor de machthebbers: om revoltes te vermijden is het essentieel om mensen een schuldcomplex aan te praten. De begrafenis van de welvaartstaat wordt zo gelardeerd met een heel gamma van rituelen die ons zogezegd terug brengen naar het authentieke, Stoïcijnse, sobere leven. Staycation, geniet van de kleine dingen, geen vliegtuigreizen, gedaan met per auto naar de kust te bollen, tenzij uren bidden aan een laadpaal.

De begrafenis van de welvaartstaat wordt zo gelardeerd met een heel gamma van rituelen die ons zogezegd terug brengen naar het authentieke, Stoïcijnse, sobere leven.

De coronavoorschriften vormden al een algemene repetitie voor dit vastenregime. Ook toen werd bestuurlijk onvermogen gecompenseerd door de meest onmogelijke en absurde boeterituelen (niet op een bank in het park gaan zitten, naar adem snakken achter een mondmasker, toiletverbod als men een tuinfeest geeft, enz). Nu is de aankondiging van tien koude, donkere winters een nog veel grotere ingreep in het collectief bewustzijn: voor velen van ons is het goede leven gewoon voorbij. Om dat te accepteren moeten mensen echt schuld verinnerlijken: we hebben ‘op de poef’ geleefd, en nu komt de afrekening, in de hoop dat de hemel ons na tien jaar genade schenkt.

De pro-Oekraïne-campagnes (dampkappen en microgolfovens uit, om Poetin te pesten!) kunnen nu convergeren met de modale spaar-energie-acties en zelfs de klimaataanbevelingen: dikke trui en thermostaat lager. De ecologische schuld- en boeteretoriek die het blauwe optimisme heel de tijd schaduwde, kan nu helemaal door die falende bestuursklasse gerecupereerd worden. Zelfs al duiken de groenen straks onder de kiesdrempel, hun ideologie triomfeert.

Uiteraard speelt dit alles zich af met het doembeeld van 2024 aan de horizon, en het risico dat een complete generatie van kakistocraten naar huis wordt gestuurd. Net daarom denk ik dat het woord ‘malgoverno’ binnenkort weerom zal opgeborgen worden door de perslui en opiniemakers die de verzuring bestrijden, als zijnde populistisch, antipolitiek en stigmatiserend. Naast het n*-woordje dan misschien ook het verboden m*-woordje. Hoog tijd om er een boek over te schrijven.

Mijn nieuw boek ‘Kakistocratie – Pleidooi voor méér antipolitiek’  verschijnt in het najaar bij Doorbraak Uitgeverij.

Geplaatst in cacistocratie | 20 reacties