Is er leven na Charlie?

Parijs, januari 2020: 5-jarige herdenking van de aanslagen op de Charlie-redactie

Bedenkingen bij een open brief van de Franse media

Deze dagen wordt het proces gevoerd rond de aanslagen in Parijs en het Charlie-hoofdkwartier, januari 2015. Het blad drukte bij die gelegenheid de Mohammed-cartoons opnieuw af, wat een moslim-heethoofd weerom inspireerde tot het zwaaien met een kapmes. Genoeg aanleiding voor 100 Franse kranten, radio- en tv-zenders om in een open brief op te komen voor de vrije meningsuiting, tegen het religieus extremisme.

Dat is een mooi statement, als herinnering aan de #jesuisCharlie-kreet na de aanslagen. Maar er zijn woorden en er zijn daden, en we moeten ook door de morele hypocrisie durven heen lezen die achter zo’n open brief schuil gaat, of achter de herdenkingsmomenten met veel schoon volk. Frankrijk is een land waar de lekenstaat heilig is, en religiekritiek een absoluut recht. In theorie. Charlie Hebdo bekleedt sinds januari 2015 de status van held en martelaar, terwijl weinigen er zich rekenschap van geven dat de resterende redacteurs en cartoonisten als opgejaagd wild leven en in een bunker op een onbekend adres werken. De open brief heeft daarom iets weg van een lang gerokken staatsbegrafenis met veel schone toespraken en krokodillentranen. Maar hoe is de toestand nu echt in het opinielandschap?

Wees slim en zwijg

Mila Orioll (toen 16): ‘ze heeft het zelf gezocht’

Tegelijk met die martelaarscultus rond Charlie Hebdo speelt er zich iets anders af: om het vege lijf te redden houden tal van ‘gewone’ cartoonisten zich her en der gedeisd, en beslisten bepaalde media zelfs om met spotprenten te stoppen, speciaal als het over één bepaalde religie gaat.

Tevens moet men zich realiseren dat de journalistieke claim op persvrijheid niet hetzelfde is als de eis tot vrije meningsuiting voor elke burger. Voor deze laatste is geen heldenstatus weggelegd en verschijnen geen open brieven. En net om die man/vrouw te steunen schreef ik mijn boek ‘Politiek incorrect’.

We herinneren ons nog de zaak Mila, de Franse tiener die begin dit jaar op Instagram de avances van een moslim afwees, waarna die haar luidkeels van racisme beschuldigde. De discussie escaleerde, waarbij Mila verklaarde van godsdienst, en speciaal de islam, niets te moeten weten. Dat kwam haar op massa’s doodsbedreigingen te staan, ze diende een tijd onder te duiken en van school te veranderen.

Weinige perslui namen het toen onverbloemd op voor Mila: geen journaliste maar een jonge vrouw met een mening.

De zaak verdeelde Frankrijk in twee kampen, waarbij links, de feministen incluis (!) het eigenlijk meer voor de beledigde moslims opnamen dan voor de jonge lesbienne die onbeschaamd haar mening ventileerde. ‘We gaan een respectloze zestienjarige toch niet uitroepen als boegbeeld van de vrije meningsuiting?” liet onder meer de gewezen socialistische presidentskandidate Ségolène Royal optekenen. Ze plaatste zich daarbij op één lijn met Abdallah Zakri, voorzitter van de Franse moslim­executieve, die onomwonden verklaarde dat Mila het zelf gezocht had. Begrijp: wie moslims beledigt moet doodsbedreigingen accepteren.

Ik heb even in de Franse pers van toen gegrasduind: men liet in vrije tribunes wel beide kanten aan het woord, maar weinige perslui  namen het onverbloemd op voor Mila: geen journaliste maar een jonge vrouw met een mening. Geen grote verklaringen, geen open brieven. De Franse regering zelf blies warm en koud: president Macron verdedigde wel het recht op blasfemie, maar suggereerde ook dat het hier om een spijtige jeugdzonde ging van een minderjarige. Zijn minister van justitie Nicole Belloubet stelde dat Mila zelf in de fout was gegaan en schaarde zich dus eigenlijk achter hoger vernoemde Abdallah Zakri.

Noteer dat er een gerechtelijk onderzoek liep naar de doodsbedreigingen tegen de jonge lesbienne, maar ook naar mogelijke inbreuken die het meisje zou gepleegd hebben op de fameuze Avia-wet tegen haatberichten op het web. Het doet een belletje rinkelen: onlangs heeft EC-voorzitster Ursula von der Leyen een strijdplan aangekondigd tegen het racisme en de zogenaamde ‘haattaal.’ Men mag wel jonge vrouwen schofferen omwille van hun seksuele geaardheid, maar zeggen uit welke hoek dat komt staat gelijk met het beledigen van een religie.

Pen tegenover hakmes

Agressie van moslims jegens holebi’s is schering en inslag. Onlangs nog deed een lesbienne haar beklag omdat ze met haar vriendin door Gent liep, door ‘mannen’ achterna geroepen en uitgescholden werd voor vuile hoer. Het leverde een aantal persartikels op, maar nergens lezen we iets over welk soort ‘mannen’ hen belaagden. Ik vroeg het haar dan maar zelf, ze was makkelijk op facebook te vinden, en jawel: off the record wist ze te vertellen dat het zonder uitzondering om allochtone mannen ging, duidelijk van Noord-Afrikaanse afkomst. Dat soort censuur en zelfcensuur wordt nu in de hoogste EU-regionen gelegitimeerd als een campagne tegen racisme, terwijl we hier eigenlijk met islamitische homofobie te maken hebben.

Daarmee wordt eigenlijk opnieuw een ‘fond’ geschapen om de beruchte resolutie van Straatsburg uit 1975 op te frissen, waar Europa de islamisering toejuichte als een ‘waardevolle verrijking van onze cultuur’. Toen was dat om de Arabische oliesjeiks te paaien nadat die de kraan al een paar keer hadden dicht gedraaid. Maar vandaag blijkt hoe die opportunistische strategie is omgeslagen in een morele capitulatie en een grondige devaluatie van de verlichtingswaarden.

Dat brengt ons terug naar Charlie: het is een kwestie van tijd voor ook de helden van het Franse satirische magazine met de notie ‘haattaal’ zullen geconfronteerd worden, en met de sociologische realiteit dat de islam de normen van de democratie en de bandbreedte van de vrije meningsuiting bepaalt.

De zaak Mila was de echte testcase, en toont dat het begrip ‘haattaal’ vlot uitbreidbaar is naar religiekritiek en godslastering, waarop in islamitische landen de doodsstraf staat. In Nigeria waren ze nog mild, en werd een 13-jarige (!) jongen veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid omdat hij in een discussie met een leeftijdsgenoot ‘ongepaste taal’ zou hebben gebruikt over Allah. Sinds de moord op Theo Van Gogh in 2004 weten we dat zo’n uitlatingen ook hier niet onbestraft blijven.

Als men ons de mond dreigt te snoeren, moeten we op het gaspedaal van de vrije mening staan, niet op de rem.

Het leidt ons tot de politiek incorrecte conclusie dat er niet minder maar méér zogenaamde haattaal moet gebruikt worden, om de sluipende censuur te weerstaan. Sinds ayatollah Khomeiny in 1989 een fatwa uitsprak over schrijver Salman Rushdie, -het recht dus van elke moslim om hem te liquideren-, weten we dat alleen méér Duivelsverzen ons kunnen redden. Als men ons de mond dreigt te snoeren, moeten we op het gaspedaal van de vrije mening staan, niet op de rem. Provoceren en er zo nodig een schep boven op doen, de modus van Charlie Hebdo én het Aalsters carnaval dus.

Het klinkt niet gezellig, maar we leven niet in gezellige tijden. De vrije meningsuiting is niet zomaar een twitterspelletje, ze is dé essentie van het filosofisch liberalisme dat we van de Grieken geërfd hebben, en dat met de 18de eeuwse verlichting opnieuw werd geformuleerd. De media moeten hierin de kant van de burger kiezen en hun monopolistische claim op de free speech opgeven.

Zo niet blijft Charlie een schaamlap en verglijden we toch naar een lege persvrijheid van journalisten die aan zelfcensuur doen, en hun lezers aansporen om hetzelfde fatsoen aan de dag te leggen. ‘Soumission’ is daarvan de overtreffende trap.

‘Politiek incorrect’: bestel het boek hier en krijg het persoonlijk gesigneerd thuis bezorgd.

Geplaatst in Politiek incorrect

We hebben ons geen moment verveeld met den Donald…

…maar misschien heeft Amerika nu wel eens behoefte aan een saaie president

President Trump heeft het nu al een paar keer herhaald, het is dus geen slip of the tongue: alleen fraude zou de democraten de overwinning kunnen bezorgen, dus zal hij in dat geval de uitslag betwisten. Een uitspraak die behoorlijk wat dynamiet bevat, zo kennen we hem.

Formeel-juridisch kan hij niet zomaar een uitslag negeren en is het federale Hooggerechtshof de instantie die finaal dit soort knopen doorhakt. Maar vermits iedereen in de VS met een wapen rondloopt -speciaal de Trump-aanhangers-, is de kans niet denkbeeldig dat de opgezweepte achterban naar de wapens grijpt en men in een situatie van burgeroorlog verzeild geraakt.

Geboren provocateur

Dit horrorscenario zou van Donald Trump meteen een potentaat maken zoals we die in Turkije, Rusland en Wit-Rusland vinden: feitelijke dictaturen rond een sterke man die de democratie alleen als façade duldt. Misschien spiegelt hij zich wel aan dit soort figuren, maar één zaak staat na vier jaar Trumpbestuur vast: hij is nooit de president van alle Amerikanen geweest en had daar ook nooit de ambitie toe. Hij was enkel de president van zijn eigen kiezers, ongeveer de helft dus, de rest was anarchistisch uitschot, en dat illustreert een fundamenteel aspect van zijn eigen persoonlijkheid.

Per brief stemmen -courant in Amerika- staat volgens de president nu gelijk met fraude.

Trump is namelijk een cholerische natuur, een volksmenner die zich op de sociale media als een vis in het water voelt. Ik heb het dan niet enkel over hilarische invallen van het moment om javelwater te drinken tegen covid, of het advies aan zijn aanhang om twee keer te gaan stemmen, of de suggestie dat zijn opponent Joe Biden een drugsverslaafde seniel is, al zijn dat allemaal tekens van verregaande onbezonnenheid die achteraf door zijn medewerkers moeten goed gepraat worden als ‘grappig’, ‘badinerend’ of ‘hyperbolisch’.

Het punt is vooral dat de huidige VS-president al vier jaar de kunst van de polemiek bedrijft, eerder dan deze van het besturen.

Heel de nationale en internationale politieke strategie van de VS is getekend door de Trumpstijl, waar alle experts, van diplomaten over legergeneraals tot gezondheidexperten met verbijstering tegen aan kijken. Een communicatiestijl, niet gehinderd door veel feitenkennis, doordrenkt van overdrijvingen, zogenaamde grappen en chargerende sneren, die onvermijdelijk tot de conclusie leiden: deze man heeft zijn roeping gemist. Dat hij een uitmuntend zakenman is, moge blijken uit het feit dat hij als vastgoedmagnaat de republikeinse partij dubbel en dik laat betalen voor de huur van elke zaal of building, ook als hij daar zelf gaat spreken. Bij ons zou er over belangenvermenging en zelfbediening geprutteld worden, in Amerika is dat een bewijs van clever commercieel instinct. Tot daaraan toe.

Het punt is vooral dat de huidige VS-president al vier jaar de kunst van de polemiek bedrijft, eerder dan deze van het besturen. Donald Trump zou misschien een bevlogen columnist of cassant criticus zijn, maar als president deugt hij voor geen meter. Ik zeg dat met stellige zekerheid omdat ik mezelf een beetje herken in deze man. Je hebt mensen met managerskwaliteiten, en mensen met talent om aan de zijlijn te staan. Heel eerlijk: ik behoor tot de laatste categorie. Analyseren, fileren en kritiek leveren kan ik als geen ander, daarover is iedereen het eens, maar zet me niet aan het roer of het schip gaat naar de haaien. Zelfkennis is een schone deugd.

Theatralisering

Bart De Wever: ‘We maken ze kapot’

Anderzijds wordt het politiek universum meer dan ooit geteisterd door exhibitionisme en regelrecht narcisme, het drijft de gedegen bestuurder naar de achtergrond. Bestaan ze nog, de loodgieters en goede huisvaders met niet té veel charisma? Halen die nog stemmen? Ik vrees ervoor. We gaan hier nu niet weer over Adolf Hitler beginnen, en diens gemiste roeping van acteur. Toch hebben de media een groot aandeel in de theatralisering van de politiek, ook bij ons, waar het steeds weer gaat om poses, nummertjes, straffe uitspraken, en bijna kinderachtige pesterijen. De pers geniet ervan, het is haar reden van bestaan, en breng die circussfeer over op het publiek. Terwijl er onderhuids iets anders gaande is: apolitisme en dégout van dat vertoon.

In dat opzicht vind ik ook de recente uitspraken van Bart De Wever tamelijk bedenkelijk, daar waar hij aankondigt hoe hij oppositie zal voeren: ‘We maken ze kapot’, daarbij een schilderachtige uitdrukking gebruikend over ‘op de knieën, de mond opendoen en slikken’ wat de liberale concullega’s betreft. Ook dat is iets wat een columnist hoort te schrijven, maar wat uit de mond van een beleidspoliticus zuur en rancuneus klinkt. Zonder de minste liefde voor Vivaldi -wiens Vier Seizoenen al lang kapot gespeeld zijn- en hopend op nieuwe verkiezingen, vind ik wel dat ook iemand als De Wever de politieke logica moet respecteren. Hij is aan zet geweest, ruim zelfs, maar doe geen Trumpke als je gepasseerd wordt.

Bestaan ze nog, de loodgieters en goede huisvaders met niet té veel charisma?

De polarisatie die we nu meemaken in de VS is, laat ons eerlijk zijn, vooral de verdienste van Donald Trump zelf. Ik wil hier het woord ‘verbondenheid’ niét laten vallen: een staatsman moet niet verbinden, de politieke tegenstellingen mogen en moeten blijven bestaan. En het is de taak van columnisten en critici om die tegenstellingen in de verf te zetten.

Tegelijk echter vereist het democratische fatsoen -nooit gedacht dat ik dit woord nog eens zou gebruiken- dat beleidsmakers na de verkiezingen de campagnemodus opbergen en tot de orde van de dag overgaan om te doen waarvoor ze verkozen zijn: een ploeg vormen en beleid maken. In het algemeen belang, voor de res publica, niet alleen voor de eigen achterban. Dat nogal wat Vlaams-nationalisten Trump adoreren vind ik vreemd, gezien diens talent om de natie vooral te verdelen en het America First sentiment te versmallen tot een motto dat vooral aanhangers van white supremacy kan bekoren. Sorry, die zwarten zijn daar wel, al 400 jaar, en het zijn even goed staatsburgers. De Amerikaanse natie, puur op migratie (én op de import van Afrikaanse slaven) gebouwd, zal multiraciaal zijn, of niet zijn.

Het is welletjes geweest na vier jaar Trump-show. Ik heb hem in zijn campagne en het begin van zijn ambtstermijn veel krediet gegeven, als antipode van de politieke correctheid, maar het politieke podium vraagt nu om iemand anders dan een clown of een provocateur, anders gaat die natie gewoon naar de haaien. We hebben ons geen moment verveeld, maar Amerika moet tot rust komen en heeft misschien wel eens een saaie president nodig die de gemoederen kalmeert.

En voor u boze reacties post: ik lees dat barones Mia Doornaert vandaag onder de titel Kan het wat rustiger, please?’ in De Standaard krek hetzelfde zegt. Met dit icoon van Vlaams-conservatief-rechts aan mijn zijde wordt het toch nog een aangename herfstdag.

 

Geplaatst in Het politiek theater

De ‘progressieve gedachte’ en de ontlezing

Over de wortels van het (niet meer zo) nieuwe analfabetisme

Leerlingen van een Hasselts atheneum krijgen TV-figuur Tom Waes op bezoek (VRT)

Regelmatig heb ik het met mijn uitgever Karl Drabbe over de aard van mijn leespubliek. Wie zijn ze? Oudere, rechtshangende witte mannen naar het schijnt. De kans dat ik eens voor een jong negerinnetje mag signeren, is jammer genoeg inderdaad klein. Los daarvan blijft het intrigerend dat de jeugd niet meer met zinnen overweg kan die langer zijn dan vijf woorden. Een veeg teken voor schrijver dezes. Oeps zelfs voorgaande zin heeft er al zes. – We moeten de jongeren proberen te bereiken met filmpjes, Johan’. ‘- Ja, Karl, maar ik zou ze nog liever terug leren lezen.’

Onder-wijs

Leesvaardigheid keldert het meest, de rest volgt

Als vader van een 17-jarige puber heb ik wel wat voeling met deze generatie, en de afkeer van teksten blijkt tamelijk groot. Dat hebben we in de eerste plaats, hoe kan het anders, aan het lamentabele niveau van het onderwijs te danken, het universum van de invulboeken waar lees- en schrijfvaardigheid er niet meer toe doen.

De neergang van dat onderwijs, en de oorzaken ervan, is een oud zeer dat ik in mijn boek over Mei ’68 (De Langste Mars) al heb behandeld. De revolutionaire idee dat iedereen zomaar recht had op een diploma, heeft de lat alsmaar lager doen leggen, waarbij zich een neerwaartse spiraal voltrok van zeer middelmatig opgeleide studenten die als leerkracht voor de klas komen en een nog middelmatigere generatie naar de unief sturen. Waar middelmatige docenten de nivellering naar onder verder bewerkstelligen. En waar studeren toch vooral gericht is op zuip- en braspartijen. Ook dat beeld moet iemand misschien eens bijstellen.

Helaas, het onderwijs lijkt deze tanker richting het analfabetisme niet te kunnen of willen keren.

Af en toe sturen pedagogen alarmsignalen uit over het leesniveau van middelbare scholieren. Helaas, het onderwijs lijkt deze tanker richting het analfabetisme niet te kunnen of willen keren. De absolute hegemonie van het internet bevordert ook al niet de leescultuur, hoewel op zich het web voldoende tekstmateriaal aanbiedt, tot en met de verzamelde werken van Shakespeare. Maar het relletje tussen de Youtuber Acid -die eigenlijk gewoon Nathan Vandergunst heet en in Blankenberge bij zijn moeder woont- en een concurrerend koppel van influencers, toont waar de generatie Z mee bezig is: met filmpjes die hoogstens een halve minuut duren en over niets gaan.

Verloren generatie

Nathan Vandergunst alias Acid

Vandergunst werd op zijn 17de van school gestuurd wegens baldadigheden en is hét rolmodel voor zijn generatie, kan je nagaan. Nochtans geen domme jongen, naar het schijnt zelfs een latinist, maar behept met een politiek incorrect instinct en een flinke dosis sarcasme. Dat moet op een bepaald moment gebotst hebben. Zou Friedrich Nietzsche als 17-jarige vandaag ook een soort Acid geweest zijn, een gabber die zijn 400.000 volgers dagelijks vergast op een Youtubegrap en voor de rest geen reet uitricht?

Tegelijk vraag ik me af wat het zou geven mocht zo’n belhamel zijn tanden eens kunnen zetten in iets dat enige substantie heeft. Iemand zou Youtuber Acid eens de complete werken van Nietzsche cadeau moeten doen. Wie weet… misschien brengt het niets teweeg, heel misschien ontploft het. Andermaal helaas: het onderwijs is onder-wijs geworden. We maken hier verloren generaties aan de lopende band, de jeugd verveelt zich te pletter. Bestaan ze nog, de gepassioneerde leerkrachten die begeesteren?

Iemand zou Youtuber Acid eens de complete werken van Nietzsche cadeau moeten doen. Wie weet…

Dat brengt ons op de volgende oorzaak van de ontlezing: na de ‘democratische’ nivellering van het onderwijs, verplichtte het multiculturele discours in Vlaanderen tot een verdere afbouw van het taalniveau. Migrantengezinnen waar Nederlands niét de thuistaal is -in Antwerpen de helft van de basisschoolkinderen- doen goed menende leerkrachten berusten in een zogenaamde ‘diversiteit’ die elke taalkundige verfijning onmogelijk maakt. Vijf woorden tussentaal, en hup, we zijn vertrokken. Met de regelmaat van de klok debiteert topvrouw van het gemeenschapsonderwijs Raymonda Verdyck uitspraken waar mijn haren van ten berge rijzen. Het was ook haar idee om de klas op te delen in taalgroepen, waarbij het Nederlands hooguit nog een ondersteunende functie zou krijgen.

Opvoeden tot onmondigheid

Raymonda Verdyck, topvrouw Gemeenschapsonderwijs

Dat soort progressieve waanideeën, die Verdyck met haar SP.a-lidkaart over het officieel onderwijs strooit, maakt dat het omgaan met teksten, naast de algemene verbale vaardigheid, een ondergeschikte rol krijgt in de onderwijscultuur. Het is nu eenmaal gemakkelijker om een Afghaans kind te leren rekenen dan een spreekbeurt in het Nederlands te laten geven. Finaal zullen ook de Nederlandstalige kinderen deze wet van de nivellering ondergaan en brengen we dus generaties groot voor wie het lezen van een krant een onmogelijke opgave is, laat staan een boek, of het schrijven van een tekst.

Ik leg de nadruk op dat schrijven, omdat ik weet hoezeer die vaardigheid van jongs af verbonden is met het vermogen om de wereld rond je te doorgronden, te begrijpen én er kritisch afstand van te nemen. Al was het maar het bijhouden van een dagboek of een blog, of eens reageren op een Facebookpost: tekstueel bezig zijn, zinnen op papier (of op het scherm) zetten, is de wereld reconstrueren en er als individu je plaats in zoeken. De implosie van de taal in het onderwijs betekent noch min noch meer het einde van het kritisch denken.

Mensen die niet nadenken zijn makkelijk manipuleerbaar en sterker afhankelijk van groepsimpulsen.

Waarbij ik me altijd weer afvraag in hoeverre deze ontwikkeling niet bewust wordt aangestuurd. Mensen die niet nadenken zijn makkelijk manipuleerbaar en sterker afhankelijk van groepsimpulsen. In de jaren ’30 waren het de nazi’s die boekverbrandingen organiseerden, vandaag is het de linkse woke-cultuur die eigenzinnige schrijvers verbant en de intellectuele bandbreedte versmalt.

Neem nu het geval Jef Geeraerts. Recent in ongenade gevallen als seksist en racist, hoewel niemand betwijfelt dat de vierdelige Gangreen-cyclus een meesterwerk is. Hij wordt nu gecontesteerd door een gezelschap van zwarte vrouwen, Dalilla Hermans voorop, waarvan ik hoop dat ze nooit een literair substituut voor Geeraerts zullen vormen. Want dat is namelijk ook verbloemd analfabetisme: echte literatuur schrappen en vervangen door politiek correct geblaat van derderangscolumnisten.

Morele inquisitie

Jef Geeraerts (1930-2015)

Het is niet verboden om Geeraerts in een context te plaatsen, zelfs niet om hem een seksist of racist te vinden, of er een helse kritiek op te leveren. De schrijver zou het wellicht zelfs aardig gevonden hebben, men brandmerkte hem bij leven en welzijn al als een pornograaf. Maar hem ‘cancelen’ is iets anders: de nieuwe boekenverbranders bevinden zich aan de linkerzijde en sturen aan op een globale tekstuele degradatie, een afkeer van al wat zich literair en filosofisch boven het maaiveld verheft, als een elitair, fout discours van geprivilegieerden.

Anders gezegd: de kruistocht van de wokes tegenover bepaalde auteurs is het morele alibi van het nieuwe analfabetisme. Wat brengen ze in de plaats? De grote leegte. Het is zelfs niet gericht naar een andere, alternatieve literatuur, een tegencultuur, maar op geen literatuur. Het is de verloren strijd van het lezen tegen het ontlezen, de drang om zelfstandig te begrijpen tegenover de massacultuur.

De nieuwe boekenverbranders bevinden zich aan de linkerzijde

Dat het zogenaamde progressieve denken de motor is van de achteruitgang, is een van de raadsels van de moderniteit. Het zijn de rode, groene en blauwe profeten van de vooruitgang die de nivellering propageren, zie ons Raymonda. Mogelijk ligt de oplossing in kleinere kwaliteitskernen, groepen en subculturen die de ontlezing tegengaan, los van het reguliere schoolverband, misschien zelfs in de vorm van privé- en thuisonderwijs. Ook hier kan corona een opportuniteit zijn: meer thuis, terug meer opvoeding op kleinschalig en familiaal niveau.

Ziezo, heb ik me eens goed laten gaan als schrijver van een afstervend publiek, ik hoor er net weer eentje omver vallen. Gelukkig met een exemplaar van Politiek incorrect in de hand. Geen beter ticket op de hel mogelijk.

Geplaatst in Lezen en ontlezen

De haattaal van Ursula

Een historische speech die krijtlijnen uitzet

Op 16 september hield de voorzitster van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, haar jaarlijkse State of the Union in het Europees Parlement. Het was, naar traditie, een toespraak met veel vrome voornemens, wollige gemeenplaatsen en ook wel wat wishful thinking. Zo stelde ze dat de huidige coronapandemie het publieke vertrouwen in de Unie heeft vergroot. Dat zal wel. Europa stond nergens in de covid-aanpak en heeft op geen enkel ogenblik enige blijk van doortastendheid en coördinatievermogen gegeven. Niemand ligt er zelfs wakker van.

De EU is namelijk een praatbarak vol overbetaalde bureaucraten die binnen een bubbel van de arrogantie en de eigenwaan vooral betutteling en reguleringsdrift uitstralen. Het uitspuien van wetten, wetjes en regels is het kénmerk van macht zonder draagvlak, een euvel dat we ook waarnemen in het Belgische bestel. Af en toe gaat deze bemoeizucht over in moraliserende grootspraak rond humanisme, democratie en tolerantie, weer bedoeld als mistgordijn om deze toren van Babylon enige natuurlijke legitimiteit te geven.

Verboden te beledigen

Zo viel vooral de uitlating van Ursula op tegen het racisme. Ze gaat met name de hate speech aanpakken en een heuse antiracismecoördinator aanstellen. Wat ze daarmee concreet bedoelt is niet duidelijk, maar het klinkt als een instantie à la UNIA die zich met meningen en opinies bezig houdt en deze aftoetst aan een soort protocol. Ik weet niet of iemand in het Europees Parlement een belletje heeft horen rinkelen, maar het gaat hier wel degelijk om een aanzet tot het installeren van een censuurapparaat.

‘Haattaal’ is namelijk een begrip waarmee men alle kanten uit kan. Ze is te vinden in krachttermen zoals voil janet (zie verder) en West-Vlaams varken, maar eigenlijk kan men ook vormen van gechargeerde polemiek daartoe rekenen, bijtende kritiek of sarcastische uitvallen, scherpe cartoons à la Charlie die ‘kwetsen’, en uiteraard de Twittertaal die de voortzetting is van de toogdiscussies.

Het gaat hier wel degelijk om een aanzet tot het installeren van een censuurapparaat.

Toevallig haalde mijn uitgever Karl Drabbe op de boekvoorstelling van politiek incorrect Sebastian Haffner aan die in 1967 al ‘de columnist’ omschreef als een dwarsliggende provocateur met een voorliefde voor ongemakkelijke waarheden, ‘in een republiek die niets heeft aan slappelingen.’ Ik voel me vereerd dat hij deze zinsnede op mij van toepassing acht, maar laten we wel wezen: in de schaduwrepubliek van Ursula is er nauwelijks nog plaats voor ongenadig filerende cartoonisten en columnisten die de tegenstellingen op scherp zetten.

Finaal kom je, als je kritiek levert op fenomenen en instanties, ook bij mensen uit, soms mensen met lange tenen en enige macht. Het verbod op ‘beledigingen’ eindigt in een uitdrijving van kritische stemmen. Dat de mainstream media en bijvoorbeeld onze VRT voluit meewerken aan deze versmalling van de bandbreedte van de vrije mening, behoort tot de perversiteit van onze quasi-democratie die ik blijf aan de kaak stellen.

Het ‘onmenselijke’ Aalst

Racisme is daarbij het sleutelwoord: elke kritiek op het opengrenzenbeleid, de multiculturele ideologie en zeker de islam kan onder de noemer ‘racisme’ geplaatst worden. Ik heb het daar uitgebreid over in mijn boek ‘Politiek incorrect’.

Onder het mom van minderheden in bescherming te nemen, worden bepaalde problemen als onbespreekbaar gedeclasseerd. In het spoor van de woke-hysterie lijkt nu ook de EU-top doordrongen van het idee dat ze haar eigen macht maar kan handhaven door de vrije meningsuiting te ‘reguleren’. De anti-racismewetten zijn dan ook primair niet bedoeld om reële onrechtvaardigheid en discriminatie te beteugelen of te voorkomen, maar wel om bepaalde meningen als opiniedelicten te diskwalificeren.

Dat is een vrijgeleide tot complete willekeur. Elke oprisping van volksnationalisme -het Catalaanse of Vlaamse bijvoorbeeld- kan dan als hate speech betitteld worden. Alleen al door je af te zetten tegen een superstructuur en grenzen te stellen, ben je eigenlijk met ‘hatelijk’ gedrag bezig. Wat de Spaanse staat bijvoorbeeld het recht geeft om Catalaanse autonomisten als criminelen op te sluiten, in naam van de democratie en de tolerantie.

De toespraak van Ursula is zelf een staaltje van wollig verpakte, ‘ontmenselijkende’ haattaal.

Dat brengt ons tot de uitsmijter van von der Leyens toespraak: het nogmaals kapittelen van het Aalsters carnaval, als een voorbeeld van ontmenselijking. Uiteraard doelde ze op de fameuze paradewagen van de vismooi’len en de Joodse karikaturen, die Aalst het label van werelderfgoed hebben gekost. Of juister, neen: Aalst bedankte zelf voor de eer en deed er in de daarop volgende editie nog een schep bovenop.

Deze clash tussen lokale traditie en bovenlokale censuur zet de absurditeit van heel het EU-verhaal op scherp. Want door mensen het recht te ontnemen, hun identiteit te beleven in feesten en rituelen, doet Ursula het omgekeerde van wat ze voorwendt, zogezegd de diversiteit aanmoedigen. In Aalst worden geen haatpreken ten beste gegeven zoals in bepaalde moskeeën te lande, maar niettemin behoort de Aalsterse carnavalist tot een minderwaardige mensensoort die niet thuishoort in de beschaafde wereld en die dringend de mond moet worden gesnoerd. Echte barbaarse Untermenschen zijn het. Nog bondiger gezegd: de toespraak van Ursula is zelf een staaltje van wollig verpakte, ‘ontmenselijkende’ haattaal.

Verboden te lachen

Zo vinden de Verenigde Naties, de Europese Unie en het Belgische niveau elkaar terug rond één ambitie om politiek incorrecte belevingen van identiteit drastisch te beteugelen en het discours te stroomlijnen. De vrijheid van mening wordt even problematisch als bijvoorbeeld het privacygegeven. Het belet Ursula niet om in haar speech het omgekeerde te zetten: ‘…Omdat jezelf zijn geen ideologie is. Het is je identiteit. En die kan niemand je ooit afpakken. Hoe ze dat pleidooi voor identiteitsbeleving rijmt met de fatwa over het Aalsters carnaval, een journalist moet haar maar eens de vraag stellen. Orwelliaanse omkeringen van de logica zijn schering en inslag in dat soort machtsretoriek.

Er is in Europa maar één religie die de lach als het gat van Satan heeft herkend, en die wordt op haar wenken bediend.

Tenslotte is, zowel wat Aalst als wat Charlie betreft, het beteugelen van de humor en de lach een veeg teken. Het is de aanloop naar een totalitaire controlestaat. Noteer wat Zineb El Rhazoui, de Frans-Marokkaanse journaliste die als bij toeval aan de dodelijke Charlie-raid ontsnapte, liet optekenen: ‘Het recht om met iets of iemand te lachen, markeert meteen ook de scheidingslijn tussen een beschaafde of een barbaarse samenleving.’ Ursula von der Leyen blijkt met haar kruistocht tegen de zogenaamde haattaal ook de oorlog verklaard te hebben aan grappenmakers en Uilenspiegels, en dat is noch min noch meer een voorbode van het postmoderne fascisme waarmee, horresco referens, één bepaalde religieuze ideologie zich kiplekker voelt. Er is in Europa maar één religie die de lach als het gat van Satan heeft herkend, en die wordt op haar wenken bediend.

Reden te meer dus om te volharden in de boosheid, zoals de carnavalisten. Een ban of een morele veroordeling nemen we er graag bij. Des te sneller komt het exit in zicht.

‘Politiek incorrect’: Bestel hier het boek en krijg het thuis geleverd, persoonlijk gesigneerd!

Geplaatst in Multicul

‘Politiek incorrect’: online boekvoorstelling 16/9

Aandacht, laat alles even vallen!
Vandaag, woensdag 16 september 20h kan u naar Terzake kijken en u weer ergeren aan la Cools, ofwel de digitale voorstelling van mijn boek ‘Politiek incorrect’ meemaken. De keuze is snel gemaakt, me dunkt.
De Nederlandse filosoof/jurist Paul Cliteur is te gast. Hij las het boek en geeft zijn indrukken, waarna we in gesprek gaan. Pieter Bauwens en Karl Drabbe van Doorbraak fungeren als sidekicks en eventuele stoorzenders.
Carnaval Aalst, 9/11 en Corona zijn de grote ankerpunten.
Te volgen dus op PC, smartphone, tablet, alles wat een internetconnectie heeft. Ik hoop in betere tijden deze presentatie terug in levende lijve te kunnen brengen, maar in afwachting moet het zo maar.
Bestel snel het boek en krijg het thuis bezorgd, persoonlijk gesigneerd.
Tot straks!
Geplaatst in Geen categorie

Stan Van Samang laat wat zien

Olala, tien BV’s die letterlijk in hun blootje staan op de sociale media. Pikante foto’s doen de ronde waarin o.m. zanger/acteur Stan Van Samang, radiopresentator Peter Van de Veire en zanger Sean Dhondt uitgebreid masturberen, iets dat ze dus ook filmden en met elkaar deelden. Daar moet iets misgelopen zijn, wegens een ruzie, een kwade partner die er lucht van kreeg, wie zal het zeggen.
 
Het leverde een strafklacht tegen onbekenden op vanwege Stan Van Samang en een pathetische verklaring van Peter Van de Veire. De media beslisten eerst eendrachtig om niets over deze zaak te berichten, ook al omdat er van andere BV’s én hun advocaten signalen kwamen die aan duidelijkheid niets te wensen overlieten. Alleen het satirisch webkrantje ’t Scheldt, dat de foto’s in de mailbox gekregen had, bracht een en ander uit en werd vervolgens bij kortgeding verplicht om het (geblurde) beeldmateriaal weer te verwijderen.
Ik wil hier de moraalridder niet uithangen en een oordeel uitspreken over andermans hobby’s zolang het op vrijwillige basis gebeurt en er geen minderjarigen mee gemoeid zijn. En het is niet netjes om die beelden te lekken op de sociale media, duidelijk bij wijze van afrekening.
 
Toch blijft het amusante idee hangen van een stel Vlaamse showbizzers die zich in clubverband masturberen én dat voor het nageslacht bewaren. Ik probeer me met het grootst mogelijke inlevingsvermogen de kick voor te stellen, helaas, mijn seksleven is daarvoor niet opwindend genoeg.
Heel terzijde stel ik me ook de ongemakkelijke vraag hoe die exploten in de respectievelijke huishoudens worden onthaald, en hoe een en ander te rijmen valt met hun afgestofte mediaverschijning. Noteer dat genoemde Sean Dhondt in een VTM-programma opdraafde als verpleger in een kinderrevalidatiecentrum, en dat Peter Van de Veire bekend werd als presentator van de VRT-jeugdzender Ketnet.
 
Los van de heisa zegt dit dus wel degelijk iets over een milieu waar verveling en opwinding dicht bij elkaar liggen, vermoedelijk ook met de nodige dosis cocaïne, en waar seks iets anders betekent dan intimiteit tussen twee mensen. Dat mag, moet kunnen, alleen hebben die BV’s, die voor de rest uit de ‘boekskens’ niet weg te slaan zijn en letterlijk leven van sensatie, niet altijd in de hand wat er precies in de openbaarheid komt.
Ach, misschien is die aftrekclub toch ook een metafoor van een milieu waarin veel onder elkaar geregeld wordt en het exhibitionisme sowieso de norm is. In het verleden ging diezelfde Stan Van Samang overigens onder het motto ‘Laat wat zien’ publiek uit de kleren voor een goed doel, in de veronderstelling dat mensen dat ook interessant vinden.
 
De verontwaardiging van Child Focus-woordvoerster Heidi De Pauw begrijp ik niet goed, want bij mijn weten zijn Van Samang en C° geen kinderen die bescherming nodig hebben. Ja, kinderen kunnen die beelden zien, en met een simpele klik nog veel straffere porno, gewoon op het internet.
Met de post-factum uitspraken van deze BV’s gaan dan ook een paar ronduit schandalige verdraaiingen gepaard. De modale Vlaming -hun publiek dus-, die deze beelden in zijn virtuele bus krijgt en bekijkt, wordt zonder meer als een voyeur en crimineel weggezet, terwijl de heren zelf gewoon in de fout gingen. De gevaren van sexting onder tieners worden er bij gesleurd om zich een slachtofferstatus toe te eigenen, terwijl het hier helemaal niet om tieners gaat maar om volwassen mensen, weliswaar met een groot ego en een evenredig ondermaats IQ.  
 
De tussenkomst van Vlaams mediaminister Benjamin Dalle (‘Dit kan u of mij ook overkomen’… echt?) maakt het helemaal grotesk, want daarmee wordt het aftrekfeestje van een stel BV’s een staatszaak, terwijl de Vlaamse regering toch wel andere katten te geselen heeft.
 
Conclusie: Stan, Peter en Sean hebben zich als grootheden van de Vlaamse vermaakindustrie nog eens helemaal kunnen waarmaken. In deze droeve tijden een verdienste van formaat, laten we hen daarvoor ook met het gepaste applaus bedanken.

Geplaatst in Media

In de piepzak, of het verdriet van een systeempartij

Bart De Wever in ‘De Zevende Dag’, 6/9/2020

Het kaakslagflamingantisme heruitgevonden

Afgelopen zondag pakte N-VA-voorzitter Bart De Wever op VRT/ De Zevende Dag uit met een indrukwekkend staaltje ouderwets kaakslagflamingantisme, nadat zijn partij uit de onderhandelingen over een federale regering was gemanoeuvreerd. De woordkeuze loog er niet om: het spreekwoordelijke mes priemde in de rug, we ‘zitten in de piepzak’, en Open-VLD-voorzitter Egbert Lachaert is anderzijds een verrader die uit de hand van zijn Franstalige tegenhanger Georges-Louis Bouchez eet. We zijn gejost, beste mensen, gechareld, opvallend hoeveel uitdrukkingen het Vlaams kent voor ‘bedot worden’. Het Vlaams Belang wordt anderzijds als een antisysteempartij weggezet, gedoemd om voor eeuwig in het cordon te blijven, nutteloos dus ervoor te stemmen.

‘Antipolitiek’

Tom Van Grieken: terug de woestijn in

Sta me toe daar een paar vraagtekens bij te plaatsen. Ik dacht dat Bart De Wever de stemmen van N-VA en VB al een paar keer had samengeteld, om te constateren dat Vlaanderen evolueert naar een Vlaams-nationalistische meerderheid, wat een reëel breekpunt zou betekenen en mogelijk een institutionele aardverschuiving. In die combine eiste hij als voorzitter van de grootste partij het leiderschap op, wat nu concreet gestalte kan krijgen gezien ze samen oppositie zullen voeren indien het snode Lachaert-plan werkt. Maar dat schijnt nu toch weer niet de bedoeling te zijn: vergeet 2024, het VB moet in het verdomhoekje blijven, en wordt weggezet als exponent van de antipolitiek.

Een systeempartij is gedoemd om ook de logica en de spelregels van het systeem aanvaarden

De inconsistentie ligt nog dieper. Als Bart De Wever niet door het leven wil gaan als voorzitter van een antisysteempartij, dan betekent het dat hij zich aan de zijde van het systeem schaart, in casu de Belgische constructie, of heb ik dat verkeerd verstaan. Dat is een conservatieve ingesteldheid die helemaal samenvalt met het anti-revolutionaire wereldbeeld van de N-VA-voorzitter. Een systeempartij is echter gedoemd om ook de logica en de spelregels van het systeem aanvaarden. Tot nader order zeggen die regels gewoon dat 76 federale parlementsleden een meerderheid uitmaken, Franstalig of Nederlandstalig, links of rechts, dat doet er niet toe. Binnen de regering moet er wel wettelijk wel een pariteit zijn, een taalkundig evenwicht, de premier uitgezonderd. Klaar als een klontje.

Zeuren over een ideologisch onevenwicht heeft dus weinig zin. Vlaanderen heeft rechts en Vlaams gestemd, dat klopt. Maar dat was wel in federale verkiezingen binnen een land dat nog altijd staatkundig een eenheid vormt. Op een of andere manier is de N-VA uit de boot gevallen, ondanks het strategisch genie van de voorzitter, en koos iedereen eieren voor zijn geld, netjes in overeenstemming met zijn electoraal gewicht. Sorry, dat is politiek, en het heet zelfs democratie.

Vlexit

De piepzak of ‘pijpzak’ is een Vlaamse doedelzak. Hem bespelen is moeilijk, erin zitten hachelijk (A. Dürer)

De keuze stelt zich dan ook systemisch en institutioneel: ofwel splitsen we dit land, ofwel blijft er een via verkiezingen bepaalde Belgische regering met een aantal bevoegdheden, een koninklijk staatshoofd incluis. Het heikele punt is, dat er nauwelijks nog een federale regering op de been kan gebracht worden, maar dat het politiek establishment (waartoe ik het Vlaams Belang vooralsnog niet reken) dat federale niveau niet wil afschaffen, vermoedelijk ook omdat daar heel wat postjes aan vasthangen.

Het Calimerodiscours van De Wever, met de piepzak als attribuut,  komt voort uit die dubbelzinnigheid. Er wordt aan Vlaams-nationalistische kant aan symboolpolitiek gedaan (zoals het voortdurend beknibbelen op de koninklijke dotaties, de afschaffing van de senaat die al een eeuwigheid op tafel ligt, en het pruttelen over Noord-Zuid-transfers) maar wie wil nu eigenlijk de federale Belgische staat opdoeken? Ik bedoel: een echte boedelscheiding ofte Vlexit in gang zetten, of minstens bespreekbaar maken? Er wordt integendeel nog maar eens een staatshervorming in het vooruitzicht gesteld, een discussie over punten en komma’s met als resultaat een nog grotere koterij van bevoegdheden en nog meer ministers per vierkante km.

Corona was dé unieke kans voor Vlaanderen om te gaan voor een eigen verhaal, maar Jambon en C° hadden er geen zin in

Het klinkt simpel, maar het is misschien ook simpel: wie van het Belgisch-federale bestel af wil, gelieve nu recht te staan. Wie blijft zitten zal moeten accepteren dat hij af en toe in de piepzak zit. Corona was dé unieke kans voor Vlaanderen om te gaan voor een eigen verhaal, maar Jambon en C° hadden er geen zin in, bleven hun karretje vasthaken aan het federaal niveau, blunderden erop los (Met Beke in de hoofdrol), sprongen uit het raam als het hen goed uitkwam, en veroorzaakten zelfs binnen N-VA-kringen enige gemor dat het wat meer mocht zijn.

Met de positieve test van Egbert Lachaert kunnen we nog wat langer genieten van het Wilmès-regime. Zoals ik al eerder zei: er zijn maar twee naties ter wereld voor wie corona een bestaansreden is, de Chinese Volksrepubliek en het Koninkrijk België. Iemand nog zin in een partijtje mondmaskers?

Geplaatst in Het politiek theater

Sylvia Konior: ‘Dat je met steeds meer dingen niét mag lachen, ergert me mateloos’

Een stout meisje uit Ruiselede exposeert

Mijn recente column over de twijfelachtige relevantie van de Vlaamse cultuursector veroorzaakte nogal wat consternatie bij lieden die al eens een concertje meepikken of een theater bezoeken. Bezondigde de auteur zich aan Kulturfeindlichtkeit? Terwijl hij zich toch minnaar der schone kunsten wil noemen, en voor een huisconcert al eens aan het klavier gaat zitten om Beethoven of Sjostakovitch te lijf te gaan.

Boechout, 31 augustus 2020

Edoch, ik ben en blijf een zeer koele minnaar van de Vlaamse cultuursector, in casu de bubbel van artiesten en semi-intellectuelen die Vlaanderen willen bekeren tot de linkse kerk, zich als rebellen profileren, en en passant toch maar al te graag subsidies opstrijken. Belerende cultuurpastoors genre Tom Lanoye en Dominique Willaert die al prekend en/of scheldend kunst verwarren met agitprop.

Er lopen in Vlaanderen anderzijds ook wel wat creatieve geesten rond die zich aan ‘de sector’ weinig gelegen laten en gewoon hun ding doen. Wat hun werk ook veel krachtiger en -om een belegen woord te gebruiken- authentieker maakt. Kunstenaars die wat minder de grote media halen, en het ons-kent-ons-wereldje links laten liggen.

Een vette knipoog

‘The Queen of Fucking Everything’

Fotografe Sylvia Konior (°1972) is er zo een. Ze is haar eigen model, waarmee ze allerlei surreëel-grappige ensceneringen opzet. Beelden die uit het gewone leven gegrepen zijn, maar met een vette knipoog, en neem dat ‘vet’ maar letterlijk.  Sylvia toont onverbloemd haar kussentjes en beharing, drijft de spot en zelfspot, daagt de goegemeente uit en zet de toeschouwer op het verkeerde been.

Dat zoiets zich afspeelt in het West-Vlaamse boerengat Ruiselede, waar iedereen iedereen kent, maakt het nog specialer. Met een man die een zaak heeft, drie kinderen, en zelf actief als beroepsfotografe (voor al uw huwelijken, één adres), word je daar al snel bekeken als een ‘raar mens’. Dat stoort haar weinig. Ook het feit dat een affiche voor een lokale tentoonstelling werd gecensureerd (de madonna met drol), of dat galerijhouders een grappige foto van een moslima aan een zwembad niet durven ophangen, weerhoudt haar niet, integendeel. Grenzen aftasten en de humor voorbij de fatsoensgrens tillen, die gedrevenheid spreekt uit alle beelden.

Haar artistieke missie is wars van elk conformisme en haar attitude is verfrissend politiek incorrect.

Konior is een zondagskunstenares in de positieve zin van het woord. Ze is speels én radicaal in haar werk, bezit dat tikkeltje naïviteit nodig om haar verbeelding de vrije loop te laten, en haalt graag de koekenpan boven als er bezoek is.  Af en toe wordt ze echt kwaad en geeft ze af op de bekrompenheid en de oprukkende censuurmaatschappij. Ronkende politieke uitspraken zijn aan Sylvia voor de rest niet besteed, noch aan linkse noch aan rechtse zijde. Dat hoeft ook niet. Haar artistieke missie is wars van elk conformisme en haar attitude is verfrissend politiek incorrect.

We gingen haar opzoeken in een tentoonstellingsruimte te Boechout (Ukkelberrifun van Ellen Wezenbeek), op een regenachtige zondagmiddag. Een expositie, gewijd aan de vrijheid van expressie, het schaarse publiek met mondmasker, het doet onwezenlijk aan. Ook rond corona moet Sylvia misschien eens wat grappig-stoute statements maken…

Het lichaam als statement

Zelfportret

– Ik zie hier foto’s, eigenlijk meer bizarre selfies, waarin je een situatie ensceneert, een anekdote vertelt, soms lichtjes grotesk, met dat lichaam van je in de hoofdrol. De schoonheidsvlekjes worden niet verhuld, integendeel. Die filosofie van het onperfecte, natuurlijke lichaam loopt als een rode draad door jouw werk.

– Mijn lijf vormt een statement, dat klopt. Ik wil het tonen zoals het is, zoals vrouwen dat zouden willen maar niet durven. Puur natuur als aanklacht tegen de druk die op vrouwen wordt gelegd om het ideale lichaam na te streven.

– Idealiseert kunst niet altijd? Ik bedoel: schoonheid als iets dat er niet zomaar is, maar moet gecreëerd, geboetseerd worden. Of zelfs bijna iets utopisch, niet van deze wereld.

– Dat is een typisch mannelijke opvatting. Die gespletenheid tussen gesublimeerde ‘schoonheid’ enerzijds en de pornografische ‘lelijkheid’, die door bepaalde kunstenaars dan ook weer wordt gecultiveerd om het schandaal te zoeken. Beide zijn voor mij waanvoorstellingen. Wat is het ideale? Wie bepaalt dat? Wat is schoon, wat is lelijk? Het vrouwelijk schoon is een abstractie die commerce is geworden. Vrouwen beseffen niet dat de esthetische dictatuur die ze ondergaan misschien even erg is als het dragen van een boerka. Als ik mijn lichaam toon zoals het is, dan symboliseert dat ook een radicale claim op de vrije meningsuiting.

– Je eerste wapen is het eigen lijf, het tweede daaronder de humor. De ironie en de dubbele bodems zijn overal aanwezig. Je lacht met jezelf, met de wereld, en met de toeschouwer. En dat in een tijd dat humor zeer problematisch wordt en je met allerlei dingen niet meer mag lachen.

– Dat is zo, en dat ergert me mateloos. Dat is de ‘politieke’ kant van mijn werk. Humor moet vooral doen lachen, maar het is ook subversief, het daagt de weldenkendheid en de censuur uit.

‘Vrouwen beseffen niet dat de esthetische dictatuur die ze ondergaan misschien even erg is als het dragen van een boerka.’

Komische plaatjes rond moslima’s worden niet in alle tentoonstellingsruimtes geaccepteerd

Humorloosheid, schaamtecultuur en censuur gaan dikwijls hand in hand. De islam is daar vandaag het duidelijkste bewijs van.

– Vooral over religie hangt een verbod om te lachen, en het is niet moeilijk om na te gaan van welke kant die komt. Een foto van een in boerka gehulde moslima aan een zwembad, daar krijg ik opmerkingen over dat ze die liever niet ophangen. We leven in een maatschappij van de angst en de intimidatie. Er is ook een manifest gebrek aan gezond verstand, overal. Mensen laten zich meeslepen in bijna absurde tunnelvisies, dikwijls door de media opgezet, omdat ze zelf niet meer durven kijken (wijst met de twee wijsvingers vooruit) en de realiteit niet aandurven. Dat is bijna middeleeuws.

Die rebelse kant van je moet toch ook zijn weerslag hebben op je privé-leven denk ik dan. Je hebt een gezin en kinderen, zelfs een zaak. Worden zij soms aangesproken op je artistieke activiteit, de soms toch wel bizarre creativiteit, het bloot? Ben je een ster in Ruiselede of steken ze schuw de straat over als ze je zien?

– Er wordt uiteraard over mij gepraat. Niet dat ik dat nastreef, de roddels vormen een normaal achtergrondgeluid. Die gekke artieste, die zotte doos, die schandalige fotografe, .. het is een ‘specialleke’ hoor je ook veel. Ik maak blijkbaar ‘schandalige’ foto’s. Ja, ik moet wel eens schipperen omdat mijn volwassen kinderen zich soms schamen.

– Op zich ook wel straf, dat kinderen braver en conformistischer zijn dan hun ouders.

– Het is de tijdsgeest vrees ik. Mijn man laat mij doen en zegt niet snel dat ik iets beter niet zou doen. Hij kent mij. Zeg dat ik iets niet mag doen, dan doe ik het zeker en nog een tweede keer, veel erger. Het evenwicht is niet gemakkelijk te vinden. maar het leven is te kort om een saai leven te leiden zoals een schaap in een grote kudde waar ze altijd ja knikken.

Van evenwicht gesproken… (Schraapt de keel)… Die 120 orgasmes die je van je zelf in één uur tijd vastlegde. Dat is twee per minuut. Vriendinnen van me zeggen dat dat niet kan, dat het fake is. En dan nog tegelijk een camera hanteren, het lijkt bovenmenselijk.

–  Dat ze voor zichzelf spreken hé. Ja, het is wel echt. En zonder hulpstukken. Weet je wat? Ik wilde vooral gynaecologen zoals jij, experts van het vrouwenlichaam, eens goed met hun ogen doen knipperen en van hun stuk brengen.

Daar ben je dan zeker in gelukt, Sylvia (loopt verder de bar in).

Ontvroren Venus

P.P. Rubens: De bevroren Venus (1614)

Laat ons wel wezen: deze zotte doos weet waarmee ze bezig is. Ze hanteert een feministische invalshoek die los staat van elke ideologisch gedefinieerde vrouwenbeweging of MeToo-slachtoffermoraal. Ergens is er een link met Femen, ook al omdat ze via het naakt focust op het religieuze fundamentalisme en zijn vrouwenhaat.

Maar tegelijk ruikt haar werk naar de West-Vlaamse varkensstallen, en dat bedoel ik heel positief: een vorm van schoonheid die niet klassiek of mannelijk-gekunsteld is, maar spontaan, instinctief, zelfs bijna dierlijk. Elke foto is een raadseltje, een grap, én een statement. Wie een van de drie rateert moet beter kijken.

Het verschil met de kunst van de mannelijke collega’s zit hem in het organische en de verstrengeling met het eigen bestaan, het niet willen meedoen aan modes of hypes, en het ook niet willen verpakken in ronkende theorieën. Haar weelderige vormen, die ik ongegeneerd ook met mannelijke ogen bekijk, herinneren er ons aan dat de natuur moeilijk kan overtroffen worden.

Elke foto is een raadseltje, een grap, én een statement. Wie een van de drie rateert moet beter kijken.

Sylvia inspecteert de hortensia’s

Voor de rest laat ik me graag verleiden door vrouwen die de no nonsense weten te hanteren. De vrolijkheid van haar werk, kont-rasterend met verstilde momenten van nostalgie en melancholie, toont het eigen lichaam als iets dat ontsnapt is uit een ‘kader’ om zelf een verhaal te vertellen. Het (terug) vlees geworden model dat door grootmeesters als P.P. Rubens werd ‘ingevroren’ en als kunstwerk verkocht.

Konior behoort tot een tegencultuur die net door haar naturistische oprechtheid charlatans als Delvoye en Fabre ver achter zich laat. Onze door grootspraak en leugenachtigheid gekenmerkte tijd heeft dat nodig.

Toch nooit vergeten dat het woord ‘cultuur’ in het Latijn ooit gewoon landbouw betekende, met de natuur bezig zijn dus, dingen laten groeien. Hoe dat iets helemaal anders is geworden, bijvoorbeeld varkens tatoeëren of spinnen zich met scheermesjes laten verminken, en daar ook nog een uitleg aan vastknopen, daarvoor verwijs ik graag naar de sector in kwestie.

JOHAN SANCTORUM
Geplaatst in Femen, Kunst en anti-kunst

Van Beirendonck racist?

© Walter Van Beirendonck

Over de valstrikken van het begrip ‘culturele appropriatie’

Walter Van Beirendonck

Het zat er fameus tegen tussen de Afro-Amerikaanse modeontwerper Virgil Abloh en onze eigenste Walter Van Beirendonck. Deze laatste zag op een show van het Franse modehuis Louis Vuitton, waarvoor Abloh werkt, spullen die verdacht veel op zijn eigen creaties leken, en beschuldigde zijn concullega meteen van plagiaat. Kenners vinden de gelijkenissen effectief opvallend, Van Beirendonck zou wel eens een punt kunnen hebben.

De repliek van Abloh was evenwel niet min. Onder het motto ‘de aanval is de beste verdediging’ beschuldigde hij Van Beirendonck zelf van diefstal, gezien deze patronen gebruikt uit de Afrikaanse volkscultuur waar Abloh als zwarte het monopolie op claimt.  Van Beirendonck doet met andere woorden aan culturele appropriatie (toe-eigening) en ‘koloniseert’ een stijl die hem als witte ontwerper niet toebehoort. Niet Virgil Abloh maar de Antwerpse mode-ontwerper is dus de dief, al wat ge zegt zijt ge zelf.

Voor kunstenaars en vormgevers die tot de linkse Vlaamse cultuurelite behoren is dat een zware beschuldiging, en zelfs BlackLivesMatter wordt erbij gesleurd om die arme Van Beirendonck te brandmerken als een crypto-racist. Waar de dood van George Floyd al niet toe leidt.

Buffalo

Een Gentenaar mag niet zomaar met veren getooid rondlopen.

Het begrip ‘culturele appropriatie’, hierna afgekort als C.A., is een curieus ding. Het is de meest recente vondst van de linkse slachtofferretoriek (victimisme). De gekleurde mens wordt a priori voorgesteld als benadeeld en bestolen door de ‘geprivilegieerde’ witte kaste. Omgekeerd racisme dus. Na de koloniale roof van de grondstoffen zou de blanke cultuur haar hegemonie voortzetten via het intellectueel en artistiek naasten van symbolen en expressievormen die ‘toebehoren’ aan bijvoorbeeld de Afrikaanse cultuur. Een geniepige vorm om de blanke overheersing voort te zetten, zo wil het de C&A-doctrine, niet toevallig ook weer ontstaan aan de Amerikaanse universiteiten waar de political correctness gestalte kreeg.

De gekleurde mens wordt a priori voorgesteld als benadeeld en bestolen door de ‘geprivilegieerde’ witte kaste.

Af en toe ontstaat er zo’n rel rond een ‘diefstal’, en niet toevallig in de wereld van mode en glamour. Water Van Beirendonck, die speelt met erfgoed dat hem niet toebehoort, werd al ontmaskerd. Maar let ook op uw kapsel. Toen Kylie Jenner, zus van Kim Kardashian, heur haar in cornrows liet vlechten, werd ze daar in de sociale media op aangesproken: mag niet, witte vrouwen mogen zomaar niet met Afro-kapsels rondlopen. Voetbalfans herinneren zich nog de Indiaan in het logo van AA Gent, die volgens een column in The New York Times een racistische uiting van appropriatie was: een Gentenaar mag niet zomaar met veren getooid rondlopen, deze horen toe aan de Amerikaanse aboriginals (waarvan ze het land wel ‘kochten’ in ruil voor wat vaten whisky, klein detail).

Ook in de keuken wordt het uitkijken. Die fantastische Afrikaanse pompoensoep met krab moet ik mijn vrienden niet meer voorschotelen: schaamteloze appropriatie. Evenals couscous met schaap, nog een van mijn lievelingsgerechten: een Noord-Afrikaanse specialiteit waar ik als West-Vlaamse kafir mijn poten van moet houden.

Rhapsody in blue

Jazz Middelheim: witte muzikanten stelen muziek van de arme man op de voorgrond

U beseft niet waar de duivel van de C.A. zoal loert. Uiteraard overal waar wij ons aan de exotische keuken wagen. Maar ook Japanners die Duvel drinken; Chinezen die aardappelen zaaien op de maan (gestolen van Europeanen, die ze zelf ook meebrachten uit Zuid-Amerika). Om nog maar te zwijgen van die verdomde Zwarte Piet -nu van Facebook verbannen-, die eigenlijk een geschminkte blanke is en zich letterlijk het vel van de zwarte toeëigent om ermee te dollen. Men herinnert zich nog de rel rond de Canadese premier Justin Trudeau waarvan een blackface-foto uit zijn studententijd opdook.

Moet drumster Isolde Lasoen terug haakwerkjes plegen omdat de wortels van haar muziek in de zwarte wijken van New Orleans liggen?

We zijn gewoon slecht bezig en heel onze cultuur is er een van appropriatie, variatie, parafrase, verwerking en euh… plagiaat. Het is gewoon inherent aan de Europese cultuur, dat overnemen en verwerken. Iedereen kent wel de Turkse Mars van Mozart, een geval van Oriëntalisme en zelfs Turcomanie die in die tijd populair waren. Pablo Picasso ontleende zijn kubistische stijl bewust aan Afrikaanse ‘primitieve’ vormpatronen en wordt daar nu met terugwerkende kracht op aangesproken: haal die doeken maar weg, het is gestolen waar.

We kunnen zo nog wel even doorgaan. De jazzmuziek is een van de bekendste voorbeelden van C.A. Zoals geweten is dit in oorsprong de muzikale expressie van de Amerikaanse negerslaven, werd rond 1900 het idioom van de Afro-gemeenschap in New Orleans, waarna blanke artiesten als Benny Goodman er ook mee aan de slag gingen. Iedereen kent wel de Rhapsody in Blue van Georges Gershwin, een synthese van jazz en de Europese symfonische traditie. Uit de jazz is zowat alle popmuziek voortgekomen, van de rock ’n roll tot new wave en postpunk. Moet drumster Isolde Lasoen terug haakwerkjes plegen omdat de wortels van haar muziek in de zwarte wijken van New Orleans liggen?

Asymmetrische moraal

Geplunderde winkel in Brussel, november 2017

Helaas, en sneu voor de muziekindustrie: alleen Amerikaanse zwarten mogen jazz bedrijven, popgroepjes oprichten, en alleen Belgen zijn geautoriseerd om een frituur te bezoeken.

Opgelet: in dezelfde lijn mogen Marokkanen ook geen pak frieten eten, want dan bezondigen ze zich aan integratie in de Westers-Europese cultuur, wat een eufemisme is voor onderwerping. Evenmin mogen, allemaal volgens dezelfde C.A.-ideologen, zwarte vrouwen zich ‘blank’, kroesloos kapsel laten aanmeten, want dan nemen ze de symbolen van het heersende ras over. Ofwel is het toe-eigening, ofwel onderwerping, en geen van beide is gepermitteerd.

Dus raar maar waar: de C.A.-ideologen propageren apartheid en wijzen actieve vormen van interculturele osmose af. Misschien is een deel van de huidige rassenoorlog in de VS niet alleen te verklaren vanuit het buitensporig politiegeweld (wat zeker een feit is), maar ook vanuit het identitaire extremisme dat door links wordt gepropageerd, waardoor bijvoorbeeld zelfs blanken die onder de zonnebank gaan liggen, zich aan een vorm van neokolonialisme bezondigen. U lacht misschien, maar de doorgeslagen politieke correctheid rond racisme is alle pedalen kwijt.

Het echte racisme komt van de zelfverklaarde anti-racisten die de zwarte identiteit verabsoluteren

Er zitten nog andere angels in de C.A.-redenering: als heel ons maatschappelijk-economisch systeem, met zijn nadruk op loon-naar-werken, een ‘blanke’ uitvinding is, dan hoeven gekleurde jongeren niet naar school om een diploma te halen. Dat zou immers verwerpelijk aanpassingsgedrag zijn. In de plaats daarvan moeten zij beklaagd en betutteld worden, gevoed door het idee dat alles kadert in een eindeloze restitutie, een Wiedergutmachung voor de grote diefstal die de Europese samenleving pleegde op de rest van de planeet, speciaal het Afrikaanse continent.

En nu denk ik weer aan die slimme Virgil Abloh met zijn asymmetrische moraal: Van Beirendonck heeft de Afrikaanse stijl gestolen, maar als iemand met Afrikaanse roots gaat shoppen zonder te betalen bij de Vlaamse modeontwerper, is dat gewoon terugnemen wat al van hem was. Een redenering die allochtone criminelen wel eens op ideeën zou kunnen brengen.

Dat is de context van de huidige rellen in de Amerikaanse steden: een legitiem protest tegen buitensporig politiegeweld dat overgaat in plundertochten omdat de zwarten denken dat ze iets nemen dat hen ontnomen is. En het zijn de witten van radicaal-links die hen daartoe de ideologie aanleveren.

De conclusie is tamelijk onthutsend. Het echte racisme komt van de zelfverklaarde anti-racisten, die de zwarte identiteit verabsoluteren. De theorie van de cultural appropriation kan alleen maar leiden tot een totale segregatie, een soort apartheid die elke kruisbevruchting uitsluit in naam van een identitair purisme.

In de limiet zou men zelfs kunnen stellen -en dan wordt het helemaal hilarisch- dat BLM de argumenten levert om een soort terugkeer te bepleiten van alle zwarten naar het zwarte continent, want alleen in Afrika kunnen Afrikanen ongestoord Afrikanen zijn en op de tamtam roffelen (Filip Dewinter: ‘Ik keer tevreden terug’). Ik weet niet of Vincent Kompany dat ziet zitten, Donald Trump allicht wel, soms komt men rare bondgenoten tegen. Het blijft spannend, ik hou me voorlopig toch maar aan de dress code van jogging en T-shirt, made in China wel. Sterkte nog, Walter, Big Five.

Meer van dit? Bestel hier het boek ‘Politiek incorrect’.

 

 

Geplaatst in Multicul

‘Met de hand op het hart…’

Tussen leugens, geheugenverlies en gewone nonchalance

Het was alweer even geleden dat een toppoliticus bij ons nog spitsroeden moest lopen en zich in alle mogelijke bochten moest kronkelen om ‘het’ uit te leggen. Zelfs rusthuisminister Wouter Beke, aan wie Vlaanderen toch een drastische oplossing inzake de vergrijzing te danken heeft, kwam vrij makkelijk weg, onder meer omdat de N-VA niet moeilijk wou doen. Ik vroeg me toen al af waarom.

De onrustige weduwe

Concentratie tijdens het debat over de Vlaamse regeringsverklaring. Ook Hilde Crevits is één en al aandacht.

Het antwoord is onder meer -en dat zei ik al in tempore non suspecto dat deze Vlaamse regering een onnoemelijke zwakte en besluiteloosheid uitstraalt, en dat alle leden ervan gedoemd zijn om mekaar min of meer te dekken. Met ministers die uit het raam springen om de pers niet hoeven te woord te staan, en een rampzalig coronabeleid, krijgt ‘sterke’ Jan Jambon nu zelfs kritiek uit eigen N-VA-kringen, inclusief van de voorzitter himself: deze Vlaamse regering heeft nooit anders dan in waakvlammodus gestaan. Het beeld van een minister-president die tijdens het debat over de regeerverklaring Angry Birds speelt op zijn GSM, komt deze dagen terug boven water.

Deze Vlaamse regering heeft nooit anders dan in waakvlammodus gestaan.

Het is onbehoorlijk om het privé-leven van een politicus erbij te sleuren, maar laten we ook niet flauw doen: de voorbije maanden was Jambon er met zijn gedachten niet bij wegens hertrouwplannen en het vooruitzicht van een huwelijksreis naar Toscane. Waarvan hij dus gebruind maar vervroegd moest terugkeren omdat er een oud lijk, genaamd Jozef Chovanec, uit de kast was gevallen. Waarvan de onrustige weduwe uit frustratie Het Laatste Nieuws had gecontacteerd omdat ze na twee jaar op haar vragen nog altijd geen antwoord had gekregen.

Ik heb de uitgebreide verzameling persberichten en beschouwingen over deze zaak nog eens nagelezen om hier geen stommiteiten te vertellen. Het klopt dat Jan Jambon geen federaal minister van binnenlandse zaken meer is en dus stricto sensu geen verantwoordelijkheid meer draagt, zoals Jan Ghysels betoogt. Het klopt ook dat de huidige (én toenmalige) minister van justitie Koen Geens boter op het hoofd heeft. Het klopt dat dit vooral aantoont wat voor een groezelig maffieus milieu in politie én gerecht nog altijd de dienst uitmaakt (inclusief fascistische groeten, vervalste PV’s, omerta, en meer Italiaanse belcanto). Het klopt zelfs dat hier politieke spelletjes worden gespeeld, waarvan de N-VA overigens ook geen talent kan ontzegd worden.

‘Nooit, met geen enkel woord’

‘I had never, I repeat, I had never…’

De angel zit echter in de figuur van Jan Jambon zelf , zijn beperkt bestuurstalent en zijn bekakte communicatie. Dat laatste woord is een eufemisme: vanaf het moment dat er ‘gecommuniceerd’ wordt, met een of andere soufflerende communicatiedeskundige in de coulissen, is de leugen nooit veraf. Ten eerste moest hij de bewering op VTM Nieuws dat hij ‘nooit, met geen enkel woord’ van die affaire had gehoord, al snel bijstellen met de smoes dat hij de zaak compleet vergeten was, inclusief het onderhoud met de Slovaakse ambassadeur (één keer via het kabinet, één keer persoonlijk). Dat geheugenverlies haalde hem niet uit de problemen, integendeel: een Vlaamse minister-president met dementia praecox, daar hebben we in deze tijden weinig aan.

Jambon bleek dus wél op de hoogte, en dan dient de vraag gesteld waarom hij zijn kabinet niet een en ander liet uitvlooien. Op die vraag vind ik nergens een duidelijk antwoord. Dat er al een gerechtelijk onderzoek liep, betekent niet dat hij de beelden niet kon opvragen om te zien wat zich daar in Charleroi had afgespeeld. Laten we het houden bij nonchalance, en het voornemen van een middelmatig bewindsvoerder om gewoon de winkel open te houden.

Jambon bleek dus wél op de hoogte, en dan stelt zich de vraag waarom hij zijn kabinet niet een en ander liet uitvlooien.

Maar goed, ondertussen moeten er even wat brandjes geblust worden. ‘Met de hand op het hart: ik heb nooit de waarheid willen verdraaien’, klinkt het. Gooi die communicatie-adviseur van je snel buiten, Jan. De moderne geschiedschrijving staat bol van mensen die met de hand op het hart of op het hoofd van hun kinderen de grootste leugens vertelden. Bill Clinton is zonder twijfel de bekendste.

Ausputzer

Gisteren mocht N-VA-fractieleider Peter De Roover in Terzake het puin ruimen voor zijn boezemvriend Jan Jambon, die zich niet liet zien. De Roover is wat men in het Duitse voetbal een Ausputzer noemt, de laatste man die in staat is om zowel op het veld gesmeten brandbommen als doorgebroken spitsen onschadelijk te maken. Zo’n beerputruimer met branie, die zelfs als gewezen leraar technisch onderwijs lessen in taalpragmatiek kan geven (‘zeggen dat je je iets niet meer herinnert is niet hetzelfde als liegen’), is van goudwaarde voor een partij.

Niettemin, het laat allemaal een wrange smaak na, dat gecommuniceer om de vis toch maar te verdrinken. Ik ben het niet eens met advocaat Hans Rieder dat het onderzoek louter moet focussen op de daders en de doofpotcultuur binnen politie en gerecht. We kiezen en betalen politici om de boel te beheren en in de gaten te houden. In een bedrijf wordt een CEO wandelen gestuurd als de aandeelhouders vinden dat hij er een boeltje van maakt. Eindverantwoordelijkheid dus, en waarom dat begrip in deze Belgische flutstaat met zijn regionale koterijen nauwelijks nog bestaat.

Het laat allemaal een wrange smaak na, dat gecommuniceer om de vis toch maar te verdrinken.

Iedereen wil gewoon zijn hachje redden, en dat lukt doorgaans ook, omdat iedereen iedereen dekt. Meester Rieder sprak van promiscuïteit, inderdaad, maar dan niet alleen binnen het gerecht maar ook in het politieke milieu. Laten we zeggen zoals het is: Jan Jambon is de exponent van een middelmatig politiek establishment, en we wensen hem nog uitgebreide wittebroodsweken toe, om misschien toch rustigjes aan plaats te maken voor wat meer klasse en toewijding. We zullen het woord ‘staatsman’ nog even in de kast laten liggen.

Zoals ik eerder al schreef: met dit soort Vlaamse bestuurders haalt België moeiteloos zijn 200ste verjaardag. In Charleroi en omstreken hoeven ze zich voorlopig geen zorgen te maken.

Geplaatst in Het politiek theater