Van fokstieren, spermadonors en al te menslievende gynaecologen

We kennen allemaal het verhaal van de melkboer of postbode in het dorp, en de vele kindjes die op hem lijken. Postbedeling met extra service. Of van prinsen en prinsessen die door stalknechten worden verwekt, waardoor, ironisch genoeg, de bloedlijn verbeterde. Het zijn grappen en roddels die vermoedelijk niet zomaar op fantasie berusten: er lopen massa’s zogenaamde natuurlijke kinderen rond op deze aardkluit, met andere dan biologische ouders. De dag van vandaag kan een DNA-test onomstotelijk uitmaken wie van wie afstamt. Waardoor zowaar zelfs complete etnieën kunnen gereconstrueerd worden.

Onze moderne samenleving heeft seksualiteit en voortplanting van elkaar losgekoppeld, en dat is zonder meer een vooruitgang, als je de vergeelde foto’s bekijkt van gezinnen met twaalf kinderen die in armoedige omstandigheden opgroeiden. Anderzijds zijn er koppels met een kinderwens en vruchtbaarheidsproblemen. In de jaren ’80 hoefde de melkboeroptie niet meer, dankzij de techniek van in-vitro fertilisatie (proefbuisbevruchting) of spermadonatie (bij onvruchtbaarheid van de mannelijke partner).

De dokter is God

De opschudding rond de ondertussen gepensioneerde West-Vlaamse gynaecoloog die zijn eigen sperma gebruikte als ‘anoniem zaad’, herinnert aan de sterk gemediatiseerde kwestie rond Jan Karbaat, de Nederlandse fertiliteitsarts die volgens DNA-onderzoek zeker 81 donorkinderen gemaakt heeft. Deze dokters deden iets wat iedereen probeert te doen: het nuttige/lucratieve aan het aangename paren. Vorige eeuw bestond er nauwelijks een wetgeving hierover, waardoor spermaklinieken in een grijze zone opereerden en gynaecologen zich indien nodig in achterkamertjes aftrokken om daarna het resultaat in te brengen bij de dame in kwestie.

Dit is niet zomaar het schandaal van een dokter die zijn eigen zaad ‘anoniem’ injecteert. Het gaat om arrogantie en hoogmoed, inherent aan de medische beroepsklasse.

Dit is niet zomaar het schandaal van een dokter die zijn eigen zaad ‘anoniem’ injecteert. Het gaat om arrogantie en hoogmoed, inherent aan de medische beroepsklasse. De dokter is God, heeft altijd gelijk en heeft aan niemand verantwoording af te leggen, behalve aan een Orde die zijn autoriteit vooral beschermt. Komaan dames, liever een kind van een slimme dokter dan van een lompe melkboer of domme postbode, toch?

Het geval van de gynaecoloog uit Torhout is vermoedelijk dan ook niet uniek, het was in het verleden allicht zelfs min of meer normaal dat het zaad uit het huis van vertrouwen kwam. ‘Ik heb toch geen moord begaan?’ was het argument van de West-Vlaamse Karbaat. Dat klopt, integendeel zelfs. God is liefde, en kwaliteitszaad geven een daad van menslievendheid. In het christendom zijn we allemaal kinderen van God. Helaas is de mens een nieuwsgierig wezen, en wil het ontkiemde zaad de weg reconstrueren. En dan wil God wel eens van zijn voetstuk vallen.

Delphine

Dat brengt ons op de twee kern van het verhaal: de zoektocht van kinderen naar hun biologische vader. Het is de reden waarom deze zaken aan het rollen gaan. Niet de ouders, maar de nakomelingen ruiken onraad. De donorkinderen verenigen zich, richten vzw’s op, en vormen als het ware een militie die met stamboomonderzoek en DNA-technologie de waarheid over hun afkomst probeert te achterhalen. Ook dat is een oeroud gegeven: mensen willen weten wie ze zijn, waar ze vandaan komen, los van de fabels die hen werden opgedist. Dat is een daad van rebellie die louterend werkt.

Mensen willen weten wie ze zijn, waar ze vandaan komen, los van de fabels die hen werden opgedist. Dat is een daad van rebellie die louterend werkt.

Meteen komt heel mooie theorie van de anonieme donor op losse schroeven te staan. De abstract-medische doctrine van het anonieme donorschap staat haaks op onze nieuwsgierigheid naar de verwekker, maar ook op het verlangen om er een band mee te herstellen. Of tot de vadermoord over te gaan. We zijn geen runderen. Heel de saga van Delphine Boël en de vaderschapsontkenning van Albert gaat hierover: het niet helemaal politiek-correcte verlangen naar kennis van de afkomst, het ‘eigen bloed’, als onthulling, een zoektocht naar waarheid en echtheid, het ontmaskeren van de leugen. In die queeste is niets heilig en kunnen dokters, wetenschappers, politici én vorsten zonder kleren komen te staan.

Het anonieme donorschap is een anomalie, een geval van wetenschappelijke hybris, waaraan masturberende dokters een persoonlijk accent geven. Behalve adoptie is de beste oplossing bij vruchtbaarheidsproblemen misschien nog donorschap van een vriend, iemand die een relatie heeft met het koppel en met het kind een band kan aanhouden. Een nonkelstatuut of zoiets, kies de juiste genenpoel uit. Voor wie geïnteresseerd is in intelligentie, schoonheid, muzikaliteit, schrijftalent en zin voor humor: één adres.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Beste Jan Jambon, hoe ga je innoveren met quasi-analfabeten?

Zopas ontvouwde Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) zijn plan om het legendarische Flanders Technology International (FTI), een begrip uit de jaren ’80 getekend Gaston Geens, nieuw leven in te blazen. Het gaat erom, Vlaanderen op de spreekwoordelijke kaart te zetten als topland inzake technologische innovatie. Hij ziet het bovendien als een ‘gemeenschapsvormend project’, tegen de verzuring en de antipolitiek. Het heet dat de Vlamingen weer vertrouwen in eigen kunnen en in de toekomst moeten krijgen in het post-coronatijdperk.

Uiteraard staat dit initiatief niet los van het belabberde imago dat de regering Jambon zichzelf tijdens die coronacrisis bezorgde, door niét het verschil te kunnen maken met het Belgische beleid en het virologendictaat. Over de andere miskleunen hadden we het al: meer dan een zes op tien zit er voor deze ploeg niet in. Het FTI bis lijkt dan ook weer de zoveelste vorm van window dressing, iets dat meer leeft als bubbel en motto dan als realiteit. Zie ook het motto ‘de Vlaamse veerkracht’, in een of ander reclamebureau bedacht.

De regel van drie

Gemiddelde score van Vlaamse leerlingen, op 1.000, voor wiskunde en wetenschappen (Bron: Trends in Mathematics and Science Study, 2019)

Technologische innovatie veronderstelt eerst en vooral een instroom van hoog opgeleide creatievelingen, afgeleverd door kwaliteitsonderwijs.

Helaas, daar wringt het schoentje, we kunnen niet anders dan nog eens op dezelfde nagel kloppen. Uit alle onderzoeken blijkt dat het niveau bij Vlaamse leerlingen en scholieren inzake wiskunde en wetenschappelijke vakken (biologie, natuurkunde, aardrijkskunde) elk jaar achteruit boert. Studies van Trends in Mathematics and Science Study (TIMMS) en de bekende PISA-ranking van de OESO wijzen in dezelfde richting: Vlaanderen zakt af naar de middenmoot en daaronder.

Telkenmale die resultaten in de pers komen, krabt onderwijsminister Ben Weyts zich in het haar en noemt expert Dirk Van Damme, die als cabinetard ooit zelf de eindtermen mee opstelde, de toestand ‘dramatisch’

Wat zich in het lager en middelbaar voordoet, spiegelt zich uiteraard af in het hoger onderwijs: één op de vier studenten die een opleiding in de rechten of psychologie begint, blijkt de regel van drie niet te kennen, iets wat in de derde graad van het lager onderwijs wordt aangeleerd. Vijf ministers graven een put in twintig jaar, hoe lang doen tien ministers erover om hem nog eens zo diep te maken, van dat type. Niet dus. Hoe die jongeren het middelbaar zijn doorgeraakt zonder elementaire kennis van het basisonderwijs, is een raadsel. Tenzij men ervan uitgaat dat het niveau ook in het middelbaar zo belabberd is, dat zelfs mijn hond aan een diploma zou geraken.

Telkenmale die resultaten in de pers komen, krabt onderwijsminister Ben Weyts zich in het haar en noemt expert Dirk Van Damme, die als cabinetard ooit zelf de eindtermen mee opstelde, de toestand ‘dramatisch’. De versleten beeldspraak van ‘de tanker die niet zomaar kan gekeerd worden’ wordt door het beleid gehanteerd om alles op zijn beloop te laten. Er wordt eindeloos gepalaverd in de administraties, tussen de netten en de koepels, want de vrijheid van onderwijs – een monster met zeven koppen- maakt dat dit aanslepende euvel ook nog eens ideologisch belast wordt, wat een echte opkuis verhindert. De schaduw van het Belgische schoolpact blijft hangen.

Pret- en pamperpedagogie

Het Singapore-model: vertrekken van een gedeelde culturele identiteit, nadruk op het principe van meritocratie (afkomst heeft geen belang, wel inzet en gedrevenheid)

De neergang heeft zich vanaf het begin van deze eeuw ingezet, toen het begrip ‘inclusiviteit’ opgang maakte, als alternatief voor excellentie. Niet toevallig zaten toen socialistische onderwijsministers (Frank Vandenbroucke, Pascal Smet) aan de knoppen. De regel van drie werd vervangen door de gelijkheidsregel: iedereen moest mee kunnen, en het welzijn van de leerling werd de alles bepalende factor.

Deze pret- en pamperpedagogie werd vooral vanuit linkse hoek aangeprezen als een bezegeling van de diversiteit. Terwijl ze vooral een motor van de nivellering werd. De leerachterstand van allochtone kinderen en jongeren, meestal te wijten aan het feit dat hun thuistaal het Nederlands niet is, waardoor ouders soms niet eens een rapport kunnen lezen, creëerde een klasnorm die de middelmatigheid institutionaliseerde. Uitblinkers werden een probleem.

De regel van drie werd vervangen door de gelijkheidsregel: iedereen moest mee kunnen, en het welzijn van de leerling werd de alles bepalende factor.

Soit, dat is allemaal oud nieuws, maar de malaise maakt dat we ondertussen steeds verder verwijderd geraken van toplanden als Singapore, Finland en Estland, landen die beseffen dat grijze hersencellen de belangrijkste grondstof vormen.  Ze koppelen cultureel identiteitsbesef aan gezonde principes van meritocratie (niet de afkomst telt, wel inzet en gedrevenheid), waarin persoonlijk initiatief wordt aangemoedigd.

Los van het individuele engagement van enkele gedreven leerkrachten en directies, zijn onze scholen, van laag tot hoog, weinig meer dan het verlengstuk van een onderwijsbureaucratie, die geen excellentie als norm hanteert. De ronkende moto’s van Flanders Technology ten spijt.

Tot de dood hen scheid

Herman Van Goethem: de rector die op pianisten schiet

Tot overmaat van ramp betekent de instroom van jonge leerkrachten ook een verdere infiltratie van de woke-ideologie die met excellentie helemaal niets op heeft, want het zou allemaal te maken hebben met ‘wit’ suprematisme. Heel het idee van wetenschappelijke en intellectuele vorming zinkt weg in het drijfzand van de anti-discriminatiedoctrine waardoor niemand zich boven het maaiveld mag verheffen. De universiteiten koesteren hun analfabeten en leveren hun bijdrage aan Flanders Stupidity Internatonal. Terwijl in Brussel klimaatspijbelaars door de regen marcheren, zijn ze in Singapore modellen aan het uitwerken om CO2 uit de lucht te halen. Pijnlijke vaststelling.

De twee docenten die op een onbewaakt moment onder elkaar van mening wisselden over de taalachterstand bij allochtone studenten, zijn nu door rector Herman Van Goethem geschorst. Hun ‘vergrijp’ was, dat ze als ervaringsdeskundigen gewoon een harde waarheid verwoordden: onder de studenten die ze binnen krijgen is een flink pak niet in staat een fatsoenlijke zin in het Nederlands op papier te krijgen. Vermits ze het vooral over studenten met Marokkaanse roots hadden worden ze automatisch als ‘racisten’ gekwalificeerd, en meent van Goethem een diep mea culpa te moeten slaan. Zonder verpinken schakelt de rector UNIA in om de twee overtreders een soort heropvoedingstraject op te leggen. Waaraan doet ons dat denken.

Terwijl in Brussel klimaatspijbelaars door de regen marcheren, zijn ze in Singapore modellen aan het uitwerken om CO2 uit de lucht te halen. Pijnlijke vaststelling.

Helaas, die twee dames deden niets meer dan de vinger op de wonde leggen, de rector schoot op de welbekende pianist. Lieden die in het onderwijsveld staan, kennen de situatie. Net in De Standaard van vandaag, 30 juni, biedt leerkracht Nederlands Benno Wauters een kleine bloemlezing aan van wat laatstejaars ASO – dat zijn dus jongeren die klaar zijn voor het hoger onderwijs – hem presenteren: Hij verteldt zo zijn standpunt’’Ze gedraagdt zich gesofisticeerd’ – ‘Volgens de lethargie moet het zo gebeuren’‘Die maatregelen zijn wel erg Pulitzer’‘Tot de dood hen scheid’ – ‘Je hoef de taal niet te kennen om te weten wat het betekend’.

Verwoking

Astrid Elbers (UA, Toegepaste Taalkunde): ‘Universiteiten zijn verworden tot bastions van politiek correct denken’

De leerkracht beklemtoont dat deze fouten ook door autochtone scholieren worden gemaakt, maar voegt eraan toe dat de grote aanwezigheid van anderstalige leerlingen noopt tot inschikkelijkheid. Het begint vanaf het prille begin. In de Brusselse rand blijkt een één op vijf kleuters qua kennis van het Nederlands niet klaar om het eerste leerjaar in te stappen. Jan Jambon moet dringend eens in conclaaf met zijn partijgenoot Ben Weyts, minister van onderwijs én van de Vlaamse rand.

Rector Van Goethem zou zich beter zorgen maken over de achterstand die Vlaanderen, en dus ook zijn universiteit, oploopt tegenover toplanden, in plaats van medewerkers te straffen die daarover privé een boom opzetten.

In het licht van deze nivellering, waarbij taalachterstand dé motor is van een leerachterstand en kenniskloof, is heel het idee van Flanders Technology International een aandoenlijke farce. Jan Jambon zou beter een onderwijs-masterplan uitwerken in de tijd die hem nog rest, om niet helemaal vergeten te worden als miscast. Rector Van Goethem zou zich beter zorgen maken over de achterstand die Vlaanderen, en dus ook zijn universiteit, oploopt tegenover toplanden, in plaats van medewerkers te straffen die daarover privé een boom opzetten.

Een medewerkster aan de UA, Astrid Elbers, heeft nu het dappere initiatief genomen om het op te nemen voor haar twee geschorste collega’s. Ze is niet te spreken over de verwoking in het academische milieu, het klimaat van intimidatie en angst dat er gecreëerd wordt, en het constant beknotten van de vrije meningsuiting. Zoals ik al schreef: historicus Herman Van Goethem moet dringend eens op bezoek in zijn eigen Holocaustmuseum. Dat er mensen zijn zoals Astrid Elbers, die nog hun nek durven uitsteken, geeft enige hoop. Hopelijk vindt ze navolging. De petitie komt eraan en zal -uiteraard- ook in Doorbraak gepubliceerd worden.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie, Onderwijs, Politiek incorrect | 11 reacties

Moet abortus weer een ‘kwestie’ worden? Neen toch?

Als het in Washington regent, druppelt het in Brussel. Na de recente uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof,- het zogenaamde Dobbs-besluit,- waarin de federaal gegarandeerde abortusrechten worden teruggedraaid en aan de lokale wetgeving worden overgelaten, oppert men aan deze zijde van de oceaan ook hier en daar dat het tijd is voor een revisie.

In een Doorbraak-column van 27 juni laat Drieu Godefridi zich in lyrische termen uit over dat ‘meesterlijk arrest’, als een ‘symfonie van het recht in actie, eenvoudig van vorm, breed en doordringend in zijn geschuif met precedenten, resonerend met de krachtige waarden die de Amerikaanse grondwet doorweven’, aldus de publicist.

Morele superioriteit   

Uvalde, Texas

Terwijl we weten hoe die ‘meesterlijke symfonie’ tot stand is gekomen: via een compleet gepolitiseerde justitie waarbij een president rechters benoemt die ideologisch in zijn straatje liggen, met behulp van een senaat waarin zijn partij een meerderheid heeft.

De grondwet geeft elke Amerikaan het recht om een wapen te dragen, bedoeld om te doden, maar als vrouwen het recht op hun eigen lichaam opeisen, heet het dat ‘God over het leven beslist, en niet de mens’.

Dit openbreken van de klassieke democratie via het benoemen van partijdige rechters, is voor Drieu Godefridi zelfs een teken van morele superioriteit van de Amerikaanse samenleving. Sta me toe dat tamelijk van de pot gerukt te vinden, als het over een land gaat dat niet eens een sociale zekerheidssysteem op poten krijgt, die naam waardig, waar de republikeins gezinde Fox-zender voor de meerderheid van de Amerikanen de enige informatiebron is, waar politici openlijk hun aanhankelijkheid aan de wapenlobby belijden, waar een president zijn aanhang oproept om de verkiezingsuitslag te negeren en het parlement te bestormen, en waar snotneuzen van 18 oorlogswapens kunnen kopen om dodelijke raids op scholen uit te voeren.

Over dat laatste hangt een bizarre paradox, als men het abortusgegeven erbij haalt: de grondwet geeft elke Amerikaan het recht om een wapen te dragen, bedoeld om te doden, maar als vrouwen het recht op hun eigen lichaam opeisen, heet het dat ‘God over het leven beslist, en niet de mens’.

Verklikkingssysteem

Steeds meer Amerikanen hebben hun twijfels of dit gepolitiseerde rechtscollege de democratie wel ten goede komt

Deze hypocrisie verraadt waar het hier echt om gaat: de abortuskwestie is een breekijzer van de Trumpisten om af te rekenen met het liberale (volgens hen ‘communistisch’) Amerika dat de verkiezingen nipt won. Het is een symbolenstrijd, waarin de conservatieve waardenpartij van weleer zich ontpopt tot een Machiavellistische machine die de macht om de macht wil, en flirt met de grondprincipes van de democratie.

Nu al heeft een van de rechters –Clarence Thomas– in een opiniestuk aangegeven dat ook het recht op anticonceptie en het homohuwelijk moeten herbekeken worden: voor de republikeinse partij is dit een strategie geworden om een conservatieve agenda door te drukken buiten de wil van de meerderheid om (volgens een Ipsos-peiling, uitgevoerd in mei van dit jaar, zou 63% van de Amerikanen politici steunen die het recht op abortus verdedigen).

Het Dobbs-besluit lijkt een opmaat tot het inperken van burgerrechten tout-court. Ook dat is paradoxaal voor een waardenpartij die vrijheid als hoogste goed propageert en waarschuwt voor de deep state.

Noteer ook dat in de conservatieve staat Missouri – die aan de basis ligt van de herziening- al een wetsvoorstel is ingediend dat ‘abortustoerisme’ verbiedt en een soort verklikkingssysteem onder burgers organiseert: je kan een premie krijgen als je iemand aangeeft die het toch zou proberen of hulp biedt. Welkom in vrij Amerika.

Het Dobbs-besluit lijkt een opmaat tot het inperken van burgerrechten tout-court. Ook dat is paradoxaal voor een waardenpartij die vrijheid als hoogste goed propageert en waarschuwt voor de deep state. Daarin komt religie weer opzetten als een ideologische motor, iets waar wij in Europa toch zeer wantrouwig tegenover staan. We verwerpen de theocratische principes van de islam, maar een christelijk fundamentalisme dat de rechtstaat zou overschaduwen is al even funest.

Voor de rest is het ideologiseren van de abortuskwestie, in een oorlog tussen links en rechts, of, godbetert, een cultuurstrijd, totaal heilloos. Het is ook in België het voorwerp geweest van een symbolenoorlog tussen het progressief-vrijzinnige en het conservatief-katholieke blok, boven de hoofden heen van mensen die er concreet mee te maken hebben. Laten we het in termen van gezond verstand proberen te vatten, met een zin voor menselijkheid waar, denk ik, in Vlaanderen een breed draagvlak rond bestaat. Ik resumeer in drie punten:

Zelfbeschikking

1) Vrouwen hebben een zelfbeschikkingsrecht op hun lichaam. De overheid is niet de eigenaar van de burger. Zij is er integendeel om diens vrijheid te waarborgen, binnen bepaalde perken die de vrijheid van anderen niet schaden. De overheid is er verder om de maatschappelijke orde te handhaven, de staatskas te beheren, zorgen dat de wegen er netjes bij liggen, en dat veiligheid en welzijn gegarandeerd worden. Niét om in te grijpen in het privé-leven en de persoonlijke keuzes van een individu.

Abortus is géén techniek tot geboortebeperking, maar een noodingreep om medische of sociale redenen.

2) Als een vrouw of meisje beslist tot abortus, is dat een ingrijpende emotionele en traumatische zaak, geen bagatel. Ik heb zelf een naast familielid dat in haar jonge jaren stiekem naar Nederland reisde om ‘het’ te laten wegnemen, en ik verzeker u dat zoiets sporen nalaat. Abortus is géén techniek tot geboortebeperking, maar een noodingreep om medische of sociale redenen. Een goede voorlichting en beschikbaarheid van anticonceptiva moeten deze noodgreep tot een minimum beperken. Over bedenktijd en tijdslimiet waarbinnen abortus kan, is wél een discussie mogelijk.

3) Het recht op leven? Natuurlijk is er dat. Maar laten we vooral focussen op de vraag of een kind ook veilig en gezond kan opgroeien. Overbevolking, kinderen die verwaarloosd worden of mishandeld, kroostrijke gezinnen met ouders die amper omkijken, het bekende ‘kweken als konijnen’ vooral in sociale lagen die het materieel al moeilijk hebben, vormen een grotere uitdaging en gaan veel meer over het recht op een waardig bestaan, dan vruchtafdrijving en de daarbij behorende eeuwige vraag wanneer we van ‘leven’ kunnen spreken.

We leven niet in China, en baas blijven over eigen lichaam blijft een grondrecht. Zie ook de vaccinatiediscussie. En vooral: laten we Amerikaanse issues, verbonden met de Amerikaanse politieke dramatiek, niet importeren. Zie BLM. Europa moet, als bakermat van de verlichtingsprincipes, een eigen moreel kompas volgen. Rechters moeten geen symfonieën schrijven, maar de wet toepassen. Meer moet dat niet zijn.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie | 7 reacties

De karper van Blaarmeersen heeft een duidelijke kijk op de zaak

Soms is een stevig pak rammel gewoon de beste oplossing.

In Gent zitten het stadsbestuur en de politie met de handen in het haar: de recente incidenten in het recreatiepark de Blaarmeersen volgen een vast patroon van ‘jongeren’ uit Brussel die er keet komen schoppen en de gewone recreanten terroriseren. Een karper die uit de vijver wordt gehaald en als speelgoed op de glijbaan terecht komt, redders die zich verlamd van schrik opsluiten, Niemand durft echt optreden, want dat zou ‘racistisch’ kunnen overkomen, al zeker in de blauwgroene stad Gent, hoofdstad van woke-Vlaanderen.

Dus blijven de incidenten zich herhalen, gewoon omdat die jongeren ook weten dat het kan en mag. Soms is een stevig pak rammel gewoon de beste oplossing, zegt de ondertitel van deze column. Laten we echter wel wezen: het is niet alleen een probleem van losgeslagen ‘jongeren’, maar van ons allemaal. De maatschappij heeft dit niet meer in de hand, en daar zijn oorzaken voor te benoemen.

Om die provocerende uitspraak te staven, ga ik nu eens niet te rade bij Vlaams Belangers, noch bij cultuurpessimisten die het Avondland zien uiteen vallen, maar bij een zekere Serge Dupont, docent psychologie aan de UCL, die van een aantal zaken één maakt: de pamperpedagogie, het toenemende narcisme bij kinderen en jongeren, de teloorgang van het onderwijs, en het verdwijnen van zoiets als algemene kennis en levenswijsheid.

‘De cultus van het kind’

L'enfant roi, un danger pour nos démocraties: interview de Serge Dupont -  rts.ch - Portail AudioSerge Dupont, docent psychologie UCL

In een Knack-interview van 23 juni zegt Dupont enkele behartenswaardige dingen die ook onderwijsminister Ben Weyts (toevallig ook minister van dierenwelzijn) zeker eens moet lezen. Hij vat er de denkbeelden samen die in de studie ‘De cultus van het kind’ werden uitgewerkt, samen met collega’s Isabelle Roskam en Moïra Mikolajcak. Voor hen is de pedagogische slinger veel te veel doorgeslagen naar de doctrine van het ‘welbevinden van het kind’.

We maken er narcistische wezentjes van, die vooral met zichzelf bezig zijn, al vroegtijdig worden ingewijd in de depressie, en nauwelijks nog opvoedbaar zijn. Overbescherming maakt dat kinderen tegelijk onhandelbaar worden, geen waarden of normen meekrijgen, én niet in staat blijken om zelfstandig tegen het leven aan te kijken. De zorgtirannie van de ouders creëert een omgekeerde tirannie van het kind (‘Il faut laisser les enfants surmonter des épreuves sans la présence étouffante des parents’). Ouders krijgen vervolgens een burn-out en betalen zich blauw aan psychologen die allerlei syndromen bespeuren en willen remediëren.

Overbescherming maakt dat kinderen tegelijk onhandelbaar worden, geen waarden of normen mee krijgen, én niet in staat blijken om zelfstandig tegen het leven aan te kijken.

De kinderen baas: dat is een late erfenis van mei ’68 waarin de filosofie van Jean-Jacques Rousseau doorschemert, de man die opvoeding beschouwde als corrumpering van de onbedorven kinderziel. Het resultaat is, dat leerkrachten niets meer te vertellen hebben en ontgoocheld afhaken, dat allerlei onderwijsexperten proberen in die ziel van het kind te kijken en op basis daarvan leerplannen opstellen die het minimum minimorum bevatten.

De overbescherming en betutteling ziet Serge Dupont onder meer in de leegte van het straatbeeld. Alleen allochtoontjes, ook bekend als kutmarokkaantjes, spelen nog buiten, wij houden onze kinderen binnen, uit angst voor het gevaarlijke verkeer, pedofielen, covid, het weer, de ongezonde lucht, en, jawel, misschien ook die allochtone ‘jongeren’ die karpers over de glijbaan gooien.

Het onder-wijsprobleem

Ben Weyts, Vlaams minister van onderwijs én dierenwelzijn

Het gebrek aan autoriteit in allochtone gezinnen loopt dus parallel met hetzelfde gebrek aan autoriteit in heel het maatschappelijk en pedagogisch systeem. Dupont aarzelt niet, die kijk als un danger pour la démocratie te noemen.

Wat we recent weer meemaakten in verschillende Vlaamse recreatiecentra -en nu voeg ik zelf een paar bedenkingen toe aan Duponts analyse- heeft te maken met een gebrek aan weerbaarheid, waardoor ‘jongeren’ van een bepaalde achtergrond de publieke ruimte monopoliseren en terroriseren. Ondenkbaar dat een groep ouderen zou opstaan om deze ettertjes gezamenlijk een ouderwets pak rammel te geven. De pamperpedagogie laat het niet toe en je zou trouwens direct zelf met de politie te maken hebben. De ‘normale’ kinderen zitten ondertussen thuis, achter hun pc, te gamen en zijn niet in staat maatschappelijke wantoestanden te detecteren, laat staan actief in te grijpen.

De discreet maar gestaag opschuivende  controlemaatschappij is niet gediend met kritische, mondige en wetende burgers. 

Het onderwijs is eens te meer de Achillespees van dit verhaal. Of zeg maar onder-wijs. Opvoeding op zich is iets verdachts geworden. Dupont raakt een punt aan waar ik ook al lang op hamer: de relatie tussen kennis, taalvaardigheid, morele weerbaarheid en kritisch vermogen. Dat we kinderen niet meer mogen lastig vallen met grammaticaregels, of met het van buiten leren van de hoofdsteden van elk Europees land, omdat het hun breintjes te zeer op de proef zou stellen, is een val waar nu pas de onderwijsspecialisten (!) zich van bewust worden. Met veel vertraging, en aankijkend tegen alarmerende cijfers voor begrijpend lezen bij 10-jarigen.

Begrippen als ‘algemene cultuur’, background en ‘parate kennis’ zijn dermate verwaarloosd dat er grote cognitieve witte vlekken zijn ontstaan, afstervend intellectueel vermogen dat juist die narcistische reflex nog versterkt. Het hoeft niet te getuigen van complotdenken om daarin een systeem te ontwaren: jongeren die niets weten, geen enkele bekwaamheid hebben ontwikkeld inzake logisch denken, geen probleem ten gronde kunnen analyseren, noch relativeren en achteruit gaan staan, zijn makkelijke prooien voor een totalitaire samenleving. De discreet maar gestaag opschuivende controlemaatschappij is niet gediend met kritische, mondige en wetende burgers.  

Klimaatspijbelen

Het boze kindmeisje Greta Thunberg spreekt de VN toe

Resten dus de kindrebellen. Op een bizarre manier loopt de onderwijsinflatie parallel met het oprukkende woke-fenomeen: jongeren die niks van geschiedenis kennen, maar toch denken dat ze aan de juiste kant ervan staan. Ook dat is een bedenking die we aan de analyse van Dupont en C° kunnen toevoegen: onwetendheid en zwakke intellectuele ontwikkeling, aangeleverd door een structuurarm en ambitie-arm onderwijs, produceren narcisme en individualisme, maar vormen ook de voedingsbodem voor massahysterische pseudorevoltes.

Anuna De Wever, grote bezielster van het klimaatspijbelen, vindt het onderwijs zelfs helemaal overbodig, en cultiveert de nieuwe domheid.

Anuna De Wever en haar internationaal idool Greta Thunberg zijn, los van de goede bedoelingen die ze ongetwijfeld hebben, typische exponenten van de generatie Z, verwende kinderen die tot op het spreekgestoelte van de VN-klimaattop hun gal mogen uitspuwen tegenover een verbijsterd publiek. Anuna De Wever, grote bezielster van het klimaatspijbelen, vindt het onderwijs zelfs helemaal overbodig, en cultiveert de nieuwe domheid. Ze twittert dat ‘oude witte heteromannen’ beter zwijgen over de klimaatkwestie, en bevestigt op haar manier het syndroom van het onhandelbare kind. Haar simplistisch wereldbeeld werd al eens door Maarten Boudry aan de kaak gesteld, want helaas blinkt ze niet uit in feitenkennis, en soms zijn haar recepten ronduit lachwekkend.

‘White supremacy’

Dé filosoof van het kritische denken, Immanuel Kant (1724-1804) aan de kant gezet: gedachteloosheid wordt dan nog zo gemakkelijk

Tegelijk ontaardt die onwetendheid opnieuw in dictatoriale trekjes, die twee gaan samen. De cancel culture is deze van een onderontwikkelde én betweterige, totalitaire kindrebellie, waar maatschappelijk in feite niks mee aan te vangen valt. Het complete pakket verlichtingsfilosofen (Kant, Voltaire, Hume) wordt ontmaskerd en gedeclasseerd als ideologen van de white supremacy. Welke referenties, welke ijkpunten hebben we dan nog in onze pogingen om het systeem te doorgronden en te bekritiseren? Geen, alleen slogans.

De oprukkende woke-ideologie is een opstand van het arrogante simplisme dat, laten we wel wezen, door het onderwijssysteem wordt bevorderd.

Ook dit fenomeen kan men gemakkelijk kaderen in de devolutie die Serge Dupont beschrijft: de oprukkende woke-ideologie is een opstand van het arrogante simplisme dat, laten we wel wezen, door het onderwijssysteem wordt bevorderd. De bevlogen, charismatische leerkracht is verdwenen, en samen met hem/haar heel het project van de Bildung, de eenheid van kennis, menselijke ontwikkeling en kritisch intellect.

De verguisde ‘witte’ wetenschap moet hier op haar strepen staan, man en paard durven noemen, ondanks de woke-rectoren en de media die warm en koud blazen. Het is goed dat er vanuit de academische wereld eindelijk wat tegengas wordt gegeven. Naast Serge Dupont en collega’s heeft de karper van Blaarmeersen een duidelijke kijk op de zaak, maar daar lees ik geen opinies over in de media. Groene linkiewinkies geven geen kik bij dit geval van dierenmishandeling. We weten waarom. De zwijgende meerderheid moet eindelijk zijn bek durven open trekken en opstaan. Als dàt gebeurt, zal het systeem wakker schieten, ik verzeker u. Ook in Gent.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Burgerzin en onzin, Onderwijs, Politiek incorrect | 14 reacties

Waarom politici zo verzot zijn op koninklijke erelintjes

En het ridderschap van Kristof Calvo ook zijn collega’s verheugt

U kon links en rechts al de blijde tijding vernemen: op 30 juni krijgt een dertigtal Belgische politici vanwege koning Filip een eretitel uitgereikt, gaande van Ridder tot Grootofficier in de Leopoldsorde. Daarnaast is er nog een speciale categorie, ingesteld door niemand minder dan Leopold II, dit jaar voorbehouden aan Emir Kir (ex PS), baron Francis Delperée (ex CDH) en Eric Van Rompuy (CD&V).

Gelieve serieus te blijven bij deze taferelen. Elk jaar wordt die snoepjesdoos geopend, en komen politici als hondjes de hand likken van de koninklijke meester. Verbaas u over de onderdanigheid die hiermee gepaard gaat, en de unanimiteit waarmee deze Ancien-Regime-traditie wordt begroet. Liberalen, tsjeven, socialisten, groenen: alle nemen ze dankbaar de koninklijke onderscheiding in ontvangst voor bewezen diensten aan het vaderland. Uiteraard valt het Vlaams Belang buiten de prijzen, evenals de concullega’s van de PVDA. Soms is géén prijs ook een prijs.

L’union fait la force

Veerle Heeren (CD&V): bevorderd tot Grootofficier in de Orde van de Zelfbediening

Aan de N-VA is dit soort royalistische fetisjen evenmin besteed, aldus fractieleider Peter De Roover. Klopt niet helemaal: dit jaar valt Helga Stevens in de prijzen, al sinds 2010 Ridder en nu bevorderd tot Officier. Zuhal Demir kreeg in 2019 de titel van Commandeur in de Leopoldsorde, volgens de betreffende Wikipedia-pagina. Voor een partij die de oprichting van een Vlaamse republiek nog altijd in haar statuten heeft staan, toch opmerkelijk. Theo Francken werd eveneens in 2019 benoemd tot Grootofficier, maar beweert deze titel vorig jaar ingeleverd te hebben. Dus toch twee jaar mee rondgelopen. De door mij gecontacteerde Demir gaf niet thuis, misschien denkt ze er nog over na.

‘Moderniteit’ is voor onze avant-garde geen ijdel begrip: de Vlaamse cultuursector is de grootste fan van de Belgische monarchie.

Zeldzaam zijn de personen die van meet af aan zo’n titel weigeren: ze hebben immers al een parcours gelopen waarin ze hun vaderlandsliefde bewezen hebben. Vorig jaar bedankte Nora Bertels (Groen), gemeenteraadslid uit Duffel, voor de eer. Chapeau, al vragen we ons echt af waaraan Nora die eer te danken had. Buiten het politieke veld hebben Frank Albers, professor Engelse literatuur (UAntwerpen), en ambtenaar Karel Anthonissen de onderscheiding geweigerd. Albers schreef in 2020 zelfs een vlammend opiniestuk tegen dat lintjesgedoe. Maar de grote meerderheid van onze fine fleur, ook artiesten zoals Jan Fabre, is kinderlijk blij met de medaille. Dansdiva Anne Teresa De Keersmaeker mag zich zelfs barones noemen. ‘Moderniteit’ is voor onze avant-garde geen ijdel begrip: de Vlaamse cultuursector is de grootste fan van de Belgische monarchie.

Terug naar de gelauwerden uit het politieke halfrond. Dat Veerle Heren (CD&V), burgemeester van Sint-Truiden, bevorderd wordt tot Grootofficier, is volkomen terecht, gezien haar gave om voor te kruipen in de vaccinatierij en hierin ook haar entourage niet te vergeten. L’union fait la force, zo luidt het motto van de Leopoldsorde.

Niet minder is de verdienste van Leopold II-Grootofficier Emir Kir, ex-burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, omwille van zijn goede contacten met de Turkse Grijze Wolven en zijn devies ‘Eerst Turk, dan Belg’, waarvoor hij zelfs uit de PS werd gekieperd. Om maar te zeggen: de Koning der Belgen is breeddenkend en houdt van alle patriotten.

Rebel met een missie

Eric Van Rompuy: Grootkruis in de Orde van Leopold II, maar liefst zonder de naam van de man die de onderscheiding bedacht

Veel hilariteit is er rond Groen-coryfee Kristof Calvo, door de koning tot ridder geslagen. Die lacherigheid begrijp ik niet goed. Wat kan er ecologischer zijn als vervoermiddel dan een ridder te paard? Te meer daar Kristof blijkens een Nieuwsblad-interview met zijn mama nog altijd niet over een rijbewijs beschikt, en nu toch zijn collega’s niet meer moet lastig vallen voor een lift. Bovendien zijn Groenen, ondanks hun progressieve vernislaag, grote minnaars van de monarchie. Dat is begrijpelijk: het Belgische koningshuis trekt al geruime tijd volop de kaart van de multiculturaliteit, als patriottistisch motto van een land dat geen echte identiteit heeft. De toenadering tot de islam, al sinds koning-kwezel Boudewijn een bewuste strategie, moet deze multiculturele missie verder op muziek zetten.

In werkelijkheid is Eric, zoals zijn broer Herman, een steunpilaar van het Belgische establishment en heeft hij nooit nagelaten te waarschuwen voor de ‘chaos’ die Vlaamse onafhankelijkheid met zich mee zouden brengen. Waarvoor dank.

Wat ons bij het probleem Leopold II brengt, de oprichter van de naar hem genoemde orde. Eric Van Rompuy, de man die de de hoofdprijs binnenhaalde met zijn Grootkruis in de Orde van Leopold II, maakt voorbehoud bij de stichter van Congo Vrijstaat, en zou de orde liever naar Boudewijn genoemd zien,- de vorst die mee achter de moord op Lumumba zat. Groen-fractieleider Wouter De Vriendt gaat dat even voor hem regelen: Eric wil echt wel dat lintje, maar zonder de naam van de man die de onderscheiding bedacht. Een man met principes, zo kennen we de echte tsjeef. Van Rompuy heeft zich altijd als ‘rebel’ geprofileerd, en publiceerde vorige jaar zelfs een autobiografie met de veelbetekenende titel ‘Rebel met een missie’.

In werkelijkheid is Eric, zoals zijn broer Herman, een steunpilaar van het Belgische establishment en heeft hij nooit nagelaten te waarschuwen voor de ‘chaos’ die Vlaamse onafhankelijkheid met zich mee zouden brengen. Waarvoor dank. Wouter De Vriendt, die ook van koninklijke lintjes houdt maar evenmin van afgehakte handjes, pleit dan weer voor een vrouwvriendelijke naamswijziging richting ‘Elisabeth Orde’. Veel bochtenwerk om dat lintje te krijgen op een politiek correcte manier. Binnen de systeempartijen werkelijk geen enkele stem die zegt: afschaffen die handel.

Een brevet van domheid

Meteen komen we tot de kern van de zaak, en het antwoord op de vraag waarom politici zo verzot zijn op koninklijke onderscheidingen: om zich te koesteren in een status die het volk hen al lang heeft afgenomen. De vals spelende Vivaldi-regering is een belediging voor deze 18de eeuwse componist, de parlementaire praatbarak verliest elke dag wat draagvlak, maar zo’n decoratie geeft toch een schijn van erkenning.

De monarchie heeft zich listig opgewerkt tot verlener van een politiek-maatschappelijk keurmerk, zoals een koekjesfabrikant de titel van hofleverancier toebedeeld krijgt.

Tot ridder geslagen worden in de 21ste eeuw, het is een middeleeuwse charade waar alleen politieke narren vreugde kunnen uit putten. De monarchie heeft zich listig opgewerkt tot verlener van een politiek-maatschappelijk keurmerk, zoals een koekjesfabrikant de titel van hofleverancier toebedeeld krijgt. In hun ijdelheid snappen politici als Van Rompuy en Calvo niet dat ze zichzelf daarmee compleet belachelijk maken. Het gepruttel rond Leopold II is een pure schijnvertoning: het is een woke-manoeuvre om de kern van de zaak te verbloemen, namelijk dat we met een regime opgescheept zitten dat zijn inefficiëntie en irrelevantie verbergt onder wat men in het Antwerps een speekmadolle noemt. Het VB moet zich gelukkig prijzen, hieraan te ontsnappen.

Soit, entertainment mag iets kosten. De particratie en het daaraan verbonden dotatiesysteem dat partijen slapend rijk maakt, de genereuze weddes die doorlopen, ook voor parlementairen die zich nooit laten zien (met ene Bart De Wever als absoluut kampioen), het permanente theater dat ons tot op de Dag des Heren achtervolgt (‘De Zevende Dag’), het zijn allemaal uitwassen van een regimekanker waar de politici zich absoluut niet bewust van lijken te zijn. Meteen is de titel van Ridder in de Leopoldsorde ook een brevet van domheid. Het kenmerk van deze eigenschap is, dat de bezitter er het minste last van heeft.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Geen categorie, Het politiek theater | 11 reacties

Herman Van Goethem, of de woke-knieval van een rector

Toen ik in december 2019 de verdediging opnam van plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs, die na een hilarische lezing aan de UGent een veroordeling opliep wegens discriminatie en ‘aanzetten tot haat’, werden hier en daar de wenkbrauwen gefronst. Komaan zeg, zo’n scheldtirade vanwege een misogyne brulboei, dat kon toch niet door de beugel?

Ik heb toen betoogd dat men niet akkoord moet gaan met iemand om hem het spreekrecht te waarborgen. En dat er in een cultuur van de vrije meningsuiting ook plaats moet zijn voor niet-mainstream ideeën en zelfs ronduit van de pot gerukte denkbeelden. En dat het vervolgen van Hoeyberghs, louter om het uiten van een opinie, een opstap is naar het censureren van andere, meer ernstige afwijkende meningen, allemaal onder de noemer van non-discriminatie en het verbod op beledigingen of ‘haattaal’.

Remediëren

Urbanus: op zijn oude dag gecanceld na één openhartig VRT-interview

Sindsdien is de zaak Eddy Demarrez gepasseerd, de VRT-sportjournalist die na wat geinigheden rond de Belgian Cats een remediëringstraject moest volgen wegens niet op de microknop gelet.

Tussendoor werd de ‘blanke cisgender’ Urbanus ongeschikt bevonden om een mening te hebben over racisme, nadat hij in De Afspraak het n-woordje had gebruikt en had geopperd dat allochtonen ook wel positief gediscrimineerd worden en dat weten uit te buiten.

Uitspraken worden door trollenlegers in de sociale media uitvergroot tot ‘haattaal’ waarbij de termen seksisme en racisme de vaste knuppels zijn. De bedoeling is, de persoon in kwestie sociaal en professioneel te isoleren, en een angstklimaat te creëren. 

Het werd wat serieuzer, toen VRT-journalist Lieven Verstraete een maand geleden in nauwe schoentjes kwam te staan, omdat hij aan de twee kersverse Groen-voorzitters een kritische vraag had gesteld rond Molenbeek en de integratieproblematiek. In de sociale media werd Verstraete verketterd als racist, de mainstream media sloten zich daarbij aan. De journalist haastte zich om zich door het stof te wentelen.

Deze voorvallen volgen een vast patroon. Uitspraken worden door trollenlegers in de sociale media uitvergroot tot ‘haattaal’ waarbij de termen seksisme en racisme de vaste knuppels zijn. De bedoeling is, de persoon in kwestie sociaal en professioneel te isoleren, en een angstklimaat te creëren. Heksenjagers zoals het Anti-Fascistisch Front doen ook hun duit in het zakje. UNIA of een andere inquisitie-instelling worden ingeschakeld. De media nemen finaal het discours over, waarna de ‘dader’ de keuze heeft tussen volharden en met pek en veren beladen worden, of tot excuses overgaan, eventueel zich laten ‘remediëren’. Meestal het laatste dus. Telkens is de moraal van het verhaal: let op de microknop, of beter nog, let gewoon op uw woorden, dat is het veiligste. In China weet iedereen de camera’s hangen, namelijk overal, en dat geeft zekerheid.

Privacy schending

Docenten die privé onder mekaar palaveren over de taalachterstand bij allochtone studenten, doen een ‘Eddyke’

Dat we op de academische wereld niet moeten rekenen om hier enige waakzaamheid aan de dag te leggen, weten we ondertussen: de woke-ideologie heeft zich in de universiteiten genesteld, zowel onder studenten als academisch personeel. Het is op eieren lopen, want één verkeerd woord en je belandt aan de schandpaal. De studenten organiseren de vervolging zelf, de academische overheid neemt ‘maatregelen’.

Een maand geleden deed zich weer zo’n ‘incident’ voor met twee vrouwelijke docenten aan de UAntwerpen, die off the record een gesprek begonnen over de taalproblematiek bij studenten met allochtone roots. Er wordt geopperd dat een andere thuistaal dan het Nederlands een handicap kan betekenen, en dat de gehanteerde tussentaal van Marokkaanse en Turkse jongeren deze van een subcultuur is van mensen die zich niet echt willen integreren.

Het is op eieren lopen, want één verkeerd woord en je belandt aan de schandpaal. De studenten organiseren de vervolging zelf, de academische overheid neemt ‘maatregelen’.

Helaas deden de twee een Eddyke, want om een onduidelijke reden stonden in die lege aula micro en camera aan, en kwam heel hun gesprek online, waarna weer het geijkte patroon opdook: een Twitterstorm, beschuldigingen van racisme, echo’s in de mainstream media, en het instituut in kwestie dat aankondigt ‘maatregelen te zullen nemen’. Waartegen? Tegen twee mensen die een in een privé-gesprek beschouwingen uitwisselen over hun werkervaring?

Negatieve spiraal

Ja dus. Als ik in de plaats van de twee docenten was, ik diende klacht in wegens schending van de privacy. De woorden vielen immers niet eens tijdens een cursus, een debat of een online-meeting, in feite heeft niemand er dus zaken mee. Ten tweede echter, raakten de twee een probleem aan dat niemand kan ontkennen, namelijk dat de taalachterstand van jongeren met een migratie-achtergrond een pedagogisch obstakel vormt.

Die twee stonden dus niet zomaar wat te zwetsen: er ís gewoon een verband tussen allochtone taalachterstand en pedagogisch kwaliteitsverlies, geen enkele zinnige onderwijsexpert die dat nog ontkent.

Net nu we volop aan het piekeren zijn over de lamentabele toestand van het Vlaamse onderwijs, worden we ook weer met de neus op de feiten gedrukt. Uitgerekend in Antwerpen gebruikt volgens recent onderzoek 46,2 procent van de kinderen in het basisonderwijs en 36,8 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs een andere thuistaal dan het Nederlands. Dat schept pedagogische problemen en leidt tot leerachterstand. De klas wordt opgedeeld in ‘hoekjes’. Het hoger onderwijs kan niet anders dan de negatieve spiraal volgen die zich in het lager en middelbaar onderwijs doorzet.

Die twee stonden dus niet zomaar wat te zwetsen: er ís gewoon een verband tussen allochtone taalachterstand en pedagogisch kwaliteitsverlies, geen enkele zinnige onderwijsexpert die dat nog ontkent. Niettemin houdt ook rector Herman Van Goethem zich aan het verdict van de hysterische twitteraars: ‘structureel racisme’.

Woke-fascisme

Misschien moet historicus Van Goethem eens een bezoekje brengen aan zijn eigen Dossinkazerne

In VRT-Terzake geeft Van Goethem een onvervalste, haast onderdanige woke-lectuur van het ‘incident’ ten beste. Het heet dat ook in privé-gesprekken ‘ons taalgebruik altijd correct en voorzichtig moet zijn’. Voorzichtig? Voor wie, waarvoor? Het is nodig, gaat hij verder, ‘dat we continu aan onszelf werken’, ten einde dit soort politiek incorrecte glijpartijen te vermijden. De rector besluit met nogmaals zijn spijt te betuigen, en te verzekeren dat de camera’s nuttig werk doen (‘We zijn oprecht goed bezig’).

Er kan maar één conclusie zijn na dit spijtige voorval: er moeten nóg meer camera’s komen, om toe te zien op correcte conversaties, ook op de universiteiten.

Er kan maar één conclusie zijn na dit spijtige voorval: er moeten nóg meer camera’s komen, om toe te zien op correcte conversaties, ook op de universiteiten. Herman Van Goethem, die twee jaar geleden nog een door mij opgestelde open brief ondertekende tegen de cancel culture en de verwoking van de academische wereld, lijkt zich ondertussen helemaal bekeerd te hebben tot het systeem van censuur en zelfcensuur binnen zijn eigen universiteit. Mogelijk werd hij na de ondertekening geïntimideerd. Zijn volgzaamheid herinnert aan deze van de nazi-rectoren die na 1933 in Duitsland de dienst uitmaakten, iets wat bij een historicus en kenner van de Holocaust toch een belletje zou moeten doen rinkelen.

Het fascisme wisselt nogal eens van uitzicht. Vandaag is het de neo-Maoistische hysterie van de wokes. De angst om voor racist door te gaan is de nieuwe trigger voor mensen om in hun schulp te kruipen. Vooral net in de academische wereld. Dus loopt er iets grondig fout in het maatschappelijk debat, sterker, het wordt geannuleerd en vervangen door een akelig consensusdenken. De schrik om buitengesloten te worden zit er bij journalisten én academici goed in. Zou humor soelaas bieden? Vraag het Urbanus, of lees

‘Terug naar Malpertuus – Over humor en satire in woketijden’.

Geplaatst in Geen categorie, Onderwijs, Politiek incorrect, Sterke Vlaamse verhalen | 9 reacties

Is de democratie gedoemd tot ineenstorten?

Francis Fukuyama, anders gelezen

Jezelf aan een strop zien bengelen, het is niet leuk. Maar Demir is een vrouw met ballen, hopelijk houdt ze het nog een tijdje uit. Hoewel haar roep ‘nu wil ik naar mijn kindje!’, toen ze door de boerenwoede werd gegijzeld, een veeg teken is. Is politiek een mannenberoep? Ja, want het is ook een mannelijke uitvinding, zoals jacht, oorlog, auto’s en voetbal. Sinds het lamento van Gwendolyn Rutten over de ‘bagger’ die ze altijd maar weer over zich krijgt, toen haar seksegenote Meyrem Almaci verklaarde er de brui aan te zullen geven, weet ik het wel zeker: vrouwen horen in deze arena niet thuis.

Dat is geen verwijt, het is gewoon een antropologisch gegeven. In ‘De oorsprong van onze politiek I – Van de prehistorie tot de verlichting’ (in het Engels verschenen in 2011) beschrijft Francis Fukuyama hoe de prehistorische jagers-verzamelaars in familieverbanden of clans leefden, en de ‘oer-politiek’ uitvonden: de communicatie binnen een groep van maximum zo’n 150 leden. Tot op vandaag voelen wij ons het best thuis in zo’n clan, in de vorm van een kring, club, vereniging. In die kleine clangemeenschap kende iedereen iedereen en werden geen grote discussies gevoerd. Voor sfeer en gezelligheid daarentegen vijf sterren. De taal diende vooral om praktische zaken te regelen en… om eens goed te roddelen.

Niet te verbazen dat vrouwen zich in die clan sociaal heel goed konden handhaven. Dit was politiek naar hun maat. Macht was vooral gebaseerd op sociale controle, conventies, organische orde, niet op regels of geschreven wetten of repressie. Er was geen scheiding tussen het openbare leven en de kookpotten, en mannen gedroegen zich netjes, weliswaar mits smeuïge kampvuurmoppen.

Van clan naar stam: het tribalisme

Edoch, dit was niet het aardsparadijs. Mensen leven zoals dieren in territoria die ze dienen af te schermen tegen externe vijanden, in een strijd om ruimte, water, voedsel. Dat vroeg om grotere allianties, samenwerkingsverbanden: de stam of tribus, een cluster van families die zich verenigden tot een groep van soms wel duizend individuen. Dat vereiste een andere maatschappelijke organisatie, waarin macht niet meer ‘spontaan’ verdeeld en uitgeoefend wordt, als in een gezin, maar volgens een systeem, een orde.

De tribale logica van deze grote groep is deze van het mannenbrein, waarin list, leugen én repressie een plaats hebben. Mannelijke hersenen zijn groter, met een sterker gevormde frontale kwab. Er moeten compromissen gesloten worden, strategieën uitgewerkt tegen vijandige stammen, een interne planning, een soort economie op poten gezet, een rolverdeling, met de vrouwen aan de kookpot. Fukuyama ziet dit ook als een taalrevolutie. Er ontstaat een ‘mannelijke’, objectieve taal, abstracter ook, die planmatig maar ook onpersoonlijk kan functioneren. De familiale ik-gij verhouding wordt getransformeerd in het grote ‘wij’, een ideologie, het gemeenschapsverhaal met een sterke identitaire onderbouw om de anonimiteit te compenseren. Hier kon religie goed gedijen, beheerd door een tovenaar, priester of sjaman.

In de stam wordt de familiale ik-gij verhouding getransformeerd in het grote ‘wij’, het gemeenschapsverhaal met een sterke identitaire onderbouw om de anonimiteit te compenseren.

Deze gemeenschap, levend in dorp of nederzetting, was nog in hoge mate agrarisch en zelfbedruipend. Als de eerste grote steden opduiken, in Mesopotamië, verschijnt de politiek 3.0: de institutionele macht, die regeert over mensen die elkaar niet noodzakelijk kennen en hun vrijheid inleveren ten voordele van zekerheid: burgers dus. Dat levert ook een schaalvergroting inzake handelsruimte op.

Om excessen te vermijden regelde de Atheense democratie, ontstaan in de 6de eeuw voor Christus, de verhouding tussen individu en overheid via een volksvergadering die ook wetgevend was. Onze democratie stamt er in rechte lijn van af. Noteer echter dat ook de Atheense democratie een fallocratie was, alleen mannen hadden stemrecht. Met het ontstaan van de grote natiestaten en via de Franse Revolutie wordt dit Atheens model uitvergroot en bijgeschaafd tot de parlementaire democratie en het driemachtenstelsel zoals we dat vandaag kennen, inclusief het bizarre begrip ‘rechtstaat’.

De natie en de particratie

Hier laat ik de piste van Fukuyama, een ‘believer’ in de liberale democratie -met de vrije wereldmarkt als motor- los. Want die natie wordt steeds meer een bureaucratisch monster en steeds minder een identitaire volksgemeenschap. Er is migratie en vervaging van grenzen; de moderniteit schept een kosmopolitische superdoctrine van de ‘wereldburger’, die botst met de realiteit van de toenemende vervreemding. De wereldhandel heeft zich ontpopt tot een speculatief casino, dat zich uitstekend voegt naar het protectionistische spel van de economische blokken. Handelsconflicten, naast echte oorlogen, zijn het noodzakelijk gevolg.

Belangengroepen en lobby’s vechten als roofdieren om het grootste stuk vlees, er wordt gescholden, gefleemd, gelogen, de gedegouteerde burger rest niets anders dan mee te gaan in het opbod.

De slechtste kanten van dat mannenuniversum komen nu naar boven, spijts alle praatjes over anti-discriminatie en gendergelijkheid. Belangengroepen en lobby’s vechten als roofdieren om het grootste stuk vlees. Er wordt gescholden, gefleemd, afgedreigd, gelogen, de gedegouteerde burger rest niets anders dan mee te gaan in het opbod naar de bodem. De volkstaal wordt nu scheldproza, welbekend van Twitter. Niet het parlement regeert -dat is theater- maar wel de partijen, kiesverenigingen die zichzelf genereus sponsoren met staatsgeld. Ze beweren mensen met dezelfde gezindte te verenigen in een soort modern stamverband, maar eigenlijk bikkelen ze alleen onderling om de macht. Opiniepeilingen zorgen voor feedback, en voor de rest moet het volk brood en spelen krijgen.

De partijen gedragen zich als staatjes in de staat, die de instituties naar hun hand zetten en hun eigen voortbestaan als doel hebben. Zij bevatten een machtsgeile bovenlaag van geboren arrivisten, ondersteund door spindoctors en communicatiestrategen, daaronder een legertje militanten die affiches plakken en bier tappen, maar daarna gaapt de leegte. Het institutionele staatskader dat het tribalisme moest overstijgen blijkt een lege doos, een spookhuis. Het parlement wordt dus een praatbarak, de regering een constructie van partijvoorzitters die ergens in de achterkamer van een restaurant deals sluiten.

Het kan niet anders of de kiezer breit hier een cynisch verlengstuk aan: lachen met de politiek, en de macht delegeren aan onbekwame paljassen. Quod erat demonstrandum.  De uitflodderende natiestaat wordt een karikatuur van zichzelf, waarin alleen karikaturen kunnen overleven.

De leegloop

Conner Rousseau, voorzitter-clown: de peilingen zitten goed

Dat is het begin van het einde, de evacuatie is nu volop aan de gang. ‘Si tous les dégoûtés s’en vont, il n’y a que les dégoûtants qui restent’ zegt het Frans spreekwoord. Dat zal ook gebeuren. Nadat de vrouwen al sinds de prehistorie uit het politieke universum gewipt waren, verlaten nu ook de mannen met fatsoen het narrenschip, wat de implosie van de democratie nog versnelt. Politiek wordt steeds meer een zuigkolk voor geperverteerde narcisten, met in hun zog een processie van slippendragers, klaar om de eersten een dolk in de rug te steken. De Jambons, Vandenbrouckes, Rousseau’s, De Croo’s en Somersen raken steeds meer in hun sas. Ondertussen wordt de rechtstaat geruisloos afgebouwd en worden de vrijheden ingeleverd van zodra de gelegenheid zich voordoet. Zie covid.

Politiek wordt steeds meer een zuigkolk voor geperverteerde narcisten, met in hun zog een processie van slippendragers, klaar om de eersten een dolk in de rug te steken.

Het woord ‘rechtstaat’ zelf wordt een grap. In dat eindstadium kan de democratie, verworden tot cacistocratie (‘bestuur van de grootste smeerlappen’), twee kanten uit: de populistische dictatuur à la Poetin, of de éénpartijstaat op zijn Chinees. De ironie is, dat de gedegouteerde, cynisch geworden burger zelf zal vragen om de politiestaat te grondvesten, vermits de democratie toch niet deugt. Was het daar allemaal om te doen?

Ooit, binnen een paar eeuwen misschien -want alles komt terug-  zal het volk dan wel de tirannen verjagen, zoals de oude Grieken het voorzien hadden, en dan, heel misschien, zijn de vrouwen terug aan zet. Maar nu moeten ze naar hun keuken en de wieg, als ze hun eitjes willen veilig stellen en niet op het galgenveld willen eindigen, ten prooi aan raven. Dat lot, Zuhal, wens ik echt een ander slag toe.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater | 8 reacties

VRT-journalist stelt Groen een kritische vraag (en excuseert zich achteraf)

VRT-1 ‘De Zevende Dag’, 12/6/2022

Zondagvoormiddag, een tijdstip waarop een mens andere, veel aangenamere of zinvollere dingen kan doen dan naar De Zevende Dag te kijken. Een programma dat de week nog eens herkauwt en waarin politici die we al de ganse week op ons bord krijgen, hun bisnummer geven. Ik laat deze elfurenmis dan ook aan mij voorbijgaan, maar er was iets met de editie van afgelopen zondag dat enige twitterdeining veroorzaakte: Lieven Verstraete, een doodbrave journalist die tussendoor meehelpt in de Brugse koffiebar van zijn vrouw, had het kersverse voorzittersduo van Groen voor zich, Nadia Naji en Jeremie Vaneeckhout, en peilde naar hun visie en intenties.

Lachebekje

Het gesprek kabbelt gezapig, waarin de twee een nummertje opvoeren dat doet denken aan de duo-spreekbeurten in het middelbaar. Tot Verstraete op minuut 5.27 Conner Rousseau parafraseert, en ter attentie van Nadia Naji, woonachtig in Molenbeek, broeihaard van moslimextremisme waar de imams het voor het zeggen hebben en ene Salah Abdeslam opgroeide, de vraag formuleert: ‘U voelt zich Belg in Molenbeek?’. Met een onveranderlijke tandpastasmile antwoordt Nadia bevestigend en kijkt dan al alsof Lieven een totaal van de pot gerukte vraag stelt.

Nadia Naji ziet nergens een probleem, doet alsof ze het woord ‘theocratie’ niet begrijpt en blijft onverstoord glunderen.

Op minuut 6.00 wordt het thema van het onverdoofd slachten aangesneden, en de positie van zusterpartij Ecolo die met de PS verwikkeld is in een strijd om de Brusselse moslimstem. ‘Er wordt gezegd dat de theocratie in Brussel regeert..?’. Nadia Naji ziet nergens een probleem, doet alsof ze het woord ‘theocratie’ niet begrijpt en blijft onverstoord glunderen. Groen heeft met dit lachebekje een kei van een communicator in huis.

Daarna passeren nog kernenergie, defensie en klimaat de revue, maar als het thema ‘Vlaams Belang’ wordt aangesneden, confronteert Verstraete het duo met het beeld van Brussel, als ‘het voorbeeld van hoe wijken één na één veroverd worden door nieuwkomers’ (minuut 13.24). Dat woord ‘veroverd’ spreekt Lieven uit als een citaat, en verduidelijkt nadien dat het niet zijn mening is, maar dat ‘extreem rechts daarop kapitaliseert’. Andermaal bevestigt Nadia Naji dat ‘in Brussel niemand een probleem heeft’.

‘Intellectuele luiheid’

Dat is dan genoteerd. Helaas vond Groen het nodig om achteraf het interview te verknippen en te hermonteren tot een Tweet, die een storm van reacties uitlokte waarin Lieven Verstraete als een racist werd weggezet. In De Morgen en Humo wordt dat stigma verder geëlaboreerd: Bart Eeckhout vindt het ‘een uiting van intellectuele luiheid’ als een journalist een niet-links standpunt voorlegt, en in Humo constateren ze zonder meer dat ‘het extreemrechtse gedachtegoed zich de afgelopen decennia in de geesten vast heeft weten te zetten’.

Blijkbaar hadden Jeremie Vaneeckhout en Nadia Naji zich eerder verwacht aan de manier waarop Vladimir Poetin door de Russische staatszender wordt geïnterviewd.

Noteer wel, dat is dus allemaal omdat een journalist in een vraaggesprek de gast van de dag confronteert met een mening die de zijne/hare niet is. Blijkbaar hadden Jeremie Vaneeckhout en Nadia Naji zich eerder verwacht aan de manier waarop Vladimir Poetin door de Russische staatszender wordt geïnterviewd. Uit de reacties van Groen zelf en de commentaren van de linkse media blijkt helaas dat ze de VRT zien als een partijvriendelijke zender, eerder dan als een publieke omroep met een kritisch profiel.

Door het stof

Men bedenke dan hoe stevig politici van het Vlaams Belang soms aangepakt worden. Dat mag, maar dan liefst als een algemene regel, niet selectief. Het erge is, dat Lieven Verstraete het nodig vond om voor zijn ‘ongepaste bewoordingen’ door het stof te kruipen tegenover de geïnterviewden, en te zeggen dat hij ‘effe helemaal de draad kwijt was’. Dat lijkt helemaal niet zo. Het interview was degelijk gestructureerd en bevatte dus twee passages waarin het migratiethema aan de twee co-voorzitters werd voorgelegd, via een piste die zich ietwat buiten de hoera-ideologie van Groen zelf bewoog.

Een journalist die bekent dat hij tijdens een vraaggesprek een black-out kreeg, omdat de partij van de geïnterviewde achteraf een twitterhetze ontketent, het is tamelijk ongezien.

Een journalist die bekent dat hij tijdens een vraaggesprek een black-out kreeg, omdat de partij van de geïnterviewde achteraf een twitterhetze ontketent, het is tamelijk ongezien.  Als dat al niet meer kan, welke jonge journalist (m/v) met ballen zou dan nog stage willen lopen in de VRT? Wat voor een karakterloze meelopers trekt dit aan? In wat voor een medialandschap bevinden we ons, als journalisten een andere journalist belasteren wanneer die gewoon zijn job doet? Juist. Nu Eddy Demarrez ontluisd is, lijkt een bezinningsperiode voor Lieven Verstraete aangewezen.

De Vlaamse Vereniging van Journalisten nog niet gehoord in deze poging tot intimidatie, en nog niemand uit het perskaartenmilieu gesignaleerd die scherprechter Bart Eeckhout en C° van antwoord dient. Iedereen effe de draad kwijt. Maar dus bij deze teruggevonden. Bij het Vlaams Belang kunnen ze, denk ik zo, hun plezier niet op.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Media, Sterke Vlaamse verhalen | 6 reacties

Reclame en mensen van kleur: het lijkt echt ‘van moetes’

Reclamespot voor HelloFresh: een eenzame ‘witte’ papa met drie gekleurde gezinsleden. Zelfs biologisch een moeilijke.

Eén reclameclip met gekleurde medemensen in de hoofdrol: geen probleem. Twee of drie stuks, zelfs op één avond: moet kunnen. Maar de godganse tijd, op alle zenders en voor alle mogelijke producten acteurs met een Afrikaanse achtergrond, die de indruk geven dat in Vlaanderen het multiraciale gezin de norm is: waar komt dit vandaan?

Zou men die reclamebeelden in Amerika nog kunnen zien als een weerspiegeling van de demografische realiteit, bij ons geven ze een indruk van geforceerde framing. Gewoon de cijfers: op een totale bevolking van 770 miljoen Europeanen, telt men zowat 7 miljoen mensen met een Afrikaanse achtergrond, lees ik in het onverdachte tijdschrift Mo, dat onderzoeker Stephen Small citeert. Dat is nog niet één procent van de bevolking. Aziatische types komen veel minder in beeld: zij zijn blijkbaar geen uitdragers van diversiteit.

Blackwashing

Vooreerst wat inside-info, omdat ik drie jaar in een reclamebedrijf heb meegedraaid. In deze sector heerst een enorme nervositeit om ‘origineel’ te zijn, waardoor men elkaar net meer gaat naäpen. Alles draait rond trends. Reclamelui zijn pseudo-artiesten, ze gedragen zich ook zo, flanerend in casual merkkledij en neuriënd in een hip, met Engelse termen doorspekt jargon.

In die zin surfen ze graag mee op maatschappelijke hypes, of ze lanceren zelf minirevoltes, met een moraliserende ondertoon. Dat werkt altijd bij de opdrachtgever: waspoeder verkopen met een maatschappelijke meerwaarde.

Politieke correctheid fungeert als een glijmiddel om een product een morele meerwaarde te geven, die in het ideale geval tot de mainstream gaat behoren. Lifestyle- en modebladen pikken dit gretig op.

Opeens is alles bio en goed voor de planeet, van inlegkruisjes over bananen tot auto’s, en wie geen boodschap heeft aan deze boodschap, is een hopeloze nestbevuiler. Greenwashing heet dat: merken bouwen grootse campagnes op rond ‘duurzaamheid’ om de ziel van de consument te masseren. Het weekblad Knack bedacht een waarlijk geniale stunt, door mensen moreel te dwingen van hun grasperk een maand lang niet te maaien, met de onderliggende boodschap dat ze dan meer tijd hebben om dit juweeltje van goede journalistiek tot zich te nemen.

Politieke correctheid fungeert als een glijmiddel om een product een morele meerwaarde te geven, die in het ideale geval tot de mainstream gaat behoren. Lifestyle- en modebladen pikken dit gretig op. Inclusiviteit op alle vlakken, geen discriminatie is het motto. Het zogenaamd doorbreken van stereotypen is een cruciale strategie geworden om de aandacht te trekken. En zo doken ook die Afrikaanse types op in reclamespots: het werden nieuwe stereotypen, ditmaal om een merk een ‘veelkleurig’ imago te geven. Noem het gerust blackwashing.

Schuldaflossing

Uiteraard speelt de reclame daarmee in op de woke-ideologie en het concept van ‘dekolonisering’, waarvan de bedenkers heel goed de psychologische meerwaarde snappen: alles heeft te maken met het aanpraten van een schuldcomplex. Indien men mensen kan overtuigen dat ze bij iemand in het krijt staan, zullen ze ook makkelijk over de brug komen om dat te compenseren. Europa heeft een schuld te vereffenen, en dat moet zich uiten in taal, attitudes en… koopgedrag.  De wokes leveren gratis heel de onderbouw voor deze reclametruc.

Een maaltijdbox bestellen bij HelloFresh bijvoorbeeld, een bedrijf dat overigens bekend staat voor zijn agressieve verkooptechnieken. We zien een witte papa met Afro-vrouw en twee dito kindjes aan tafel: biologisch gezien bizarre setting, tenzij we hier te maken hebben met een aflatenhandel. Schuldgevoel, liefdadigheidsdrang en merkbewustzijn vloeien in elkaar over, via het beeld van de onderdrukte zwarte waarvoor we ‘iets’ kunnen doen. Het merk presenteert zich als een soort collectebus met een knikkend negertje, herinner u uit vorige eeuw, het beeldje bij de slager waarin je wisselgeld kon deponeren ‘voor de kolonies’.

De woke-doctrine wordt op die manier een dominant verkoopargument: koop een product en krijg er een aflaat bij.

De Afrikaanse figuur in de reclamespot stelt geen demografische realiteit voor, het is veeleer een icoon dat restitutie eist, schuldaflossing. De woke-doctrine wordt op die manier een dominant verkoopargument: koop een product en krijg er een aflaat bij. Dure merken kunnen op die manier hun ‘morele’ meerwaarde bewijzen. Ook Koning Filip bediende zich van die truc, in een heel andere context, door tijdens zijn bezoek aan Congo namens alle Belgen (!) zijn spijt uit te drukken voor de misdaden van zijn grootoom Leopold II, en de negertjes een masker cadeau te geven, of beter terug te geven. Blackwashing dus.

Ondertussen in Zoerle-Parwijs

Logo’s rond diversiteit stellen Europese types steeds meer als een minderheid voor

Deze instrumentalisering, die de doorsnee Congolees misschien wel beter doorziet dan we vermoeden, is natuurlijk op zich een nieuw soort racisme met een meervoudige agenda. De ‘witte’ Europeanen, Belgen en Vlamingen moeten een knieval doen (het BLM-gebaar) tegenover de zwarte, en op het einde ook hun eigen culturele identiteit opgeven, want het racisme zit overal.

Zo worden zowat alle verlichtingsfilosofen, Hegel, Kant, Hume, Rousseau, Voltaire, Montesquieu, als exponenten van white supremacy-racisme ontmaskerd. Dat is bijzonder handig voor… de reclamesector, want als ik nu Kant of Voltaire zou citeren om heel de gebakken-lucht-business te doorprikken, ben ik gewoon een racist.

Mijn gevoel: dit zal op de duur een tegengesteld effect bereiken. Nog even, en de consument/burger spuwt deze pil weer uit.

De media én de overheidscommunicatie gaan voluit mee in deze cancel-operatie, en bedienen zich van dezelfde woke-framing. Als de VRT op reportage is en pakweg op een speelplein in Zoerle-Parwijs neerstrijkt, dan moét dat ene kroeskopje prominent in beeld komen, om te bewijzen hoe divers Vlaanderen is. En dus ook om, vanuit de pedagogische missie van de publieke omroep, de xenofobe Vlaming tot meer inclusief denken aan te sporen en zijn eigen roots in vraag te stellen. Mijn gevoel: dit zal op de duur een tegengesteld effect bereiken. Nog even, en de consument/burger spuwt deze pil weer uit.

De reclamemakers zullen zich dan wel aanpassen, noodgedwongen, de overheid zal met een groot probleem zitten, en vaststellen dat de anti-racismecampagnes precies het omgekeerd effect bereiken. Uiteindelijk is de bevolking van dit land nog altijd overwegend blank/Europees en is een minderheid van kleur. Dat doet er verder niet toe, maar hoe meer men er een probleem van maakt, hoe meer het een probleem wordt. Simpele waarheid, zelfs voor communicatie-experts behapbaar.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Media, Politiek incorrect | 22 reacties

Beste Tom, Vlaamse onafhankelijkheid is nog iets méér dan een 50%-kwestie

Op het jaarlijkse sponsordiner van Doorbraak was VB-voorzitter Tom Van Grieken spreker en eregast. Onderwerp: hoe een politiek breekpunt creëren waarbij een meerderheid van het Vlaams Parlement de onafhankelijkheid zou uitroepen, en een onderhandelingspositie met Brussel en Wallonië afdwingen. De ‘implosie’ van België zou dan een vanzelfsprekend feit worden, en voor het einde van dit decennium doppen we onze eigen boontjes. Jean-Pierre Rondas opperde dat dit internationaal-juridisch niet zo vanzelfsprekend is, en zonder twijfel zal Europa het proces proberen te counteren, zie Catalonië en de Spaanse staat.  

Klopt. Er zijn nog meer redenen om het perspectief van Van Grieken enigszins naïef te vinden. Zijn vertoog was -wellicht om het verwijt te counteren dat hij als enige Vlaamse partijvoorzitter zonder universitair diploma intellectueel te licht weegt- cijfermatig opgebouwd, alsof het allemaal maar een kwestie is van een meerderheid te halen binnen het Vlaams Parlement. Dat is natuurlijk een mathematische voorwaarde voor de soevereiniteitsverklaring. Maar of de geesten in Vlaanderen ook echt rijp zullen zijn voor een republikeinse shift, is nog een ander paar mouwen.

60-plussers

IJzerwake 2021

Het punt is namelijk dat een referendum rond al dan niet onafhankelijkheid, wat ik democratisch toch netjes zou vinden, vandaag gegarandeerd géén meerderheid zou opleveren. Vlamingen stemmen namelijk om nogal wat redenen voor V-partijen: migratie en asiel zijn topmotieven, een economisch rechtse oriëntatie (VOKA), ethisch conservatisme, naast anti-systeemressentimenten en opgeheven middenvingers (vooral de VB-kiezer). Het aantal Vlaamse kiezers dat echt afscheid wil nemen van de Belgische constructie, schat ik momenteel op hooguit 25%.

De opmerking van Eddy Daniels, dat de N-VA een flink aantal ‘soft-belgicisten’ herbergt (men zou hen dus evengoed soft-flaminganten kunnen noemen), die met hetzelfde gemak als ze door Bart De Wever werden verleid weer naar andere electorale oorden zullen vertrekken, snijdt hout.

Het aantal Vlaamse kiezers dat echt afscheid wil nemen van de Belgische constructie, schat ik momenteel op hooguit 25%.

Maar het leidt meteen ook naar de essentie: een draagvlak is nog iets anders dan een mathematische meerderheid. Het heeft te maken met een emotionele, culturele en filosofische grondstroom waardoor boven de partijgrenzen heen een soort historische dynamiek ontstaat. De Vlaamse beweging is er nooit in geslaagd die dynamiek op gang te brengen. Ze is een sektarisch, overwegend rechtsconservatief verhaal gebleven waarin 60-plussers vandaag domineren. Sterven zij uit, dan is het ook met die beweging gedaan.   

Daar zitten we met een enorm deficit: een republikeinse ‘geest’ uit de fles valt in geen lichtjaren te bekennen. Het debat leeft niet rond de vraag hoe een onafhankelijk Vlaanderen er zou kunnen uitzien, constitutioneel, bestuurlijk, democratisch, cultureel, economisch, sociaal, ecologisch. Onder welke grote levensbeschouwelijke en maatschappelijke noemers gaan we die nieuwe Vlaamse samenleving op poten zetten? Er moet een grondwet geschreven worden voor àlle Vlamingen, niet alleen de Vlaams-nationalisten van vandaag.

Rechts monopolie

Momenteel liggen de kaarten ideologisch vrij duidelijk. Gesteld dat N-VA en VB samen 50% halen, en in de veronderstelling dat Bart De Wever eindelijk zijn banvloek over de politieke erfvijand intrekt, dan zou het deeg waaruit de Vlaamse natie gebakken wordt, uitgesproken rechts samengesteld zijn.

Dat betekent onder meer: verstrengen van migratievoorwaarden en inburgeringstraject, minder aandacht voor milieu en klimaat, besparen op zorg en sociale voorzieningen. Cultuur wordt vooral gezien als canonieke inventaris van een groots verleden (hoe dikwijls is Jan Jambon al niet met het Lam Gods afgekomen), en het onderwijs moet de Vlaamse identiteit in de verf zetten.

We spreken hier dus over gemeenschappelijke frontvorming: ook voor links moet er eten en drinken zijn in het verhaal van de Vlaamse onafhankelijkheid.

Dat zijn de rechtse accenten van de V-partijen, men kan er zich in vinden of niet, maar daarmee constitueer je geen republikeins verhaal. Deze kan niet het voorwerp zijn van een rechts monopolie. Er moet een consensus groeien, boven de partijgrenzen heen, dat Vlaamse soevereiniteit een positief verhaal is, ook voor wie sociale solidariteit en milieuzorg, zelfs klimaat, belangrijk vindt. 

We spreken hier dus over gemeenschappelijke frontvorming: ook voor links moet er eten en drinken zijn in het verhaal van de Vlaamse onafhankelijkheid. Dus moeten ook socialisten en groenen, en misschien zelfs communisten, verleid worden en losgeweekt uit hun Belgicistische sluimer, met het idee dat er in het nieuwe Vlaanderen ook voor hun ideologie een democratische plek is. Dat ze de nv België niet langer als een levensverzekering hoeven te beschouwen, en dat de Vlaamse natie er ook een zal zijn waar zwakkeren beschermd worden, de natuur gedijt en comfortabele treinen op tijd rijden. Zwitserland, Oostenrijk en Denemarken blijven goede voorbeelden. Noteer dat in Oostenrijk een regering aan de macht is, samengesteld uit de conservatieven van de Österreichische Volkspartei en de Groenen. De naam van hun ambitieus programma: Aus Verantwortung für Österreich.   

Zwakke zesjesregering

Ambitie blijft het sleutelwoord. Vegeteren in een 1302-romantiek, of sudderen in technisch gezemel over bevoegdheidsoverdrachten, zal ons nergens brengen, behalve in wat de Vlaamse regering vandaag uitstraalt: knullige dagjespolitiek, zwartgeel geschilderde verkeerspalen en veel decreten die regelneverij uitstralen. Grote werven blijven liggen, zelfgenoegzame regenten zijn vooral met hun eigen politieke agenda bezig. Af en toe ontaardt dit in hilarische vertoningen, zoals het moment waarop Bart Somers en Hilde Crevits doorheen het raam van het Vlaams Parlement de verzamelde pers trachtten te ontvluchten.

Na zes staatshervormingen maakt Vlaanderen het verschil niet tegenover België. Integendeel, wat we zelf doen, doen we soms (nóg) slechter.

En laat dit nu één van de grootste obstakels zijn voor de draagvlakvergroting en het rijpen van de geesten: na zes staatshervormingen maakt Vlaanderen het verschil niet tegenover België. Integendeel, wat we zelf doen, doen we soms (nóg) slechter. Ondanks talrijke snoep/studiereizen naar gidsland Denemarken, een land met een vergelijkbaar bevolkingsaantal, en veel intentieverklaringen, krijgt men zelden de indruk dat deze regio klaar is voor echte autonomie. De zin voor verandering ontbreekt, het politieke vuur, de drang om te excelleren, en vandaar dus ook de fut bij de doorsnee Vlaming zelf.

De regering Jambon wordt in brede kringen -zelfs binnen de N-VA- beschouwd als een zwakke zesjesregering zonder ambitie, coherentie, of duidelijke, middellange beleidslijnen. De Beke-catastrofe, het onderwijsdebâcle, de ellenlange wachtlijsten voor gehandicaptenzorg, jeugdzorg en sociale woningen, de verkeersinfarcten en het slecht openbaar vervoer, de ondermaatse armoedebestrijding, de bedenkelijke lucht- en waterkwaliteit, milieulijken die uit de kast blijven vallen (PFOS),…: zeg nu zelf, waarom zou de niet-geïnteresseerde Vlaming opteren voor zelfbestuur?

Momentum

Zwarte zwaan vliegt voorbij op défilé

Het Vlaams Belang zit in de oppositie, de partij van Tom Van Grieken is niet verantwoordelijk voor deze miskleunen. Maar ik zie weinig tekenen dat die partij het politiek personeel zou leveren dat wél het verschil zou maken. Waarschijnlijker is, dat ook mét het VB in de Vlaamse regering de Belgische ziekte zou blijven hangen en de Jambonitis zou voortsudderen in een Belgische rompstaat.

We zitten met media opgescheept met een ronduit Belgicistische agenda, zelfs pro monarchie, te beginnen met de Vlaamse publieke omroep. Van hen hoeven we geen draagvlakvergroting te verwachten.

Voor de rest is het mankerende draagvlak voor Vlaams zelfbestuur uiteraard – een nagel waarop ik ook al veel heb geklopt- een kwestie van een ontbrekende intellectuele en culturele elite die voor het republikeinse idee gaat. We zitten met media opgescheept met een ronduit Belgicistische agenda, zelfs pro monarchie, te beginnen met de Vlaamse publieke omroep. Van hen hoeven we geen draagvlakvergroting te verwachten. Ook daar dienen shifts gemaakt te worden en moeten stemmen doorbreken die een ander verhaal brengen en de publieke opinie kunnen begeesteren.

Doorbraak is zeker een cruciaal instrument in deze opinievorming. Het moet blijven de lat hoog leggen voor de politici, naar verbreding zoeken, én de drempel verlagen voor de gewone Vlaming op zoek naar beter bestuur, levenskwaliteit, vrijheid van mening en andere dingen die ertoe doen. Je moet in een huwelijk goede redenen hebben om te scheiden, en dat gaat niet alleen over centen en procenten. Als grondstroom en draagvlak er zijn, kan er een momentum ontstaan, waarbij de politieke klasse op het gaspedaal moet duwen. Zwarte zwanen noemt men dat, een vonk die het vat doet ontploffen. Helaas is er momenteel geen vat, geen mengsel, zelfs geen vonk, en vliegen de zwarte zwanen gewoon voorbij. Werk aan de winkel.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater, Res publica, Vlaams | 14 reacties