Moet men Russische opera’s bij ons verbieden?

© Bruzz

Op vrijdag 23 september j.l. vond in de Brusselse Muntopera de laatste voorstelling plaats van Pikovaya Dama (‘Schoppenvrouw’), een werk van de 19de eeuwse componist Pjotr Iljitsj Tsjajkovski. Het toeval wil (zo’n producties worden jaren op voorhand ingepland) dat de Munt dit seizoen nog een werk van deze componist programmeert, namelijk zijn bekendste opera, Yevgeni Onegin. Later volgen nog ‘De neus’ van Sjostakovitsj, naar een verhaal van Gogol, en een concert met balletmuziek van… weeral Tsjaikovski.

Ola, zoveel Russische kunst, uitgerekend deze tijd. De in Brussel residerende vereniging Promote Ukraine vond het nodig om luid protest aan te tekenen: het opvoeren van Russische opera’s zou in de huidige omstandigheden propaganda zijn voor het Poetinregime, zo luidt het. Is dat zo? Effectief recupereert dat regime de Russische cultuur, ook deze van de 19de eeuw, om aan patriottistische oorlogsretoriek te doen. Maar mogen wij dan geen muziekwerken spelen of opera’s opvoeren van Russische componisten? Dan moeten we ook alle boeken van Tolstoj en Dostojewski uit de bibliotheek bannen. Misschien moeten we vandaag net wél aandacht hebben voor Russische cultuur, om te beletten dat een potentaat als Vladimir Poetin ermee aan de haal gaat.

Magistrale vertolking

Scène uit Pikovaya Dama, Munt 2022 © Bend Uhlig

De opera in kwestie, Pikovaya Dama, is gebaseerd op een verhaal van Aleksandr Poesjkin en ging in première te Sint Petersburg in 1890. Noteer dat Tsjaikovski als componist uitgesproken westers georiënteerd was, zeer beïnvloed door o.a. Richard Wagner, en niets ophad met Russisch patriottisme. Wat hem het misprijzen opleverde van meer nationalistisch gezinde musici als Borodine en Rimski-Korsakov. Dat is een belangrijk argument om hem niét tot Poetin-propagandist avant-la-lettre te degraderen. Als er nu één Russische componist is die in de diepten van de ziel kijkt en het existentiële register exploreert, dan is het wel Tsjaikovski.

Componisten zomaar bannen omdat het Russen zijn, is zich verlagen tot het simplisme en de propagandaretoriek die het Poetin-regime hanteert.

Van Pikovaya Dama verscheen al een bespreking in Doorbraak. Ik woonde een voorstelling bij op 11 september -waar ik recensent Luckas Vander Taelen in de wandelgangen tegen het lijf liep-, en kan alleen maar superlatieven hebben voor de enscenering, de muzikale presentatie én de vocale prestaties, niet in het minst deze van Dmitry Golovnin die de rol van de gokverslaafde hoofdfiguur Hermann magistraal neerzet.

Als ik even googel naar Dmitry Golovnin, dan blijkt het om een volbloedrus te gaan (wie anders kan zo’n rol tot een goed einde brengen), die in Sint-Petersburg studeerde, zich daarna in Duitsland vervolmaakte, en vooral op de affiches van de West-Europese theaters te zien is. Maakt dat zo iemand tot een Poetinadept? Veeleer vermoed ik dat heel deze oorlog vooral een dikke streep door de rekening is, ook voor zo’n artiest. Er bestaan wel degelijk Poetinlakeien, zoals dirigent Valeri Gergiev, die onder meer in 2014 een petitie onder kunstenaars organiseerde om de annexatie van de Krim toe te juichen, en twee jaar later het propagandaconcert dirigeerde in de ruïnes van Palmyra. Echter, componisten zomaar bannen omdat het Russen zijn, is zich verlagen tot het simplisme en de propagandaretoriek die het Poetin-regime hanteert.

Dikke truien

Wagner-programma van the Proms in London-Queens Hall, 19 augustus 1940. De Slag om Engeland was toen al volop bezig.

Terecht benadrukt Muntdirecteur Peter de Caluwe dat hij niet aan cancel culture wil doen. Dat is alvast een principiëler standpunt dan dat van Radio Klara, dat in het voorjaar een uitzending annuleerde van de Leningradsymfonie van Dmitri Sjostakovitsj, een werk dat eigenlijk als anti-oorlogsmanifest is geschreven, maar vanzelfsprekend voor de kar van het Stalinisme werd gespannen.

Noteer dat deze componist altijd op tamelijk gespannen voet heeft gestaan met het Sovjetregime, en zijn opera ‘Lady Macbeth van Mtsensk’ gecensureerd zag omdat er een Goelag-scène in voorkwam.

Tot slot iets over de initiatiefnemer achter de protestbetoging aan het Muntplein, Promote Ukraine, een in 2014 opgerichte vzw. Het is een uit expats en vluchtelingen bestaande drukkingsgroep die beweert ‘… de Oekraïense burgerrechten te behartigen wereldwijd’. Ik zie niet goed in wat de opvoering van een opera in een Brussels theater met de burgerrechten in Oekraïne te maken heeft. Die strijd moet zich, met alle sympathie, daar afspelen, niet op het Muntplein. Maar zoals president Poetin zijn buitenlandse propagandisten heeft, is er hier natuurlijk ook een pro-Oekraïnelobby actief, die voor nóg meer wapenleveringen betoogt, en bij elke supermarkt of benzinestation van verdacht allooi gaat protesteren.

Deze activisten lijken niet te beseffen dat de schrikbarende elektriciteits- en gasrekeningen die bij de modale Belg en Vlaming in de bus vallen, de solidariteit met Oekraïne op de proef stellen.

Dat moet kunnen in een democratische rechtstaat. Echter, in een Europa dat zwaar getroffen is door de gevolgen van de aan Rusland opgelegde sancties, vind ik een censuurdemonstratie op de trappen van een theater misplaatst, temeer omdat wij onze grenzen breed opengesteld hebben voor vluchtelingen uit die regio. Deze activisten lijken niet te beseffen dat de schrikbarende elektriciteits- en gasrekeningen die bij de modale Belg en Vlaming in de bus vallen, de solidariteit met Oekraïne op de proef stellen. En dat teveel bemoeienissen met onze culturele affiche wel eens het omgekeerde resultaat zou kunnen hebben, namelijk een ‘go home’-reactie en een breder draagvlak voor meer inschikkelijkheid jegens gasgrossier Poetin.

Kort: nu we de dikke truien bovenhalen, moeten hier rondhangende Oekraïners zich niet aanstellen op een operaplein. Russische kunst is meer dan ooit relevant, voor wie echt wil begrijpen wat er zich afspeelt. Met de dreiging van een kernoorlog, en Brussel-NATO als favoriet doelwit, is bezinning en het hoofd koel houden misschien interessanter dan een hysterische banvloek over alle Russische kunst. Noteer dat tijdens de tweede wereldoorlog noch de Amerikanen noch de Britten Richard Wagner, Hitlers favoriete componist, op de index plaatsten. Ze wonnen dan ook de oorlog. En kraakten daartoe onder meer de enigma-code, maar dat is weer een ander verhaal. Of toch niet.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Voor de complete streaming van de Munt-productie van Pikovaya Dama, klik hier.

Geplaatst in Cultuur | 22 reacties

Geen ‘eerlijkere politiek’ zonder een meer objectieve pers

Zopas verscheen het boek ‘Wanhoop in de Wetstraat’, van de hand van VRT-journalist Ivan De Vadder. Het staat bovenaan op mijn leeslijstje, alleen al omdat het thema in hoge mate lijkt samen te vallen met wat ik in mijn te verschijnen boek behandel: de onwaarachtigheid van de politiek, de particratie met al haar uitwassen, resulterend in het toenemende foertgevoel van de burger/kiezer. Er zullen her en der nog van die analyses verschijnen, want in bepaalde kringen ruikt men het angstzweet met het oog op 2024, vandaar de titel. Waarbij men ook aandacht moet hebben voor de boodschapper, en in welke positie die zich bevindt.

Hier alvast een voorbedenking, aan de hand van de talloze interviews waarin De Vadder die insteken overloopt. Als journalist en schermgezicht heeft hij het natuurlijk gemakkelijk om het rijtje collega’s af te lopen, ten einde reclame te maken voor zijn opus. Elke dag verschijnt er wel ergens een interview, afgelopen dinsdag mocht hij nog aanschuiven bij Bart Schols in De Afspraak. Dat zegt niets over de kwaliteit van het boek in goede of slechte zin -nogmaals: dit is geen recensie-, maar wel over het fenomeen van netwerken en vriendenkringen waarin een journalist functioneert.

Anders gezegd: ook perslui leven in bubbels waarbinnen ze mekaar afdekken en eventueel een duwtje geven. Dit milieu -en dat is meteen mijn voorbehoud tegen dit soort ‘kritische’ boeken van politieke journalisten- is ook met allerlei tentakels verbonden aan het universum waarover ze geacht worden kritisch te berichten: het zogenaamde Wetstraatmilieu.

Verbroedering

 Dit feestje ging niet door omdat de VRT de ‘speciale gast’ op het laatste nippertje terugfloot.

De Vadder beweegt zich als een vis in het water doorheen dit biotoop. Hij is, zoals zijn grote voorganger Hugo de Ridder (‘De keien van de Wetstraat’, 1982), een observator maar ook een insider. Dat heeft zijn voor- en nadelen. Je weet veel, je vangt veel op, maar daarvoor moet je ook ‘close’ genoeg worden met die mensen, ermee gaan eten, present zijn op feestjes. Het worden connecties, halve vrienden die je eigenlijk nooit te hard kan aanpakken want je moet ze ook morgen nog in de ogen zien.

Politici zijn van perslui afhankelijk, en omgekeerd. Daarbij speelt er een vorm van wederzijdse, stilzwijgende chantage: een journalist die té kritisch wordt of teveel de vuile was uithangt, wordt uitgestoten en krijgt geen inside-info meer. Zo ontstaan stilzwijgende afspraken en omerta’s. Dat is wat Wouter Verschelden eigenlijk overkwam, sinds zijn boek ‘De doodgravers van België’ (2021) min of meer een paria in de Wetstraat én onder collega’s.

Een journalist die té kritisch wordt of teveel de vuile was uithangt, wordt uitgestoten en krijgt geen inside-info meer. Zo ontstaan stilzwijgende afspraken en omerta’s.

Dit verschijnsel van symbiose tussen politiek en media ofte embedded journalism is in Vlaanderen en België de norm. Toen Peter Vandermeersch hoofdredacteur werd van NRC Handelsblad, had hij het over dat cultuurverschil met Nederland: in Vlaanderen gaan de politieke journalisten veel te vriendschappelijk om met de politici over wie ze moeten berichten, concludeerde Vandermeersch in een Knack-interview. ‘Ik herinner mij het trouwfeest van Ivan De Vadder nog. Daar was de hele politieke top vertegenwoordigd, van Karel De Gucht tot Freya Van den Bossche. In Nederland is dat ondenkbaar.’

Kijk, dat is nu exact het probleem van afstand en objectiviteit: mensen die op je trouwfeest rondlopen en misschien wel een mooi cadeau mee hadden, waarmee je in privé-verband hebt geklonken en de ganse dag hebt staan leuteren aan de bbq, die geef je niet zomaar de dolksteek in de rug. Af en toe, eerder per ongeluk, bereiken ons meer van die berichten over de verbroedering tussen politiek en pers: ex-DM-hoofdredacteur Yves Desmet die met Karel De Gucht op vakantie ging, Ivan De Vadder die ooit samen stond te rocken met Siegfried Bracke, Daniel Termont en Matthias De Clercq… Dat lijkt allemaal onschuldig, maar de normvervaging begint hier al.

Een ‘hartenkreet’

In de fusiekwestie van Mechelen en Boortmeerbeek hield De Vadder duidelijk de lijn van Bart Somers aan.

Dat kleurt op het einde onvermijdelijk visies en analyses. Ik heb Ivan De Vadder al meerdere keren betrapt op stellingnames waarin hij eigenlijk eerder de politicus in bescherming neemt, dan de burger waarmee die in conflict geraakt. Zo in de kwestie rond de fusie van Mechelen met Boortmeerbeek, april van dit jaar, en het burgerprotest in deze gemeente. De Vadder analyseerde dit als ‘een conflict tussen ratio en emotie’, waarbij Bart Somers de redelijkheid zou vertegenwoordigen, tegenover de emoties van de achterlijke dorpelingen die niet snappen wat vooruitgang is.

Dat was een zeer subjectieve visie, die achteraf ook fout bleek: de ratio zei namelijk dat er helemaal geen draagvlak was voor die fusie, dat die ingegeven was door partijbelangen, en dat Somers hier zijn twee petjes van Mechelse titelvoerende burgemeester en de Vlaams minister van binnenlands bestuur helemaal door elkaar haalde.

In se wil De Vadder dus geen systeemswitch en zelfs geen andere politici, maar dezelfde die hun leven beteren ‘voor het helemaal fout loopt’.

Vanuit die optiek moet men een kritische analyse als ‘Wanhoop in de Wetstraat’ met de nodige reserve lezen: als de schrijver zijn boek als een ‘hartenkreet’ ziet (sic), dan gaat het misschien wel veeleer om een goed bedoelde vermaning aan de politieke klasse dat ze het te bont maakt, en zich dringend moet herpakken of er gebeuren ongelukken in 2024. Letterlijk klinkt het in Het Nieuwsblad dat hij het systeem zeker niet wil veranderen (dus ook dat van de partijfinanciering niet?), maar pleit voor een ‘mentale hervorming’. Tja. Overweegt de VRT-journalist een fin-de-carrière als media-consultant?

In se wil De Vadder dus geen systeemswitch en zelfs geen andere politici, maar dezelfde die hun leven beteren ‘voor het helemaal fout loopt’. Lees: voor we nog eens een Zwarte Zondag krijgen. De reacties van het desbetreffende Wetstraatpersoneel laten zich dan ook voorspellen: een ‘eerlijke, waardevolle analyse’, een ‘eye-opener’, een ‘trigger’, ze zullen het ‘ter harte nemen’, ‘er wordt aan gewerkt’, en blablabla.

Ik vrees voor hem en zijn connecties in de Wetstraat dat de burger/kiezer ondertussen al een station verder is. De wanhoop voorbij.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater, Media | 25 reacties

Een praatbarak, een bordeel en een luxe-rustoord voor politici

Geleid bezoek aan het Europees Parlement

In tijden van voorspoed kan iedereen op de winkel letten. Pas in crisistijden kan de politiek tonen wat ze waard is. Helaas, eerst met corona, en dan met de inval in Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis, beseften we welk soort stuurlui we aan het roer hebben staan: zielige amateurs.

De cacistocratie is alomtegenwoordig en te vinden op elk niveau, Vlaams, federaal en Europees. Ze munt vooral uit in uitstelgedrag, ontkenning, hele en halve leugens, de vis verdrinken en de zwarte piet doorgeven. De federale regering kijkt naar Europa, Europa schuift het probleem van de onbetaalbare gas- en elektriciteitsfacturen terug af op de nationale regeringen en (vooral) op de spilzuchtige burger die zijn gedrag moet corrigeren. Het is allemaal uw schuld.  Echte, doordachte, radicale én doorberekende oplossingen vind je niet, hooguit wordt er met wat geld gestrooid uit een lege kas, waarvoor we later dubbel en dik de rekening zullen betalen.

Terwijl volgens de laatste cijfers al twee derde van de Belgen met betaalproblemen voor hun energiefactuur worstelen, en de zoektocht is ingezet naar alles wat brandbaar is, tot en met houten paletten (slecht voor het milieu, foei), is er alvast één categorie die zich noch van besparingen, noch van het milieu of het klimaat iets moet aantrekken: de Euro-parlementariërs. Een korte kennismaking.

Tussen Brussel en Straatsburg

De koffers staan altijd gepakt

Om de vijf jaar worden ze verkozen, de gelukzakken die het nationale gekrakeel mogen inruilen voor een vredige debatclub mits een luxueuze verloning, zonder de kiezer ook maar één keer verantwoording te hoeven afleggen. Desalniettemin vraagt die zich tussendoor af, waar dat Parlement goed voor is en of het meer is dan (duur) theater. Vooral de maandelijkse volksverhuizing over-en-weer van Brussel naar Straatsburg – een karavaan van zo’n 3000 man- blijft de ogen uitsteken. Reiskosten: een slordige 114 miljoen euro per jaar. De milieu-impact van de maandelijkse verhuis van Brussel naar Straatsburg wordt geschat op 19.000 ton aan CO2-uitstoot per jaar, dat is vergelijkbaar met 12 miljoen km rijden in een dieselauto. Milieu en klimaat, Europa is ermee begaan.

Hoe absurd en irrationeel ook, deze verhuis wordt niet in vraag gesteld. De Fransen willen er zelfs niet over praten, het is een sacrale kwestie. Het reizend circus is namelijk een aspect van het machtsevenwicht tussen Duitsland en Frankrijk, hét oermotief van wat men de Europese eenmaking noemt. Zoals er ook monstrueuze transporten plaatsgrijpen van Airbus-onderdelen tussen de fabriek in Toulouse en Duitse leveranciers: dit gaat niet om efficiëntie, maar om symboliek. De gaspijplijn tussen Rusland en Duitsland was ook zo’n vredessymbool, tot Vladimir Poetin de Duitsers en de rest van Europa met de twee voeten weer op de grond zette.

De milieu-impact van de maandelijkse verhuis van Brussel naar Straatsburg wordt geschat op 19.000 ton aan CO2-uitstoot per jaar, dat is vergelijkbaar met 12 miljoen km rijden in een dieselauto.

Dat is meteen het antwoord op de vraag waartoe het allemaal dient. De Unie is geen werkbaar bestuursniveau maar pure ceremonie, theater en vertoon. De bedevaart naar Straatsburg is een peperduur politiek-historisch ritueel, het symbool van een monsterverbond dat ons een derde wereldoorlog moet besparen. Dat was althans het idee in de jaren ’50 van vorige eeuw. De Europeanen moeten grote offers plengen om de vrede tussen Frankrijk en Duitsland, die al met mekaar overhoop liggen sinds de verdeling van het Karolingische Rijk, te vrijwaren. Vrede mag iets kosten, neen, het moét veel kosten, opdat we zouden beseffen hoe belangrijk zij is, zeker nu de nieuwe vijand uit het Oosten komt.

De as Berlijn-Paris is en blijft de crux van de Unie, al de rest hangt er maar aan. Niet te verbazen dat de Britten die bipolaire diplomatie beu werden. Vandaag zitten we in een totaal andere realiteit dan deze van de Frans-Duitse alliantie, maar het theater blijft wat het is, zo hol en grotesk als maar kan. De Unie functioneert in een oud historisch paradigma, en hult zich op haar arrogante manier in een complete wereldvreemdheid. Enorme financiële middelen houden deze schizofrenie in stand. Freude schöner Götterfunken, onder de tonen van Beethovens 9de moeten alle lidstaten eenstemmig mee paraderen rond deze unio mystica. Dissidenten als Hongarije worden hardhandig tot de orde geroepen: ze zijn geen volwaardige democratie (gelach).

Green deal

Het Berlaymontgebouw: institutionele megalomanie

Deze arrogantie veruiterlijkt zich evenzeer in groteske architecturale gewrochten, neergeplant in de Europese wijk te Brussel, tempels waarin het constant geroezemoes klinkt van debatten, resoluties, stemmingen, amendementen en persconferenties. Politici, journalisten, lobbyisten, consultants, administrators, naast een enorme kolonie werkmieren, die allemaal door ons betaald worden, bemannen deze Toren van Babel, een pareltje van institutionele megalomanie. Draagvlak of voeling zoeken met wat er bij de gewone man of vrouw leeft, heeft de Unie nooit geïnteresseerd. Dat was integendeel iets voor rechtse populisten, per definitie slechte Europeanen. De duizenden wetten en reglementen die er worden uitgebroed, dienen niet om uw of mijn leven te verbeteren, eerder integendeel, ze zijn gemaakt om het gewicht van dit instituut in de verf te zetten.

Draagvlak of voeling zoeken met wat er bij de gewone man of vrouw leeft, heeft de Unie nooit geïnteresseerd. Dat was integendeel iets voor rechtse populisten, per definitie slechte Europeanen.  

Traagheid is essentieel in heel deze mallemolen. Voor de aankoop van vaccins kwam de Unie een paar treinen te laat -met slecht onderhandelde prijzen ook-, het management van de energiecrisis is al evenzeer een flop en verzuipt in intentieverklaringen. Het klimaat, maar nu ook de recente energiecrisis, lijken een fantastisch alibi om de irrationaliteit van de Unie te celebreren en haar wereldvreemdheid op te dringen.

Zo wil men, onder de bezieling van eurocommissaris Frans Timmermans, via de Green Deal tegen 2050 naar een klimaatneutraal Europa, wat draconische maatregelen zal vergen, zoals het bannen van alle niet-elektrische voertuigen terwijl men nooit berekend heeft of wij die energie wel kunnen ophoesten voor al die laadpalen, en of die transitie betaalbaar zal zijn voor particulieren en bedrijven. De term ‘Green Deal’ is overigens misleidend: het is helemaal geen ‘deal’ maar een oekaze, een dwangbevel. Ik vraag me af hoe energiezuinig dat Berlaymontgebouw is, en hoeveel dikke truien er zullen rondlopen. Heel de Europese bubbel hangt in een parallelle realiteit.

Graaizucht

Guy Verhofstadt, topverdiener onder de Europarlementariërs

Met dat Europees Parlement is iets raars aan de hand: we verkiezen om de vijf jaar de leden, zogezegd om ons te vertegenwoordigen, waarna heel het ding in een splendid isolation oplost. Het haalt amper nog de media, omdat het in een soort halfslaaptoestand overgaat, enkel onderbroken door de maandelijkse trip naar de Elzas. De waarheid is, dat de leden niet echt iets om handen hebben, behalve dus debatteren, molenwieken en stemmen: dé definitie van het woord praatbarak.

Zo is het ook opgezet en bedoeld. Het Europees Parlement is een protocollair schaduwparlement, dat puur als façade dient voor de echte macht van de Commissie, waaraan het enkel ‘adviezen’ mag geven. Het heeft geen recht van initiatief en mag zelf geen wetten indienen. De Commissie en de Raad van Ministers kunnen te allen tijde de uitslag van een stemming negeren.

Het Europees Parlement is een protocollair schaduwparlement, dat puur als façade dient voor de echte macht van de Commissie, waaraan het enkel ‘adviezen’ mag geven.

Om met waardigheid de schijn op te houden, worden Europarlementsleden royaal vergoed. Ze verdienen netto 7.011,74 euro per maand, dat is jaarlijks 84.140,88 euro. Ze hebben daarenboven recht op een onbelaste onkostenvergoedingen van 4.563 euro per maand. Daarnaast worden reiskosten terugbetaald, krijgen ze een vergoeding voor afgelegde kilometers, en worden twee derde van hun dokterskosten vergoed. Dan zijn er uiteraard nog de zitpenningen: 323 euro per dag. Alles bijeen goed voor zo’n 14.000 euro per maand, plus uitzicht op een riant pensioen.

Inzake graaicultuur staat de peetvader van het Belgische malgoverno, Guy Verhofstadt, aan de absolute top, zo rekent ons het EPSA – European Public Sector Awards- voor. Hij is momenteel Europarlementslid voor de fractie Renew Europe, lid van de commissie Constitutionele Zaken en de delegatie voor de betrekkingen met de Verenigde Staten. Samen goed voor 18.000 euro per maand. Daarnaast klust Verhofstadt nog bij als bestuurder van de investeringsmaatschappij Sofina, voorzitter van het bestuur van de denktank European Public Sector Awards (EIPA), gemeenteraadslid in Gent en eigenaar/zaakvoerder van de wijnfirma Meone. Op jaarbasis haalt hij uit die vier nevenjobs tussen de tussen de 162.000 en 312.000 euro per jaar.

Loveboat

De mooiste bezienswaardigheden in Strasbourg - Zininfrankrijk.nlWe hebben het hier dus over de man die dertig jaar geleden met paars en paarsgroen de kernuitstap én de uitverkoop van ons energiepark bedisselde.  Het Europees Parlement is niet alleen een luxe-rusthuis voor politici, het parkeert hier en daar ook lieden die men een bijna criminele lichtzinnigheid kan aanwrijven. Door hun EU-fin de carrière genieten ze van een blijvende immuniteit en kunnen ze de ganse dag molenwieken en speeches geven voor de galerij zonder dat er een haan om kraait.

Een seniorie op niveau dus. Guy Verhofstadt liet een puinhoop na, en zijn partijgenoot Alexander de Croo zal hem achternagaan. Het handvol serieuze parlementsleden dat deze vergadering telt, kan er absoluut niet om heen dat dit een refuge is voor uitgerangeerde, uitgebluste of gebuisde politici, of wanbestuurders die de vlucht vooruit genomen hebben naar Europa. Binnen de partijen ontstaat er dan ook telkens heel wat geduw en getrek om verkiesbaar te geraken voor deze gegeerde voltijdse vakantieplekken.

Het handvol serieuze parlementsleden dat deze vergadering telt, kan er absoluut niet om heen dat dit een ‘refuge’ is voor uitgerangeerde, uitgebluste of gebuisde politici, of wanbestuurders die de vlucht vooruit genomen hebben naar Europa.

Daar bestaan vermakelijke verhalen over. In zijn zeer aanbevelenswaardig boek ‘Het rijk der kleine koningen – Achter de schermen van het Europees Parlement’ (2015) legt Derk Jan Eppink het echte geheim uit waarom de zitjes in het Europese Parlement zo gegeerd zijn: om van moeder-de-vrouw weg te zijn, en in de koffer te kunnen duiken met een maîtresse die soms hun secretaresse is maar niet altijd. Straatsburg wordt als een echte loveboat beschreven, een bordeel vol oude mannen met een doos blauwe pilletjes op zak en hoog oplopende restaurantrekeningen-voor-twee op kosten van de zaak.

Ik ben zowaar geneigd Eppinks sappig relaas te geloven: op het einde draait alles rond seks en macht, maar vooral het eerste in dit geval. Met een domme seut als commissievoorzitster, die haar doctoraatsthesis via plagiaat in mekaar flanste, als Duits defensieminister een heel bedenkelijk parcours reed, en soms letterlijk tussen twee stoelen valt, krijgt heel dit vertoon een decadent smaakje dat bijna de laatste dagen van Rome oproept. Europa is een klucht, nadat het ooit een tragedie was, om Marx te parafraseren. Het slecht bestuur van de Unie is geen accident, geen mankement, maar haar essentie. De burger mort, mokt, stemt grondwetten weg, maar dat doet allemaal niet ter zake. U dacht toch niet dat dit over democratie ging?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in cacistocratie, Het politiek theater | 9 reacties

De handicap, en de valstrik van het (zelf)medelijden

De Crimi Cowns, met dwerg Mike (Chris Willemsen) in het midden (Be-Entertainment)

Ik zal het maar meteen bekennen: ik heb een beperking. Ik lijd namelijk aan een slecht karakter, een aangeboren neiging om mensen te jennen, te bespotten, onenigheid te veroorzaken en conflicten tot op het ridicule uit te vergroten. Vooral de hogere regionen moeten het ontgelden, maar net zo graag zet ik de medemens op het verkeerde been.

Lijden, nu ja, het is vooral mijn omgeving die daar verveeld mee zit,- reden te meer om naar een behandeling op zoek te gaan. Helaas: elke poging daartoe, al vanaf de prille schooltijd, deed het probleem toenemen, waardoor ik genoodzaakt zag het over een andere boeg te gooien: er iets mee doen. Dat is uiteindelijk wat elke cartoonist, columnist of satireschrijver probeert: zijn sociopathie benutten om dingen te tekenen of te schrijven die ‘normale’ mensen niet durven. Uiteenlopende figuren als Kurt Westergaard (de tekenaar van de eerste Mohammedcartoons), Salman Rushdie, maar ook Jef Elbers (de man die onlangs keet schopte te Knokke in een Lidl-winkel met Franstalige opschriften) en, ja, waarom niet, Jeff Hoeyberghs behoren tot die groep mensen die met hun persoonlijkheidsmisvorming iets nuttigs en maatschappelijk waardevols willen doen.

Door het keldergat

Stand-up comedian William Boeva

Mijn grootste voorbeeld is evenwel acteur Chris Willemsen, Vlaanderens bekendste dwerg, die als 12-jarige omwille van zijn lengte bij voetbalclub Verbroedering Arendonk niet meer aan de bak kwam. Dat zal geen leuke puberteit opgeleverd hebben, maar in 2004 vinden we hem als joker terug in het satirische fopprogramma ‘The Freaky Frank Show’ van jongerenzender JIMtv (zou nu niet meer kunnen). Later volgden rollen als deze van bordeelmedewerker Jimmy in ‘De Ronde’, waar hij met een varkensmasker boven het gezicht van de argeloze klant Lucas Van den Eynde zijn gevoeg doet.

Het is het geheim van bijna alle komieken: het uitvergroten van een gebrek. Niks (zelf)medelijden, dat is dodelijk voor je inspiratie en zelfvertrouwen.

Zijn glansrol blijft voor mij echter deze van de dwerg Mike in de ‘Crimi Clowns’, waar hij als lid van een Antwerpse gangsterbende omwille van zijn gestalte in de keldergaten mag kruipen, maar ook zeer bedreven is in het kraken van brandkasten. Tussendoor heeft hij nog behoorlijk wat succes in de liefde, want grote vrouwen blijken iets te hebben met kleine mannen. Chris Willemsen is dus iemand die als acteur zijn zogenaamde beperking uitspeelt, en dan liefst via foute typetjes. Niet altijd evident, want hij lijdt aan een vernauwde ruggenwervel. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Ik ben nu eenmaal zo. Waarom zou ik daar dan geen voordeel proberen uit te halen?

Het is het geheim van bijna alle komieken: het uitvergroten van een gebrek. Niks (zelf)medelijden, dat is dodelijk voor je inspiratie en zelfvertrouwen. Zoals vroeger gebochelde narren zeer gegeerd waren, en dwergen de weg naar het circus of de kermis vonden, bestaan er ook vandaag mensen die hun beperking weten te exploiteren. De stand-up comedian William Boeva kondigt zich op zijn webstek aan als ‘de grappigste dwerg der lage landen’, die ‘zijn gestalten en gebreken onbeschaamd uitspeelt’. Komt dat zien.

Knuffelbeertjes

‘Down the road’: feel good-televisie rond mensen met een Down-syndroom

Boeva is anderzijds niet te spreken over de tendens om mensen met een handicap te pamperen door ze op te voeren als knuffelbeertjes. Via een open brief op zijn Facebookpagina, die nogal wat stof deed opwaaien, haalt hij uit naar formats als ‘Down the road’ (VRT-1), waar mensen met een Down-syndroom mee op de bus mogen met de sympathieke presentator Dieter Coppens, om zich te amuseren en schattig naar de camera te kijken. Wat is het leuk om m* te zijn! Dat is natuurlijk fake. Bedoeling van het programma is zogezegd om inclusie te bevorderen, hét modewoord van het moment, dat ook in het woke-jargon een centrale rol speelt. Iedereen moet erbij horen en moet aan alles kunnen deelnemen.

Niets zo gevaarlijk als de lat lager leggen omwille van de inclusiviteit. Je organiseert ook geen Tour de France zonder bergen opdat iedereen zou mee kunnen.

Op zich een disputabele stelling. Is alles voor iedereen weggelegd? In 1968 betoogden linkse studenten niet alleen voor het recht op onderwijs, maar ook voor het recht op een diploma. Dan kan men dat net zo goed afschaffen. Heel het onderwijsdebat is door dat taboe hopeloos bezwaard: dat je talent laat verpieteren als je niet erkent dat sommigen dat talent niét hebben. Discriminatie is een normaal proces en heeft ook een maatschappelijke functie, namelijk zorgen dat iedereen op de juiste plaats terecht komt.

Dat erkennen ligt moeilijk vandaag. Edoch, een handicap (pardon: beperking’) is niet bedoeld om medelijden op te wekken, of vanuit filantropisch oogmerk elke vorm van discriminatie te bannen. Overal waar kwaliteit belangrijk is, moet er geselecteerd worden. Niets zo gevaarlijk als de lat lager leggen omwille van de inclusiviteit. Dat is nochtans wat oud-VDAB-baas Fons Leroy letterlijk zegt in een interview: een bedrijf moet voor ‘diversiteit’ kiezen en iemand met een migratie-achtergrond voortrekken (‘positief discrimineren’), ook als die minder competent is dan een Europese kandidaat. Leroy beseft niet dat je daar niemand een dienst mee bewijst, noch de autochtoon, noch de allochtoon, en onze economie al helemaal niet.

Je organiseert ook geen Tour de France zonder bergen opdat iedereen zou mee kunnen. Ik hou mijn hart vast tegen het moment dat een klassiek orkest zich genoodzaakt zal zien om een percentage mensen met één arm of met een mentale beperking op te nemen, kwestie van aan de subsidievereisten te voldoen. Of de dag dat de VRT op het idee zou komen een Down-patiënt het nieuws te laten voorlezen in het kader van de diversiteit. Moet bijna zo erg zijn als Goedele Wachters. Evenzeer ben ik ertegen dat men voor de rol van een Vikingleider uit de 11de eeuw een zwarte vrouw cast, zoals in de nieuwe Netflix-serie ‘Walhalla’ gebeurt. Zoals ik in de opera ook geen oude man met een hangbuikje als Siegfried wil zien. Geef hem een hangbuikrol, die zijn er ook.

Deugklieren

Zo zijn we weer bij de knuffelberen en het opvoeren van mensen met een beperking in inclusie-programma’s. Deze feel-good-formats  -daar heeft William Boeva een punt- zijn van een ongelooflijke neerbuigendheid, letterlijk. Het helpt die mensen niet, het dient vooral om de deugklieren van de kijker te stimuleren. Men zou zich misschien beter bekommeren om toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in o.a. horeca en theater: dat zijn concrete aandachtspunten. Dwingend ook is het probleem van mensen met een handicap die al jaren op een wachtlijst staan voor een persoonsvolgend budget waar ze recht op hebben. Maak daar eens een programma over, in plaats van rond te toeren met lachende Downies.

Men zou zich misschien beter bekommeren om toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in o.a. horeca en theater: dat zijn concrete aandachtspunten. 

Een nog heikeler punt is dat van een aangeboren afwijking die in een vroeg stadium voorspelbaar is. Bij een prenataal onderzoek kan al vanaf 11 weken vastgesteld worden of er een ernstig risico bestaat op een baby met Down-syndroom. Nogal wat zwangere vrouwen willen de test echter niet laten uitvoeren: dat werpt een ander licht op de zorgplicht die de maatschappij nadien heeft en heel het ‘inclusie’-verhaal. Finaal hebben de ouders een last op zich genomen. Daar hebben die kinderen uiteraard geen schuld aan. Maar misschien moet men ook die discussie durven voeren.

Nu hoor ik u denken: hadden de ouders van JS maar beter prenataal onderzoek laten uitvoeren, hoeveel leed en ergernis zou er ons gespaard gebleven zijn. Dat hebben ze ook gedaan, maar vermits een slecht karakter erfelijk is, deden ze het er vermoedelijk om. Het herinnert ons aan een gedenkwaardige uitspraak van politica Soetkin Jehaes (Open VLD) die zich afvroeg waarom de ouders van VB-ers geen abortus hebben gepleegd. Omdat het ook VB-ers waren natuurlijk, het verhaal van de appel en de boom.

Genoeg lessen eugenetica. Levensles nummer één: een beperking, het is maar hoe je ermee omgaat. En: uit iets slechts kan iets heel goeds ontstaan, wat bij deze weer bewezen is.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Inleiding tot de humorologie, Media, Politiek incorrect | 8 reacties

Mister Michel, Anderlecht en ‘de drang om altijd te winnen’ (desnoods via de scheidsrechter)

Op 25 april 1984 vond de voetbalmatch RSC Anderlecht-Nottingham Forest plaats, in de halve finale van de toenmalige UEFA-cup. Anderlecht had de heenmatch verloren met 2-0, maar in de terugwedstrijd te Brussel gebeurden er opmerkelijke dingen. Een doelpunt van de Engelse speler Paul Hart werd om onduidelijke reden afgekeurd, en al even verrassend kregen de Brusselaars een strafschop cadeau van de Spaanse scheidsrechter Guruceta Muro. Daardoor wonnen ze met 3-0 en gingen ze door in het tornooi. Niet alleen sportief van belang: voor zo’n club staan er miljoenen op het spel.

Onmiddellijk daarna gonsde het al van de geruchten en veronderstellingen rond een verkochte match, zonder hard bewijs. Tot gewezen Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock in een interview met Het Laatste Nieuws, begin september 1997 – dus 13 jaar later-, bekende dat hij aan scheidsrechter Muro na de wedstrijd het bedrag van één miljoen Belgische frank ‘als lening’ had overgemaakt. Dat zou via tussenpersonen Raymond De Deken, overleden in 1987, en een zekere Jean Elst zijn gebeurd. In zijn ‘Blunderboek van het Belgisch voetbal’ (1997) beweert journalist Frank Van Laeken dat ook Philippe Collin, een familielid van Vanden Stock en tot op vandaag secretaris-generaal van RSC Anderlecht, in de omkooptransactie was betrokken.

Dossier ‘verloren met de post’

Het moment waarop Anderlecht tegen Nottingham een strafschop cadeau krijgt

Het verhaal van de ‘lening’ wordt nog pikanter, als blijkt dat Vanden Stock heel die tijd zwijggeld had betaald aan een obscuur tweetal, namelijk genoemde Jean Elst en zijn kompaan René Van Aeken, die beweerden bewijsmateriaal te bezitten van de omkooptransactie, onder meer een cassettebandje met clandestien opgenomen gesprekken tussen de Anderlechtvoorzitter en diens rechterhand Michel Verschueren. Toen zoon Roger de fakkel overnam, wou papa Constant niet meer verder afdokken. Integendeel werd tegen het duo een klacht wegens chantage ingediend, waarna de zaak in de pers kwam.

Ondertussen wist iedereen dat die match tegen Nottingham ‘gefikst’ was, dat de kopstukken van Anderlecht daar actief in betrokken waren, met het vermoeden dat dit geen alleenstaand geval was maar veeleer een systeem.

Helaas was scheidsrechter Muro in 1987 al omgekomen in een verkeersongeval -ook over de omstandigheden daarvan bestaan speculaties- en kon die dus niets meer navertellen. Verschueren betwistte het bestaan en de inhoud van de cassettebandjes niet, maar beweerde dat die ‘geen juridische waarde’ hadden. Voorzitter van de Belgische Voetbalbond Michel d’Hooghe kreeg in 1992 allerlei bewijsstukken in handen van afperser Van Aeken, speelde die door aan zijn secretaris Alain Courtois -een Anderlechtpion in de Bond- … die ze ‘verloor’. ’t Is te zeggen, hij beweerde het bundel doorgestuurd te hebben naar het UEFA-hoofdkwartier in Genève, waar het nooit aankwam. Oeps.

Ondertussen wist iedereen dat die match tegen Nottingham ‘gefikst’ was, dat de kopstukken van Anderlecht daar actief in betrokken waren, met het vermoeden dat dit geen alleenstaand geval was maar veeleer een systeem. Na jaren sudderen veroordeelde de UEFA in 1997 de Brusselse club alsnog voor ‘moreel wangedrag’, gekoppeld aan een sanctie van het seizoen daarop niet Europees te mogen spelen, een beslissing die nadien nietig werd verklaard wegens procedurefouten.

Van Aeken en Elst werden door het gerecht aan de tand gevoeld en beweerden dat Anderlecht nog tal van andere wedstrijden had ‘gekocht’. Daar kwamen nooit harde bewijzen van op tafel, het bleef dus bij de bekentenis van Constant Vanden Stock. Tot in 2018 ook zijn opvolger manager Herman Van Holsbeeck in Operatie ‘Schone Handen’ opdook als een intimus van de louche makelaar Mogi Bayat. Idem overigens voor clubadviseur/advocaat Laurent Denis.

Slangenkuil

Ondertussen foetert VRT-journalist Filip Joos op ‘racistische’ supporters 

De omkoopaffaire van 1984 en de nasleep zijn uit het collectief geheugen van de Belgische sportjournalistiek verdwenen. Dat heeft veel te maken met de momenteel heilig verklaarde Michel Verschueren (RIP), van 1981 tot 2003 algemeen manager van RSC Anderlecht. Hij beschikte over een breed netwerk en had uitstekende contacten met de voetbalpers, die steevast ook een telefoontje mocht verwachten indien de gepubliceerde berichten niet aan zijn verwachtingen beantwoordden. ‘Hij had een drang om altijd te winnen’, lees ik in alle herdenkingsartikelen. In het licht van de omkoopaffaire een uitspraak met een speciale betekenis.

Michel Verscheuren is met andere woorden een sleutelfiguur in de normvervaging die het Belgische voetbal kenmerkt, waarbij een absolute omerta van de pers regel is. Door de verstrengeling tussen de topclubs en de Voetbalbond is deze laatste een slangenkuil in plaats van een regulerend coördinatieorgaan dat bij onregelmatigheden kan arbitreren. Tot op vandaag.

Dat de kleurrijke Mister Michel tussendoor ook homofobe uitspraken ventileerde, en stakers voor ‘luieriken’ uitschold (nota bene ten tijde van de Renaultsluiting in Vilvoorde, waar tal van zijn supporters werkzaam waren), kunnen we allemaal plaatsen in het recht op vrije meningsuiting. De kern van de zaak is echter dat het Belgische voetbal zo rot is als de Belgische politiek, en aan dezelfde ziekte lijdt: ons-kent-ons-mentaliteit, nepotisme, achterkamergedoe, belangenvermenging, en ook wel gewoon slecht bestuur. Niet te verbazen dat tot op vandaag clubs en spelers van een fiscaal gunstregime genieten.

Michel Verscheuren is met andere woorden een sleutelfiguur in de normvervaging die het Belgische voetbal kenmerkt, waarbij een absolute omerta van de pers regel is.

De zweem van corruptie die rond deze schaduwwereld hangt, komt niet via de media en sportjournalisten naar boven -die als satellieten rond de clubs hangen-, maar door mislukte deals, ontspoorde vriendschappen, tot en met opduikende spijtoptanten die hun hachje proberen te redden, zie Dejan Veljkovic in de Bayat-affaire. (Ex-)spelers, trainers, bestuursleden, scheidsrechters en sportjournalisten blijken allemaal in hetzelfde onfrisse bad te zitten.

Noteer dat in heel deze soap de voetballiefhebbers en supporters volstrekt quantité negligeable zijn. Zij moeten gewoon hun tickets en abonnement betalen, en zich vooral houden aan de anti-racismevoorschriften op en rond het veld, daar kijken sportjournalisten zoals VRT-verslaggever Filip Joos wél zorgvuldig op toe. De morele hypocrisie stijgt daarmee ten top. Van de doden niets dan goeds, maar toch: ergens mag een nagedachtenis compleet zijn. Bij deze.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Sport | 7 reacties

Queen-mania: tussen rouw en geregisseerde hysterie

Nadat Queen Elisabeth van Engeland op 96-jarige leeftijd haar laatste adem uitblies, voltrok zich een perfect voorbereid theater, een geheel van rituelen dat de Engelsen ‘traditie’ noemen, en zich over heel de aardbol voortplantte, als een obligate treurzang. Al decennia lagen de in memoriams wereldwijd in alle redactionele schuiven van kranten en weekbladen klaar voor dit grote gebeuren. Regelmatig werden ze bijgewerkt en aangevuld, ook met de petites histoires van de grote Windsorfamilie: dit is smullen voor de media, die op dit moment de normale industrie van de boekskens helemaal de hoek induwen.

Bombaste retoriek

Schrijver Chris De Stoop op de begrafenis van Koning Boudewijn

Alle wereldleiders, tot en met Vladimir Poetin, respecteren deze dans van de halfstokken, die haar apotheose zal krijgen in de begrafenisceremonie van volgende week, 19 september, nadat ze met de kist zowat heel het Verenigd Koninkrijk hebben afgedweild, met speciale aandacht voor het opstandige Schotland.

Dit gaat om mediageleide massahysterie, in een natie die geleidelijk aan evolueert naar de status van derdewereldland.

Maar wat betekent rouw eigenlijk in zo’n context? De condoléances en rouwregisters, het volk dat voor de camera de tranen de vrije loop laat, neen,  het is nog niet zoals in Noord-Korea, waar je een strafkamp invliegt als je niet hard genoeg weent bij het heengaan van de vereerde leider. Toch zijn er gelijkenissen: dit gaat om mediageleide massahysterie, in een natie die geleidelijk aan evolueert naar de status van derdewereldland. Want dàt zit er achter de façade van traditie en stoffig fatsoen: een distopische realiteit. Met een aan snel tempo proletariserende bevolking, openbare diensten die niet werken, een slecht verteerde Brexit, een leugenachtige paljas als premier die zich aan de macht vastklampte tot het zijn eigen partij te gortig werd, en Schotten die eruit willen stappen. Desondanks: heden alle Britten vereend in de onmetelijke droefheid.

Als republikein ben ik altijd enorm gefascineerd door dit soort collectieve erupties van rouwsentiment bij de dood van een monarch. De bombaste retoriek die daarmee gepaard gaat, leidt soms tot ronduit hilarische overdrijvingen, ook buiten de grenzen van het Verenigd Koninkrijk. Op de VRT worden alle registers opengetrokken, nieuwslezers krijgen de krop in de keel, altijd met de onderliggende gedachte dat ook België een koninkrijk is en zich verwant voelt in het verdriet. Sinds de dood van Koning Boudewijn weten we dat ook hier hysterische taferelen kunnen uitbreken, die altijd worden teruggekoppeld naar patriottistische grootspraak rond solidariteit, verbondenheid, tous ensemble. Een vorst die de meubelen moet redden, in een land dat quasi niet functioneert en op uiteenvallen staat. Is er een verband tussen die grootspraak en het verval?

Infantilisme

Filip I neemt deel aan een Iftar

In De Standaard valt er een op zaterdagnacht geboren overpeinzing te lezen van Benno Barnard, die de queen als niets minder omschrijft dan ‘de belichaming van een formule die tijd en ruimte samenhoudt’. Hij vraagt zich af waarom haar dood ons zo ontroert. Sorry Benno, ik voel geen sikkepit ontroering, mis ik iets? Allicht, want mensen die ongevoelig blijven voor dit rouwmoment, zijn troosteloze psychopaten. Als ‘monaden’ zijn we namelijk aangewezen op dit door de hemel gezonden punt van licht en warmte dat de natie samenhoudt, zo niet dreigt de totale verkorzeling (‘De koningin symboliseerde het continuüm van de generaties en de cohesie tussen de monaden die wij zijn.’

Ook rond het tamelijk klunzig opererende Belgische staatshoofd wordt zorgvuldig een mythologie gecreëerd van Grote Verbinder in een multiculturele natie.

Wat betekent dat in Godsnaam, die ‘belichaming’ en dat ‘continuüm? Natuurlijk is de monarchie een mythe, maar geen onschuldige. De verbindingsretoriek rond de queen-mother suggereert een staatshoofd waarmee de onderdanen een infantiele band hebben, een relatie van psychische afhankelijkheid, waardoor het verlies quasi ondraaglijk wordt, maar ook therapeutisch werkt op het natiegevoel.

Dit infantilisme wordt ook bij ons zachtjes ingelepeld, als het gaat over de Belgische monarchie en de handelingen van Filip I. Niet van de ampleur van de queen-mother natuurlijk. Maar toch: ook rond het tamelijk klunzig opererende Belgische staatshoofd wordt zorgvuldig een mythologie gecreëerd van Grote Verbinder in een multiculturele natie. De weldaden van de migratie, de cohabitatie met een sympathieke islamgemeenschap, de verbondenheid met de Europese instellingen…: Filip straalt het allemaal uit en werpt zich op als propagandistisch icoon van het politieke status-quo. De monarchie is grotendeels ceremonieel, maar net dat maakt haar tot mythe van de bijenkoningin die boven het politieke gewoel staat.

Marie-Antoinette

Zou de queen haar nog gekend hebben?

In dat opzicht is de dood van de monarch een zegen en geeft hij een enorme boost aan vaderlandslievende gevoelens. In Freudiaanse zin zijn het restanten van infantiliteit: de burger wordt herleid tot een kind met kinderlijke emoties, die, vergeten we dat niet, voor het systeem handig zijn om kritische reflexen te dempen.

De rouw is het voorwerp van regie, mensen laten wenen is een kunst op zich. Tijdens een opera-opvoering van smartlapcomponist. En een beetje ceremoniemeester weet in een begrafenisrede altijd een traan te ontlokken, zelfs bij de uitvaart van de meest grimmige vrek waar we geen familie van zijn.

Monarchieën zijn niet alleen operette-achtige anachronismen, ze beletten een maatschappij ook om te groeien, zich op te werken tot een chemie van kritische individuen. 

Deze verwarring tussen sentiment en emotie, die overigens heel de entertainmentindustrie beheerst, pikken we van geen enkele politicus meer, waarom zouden we het tot staatsvorm verheffen. Juist: omdat mensen de alledaagse, grauwe realiteit van onbetaalbare gasfacturen willen ontvluchten. Monarchieën zijn niet alleen operette-achtige anachronismen, ze beletten een maatschappij ook om te groeien, zich op te werken tot een chemie van kritische individuen.

Daarom is de Res Publica het ideaalbeeld voor elke democratie. Frankrijk is en blijft een lichtend voorbeeld als het gaat over positieve emoties die rond het woord République hangen. In dat opzicht ben ik volstrekt gallofiel: relicten als Versailles, waar Marie-Antoinette ooit op suikerbergen skiede terwijl de bevolking verhongerde, hebben een functionele grandeur die stilzwijgend het monarchische verleden als ver-leden klasseert, voltooid verleden tijd of plus-que-parfait. De koningen zijn onthoofd, de burgermaatschappij is een feit, de paleizen werden musea. Dat er in Schotland hier en daar een awoert klinkt als de koninklijke lijkwagen passeert, is een voorbode van deze heilzame beeldenstorm.

Gezond conservatisme moet zich niet bezig houden met verkalkte symbolen of instituties, maar met waarden die duurzame ijkpunten vormen in een fluïde samenleving. Daarin staan -voor ondergetekende althans- verlichtingspioniers zoals Kant en Voltaire met stip bovenaan. Niet te vergeten Engelse filosofen als David Hume, John Locke en Adam Smith. Deze laatste was overigens een onvervalste Schot. Er beweegt wat onder de kilt, toch snel maar die kist terug naar Londen voor er ongelukken gebeuren. Freedom!

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Het politiek theater, Res publica | 50 reacties

Malgoverno: ziekte eindelijk officieel (h)erkend!

Maar medicatie voorlopig nog niet terugbetaald

Pas recent, nu mensen echt radeloos hun energiefacturen in de papiermand gooien, duikt in politieke debatten het woord malgoverno op, en verwijst men naar een periode van wanbeleid die zowat drie decennia bestrijkt: vanaf het aantreden van Verhofstadt en de uitverkoop van onze energiesector, over de kernuitstap-soap, tot de huidige malaise. Waarin we ook het Europese malgoverno niet mogen vergeten, – zie o.m. de koppeling van de elektriciteitsprijzen aan de stuiterende gasprijzen,- en het totaal gebrek aan vooruitziendheid op dat vlak in een door bureaucratie verlamde Toren van Babel.

Die shift onder de ‘opiniemakers’ is opmerkelijk. Ineens wordt ons dus tussen neus en lippen meegedeeld dat we al dertig jaar onder een Belgisch (en jammer genoeg ook Vlaams) wanbeleid leven, een regime van slechte bestuurders die zich in de institutionele doolhof van dit land kiplekker voelen. Door de particratie aangeleverde potentaten en potentaatjes, gedreven door een electoraal korte termijndenken, die de fouten van het verleden niet rechtzetten, maar ze integendeel deden uitwoekeren tot de situatie die we vandaag kennen.

Perfecte zondebok

Guy Verhofstadt | Basic BooksGuy Verhofstadt: grondlegger van het huidige malgoverno

Voorheen heb ik bij Wetstraatwatchers en politieke commentatoren, evenals de hoofdredacteurs van de mainstream media in hun editorialen, die ‘malgoverno’-vaststelling niet horen maken. Afgezien van vermakelijke coulissenverhalen als ‘De doodgravers van België’ (van de hiervoor door zijn collega’s verguisde Wouter Verschelden), en incidentele schandalen rond slechte rekenkunde of belangenvermenging, waagde geen enkele geaccrediteerde journalist het om te verklaren dat we al drie decennia onder een regime van onbekwamen leven. Dat zou hem allicht zijn job gekost hebben.

Met de coronacrisis als voorspel en generale repetitie, is de huidige energiecrisis een opportuniteit voor deze post-Verhofstadt-generatie van machthebbers om zich te kwijten: het is allemaal de schuld van Poetin.

Het woord ‘malgoverno’ is nu wel gevallen, maar de Vivaldiregering, in feite de exécuteur testamentaire van Verhofstadt en paarsgroen, laat er zich niet door ontmoedigen. Men heeft namelijk de perfecte zondebok gevonden. Met de coronacrisis als voorspel en generale repetitie, is de huidige energiecrisis een opportuniteit voor deze post-Verhofstadt-generatie van machthebbers om zich te kwijten: het is allemaal de schuld van Poetin.

Dertig jaar geklungel, gebakkelei rond een kernuitstap die slecht berekend bleek, oversubsidiëring van groenestroomproducenten ten koste van de modale burger, onvermogen om de Franse monopolist Suez/Engie in het gareel te laten lopen, hoopt men nu in de plooien van de geschiedenis weg te moffelen omdat een ex-KGB-er de gaskraan dichtdraait. En het houdt niet op. We vernemen zopas dat Engie, een van de bedrijven die fortuinen verdienen aan deze crisis (het cijfer van 9 miljard circuleert), dit jaar nog eens 600.000 euro Vlaamse overheidssubsidies binnenrijft voor een zonnepaneelpark. Mensen met een geëxplodeerde elektriciteitsfactuur zijn verbijsterd. Ook al slaat minister Zuhal Demir met de armen in de lucht, men kan dat bedrijf zelfs niets verwijten: het profiteert gewoon van gaten in een klungelig energiebeleid, voorbereid door een administratie van slaapwandelaars.

Tien moeilijke winters

Alexander De Croo: onze hoop in bange dagen

In deze context valt het woord ‘oorlogseconomie’, en worden we voorbereid op een grote inlevering van welvaart. Begin september maakte premier De Croo, in de voetsporen van o.m. de Franse president Macron, een enorme bocht die men historisch mag noemen: het eeuwige liberale optimisme (as a moral duty) moest plaats maken voor een boodschap van schaarste en ontbering: zomaar even tien moeilijke winters kwamen eraan.

Die aankondiging kwam er nadat heel de Wetstraat op zomervakantie was gegaan en het land had overgelaten aan reservisten die perplex de gasprijs zagen vertienvoudigen. Met dank aan de vrije markt die er een bleek van monopolies en speculanten.

Sorry mensen, het geld is op, de gaskraan dicht, trek nu maar een paar warme truien aan en bid de hemel om beterschap.

We noemen dit de Vastenavondswitch: de overgang van carnaval naar vasten, van euforische opbouw van staatsschuld en laat-maar-waaien-mentaliteit, naar crisismodus waarin soberheid wordt gepredikt. Sorry mensen, het geld is op, de gaskraan dicht, trek nu maar een paar warme truien aan en bid de hemel om beterschap. De energiecrisis is internationaal, treft vooral Europa, maar in tegenstelling tot de ons omringende landen is er in België gewoon geen geld, geen enkele financiële buffer om de hardste schokken op te vangen. De gewone man/vrouw staat met de billen bloot en zal afzien. Noorwegen, de enige Europese gasproducent, vindt het spijtig, houdt de woekerprijzen mee in stand, maar stuurt ons toch een container met Noorse sokken nadat premier De Croo er op bedeltocht ging. We zullen ze nodig hebben.

In dit discours van de verloren welvaart proberen zij die er mee verantwoordelijk voor zijn, zich nu te profileren als Churchills: sterke, standvastige leiders die het volk doorheen een tijd van beproevingen loodsen. Zo ziet ook Alexander De Croo zich helemaal: als een echo van Dehaene’s motto ‘De tocht is lang, de gids ervaren’. Of iets met donkere tunnels en licht aan het uiteinde.

Schuld en boete

Pieter Brueghel: de strijd tussen carnaval en vasten (1559)

Helaas gaat het licht uit, en worden tien koude, donkere winters voorspeld die als de Bijbelse zeven magere jaren een test vormen op onze burgerzin en uithoudingsvermogen. De Croo krijgt daarbij hulp vanuit de hoek waar soberheid en onthouding altijd het devies is geweest: de groenen. Hun ideologie is een variant van de christelijke leer die boetedoening als de weg naar verlossing aanbeveelt. Apocalyptische visioenen (de klimaatcatastrofe) moeten de angst erin houden en de versterving aanmoedigen. Handig voor de machthebbers: om revoltes te vermijden is het essentieel om mensen een schuldcomplex aan te praten. De begrafenis van de welvaartstaat wordt zo gelardeerd met een heel gamma van rituelen die ons zogezegd terug brengen naar het authentieke, Stoïcijnse, sobere leven. Staycation, geniet van de kleine dingen, geen vliegtuigreizen, gedaan met per auto naar de kust te bollen, tenzij uren bidden aan een laadpaal.

De begrafenis van de welvaartstaat wordt zo gelardeerd met een heel gamma van rituelen die ons zogezegd terug brengen naar het authentieke, Stoïcijnse, sobere leven.

De coronavoorschriften vormden al een algemene repetitie voor dit vastenregime. Ook toen werd bestuurlijk onvermogen gecompenseerd door de meest onmogelijke en absurde boeterituelen (niet op een bank in het park gaan zitten, naar adem snakken achter een mondmasker, toiletverbod als men een tuinfeest geeft, enz). Nu is de aankondiging van tien koude, donkere winters een nog veel grotere ingreep in het collectief bewustzijn: voor velen van ons is het goede leven gewoon voorbij. Om dat te accepteren moeten mensen echt schuld verinnerlijken: we hebben ‘op de poef’ geleefd, en nu komt de afrekening, in de hoop dat de hemel ons na tien jaar genade schenkt.

De pro-Oekraïne-campagnes (dampkappen en microgolfovens uit, om Poetin te pesten!) kunnen nu convergeren met de modale spaar-energie-acties en zelfs de klimaataanbevelingen: dikke trui en thermostaat lager. De ecologische schuld- en boeteretoriek die het blauwe optimisme heel de tijd schaduwde, kan nu helemaal door die falende bestuursklasse gerecupereerd worden. Zelfs al duiken de groenen straks onder de kiesdrempel, hun ideologie triomfeert.

Uiteraard speelt dit alles zich af met het doembeeld van 2024 aan de horizon, en het risico dat een complete generatie van kakistocraten naar huis wordt gestuurd. Net daarom denk ik dat het woord ‘malgoverno’ binnenkort weerom zal opgeborgen worden door de perslui en opiniemakers die de verzuring bestrijden, als zijnde populistisch, antipolitiek en stigmatiserend. Naast het n*-woordje dan misschien ook het verboden m*-woordje. Hoog tijd om er een boek over te schrijven.

Mijn nieuw boek ‘Kakistocratie – Pleidooi voor méér antipolitiek’  verschijnt in het najaar bij Doorbraak Uitgeverij.

Geplaatst in cacistocratie | 20 reacties

Gert Verhulst en het n*-woord: de laatste zin van deze column is de belangrijkste.

Terwijl de modale Vlaming nu vooral bezig is met de prangende vraag hoe zijn energiefactuur te betalen, de crisis aan de middenklasse begint te vreten, zelfs het kasteelvolk zijn stulpjes niet meer verwarmd krijgt zonder sociaal tarief, en binnen afzienbare tijd op Waregem Koerse alleen nog hooineutrale stokpaardjes te zien zullen zijn, krijgt mediatycoon Gert Verhulst er van langs wegens het iets te overvloedig gebruik van het n*-woordje.

Plaats van misdaad: een gloednieuwe talkshow op Play4, waarin de baas van Studio 100, Plopsa, én van productiehuis Dedsit zelf dat de show aflevert, telkens vier gasten ontvangt. Het toog- en caféformat is zo oud als de straat, en valt of staat uiteraard met de presentator en wie er zoal zijn opwachting maakt. Het kost ook twee keer niks, camera aan en draaien maar. Er zijn ook mensen die daar gratis willen gaan zitten als publiek behang, en applaudisseren op commando. Tussendoor is er reclame.

Dolksteken

Was ‘De tafel van vier’ racistisch? Tafelgast Raf Njotea: ‘Discussie mag gevoerd worden, alleen jammer dat het n-woord zo vaak viel’Woke-gast van dienst Raf Njotea: ‘spijtig dat het n*-woordje zo dikwijls viel’

Eerst iets over Verhulst zelf. Nogal wat Vlamingen kijken naar hem op als een voorbeeld van geslaagd ondernemerschap. Dat zou ik ook doen, als het bleef bij het uitbaten van pretparken, maar helaas wil Gert sinds geruime tijd zijn hemel verdienen als schermgezicht. Als baasje van Samson vond ik het zowat de limiet, al wat daarna kwam oogt als een directeur die op een personeelsfeestje grappig wil doen. Genante scènes in Saint-Tropez, waar de Verhulstjes ons vanuit hun villa op de hoogte houden van het dagdagelijkse familieleven, en waar vooral de mentaal gehandicapte zoon Viktor het hoge woord voert, blijken zowaar hoge kijkcijfers te halen en de VRT kopzorgen te baren. Vlaanderen boven.

Na zo’n ‘racistische uitschuiver’ is het kwestie voor de betrokkenen om snel terug aan de goede kant van de geschiedenis te gaan staan.

Maar dus nu De Tafel van Vier. Na opwarmoefeningen als Gert Late Night en De Cooke & Verhulst Show zou dit dé spraakmakende Vlaamse talkshow worden die alle taboes onderuit haalt. De eerste aflevering van 5 september werd al meteen een voltreffer, volgens de wetmatigheid dat je hard moet binnenkomen met zo’n nieuw mediaproduct om de concurrerende formats van de tabellen te vegen. Dat lukte ook. BV (van begraven en verrezen) Margriet Hermans opende de debatten met negerinnentetten, en de vraag waarom die niet meer onder die naam bij de bakker te vinden zijn. Pertinente vraag. Gekleurde woker van dienst, ene Raf Njotea, poogde wat weerwerk te bieden, maar de toon was gezet, waarbij het n*-woordje over tafel vloog zoals kinderen genieten van kak- en pistaal.

De volgende dag vielen deftige kranten als De Morgen en De Standaard over elkaar heen om het vulgaire ‘racisme’ van Gert Verhulst aan de kaak te stellen. Alsof er even geen belangrijker nieuws te rapen viel. Waarbij vooral opvalt dat de dolksteken van Gerts (ex-) kompanen kwamen: een opiniestuk van Njotea in De Standaard, en eentje in De Morgen van ex-redacteur Elias Van Dingenen die berouwvol kwam uitleggen hoe hij in de val was gelokt en zich heeft teruggetrokken uit het avontuur. Na zo’n ‘racistische uitschuiver’ is het kwestie voor de betrokkenen om snel terug aan de goede kant van de geschiedenis te gaan staan.

Halve excuses

Dezelfde day after kwam presentator Verhulst met halve excuses af nadat ook zijn nieuwe gast, de Nederlandse cabaretier Marc-Marie Huijbregts, hem de levieten had gelezen over zijn onbetamelijk gedrag. Weer fout: nooit excuses aanbieden voor iets dat je als journalist of TV-maker de ether instuurt, dat staat zo lullig. Het ondergraaft heel je geloofwaardigheid. Conclusie: veel gratis reclame voor het nieuwe programma -wat de bedoeling was van deze stunt-, maar ook de vaststelling dat Gert Verhulst zijn hand schromelijk overspeelde. Ook (en vooral) ‘politiek incorrecte’ talkshows vergen redactioneel huiswerk, intellectuele finesse en een ijzersterke presentator.

Veel gratis reclame voor het nieuwe programma -wat de bedoeling was van deze stunt-, maar ook de vaststelling dat Gert Verhulst zijn hand schromelijk overspeelde

Commerciële zenders kunnen in dat opzicht een disruptieve functie hebben, tegenover staatszenders en mainstream media die de neiging hebben morele superioriteit te etaleren en de bandbreedte van de vrije meningsuiting te versmallen. Het Canvas-Programma De Afspraak is in dat opzicht een toonbeeld van politiek correcte saaiheid, bij voorkeur bevolkt met figuren die het over vrijwel alles eens zijn, en een presentator die zich strikt houdt aan een links-weldenkende code. De Morgen en de Standaard, vandaag compleet inwisselbare media, hebben daarbij een ondersteunende functie.

De Standaard blijf overigens volhouden dat die woke- en cancelcultuur niet bestaat, en een verzinsel is van ‘rechtse trollen’ (sic). Ook dat moet kunnen: volhouden dat iets niet bestaat en zo elke discussie erover tot absurditeit verklaren. Terwijl heel de heisa net wijst op het wél bestaan van een woke-cultuur en een bijbehorende censuurreflex.

Intellectuele diversiteit

De Afspraak: toonbeeld van politiek correcte saaiheid

Wat ons tot de slotsom brengt van deze volstrekt onbelangrijke column over een onbelangrijk onderwerp: de reacties op Verhulst’s talkshow zijn niet zomaar meningen, ze vinden de inhoud en de uitspraken ervan wel degelijk ‘ongepast’, grensoverschrijdend en moreel-laakbaar. Dat is iets anders dan een debat openen, het is het debat op voorhand afsluiten. Diezelfde Raf Njotea, de spijtoptant die in de eerste aflevering opdraafde, identificeert Abou Jahjah en Conner Rousseau (!) met extreemrechts populisme omdat ze zich allebei al eens kritisch hebben uitgelaten over de wokes. Hij besluit zijn DS-column met een reductio ad Hitlerum: wie de wokes in vraag stelt, is een nazi, en brengt ons terug naar de jaren ’30. Tja.

Door steeds maar weer te benadrukken dat je vooral moet ‘verbinden’ en niet mag polariseren, versmal je het debat tot een consensueel ritueel dat ons al te vaak door de openbare omroep wordt aangeboden.  

‘Racisme’ blijft een stoplap om tegenstanders de mond te snoeren. Vele linksdraaiende democraten hebben nog altijd enorme moeite met intellectuele diversiteit, en met het verschijnsel dat er over nogal wat thema’s géén consensus bestaat en nooit zal bestaan. Wat ons dan weer op het vloekwoord ‘polarisatie’ brengt. Door steeds maar weer te benadrukken dat je vooral moet ‘verbinden’ en niet mag polariseren, versmal je het debat tot een consensueel ritueel, dat ons al te vaak door de openbare omroep wordt aangeboden.

Laat dus duizend bloemen bloeien, nota bene een gezegde van Mao. Leve de polarisatie en de échte diversiteit. Ik vind het prima dat er op het PVDA-feestje Manifiesta, naast de onvermijdelijke Tom Lanoye, sprekers opduiken als Chen Weihua, EU-afgevaardigde van de Chinese staatskrant China Daily, die onder meer de Russische slachtpartij in de Oekraïense stad Boetsja ontkent als fake news. Zoals er ook mensen mogen rondlopen die betogen dat de aarde plat is. Alleen was de PVDA nog de grootste lawaaimaker om het radicaal-rechtse muziekfestival Frontnacht in opspraak te brengen en te laten verbieden, wegens een affiche met ‘foute’ figuren en foute connecties. Iets over twee maten en twee gewichten.

Laten we gewoon zo afspreken: alles mag gezegd worden, alles is bekritiseerbaar, voor elke gast een geschikte talkshow, en Margriet Hermans mag negerinnentetten vreten tot ze erbij valt, zo mogelijk in Saint-Tropez, dan kan heel Vlaanderen er getuige van zijn. Wist u trouwens dat er ook een uitknop is aan uw TV, en dat u zo heel wat energie kunt besparen?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Media, Politiek incorrect, Sterke Vlaamse verhalen | 16 reacties

Vrouwen en satire: een ‘tegennatuurlijke’ combinatie?

Met deze suggestieve, vrouwonvriendelijk klinkende titel smijt ik maar meteen de knuppel in het hoenderhok: Ella Leyers, die de nieuwe editie van De Ideale Wereld aaneenpraat, heeft een leuk ogend snoetje, babbelt vlot, kan al eens een kwinkslag verzinnen en knippert dan ondeugend met haar ogen, maar ze bewijst wat ik al in mijn boekje ‘Terug naar Malpertus’ poneerde: humor is universeel, maar satire is een door en door mannelijke uitvinding. En ook nog eens zo wit-Europees als maar zijn kan: de wortels liggen in de antiek-Griekse komedie en het cynisme van de Atheense straatfilosoof Diogenes.

Satire op de openbare omroep? Het klinkt als een seksbom in het bed van de paus, maar naar VRT-normen is De Ideale Wereld behoorlijk stout (het was trouwens oorspronkelijk een format van de commerciële zender VIER), wat af en toe zelfs reprimandes en verplichte excuses opleverde, zoals bij de Holocaustgrap in april van dit jaar. Om maar te zeggen: ik was fan van het eerste uur. Was? Welja, zo’n programma valt of staat natuurlijk met de presentator. De bakens die het oertalent Otto-Jan Ham uitzette, bleken al moeilijk haalbaar voor zijn al te Hollands snabbelende opvolger Jan Jaap van der Wal. Maar nu Ella Leyers op die stoel zit, begrijpen we weer waarom er vrijwel geen vrouwelijke stand-up comedians noch cartoonisten rondlopen.

De ‘clou’ en de climax

Urbanus: ‘in mijn humor moet je het sperma zien vliegen’

Ik waag me aan een biologische verklaring. Vrouwelijke humor zit gewoon anders in mekaar dan mannelijke. Deze laatste werkt met een opbouw en een pointe, die een ontlading moet teweeg brengen. Boem, paukenslag. Er is een clou en een climax, timing is cruciaal. Terwijl vrouwen meer keuvelen zoals kippen, op een ‘plateau’ drijven en situaties komisch vinden: de humor van de kerstfilm. Een klassieke mop vertellen is voor vrouwen een probleem, omdat ze al beginnen te lachen op voorhand, te veel uitweiden en onderweg dikwijls de clou vergeten. Dat is niet erg, ze komen trager op temperatuur en gaan vooral voor de beleving, meer dan voor het hoogtepunt.

U begrijpt dat ik het hier over een seksuele tegenstelling, of beter complementariteit heb. Urbanus was daar ooit zeer expliciet in, toen hij zei dat zijn humor leek op het orgasme van de man: ‘je moet het sperma zien vliegen’. Mannen en vrouwen kunnen beiden een zakdoek gebruiken, zij het niet voor hetzelfde. Elk lachsalvo is een ejaculatie. Vrouwen krijgen eerder de ‘slappe lach’ en dat kan een hele tijd doorgaan. Mannen staan er beteuterd-onwennig op te kijken, of gaan dan boeken lezen.

Een klassieke mop vertellen is voor vrouwen een probleem, omdat ze al beginnen te lachen op voorhand, te veel uitweiden en onderweg dikwijls de clou vergeten.

Mannen zijn bovendien scherper en verbinden humor met een zeker mate van agressiviteit, tot en met het cynische uiterste. Het moet steken, de grap moet een angel bevatten. Wat ons bij het genre van de satire brengt, de spottende humor die altijd op zere tenen trapt, en daar nog genoegen in schept ook.

Van Urbanus tot John Cleese wordt er gespeeld met taboes en is de lach een uiting van plezier die volgt op een vloek, iets wat Freud al betoogde in ‘Der Witz und seine Beziehung zum Unbewußten’ (1905). Satire is verbaal geweld van het mannetjesdier dat met hekelen de groep meekrijgt. Men zoekt de grenzen op en kwetst, met humor als alibi. Het was maar om te lachen! Niemand is veilig of immuun. Moslims moeten niet afkomen met hun gevoeligheden, maar Joden of negers of homo’s ook niet. De politieke macht beteugelt dat spotplezier, wat de goesting om de grenzen op te zoeken nog vergroot. Niets zo goed voor satire als een beetje censuur.

Castratiemes

Tour de France voor vrouwen, 2022

Anders gezegd: satire is de hoogmis van de vrije meningsuiting, maar al dat mannenplezier houdt vandaag risico’s in. Het zou maar eens kunnen dat vanuit MeToo-kant satire en spotprenten ineens gelabeld worden als uitvloeisels van ‘toxische mannelijkheid’, waardoor men het genre zou kunnen afschaffen of sociaal onmogelijk maken. Moeten mannen niet stoppen met gif te spuiten? Vinden we spotprenten straks alleen nog in het dark web, tussen de kinderporno?

Ook dat heeft de profetische Urbanus, gelukkig bijna op pensioen, zien aankomen: zijn spermahumor is uit de mode, en meteen ook het biologisch origineel. Zoals een man nu maar eens moet stoppen met klaarkomen -er zijn echt feministen die daarvoor pleiten-, is het gedaan met penetrerende steken en spermatische stand-ups. Humor moet goed gevoel opwekken, ‘verbinden’ en hooguit ondeugend knipogen in vijftig tinten grijs. Urbanus kreeg in dat opzicht trouwens al een veeg uit de koekenpan, en moet zich als oudere, witte mannelijke hetero gedeisd houden.

Het zou maar eens kunnen dat vanuit MeToo-kant satire en spotprenten ineens gelabeld worden als uitvloeisels van ‘toxische mannelijkheid’, waardoor men het genre zou kunnen afschaffen of sociaal onmogelijk maken.

In dat opzicht vind ik de positionering van Ella Leyers als ankervrouw van een satirisch programma tactisch wel slim bekeken. De tekstschrijvers van de Ideale Wereld zijn beslist nog altijd in hoofdzaak heren, gelukkig, maar het schermgezicht zorgt voor een buffer. De meisjes mogen meedoen. We kunnen zo de woke-waanzin en de totale ban op spothumor vermijden, door ons strategische euh… terug te trekken en te doen alsof vrouwen dat genre ook beheersen. Zie ook het verhaal van de urinoirs en de plastuiten: seksuele gelijkheidssymbolen geven ons soelaas, tot de storm overwaait.

Om dezelfde reden wordt het vrouwenvoetbal nu enorm gepromoot: de Bond wil vermijden dat de feministen zich met een castratiemes op de Rode Duivels storten, en laat de Red Flames rondjes draven met hun paardenstaartjes en iets te mollige kontjes, in het kader van de gelijke rechten.  Goaaal! Idem dito voor het vrouwenwielrennen, dat regelmatig moet onderbroken  worden omdat alle deelneemsters in elkaar zijn gehaakt tot één kluwen, maar ondertussen hebben we hilarische televisie, een mooi politiek alibi, en kunnen de echte coureurs hun ding nog doen.

Ik weet het, het klinkt enorm seksistisch, en dat is het ook. Laten we ons tactisch opstellen, mee voor signaalgever spelen, ons onder de goeden mengen, en niet vergeten dat ironie de ‘fond’ is van alle satire. Bij deze.

Geplaatst in Inleiding tot de humorologie | 13 reacties

Een stadsdichter, wat is dat voor iets?

Onlangs ontstond er in de Scheldestad enige deining, toen stadsdichteres Ruth Lasters het voor bekeken hield. Samen met vijf collega’s was haar die erepost te beurt gevallen, die inhoudt dat ze gedurende twee jaar een aantal stukken gelegenheidspoëzie moest aanleveren, à 750 euro per gedicht. Dat moest dan ergens in de publieke ruimte een plek krijgen, aanplakborden, etalages, en dies meer. Ter meerder glorie van de metropool.

Niet verbindend genoeg

Maar Ruth Lasters (foto),- what ’s in a name,- zag haar taak wat breder dan deze van etalagiste, en leverde een manifest af, dat ze naar aanleiding van het nieuwe schooljaar als lerares met haar leerlingen had in elkaar gestoken. Daarin wordt gepleit voor respect voor jongeren die een vak leren in het technisch- en beroepsonderwijs, dat nog teveel wordt gezien als een afvalbak voor wie in het ASO mislukt. In een tijd dat je nauwelijks nog een loodgieter of dakwerker vindt, een relevante boodschap. ‘Kan niet’, was het verdict van cultuurschepen Nabilla Ait Daoud (N-VA): het gedicht van mevrouw Lasters is niet voldoende ‘verbindend’.

Inhoudelijk snap ik het probleem niet, en lijkt me die boodschap zelfs tamelijk ‘verbindend’: een ode aan het misprezen technisch onderwijs dat hardwerkende zelfstandigen oplevert -hét kiespubliek van de N-VA, ironisch genoeg-.

De aanhef van ‘Losgeld’ -zo heet het gedicht- klinkt zo:

Olie-, oliedomme staat

die leerlingen vanaf twaalf jaar

nog altijd letterlijk met ‘A’ labelt of ‘B’. Welkom in het middelbaar!

Aan Vlaanderen een vraag: wanneer ligt de maatschappij volledig plat?

Is dat wanneer de notarissen en de senators staken?

Of als de loodgieters, de bakkers en de havenarbeiders niet opdagen?

Ah, inderdaad! Het land ligt op zijn gat als de dakwerkers nakateren,

als alle winkeliers hun schup afkuisen, als de onthaalmoeders

de luiers zelf aandoen, als koks hun kat sturen naar Nam Fong.

Het is geen hoogstaande literatuur, zelfs geen gedicht, het is eerder een statement dat in versregels is gegoten zonder enige metriek. Nochtans werd dit product van klassikaal groepswerk niet geweerd omdat het artistiek niet zou voldoen: blijkbaar was de ‘boodschap’ onverteerbaar. Inhoudelijk snap ik het probleem niet, en lijkt me die boodschap zelfs tamelijk ‘verbindend’: een ode aan het misprezen technisch onderwijs dat hardwerkende zelfstandigen oplevert -hét kiespubliek van de N-VA, ironisch genoeg-. Jongeren uit bescheiden milieus die via een vakdiploma aansluiting zoeken bij de middenklasse: de partij moet dringend eens haar eigen electoraat doorlichten.

Bond van verliezers

Tom Lanoye, de eerste Antwerpse stadsdichter

Ach, een stadsdichter, wat is dat voor een rare diersoort. Een stad heeft elektriciens nodig, vuilnisophalers, agenten, correcte en behulpzame ambtenaren Sinds mijn jonge tijd ruikt het in de foyer van de Antwerpse opera  naar ’t putteke, stuur daar eens een goede loodgieter op afMaar dichters? Waarom hengelt een kunstenaar naar zo’n belegen ambt, zoals er ook een Dichter des Vaderlands bestaat? Welke scribent met een beetje eergevoel wil in godsnaam zo’n draak van een titel?

Cultuurschepen Eric Antonis (CD&V) zag de aanstelling van Tom Lanoye uitdrukkelijk als een PR-stunt voor de anti-Blok-coalitie.

De eerste poëet die de eer te beurt viel, was Tom Lanoye in 2002. Dat was nog onder burgemeester Leona Detiège (SP), die na de VISA-affaire door Patrick Janssens zou vervangen worden en een SP-CD&V-VLD-Agalev coalitie leidde, zeg maar een bond van de verliezers nadat het VB in 2000 een monsterscore had behaalde. Cultuurschepen Eric Antonis (CD&V) zag de aanstelling van Tom Lanoye uitdrukkelijk als een PR-stunt voor de anti-Blok-coalitie. 5000 euro per jaar kreeg onze dichter, ‘een peulschil vergeleken bij wat communicatiebureau’s vragen’, was de commentaar van Antonis.

Eens de post gecreëerd trad nog een klad andere Antwerpse beroemdheden in de sporen van Lanoye, zoals Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen, Bernard Dewulf, Stijn Vranken, Maarten Inghels, Maud Vanhauwaert, die zich allemaal tamelijk nauwgezet kweten van hun taak als stadsheraut.

City marketing

 Deurne, augustus 2022

Helaas is dat vandaag een belachelijk anachronisme. We leven niet meer in een tijd dat kunstenaars, verenigd in gilden, een ode aan de samenleving en het gezag moeten plegen. En ook het communisme en fascisme met hun cultuurkamers liggen al een tijdje achter ons. Voor het schrijven van promoteksten heb je vandaag reclamebureaus en copywriters. Het beroep van stadsdichter kan alleen verzonnen worden in een cultuurmarxistisch kader. Kunstenaars moeten zich niet laten optrommelen voor propaganda noch voor city marketing-doeleinden. Ze moeten te allen tijde een afweging maken tussen artistieke vrijheid en materiële zekerheid. En zo nodig ook bedanken voor de eer. Die moed is niet iedereen gegeven, het beste voorbeeld was de eerste stadsdichter Tom Lanoye, die zijn (betaalde) medewerking zag als hand- en spandiensten aan een anti-VB-coalitie.

Voor het schrijven van promoteksten heb je vandaag reclamebureau’s en copywriters. Het beroep van stadsdichter kan alleen verzonnen worden in een cultuurmarxistisch kader.

In die zin vind ik het gebaar van Ruth Lasters moedig. Al had ze natuurlijk op voorhand moeten weten wat er aan dat middeleeuws concept van stadsdichter vasthing. Noteer nogmaals dat haar bijdrage helemaal niet naar wokeness ruikt of naar rode strijdlyriek, maar opkomt voor jongeren in het technisch- en beroepsonderwijs waar ze les geeft.

Als je als cultuurschepen daar niet mee om kan, laat het dan zo en schaf die flauwe charade van het stadsdichterschap af. Ligt daar overigens iemand van wakker? Elke dag gewapende afrekeningen tussen drugsbendes in Deurne en omstreken, de Antwerpenaar smacht even naar ander vakmanschap dan dat van de edele dichtkunst. 

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Cultuur, Onderwijs, Sterke Vlaamse verhalen | 8 reacties