Van de Catalaanse kwestie ligt de Benidorm-Vlaming niet wakker

TourismOlala, een rel tussen Spanje en Vlaanderen, even leek het alsof de 16de eeuw terug tot leven kwam, de strijd tussen de Nederlanden en de Spaanse voogdij, eindigend met de afscheuring van de Noordelijke Nederlanden en de exodus van onze intellectuele elite. Behalve Pieter Paul Rubens, die lustig voort konterfeitte, diplomaat-spion werd in dienst van de Spaanse koning, en het woord collaboratie voorgoed verbond met onze Vlaamse volksaard.

DG_20160525_FLEMISH_PARLIAMENT_8Ja, de moeilijke relatie met Madrid zit diep, althans voor Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans die zijn onverbloemde steun toezegde aan de Catalaanse politieke gevangenen. Dat liet de Spaanse regering niet over zich gaan: tot drie keer toe werden de Belgische ambassadeur in Madrid, Marc Calcoen, op het matje geroepen. Een incident dat zijn climax kreeg, toen André Hebbelinck, vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Madrid, zijn diplomatieke status werd ontnomen.

Hoezo, heeft Vlaanderen dan een eigen ambassadeur in Madrid? Neen, Hebbelinck is een lid van het Belgische diplomatieke personeel, waarbinnen er afvaardigingen voorzien zijn van het Vlaamse, Waalse, en Brusselse gewest, naast, jawel, zowaar een vertegenwoordiging van Wallonie-Bruxelles. Dat laatste moet een subtiliteit zijn die uit een of andere staatshervorming rolde, want grondwettelijk bestaat Wallonie-Bruxelles niet.

De lange mars

Carles Puigdemont

Carles Puigdemont

Maar het protest van Jan Peumans dus, namens de Vlaamse deelregering, en de banbliksems van Madrid. Partijgenoot en minister-president Geert Bourgeois was er als de kippen bij om de Spanjolen terecht te wijzen, en zichzelf op te werpen als ‘wettelijke vertegenwoordiger van de Vlaamse deelstaat’. Helaas, ook Flamenco Geert is geen partij voor de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken Josep Borrel, die maar al te goed weet dat de EU zich strikt houdt aan de grenzen van de natiestaten en politiek geen regio’s erkent.

Dat brengt het optreden van Peumans tot zijn reële dimensie. Vlaanderen (bij monde van Peumans en Bourgeois) doet hier alsof het een staat is, maar dat is het natuurlijk niet, en a fortiori is het ook geen lidstaat van de EU. Vlaanderen is een Belgisch gewest, met een aantal bevoegdheden maar zonder internationale diplomatieke status. Ook al wordt er voor de vorm en de show een ‘vertegenwoordiger van de Vlaamse regering’ naar Madrid en andere wereldsteden (binnen de EU, naast New-York en… Pretoria) gestuurd. Die vertegenwoordiger bezit zowaar een diplomatiek statuut, toegekend door de federale Belgische overheid, in casu het ministerie van Buitenlandse Zaken. Tot zover de institutionele puntjes op de i.

De sympathie voor de Catalaanse zaak is binnen de Vlaamse beweging -en dus vooral binnen N-VA-kringen, in mindere mate het VB- moreel verheffend, politiek juist en voor alle duidelijkheid deel ik die sympathie ook. Maar anderzijds legt ze een oud zeer bloot, namelijk ten eerste dat wij zelf verder af staan van staatkundige autonomie dan ooit, en ten tweede, dat de Benidorm-Vlaming van die Catalaanse zaak helemaal niet wakker ligt. Waarom zou hij.

Heel de reformistische lijn die de N-VA kenmerkt, de these dus dat Vlaanderen niét moet rebelleren tegen de Belgische staat maar integendeel zich moet inwerken in die staat en hem van binnenuit omvormen (een variant op de cultuurmarxistische ‘Lange Mars door de Instellingen’ zowaar), heeft de partij electoraal geen windeieren gelegd. Een brede Vlaamse middenklasse van old school flaminganten die het VB te vies vonden, donkerblauwe liberalen die zich konden vinden in het VOKA-discours, naast een hoop echte Belgen die naar ‘verandering’ snakken, draagt het N-VA-electoraat, en bepaalt de partijstrategie die zorgvuldig balanceert tussen flamingantisme, Belgisch reformisme én een duidelijke rechtsliberale economische lijn.

Die evenwichtsoefening lukt aardig, maar leverde onvermijdelijk ook een deficit op in het originele republikeinse verhaal waarvan de partij vertrok. De Vlamingen moesten beseffen dat échte onafhankelijkheid niet hoefde, en vooral niet te snel.

Streekgerechten

Rubens

Peter Paul Rubens, ‘De ontvoering van Europa’ (1628-29), Madrid, Museo Nacional del Prado

De ellenlange lijst staatshervormingen die het land alleen maar ingewikkelder en minder efficiënt maken, de fameuze koelkast, of zeg maar diepvries, waarin het communautaire luik keer op keer belandt bij de vorming van een federale regering mét de N-VA, hebben een soort mentale slijtage opgeleverd, zelfs bij die stamboekflaminganten. Het doet er allemaal niet meer zo toe, het zal met België ook wel lukken als we de N-VA als staats- en systeempartij laten begaan, het republikeinse marsorder werd ineens irrealistisch, romantisch-wereldvreemd, belachelijk.

In die optiek moest de volgens de statuten nog altijd republikeinse partij dus voortdurend warm en koud blazen. Nu eens voor het Vlaams-Belgische, dan weer voor het radicaal Vlaamse verhaal. Het was aan Jan Peumans om nog eens warm te blazen richting Spanje en voor de Catalaanse rebellen. Maar wat betekent zo’n lippendienst in onze politieke context? Ook het knuffelen van de banneling Carles Puigdemont, die steeds meer de allures krijgt van een Iberische Dalai Lama, ja, we worden er als verknochte republikeinen warm van, maar het heeft ook iets theatraals en gratuits, gezien de positie van onze eigen tot schim verworden Vlaamse autonomie. Die puur een kwestie van streekgerechten, verkeersborden, een (niet betaalde) feestdag en andere symbolische fetisjen is geworden. En dus ook een soort ambassadeur in Madrid die zomaar pardoes zijn diplomatieke status verliest en euh… ook in een Spaanse gevangenis kan terecht komen als hij nog teveel zijn mond open doet.

In het licht van dat alles verbaast het me niets dat de Benidorm-Vlaming meer geïnteresseerd is in de paella die hij ginder op zijn bord krijgt, dan in de Catalaanse kwestie. Waarom zouden we er ons druk over maken? Dankzij de N-VA en de Rode Duivels voelen we ons weer meer Belg dan ooit. De migratie van onze gepensioneerden naar de Spaanse strandoorden staat anderzijds borg voor een uitstekende band met het gastvrije land dat ons ooit als een Spaanse furie teisterde. De paella wordt niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Wist u trouwens dat het Madrileense Prado-museum de rijkste collectie Rubens-schilderijen bezit?

 

Paella Valenciana
2 kipfilet, in blokjes gesneden
125 g chorizo, ontveld en in blokjes
12 gamba’s
500 g mosselen
2 inktvis, in stukjes
350 g paella rijst
75 g erwten
2 tomaten, in blokjes
1 ui, fijngehakt
1 chilipeper, ontpit en fijngesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngesneden
1 citroen, in partjes
100 ml witte wijn
1¼ l kippenbouillon
4 el olijfolie
1 plukje saffraan
1 handvol peterselie, fijngehakt
1 takje tijm
peper en zout
Stoof de ui, knoflook en peper enkele minuten in de olijfolie op een middelhoog vuur. Voeg er de chorizo, kip en ongekookte rijst aan toe. Laat 2 minuten bakken.
Blus met de helft van de kippenbouillon. Voeg er de wijn, saffraan en tijm aan toe. Kruid verder op smaak met peper en zout. Breng aan de kook en laat 15 minuten sudderen. Roer af en toe.
Indien de rijst nog niet gaar is, voeg dan één derde van de resterende bouillon toe. Laat opnieuw sudderen. Herhaal tot de rijst volledig gaar is.
Roer de tomatenblokjes, erwtjes en inktvis door het gerecht en laat 2 minuten koken. Doe er dan de gamba’s en mosselen bij. Dek de pan af met aluminiumfolie en laat 4 minuten doorkoken.
Verwijder het aluminiumfolie en bestrooi met de peterselie. Verdeel over de borden en werk af met citroenpartjes.
Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | 4 reacties

Het ‘chocomousse’-incident en andere flauwe alibi’s

chocomousseOp het gevaar af dat iemand denkt dat ik een echte fan van Guy D’haeseleer zou zijn, moet ik het opnieuw opnemen voor het Ninoofste stemmenkanon dat met 40% van de rode bolletjes in zijn gemeente ging lopen. Het chocomousse-Facebookbericht uit 2017 dus, waarin Guyke aankondigt dat hij het dessert gaat maken voor een Brueghelfestijn van Forza Ninove, en daar een foto van lachende negerkindjes bij plaatst. ‘Vroeg op om de chocomousse klaar te maken voor ons Breughelfestijn. En het is niet van ’t paksken zenne’.

Geubels en de Walen

Dat was toen al de aanleiding voor veel tumult bij de politieke tegenstanders. Voor N-VA-voorzitter Bart de Wever is het nu een dankbaar alibi voor een njet omtrent het in zee gaan van zijn lokale afdeling met Forza. Je vindt altijd een stok om de hond te slaan. Het had echter de voorzitter gesierd indien hij had gezegd dat hij coalities met het VB of VB-satellieten als Forza Ninove strategisch niet opportuun vindt. Maareen banale grap opkoken tot een beslissend argument voor of tegen een coalitie is flauw en doorzichtig. Geen politieke commentator echter die het waagt om dat te doorprikken. Mogen we nog eens lachen?

Philippe GeubelsIn zijn TV-Vier-reeks Geubels en de Belgen richt de humorist Philippe Geubels zich op een zeker moment tot ‘de landgenoten die geen werk hebben’, en begint in het Frans: ‘Bonsoir chers téléspectateurs…’. Boodschap: alle Walen zijn luie parasieten. Gevolgd door overvloedige excuses, weer gelach. Daarna volgt nog een dubbelzinnig mopje over zwarte HIV-patiënten, én over Marokkanen die niet werken. ‘Sorry,sorry, ik kon het niet laten’. Iedereen verkneukelt zich. En dan: ‘Vandaag zal blijken dat er ook hardwerkende Walen en allochtonen zijn…. we hebben er zes gevonden’ (gelach) ‘… waaronder twee in de niet-criminele sector.’ (weer gelach). Dan weer een deemoedig ‘sorry’, nog meer gegibber.

Vier is blijkbaar niet te beroerd om net deze passage on line te zetten als een voorbeeld van geslaagde, zij het politiek-incorrecte humor. Effectief, in een paar minuten tijd laat de komiek alle verboden ‘racistische’ vooroordelen de revue passeren. Ik heb daarover niemand kritische commentaar horen leveren, zelfs niet van de alomtegenwoordige zwarte Cassandra Dalilla Hermans die ooit een racistische tekening bespeurde in een Suske-en-Wiske-album en daarvoor heel Vlaanderen op zijn kop zette.

Volkshumor

Het zal wel dat Geubels de Walen- en negermoppen wilde persifleren, maar het publiek schaterde het toch maar uit. De chocomousse-grap van D’haeseleer kan echter niet door de beugel, en dat is louter en enkel omdat De Wever een voorwendsel zocht en vond om de coalitie met de N-VA af te schieten. Ik weet dat er op het N-VA-partijbureau lieden in dienst zijn die niets anders te doen hebben dan ‘antecedenten’ na te gaan bij politieke tegenstrevers. Met een jaarlijkse dotatie van ruim 13 miljoen euro kan men zich ook wel een serieus personeelsbestand permitteren.

Ten gronde is humor altijd een beetje politiek-incorrect, omdat ze subversief is en bij voorkeur ‘verboden’ onderwerpen en taalgebruik aansnijdt, iets waar Sigmund Freud al op wees (‘Der Witz und seine Beziehung zum Unbewußten’, 1905). In onze politieke constellatie betekent dat onvermijdelijk dat mensen de censuur, opgelegd door de pococratie, gaan ontlopen via moppen, zinswendingen en metaforen met een ‘bruin’ randje. Ik zou bijna zeggen: Bruegheliaans, om bij het onderwerp te blijven.

We hebben het hier dus over volks- en caféhumor waar Geubels een parafrase van ten beste gaf. In een Ninoofse context heeft dat uiteraard een speciale dimensie en is het vermengd met de concrete samenlevingsproblemen die naar boven komen. Maar de humor zelf bestraffen is zinloos en contraproductief. Dus ja, ik kan er best wel om lachen, die chocomousse-aankondiging is noch kwetsend noch cynisch. Vermoedelijk ziet onze zwarte medemens zelf er veel minder graten in dan de blanke vijanden van D’haeseleer die hem zijn succes niet gunnen.

Flauw, klein en inspiratieloos is dat soort alibipolitiek om het cordon te handhaven. Guy D’haeseleer beseft dat met zijn boerenverstand heel goed: volgende keer worden het er 50%, en dan heeft Forza de zegen van Bart de Wever niet meer nodig om de burgemeestersjerp te omgorden in de Oost-Vlaamse probleemgemeente. Nog zes jaar cafépolitiek bedrijven en pinten trakteren, misschien hoopt de geheelonthoudende N-VA-voorzitter wel in alle stilte dat de Forza-voorman onder dat gewicht bezwijkt.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 24 reacties

40% van de Ninovieten ‘extremist’, kan dat eigenlijk wel, Bart?

Het is natuurlijk onmogelijk om het vandaag niét over de verkiezingsuitslag te hebben, hoe graag ik dat ook zou willen. Dus worden we op deze maandag veroordeeld om ergens in de marge iets te lezen dat ons vrolijk maakt, ergert of verontrust. Ik begin met een ergernis, om dan toch enigszins welgemutst te eindigen.

In alle verkiezingsdebatten over Gent, en de nu aan de gang zijnde coalitieroddels, heeft iedereen het over ene Mathias, een man die alleen maar met een voornaam lijkt geboren te zijn. Mathias dit, en Mathias dat. Dat je vrouw, vrienden en militanten je zo noemen, ok, maar zelfs politieke tegenstanders? Werkelijk alle politici worden publiek bij hun familienaam genoemd, logisch lijkt me, anders hebben we het allemaal over Bart, Daniël, Johan, Mieke en Gwendolyne.

DeclercqDe reden waarom Mathias zich graag zo laat noemen, kent iedereen: de grote jonge belofte van de Gentse liberalen, kandidaat-burgemeester, huidig eerste schepen én (uiteraard) Vlaams parlementslid, is de kleinzoon van burggraaf Willy De Clercq (1927-2011), een van de grote krokodillen van de Belgische politiek uit de tweede helft van de vorige eeuw. Eminent logeman en, niet onbelangrijk, dé peetvader van ene Guy Verhofstadt. De vader van Mathias is Yannick De Clercq, geen politieke hoogvlieger maar wel ooit benoemd tot regeringscommissaris bij de Universiteit Gent en het UZ Gent, kwestie van in de familie toch iedereen van een postje te voorzien.

Matthias laat zich dus bij de voornaam noemen, omdat hij een ‘poulain’ is, een typisch voorbeeld van een dynastie-politicus, onder het welbekende Open-VLD-motto: niet de afkomst telt, wel de toekomst, een slagzin die uit het burgermanifest van Verhofstadt komt.

De toekomst en de afkomst

ForzaNatuurlijk heb je in alle partijen van die familiebedrijven, zonen en dochters van, Freya van Luc om maar de bekendste te noemen. Maar de clan De Clercq is tot op vandaag werkelijk hét machtscentrum van het Gentse liberalisme met zijn nationale tentakels, en in dat opzicht is zo’n jongensachtige voornaam een beetje camouflagetechniek. Matthias is een sympathieke knul die ruikt naar oude politiek, ons-kent-ons-cultuur en, om het officiële Van Dale-woord te gebruiken, onvervalst nepotisme. Is Matthias echt uit zich zelf een groot talent? We zullen het nooit weten, zijn bedje was gespreid volgens de geijkte paden van de rechtenstudies, LVSV-voorzitter en een verkiesbare plaats in de Gentse gemeenteraad, toch allemaal dankzij die familienaam die niemand uitspreekt.

Ik heb het er echt moeilijk mee, dat kiezers daar ook voor gaan en het motto ‘vooral de afkomst telt’ in ere houden. Waarbij de media het spel wat graag meespelen. Geef mij dan maar Guy. Wie? Neen, niet die Guy maar de andere, Guy D’haeseleer, de échte verpersoonlijking van het motto dat de afkomst niet telt. Door tegenstanders wordt hij smalend weggezet als als een cafépolitieker, maar dat is pure rancune. D’haeseleer is het boegbeeld en de stemmentrekker van Forza Ninove, de VB-lijst in het Oost-Vlaamse Ninove waar de inwijking van een (Franstalige) moslimpopulatie, vooral levend van het OCMW, een serieus probleem begint te worden en stedelijke verloedering met zich mee brengt, o.m. sociale woonwijken die echte getto’s worden. Een probleem? Jawel, anders zouden geen 40% van de Ninovieters voor de partij stemmen die door al de andere nog altijd in de ban wordt geslagen. Veertig procent dus, dat zijn 15 van de 33 zitjes. Alle verliezers beloeren elkaar, om te zien of ze de winnaar alsnog kunnen rollen.

Forza Ninove is een echte lokale volkspartij waar de nationale partij-hoofdkwartieren geen raad mee weten. De N-VA lijkt de logische coalitiepartner, maar voorzitter Bart De Wever houdt de boot af met de sfinksachtige commentaar: “Wij besturen niet met extremisten, maar de situatie in Ninove is bijzonder”. Ja dat zal wel, dat de situatie daar bijzonder is. Maar 40% van de Ninovieters ‘extremist’, kan dat eigenlijk wel, Bart, en sorry dat ik je zo vertrouwelijk aanspreek? Als bijna de helft voor Forza stemde, dan is dat inderdaad een ‘bijzondere situatie’, zoals je omfloerst stelt, en dat betekent dit dat ze daar in Ninove andere opvattingen hebben over extremisme. En dat de partijen, de N-VA niet uitgezonderd, zich eens moet beraden over het wezen van de democratie en het serieux waarmee de stem van de burger bejegend wordt. Schaf het anders gewoon af, dan weten we waar we aan toe zijn. Voor meer duiding, bestudeer de mening van de jeugd over ons huidig ‘democratisch’ bestel. Kom nadien niet klagen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

Hoe geldig stemmen: een handleiding door J.S. Bach

Bachvrouw3

De vraag of we straks zouden gaan stemmen en voor wie, kan niet los gezien worden van de vraag of we harmonisch dan wel gelijkzwevend gaan stemmen. Ik verklaar me nader.

In de oudheid hadden de wijsgeer Pythagoras en zijn gezellen al uitgekiend dat wij klanken en intervallen willen horen volgens natuurlijke getalverhoudingen. Als je een snaar van een instrument met de helft verkort, klinkt die bijvoorbeeld een octaaf hoger. In die zin zijn ook andere intervallen gekenmerkt door natuurlijke breuken: een grote terts meet bijvoorbeeld 5/4 van de grondtoon, een kwint 3/2. Dat betekent wel dat een hele of een halve toonsafstand niet altijd gelijk is, je hebt grote en kleine, maar twaalf halve tonen geven dus samen altijd het octaaf.

LOrigine-du-monde-de-Gustave-Courbet-1-696x365

Gustave Courbet: ‘L’origine du monde’

Speelt men een melodie en akkoorden volgens die ‘reine’ verhoudingen, dan klinkt dat heel natuurlijk en oorstrelend, gesteld dat je het instrument in kwestie kan bespelen natuurlijk. Sinds de oertijd hebben alle fluiteniers, tokkelaars en strijkdiensten zich op die intuïtieve wiskunde toegelegd, muziek genoemd. Het merkwaardige feit dat getallen kunnen strelen, schept een speciale band met de natuur, die we maar meteen vrouwelijk zullen noemen: een machine met vele knopjes die niemand ooit kan beheersen maar die we mits veel oefenen wel kunnen laten zingen, vibreren, door de juiste knopjes te bedienen. Onregelmatigheden blijven haar eigen. Soms heeft ze echt haar kuren en laat ze het helemaal afweten, leer ermee leven.

In elk geval is haar natuurlijke cyclus bepalend voor ons denken en doen, en laten de getallen van moeder Natuur niet met zich sollen. Anders orkanen en ander onheil. Onder haar balkon willen we dus zingen, liefst bij maanlicht, want dat de maan er voor veel tussen zit hadden we al lang door. Haar bezingen is dus ook altijd een beetje paaien, én hopen dat de reine klanken onze band met het universum onderhouden of herstellen. Muziek als genees-kunde, heling, religie, ja, zo zag naturist en feminist-avant-la-lettre Pythagoras dat. Mannen kunnen goed rekenen, maar de getallen wijzen veel verder, ergens diep het universum in waar alles vandaan komt, ook wel genoemd l’Origine du Monde.

Maar in de 16de eeuw, met het doorbreken van de moderne wetenschap, begonnen pientere heren die relatie met de natuur in vraag te stellen. Is de mens niet geroepen om haar te beheersen, eerder dan haar te aanbidden, te bezingen en ons haar nukken te laten welgevallen? Het opkomende rationalisme verbreekt de metafysische band met de natuur en wil beheersen, onderscheiden, snijden, in vakjes opdelen, catalogeren, homogeniseren, op sterk water zetten

Das wohltemperierte Weib

Wohltemperiert

Een bladzijde uit ‘Das wohltemperierte Klavier’

En kijk: net in die periode wordt ook nagedacht over dat Pythagoreïsche toonsysteem: is het niet handiger om een octaaf gewoon in 12 gelijke delen te knippen, halve tonen dus, die allemaal even veel van elkaar verschillen? De vader van Galileo Galileï piekerde er al over, tot grote wiskundigen als de Bruggeling Simon Stevin er zich mee gingen bemoeien en definitief kozen voor de zogenaamde gelijkzwevende temperatuur. Een toonladder die dus een beetje vals klinkt voor wie een goed gehoor heeft, maar wel met regelmatige intervallen. En vooral: met dat systeem kon je in alle toonaarden spelen, het maakte niet uit met welke noot je begon. Sommige freaks hielden aan het oude systeem, kwalitatief beter, mooier, maar dus een beetje eigenzinniger. Helaas, de nieuwe stemwijze werd alsmaar populairder, al zworen vooral violisten en andere vingermuzikanten nog steeds bij het oude systeem.

Met de komst van de piano (en haar voorloper de klavecimbel) wordt het pleit definitief beslecht in het voordeel van de zogenaamde gelijkzwevende temperatuur: tussen twee witte toetsen (hele tonen) heb je maar één zwarte, in welke toonaard je ook speelt. Daarmee was het hek van de dam: gedaan met die magische hutsekluts, moeder Natuur moet zich maar schikken naar de instructieboekjes van de moderne pianola’s en nog later synthesizers, naast het klinische cijferneuken dat zou leiden naar bizarre hersengymnastiek als het twaalftoonstelsel en de atonale muziek.

Het genie dat dit nieuwe systeem artistiek echt introduceerde, heet Johan Sebastian Bach (1685-1750). In zijn tweedelige bundel ‘Das wohltemperierte Klavier’ demonstreert Bach met brio hoe je met een ‘welgestemd klavier’ in alle twaalf toonaarden kunt spelen, op voorwaarde dus dat alle intervallen (behalve het octaaf) een beetje vals klinken. Een beetje vals, is dat niet trichen? Ja, maar denk even aan mijn column over het voetbal en de matchfixing: het vals spelen is een stuk van het spel, de mens kan het gewoon niet laten.

Het is vreemd dat Johan Sebastian Bach, die altijd als een vrome pilarenbijter wordt geportretteerd, met de Mattheuspassie als absoluut visitekaartje, de weg heeft vrijgemaakt voor het vals spel en voor een breuk met het Pythagoreïsche idealisme. De ‘gelijkgestemde’ piano wordt een metafoor voor de beheerste natuur, die wat armer klinkt maar waar we meer controle over hebben. Meteen is de positie van de vrouw ook dubbelzinnig: ja, we gaan haar emanciperen, maar in ruil daarvoor moeten alle knopjes een duidelijke gebruiksaanwijzing hebben én functioneren.

Onder de motorkap

gynecoGrote virtuozen als Liszt en Chopin zouden in de 19de eeuw, de eeuw van de romantiek en het gezucht, verbluffende demonstraties weggeven van wat je op zo’n goedgestemd apparaat allemaal kan doen. Heel de relatie tussen man en machine, die in de industriële revolutie zou exploderen, ligt in het verlengde van de Bach-inventie rond het welgestemd klavier waar een deskundig technicus zich helemaal op kan uitleven. Een weinig later zou de machine geboren worden die elke man als gegoten zit en waar hij, met de pook in de hand, het heelal mee kon veroveren, volgens de reclame dan toch: de auto. In het Italiaans machina genoemd, ook bijnaam voor de vrouwelijke sekse. Til haar deksel maar eens op, kijk onder de motorkap en check of alles netjes verbonden is. Zo nodig bijsmeren. Of waarom een garagist, een pianostemmer en een gynaecoloog meer dan één punt gemeenschappelijk hebben.

Ach die Bach, een paar keer getrouwd telkens met een veel jongere vrouw: komt het er voor zo’n genie ook niet op aan om het allermoeilijkste onder de knie te krijgen, namelijk het temmen van het vrouwelijk lichaam en zijn hormonale bevliegingen? Neuken tussen twee inventionen, daar lees je nooit wat over in de Bach-hagiografieën, terwijl het er eigenlijk vingerdik op ligt: het welgetempereerd klavecimbel is een universeel beschikbare, altijd gewillige machina zonder kuren, waar elke man van droomt. In alle toonaarden en standjes doet ze het, elke dag en elk uur, ongeacht de maanstanden. Ik laat het verder aan uw ongezonde fantasie over.

In de jaren ’50 van vorige eeuw zou de wetenschap dan eindelijk het preparaat ontwikkelen waarmee de machinae ook chemisch gelijkgestemd worden: de pil. In de wilde roes van de jaren ’60 schreeuwen alle jonge vrouwen om die tabletjes, want het zou hen bevrijden (baas in eigen buik), terwijl die pil vooral een mannenuitvinding was om haar cyclus regelmatig te maken en haar lichaam universeel beschikbaar, zonder hiaten of periodes dat het niet mocht. Zelfs de menstruatie wordt erdoor beperkt, het libido afgevlakt, maar die kleine nadelen wegen volgens Dr. Bach niet op tegen het comfort en de zekerheid van alle toonaarden te kunnen doorlopen.

Ziezo, als dat geen stemadvies is, weet ik het ook niet. Om me voor te bereiden ga ik eerst Bach spelen, iets in een rare toonaard, si b bijvoorbeeld, behoorlijk vals dus, en dan voor de juiste partij kiezen, voor een vrouw uiteraard, die volgens het ritsprincipe keurig in de maat loopt van de mannelijke rekenkunde. En dan vrolijk wegsnorren op wildere tonen, ik dacht aan Wagner. Nie sollst du mich befragen, noch Wissens Sorge tragen, woher ich kam der Fahrt, noch wie mein Nam’ und Art!  U snapt er geen bal van? Geen nood, Ivan de Vadder en zijn sidekick Martine Tanghe zullen het u straks allemaal verder uitleggen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

 

Geplaatst in Geen categorie | 11 reacties

Gezocht: stukken van een journalist

Missing Saudi Journalist Jamal Khashoggi with his fiance Hatice Cengiz

Een document ophalen om te trouwen terwijl je verloofde buiten wacht, en in stukken gesneden langs de achterdeur verdwijnen: het zal je maar overkomen. Wij, bloggers en helden van de vrijemeningsuiting in het westen hebben geen idee wat echte vrijemeningsuiting betekent, in een land waar dat begrip onbekend is. Ook al word ik momenteel gestalkt door ene Gert Van Mol, de communicatiespecialist die bij de Cd&V in ongenade viel en vanwege een kritische column zijn frustratie op mij afreageert via groteske schadeclaims: dat zijn peanuts vergeleken bij echte vervolging, leven als opgejaagd wild als men voor zijn mening uitkomt.

Jamal Khashoggi (1958-?) is een Saudische journalist met een bewogen carrière van ontslagen, huisarresten, verbanningen, tot hij vorig jaar definitief naar de Verenigde Staten vluchtte om voor de Washington Post te gaan werken. Hij was al lang de pain-in-the-ass van het Saudische koninkrijk, o.m. door zijn kritiek op de inval in Jemen die duizenden mensen de hongersnood indrijft, en het mensenrechtenprobleem in eigen land. Khashoggi was als banneling-journalist steeds meer een doorn in het oog van de nieuwe koning Salman en zijn machtige zoon, kroonprins Mohammed bin Salman, minister van defensie en grote vriend van Donald Trump. Vijftien (!) Saoedische agenten arriveerden in Instanbul op de dag dat Khashoggi zijn afspraak op het consulaat had. Het team bevatte een autopsie-specialist en was volgens The New York Times, toch geen ordinaire roddelkrant, uitgerust met een … botzaag. Jawel.

In het hol van de leeuw

Jamal Khashoggi betreedt op 2 oktober het Saudische consulaat in Istanbul

Men heeft de tijdlijn van het bezoek, nu tien dagen geleden, minutieus proberen te reconstrueren, mede dankzij filmpjes en geluidsopnames die de ronde gaan. Zijn verloofde, ene Hatice Cengiz van Turkse komaf, staat uren te drentelen aan het consulaat, maar Jamal komt niet buiten. Wel verlaten enkele auto’s het gebouw, met daarin kisten. Rara. Tenslotte belt Hatice een adviseur van premier Erdogan, waarmee ze blijkbaar nauwe banden heeft, en verwittigt de politie.

Wat ik me eigenlijk afvraag is, hoe zo iemand ertoe komt om toch nog onnozelweg een papier in de Saoedische ambassade van Istanbul te gaan vragen, beseffende dat hij zich in het hol van de leeuw waagt. Khashoggi (die dus wilde scheiden van zijn Saudische vrouw om met die Turkse te trouwen, vandaar dat papier) moet toch geweten hebben dat er een ernstig risico was? En kon hij niet gewoon gaan samenhokken, zoals zovele koppels dat in het vrije westen doen? Neen, want Hatice is een streng gelovige moslima en wilde per se het huwelijk voltrekken, zo niet geen consumptie. Of was er nog een andere reden?

Cherchez la femme

Cengiz

Hatice Cengiz

Langzamerhand bekruipt ons een bang vermoeden, en noem het maar een kei van een complottheorie: Jamal Khashoggi is erin geluisd, met medeweten en hulp van zijn aanstaande. De Saudi’s wilden zijn vel, Erdogan zocht naar een knuppel om zijn aartsvijand te slaan (vandaar de ‘geluidsopnames’ die circuleren), en Trump was de lastige journalist ook beu. In die hypothese heeft Hatice hem naar de folterkamer geleid, vermoedelijk op aanwijzen van het Erdogan-regime. Cherchez la femme. Haar reacties en commentaren tegenover de pers lijken me net iets te theatraal, een ingestudeerd nummertje.

Zo wordt de politieke thriller ook een persoonlijke tragedie voor de journalist, die uit liefde zijn beulen tegemoet treedt. Geef toe, een ijzersterk scenario. Islamcritici komen er ook mee aan hun trekken want we hebben hier toch te maken met een afvallige die door een orthodoxe moslima in het ootje wordt genomen. Liefde is blind, en het zwaard van Mohammed ongenadig. Naar het schijnt is levend villen, zo traag mogelijk, een specialiteit van de Saoedische geheime dienst.

Mijn vrouwelijke lezers vinden deze pulp fiction vast misogyn, een verhaal van de sluwe bitch en perfide feeks, die helemaal niet past in het #MeToo-tijdperk. Maar er zijn dus ook onnozele mannen die misleid, bedrogen worden en dat zelfs met hun vel bekopen. Ondertussen pokeren Ankara, Ryad en Washington om de brokstukken, en raar dat we Poetin nog niet gehoord hebben. Soit, ergens moeten die stukken, uit respect voor Jamal Khashoggi en liefde voor de vrijheid, weer samengevoegd worden, en alle pogingen zijn goed, bij deze. Mocht Khashoggi toch ergens nog levend en wel opduiken, dat zal ik met het grootste genoegen toegeven dat deze nachtmerrie nergens op slaat en dat ik er volkomen naast zat.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Corruptie en omkoperij in het voetbal: inleiding tot de hogere speltheorie

Waarom we dit, behalve ergerlijk, ook ontzettend amusant kunnen vinden

Leko2Het voetbaluniversum staat op zijn kop, met dank aan een wakkere Hasseltse onderzoeksrechter. Een aantal topfiguren uit de Jupiler Pro League werd woensdagochtend uit het bed gelicht in een onderzoek naar fiscale fraude, witwassen en mogelijke matchfixing. Twee spelersmakelaars, Mogi Bayat en Dejan Veljkovic, zouden de spil van de affaire zijn, waarin o.m. ook het bestuur van Anderlecht, Club Brugge en KV Mechelen zijn betrokken, naast twee topscheidsrechters, Bart Vertenten en Sebastien Delferière. Club Brugge-coach Ivan Leko mocht een nachtje in de cel doorbrengen.

Maar dat wist u natuurlijk al lang, tenzij het u niet interesseert. Ten onrechte. Gisteren waren de VRT-journalisten het er roerend over eens dat dit ‘een zware slag voor het Belgisch voetbal is’. Voetbalcommentator Peter Vandenbempt voegde eraan toe dat hij die fiscale fraude wel niet OK vond, maar vooral zwaar tilde aan het mogelijke spelbedrog. Begrijpelijk voor zo’n journalist die heel de tijd net niét wist waar de klepel hing en als ‘analist’ diepzinnig elke scheet becommentarieerde van de mannen op het gazon.

Bij mij is het evenwel het omgekeerde: dat er geritseld wordt in het voetbal zal me worst wezen,- het is zelfs een vermakelijk verhaal-, maar dat die makelaars belastingen ontduiken en zo onrechtstreeks in onze zakken zitten, ja, dat is het punt waarop ik zou zeggen: stop.

Van peer tot Schwalbe

schwalbeTen gronde heb ik altijd een dubbel gevoel gehad bij het vals spel. Laakbaar, oneerlijk, maar ook intrigerend. Op een of andere manier hoort het bij het spel, als meta-spel, iets buiten de lijnen maar er toch mee verbonden. Het is uiteindelijk ook een kunst, zoals zich laten vallen in het strafschopgebied ook een kwestie is van talent. Neymar als acteur: hoeveel valse goals en dito gewonnen matchen zou zo’n theater al opgeleverd hebben, ondanks ziedende supporters van het andere kamp en de videoref? Zou men hier toch ook niet kunnen spreken van een spel-in-het-spel, een soort balletkunst (de Schwalbe) die de uitslag kan beïnvloeden? En wat doet een scheidsrechter ermee, ook maar een mens en beïnvloedbaar?

Hetzelfde geldt voor doping: het mag niet, uiteraard, maar het is ook een wedstrijd, tussen renners, tussen verzorgers, tussen laboratoria, soms zelfs tussen staatshoofden (Poetin). Wielrenner Lance Armstrong was een kei daarin en won zeven keer de Tour tot hij in 2012 ontmaskerd werd als EPO-gebruiker. De lulligste valsspeler ooit was dan weer de West-Vlaamse coureur Michel Pollentier die in 1978, toen hij de Tour de France niet meer kon verliezen, op de voorlaatste dag tijdens de dopingcontrole werd betrapt met een peer valse urine onder zijn oksel (sommigen beweren: een condoom in zijn anus), waarna hij mocht beschikken. Lachband, applaus.

Sport en vals spelen horen bij elkaar als licht en schaduw. Voor niet-Japanners is het bizar om te weten dat sumoworstelaars vrijwel zeker met elkaar afspreken wie er wint, zodat iedereen de optimale hoeveelheid prijzengeld opstrijkt. Het publiek weet het niet of doet alsof het dit niet weet. Feit is dat de onderhandelingen buiten de koorden integraal deel uitmaken van het spel, waar uiteraard ook coaches en makelaars bij betrokken zijn. Hoort iemand een belletje rinkelen? Het inzicht dat alleen de domsten het spel ernstig nemen en denken dat alles er ‘proper’ aan toe gaat, doet ons zelfs besluiten dat vals spelen bij de homo sapiens hoort en als teken van intelligentie moet beschouwd worden. En dat de domme supporter anderzijds niet beter verdient dan bedot te worden.

Heel het begeleidende gokken, dat hand om hand toeneemt, is trouwens ook een meta-spel waarin matchfixing bijna een onvermijdelijke consequentie is. Op het einde stappen ook scheidsrechters en spelers (Olivier Deschacht) in de boot, en vervloeit het eigenlijke spel helemaal met de randactiviteiten er rond (gokken, wedden, onderhandelen, omkopen) tot één flux van acties, invloeden, uitwisselingen. Belangenvermenging dus op grote schaal. Voetbal als denksport, het is toch een opwaardering.

Lof der zotheid

Lof der ZotheidOm echt te begrijpen waar het over gaat, kunnen we niet buiten de Nederlandse filosoof die zich een heel leven met de speltheorie heeft bezig gehouden: Johan Huizinga. In zijn Homo Ludens beschrijft hij het spel als een ritueel eerbetoon aan de menselijke dwaasheid. Dat verwijst uiteraard naar Erasmus en diens ‘Lof der Zotheid’ (Laus Stultitiae), een geestig satirisch meesterwerk uit de 16de eeuw met een fameuze dubbele bodem, waarin de menselijke gekte zowel wordt geridiculiseerd als bejubeld.

Dat was voor Huizinga de aanleiding om te stellen dat het spel in essentie dubbel is: de spelregels dienen gevolgd, maar wie ze niet volgt speelt in een andere, hogere klasse. Het spel is op zich dwaas (une folie), een enclave van onernst, dus is het de logica zelve dat hij het vals spel in zich draagt als overtreffende trap, waarop alleen een sanctie geldt als het ontdekt wordt. Die sanctie moet zwaar zijn –uitsluiting, levenslange ban, cel, doodstraf-, anders zou iedereen het doen en wordt het vals spel genormaliseerd, wat nooit de bedoeling kan zijn. Het moet een intellectuele én een emotionele uitdaging blijven: de regels overtreden zonder betrapt te worden.

valsspelers

Georges de La Tour, ‘le Tricheur à l’as de carreau’ (1630)

Het lijkt gek dat zo’n deftige professor als Johan Huizinga met zijn stadhuistaal het vals spelen vergoelijkt. Maar ik denk dat hij intuïtief aanvoelde dat de filosoof in essentie ook een ‘valsspeler’ is die de randjes eraf loopt, de regels verandert tijdens het spel, combineert, plagieert, recupereert, sofismen creëert, de ernst doorbreekt, wat hem nu eens bijval, dan weer afkeuring oplevert. In de limiet zelfs de uitsluiting. Brave denkers zijn saaie sullen. De denker als nar (Nietzsche: nur Nar, nur Dichter) komt dan weer zeer dicht bij Erasmus en diens benadering van het intellectuele spel als levenskunst.

Terug naar de sport. Uiteraard is zo’n voetbalmatch een zotte bedoening, waar bijna altijd een dosis verbaal (of soms) fysiek) geweld aan te pas komt. Het hooliganisme is sowieso al een overtreding, maar het is onbedwingbaar, het is letterlijk een marginale uitbreiding van het spel, buiten de lijnen en soms buiten het stadion. Het gooien van voetzoekers op het veld of blikjes en flessen naar de keeper: natuurlijk mag het niet, maar wie die regel ernstig neemt maakt zich hopeloos belachelijk. Het spel houdt nu eenmaal niet op aan de krijtlijnen, waarom zouden uitgekookte flierefluiters dan geen spelers mogen proberen om te kopen? Zo bekeken is het parket de spelbederver, is het niet inzake het fiscale luik, dan toch zeker wat het element matchfixing betreft.

Ten gronde is het spel oneerlijk, ondanks de regels en de moraal van het fair play: gelijke kansen bestaan niet, anders eindigde elk spel op een ex-aeqo. Pas omdat er winnaars en sukkels zijn, ongelijke kansen, is het spel wat het is: een zot verhaal. Ik haalde de biologische voorsprong al aan van de Keniaanse hardlopers met hun speciaal spierenstelsel: het is geen vals spel, maar het is ook niet eerlijk, en het nodigt ons, arme blanken, uit om die achterstand te compenseren met chemische preparaten. Dwaas is het allemaal, en genieten moeten we van dit vertoon, anders gewoon de knop omdraaien want deelname blijft vrijblijvend.

Zo oud als de straat

MonroeEn dan is er natuurlijk het moment van de betrapping. Ooit meegemaakt: een vertaling Julius Caesar De Bello Gallico op schoot tijdens het examen, en de leerkracht die tergend langzaam op me af kwam. Een nul kreeg ik, mijn verdiende loon. Niet dat het Latijn me slecht af ging, ik wou het gewoon eens proberen voor de kick. Het schijnt zelfs iets hormonaals te zijn, de neiging tot liegen en vals spelen. De mythomaan is zoals de pyromaan niet geïnteresseerd in de winst maar in de daad zelf. Hetzelfde geldt voor andere vormen van vals spelen zoals ontrouw, kunstvervalsing of plagiaat. Het moment van betrapping is het moment waarop het spel weerom het meta-spel afstoot en zich binnen zijn eigen grenzen van de normaliteit terugtrekt. Het wordt dan terug ernstig, saai en journalistiek.

Jamaar zult u zeggen: in het geval van die makelaars en de clubs ging het toch om plat winstbejag en niet om de kick van het vals spelen? Dat is zeker zo. Nogmaals: als Bayat en Veljkovic in mijn zak hebben gezeten wil ik mijn geld terug, desnoods stuur ik mijn vrienden uit Matongé erop af. Maar echt spel draait om geld of om inzet, daarom verdobbelden de Germanen ook hun vrouw. Een wedstrijd zonder inzet is er geen, zelfs een partijtje straatvoetbal draait om iets, is hormonaal, en net daarom ook probeert het meisje aan de zijlijn met haar opwaaiende rok de tegenpartij in verwarring te brengen. Zo oud als de straat, die truc, maar hij werkt.

Dus ja, ik amuseer me deze dagen met het schandaal, het maakt pas de sportieveling in me wakker, ik wil weer gaan voetballen en proeven van de schemerzone. Lof der Zotheid, op sommige inzichten staat waarlijk geen vervaldatum.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

Zijn jongeren tegen politiek of willen ze gewoon beter bestuur?

Ik gok op het laatste.

partijvoorzitters

Bij een peiling van de VRT onder 868 jongeren die op 14 oktober voor het eerst gaan stemmen, kwam een opvallend resultaat naar boven. Een kwart van de nieuwe kiezers (18 tot 23 jaar) gelooft niet dat de democratie de beste bestuursvorm is. 26 procent verkiest een autoritaire leider, bij jongeren in een beroepsopleiding stijgt dat zelfs tot 57 procent. Dat heeft bepaalde koffiedikkijkers zoals prof. Mark Elchardus (VUB) danig verontrust. Waarom keert de jeugd de politieke klasse de rug toe en meteen ook het democratisch systeem? Snelsnel dan maar weer een vak politieke vorming inlassen op school? Hola, rustig aan, even tijd om wat begrippen op te frissen en na te denken over wat macht in onze Europese democratie eigenlijk betekent.

Thomas Hobbes, of de biologie van de macht

Thomas-Hobbes

Thomas Hobbes (1588-1679)

Dé democratie bestaat natuurlijk niet. Ondanks alle heimwee naar de Griekse polis (waar mannen op de markt stonden te leuteren terwijl hun vrouwen de was deden en slaven het land beploegden) en groteske fantasieën van literator David Van Reybrouck over ‘deliberatieve democratie’, komt het altijd neer op een machtsgreep door diegenen die van macht houden. Een elite dus.

Er bestaan systemen waarin ‘het volk’ om de zoveel jaar een bolletje mag rood maken, of zelfs af en toe mag beslissen per referendum, maar op het einde, bovenaan, tekent zich altijd een cenakel af van lieden die genetisch voorbestemd zijn om hun omgeving te manipuleren en hun eigen agenda door te zetten. Deze alfa’s kunnen allerlei kleuren aannemen, toch zijn de gelijkenissen groter dan de verschillen tussen pakweg Johan Vande Lanotte, Laurette Onckelinckx en Bart De Wever, drie politieke beesten de biologisch voorbestemd waren om het land te dienen als bewindslui.

Dienen zei ik? Ach neen, jammer voor wie dat gelooft. Je moet uit het juiste hout gesneden zijn, en dat hout ruikt naar een stevige portie ijdelheid, arrogantie en machtswellust, naast uiteraard een dosis intelligentie en welbespraaktheid. De aard van het beestje dus: de spektakeldemocratie trekt narcistische clowns aan, verbaast iemand zich daarover?

Die visie op macht brengt ons onmiddellijk bij de vader van de moderne politicologie, Thomas Hobbes (1588-1679). Voor de materialistische atheïst Hobbes mogen we de moraal terzijde schuiven, en is macht gewoon het gevolg van een sociaal contract waarbij mensen de ‘oorlog van allen tegen allen’ opegeven en, uit berekening, het geweldmonopolie uitbesteden aan een overheid, de zogenaamde Leviathan of soeverein. Psychologisch is dat zeer plausibel: we kunnen niet leven in een permanente jungle en verkiezen het minste kwaad, namelijk ‘iets’ dat ons in het gareel houdt. Maar als we de lijn van Hobbes doortrekken, moeten we ook die macht zelf analyseren: het gaat dan om individuen die, ook uit eigenbelang, macht zoeken omdat ze zich daar goed in voelen, omdat het materieel opbrengt, omdat ze een zekere machtswellust kunnen uitwerken op de onderdaan.

De burger en zijn Stockholm syndroom

Macchiavelli

Niccolò Machiavelli (1469-1527)

De burger bevindt zich dus in een toestand van de gijzelaar die uit eigenbelang aanpapt met zijn gijzelnemer: het welbekende Stockholm syndroom. Macht is niet voor mietjes, en achter het zogenaamde algemeen belang zit toch weer het biologisch egoïsme van de machthebber die de onderdanen bescherming geeft in ruil voor gehoorzaamheid en fiscale afdragingen, inclusief zelfverrijking of zelfs een soort ius primae noctis, seksuele usurpatie waar nu zoveel over te doen is. Dat is natuurlijk afperserij, maar zo heeft het feodale systeem zich meer dan duizend jaar overeind kunnen houden: de horige die de heer dient in ruil voor bescherming. Sterker: in wezen staat dat Ancien Régime nog altijd overeind, ook al is de monarch vervangen door een premier, geflankeerd door kleine potentaatjes die onder partijtoezicht in het parlement gebakken lucht komen verkopen.

Want wat betekent democratie in dat Hobbesiaanse kader? Gewoonweg een kosmetische perfectionering van dat sociaal contract waarin de burger zich uitleverde aan de politieke macht. Doordat mensen boeken gingen lezen, TV keken en aan maatschappijkritiek gingen doen, ook wel Verlichting genoemd, wilden ze weer een stukje van de macht terug die ze eerst hadden afgestaan. Een stukje, iets symbolisch, waardoor het lijkt alsof ‘het volk’ regeert. Dat wordt ons voortdurend ingepeperd, demos-kratein, alle macht aan het volk, leve de oude Grieken, terwijl Hobbes’ voorloper, Niccolò Machiavelli (1469-1527) dat waanidee al had ontkracht in zijn fameuze Il Principe, nog altijd hét handboek van politieke strategen.

Voor Machiavelli is democratie effectief een nuttige façade, een glijmiddel voor de machthebber(s) om het gepeupel te paaien. Hij moet het volk te vriend houden met brood en spelen, maar ook met politieke beloften, het welbekende verhaal van de ezel en de wortel. Vandaag passen vooral politieke raadgevers en communicatiestrategen de Machiavellistische wijsheden verder toe in dienst van hun broodheren. Alle leugens zijn gepermitteerd als ze maar werken. Het is kwestie om zo min mogelijk reële macht uit handen te geven, en zoveel mogelijk illusie te verwekken rond participatie. Daartoe dient onder meer het circus dat verkiezingen heet, door de media vandaag tot groteske afmetingen opgevoerd.

Meer bestuur, minder politiek?

Panamarenko

Blijven tijd steken in vliegers die niet opgaan? (Panamarenko: ‘the Aeromodeller’)

Soit, heeft nu elke beginnende kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen Machiavelli en Hobbes bestudeerd? Natuurlijk niet. Het zit hem veeleer in de natuur, zou Hobbes zeggen: politiek trekt een bepaald soort individuen –de welbekende haantjes en manwijven- aan en stoot andere af. Wie tegen de politiek is, apolitiek of gewoon volgzaam, bevestigt per definitie de macht en blijft een horige. De anderen moeten zich inlijven in een partij en carrière maken, groeien als bomen naar de hemel, tot ze geraken waar ze wilden zijn, of verdrongen worden door zij die sneller groeiden, of in ongenade vallen. Zo zit dat in mekaar, de rest is propaganda en praat voor de vaak.

Terug naar dat fameuze onderzoek bij de Vlaamse 18-ers en hun scepsis tegenover ‘dé democratie’. Zo’n onderzoek valt of staat met de interpretatie van de cijfers, ziehier mijn hypothese: jongeren keren zich vooral af van het corrupte politieke bedrijf en beseffen dat de democratie maar een façade is, opgetrokken door mensen die er genoegen aan beleven. Macht om de macht dus.

Maar tegelijk, en paradoxaal genoeg, straalt zo’n regering–door-velen meer en meer machteloosheid uit. Dus hoe beter de democratie werkt, hoe besluitelozer ze wordt, hoe slechter ze functioneert. Zie het migratiethema, het milieuvraagstuk, de armoede, enzovoort. Elke hond met een hoed op orakelt, het parlement is een geroezemoes van jewelste, elke dag Terzake en De Afspraak, maar men komt nergens meer toe. Is het dan niet beter de façade af te schaffen en de macht toe te vertrouwen aan een potentaat die beslist? Het grote drietal Trump-Erdogan-Poetin komt dan in beeld. De caesars van deze tijd, die ook Machiavelli toepassen maar dan zonder de tierelantijnen van duizend en één raden en comités. Zijn ze goede voorbeelden of schrikbeelden? De meningen zijn verdeeld.

Het falen van de democratie en het inzicht in haar fundamenteel corrupt karakter moet niet zomaar gelijk gesteld worden met een verlangen naar de dictatuur. Toch rijpt het inzicht dat de staat méér manager moet zijn, een goed bestuurder, en minder een verzameling politieke narren. We kunnen met veel minder, er is gewoon teveel politiek personeel, en men zou best wel wat volmachten kunnen geven aan een beperkte groep slimme, doortastende lui, onder het motto: laat ons nu eens gerust, blijf van de televisie weg en los het op. Misschien trekt macht dan wél meer de juiste figuren aan die met het algemeen belang zijn begaan.

Daar zal prof. Mark Elchardus het vast niet mee eens zijn, maar zo’n sp.a-ideoloog en gewezen voorzitter van de Socialistische Mutualiteiten is misschien niet echt goed geplaatst om aan systeemkritiek te doen. Willen jongeren echt een dictator, of gewoon beter bestuur? Ik gok op het laatste. De parlementaire democratie is geen fetisj, het moet vooral gewoon werken. The proof of the pudding is in the eating, en als een vlieger niet opgaat moet je niet blijven doen alsof. Ook wel gezond verstand genoemd.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties