Waarom politici zo verzot zijn op koninklijke erelintjes

En het ridderschap van Kristof Calvo ook zijn collega’s verheugt

U kon links en rechts al de blijde tijding vernemen: op 30 juni krijgt een dertigtal Belgische politici vanwege koning Filip een eretitel uitgereikt, gaande van Ridder tot Grootofficier in de Leopoldsorde. Daarnaast is er nog een speciale categorie, ingesteld door niemand minder dan Leopold II, dit jaar voorbehouden aan Emir Kir (ex PS), baron Francis Delperée (ex CDH) en Eric Van Rompuy (CD&V).

Gelieve serieus te blijven bij deze taferelen. Elk jaar wordt die snoepjesdoos geopend, en komen politici als hondjes de hand likken van de koninklijke meester. Verbaas u over de onderdanigheid die hiermee gepaard gaat, en de unanimiteit waarmee deze Ancien-Regime-traditie wordt begroet. Liberalen, tsjeven, socialisten, groenen: alle nemen ze dankbaar de koninklijke onderscheiding in ontvangst voor bewezen diensten aan het vaderland. Uiteraard valt het Vlaams Belang buiten de prijzen, evenals de concullega’s van de PVDA. Soms is géén prijs ook een prijs.

L’union fait la force

Veerle Heeren (CD&V): bevorderd tot Grootofficier in de Orde van de Zelfbediening

Aan de N-VA is dit soort royalistische fetisjen evenmin besteed, aldus fractieleider Peter De Roover. Klopt niet helemaal: dit jaar valt Helga Stevens in de prijzen, al sinds 2010 Ridder en nu bevorderd tot Officier. Zuhal Demir kreeg in 2019 de titel van Commandeur in de Leopoldsorde, volgens de betreffende Wikipedia-pagina. Voor een partij die de oprichting van een Vlaamse republiek nog altijd in haar statuten heeft staan, toch opmerkelijk. Theo Francken werd eveneens in 2019 benoemd tot Grootofficier, maar beweert deze titel vorig jaar ingeleverd te hebben. Dus toch twee jaar mee rondgelopen. De door mij gecontacteerde Demir gaf niet thuis, misschien denkt ze er nog over na.

‘Moderniteit’ is voor onze avant-garde geen ijdel begrip: de Vlaamse cultuursector is de grootste fan van de Belgische monarchie.

Zeldzaam zijn de personen die van meet af aan zo’n titel weigeren: ze hebben immers al een parcours gelopen waarin ze hun vaderlandsliefde bewezen hebben. Vorig jaar bedankte Nora Bertels (Groen), gemeenteraadslid uit Duffel, voor de eer. Chapeau, al vragen we ons echt af waaraan Nora die eer te danken had. Buiten het politieke veld hebben Frank Albers, professor Engelse literatuur (UAntwerpen), en ambtenaar Karel Anthonissen de onderscheiding geweigerd. Albers schreef in 2020 zelfs een vlammend opiniestuk tegen dat lintjesgedoe. Maar de grote meerderheid van onze fine fleur, ook artiesten zoals Jan Fabre, is kinderlijk blij met de medaille. Dansdiva Anne Teresa De Keersmaeker mag zich zelfs barones noemen. ‘Moderniteit’ is voor onze avant-garde geen ijdel begrip: de Vlaamse cultuursector is de grootste fan van de Belgische monarchie.

Terug naar de gelauwerden uit het politieke halfrond. Dat Veerle Heren (CD&V), burgemeester van Sint-Truiden, bevorderd wordt tot Grootofficier, is volkomen terecht, gezien haar gave om voor te kruipen in de vaccinatierij en hierin ook haar entourage niet te vergeten. L’union fait la force, zo luidt het motto van de Leopoldsorde.

Niet minder is de verdienste van Leopold II-Grootofficier Emir Kir, ex-burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, omwille van zijn goede contacten met de Turkse Grijze Wolven en zijn devies ‘Eerst Turk, dan Belg’, waarvoor hij zelfs uit de PS werd gekieperd. Om maar te zeggen: de Koning der Belgen is breeddenkend en houdt van alle patriotten.

Rebel met een missie

Eric Van Rompuy: Grootkruis in de Orde van Leopold II, maar liefst zonder de naam van de man die de onderscheiding bedacht

Veel hilariteit is er rond Groen-coryfee Kristof Calvo, door de koning tot ridder geslagen. Die lacherigheid begrijp ik niet goed. Wat kan er ecologischer zijn als vervoermiddel dan een ridder te paard? Te meer daar Kristof blijkens een Nieuwsblad-interview met zijn mama nog altijd niet over een rijbewijs beschikt, en nu toch zijn collega’s niet meer moet lastig vallen voor een lift. Bovendien zijn Groenen, ondanks hun progressieve vernislaag, grote minnaars van de monarchie. Dat is begrijpelijk: het Belgische koningshuis trekt al geruime tijd volop de kaart van de multiculturaliteit, als patriottistisch motto van een land dat geen echte identiteit heeft. De toenadering tot de islam, al sinds koning-kwezel Boudewijn een bewuste strategie, moet deze multiculturele missie verder op muziek zetten.

In werkelijkheid is Eric, zoals zijn broer Herman, een steunpilaar van het Belgische establishment en heeft hij nooit nagelaten te waarschuwen voor de ‘chaos’ die Vlaamse onafhankelijkheid met zich mee zouden brengen. Waarvoor dank.

Wat ons bij het probleem Leopold II brengt, de oprichter van de naar hem genoemde orde. Eric Van Rompuy, de man die de de hoofdprijs binnenhaalde met zijn Grootkruis in de Orde van Leopold II, maakt voorbehoud bij de stichter van Congo Vrijstaat, en zou de orde liever naar Boudewijn genoemd zien,- de vorst die mee achter de moord op Lumumba zat. Groen-fractieleider Wouter De Vriendt gaat dat even voor hem regelen: Eric wil echt wel dat lintje, maar zonder de naam van de man die de onderscheiding bedacht. Een man met principes, zo kennen we de echte tsjeef. Van Rompuy heeft zich altijd als ‘rebel’ geprofileerd, en publiceerde vorige jaar zelfs een autobiografie met de veelbetekenende titel ‘Rebel met een missie’.

In werkelijkheid is Eric, zoals zijn broer Herman, een steunpilaar van het Belgische establishment en heeft hij nooit nagelaten te waarschuwen voor de ‘chaos’ die Vlaamse onafhankelijkheid met zich mee zouden brengen. Waarvoor dank. Wouter De Vriendt, die ook van koninklijke lintjes houdt maar evenmin van afgehakte handjes, pleit dan weer voor een vrouwvriendelijke naamswijziging richting ‘Elisabeth Orde’. Veel bochtenwerk om dat lintje te krijgen op een politiek correcte manier. Binnen de systeempartijen werkelijk geen enkele stem die zegt: afschaffen die handel.

Een brevet van domheid

Meteen komen we tot de kern van de zaak, en het antwoord op de vraag waarom politici zo verzot zijn op koninklijke onderscheidingen: om zich te koesteren in een status die het volk hen al lang heeft afgenomen. De vals spelende Vivaldi-regering is een belediging voor deze 18de eeuwse componist, de parlementaire praatbarak verliest elke dag wat draagvlak, maar zo’n decoratie geeft toch een schijn van erkenning.

De monarchie heeft zich listig opgewerkt tot verlener van een politiek-maatschappelijk keurmerk, zoals een koekjesfabrikant de titel van hofleverancier toebedeeld krijgt.

Tot ridder geslagen worden in de 21ste eeuw, het is een middeleeuwse charade waar alleen politieke narren vreugde kunnen uit putten. De monarchie heeft zich listig opgewerkt tot verlener van een politiek-maatschappelijk keurmerk, zoals een koekjesfabrikant de titel van hofleverancier toebedeeld krijgt. In hun ijdelheid snappen politici als Van Rompuy en Calvo niet dat ze zichzelf daarmee compleet belachelijk maken. Het gepruttel rond Leopold II is een pure schijnvertoning: het is een woke-manoeuvre om de kern van de zaak te verbloemen, namelijk dat we met een regime opgescheept zitten dat zijn inefficiëntie en irrelevantie verbergt onder wat men in het Antwerps een speekmadolle noemt. Het VB moet zich gelukkig prijzen, hieraan te ontsnappen.

Soit, entertainment mag iets kosten. De particratie en het daaraan verbonden dotatiesysteem dat partijen slapend rijk maakt, de genereuze weddes die doorlopen, ook voor parlementairen die zich nooit laten zien (met ene Bart De Wever als absoluut kampioen), het permanente theater dat ons tot op de Dag des Heren achtervolgt (‘De Zevende Dag’), het zijn allemaal uitwassen van een regimekanker waar de politici zich absoluut niet bewust van lijken te zijn. Meteen is de titel van Ridder in de Leopoldsorde ook een brevet van domheid. Het kenmerk van deze eigenschap is, dat de bezitter er het minste last van heeft.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in cacistocratie, Geen categorie, Het politiek theater | 10 reacties

Herman Van Goethem, of de woke-knieval van een rector

Toen ik in december 2019 de verdediging opnam van plastisch chirurg Jeff Hoeyberghs, die na een hilarische lezing aan de UGent een veroordeling opliep wegens discriminatie en ‘aanzetten tot haat’, werden hier en daar de wenkbrauwen gefronst. Komaan zeg, zo’n scheldtirade vanwege een misogyne brulboei, dat kon toch niet door de beugel?

Ik heb toen betoogd dat men niet akkoord moet gaan met iemand om hem het spreekrecht te waarborgen. En dat er in een cultuur van de vrije meningsuiting ook plaats moet zijn voor niet-mainstream ideeën en zelfs ronduit van de pot gerukte denkbeelden. En dat het vervolgen van Hoeyberghs, louter om het uiten van een opinie, een opstap is naar het censureren van andere, meer ernstige afwijkende meningen, allemaal onder de noemer van non-discriminatie en het verbod op beledigingen of ‘haattaal’.

Remediëren

Urbanus: op zijn oude dag gecanceld na één openhartig VRT-interview

Sindsdien is de zaak Eddy Demarrez gepasseerd, de VRT-sportjournalist die na wat geinigheden rond de Belgian Cats een remediëringstraject moest volgen wegens niet op de microknop gelet.

Tussendoor werd de ‘blanke cisgender’ Urbanus ongeschikt bevonden om een mening te hebben over racisme, nadat hij in De Afspraak het n-woordje had gebruikt en had geopperd dat allochtonen ook wel positief gediscrimineerd worden en dat weten uit te buiten.

Uitspraken worden door trollenlegers in de sociale media uitvergroot tot ‘haattaal’ waarbij de termen seksisme en racisme de vaste knuppels zijn. De bedoeling is, de persoon in kwestie sociaal en professioneel te isoleren, en een angstklimaat te creëren. 

Het werd wat serieuzer, toen VRT-journalist Lieven Verstraete een maand geleden in nauwe schoentjes kwam te staan, omdat hij aan de twee kersverse Groen-voorzitters een kritische vraag had gesteld rond Molenbeek en de integratieproblematiek. In de sociale media werd Verstraete verketterd als racist, de mainstream media sloten zich daarbij aan. De journalist haastte zich om zich door het stof te wentelen.

Deze voorvallen volgen een vast patroon. Uitspraken worden door trollenlegers in de sociale media uitvergroot tot ‘haattaal’ waarbij de termen seksisme en racisme de vaste knuppels zijn. De bedoeling is, de persoon in kwestie sociaal en professioneel te isoleren, en een angstklimaat te creëren. Heksenjagers zoals het Anti-Fascistisch Front doen ook hun duit in het zakje. UNIA of een andere inquisitie-instelling worden ingeschakeld. De media nemen finaal het discours over, waarna de ‘dader’ de keuze heeft tussen volharden en met pek en veren beladen worden, of tot excuses overgaan, eventueel zich laten ‘remediëren’. Meestal het laatste dus. Telkens is de moraal van het verhaal: let op de microknop, of beter nog, let gewoon op uw woorden, dat is het veiligste. In China weet iedereen de camera’s hangen, namelijk overal, en dat geeft zekerheid.

Privacy schending

Docenten die privé onder mekaar palaveren over de taalachterstand bij allochtone studenten, doen een ‘Eddyke’

Dat we op de academische wereld niet moeten rekenen om hier enige waakzaamheid aan de dag te leggen, weten we ondertussen: de woke-ideologie heeft zich in de universiteiten genesteld, zowel onder studenten als academisch personeel. Het is op eieren lopen, want één verkeerd woord en je belandt aan de schandpaal. De studenten organiseren de vervolging zelf, de academische overheid neemt ‘maatregelen’.

Een maand geleden deed zich weer zo’n ‘incident’ voor met twee vrouwelijke docenten aan de UAntwerpen, die off the record een gesprek begonnen over de taalproblematiek bij studenten met allochtone roots. Er wordt geopperd dat een andere thuistaal dan het Nederlands een handicap kan betekenen, en dat de gehanteerde tussentaal van Marokkaanse en Turkse jongeren deze van een subcultuur is van mensen die zich niet echt willen integreren.

Het is op eieren lopen, want één verkeerd woord en je belandt aan de schandpaal. De studenten organiseren de vervolging zelf, de academische overheid neemt ‘maatregelen’.

Helaas deden de twee een Eddyke, want om een onduidelijke reden stonden in die lege aula micro en camera aan, en kwam heel hun gesprek online, waarna weer het geijkte patroon opdook: een Twitterstorm, beschuldigingen van racisme, echo’s in de mainstream media, en het instituut in kwestie dat aankondigt ‘maatregelen te zullen nemen’. Waartegen? Tegen twee mensen die een in een privé-gesprek beschouwingen uitwisselen over hun werkervaring?

Negatieve spiraal

Ja dus. Als ik in de plaats van de twee docenten was, ik diende klacht in wegens schending van de privacy. De woorden vielen immers niet eens tijdens een cursus, een debat of een online-meeting, in feite heeft niemand er dus zaken mee. Ten tweede echter, raakten de twee een probleem aan dat niemand kan ontkennen, namelijk dat de taalachterstand van jongeren met een migratie-achtergrond een pedagogisch obstakel vormt.

Die twee stonden dus niet zomaar wat te zwetsen: er ís gewoon een verband tussen allochtone taalachterstand en pedagogisch kwaliteitsverlies, geen enkele zinnige onderwijsexpert die dat nog ontkent.

Net nu we volop aan het piekeren zijn over de lamentabele toestand van het Vlaamse onderwijs, worden we ook weer met de neus op de feiten gedrukt. Uitgerekend in Antwerpen gebruikt volgens recent onderzoek 46,2 procent van de kinderen in het basisonderwijs en 36,8 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs een andere thuistaal dan het Nederlands. Dat schept pedagogische problemen en leidt tot leerachterstand. De klas wordt opgedeeld in ‘hoekjes’. Het hoger onderwijs kan niet anders dan de negatieve spiraal volgen die zich in het lager en middelbaar onderwijs doorzet.

Die twee stonden dus niet zomaar wat te zwetsen: er ís gewoon een verband tussen allochtone taalachterstand en pedagogisch kwaliteitsverlies, geen enkele zinnige onderwijsexpert die dat nog ontkent. Niettemin houdt ook rector Herman Van Goethem zich aan het verdict van de hysterische twitteraars: ‘structureel racisme’.

Woke-fascisme

Misschien moet historicus Van Goethem eens een bezoekje brengen aan zijn eigen Dossinkazerne

In VRT-Terzake geeft Van Goethem een onvervalste, haast onderdanige woke-lectuur van het ‘incident’ ten beste. Het heet dat ook in privé-gesprekken ‘ons taalgebruik altijd correct en voorzichtig moet zijn’. Voorzichtig? Voor wie, waarvoor? Het is nodig, gaat hij verder, ‘dat we continu aan onszelf werken’, ten einde dit soort politiek incorrecte glijpartijen te vermijden. De rector besluit met nogmaals zijn spijt te betuigen, en te verzekeren dat de camera’s nuttig werk doen (‘We zijn oprecht goed bezig’).

Er kan maar één conclusie zijn na dit spijtige voorval: er moeten nóg meer camera’s komen, om toe te zien op correcte conversaties, ook op de universiteiten.

Er kan maar één conclusie zijn na dit spijtige voorval: er moeten nóg meer camera’s komen, om toe te zien op correcte conversaties, ook op de universiteiten. Herman Van Goethem, die twee jaar geleden nog een door mij opgestelde open brief ondertekende tegen de cancel culture en de verwoking van de academische wereld, lijkt zich ondertussen helemaal bekeerd te hebben tot het systeem van censuur en zelfcensuur binnen zijn eigen universiteit. Mogelijk werd hij na de ondertekening geïntimideerd. Zijn volgzaamheid herinnert aan deze van de nazi-rectoren die na 1933 in Duitsland de dienst uitmaakten, iets wat bij een historicus en kenner van de Holocaust toch een belletje zou moeten doen rinkelen.

Het fascisme wisselt nogal eens van uitzicht. Vandaag is het de neo-Maoistische hysterie van de wokes. De angst om voor racist door te gaan is de nieuwe trigger voor mensen om in hun schulp te kruipen. Vooral net in de academische wereld. Dus loopt er iets grondig fout in het maatschappelijk debat, sterker, het wordt geannuleerd en vervangen door een akelig consensusdenken. De schrik om buitengesloten te worden zit er bij journalisten én academici goed in. Zou humor soelaas bieden? Vraag het Urbanus, of lees

‘Terug naar Malpertuus – Over humor en satire in woketijden’.

Geplaatst in Geen categorie, Onderwijs, Politiek incorrect, Sterke Vlaamse verhalen | 9 reacties

Is de democratie gedoemd tot ineenstorten?

Francis Fukuyama, anders gelezen

Jezelf aan een strop zien bengelen, het is niet leuk. Maar Demir is een vrouw met ballen, hopelijk houdt ze het nog een tijdje uit. Hoewel haar roep ‘nu wil ik naar mijn kindje!’, toen ze door de boerenwoede werd gegijzeld, een veeg teken is. Is politiek een mannenberoep? Ja, want het is ook een mannelijke uitvinding, zoals jacht, oorlog, auto’s en voetbal. Sinds het lamento van Gwendolyn Rutten over de ‘bagger’ die ze altijd maar weer over zich krijgt, toen haar seksegenote Meyrem Almaci verklaarde er de brui aan te zullen geven, weet ik het wel zeker: vrouwen horen in deze arena niet thuis.

Dat is geen verwijt, het is gewoon een antropologisch gegeven. In ‘De oorsprong van onze politiek I – Van de prehistorie tot de verlichting’ (in het Engels verschenen in 2011) beschrijft Francis Fukuyama hoe de prehistorische jagers-verzamelaars in familieverbanden of clans leefden, en de ‘oer-politiek’ uitvonden: de communicatie binnen een groep van maximum zo’n 150 leden. Tot op vandaag voelen wij ons het best thuis in zo’n clan, in de vorm van een kring, club, vereniging. In die kleine clangemeenschap kende iedereen iedereen en werden geen grote discussies gevoerd. Voor sfeer en gezelligheid daarentegen vijf sterren. De taal diende vooral om praktische zaken te regelen en… om eens goed te roddelen.

Niet te verbazen dat vrouwen zich in die clan sociaal heel goed konden handhaven. Dit was politiek naar hun maat. Macht was vooral gebaseerd op sociale controle, conventies, organische orde, niet op regels of geschreven wetten of repressie. Er was geen scheiding tussen het openbare leven en de kookpotten, en mannen gedroegen zich netjes, weliswaar mits smeuïge kampvuurmoppen.

Van clan naar stam: het tribalisme

Edoch, dit was niet het aardsparadijs. Mensen leven zoals dieren in territoria die ze dienen af te schermen tegen externe vijanden, in een strijd om ruimte, water, voedsel. Dat vroeg om grotere allianties, samenwerkingsverbanden: de stam of tribus, een cluster van families die zich verenigden tot een groep van soms wel duizend individuen. Dat vereiste een andere maatschappelijke organisatie, waarin macht niet meer ‘spontaan’ verdeeld en uitgeoefend wordt, als in een gezin, maar volgens een systeem, een orde.

De tribale logica van deze grote groep is deze van het mannenbrein, waarin list, leugen én repressie een plaats hebben. Mannelijke hersenen zijn groter, met een sterker gevormde frontale kwab. Er moeten compromissen gesloten worden, strategieën uitgewerkt tegen vijandige stammen, een interne planning, een soort economie op poten gezet, een rolverdeling, met de vrouwen aan de kookpot. Fukuyama ziet dit ook als een taalrevolutie. Er ontstaat een ‘mannelijke’, objectieve taal, abstracter ook, die planmatig maar ook onpersoonlijk kan functioneren. De familiale ik-gij verhouding wordt getransformeerd in het grote ‘wij’, een ideologie, het gemeenschapsverhaal met een sterke identitaire onderbouw om de anonimiteit te compenseren. Hier kon religie goed gedijen, beheerd door een tovenaar, priester of sjaman.

In de stam wordt de familiale ik-gij verhouding getransformeerd in het grote ‘wij’, het gemeenschapsverhaal met een sterke identitaire onderbouw om de anonimiteit te compenseren.

Deze gemeenschap, levend in dorp of nederzetting, was nog in hoge mate agrarisch en zelfbedruipend. Als de eerste grote steden opduiken, in Mesopotamië, verschijnt de politiek 3.0: de institutionele macht, die regeert over mensen die elkaar niet noodzakelijk kennen en hun vrijheid inleveren ten voordele van zekerheid: burgers dus. Dat levert ook een schaalvergroting inzake handelsruimte op.

Om excessen te vermijden regelde de Atheense democratie, ontstaan in de 6de eeuw voor Christus, de verhouding tussen individu en overheid via een volksvergadering die ook wetgevend was. Onze democratie stamt er in rechte lijn van af. Noteer echter dat ook de Atheense democratie een fallocratie was, alleen mannen hadden stemrecht. Met het ontstaan van de grote natiestaten en via de Franse Revolutie wordt dit Atheens model uitvergroot en bijgeschaafd tot de parlementaire democratie en het driemachtenstelsel zoals we dat vandaag kennen, inclusief het bizarre begrip ‘rechtstaat’.

De natie en de particratie

Hier laat ik de piste van Fukuyama, een ‘believer’ in de liberale democratie -met de vrije wereldmarkt als motor- los. Want die natie wordt steeds meer een bureaucratisch monster en steeds minder een identitaire volksgemeenschap. Er is migratie en vervaging van grenzen; de moderniteit schept een kosmopolitische superdoctrine van de ‘wereldburger’, die botst met de realiteit van de toenemende vervreemding. De wereldhandel heeft zich ontpopt tot een speculatief casino, dat zich uitstekend voegt naar het protectionistische spel van de economische blokken. Handelsconflicten, naast echte oorlogen, zijn het noodzakelijk gevolg.

Belangengroepen en lobby’s vechten als roofdieren om het grootste stuk vlees, er wordt gescholden, gefleemd, gelogen, de gedegouteerde burger rest niets anders dan mee te gaan in het opbod.

De slechtste kanten van dat mannenuniversum komen nu naar boven, spijts alle praatjes over anti-discriminatie en gendergelijkheid. Belangengroepen en lobby’s vechten als roofdieren om het grootste stuk vlees. Er wordt gescholden, gefleemd, afgedreigd, gelogen, de gedegouteerde burger rest niets anders dan mee te gaan in het opbod naar de bodem. De volkstaal wordt nu scheldproza, welbekend van Twitter. Niet het parlement regeert -dat is theater- maar wel de partijen, kiesverenigingen die zichzelf genereus sponsoren met staatsgeld. Ze beweren mensen met dezelfde gezindte te verenigen in een soort modern stamverband, maar eigenlijk bikkelen ze alleen onderling om de macht. Opiniepeilingen zorgen voor feedback, en voor de rest moet het volk brood en spelen krijgen.

De partijen gedragen zich als staatjes in de staat, die de instituties naar hun hand zetten en hun eigen voortbestaan als doel hebben. Zij bevatten een machtsgeile bovenlaag van geboren arrivisten, ondersteund door spindoctors en communicatiestrategen, daaronder een legertje militanten die affiches plakken en bier tappen, maar daarna gaapt de leegte. Het institutionele staatskader dat het tribalisme moest overstijgen blijkt een lege doos, een spookhuis. Het parlement wordt dus een praatbarak, de regering een constructie van partijvoorzitters die ergens in de achterkamer van een restaurant deals sluiten.

Het kan niet anders of de kiezer breit hier een cynisch verlengstuk aan: lachen met de politiek, en de macht delegeren aan onbekwame paljassen. Quod erat demonstrandum.  De uitflodderende natiestaat wordt een karikatuur van zichzelf, waarin alleen karikaturen kunnen overleven.

De leegloop

Conner Rousseau, voorzitter-clown: de peilingen zitten goed

Dat is het begin van het einde, de evacuatie is nu volop aan de gang. ‘Si tous les dégoûtés s’en vont, il n’y a que les dégoûtants qui restent’ zegt het Frans spreekwoord. Dat zal ook gebeuren. Nadat de vrouwen al sinds de prehistorie uit het politieke universum gewipt waren, verlaten nu ook de mannen met fatsoen het narrenschip, wat de implosie van de democratie nog versnelt. Politiek wordt steeds meer een zuigkolk voor geperverteerde narcisten, met in hun zog een processie van slippendragers, klaar om de eersten een dolk in de rug te steken. De Jambons, Vandenbrouckes, Rousseau’s, De Croo’s en Somersen raken steeds meer in hun sas. Ondertussen wordt de rechtstaat geruisloos afgebouwd en worden de vrijheden ingeleverd van zodra de gelegenheid zich voordoet. Zie covid.

Politiek wordt steeds meer een zuigkolk voor geperverteerde narcisten, met in hun zog een processie van slippendragers, klaar om de eersten een dolk in de rug te steken.

Het woord ‘rechtstaat’ zelf wordt een grap. In dat eindstadium kan de democratie, verworden tot cacistocratie (‘bestuur van de grootste smeerlappen’), twee kanten uit: de populistische dictatuur à la Poetin, of de éénpartijstaat op zijn Chinees. De ironie is, dat de gedegouteerde, cynisch geworden burger zelf zal vragen om de politiestaat te grondvesten, vermits de democratie toch niet deugt. Was het daar allemaal om te doen?

Ooit, binnen een paar eeuwen misschien -want alles komt terug-  zal het volk dan wel de tirannen verjagen, zoals de oude Grieken het voorzien hadden, en dan, heel misschien, zijn de vrouwen terug aan zet. Maar nu moeten ze naar hun keuken en de wieg, als ze hun eitjes willen veilig stellen en niet op het galgenveld willen eindigen, ten prooi aan raven. Dat lot, Zuhal, wens ik echt een ander slag toe.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater | 8 reacties

VRT-journalist stelt Groen een kritische vraag (en excuseert zich achteraf)

VRT-1 ‘De Zevende Dag’, 12/6/2022

Zondagvoormiddag, een tijdstip waarop een mens andere, veel aangenamere of zinvollere dingen kan doen dan naar De Zevende Dag te kijken. Een programma dat de week nog eens herkauwt en waarin politici die we al de ganse week op ons bord krijgen, hun bisnummer geven. Ik laat deze elfurenmis dan ook aan mij voorbijgaan, maar er was iets met de editie van afgelopen zondag dat enige twitterdeining veroorzaakte: Lieven Verstraete, een doodbrave journalist die tussendoor meehelpt in de Brugse koffiebar van zijn vrouw, had het kersverse voorzittersduo van Groen voor zich, Nadia Naji en Jeremie Vaneeckhout, en peilde naar hun visie en intenties.

Lachebekje

Het gesprek kabbelt gezapig, waarin de twee een nummertje opvoeren dat doet denken aan de duo-spreekbeurten in het middelbaar. Tot Verstraete op minuut 5.27 Conner Rousseau parafraseert, en ter attentie van Nadia Naji, woonachtig in Molenbeek, broeihaard van moslimextremisme waar de imams het voor het zeggen hebben en ene Salah Abdeslam opgroeide, de vraag formuleert: ‘U voelt zich Belg in Molenbeek?’. Met een onveranderlijke tandpastasmile antwoordt Nadia bevestigend en kijkt dan al alsof Lieven een totaal van de pot gerukte vraag stelt.

Nadia Naji ziet nergens een probleem, doet alsof ze het woord ‘theocratie’ niet begrijpt en blijft onverstoord glunderen.

Op minuut 6.00 wordt het thema van het onverdoofd slachten aangesneden, en de positie van zusterpartij Ecolo die met de PS verwikkeld is in een strijd om de Brusselse moslimstem. ‘Er wordt gezegd dat de theocratie in Brussel regeert..?’. Nadia Naji ziet nergens een probleem, doet alsof ze het woord ‘theocratie’ niet begrijpt en blijft onverstoord glunderen. Groen heeft met dit lachebekje een kei van een communicator in huis.

Daarna passeren nog kernenergie, defensie en klimaat de revue, maar als het thema ‘Vlaams Belang’ wordt aangesneden, confronteert Verstraete het duo met het beeld van Brussel, als ‘het voorbeeld van hoe wijken één na één veroverd worden door nieuwkomers’ (minuut 13.24). Dat woord ‘veroverd’ spreekt Lieven uit als een citaat, en verduidelijkt nadien dat het niet zijn mening is, maar dat ‘extreem rechts daarop kapitaliseert’. Andermaal bevestigt Nadia Naji dat ‘in Brussel niemand een probleem heeft’.

‘Intellectuele luiheid’

Dat is dan genoteerd. Helaas vond Groen het nodig om achteraf het interview te verknippen en te hermonteren tot een Tweet, die een storm van reacties uitlokte waarin Lieven Verstraete als een racist werd weggezet. In De Morgen en Humo wordt dat stigma verder geëlaboreerd: Bart Eeckhout vindt het ‘een uiting van intellectuele luiheid’ als een journalist een niet-links standpunt voorlegt, en in Humo constateren ze zonder meer dat ‘het extreemrechtse gedachtegoed zich de afgelopen decennia in de geesten vast heeft weten te zetten’.

Blijkbaar hadden Jeremie Vaneeckhout en Nadia Naji zich eerder verwacht aan de manier waarop Vladimir Poetin door de Russische staatszender wordt geïnterviewd.

Noteer wel, dat is dus allemaal omdat een journalist in een vraaggesprek de gast van de dag confronteert met een mening die de zijne/hare niet is. Blijkbaar hadden Jeremie Vaneeckhout en Nadia Naji zich eerder verwacht aan de manier waarop Vladimir Poetin door de Russische staatszender wordt geïnterviewd. Uit de reacties van Groen zelf en de commentaren van de linkse media blijkt helaas dat ze de VRT zien als een partijvriendelijke zender, eerder dan als een publieke omroep met een kritisch profiel.

Door het stof

Men bedenke dan hoe stevig politici van het Vlaams Belang soms aangepakt worden. Dat mag, maar dan liefst als een algemene regel, niet selectief. Het erge is, dat Lieven Verstraete het nodig vond om voor zijn ‘ongepaste bewoordingen’ door het stof te kruipen tegenover de geïnterviewden, en te zeggen dat hij ‘effe helemaal de draad kwijt was’. Dat lijkt helemaal niet zo. Het interview was degelijk gestructureerd en bevatte dus twee passages waarin het migratiethema aan de twee co-voorzitters werd voorgelegd, via een piste die zich ietwat buiten de hoera-ideologie van Groen zelf bewoog.

Een journalist die bekent dat hij tijdens een vraaggesprek een black-out kreeg, omdat de partij van de geïnterviewde achteraf een twitterhetze ontketent, het is tamelijk ongezien.

Een journalist die bekent dat hij tijdens een vraaggesprek een black-out kreeg, omdat de partij van de geïnterviewde achteraf een twitterhetze ontketent, het is tamelijk ongezien.  Als dat al niet meer kan, welke jonge journalist (m/v) met ballen zou dan nog stage willen lopen in de VRT? Wat voor een karakterloze meelopers trekt dit aan? In wat voor een medialandschap bevinden we ons, als journalisten een andere journalist belasteren wanneer die gewoon zijn job doet? Juist. Nu Eddy Demarrez ontluisd is, lijkt een bezinningsperiode voor Lieven Verstraete aangewezen.

De Vlaamse Vereniging van Journalisten nog niet gehoord in deze poging tot intimidatie, en nog niemand uit het perskaartenmilieu gesignaleerd die scherprechter Bart Eeckhout en C° van antwoord dient. Iedereen effe de draad kwijt. Maar dus bij deze teruggevonden. Bij het Vlaams Belang kunnen ze, denk ik zo, hun plezier niet op.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Media, Sterke Vlaamse verhalen | 6 reacties

Reclame en mensen van kleur: het lijkt echt ‘van moetes’

Reclamespot voor HelloFresh: een eenzame ‘witte’ papa met drie gekleurde gezinsleden. Zelfs biologisch een moeilijke.

Eén reclameclip met gekleurde medemensen in de hoofdrol: geen probleem. Twee of drie stuks, zelfs op één avond: moet kunnen. Maar de godganse tijd, op alle zenders en voor alle mogelijke producten acteurs met een Afrikaanse achtergrond, die de indruk geven dat in Vlaanderen het multiraciale gezin de norm is: waar komt dit vandaan?

Zou men die reclamebeelden in Amerika nog kunnen zien als een weerspiegeling van de demografische realiteit, bij ons geven ze een indruk van geforceerde framing. Gewoon de cijfers: op een totale bevolking van 770 miljoen Europeanen, telt men zowat 7 miljoen mensen met een Afrikaanse achtergrond, lees ik in het onverdachte tijdschrift Mo, dat onderzoeker Stephen Small citeert. Dat is nog niet één procent van de bevolking. Aziatische types komen veel minder in beeld: zij zijn blijkbaar geen uitdragers van diversiteit.

Blackwashing

Vooreerst wat inside-info, omdat ik drie jaar in een reclamebedrijf heb meegedraaid. In deze sector heerst een enorme nervositeit om ‘origineel’ te zijn, waardoor men elkaar net meer gaat naäpen. Alles draait rond trends. Reclamelui zijn pseudo-artiesten, ze gedragen zich ook zo, flanerend in casual merkkledij en neuriënd in een hip, met Engelse termen doorspekt jargon.

In die zin surfen ze graag mee op maatschappelijke hypes, of ze lanceren zelf minirevoltes, met een moraliserende ondertoon. Dat werkt altijd bij de opdrachtgever: waspoeder verkopen met een maatschappelijke meerwaarde.

Politieke correctheid fungeert als een glijmiddel om een product een morele meerwaarde te geven, die in het ideale geval tot de mainstream gaat behoren. Lifestyle- en modebladen pikken dit gretig op.

Opeens is alles bio en goed voor de planeet, van inlegkruisjes over bananen tot auto’s, en wie geen boodschap heeft aan deze boodschap, is een hopeloze nestbevuiler. Greenwashing heet dat: merken bouwen grootse campagnes op rond ‘duurzaamheid’ om de ziel van de consument te masseren. Het weekblad Knack bedacht een waarlijk geniale stunt, door mensen moreel te dwingen van hun grasperk een maand lang niet te maaien, met de onderliggende boodschap dat ze dan meer tijd hebben om dit juweeltje van goede journalistiek tot zich te nemen.

Politieke correctheid fungeert als een glijmiddel om een product een morele meerwaarde te geven, die in het ideale geval tot de mainstream gaat behoren. Lifestyle- en modebladen pikken dit gretig op. Inclusiviteit op alle vlakken, geen discriminatie is het motto. Het zogenaamd doorbreken van stereotypen is een cruciale strategie geworden om de aandacht te trekken. En zo doken ook die Afrikaanse types op in reclamespots: het werden nieuwe stereotypen, ditmaal om een merk een ‘veelkleurig’ imago te geven. Noem het gerust blackwashing.

Schuldaflossing

Uiteraard speelt de reclame daarmee in op de woke-ideologie en het concept van ‘dekolonisering’, waarvan de bedenkers heel goed de psychologische meerwaarde snappen: alles heeft te maken met het aanpraten van een schuldcomplex. Indien men mensen kan overtuigen dat ze bij iemand in het krijt staan, zullen ze ook makkelijk over de brug komen om dat te compenseren. Europa heeft een schuld te vereffenen, en dat moet zich uiten in taal, attitudes en… koopgedrag.  De wokes leveren gratis heel de onderbouw voor deze reclametruc.

Een maaltijdbox bestellen bij HelloFresh bijvoorbeeld, een bedrijf dat overigens bekend staat voor zijn agressieve verkooptechnieken. We zien een witte papa met Afro-vrouw en twee dito kindjes aan tafel: biologisch gezien bizarre setting, tenzij we hier te maken hebben met een aflatenhandel. Schuldgevoel, liefdadigheidsdrang en merkbewustzijn vloeien in elkaar over, via het beeld van de onderdrukte zwarte waarvoor we ‘iets’ kunnen doen. Het merk presenteert zich als een soort collectebus met een knikkend negertje, herinner u uit vorige eeuw, het beeldje bij de slager waarin je wisselgeld kon deponeren ‘voor de kolonies’.

De woke-doctrine wordt op die manier een dominant verkoopargument: koop een product en krijg er een aflaat bij.

De Afrikaanse figuur in de reclamespot stelt geen demografische realiteit voor, het is veeleer een icoon dat restitutie eist, schuldaflossing. De woke-doctrine wordt op die manier een dominant verkoopargument: koop een product en krijg er een aflaat bij. Dure merken kunnen op die manier hun ‘morele’ meerwaarde bewijzen. Ook Koning Filip bediende zich van die truc, in een heel andere context, door tijdens zijn bezoek aan Congo namens alle Belgen (!) zijn spijt uit te drukken voor de misdaden van zijn grootoom Leopold II, en de negertjes een masker cadeau te geven, of beter terug te geven. Blackwashing dus.

Ondertussen in Zoerle-Parwijs

Logo’s rond diversiteit stellen Europese types steeds meer als een minderheid voor

Deze instrumentalisering, die de doorsnee Congolees misschien wel beter doorziet dan we vermoeden, is natuurlijk op zich een nieuw soort racisme met een meervoudige agenda. De ‘witte’ Europeanen, Belgen en Vlamingen moeten een knieval doen (het BLM-gebaar) tegenover de zwarte, en op het einde ook hun eigen culturele identiteit opgeven, want het racisme zit overal.

Zo worden zowat alle verlichtingsfilosofen, Hegel, Kant, Hume, Rousseau, Voltaire, Montesquieu, als exponenten van white supremacy-racisme ontmaskerd. Dat is bijzonder handig voor… de reclamesector, want als ik nu Kant of Voltaire zou citeren om heel de gebakken-lucht-business te doorprikken, ben ik gewoon een racist.

Mijn gevoel: dit zal op de duur een tegengesteld effect bereiken. Nog even, en de consument/burger spuwt deze pil weer uit.

De media én de overheidscommunicatie gaan voluit mee in deze cancel-operatie, en bedienen zich van dezelfde woke-framing. Als de VRT op reportage is en pakweg op een speelplein in Zoerle-Parwijs neerstrijkt, dan moét dat ene kroeskopje prominent in beeld komen, om te bewijzen hoe divers Vlaanderen is. En dus ook om, vanuit de pedagogische missie van de publieke omroep, de xenofobe Vlaming tot meer inclusief denken aan te sporen en zijn eigen roots in vraag te stellen. Mijn gevoel: dit zal op de duur een tegengesteld effect bereiken. Nog even, en de consument/burger spuwt deze pil weer uit.

De reclamemakers zullen zich dan wel aanpassen, noodgedwongen, de overheid zal met een groot probleem zitten, en vaststellen dat de anti-racismecampagnes precies het omgekeerd effect bereiken. Uiteindelijk is de bevolking van dit land nog altijd overwegend blank/Europees en is een minderheid van kleur. Dat doet er verder niet toe, maar hoe meer men er een probleem van maakt, hoe meer het een probleem wordt. Simpele waarheid, zelfs voor communicatie-experts behapbaar.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Media, Politiek incorrect | 22 reacties

Beste Tom, Vlaamse onafhankelijkheid is nog iets méér dan een 50%-kwestie

Op het jaarlijkse sponsordiner van Doorbraak was VB-voorzitter Tom Van Grieken spreker en eregast. Onderwerp: hoe een politiek breekpunt creëren waarbij een meerderheid van het Vlaams Parlement de onafhankelijkheid zou uitroepen, en een onderhandelingspositie met Brussel en Wallonië afdwingen. De ‘implosie’ van België zou dan een vanzelfsprekend feit worden, en voor het einde van dit decennium doppen we onze eigen boontjes. Jean-Pierre Rondas opperde dat dit internationaal-juridisch niet zo vanzelfsprekend is, en zonder twijfel zal Europa het proces proberen te counteren, zie Catalonië en de Spaanse staat.  

Klopt. Er zijn nog meer redenen om het perspectief van Van Grieken enigszins naïef te vinden. Zijn vertoog was -wellicht om het verwijt te counteren dat hij als enige Vlaamse partijvoorzitter zonder universitair diploma intellectueel te licht weegt- cijfermatig opgebouwd, alsof het allemaal maar een kwestie is van een meerderheid te halen binnen het Vlaams Parlement. Dat is natuurlijk een mathematische voorwaarde voor de soevereiniteitsverklaring. Maar of de geesten in Vlaanderen ook echt rijp zullen zijn voor een republikeinse shift, is nog een ander paar mouwen.

60-plussers

IJzerwake 2021

Het punt is namelijk dat een referendum rond al dan niet onafhankelijkheid, wat ik democratisch toch netjes zou vinden, vandaag gegarandeerd géén meerderheid zou opleveren. Vlamingen stemmen namelijk om nogal wat redenen voor V-partijen: migratie en asiel zijn topmotieven, een economisch rechtse oriëntatie (VOKA), ethisch conservatisme, naast anti-systeemressentimenten en opgeheven middenvingers (vooral de VB-kiezer). Het aantal Vlaamse kiezers dat echt afscheid wil nemen van de Belgische constructie, schat ik momenteel op hooguit 25%.

De opmerking van Eddy Daniels, dat de N-VA een flink aantal ‘soft-belgicisten’ herbergt (men zou hen dus evengoed soft-flaminganten kunnen noemen), die met hetzelfde gemak als ze door Bart De Wever werden verleid weer naar andere electorale oorden zullen vertrekken, snijdt hout.

Het aantal Vlaamse kiezers dat echt afscheid wil nemen van de Belgische constructie, schat ik momenteel op hooguit 25%.

Maar het leidt meteen ook naar de essentie: een draagvlak is nog iets anders dan een mathematische meerderheid. Het heeft te maken met een emotionele, culturele en filosofische grondstroom waardoor boven de partijgrenzen heen een soort historische dynamiek ontstaat. De Vlaamse beweging is er nooit in geslaagd die dynamiek op gang te brengen. Ze is een sektarisch, overwegend rechtsconservatief verhaal gebleven waarin 60-plussers vandaag domineren. Sterven zij uit, dan is het ook met die beweging gedaan.   

Daar zitten we met een enorm deficit: een republikeinse ‘geest’ uit de fles valt in geen lichtjaren te bekennen. Het debat leeft niet rond de vraag hoe een onafhankelijk Vlaanderen er zou kunnen uitzien, constitutioneel, bestuurlijk, democratisch, cultureel, economisch, sociaal, ecologisch. Onder welke grote levensbeschouwelijke en maatschappelijke noemers gaan we die nieuwe Vlaamse samenleving op poten zetten? Er moet een grondwet geschreven worden voor àlle Vlamingen, niet alleen de Vlaams-nationalisten van vandaag.

Rechts monopolie

Momenteel liggen de kaarten ideologisch vrij duidelijk. Gesteld dat N-VA en VB samen 50% halen, en in de veronderstelling dat Bart De Wever eindelijk zijn banvloek over de politieke erfvijand intrekt, dan zou het deeg waaruit de Vlaamse natie gebakken wordt, uitgesproken rechts samengesteld zijn.

Dat betekent onder meer: verstrengen van migratievoorwaarden en inburgeringstraject, minder aandacht voor milieu en klimaat, besparen op zorg en sociale voorzieningen. Cultuur wordt vooral gezien als canonieke inventaris van een groots verleden (hoe dikwijls is Jan Jambon al niet met het Lam Gods afgekomen), en het onderwijs moet de Vlaamse identiteit in de verf zetten.

We spreken hier dus over gemeenschappelijke frontvorming: ook voor links moet er eten en drinken zijn in het verhaal van de Vlaamse onafhankelijkheid.

Dat zijn de rechtse accenten van de V-partijen, men kan er zich in vinden of niet, maar daarmee constitueer je geen republikeins verhaal. Deze kan niet het voorwerp zijn van een rechts monopolie. Er moet een consensus groeien, boven de partijgrenzen heen, dat Vlaamse soevereiniteit een positief verhaal is, ook voor wie sociale solidariteit en milieuzorg, zelfs klimaat, belangrijk vindt. 

We spreken hier dus over gemeenschappelijke frontvorming: ook voor links moet er eten en drinken zijn in het verhaal van de Vlaamse onafhankelijkheid. Dus moeten ook socialisten en groenen, en misschien zelfs communisten, verleid worden en losgeweekt uit hun Belgicistische sluimer, met het idee dat er in het nieuwe Vlaanderen ook voor hun ideologie een democratische plek is. Dat ze de nv België niet langer als een levensverzekering hoeven te beschouwen, en dat de Vlaamse natie er ook een zal zijn waar zwakkeren beschermd worden, de natuur gedijt en comfortabele treinen op tijd rijden. Zwitserland, Oostenrijk en Denemarken blijven goede voorbeelden. Noteer dat in Oostenrijk een regering aan de macht is, samengesteld uit de conservatieven van de Österreichische Volkspartei en de Groenen. De naam van hun ambitieus programma: Aus Verantwortung für Österreich.   

Zwakke zesjesregering

Ambitie blijft het sleutelwoord. Vegeteren in een 1302-romantiek, of sudderen in technisch gezemel over bevoegdheidsoverdrachten, zal ons nergens brengen, behalve in wat de Vlaamse regering vandaag uitstraalt: knullige dagjespolitiek, zwartgeel geschilderde verkeerspalen en veel decreten die regelneverij uitstralen. Grote werven blijven liggen, zelfgenoegzame regenten zijn vooral met hun eigen politieke agenda bezig. Af en toe ontaardt dit in hilarische vertoningen, zoals het moment waarop Bart Somers en Hilde Crevits doorheen het raam van het Vlaams Parlement de verzamelde pers trachtten te ontvluchten.

Na zes staatshervormingen maakt Vlaanderen het verschil niet tegenover België. Integendeel, wat we zelf doen, doen we soms (nóg) slechter.

En laat dit nu één van de grootste obstakels zijn voor de draagvlakvergroting en het rijpen van de geesten: na zes staatshervormingen maakt Vlaanderen het verschil niet tegenover België. Integendeel, wat we zelf doen, doen we soms (nóg) slechter. Ondanks talrijke snoep/studiereizen naar gidsland Denemarken, een land met een vergelijkbaar bevolkingsaantal, en veel intentieverklaringen, krijgt men zelden de indruk dat deze regio klaar is voor echte autonomie. De zin voor verandering ontbreekt, het politieke vuur, de drang om te excelleren, en vandaar dus ook de fut bij de doorsnee Vlaming zelf.

De regering Jambon wordt in brede kringen -zelfs binnen de N-VA- beschouwd als een zwakke zesjesregering zonder ambitie, coherentie, of duidelijke, middellange beleidslijnen. De Beke-catastrofe, het onderwijsdebâcle, de ellenlange wachtlijsten voor gehandicaptenzorg, jeugdzorg en sociale woningen, de verkeersinfarcten en het slecht openbaar vervoer, de ondermaatse armoedebestrijding, de bedenkelijke lucht- en waterkwaliteit, milieulijken die uit de kast blijven vallen (PFOS),…: zeg nu zelf, waarom zou de niet-geïnteresseerde Vlaming opteren voor zelfbestuur?

Momentum

Zwarte zwaan vliegt voorbij op défilé

Het Vlaams Belang zit in de oppositie, de partij van Tom Van Grieken is niet verantwoordelijk voor deze miskleunen. Maar ik zie weinig tekenen dat die partij het politiek personeel zou leveren dat wél het verschil zou maken. Waarschijnlijker is, dat ook mét het VB in de Vlaamse regering de Belgische ziekte zou blijven hangen en de Jambonitis zou voortsudderen in een Belgische rompstaat.

We zitten met media opgescheept met een ronduit Belgicistische agenda, zelfs pro monarchie, te beginnen met de Vlaamse publieke omroep. Van hen hoeven we geen draagvlakvergroting te verwachten.

Voor de rest is het mankerende draagvlak voor Vlaams zelfbestuur uiteraard – een nagel waarop ik ook al veel heb geklopt- een kwestie van een ontbrekende intellectuele en culturele elite die voor het republikeinse idee gaat. We zitten met media opgescheept met een ronduit Belgicistische agenda, zelfs pro monarchie, te beginnen met de Vlaamse publieke omroep. Van hen hoeven we geen draagvlakvergroting te verwachten. Ook daar dienen shifts gemaakt te worden en moeten stemmen doorbreken die een ander verhaal brengen en de publieke opinie kunnen begeesteren.

Doorbraak is zeker een cruciaal instrument in deze opinievorming. Het moet blijven de lat hoog leggen voor de politici, naar verbreding zoeken, én de drempel verlagen voor de gewone Vlaming op zoek naar beter bestuur, levenskwaliteit, vrijheid van mening en andere dingen die ertoe doen. Je moet in een huwelijk goede redenen hebben om te scheiden, en dat gaat niet alleen over centen en procenten. Als grondstroom en draagvlak er zijn, kan er een momentum ontstaan, waarbij de politieke klasse op het gaspedaal moet duwen. Zwarte zwanen noemt men dat, een vonk die het vat doet ontploffen. Helaas is er momenteel geen vat, geen mengsel, zelfs geen vonk, en vliegen de zwarte zwanen gewoon voorbij. Werk aan de winkel.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 

Geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater, Res publica, Vlaams | 14 reacties

We gaan naar Congo en nemen mee: een masker en een tand

Filip en Mathilde van België zijn zopas afgereisd naar Congo, met een hoop schoon volk in hun zog, en met twee cadeau’s in de valies: een masker dat ooit in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika was beland, en een kies die toebehoorde aan de vermoorde ex-premier Patrice Lumumba.

Het verhaal rond die tand is ondertussen gekend. De historische onafhankelijkheidsrede van Koning Boudewijn in 1960, waarin de ‘weldaden’ van Leopold II uitvoerig aan bod kwamen, werd gevolgd door een even historische repliek van Congo’s eerste premier Patrice Lumumba, die Boudewijn op zijn plaats zette en diens gezicht even wit deed uitslaan als zijn smetteloos wit pak.

We kennen het vervolg: in hetzelfde jaar pleegde kolonel Joseph Mobutu een staatsgreep, met steun van de CIA én minstens medeweten van het Belgische Hof. Een paar maanden later werd Lumumba geëxecuteerd en zijn lichaam in zwavelzuur opgelost. Behalve een paar tanden die als aandenken werden getrokken, of misschien als een soort bewijs aan de opdrachtgevers dat de klus geklaard was. De Belgische ex-rijkswachter Gerard Soete, bij de moord betrokken en in 2016 overleden, hield er een als souvenir in huis.

Maffieuze piratenbende

Dat is allemaal aan het licht gekomen dankzij gedegen research. Maar de strapatsen van Leopold II als alleenheerser van Congo-Vrijstaat blijven in Laken voor ongemak zorgen, vooral met de schrik dat de Congolese staat op het idee zouden komen om een deurwaarder met een schadeclaim op het paleis af te sturen. Dus schreef Filip twee jaar geleden een soort excuusbrief, overgoten met een woke-saus en wat BLM-kruiden. Het idee daarachter heb ik in een vorige bijdrage al uit de doeken gedaan: door heel de Belgische natie te culpabiliseren en ‘hét racisme’ te veroordelen, wordt de aandacht afgewend van de Coburgs, de persoonlijke obsessie van Leopold II, tot en met het aandeel van het Hof in de liquidatie (letterlijk dan) van Lumumba en de installatie van dictator Mobutu.

Primair is de Belgische monarchie rechtstreeks medeverantwoordelijk voor heel de post-koloniale kleptocratie die sinds Mobutu, en nadien vader en zoon Kabila, is uitgewoekerd tot een echt plunderregime

Man en olifant (niet) noemen, daar gaat het dus over. Primair is de Belgische monarchie rechtstreeks medeverantwoordelijk voor heel de post-koloniale kleptocratie die sinds Mobutu, en nadien vader en zoon Kabila, is uitgewoekerd tot een echt plunderregime op kap van de bevolking, en dat voor een land dat enorm rijk is aan grondstoffen. Het leger is nog altijd een maffieuze piratenbende die in Oost-Congo even erg huishoudt als het half dozijn rebellenmilities. De laatste 25 jaar heeft de toestand van chaos en anarchie in die hel naar schatting 6 miljoen doden geëist.

Zo’n failed state draait bijna uitsluitend rond de zelfbediening van een kleine elite. De vorige president, meester-zakkenvuller Joseph Kabila, is politiek wat op de achtergrond geraakt, maar bezit nog altijd meer dan 80 bedrijven in Congo, en behoudt zijn greep op de economie én het leger. Zijn opvolger, de huidige president Félix Tshisekedi en gastheer van het vorstenpaar, is (via vervalste verkiezingen én met steun van Kabila) aan de macht gekomen als anti-corruptie-politicus, maar de 122 miljoen euro die de Kabilaclan blijkens een internationaal onderzoek ontvreemdde uit te staatskas, worden niet teruggevorderd. Dat zal wel zijn reden hebben…

Koninklijke Schenking

Het kasteel van Ciergnon, lievelingsplek van wijlen Fabiola

Dat zou dus sowieso voor Congo prioriteit nummer één moeten zijn, om te bewijzen dat het tijdperk van wanbeheer ten einde is: zelf orde op zaken stellen, het gestolen overheidsgeld terugvorderen, eventueel met inbeslagname van de Kabila-bezittingen. Als koning Filip dan verder last zou hebben van zijn geweten, dan moet hij maar wat gronden, huizen, domeinen en kastelen verkopen om de Congolese staat te vergoeden.

Ondertussen worden wij verder heropgevoed tot postkoloniale boetelingen, voor een tijdvak van de vaderlandse geschiedenis waarin Vlamingen nota bene als petits nègres werden behandeld. 

Niemand zal hem dat beletten, ook al weten we dat ook die schadevergoeding grotendeels in de zakken van de politieke elite zal verdwijnen. Het Belgische koningshuis bezit nog altijd een groot vastgoedpatrimonium, ondergebracht in de ‘Koninklijke Schenking’, een ideetje overigens van Leopold II zelf om successierechten te ontwijken. Voor het onderhoud van dit vastgoed, bestaande uit kastelen, parken, domeinen allerhande in België en buitenland, draait de belastingbetaler vandaag nog altijd op. Zijn we daar ook van af.

Maar zoiets is uiteraard onbespreekbaar, en geen enkele politicus waagt het om Filip en C° met die ongemakkelijke waarheid te confronteren. Dus worden het weer berouwvolle gestes, vriendelijke schouderklopjes, melige toespraken over spijt namens het Belgische volk, en pogingen om de negertjes te paaien met een masker en een tand. Dàt noem ik pas racisme.

Een masker als symboliek, het kan ook wel tellen. De koninklijke missie is een operatie Schone Schijn die vooral het privébezit van de Coburgs moet vrijwaren tegen eventuele claims. Ondertussen worden wij verder heropgevoed tot postkoloniale boetelingen, voor een tijdvak van de vaderlandse geschiedenis waarin Vlamingen nota bene als petits nègres werden behandeld. Ergens een partij in Vlaanderen die deze Congolese olifant in de kamer durft te benoemen? Van links moeten we dit niet verwachten, maar misschien toch vanuit republikeinse kringen, wie weet…

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Het politiek theater, Res publica | 4 reacties

Patriarch Kirill, door God gezonden man

President Poetin en de Hongaarse premier Orban: geheime rode lijn?

Afgelopen week kwamen de EU-regeringsleiders tot een overeenkomst om de invoer van Russische olie vanaf eind dit jaar te stoppen. Eeuwige dwarsligger Hongarije eiste én kreeg een uitzondering, omdat het geen zeehavens heeft en op pijpleidingen is aangewezen.

Moeilijker te verklaren is, dat premier Victor Orban te elfder ure met een bijkomende eis afkwam, en ook daar voldoening kreeg: Kirill, patriarch van de Russisch-Orthodoxe kerk en vertrouweling van Poetin, moest van de sanctielijst af, met de vage reden dat kerkleiders nu eenmaal niet mogen gesanctioneerd worden, en het nog vagere argument dat dit ‘een inbreuk op de vrijheid van godsdienst’ zou zijn.

Orban zelf behoort tot de gereformeerde kerk, zijn vrouw is katholiek, en orthodoxen zijn er nauwelijks in Hongarije. Maar bovendien: zo’n geestelijk leider, die toch vooral met geestelijke zaken bezig is en zich zelden of nooit buiten Rusland begeeft, hoe kan die zich druk maken over wereldlijke sancties zoals het bevriezen van buitenlandse tegoeden?

Gouden uurwerk

Grigori Jefimovitsj Raspoetin, charismatisch raadsman van de laatste Russische tsaar

Mijn gedacht: Poetin en Orban telefoneren met elkaar. Niet sporadisch, neen, ze hebben een vaste lijn. Dat is niet verboden, maar in oorlogstijd is het interessant om te weten hoe de kampen verdeeld zijn. En hoe de communicatielijnen lopen.

Tweede vermoeden: Patriarch Kirill, alias Vladimir Goendjajev, zit op een of andere manier toch verveeld met die sancties en liet het dringend verzoek overbrengen ze niét toe te passen. Hij behoort gewoon tot de kliek van kleptocraten rondom de president, en profiteert mee van de rijkdom die binnen de Poetin-hofhouding wordt verdeeld om loyauteit af te kopen. In zoverre die fortuinen aan het buitenland gelinkt zijn, is er een probleem. Kremlinwatchers ontdekten dat op een foto een horloge rond zijn pols was weggegomd, maar men was het beeld in de spiegel vergeten, waardoor de geestelijke mentor van president Poetin over een gouden uurwerk van het Zwitserse merk Breguet bleek te bezitten, ter waarde van 28.000 euro. Een bagatel, maar toch, niet echt conform spirituele waarden van onthechting.

Patriarch Kirill is wellicht Poetins enige echte vertrouweling, omdat hij geen bedreiging voor diens macht vormt, maar de religieuze spreekbuis ervan is.

Niet dat men deze kerkleider als een ordinaire oligarch moet beschouwen. Patriarch Kirill is wellicht Poetins enige echte vertrouweling, omdat hij geen bedreiging voor diens macht vormt, maar de religieuze spreekbuis ervan is. Hij prijst de president als ‘een wonder van God’, kwalificeert de Oekraïne-invasie als een heilige oorlog, en zegent de troepen. Daar mag iets tegenover staan. In november van vorig jaar kreeg Kirill de Orde van Sint-Andreas de Eerstgeroepene opgespeld, de hoogste onderscheiding in Rusland, die uit de tsarentijd stamt.

Dat laatste brengt ons bij de figuur waaraan de geestelijke mentor van Vladimir Poetin zich zonder twijfel spiegelt. Patriarch Kirill ‘de misdienaar van het Kremlin’ noemen, zoals Paus Franciscus deed, is een understatement. Hij lijkt me eerder een heruitgave van Grigori Jefimovitsj Raspoetin, de charismatische raadsman van tsaar Nicolaas II op wie hij een enorme impact had, maar ook op de tsarina en haar kinderen, wiens slaapkamer hij regelmatig opzocht, en niet om uit de bijbel voor te lezen. Raspoetin combineerde een statuut van mentor, visionaire wonderdokter en heilige man, met een uitzonderlijk talent tot intrige en manipulatie, én met een onstilbaar libido. Dat laatste wil ik niet gezegd hebben van Kirill, al gaan ook hierover speculaties de ronde.

Opium voor het volk

Kirill en Poetin feliciteren elkaar na de Paasmis

Wat wel zeker is, is de betekenis van de patriarch voor de propaganda van het Poetin-regime, het rechtvaardigen van de ‘militaire operatie’, en het voorbereiden op een leven van schaarste bij de Russen die toch al een en ander gewoon zijn op dat vlak. Armoede is de kortste weg naar de hemel, en kerkelijke leiders verzorgen de rechtstreekse verbinding tussen de wereldlijke machthebber en God himself.

De complete desinformatie die in Rusland heerst over het Oekraïne-conflict, gecombineerd met het fatalisme van de Slavische ziel, verklaart het succes van deze ronduit middeleeuwse doctrine. De Russisch-orthodoxe kerk is, als staatsgodsdienst, Poetins hefboom om de Russen dom, passief en sentimenteel te houden, helemaal overeenkomstig het motto van Karl Marx: ‘Religie is opium van het volk’, later door Lenin vervormd tot ‘opium voor het volk’. Kirill, hoe bombast en archaïsch hij ons ook overkomt, is de man die deze spirituele lijn moet bewaken, tegen de ‘duivelse’ moderniteit, waaraan Oekraïne zich dreigt uit te leveren.

De Russisch-orthodoxe kerk is, als staatsgodsdienst, Poetins hefboom om de Russen dom, passief en sentimenteel te houden

Dat het hedendaagse Rusland op die manier het tsarenrijk kopieert, als een model van beschaving en een dam tegen de moderniteit, kan verklaren waarom er militair-strategisch zo’n blunders worden gemaakt: intellectueel is dit land een ruïne. De door Poetin herontdekte orthodoxe cultus is het religieuze equivalent van de militaire commandostructuur: verticaal en absolutistisch. Zelfstandig nadenken en beslissen is uit den boze, alles komt van bovenaf.

Helaas, in een moderne oorlogsvoering is deze lange, verticale commandolijn niet meer efficiënt. De tapijtbombardementen en het kapot schieten van complete steden moeten het gebrek aan strategisch en tactisch intellect compenseren. Vandaar ook de duiveluitdrijvingstaal van de patriarch. Het zou me niet verbazen dat Kirill hier hoogst persoonlijk het ‘wonder van God’ inspireert en manipuleert.

Persvrijheid

Orban voert campagne vanop de preekstoel

Terug naar Viktor Orban en de mysterieuze genade die patriarch Kirill moest worden toebedeeld. Zij die hier te lande voorheen het Poetinregime openlijk toejuichten -en dat nu in het geniep doen-, zijn ook hevige fans van Victor Orban omdat hij het christendom als ‘het fundament van de Europese cultuur’ propageert.

Helaas nemen ze alle autoritaire en anti-democratische trekjes van Orban er graag bij. In Vlaanderen foetert rechts graag op de ‘regimepers’ en de ‘staatszender’ VRT, terwijl men de andere kant uitkijkt als Orban de persvrijheid afschaft en alleen nog regimezenders duldt. Onafhankelijke media wordt zoveel mogelijk het leven zuur gemaakt, licenties geweigerd, de toegang tot informatie afgesloten, enzovoort. In de coronacrisis zag de Hongaarse premier zijn kans schoon om een noodwet te installeren die de persvrijheid drastisch terugschroefde door het verspreiden van ‘nepnieuws’ strafbaar te maken. Doet het een belletje rinkelen?

In Vlaanderen foetert rechts graag op de ‘regimepers’ en de ‘staatszender’ VRT, terwijl men de andere kant uitkijkt als Orban de persvrijheid afschaft en alleen nog regimezenders duldt.

Anders gezegd: de recepten van Orban en diens Fidesz-partij ruiken naar dezelfde strategie om wereldlijk gezag te funderen op religie, een vermenging van kerk en staat, met dezelfde kruisvaardersretoriek. Dat is een doodlopend straatje. De christelijke banier is zo roestig als deze van de islam, elke macht die zich op geloof fundeert (waartoe ik ook de Amerikaanse reken: ‘In God we trust’) past onbewust Marx’ gezegde toe. Noteer dat moderne westerse religiën zoals het voetbal of Hollywood of de verzamelde influencers dezelfde opiumfunctie hebben.

Noteer ook dat het woord ‘sanctie’ zelf een religieuze achtergrond heeft (Latijn sanctio, heilige verordening), en aldus zelfs verwant is met Sanctorum. Alleen hoge geestelijken kunnen een sanctie uitspreken, niet Ursula of Charles of andere lekenbroeders of zusters op zoek naar een stoel. In die zin heeft Orban zeker wel een punt. Voor de rest mag het devies gelden: ni dieu, ni maître, de Kirills en hun broodheren, en alle mogelijke theocratieën, horen thuis in het museum.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie, Het politiek theater, Religieuze vapeurs | 9 reacties

Johnny Depp, of de zoete wraak van de piraat

Mannelijke slachtoffers van partnergeweld, bestaan ze? Ja, ongetwijfeld. Al dertig jaar ben ik de onvrijwillige getuige van de manier waarop mijn buurman door zijn echtgenote geterroriseerd wordt. Ze kleineert hem, scheldt, jaagt hem in weer en wind op als tuinman-slaaf, en wat er zich binnenshuis afspeelt kan men alleen maar gissen.

Heel de buurt vindt dat grappig, maar de essentie is wellicht dit: we hebben hier te maken met mensen die perfect bij elkaar passen. Een bazige bitch en wat men in het Vlaams een ‘sloef’ noemt. Dit soort relaties komt meer voor dan men denkt, zowel met de M als de V in de dominante rol. Psychologen zijn vertrouwd met dit fenomeen, maar ideologisch ligt het natuurlijk moeilijk, in een tijd dat het slachtofferdiscours alomtegenwoordig is.

De ene oorveeg is dus de andere niet. Er kan sprake zijn van echt geweld en echte slachtoffers -bijvoorbeeld kindermishandeling, verkrachting…-, maar er bestaat ook zoiets als ‘geweld met onderlinge toestemming’, een ietwat bizarre term die men meestal voorbehoudt voor het SM-milieu, maar die de onderstroom vormt in tal van relaties. Net nu de regels voor seksuele toestemming worden verstrengd (op elk moment, ook in volle actie, kan een vrouw haar toestemming intrekken), wacht de rechtbanken drukke tijden.

Vluchten in de badkamer

U voelt me komen, ik heb het over het celebrity proces van de eeuw dat net achter de rug is, tussen acteur Johnny Depp en zijn ex Amber Heard. Aanleiding: Amber had zich anno 2018 in The Washington Post laten ontvallen dat ze slachtoffer is geweest van huiselijk geweld, waarop Johnny haar aanklaagde wegens smaad en 50 miljoen dollar schadegeld eiste. Waarna Amber maar meteen 100 miljoen eiste voor dit affront: in Hollywood wordt niet voor kleingeld gespeeld.

Dit vechtkoppel (het is al de tweede keer dat ze tegenover elkaar staan sinds hun scheiding in 2016) is zonder meer het bewijs dat liefde oorlog kan zijn, en omgekeerd.

Tijdens het proces draaide Depp het klassieke rolpatroon van de mannelijke bruut en het tere vrouwtje om, en beschreef hoe hij zelf mishandeld werd, een pot terpentijn naar zijn neus kreeg, een vinger verloor in volle actie, en soms in de badkamer moest vluchten voor zijn razende echtgenote. Einde van het verhaal: de jury (jawel, in Amerika komt dit soort ruzies voor een heuse jury) stelt de heer Depp in het gelijk en kent hem 10 miljoen dollar schadevergoeding toe, terwijl zijn ex recht heeft op 2 miljoen dollar. Netto moet Amber dus acht miljoen dollar aan den Johnny, dat gaat zeer doen.

De MeToo-activisten zijn in alle staten. Een vrouw veroordeeld wegens partnergeweld?? Terecht, naar mijn aanvoelen. Maar ook Depp heeft losse handjes. Dit vechtkoppel (het is al de tweede keer dat ze tegenover elkaar staan sinds hun scheiding in 2016) is zonder meer het bewijs dat liefde oorlog kan zijn, en omgekeerd. Dat was zelfs het oordeel van hun voormalige huwelijkstherapeut die kwam getuigen op het proces: ‘Deze mensen hielden van mekaar. Er was in mijn ogen sprake van wederzijdse mishandeling.’

Stockholm syndroom

Op het einde van ‘Pirates of the Caribbean’ krijgt Johnny een paar stevige vrouwelijke meppen

Wederzijdse mishandeling: zou dat de essentie van liefde kunnen zijn? Elkaar kwellen, opjagen, afmaken in een wederzijds gijzelingsdrama, dat zich soms tot een dubbel Stockholmsyndroom ontwikkelt? De mythe van de sterke man en de zwakke vrouw, waarop het feminisme zich baseert om zijn discriminatietheorie uit te werken, is perfect omkeerbaar. Niet alleen Jezus bood de andere wang aan na een oorvijg. Het is een verborgen kant die in mannen zit: de komische acceptatie van de vernedering.

Niemand minder dan Jack Sparrow, het personage uit ‘Pirates of the Caribbean’ waarmee Depp legendarisch werd, toont tussen twee piratengevechten door die trekjes. Hij kan klappen uitdelen maar krijgt er ook. Hij is half held, half anti-held, heeft een spraakgebrek en lijkt altijd beschonken, is vooral aan zijn hoed gehecht en krijgt soms slaag van een vrouw die hij probeert te versieren. Hij lijkt enigszins op onze Piet Piraat: een sympathieke hansworst die tegen wil en dank in een schurkenverhaal terecht komt. Is het dat wat de jury uiteindelijk heeft overtuigd? Wie zal het zeggen, in Hollywood lopen fictie en realiteit sowieso door elkaar, dat was ook zo in hét MeToo-proces van een paar jaar geleden, de zaak Weinstein.

Niet alleen Jezus bood de andere wang aan na een oorvijg. Het is een verborgen kant die in mannen zit: de komische acceptatie van de vernedering.

Voorafgaand aan de bittere rechtszaak wegens smaad is er dus de stormachtige vechtrelatie. Het huwelijk is op zich een instituut van haat-liefde, omdat de formele bezegeling (‘tot de dood ons scheidt’) het geweld als het ware oproept, ook al zijn scheidingen vandaag de normaalste zaak van de wereld. Je hebt koppels van de mannelijke dominus en de vrouwelijke slavin, en omgekeerd, deze van de feeks en de mannelijke slaaf, of soms ook wel de twee afwisselend of tegelijk: de badkamer op slot is soms wel een noodzaak om even op adem te komen.

De piraat-paljas

Tristan en Isolde op het schip, Act 1 (New York 1917): subtiel partnergeweld ook hier?

De (auto)destructieve kracht van de liefde is in se een romantisch thema. De opera ‘Tristan en Isolde’ van Wagner gaat over de onmogelijke, absolute liefde, maar bevat ook elementen van verbaal-psychisch geweld tussen de twee hoofdfiguren, die net door deze onmogelijkheid zichzelf en elkaar martelen. Heel het eerste bedrijf jennen ze elkaar, dagen elkaar uit en spelen gemene woordspelletjes op een boot, in het tweede bedrijf is het boemboem tot aan de betrapping, en in het derde bedrijf gaan ze dood. Wat anders.

Vandaag zouden ze eindigen voor de rechter, elk met een batterij advocaten. Wagnerianen zullen me vervloeken voor deze artistieke vrijheid, maar ik schrijf eerstdaags wel eens een deftig operastukje om het goed te maken. Punt is dat Tristan alias Jack Sparrow -niet toevallig twee heren die aan het roer van een boot staan- eigenlijk anti-helden zijn zoals mijn buurman, en het met hun mannelijkheid veel moeilijker hebben omdat een zwakke man nu eenmaal wordt gezien als een sul. Vliegen ze toch eens uit hun krammen, dan krijgen ze heel de MeToo-beweging achter zich aan. Dat is gewoon niet eerlijk. De witte mannelijke cisgender krijgt ofwel thuis een fles terpentijn naar zijn hoofd, ofwel is hij de pineut in de rechtbank. Het lijkt erop dat de grote mediashow Depp/Heard hier toch iets heeft rechtgezet. En geloof me: in grote getale staan de vrouwen op deze planeet achter Johnny.

Filmtip: eindscène van de trilogie Pirates of the Caribbean (2007), waarin Johnny Depp twee bloedmooie vrouwen een plekje op zijn boot belooft, die echter al zee gekozen heeft. Er ligt alleen een onooglijk sloepje aan de kaai, waarna de twee dames hem op een oorvijg trakteren. Jack/Johnny retourneert ze niet, maar geeft in de plaats zijn achtergebleven scheepsmaat een pak rammel. Hoe galant is dat.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie | 9 reacties

‘Genderneutraal’: na zichzelf verbouwt Petra nu ook de taal

Zeer slecht nieuws: mosterd is nauwelijks nog te verkrijgen, wie niet hamsterde heeft pech. Er is geen mosterdzaad meer voorhanden om dat onmisbare keukeningrediënt te fabriceren. Dat blijkt vooral uit Rusland en Oekraïne te komen, een reden te meer om deze oorlog snel te beëindigen.

Pas als het er niet meer is, weet men wat men mist. Mosterd is vitaminerijk én een smaakbom. Dat de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant er verzot op was, zegt iets over zijn visie op vrijheid: de samenleving heeft straffe mosterd nodig die de smaakpapillen wakker houdt en ons behoedt voor routineuze, sluipende neutraliteitsgedachten, ook wel als politieke correctheid herkenbaar.

Een perfecte ezelsbrug naar minister van Overheidsbedrijven en Ambtenarenzaken Petra De Sutter (Groen), die haar personeel in een brochure aanmaant tot genderinclusief taalgebruik. Aanspreektitels zoals mevrouw of mijnheer zijn te seksueel bepalend, maar ook uitdrukkingen zoals ‘zich vermannen’ of het woord ‘bemanning’ kunnen niet meer door de beugel. ‘Leraar’ of ‘lerares’: niet ok, houd het bij de onzijdige ‘leerkracht’, want de persoon in kwestie zou wel eens in transitie kunnen verkeren of zoekende (queer) naar het juiste geslacht.

Geen voil janetten

De overheid definieert u dus als ‘neutraal’, ja, voel maar eens vanonder. Is hier iemand vragende partij? Geen kat. Is er enig publiek draagvlak voor zo’n regelnichtneverij? Ik durf het betwijfelen. Het punt is dat Petra De Sutter een weinig opwindend departement beheert, en af en toe eens uit de kast wil komen met een hemelbestormende oekaze. Het tweede punt is dat ze daarmee haar eigen identiteit van transgender ideologiseert, om een achterban te knuffelen die daarvoor warm loopt. Het seksuele narcisme is mainstream verklaard en obligaat: van jongs af moét men zich al afvragen of men wel in het juiste lichaam zit. Die identitaire worsteling bespaart de overheid, het systeem, een hoop kritische luizen, want vanaf dan is men niet meer op zoek naar de mosterd maar naar zichzelf, en kunnen de psychologen en plastische chirurgen het overnemen.

De ‘vrijheid te zijn wie je bent’ is een spookbeeld en een karikatuur van wat vrijheid echt betekent. In je ondergoed op straat te lopen tijdens een pride moet inderdaad kunnen, we gaan er niet preuts over doen. Dat een federaal minister mee op deze exhibitionistische kar springt, ik zal haar op het beleid afrekenen en niet op deze carnavalsact.

Die identitaire worsteling bespaart de overheid, het systeem, een hoop kritische luizen, want vanaf dan is men niet meer op zoek naar de mosterd maar naar zichzelf, en kunnen de psychologen en plastische chirurgen het overnemen.

Het herinnert wel aan het feit dat men tegenover dat Aalsters volksfeest veel minder tolerant was. Het werd drie jaar geleden vanwege het voltallige politiek establishment in de ban geslagen omwille van die fameuze praalwagen met Joodse karikaturen, en meteen door de UNESCO als erfgoed gecancelled. Het recht dus van vrije expressie, het recht om te zijn wie je bent. Als het maar geen voil janet is.

Die dubbele moraal is interessant. Het verbod op seksisme en racisme is een achterdeur waarlangs totalitaire tendensen binnen komen, om ons te wennen aan een nieuwe realiteit van taalcontrole én algemene bevoogding. Nota bene met de seksuele diversiteit als argument.

Made in China

Let op! Kortrijk ziet u! | Radio 2Wel, noteer, waarde mevrouw de Minister, ik heb ook mijn gevoelige kant en wil helemaal niét als ‘beste’ aangesproken worden. Voor de vrienden en vriendinnen ben ik Johan, en voor een ambtenaar mijnheer Sanctorum. Ik ga desnoods tot de Raad van State. Heel het verhaal van genderdiversiteit is een excuus om een overheidsbeslag op de taal en het gedrag te leggen, een dressuur waarvoor de media gewillig hand- en spandiensten verlenen.

Die mainstream media gingen de laatste drie jaar geregeld overstag. Er werd tijdens de covid-periode druk geëxperimenteerd met vrijheidsberoving en het invoeren van de controlestaat, onder het mom van een sanitaire noodzaak. De pasjes en het nachtelijk uitgaansverbod zijn ondertussen weer verleden tijd, maar onze steden hangen vol met camera’s op alle mogelijke plaatsen, met Kortrijk, de stad van de liberale Vincent Van Quickenborne, minister in de superdiverse Vivaldi-regering, op kop. De alomtegenwoordige camera’s van Vincent blijken bovendien van het merk Hikvision, een Chinees staatsbedrijf met het leger als grootste klant.

De overheid is er niet meer voor de burgers, we moeten onszelf nu tegen die opdringerige overheid beschermen, dat is de omgekeerde wereld.

Daar is nu wat commotie rond ontstaan dankzij een waakzame oppositie (nota bene van CD&V-signatuur), maar Van Quickenborne en C° blijven uitermate ambitieus in de installatie van de ‘slimme stad’. Daar vinden groen en blauw elkaar perfect. De overheid is er niet meer voor de burgers, we moeten onszelf nu tegen die opdringerige overheid beschermen, dat is de omgekeerde wereld. Het toont aan hoe onder de radar en achter de diversiteitsfaçade, een bemoeizuchtige klerkenstand de burgerlijke vrijheden tracht in te perken en greep wil krijgen op het discours, zonder dat het woord ‘censuur’ hoeft te vallen.

Om al deze redenen raad ik de vandaag stakende ambtenaren aan om vanaf morgen, bij wijze van protest, de richtlijnen tot zogenaamd ‘genderinclusief taalgebruik’ naast zich neer te leggen, als een belachelijke vorm van verwoking. In de opiniepers en onze culturele sector is het wachten op zo’n signaal: een statement dat de mosterd schaars is, en de zaadjes van de vrijheid kostbaar.

Luistertip: Rammstein – ‘Dicke Titten’

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee. 
Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties