De professor doet het weer: het fenomeen Marc Hooghe

Usurpatie en ‘eerdiefstal’: ook de universiteit ontsnapt niet aan de wet van de sterkste

Hooghe

Marc Hooghe

De Morgen meldt dat professor Marc Hooghe (KU Leuven) zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan wetenschapsfraude. Hij publiceerde tussen 2014 en 2017 artikels onder zijn eigen naam, hoewel ze hoofdzakelijk werden geschreven door medewerkers die hij nergens vermeldde en zelfs niet inlichtte.  Enkele (ex-)medewerkers hebben nu klacht ingediend bij de Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit van de KU Leuven. Tijd om even door te bomen over wetenschapssociologie: een universiteit is een micro-samenleving die wel min of meer ‘democratisch’ bestuurd wordt, waar strenge wetenschappelijke criteria gelden, maar waar de grote ego’s toch de dans leiden. En hun eigen agenda laten primeren.

Overlevingsstrategie

Zelfportret-van-Peter-Paul-Rubens-e1448272292157

Pieter Paul Rubens

Dit soort toestanden speelt zich namelijk af in alle onderzoekscentra, laboratoria, denktanks, overal waar intellectuele arbeid wordt verricht. Ze worden geleid door gezaghebbende figuren die zelf ook een lange weg naar de top hebben afgelegd, obstakels hebben moeten opruimen, en gedoemd zijn om diegenen die onder hen staan zo lang mogelijk tegen te houden. Of net te favoriseren. Primair gaat het dus om status en aanzien, in tweede orde natuurlijk ook de daaraan verbonden materiële voordelen.

De piramidale structuur van al deze instellingen veroorzaakt concurrentie, jaloezie, broodnijd, ook al omdat men zich moet blijven bewijzen en de plaatsen onzeker zijn, behalve aan de top. In die psycho-sociale context vormen usurpatie en de totale instrumentalisering van menselijke relaties (‘iemand gebruiken’) een normale overlevingsstrategie. Soms ontaardt dit in regelrechte pesterijen en zelfs seksuele usurpatie, daar zijn ook gevallen van bekend, maar doorgaans blijft alles netjes binnen de normale machtsrelaties en de loyauteitsplicht van ondergeschikten.

Het wetenschappelijk onderzoek aan een universiteit ontsnapt niet aan die biologische wet van de sterkste. De professor is niet alleen wetenschapper, hij ‘dirigeert’ vooral een onderzoekscentrum waarvan een hoop medewerkers zich loyaal moet betonen in de hoop op een vaste plaats en, wie weet, ook een aanstelling als docent, als de professor op pensioen gaat of doodvalt. Goede relaties zijn daarin cruciaal, minstens even belangrijk als goed werk afleveren. En accepteren dat het diensthoofd met de pluimen gaat lopen. Want uiteindelijk wordt die een soort merk waar een heel instituut op draait. In se kan men het vergelijken met kunstenaars als P.P. Rubens die er een heel atelier op nahielden waar penseelslaven het doek letterlijk in de verf zetten, tot de meester op het einde de final touch gaf en zijn handtekening plaatste. Anthony Van Dyck is een van die leerlingen die zelf ook naam maakte, het grootste deel bleef in de anonimiteit en was content met een job. Het is ook de kok die de complimenten krijgt, niet diegene die de sausen maakt.

De vrouw achter de man

Marie

Pierre en Marie Curie in hun atelier

Er zijn ook andere, meer gênante voorbeelden van usurpatie en wat men ‘eerdiefstal’ zou kunnen noemen. Maria Salomea Skłodowska (1867-1934), beter bekend als Marie Curie, was een briljant wetenschapster die het element radium ontdekte en heel de theorie van de radio-activiteit op poten zette. Haar probleem: ze was een Poolse, en ze was een vrouw. In Polen mochten vrouwen niet eens studeren. Na een hele tijd haar zus onderhouden te hebben die in Parijs wilde studeren, kwam ze zelf ook naar de Franse hoofdstad en moest allerlei baantjes aannemen alvorens ze aan de Sorbonnefaculteit natuur- en wiskunde werd toegelaten. Daar verdedigde ze met succes haar proefschrift fysica –de eerste vrouw ooit in die discipline-, maar om haar onderzoek verder te kunnen ontplooien moest ze de steun hebben van de gezaghebbende professor Pierre Curie, met wie ze trouwde. Maria Salomea kreeg de Nobelprijs voor haar onderzoek… maar moest die delen met haar man en diensthoofd, zonder wie ze het zogezegd nooit zou klaargespeeld hebben. Dat klopt niet: Maria Salomea Skłodowska is wel degelijk het grote brein achter de radio-activiteitstheorie, maar Pierre Curie besefte dat een alliantie met Marie tot wederzijds voordeel kon strekken…

Het zou overigens, ook na die gedeelde Nobelprijs, blijven gonzen van geruchten dat Marie Curie beter aan de haard was gebleven en dat ze zich aan het karretje van haar man had vastgehaakt. De eminente fysicus Lord Kelvin, bijvoorbeeld, bleef haar ridiculiseren. Pas toen Pierre Curie overleed mocht Marie zijn leerstoel fysica overnemen, als symbool van een tweederangspositie. Ook hier gaat het om machtsrelaties, zelfs bezegeld in een huwelijk, –best wel liefdevol, mag ik aannemen-, waarbij iemand met veel talent de eer moet delen met iemand met veel autoriteit. Dit man-vrouw-aspect leidt ons dan weer naar het geval Hooghe waar ook een onderzoekster stukken van een niet-gepubliceerde paper zag opduiken in een artikel van haar diensthoofd. Hetgeen in 2015 de aanleiding vormde tot een klacht waar omzeggens niets mee werd gedaan. En waarom ook dit keer het ‘plagiaat’ van professor Hooghe met de mantel der liefde zal bedekt worden.

Warm water

Want Marc Hooghe is een topwetenschapper met naam, behalve gewoon hoogleraar voorzitter van het Politologisch Instituut (de Vlaamse vereniging voor politieke wetenschappen), hoofdredacteur van het wetenschappelijke tijdschrift Acta Politica, auteur van een hoop internationaal gepubliceerde artikels in gezaghebbende tijdschriften (al dan niet door medewerkers geschreven), en last but not least lid van de neo-Belgicistische Paviagroep, die o.m. pleit voor een federale kieskring. Een topfiguur dus van het academisch-cultureel establishment. Hij heeft een zodanig netwerk uitgebouwd van contacten, dat zich niet plooien naar zijn wetten gelijk staat met academische zelfmoord.

Men kan daarom zelfs moeilijk nog van ‘plagiaat’ spreken: de professor eist gewoon zijn droit du seigneur op en beschouwt intellectueel werk dat onder zijn supervisie gebeurt, als zijn werk. Het is gewoon een systeem, wie daarmee niet kan leven, gelieve te vertrekken. De ironie in het geval Hooghe is dan nog dat de professor zich specifiek bezig houdt met democratische structuren, sociale bewegingen, en ‘de evolutie van normen en waarden binnen de Westerse samenleving’. Onderzoeksterreinen waarop het fenomeen macht dus zelf kritisch benaderd wordt. Zou de professor zijn kritisch paradigma eens kunnen loslaten op zijn eigen situatie? Het is weinig waarschijnlijk.

De hiërarchie en het idee van ‘moeten genaaid worden om er te geraken’ zijn gewoon niet bevorderlijk voor de intellectuele creativiteit. Het trekt zelfs de verkeerde mensen aan. De slotsom is, dat wetenschappelijk talent met een sterke individuele reflex niet aardt aan de universiteit en elders zijn weg moet zoeken. Misschien is dat wel noodzakelijk om tot fundamenteel nieuwe inzichten te komen, ver weg van de onderzoeksfabrieken en hun publicatiedwang. Mensen die tien jaar broeden op een theorie nadat de Newtoniaanse appel op hun hoofd viel. Het zou (weer) moeten kunnen. Anders blijven we misschien wel het warm water heruitvinden. De Paviagroep dus.

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | 12 reacties

Greentripper: klimaatschaamte als business

Middeleeuwse aflatenhandel in een (post)modern kleedje

klimaatschaamte

Vliegtuigen stoten tonnen CO2 uit, dat is nu eenmaal een realiteit, en CO2 is een broeikasgas dat voor een planetair serre-effect zorgt, daarover bestaat ook geen discussie. Minder vliegen, luidt dan het devies, blijf eens wat meer thuis, de zon schijnt ook in onze tuin. Dat is dan weer slecht voor de toeristische sector én de luchtvaartindustrie. Het Brusselse bedrijf Greentripper haalde vervolgens het ei van Colombus boven: het berekent voor u de ecologische voetafdruk van pakweg een vliegtuigticket heen en terug naar Barcelona. Dat is dan 12 euro. Een bedrag dat, na inhouding uiteraard van ‘werkingskosten’, naar een of ander gecertificeerd duurzaamheidsproject wordt gedraineerd, ergens in Afrika. Bebossing in Oeganda bijvoorbeeld: bomen absorberen CO2 en produceren zuurstof. Joepie, allemaal het vliegtuig op, richting Barcelona, en nog goed voor de Oegandese bossen ook.

Wat dit bedrijf eigenlijk doet, is het schuld- en schaamtegevoel bij de weldenkende vliegtuigreiziger uitbuiten via een soort taks die de vervuiler witwast. Ik wil zelfs nog aannemen dat die projecten bestaan en nuttig werk leveren. Alleen: dit lost niks op aan het probleem van de CO2-uitstoot, integendeel, mensen met een ruim budget zullen met plezier die vrijwillige taks betalen, om dan ongestoord en zonder scrupules de planeet te kunnen rondvliegen.

Op die manier krijg je aan de ene kant het vervuilende, domme, immorele Ryan-Air-plebs dat vooral zo goedkoop mogelijk tot in een zonnige bestemming wil geraken en zich van een schoon milieu niks aantrekt (we zullen ze maar de gele hesjes noemen), naast de propere jet-set van ecotoeristen, responsible travellers die hun neus ophalen voor lieden die geen 12 euro willen opleggen op een Barcelona-ticket om hun schuld af te kopen. De gelijkenis met de middeleeuwse handel in aflaten (ik schreef bijna: uitlaten) is niet toevallig: ook toen kon men zijn zondelast afkopen via een bijdrage aan de Kerk, waarmee o.a. de Sint-Pietersbasiliek werd gefinancierd. Het was een van de 95 kritiekpunten die Maarten Luther in zijn fameus manifest van de reformatie opnam en die tot het schisma zouden leiden.

Morele hypocrisie

Zo zijn we weer bij de relatie tussen het groene gedachtegoed en het christelijke zondebesef dat ik in mijn boek De Langste Mars beschreef, en waarop alle ecologisten van na 1970 zouden voortborduren: de regelneverij en het opleggen van allerlei reinigingsriten die het plezier bederven (sorteren, composteren, geen vuurtje stook, geen vlees eten) wordt nu aangevuld met een afkoopregeling. De groene elite kan nu naar hartenlust het duivelse CO2 uitspuiten en toch naar de hemel gaan dankzij de ecotaks die geïnd wordt via allerlei biechtstoelmaatschappijtjes zoals Greentripper. Het beproefde systeem van de emissiehandel dus, die het Kyotoprotocol oplegde: een oude kolencentrale in Oost-Europa koopt voor een prikje emissierechten bij producenten van groene stroom, en gaat gewoon door met vervuilende stroomopwekking. Een systeem dat niks aan de grond van de zaak verandert, maar de hete aardappel van de vervuiling gewoon doorschuift.

Met de Greentrippers komt dit absurde alibi-systeem ook op particulier niveau in zwang, dankzij de klimaathype en de daaraan verbonden onrust bij consumenten. De morele hypocrisie ligt er vingerdik op, en het ziet ernaar uit dat dit een nieuwe bloeiende bedrijfstak wordt, letterlijk een handel in gebakken lucht. Op maat van de Anuna’s die bezorgd zijn om het klimaat, maar toch geen vliegtuigreis minder willen boeken. Voor deze jetset is 12 euro gewoon een peulschil, en als het vervuilerscomplex maar lang genoeg wordt doorgeduwd en ingeprent, zal ook Jan met de pet die som wel ophoesten om van de banbliksems van de milieupredikanten af te zijn.

Onnodig te zeggen dat dit het draagvlak voor het echte milieubewustzijn niet vergroot, integendeel, en dat het ook niet werkt. De echte oplossingen liggen in nieuwe, schone technologie (en dan liefst betere dan het fatale haastwerk van Boeing), én een andere mobiliteitsfilosofie waarover ik het eerder al had. Het is misschien niet nodig om twee maal per jaar op vakantie te gaan naar een exotische bestemming, één keer ’s zomers naar Mallorca en één keer aanschuiven voor de skipistes in Oostenrijk. Dat is een andere visie op geluk en levenskwaliteit die uiteraard de agenda van de klassieke toeristische industrie doorkruist.

De ecologische aflatenhandel past wel in dat straatje, en is niets meer dan een gewiekst verdienmodel, gelanceerd door eco-consultants, ook een nieuwe branche met een grote toekomst, dat weten ze maar al te goed bij het klimaatadviesbureau CO2logic, het Brusselse bedrijf achter Greentripper. Je hebt groenen die eeuwig met het kijvende vingertje klaar staan, maar je hebt er ook die zaken willen doen op basis van de juiste leer. Mensen het geld uit hun zakken slaan met een label van politieke correctheid: neen, de mei ’68-erfenis is niet dood, ook al is barrikadenheld Daniel Cohn-Bendit, die het tot groen Euro-parlementslid schopte, op pensioen. Wedden dat die ecotaks op het vliegen op de duur verplicht wordt, en dat ook de staat een graantje meepikt? In Oeganda maakt iemand lachend een veelbetekenend gebaar met de wijsvinger tegen het hoofd.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

Notre-Dame bis: er gaat niets boven een simpele tent

NotredameOp het voorplein moet snel een tijdelijke houten kathedraal worden gebouwd, in gebruik tot de wederopbouw is voltooid, zo vindt Patrick Chauvet, de man die technisch werkloos werd als rector-aartspriester van de Notre-Dame. Hierin dadelijk bijgesprongen door Anne Hidalgo, de burgemeester van Parijs, en president Macron himself.

Ik zou opperen: laat het een eenvoudige tent zijn, om te tonen dat geloof niet schuilt in stenen en spitsbogen. Een krachtig statement van de katholieke gemeenschap die zich nu verenigd voelt na de catastrofe: een simpel stuk zeil, herinnerend aan de stal waar Jezus volgens de legende geboren werd. Of zoals de vriendin van mijn kameraad zei, toen hij haar een weekendje in een vijfsterrenhotel aanbood: ‘Schat, al was het een stal, ik amuseer me altijd met jou’. Dat is echte liefde, dat is echt geloof, de man is er nog altijd niet van bekomen.

De cathedra en de loge

Tempel van de Franse Grootoosten-loge

Helaas, de Parijse Notre-Dame ontving zo’n 13 miljoen bezoekers per jaar, toeristen die de offerblokken spijzen en in de omliggende horecagelegenheden veel euro’s achterlaten. Geen noodkerk dus mag het wezen, maar een pop-up kathedraal (gaan ze die dan achteraf in brand steken?) die de massa naar zich toe zuigt, tussen de Eifeltoren, de Arc de Triomphe en het Louvre. En ook weer met veel gelegenheid tot gulle giften. En waarom ik nu weer moet denken aan dat verhaal van Jezus die de kooplieden uit de tempel ranselde.

Iemand reageerde verontwaardigd toen ik in mijn vorige column de Notre-Dame een kerk noemde, dat vond ze een gebrek aan respect voor de plek. Edoch, ook al is de kathedraal historisch de cathedra van de bisschop, technisch is het gewoon een kerk, als gebedsruimte kan een schuur of een stal evengoed dienst doen. Of een tent dus. Misschien zelfs beter. Stricto sensu houdt het christelijk geloof zich niet bezig met bouwstijlen.

Het punt is echter dat de opkomst van de burgerij en de bloei van de handel in de middeleeuwen om nieuwe symbolen van rijkdom en stedelijk prestige vroegen. Vandaar de logica achter de vrijgevigheid van de miljardairs vandaag: ze herhalen de riten van het middeleeuwse sponsorschap. Toen al was zo’n kathedraal een feest van de pronkzucht en het nieuw-burgerlijke machtsgevoel, én een ode aan het prille kapitalisme. De gotische stijl, letterlijk hemelbestormend, was niet alleen bedoeld als lofzang op God maar ook als een bevestiging van het menselijk kunnen. Daaruit zijn trouwens de vrijmetselaarsloges voortgekomen, consortiums van kunstenaars en ambachtslui die van stad tot stad trokken om de bouwprojecten te realiseren waar de nieuwe rijken zo verzot op waren.

Dit alles om de economische achtergrond van de middeleeuwse gotiek wat te schetsen. Natuurlijk blijven het prachtige bouwwerken en is het zonde dat er eentje in de fik gaat. Maar zoals gezegd: ook nu openen de rijken hun beurzen, vooral als het fiscaal aftrekbaar is. Of waarom rector-aartspriester Patrick Chauvet, in de beste katholieke traditie, minder met geloof bezig is dan met stadsplanning, fondsenwerving, prestige-architectuur en de toeristische uitstraling die dat met zich meebrengt. Iets wat uiteindelijk tot het 16de eeuwse schisma en de reformatie zou leiden: protestanten vinden zo’n pronkzucht niet passen in het huis van God. Dat vonden de katharen voorheen ook al, daarom werden ze massaal als ketters vervolgd.

Anders gaan leven

Is de figuur, links  van Jezus op Da Vinci’s Laatste Avondmaal, Maria Magdalena?

Als ongelovige ben ik altijd geïntrigeerd geweest door één aspect van het christendom, althans in zijn originele versie: de hang naar eenvoud en waarachtigheid, de afkeer van ijdelheid en fake toestanden. Daaraan gekoppeld ook een respect voor al wat leeft, het herdenken van de relatie tussen mens en natuur, de zoektocht naar wat er echt toe doet, weigering van de rat race en het carrièrisme, de hebzucht, de dwang tot consumeren, enz. In ons moderne politieke landschap kreeg dat vooral een vertaling in het ecologische gedachtegoed, zeker de manier hoe pater Versteylen het in de jaren ’70 naar buiten bracht met zijn AGALEV-beweging, vóór die in handen kwam van opportunisten en potentaten genre Jos Geysels.

De klimaatbeweging zet die reformatielijn vandaag voort, hoezeer ze ook verguisd wordt door de Vlaamse rechterzijde, vooral ook hier in Doorbraak, en hoe onvolwassen ze zich soms ook voordoet. Men moet jonge mensen hun rebellie gunnen en hun idealisme waarderen, in plaats van er als zure oude mannen dagelijks op te kankeren. Men spreekt van een klimaatkerk, maar dat is ze misschien ook wel, in de eigenlijke zin van het woord: een nieuwe vorm van sacraliteitsbeleving die, raar maar waar, dichter aansluit bij het antieke christendom, maar evenzeer bij heidense natuurreligiën, dan het kathedralenkatholicisme waar Macron en heel het Franse establishment zich momenteel aan optrekken. Voor de Franse president was die Notre-Dame-catastrofe overigens een godsgeschenk (!) en een cruciale cesuur in heel zijn confrontatie met de gele-hesjesbeweging.

Tot slot nog een feministische noot om ook het hogehakkendispuut af te sluiten, want ik wil vandaag vrede met iedereen. De vraag blijft, waarom mannen tot op heden de religieuze rituelen beheersen, en vrouwen in de grote wereldgodsdiensten (Christendom, Jodendom, Islam) volstrekt niks in de pap te brokken hebben. Het antwoord is evident: omdat vrouwen de liefde beleven op een manier waar mannen nauwelijks toe in staat zijn. Volgens sommigen zou de verrijzenis zelfs een erotisch visioen zijn van de treurende Maria Magdalena. Mannen beseffen dat, en compenseren dat tekort door macht op te eisen, onder meer via een patriarchaal denksysteem. De manier hoe de christelijke theologie de rol van de vrouw heeft weggegomd en Maria Magdalena, de vriendin van Jezus, bijna heeft gedemoniseerd (zie Dan Brown, De Da Vinci Code), heeft vooral te maken met angst, schrik voor haar band met de natuur, haar zinnelijkheid en barende kracht.

De islam (‘onderwerping’) heeft die vrouwenhaat tot in het extreme geperfectioneerd: mannelijke jaloezie is de drijfveer, en het Boek herstelt de autoriteit die de man door God zelf is toegekend. Met Mohammed als spreekbuis. Gewoon een zak erover, en klaar is kees. En laat nu net die kathedraal ook zo’n fallokratisch machtssymbool bij uitstek zijn. Zit er dan toch een diepere logica in de actuele toenadering tussen katholieke kerk en de islam? Hebben ze dan toch meer gemeen dan ze eerst wilden toegeven? En moeten wij nieuwe vormen van sacraliteit ontdekken om uit die omsingelingsbeweging van het patriarchale machtsdenken te geraken? Een meer ‘vrouwelijke’ benadering van mens, maatschappij en planeet? Notre Dame dus, jawel, wie kwam ooit op het idee om de moeder van Jezus in zo’n gotische wolkenkrabber te huisvesten? Inderdaad: steek het maar op de Loge.

Tot zover mijn Goede Vrijdagpreek: neen, waarachtig, er gaat niets boven een tentje. Excuus aan de gelovigen voor het apocrief verhaal, sorry aan de ongelovigen voor de pastoorspraat. Vrede met u allen, maar als niemand het eens is weten we dat ons kompas nog werkt. Zalig Pasen.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie | 17 reacties

De Notre-Dame en de klokkenluiders

notre-dame

Om en rond het rokend puin van de Parijse Notre-Dame wenen de Fransen om hun monument dat zoveel toeristen lokte, en stromen vanuit alle hoeken van de planeet betuigingen van medeleven toe. Op de sociale media is het dramatische beeld van de neerstortende torenspits, in de Goede Week nog wel, meteen een aanleiding om er een groots en tragisch symbool in te zien van een verdwijnend Avondland. De nagloed van een beschaving, lees ik bij mijn goede vriend Marc Schoeters. Met aansluitend al wat hypotheses over allochtone arbeiders die aan het dak werkten, moslimterroristische complotten, tot en met een weerwraak van de Islamitische Staat.

Helaas voor de romantici: die Notre-Dame verkeerde al decennia in een belabberde staat, de Fransen hadden er blijkbaar geen geld voor over om hem drastisch aan te pakken, c’est tout. De jammerklacht om de teloor gegane Parijse kathedraal is dan ook tamelijk hilarisch én hypocriet. We zetten monumenten op de erfgoedlijst en denken dat daarmee de klus geklaard is. Maar fundamenteler nog, is die wenteling in zelfmedelijden typerend voor een samenleving en een cultuur die niets nog ten gronde doordenkt en aanpakt, en zich dan maar verliest in het sentiment.

Kuddegeest

Europa heeft inderdaad een probleem, maar dat probleem zijn wij zelf, in de eerste plaats, en het is al te makkelijk om daar zondebokken voor te zoeken. De manier bijvoorbeeld waarop wij onze cultuur beschaamd wegmoffelen voor onze kinderen, het onderwijs naar een schrikbarend niveau laten afzakken, de taal laten verloederen en de geschiedenisles gewoon afschaffen, dààr ligt het kalf gebonden. De manier waarop wij christelijke feestdagen herbenoemen om hun betekenis uit te wissen, of alsmaar over verlichting spreken terwijl niemand nog weet wat dat inhoudt en waar het voor staat, dààr schuilt het probleem. En niet bij een kerk die afbrandt, dat maakten ze in de middeleeuwen ook mee. De Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwkathedraal brandde bijvoorbeeld in 1533 grotendeels af, niet door vandalisme of beeldenstormers, maar gewoon omdat houten gewelven nu eenmaal makkelijk vuur vatten. Men deed een collecte, stelde een bouwmeester aan en renoveerde, zelfs met uitbreiding. Case closed, dat was in de 16de eeuw.

Maar in de 21ste eeuw, waar iedereen de mond vol heeft van technologische innovatie en we naar Mars vliegen alsof het niks is, staren Parijzenaars dus naar de verkoolde resten van een kerk alsof de Apocalyptische Ruiters gepasseerd zijn. De emotoestanden die zich nu afspelen nabij de Notre-Dame behoren tot dezelfde goedkope sentimentcultus en kuddegeest als de kaarsjesprocessie na een terreuraanslag. Terwijl we op zo’n momenten vooral gebruik moeten maken van onze grootste troef: de ratio, het nuchter analyseren en durven onthullen, waarbij ook zelfkritiek aan de orde is. Wat doen we fout, waar liep het mis, hoe de fout herstellen? Symboliek anderzijds is een echte valkuil, het behoort tot het bijgeloof dat net belet om de zaken scherp te stellen en oorzakelijke verbanden te zien.

Skaten op een vierkante meter

Toevallig (?) wordt op hetzelfde moment beslist over het lot van klokkenluider (!) Julian Assange, na een zesjarig verblijf op de Ecuadoriaanse ambassade in Londen gearresteerd door de Britse politie. De pers doet nu wat smalend en zelfs vrolijk over de oprichter van WikiLeaks. Er circuleren filmpjes hoe hij op een skateboard probeert rond te rijden in zijn bureau van een paar vierkante meter groot. Er gaan verhalen de ronde dat hij graag met zijn handen eet en zijn favoriete kat heeft overgelaten omdat leven in zo’n ambassadevertrek gewoon geen leven is. De ironie ontgaat de meesten blijkbaar. Dat Assange als niet-journalist eigenlijk het werk heeft gedaan dat perskaartjournalisten zouden moeten doen maar niet kunnen, willen, of durven, die waarheid willen ze ook niet onder ogen zien.

Dus is de brand van de Notre-Dame een wereldzaak en de dreigende uitlevering aan de VS van de klokkenluider een fait-divers. Nochtans heeft Trump zijn overwinning voor een flink deel aan Assange te danken, via het emailschandaal dat Hillary Clinton trof in volle verkiezingsperiode. Maar de gelekte documenten die aantonen hoe Amerikaanse militairen in Afghanistan en later in Irak burgers en journalisten onder vuur namen om zich te amuseren,- dat wordt Assange nooit vergeven.

Terwijl, en dat is nu net de ironie, het fenomeen Assange hoopgevend is voor onze westerse cultuur en het uitzicht op een nieuwe burgerdemocratie, buiten de lakse mainstream media om. Wie aan de Notre-Dame Marialiederen staat te zingen, moet dat beseffen: er zijn mensen die vandaag écht vechten voor vrijheid, democratie en de basiswaarden van onze westerse cultuur.  Ik heb er ook op gewezen dat in datzelfde Parijs de redacteurs van Charlie Hebdo al sinds de dodelijke aanslag in 2015 in een zwaar beveiligde cel leven (‘Trois ans dans une boîte de conserve’), vergelijkbaar met dat kamertje in de Ecuadoriaanse ambassade. Toen werden er ook tranen vergoten en grootse steunmanifestaties georganiseerd (Je suis Charlie), vandaag betalen de cartoonisten en redacteurs nog altijd de prijs voor hun radicale interpretatie van de vrije meningsuiting.

Niemand spreekt nog over Assange, hij kwam vandaag in het VRT-nieuws niet meer voor. De Notre-Dame wordt vast wel herop gebouwd,- miljardairs smijten nu met geld,- maar als onze vrijheden verdwijnen krijgen we ze misschien nooit meer terug. De kathedraal van de 21ste eeuw heet misschien wel Wikileaks.

Geplaatst in Geen categorie | 14 reacties

Filosofie bij Klara: het kabbelt en pruttelt, maar vonken geeft het zelden

podcast_dodddoeners750April is de Maand van de Filosofie op de Vlaamse cultuurzender Radio Klara, naar eigen zeggen omdat ze een maand op overschot hadden.

Altijd boeiend om na te gaan welke criteria de openbare omroep zoal gebruikt om actuele denkers van hier een forum aan te bieden. Want in tegenstelling tot Bach en Mozart is hedendaagse filosofie geen ‘klassiek’ gegeven, waar dichter-presentator Bart Stouten over kan mijmeren, maar iets dat verankerd zit in de actualiteit, de maatschappelijke spanningen, het politiek debat.

Straat- en toogfilosofen

Vooreerst, wat is dat eigenlijk, filosofie? Het is dromen én ontnuchteren. Rondom je kijken en analyseren, zich verwonderen, kwaad worden, maar vooral ook inzicht zoeken, puzzelen, piekeren en het systeem achter de dingen proberen te ontrafelen. Vandaar ook: het onderscheid maken, de onenigheid opzoeken, de controverse omarmen. Filosofie zal nooit wereldvrede brengen, maar misschien wel beletten dat iedereen mekaar de kop inslaat. Er is namelijk ook nog zoiets als ironie en (zelfspot), filosofie kan zich nooit helemaal ernstig nemen, want dan wordt het een ideologie.

Diogenes van Sinope

Wie mag zich filosoof noemen? Kortweg: iedereen. Ook al kan je ervoor studeren, het is het recht van ieder menselijk wezen om de filosoof uit te hangen. Laat het vooral geen (beschermd) beroep worden, of, godbetert, een ambt. En met filosofie doceren heeft het al helemaal niks te maken. Je doet het gewoon omdat het kriebelt, het is meer een tic, een attitude, misschien zelfs een microbe of een afwijking: dat willen emmeren, fileren, de onderste steen omkeren zonder iets terug te leggen. Voor Peter Sloterdijk is de ‘hondse’ straatfilosoof Diogenes van Sinope het absolute prototype.

Bestaat er dan geen kwaliteitscriterium, heb je goede en slechte filosofen? Helaas. In de wetenschap gelden criteria als consistentie en verifieerbaarheid, in de kunst gaat het om het vermogen om te prikkelen en te ontroeren. Filosofie anderzijds mist elk criterium om een echte ranking door te voeren en het kaf van het koren te scheiden, ook al doet de encyclopedie dat wel. Filosofie, dat is ons jeukend lichaam, de resonantie van ons brein, de echo van onze ziel, halverwege het hoofd en de (onder)buik. Ik denk dus ik ben, zei Descartes, en al wie bestaat denkt dus: een toogfilosoof is in principe evenwaardig aan een professor emeritus. Want filosofie is gewoon…. filosofie.

De professor doceert

Johan Braeckman

Maar weer over naar Klara. Onder de titel ‘Berg en Dal’ selecteerde ene Pat Donnez twintig Vlaamse (hoewel ook een paar Ollanders, wat doen die hier?!) filosofen die representatief worden geacht voor het actuele wijsgerige landschap tussen Maas en Noordzee. Na bovenstaande inleiding een vrij hachelijke onderneming: hoe uit zes miljoen Vlamingen twintig mensen selecteren die verondersteld worden een zinnige, doordachte en tamelijk originele visie op de wereld, mens en samenleving erop na te houden, en dat ook nog goed te kunnen verwoorden? Gaan we eens het lijstje af van de filosofen die Klara het publiek deze maand voorschotelt.

Het rijtje wijsgeren wordt aangevoerd door een stoet van academici: Johan Braeckman, opvolger van Etienne Vermeersch, professor filosofie aan de UGent; moraalfilosoof Patrick Loobuyck; Philippe van Parijs, hoogleraar UCL; Damiaan Denys, prof psychiatrie; Hans Achterhuis, emeritus hoogleraar filosofie aan de Universiteit Twente; Erik Oger, hoogleraar filosofie; Hester IJsseling, lector filosofie Thomas More Rotterdam; Ger Groot, professor filosofie. Allen zijn ze zonder uitzondering zeer beslagen op hun terrein en onderhouden ons over hun vakgebied. Johan Braeckman bijvoorbeeld doceert voortreffelijk over Darwin en tegen het religieuze denken als ‘bijgeloof’, maar op één enkele politiek gevoelige uitspraak laat hij zich niet betrappen. Over de rol van de islam bijvoorbeeld, migratie, omvolking en de cultuurclash die zich vandaag afspeelt. Of over de manier waarop de EU en de grote mediabedrijven het vrije internet proberen aan banden te leggen.

Patrick Loobuyck gaat dezelfde toer op, wijdt breedvoerig uit over de zingeving, Kant en de categorische imperatief, maar ook hier lijkt het alsof de wereld stilstaat en je de gesproken versie van de Algemene Inleiding tot de Filosofie beluistert, hier en daar onderbroken door een streepje muziek. Want dat is het probleem met proffen en docenten: niemand van deze lieden gaat zijn/haar job op de helling zetten door uitspraken te doen die politiek schadelijk zouden kunnen zijn. Zonder uitzondering blijven ze in hun comfortzone en discipline waar ze autoriteit hebben opgebouwd.

Wandelen en mijmeren

Peter Venmans, de minzaamste filosoof der lage landen

Brengen de niet-academische filosofen wat peper en zout in het gerecht? Helaas. Ann Meskens is een gedreven kunstcritica, haar grote liefde is de filmregisseur Jacques Tati, maar ook deze liefhebster van filosofische stadswandelingen mijmert vooral, en schijnt in een parallelle wereld te leven van de schoonheid en de vertroosting. Dezelfde poëtische insteek vinden we bij Peter Venmans. Geen kwaad woord over deze minzame schrijver-hispanoloog, kenner van het werk van Hannah Arendt, die pleit voor een filosoferen in de luwte. Maar uitdagen, ergens in snijden, wonden open leggen, of gewoon eens kwaad worden en vloeken neen, dat doet Venmans nooit. Evenmin als estheticadocent Frank Vande Veire, DS-columnist Ruben Mersch of Tomas Baum, ex-directeur van het Vlaams Vredesinstituut. Zelfs Gerard Bodifee, astrofysicus, uitgesproken christelijk-conservatief denker, toont zich in deze reeks van zijn meest beleefde en academische kant.

Deze academisch-poëtische bubbel, want dat is het, komt voor een buitenstaander zonder meer lethargisch over, ik vraag me af hoeveel mensen die twintig podcasts tot het einde hebben beluisterd zonder in slaap te vallen. Het gebrek aan polemisch gehalte, het onvermogen of de angst om in het hier en nu stelling te nemen, laten geen enkele ruimte voor radicaal criticisme. Daardoor is het bijvoorbeeld ondenkbaar dat Koenraad Elst of Sid Lukkassen, om maar die twee te noemen, op de praatstoel zouden geraken bij Pat Donnez. Het zijn namelijk twee dwarsliggers met een hoek af, ze staan in de politiek-maatschappelijke realiteit, én ze behoren –toeval of niet- tot wat men noemt de rechterzijde van het politieke spectrum. Zelfs Maarten Boudry: nooit van gehoord, om van Wim van Rooy maar helemaal te zwijgen.

‘Opiniemakers’

Dat de Vlaamse cultuurzender opteert voor dit soort niet-controversiële en, laten we het woord nog maar eens gebruiken, politiek-correcte weldenkendheid is natuurlijk niet zonder betekenis. Het zijn zonder uitzondering allemaal mensen die de vrije meningsuiting consumeren als een bord rijstpap. Het kabbelt en pruttelt, maar vonken geeft het zelden. Het geheel laat een indruk na alsof Vlaanderen en Europa rustig kunnen voortborduren op een eeuwenoude traditie van het reflecteren, in de schaduw toch van de Duitse en Franse cultuurhegemonie, zonder haast of urgentie, zoals alles bij Klara genoeglijk kabbelt. Waardoor een filosoof als Friedrich Nietzsche, de ‘filosoof met de hamer’, de kwelgeest en ambetanterik van het wijsgerendom,- die overigens dat predicaat van wijsgeer resoluut van de hand wees- , allerminst als baken geldt.

Ergo: initiatieven als ‘Klara’s maand van de filosofie’ zijn vooral belangrijk om te zien wie er niét voor uitgenodigd wordt. Dat brengt het op dezelfde hoogte als de televisietalkshows zoals De Afspraak of Van Gils, waar het vaste kransje opiniemakers, vooral vanuit de weldenkend-linkse hoek, de gaatjes van het journaal mag opvullen. Dat deze selectieve blindheid zich blijft voltrekken met Vlaams belastinggeld, is andermaal een reden om eens grondig na te denken over de zin en het nut van de openbare omroep. Dat ‘Wij-mensen-met-een-goede-smaak’-syndroom, al jaar en dag verpersoonlijkt door netmanager Chantal Pattyn, is de reden waarom ik als cultuurfreak al lang heb afgehaakt. Bach en Mozart hebben Klara niet nodig, ik beluister ze liever via Spotify, zonder het gezemel van Bart Stouten. En woordprogramma’s die zich niet buiten de academische weldenkendheid wagen, bedienen op de duur alleen nog een inner circle van lieden die het allemaal met mekaar eens zijn en alle scherpe hoekjes afronden. Diogenes draait zich om in zijn ton.

‘Na het journaal volgt het nieuws’, het boek en de lezing: meer info klik hier.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Het recht op de hoge hak

nekkerhal

Heden zijn er in Doorbraak-magazine drie vast weerkerende thema’s: het klimaat, Catalonië, en de hoge hak. Dit laatste helemaal onbedoeld, maar het is zoals een sneeuwvlok die een lawine wordt. Het begon allemaal met een Doorbraakcolumn op 1 april –jawel- waarin ik onder de nogal provocerende titel ‘Goedlachs, koket en vooral niet té slim’ een paar kanttekeningen maakte bij het zogenaamde hoge-hakkenfeminisme van jonge N-VA-kandidates die zich onder de noemer van emancipatie door de partij een babe-imago laten aanmeten. Aanleiding was de speech over vrouwenrechten die Zuhal Demir daags tevoren op de V-dag van de partij had gegeven. Haar betoog dat vrouwenrechten boven religieuze rechten staan, geen zinnig mens die eraan twijfelt. Maar ‘vrouwenrechten’ as such geven de indruk dat vrouwen een speciale ondersoort zijn die bescherming nodig heeft, hetgeen dan weer aanleiding geeft tot een klaag- en slachtofferdiscours. Terwijl bij ons evenveel meisjes als jongens op de unief afstuderen en vrouwen ook kansen moeten durven grijpen.

Zonder woorden

Niet toevallig zijn het twee ‘exotische’ dames die vooraan in de etalage staan van het N-VA-feminisme: Darya Safai en Assita Kanko, die de onvrijheid van de vrouw in hun geboorteland (respectievelijk Iran en Burkina Faso) aangrijpen als hefboom om ook hier ‘vrouwenrechten’ af te dwingen. Hun wapen: de hoge hak, die ze zien als symbool van vrouwelijk zelfbewustzijn.

Als bij wonder dook er een paar dagen later dan een Twitterfilmpje op waarin Valerie Van Peel, Zuhal Demir, Anneleen Van Bossuyt, Assito Kanko en Darya Safai 40 seconden lang door een lege Nekkerhal defileren. Lachend, druk babbelend en gesticulerend, stuk voor stuk op naaldhakken. Een catwalk in slow-motion, professioneel gemaakt, maar zonder uitleg, boodschap of duiding. Kanko tweede op de Europese lijst van N-VA, postte het filmpje zaterdag als eerste op haar Twitter-account, met de korte mededeling ‘Oops we did it again’. ‘Een boodschap aan al wie vindt dat vrouwen die bezig zijn met hun uiterlijk, per definitie lege dozen zijn’, voegt ze eraan toe. Terwijl men dan denkt: ja maar, als jullie geen lege dozen zijn, waarom paradeer je daar dan als een lege doos? Terloops wil ik er nog aan toevoegen dat het politieke hogehakkenfeminisme in onze contreien geïntroduceerd is door oud-Miss België Anke Van dermeersch, de meest lege doos die het VB ooit heeft voortgebracht, en dat wil wat zeggen. Fabrikant Louboutin kon de gratis reclame overigens maar matig appreciëren.

Soit, De Morgen pikte het Doorbraak-artikel een week later op, en had ook dat promofilmpje eens kritisch bekeken. Onder de titel ‘Hooggehakt op pad, maar waar naartoe?’ vroeg Ann Van Den Broeck (een vrouw dus) zich op haar beurt af of zo’n contextloos hogehakkendefilé van vijf giechelende, heupwiegende babes nu wel dé aangewezen kapstok is om vrouwenrechten in onze samenleving af te dwingen. Gesteld dat dit aan de orde is. Of was het toch maar gewoon een electorale stunt? Dan was ze niet echt geslaagd: het filmpje suggereert dat bij die vrouwen de inhoud er niet toe doet maar vooral de welgevormdheid, onder het motto: ‘Tais-toi et sois belle’.

Dat kon Darya Safai dan weer niet over zich laten gaan. Wij hebben wél inhoud, schreeuwde ze het uit in een recht van antwoord in De Morgen, getiteld ‘Sommige opiniemakers wanen zich de shariapolitie als het over vrouwen gaat’ en legt doorlopend een verband met de situatie in haar thuisland waar dat allemaal niet mag van de zedenpolitie. Tot zover de teksten en beelden. Behalve mijn Doorbraak-artikel zit alles achter een betaalmuur, sorry, kan ik ook niks aan doen.

Killer heels

Vooreerst toch twee misverstanden uit de wereld helpen.

– Dat ik vrouwen het recht zou misgunnen om op hoge hakken rond te trippelen, is een tamelijk zware belediging voor een libertariër als ondergetekende. Voor mijn part lopen ze op stiletto’s van een meter hoog en kunnen ze meegaan met de Merchtemse Steltenlopers, niemand die hen een strobreed in de weg zal leggen.

– Esthetische bezwaren? Au contraire. Prachtig hoe dat schoeisel het vrouwelijk lichaam accentueert. Door de hoge hak komt haar zwaartepunt iets vooruit en verplicht haar dat tot heupwiegende evenwichtsoefeningen, dat vindt elke man prachtig. Dat je er nauwelijks op kunt lopen en af en toe je enkels verstuikt, tja, dat moeten de draagsters erbij nemen. Als ze vallen kan een heer met manieren haar galant recht helpen, tenzij ze voorover blijft op handen en knieën, wat dan weer uitnodigt tot andere activiteiten waarover ik hier niet zal uitweiden, anders wordt deze column weer een paar uur later off-line gehaald door de euh… zedenpolitie.

De seksuele betekenis van de hoge hak, en het belang ervan voor de mannelijke fantasie, zuig ik niet uit mijn duim. Idem voor de minirok natuurlijk, ook iets waar ik geen kwaad woord over wil horen. De Franse schoenenontwerper Christian Louboutin beweert dat hoge hakken een sterk effect hebben op het vrouwelijke libido… net omdat ze pijn doen, jawel. Voor de rest staat een en ander te lezen in het academisch magazine Archives Of Sexual Behavior en wijdt ook antropoloog Desmond Morris aandacht aan het fenomeen: killer heels maken van elke vrouw een weerloos schepsel en geven elke derrière de allure van een gigantisch stootkussen.

Betekent dit dat vrouwen de hoge hak moeten bannen? Nogmaals: in genen dele. In onze samenleving –niet in Iran- is het een normaal modeverschijnsel. Vrouwen willen er aantrekkelijk uit zien, en dat mag wat pijn doen. Heeft dat wat te maken met vrouwenrechten? Natuurlijk niet, alleen als je uit Iran komt denk je dat misschien.

Een intercultureel misverstand

De Iraanse zedenpolitie in actie

Dat brengt ons op de repliek van Darya Safai, die terecht vindt dat niemand zich te moeien heeft met haar kledij. Groot gelijk. Behalve als daar een statement mee gemoeid is, omtrent de relatie tussen dat naaldhakkenvertoon en vrouwenemancipatie. En uiteraard dat wat Darya Safai en Assita Kanko maar niet willen snappen: dat ze ook maar als Barbiepoppen figureren in een politieke campagne. Ik heb echt wel wat te doen met die vrouwen. Ergens voel ik misbruik en usurpatie, en naïviteit vanwege de twee N-VA- suffragettes die heel emotioneel worden, tot op het hysterische af, als hun actie in vraag wordt gesteld

Dat heeft uiteraard met hun verleden te maken. ‘Verbaast het u dat ik meteen de link legde met de ayatollahs in mijn geboorteland?’ Oppert ze verontwaardigd in haar DM-stukje. Neen, mevrouw Darya Safai, dat verbaast me niet, maar het illustreert wel dat u nog niet helemaal op de golflengte van de westerse democratie zit, als u een Doorbraak-opinie of een kritische noot jegens uw partij verwart met een dictaat van de religieuze politie. We zijn hier niet in Iran en u mag een rokje dragen dat bij de geringste windzucht alle geheimen prijs geeft, als u dat ‘bevrijdend’ vindt, en ik mag daar tot nader order een kanttekening bij plaatsen zonder dat ik daarvoor hoef verguisd te worden. Ayattolahs en shariapolitie, djeezes.

Er is hier een intercultureel misverstand gerezen tussen allochtone vrouwen –voor alle duidelijkheid, behept met de beste bedoelingen- die een bepaalde kledij als symbolisch zien voor onthechting en vrijgevochtenheid, en een libertair-hedonistische maatschappij waarin die kledij banaal is, helemaal niks revolutionairs voorstelt maar integendeel aan bepaalde mannelijke fixaties tegemoet komt. Darya Safai waant zich nog in Iran en wou een statement maken. Begrijpelijk maar een beetje zielig. Het is misschien ook veelbetekenend dat tot dusver alleen Darya Safai en Assita Kanko het catwalkfilmpje online zetten, hun Vlaamse zusters bedankten voor de eer. Misschien kan een inburgeringscursus helpen. Darya Safai moet helemaal niet op sportschoenen haar campagne afwerken, maar in alle eerlijkheid had ik dat nu wel méér als een symbool van vrijgevochtenheid gezien dan die knellende pumps, dit geheel terzijde.

Voor de rest is deze discussie een welgekomen afleiding voor de partij die toch geen schitterend palmares kan voorleggen, noch op Vlaams, noch op Belgisch niveau, en nog altijd het rekeningrijden-debâcle aan het verteren is. Dat zal wel de diepere betekenis van het Twitterfilmpje zijn. ‘Zoek er niet teveel achter’, zei woordvoerder Joachim Pohlmann. Dat zullen we dan ook niet doen, debat gesloten.

Geplaatst in Geen categorie | 4 reacties

Het zwarte gat van Martine Tanghe en de troost van de sterrenkunde

‘Een mijlpaal in de wetenschap, een historisch moment, ontdekking van iets wat door geleerden als een monster wordt omschreven’: het was voorpaginanieuws op alle kranten, dat ‘gefotografeerde’ zwart gat in het centrum van melkwegstelsel M87. Acht radiotelescopen, op de planeet verspreid, hadden onder de naam Event Horizon Telescope (EHT) de krachten gebundeld om dat kosmisch kiekje te realiseren. In een groteske persconferentie eiste de Europese Commissie, bij monde van Carlos Moedas (commissaris voor Onderzoek, Wetenschap en Innovatie) de primeur schier helemaal op, en rondde af met een surrealistische vergelijking tussen het Zwarte Gat en… de Brexit.

Even fysica voor dummies, wat is een zwart gat of een black hole?  Het eindstadium van een ster waarvan de massa nog een speldenkop groot is, een schier oneindig zwaar gravitatieveld dat alles opslokt, ook de lichtstralen er rond, en volgens Einstein meteen heel het ruimte-tijd-continuüm. Het is dus niet zwart, we zien het als zwart, er zit van alles in en eventueel zou het de doorgang kunnen zijn naar een ander universum. Dixit de vorig jaar overleden Stephen Hawking, notoir liefhebber van zwarte gaten.

Een date die eindelijk doorgaat

Daarover gesproken. Gisteren was de foto natuurlijk ook groot nieuws op het VRT-journaal, temeer daar men bij de redactie tijdens de Paasvakantie, ook wel kleine komkommertijd genoemd, met de spreekwoordelijke vingers zit te draaien. Een zeer ernstige professor, waarvan de naam me nu even ontsnapt, kwam een even ernstige uitleg geven over het fenomeen, hoe dat zwarte gat werkt, hoe moeilijk het wel te fotograferen was, enz. En wat zag ik, toen het item werd afgesloten en de camera draaide? Glinsterende pretoogjes bij nieuwsanker Martine Tanghe. Nauwelijks onderdrukte leut of misschien nog andere emoties. What the f*ck?

U weet dat haar man, oud-journalist Jos Van Hemelrijck, onlangs is overleden, reden waarom ze overigens helemaal in het zwart gekleed was bij haar eerste heroptreden. Opeens begreep ik dat de gniffelende Martine via dat zwarte gat-verhaal haar overleden levensgezel groette, maar haar tintelende ogen verraadden ook binnenpretjes over bedgeheimen en andere associaties die zo’n black hole oproepen, ook bekend onder de bijnamen porta nigra, anus diaboli  (duivelskont, satanische omkering van agnus dei, Lam Gods) en la fin du monde (spiegelbeeld van l’origine du monde, het fameuze schootschilderij van Gustave Courbet). Het was een ontroerend moment dat wellicht het grootste deel van de kijkers ontging, die mix van rouw, troost, humor rond hét raadsel van de moderne sterrenkunde.

Hetzelfde speelde zich even later, in een nog frivolere setting, af toen in Terzake het thema zoals gewoonlijk nog eens werd opgewarmd. Ditmaal met Annelies Beck als anker die, toen ze het over ‘een zwart gat’ had, met haar armen een niet mis te verstaan gebaar maakte en werkelijk een uitproesten nauwelijks kon onderdrukken. Op de vraag aan professor in de astrofysica Heino Falcke, wat die ontdekking nu eigenlijk voor ons hier op aarde concreet kon betekenen, ging die die daar helemaal in mee door het te vergelijken met een date die eindelijk doorgaat. Vul zelf verder in.

Een opening

Dit maar om te zeggen dat heel dat gedoe rond het gefotografeerde Zwarte Gat een late aprilgrap is, en wetenschappelijk absoluut irrelevant. Het plaatje zegt niets meer dan wat al bekend was en berekend als wiskundig begrip. In de astrofysica is zichtbaarheid nauwelijks van tel. Het fenomeen is overigens met radiotelescopen waargenomen, dus geen fotografie in de klassieke zin, de signalen werden nadien computergewijs omgezet in een ‘normaal’ beeld. Misschien is het zelfs maar een trucage, zoals volgens sommige complottheorieën de eerste maanlanding in 1969 in de nachtelijke Arizonawoestijn werd opgenomen om de Russen te verbluffen.

Maar daar gaat het ook niet om. De tintelende oogjes van Martine waren voor mij de essentie van dit verhaal. We hebben dat zwart gat nodig als mysterie, voorwerp van oneindige speculatie en, jawel, object van verlangen, hoop en troost. Datgene wat ons ontviel, de dierbaren die we missen, het Tanghentiaal moment waarop het hemelrijk zich even toont, niet als licht dus, geen onnozele kosmische lamp, maar als datgene wat alle licht in zich opneemt en vermoedelijk de doorgang is naar een tegenwereld. Dat religieus moment, in een tijdperk waar alle sacraliteit zoek is en er enkel nog religieus fanatisme rest, moet dan toch op het konto van de wetenschap worden geschreven.

En tenslotte wijst het contrast tussen de serieuze professoren en de haast giechelende journalistes op een humoristisch-erotische opening in dit verhaal waardoor ik de VRT-nieuwsdienst toch nog enig krediet geef. Het zijn momenten die niet geregisseerd zijn en niet aan de traditionele poco-dwang onderworpen. De boodschap schijnt dan toch te zijn dat het hier te doen is, en niet ginderachter, en dat de dichtst bijzijnde zwarte gaten de leukste zijn. Ik wens Martine dan ook snel een nieuwe Jos toe.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties