Religie en kindermishandeling: het gaat om méér dan besnijdenis

besnijdenis_gr

Het besnijden van jongens als religieus ritueel is een aantasting van hun fysieke integriteit. Dat heeft het Comité voor Bio-Ethiek na drie jaar overleg beslist. Vooreerst is dat maar een adviesgevend comité, de moslims en joden hoeven niet meteen moord en brand te roepen. Toch is het een belangrijk signaal waar ik volledig achter sta: een stuk van je piemel afsnijden, kinderen kiezen daar niet voor, dit staat op hetzelfde niveau als bijvoorbeeld pedofilie of andere kindermishandeling.

En de godsdienstvrijheid dan? Ik dacht dat we daar al uit waren: ook van het onverdoofd slachten willen we af, religieuze rituelen of niet, al zijn de beelden van onze niet-halal-slachthuizen ook niet bepaald leuk om zien. Overigens is de vaginale besnijdenis (clitoridectomie) bij ons al langer wettelijk verboden. Het oordeel van het comité roept echter nog verdere bedenkingen op.

Gisteren een reportage gezien over IS-kinderen die na de ineenstorting van het kalifaat in kampen worden opgevangen. Sommigen, nog geen tien jaar oud, hebben al leren een gevangene onthoofden –daar bestaan filmpjes van- en zijn er nog steeds van overtuigd dat ze in naam van Allah naar Rome moeten optrekken om de kafirs uit te moorden.

Deze pamperkruisvaarders zijn uiteraard het product van intense brainwashing, al is dat bij kinderen simpel, er moet nog niks “gespoeld” worden: IS wou veel kindjes, verkrachting vormde een systeem daartoe, om zombiestrijders met een blanco mindmap te produceren. Behalve de vraag wat we ermee moeten aanvangen en hoe je het brein van zo’n kind nog kan ontsmetten, roept het fenomeen de vraag op, hoe het gesteld is met de kinderen die hier geboren en getogen zijn en bij ons de Koranlessen volgen. Niet dat ze allemaal worden opgeleid tot beul, maar de Jihad-ronselaars houden zich op om en rond de scholen, en erger: de ouders zien er dikwijls helemaal geen probleem in.

Enkele maanden geleden sloegen leerkrachten in een school in Ronse alarm omdat zelfs kleuters er al onder invloed lijken te staan van een extremistische stroming binnen de islam. Tussen het geroep van Koranverzen noemen ze andere kinderen ‘varkens’ en ‘ongelovigen’. Met de vinger over de keel maken ze moordbewegingen. Een klein meisje had al een vriend in Marokko waar ze later mee zal trouwen. Een ander weigert om een jongen een hand te geven of om naast een jongen in de rij te staan, lezen we. Het gaat hier dus over peuters en kleuters vanaf 3 jaar. Als de ouders hierover worden aangesproken, stelt men vast dat die hun kind steunen en ermee lachen. Ronse is bij mijn weten geen salafistische enclave, dit is vermoedelijk een breed fenomeen. Godsdienstvrijheid dus.

Quid het onderwijs?

koranschoolWaar kleuters, met medeweten en toestemming van de ouders, dit soort attitudes meekrijgen, is de kwalificatie “kindermishandeling” niet te licht, en is de kwestie van verplichte besnijdenis misschien maar peanuts. Dit gaat over systematische mentale verminking met een enorme maatschappelijke impact. De religieuze indoctrinatie die overgaat in een regelrecht sektarisme met gewelddadige trekjes, confronteert ons niet alleen met de islam als “foute” godsdienst maar ook met de plaats die wij religie tout-court toekennen in onze pluralistische samenleving. Moet religie verboden worden? Dat is natuurlijk ondenkbaar in een democratie. Maar pedofilie is ook verboden, wegens onverenigbaar met de integriteit van het kind.

Dus zou, naar analogie met het verbod op kinderbesnijdenis, ook elke vorm van religieuze indoctrinatie moeten gezien worden als een aanslag op de persoonlijke integriteit, en strikt voorbehouden voor meerderjarigen, 18 plus dus. Zie alcohol, seksshops, extreme geweldgames. Dat zal de radicalisering niet uit de wereld helpen want ook volwassen vrouwen doen eensklaps een nikab aan, maar laten we aannemen dat het een vrije keuze is, en daar moet het maatschappelijk-politiek debat spelen: wat willen we in de publieke ruimte, wat niet.

U begrijpt dat er in deze verruimde visie rond kindermishandeling ook geen plaats is voor de vrijheid-van-onderwijs, die het perfecte alibi vormt om kinderen te leren dat homo’s goddeloze schlemielen zijn en dat de wereld nog maar 7000 jaar bestaat. De Turkse religieuze koepel Diyanet is nu voornemens, een eigen imamopleiding te organiseren die zelfs openstaat voor 12-jarigen. Diyanet hoopt op een erkenning door de Vlaamse Regering. Als die een beetje ballen heeft, is het njet. In feite is onderwijs veel te belangrijk om uit te besteden aan pilaarbijters van eender welke gezindte.

Kunnen we daar nu eindelijk eens werk van maken: één gemeenschapsschool zonder religieuze rimram en met een stevig vak maatschappelijk-culturele vorming?

 

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie | 6 reacties

Koude oorlog en blufpoker: it ‘s part of the game, you stupid

170414153142-0414-kim-jong-un-trump-composite-super-tease

Volgens President Trump moet Noord-Korea vernietigd worden en volgens Noord-Korea moet Japan vernietigd worden. En uiteraard aartsvijand Zuid-Korea. Een boeiend verbaal schaakspel ontwikkelt zich, met een op de vijand gericht kernarsenaal in de achterzak. Wie trekt aan het langste eind? Daar past enige speltheorie bij.

De grondlegger van de moderne speltheorie, het wiskundig supergenie John von Neumann (1903-1957), was een enthousiast verdediger van de koude-oorlogsstrategie en behoorde tot het team dat de atoombom op Hiroshima en Nagasaki ontwikkelde. Hij werkte een aantal statistische modellen uit, toegepast op concrete situaties, waarin de beschikbare opties worden onderzocht in een spel met twee evenwaardige tegenstanders die elkaars bedoelingen niet kennen, en waarin één, beiden of geen van beiden kunnen verliezen.
Het probleem is bekend geworden als het gevangenen-dilemma. In dit scenario krijgen twee verdachte handlangers van een misdrijf, afgezonderd van elkaar de volgende opties voorgeschoteld:
  • Indien beiden ontkennen, krijgen ze een lichte geldboete wegens gebrek aan bewijs
  • Indien er één bekent (en de schuld van beiden bewijst) wordt die vrijgesproken wegens medewerking aan het gerecht en krijgt de andere tien jaar
  • Indien beiden bekennen, krijgen ze elk vijf jaar
Natuurlijk is het verleidelijk om te ontkennen en er met een geldboete van af te komen. Maar dat werkt alleen als de andere ook ontkent, anders heb je tien jaar aan je been. Een eenvoudige matrix toont aan dat de beste optie is: bekennen. Dan krijg je in het slechtste geval vijf jaar ofwel ga je vrijuit.
De wapenwedloop werkt net zo. Indien beide partijen de bom maar als afschrikkingsmiddel gebruiken maar niet van plan zijn om hem echt te gooien (wat de andere niet weet), is een nucleair armageddon uitgesloten. Als er eentje de bom bezit en hem ook wil gebruiken, is de andere virtueel verloren. Indien beide partijen over een even sterk arsenaal beschikken, en de andere kunnen overtuigen dat ze dit wapen ook effectief willen inzetten, zou de vrees van wederzijdse uitroeiing (mutually assured destruction) ervoor moeten zorgen dat het nooit zo ver komt. Daarvoor dient dus de koude-oorlogstaal: blufpoker, en het moét van beide kanten werken. De homo ludens op zijn best.

Frontale kwabben
Von Neumann bleef er zijn leven lang van overtuigd dat een kernarsenaal bezitten, statistisch de beste kans uitmaakt op vrede, zo niet op eigen winst. Alle verdragen en compromissen steunen op hetzelfde principe. Wie eenzijdig ontwapent krijgt mogelijk de Nobelprijs voor de Vrede maar plaatst zich buiten het spel en verliest. Elk verdrag is maar een middel om de tegenpartij te misleiden, zie hoe Hitler Stalin bedotte met zijn “niet-aanvalspact”.
Uiteraard is het leven van een individu, of van honderd, duizend, een miljoen mensen, volstrekt onbelangrijk in deze hoogst immorele spelwetenschap. Ze zijn pionnen op het schaakbord, ze tellen niet mee in de eindstrijd. Beroemde tegenstanders van de wapenwedloop, zoals Albert Einstein en nadien vredesactivist Noam Chomsky, wijzen op de mogelijkheid van wederzijdse ontwapening in het belang van alle partijen. Dat is zeker zo. Maar uitgerekend het genie Einstein (zonder wiens relativiteitstheorie de atoombom ondenkbaar zou zijn) wist ook dat de vergevorderde chimpansee die zich tot homo sapiens kroonde, een aangeboren neiging heeft om gevaarlijk speelgoed te maken. En dat die agressieve mensaap van spelletjes houdt.
Het gekke is immers dat we voor een groot deel in ons leven dezelfde strategie toepassen: als we niet weten wat de andere gaat doen, is afschrikking en het behoud van eigen initiatiefmogelijkheid de beste optie. En als je beweert geen atoommacht te zijn, kan je toch in het geheim zo’n bom hebben, zie Israël. Neen, we laten het achterste van onze tong niet zien, eerlijkheid is een ronduit domme attitude.
Kort gezegd zouden we kunnen stellen dat de speltheorie en alles wat daaruit voortvloeit een gevolg is van de ontwikkeling van de frontale hersenkwabben waar het plannen, organiseren en beslissen wordt bepaald. We zijn gewoon te slim geworden voor het paradijs, en moéten dus rekenen. Koudbloedigheid is een absolute must.
Pokerspelers, voetbaltrainers én kundige militaire strategen hebben goed ontwikkelde frontale kwabben, bij pubers worden ze “verontreinigd” door impulsen uit het reptielenbrein. Kim Jong-un wordt door de Westerse grootmachten als een labiele puber geframed, maar de grootste beginnersfout in elk spel is het onderschatten van de tegenstander.

 

En voor u nu denkt dat ik graag zo’n atoombom op mijn kop wil: nog het liefst blijf ik aan de zijlijn en speel een spelletje schaak met mijn zoon. Maar België heeft het recente VN-verdrag voor wereldwijde nucleaire ontwapening alvast niét ondertekend, en in Kleine Brogel ligt er nog wel wat gevaarlijk speelgoed. En dat Kim Jong-un dat maar goed beseft.
Vrede zij met u.
Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Vlaanderen en zijn acht watermaatschappijen: een systeem dat lekt als een zeef.

waterleiding-lek

Ik vraag me af of wij in Vlaanderen ook geen behoefte hebben aan een schertspartij. Ik bedoel dan niet zomaar een protestpartij,- dat stadium hebben we al achter de rug na het cordon sanitaire,- of een ludiek-anarchistisch clubje à la Piratenpartij, maar een echte karikatuur met een knotsgek programma dat het politieke establishment, de particratie en de lobbycratie genadeloos een spiegel voorhoudt. Als gangmaakster geldt Ilona Staller alias La Cicciolina, de pornoster die onder de vleugels van de Partito Radicale in Italië schandaal schopte met een seksueel maximumprogramma. Ze is ondertussen ook al een besje van 66 en haar (nog oudere) volgeling Beppe Grillo is al gepasseerd, ook met vrolijke voorstellen.

Vandaag verheugen we ons in de opkomst van Die PARTEI, die de Berlijnse muur wil herstellen, alle rokers naar Oost-Duitsland wil sturen, het stemrecht voorbehoudt aan kinderen tussen 12 en 52 jaar, speciale parkeerplaatsen gaat aanleggen voor brillendragers en alle comedy en musicals uit de stad wil verbannen (“Comedy ist Dreck”).
Uitsmijter was het “staatsiebezoek” aan Georgië, waar men geloofde dat Die Partei dertig zetels had in het Duits parlement. De EU gruwt van het fenomeen: Die PARTEI heeft er zowaar één zetel weten te bemachtigen, en houdt niet op de vergadering met nonsensicale voorstellen te ontwrichten.

Het Kana-project
wijnkraanGewone oppositie stelt niets meer voor, de nieuwe macht is aan de clowns. Wie zo’n partij in Vlaanderen wil oprichten, gelieve me te contacteren. Als eerste voorstel overweeg ik alvast kamerbreed het Kana-project op tafel te leggen, genoemd naar het welbekende bruiloftsmirakel.
Daarin wordt overeengekomen dat er rode wijn uit het keukenkraantje zal vloeien in plaats van ordinair water. Dat is technisch perfect mogelijk en het kost niets extra aan de consument. Het enige wat moet gebeuren is, met een lading rustinnekes het Vlaamse drinkwaternet checken en alle gaatjes stoppen. Dat brengt 282 miljoen euro per jaar op, berekende Vlaams Parlementslid Rob Beenders (SP.A) op basis van een rapport van Aquaflanders, de koepelorganisatie voor Vlaamse water- en rioleringsbedrijven.
Als ze het zelf zeggen, zal het wel kloppen: dagelijks (!) lekt er 180 miljoen liter water weg uit het verzamelde leidingnetwerk van de acht Vlaamse drinkwatermaatschappijen, intercommunales waarvan we weten dat het gemeentelijke jackpotten zijn, die ook in stand worden gehouden omdat ze zoveel betaalde mandaten opleveren plus zitpenningen. Reken daarbij allerlei voordelen (intercommunales zijn winstgevend maar betalen geen vennootschapsbelasting), en u begrijpt dat uw waterfactuur, zoals de elektriciteitsrekening overigens, sommige lieden slapend rijk maakt en als verkapte belasting willekeurig wordt geïnd. En waarom dat ééngemaakt Vlaams nutsbedrijf nog niet voor morgen is.
Maar goed, 180 miljoen liter per dag dus. Zullen wij maar zuinig zijn, een toilet met gescheiden knoppen voor kleine en grote boodschap gebruiken, douchen in plaats van een bad nemen, en als het eens heet is natuurlijk de auto niet meer wassen. Allerlei idiote spaarzaamheidsmaatregelen worden ons door de strot geramd, terwijl de maatschappijen zelf verzuimen om hun netwerk degelijk te onderhouden. Om de Ghelamco-arena te sponsoren, zoals de Gentse drinkwaterintercommunale TMVW deed, is er wél geld. Is het grote vochtverlies een metafoor voor een dementerend systeem dat op de schop moet? Ja dus.

 

180 miljoen liter per dag, dat betekent in een land met een bevolking als deze van Brazilië of Nigeria iedereen gratis een liter drinkwater per dag. Of in Vlaanderen iedereen gratis 36 liter. Of, jawel, 5 liter goeie tafelwijn per kop. Water is met voorsprong het kostbaarste product op deze planeet. De toekomst zal gaan over water en niets anders. Het leven is eruit ontstaan, en afgezien van de materiële noodzaak is er ook nog zoiets als respectvol omgaan met natuurlijke bronnen. Erop toezien ook dat de grote voedselconcerns zoals Nestlé en consoorten het niet privatiseren. Want het is uiteraard een politiek onderwerp, reden te meer om dat geklungel van de acht lekkende zusters met de grootste aandacht te volgen.
#Steun_mee_het_Kanaproject
Geplaatst in Geen categorie | 7 reacties

“Weer een foute neger”: over het full-time slachtofferschap van Dalilla Hermans

Dalilla
In juni van dit jaar was ze al wereldnieuws in Vlaanderen: Dalilla Hermans had in een vers gepubliceerd Suske-en-Wiske-album een Afrikaanse man ontwaard die eruit zag als een “halve aap”. Grote consternatie, oproep tot dialoog over dit stripracisme, halve excuses van een verbouwereerde uitgever, en een oproep tot alle amateurtekenaars om de foute afbeelding te retoucheren.
Vorige week deed ze het opnieuw, het moet iets trimesteriëels zijn: op de affiche voor de jaarlijkse Oerwoudfuif van een scoutsgroep in Hansbeke prijkt zowaar weer een lachend negertje met kroeshaar, en weer was Dalilla “ziedend verontwaardigd”, blijkens de verzamelde Vlaamse pers.
De roots van Dalilla zijn uiteraard niet vreemd aan deze waakzaamheid. In 1988 werd ze vanuit Rwanda samen met haar zus door een Vlaams gezin in Weelde (what’s in a name) geadopteerd, beleefde er naar eigen zeggen een gelukkige jeugd, was geliefd op school en in de jeugdbeweging, mocht studeren (maar haalde geen diploma), stond in 2014 op de federale kamerlijst van Groen!, publiceerde een paar boeken en komt momenteel aan de kost als redactrice bij het on line-damesmagazine Charlie.
Haar enige en grote dada: het Vlaamse racisme. Want ooit was ze als veertienjarige eens uit haar slaapkamer ontsnapt naar een fuif en werd op straat door een aantal skinheads belaagd. Ik wil daar niet denigrerend (oeps) over doen, ja, dat is goor. Slecht idee toch ook om op die leeftijd de nacht in te duiken, en skinheads vallen gewoon iederéén lastig, maar voor Dalilla werd het dé kapstok waaraan een grote anti-Zwartepietenkruistocht werd opgehangen. Mensen staren me aan als ik met een blanke man op straat loop”, zegt ze ergens in een NRC-interview. “Mensen staarden mij als kind ook aan omdat ik sproeten had”, repliceert Luckas Vander Taelen in een VRT-column. Maar het mag niet baten. Het feit dat ze het hier zo goed heeft, ontsnapt uit een hellegat waar ze wél weten wat racisme is, doet niet ter zake: hier spreekt een vrouw die levenslang om haar huidskleur wordt miskend en daar een missie aan verbindt.

Victimisme
wittemarsSlachtofferschap dus, en waarom we er zoveel mee bezig zijn. In onze post-Christelijke maatschappij is de schuld- en schaamtecultuur nog altijd springlevend. Meer nog: ze is dé motor van de sociale vooruitgang en het zorgprincipe. We willen geen wereld waarin mensen gebukt gaan onder onrecht, ten prooi zijn aan partnergeweld, door zatte chauffeurs van de weg worden weggemaaid, kinderen die met een lege brooddoos naar school gaan, gedupeerden die in de kou blijven staan, kaakslagflaminganten, enzovoort: we voelen er ons verantwoordelijk voor, het stoort ons, er bestaat zoiets als een gevoel voor billijkheid en een rechtvaardigheidsreflex.
Het probleem is echter dat er altijd maar slachtoffers blijven komen, hoe hard we ons ook inspannen om de wereld te verbeteren. Sinds de Franse Revolutie is er bijvoorbeeld gesleuteld aan het recht van de beschuldigde in een proces, de sukkelaar die vroeger gewoon aan de eerste boom werd opgehangen, tot gehaaide advocaten maffiabazen en verkrachters via het procedurerecht fluitend het gerechtshof lieten buitenwandelen, nagestaard door het slachtoffer. Toen dachten we: ow, hier klopt iets niet. En toen sloeg de pendel weer helemaal door naar de slachtofferbejegening. Zie ook de nasleep van de Dutroux-affaire en het optreden van Vader Marchal, de onderwijzer die witte-ridder-allures kreeg en zich op de duur als beroepsslachtoffer liet opvoeren, zelfs een partij oprichtte, enz.

Beroepsquerulanten
ontkleuring3Dat is een delicaat punt: het moment waarop de maatschappij het slachtoffer gaat cultiveren en bevestigen in zijn slachtoffer-zijn. Er duiken dan parasitaire stoorzenders op, die de schuldcultuur en de anti-discriminatiemoraal aanwenden om er een sociale status mee te verwerven. Beroepsquerulanten dus, Dalilla Hermans is er een van. Wouter Van Bellinghen en Dyab Abou Jahjah spelen eveneens deze rol met verve, allebei uiteraard rond het racisme dat Vlaanderen blijft teisteren.
“Ik heb een unieke positie omdat er naar me geluisterd wordt. Door mijn adoptie fungeer ik als een soort brugpersoon”, zegt ze in datzelfde NRC-interview. Daarmee erkent ze eigenlijk dat ze als geadopteerde zwarte vrouw, bovendien knap, intelligent en verbaal vaardig, die positie beroepsmatig wel ziet zitten. Maar vanaf dan is het gediscrimineerd-worden een full-time bezigheid en zoek je ook heel de tijd naar negertjes in stripbladen en op fuifaffiches, in se futiele beeldclichés die vanzelf wel uit de mode zullen geraken, maar die Dalilla, en dat is het grappige, absoluut nodig heeft om haar boeken te schrijven en haar columns te vullen.
Unia, het Minderhedenforum, een hele rist van links georiënteerde én gesubsidieerde organisaties, progressieve media, het blad waarvoor Hermans schrijft niet uitgezonderd,- poken dat vuurtje de hele tijd op en onderhouden zorgvuldig het schuld- en schaamtegevoel bij de weldenkende medemens.
Op die manier dreigen echte slachtoffers, mensen die ons medegevoel echt nodig hebben, te verzuipen in de politiek-correcte hysterie. De jacht op Zwarte Piet en zijn afgeleiden heeft niks meer met discriminatie te maken, maar alles met een klaagcultuur die mensen ook een job verschaft. Van de weeromstuit vergroot ze de zurigheid in de Vlaamse subregionen, het gemompel “dat ze maar eens terugkeert naar Rwanda als het daar zoveel beter is”, quod erat demonstrandum, het bewijs dat Vlaanderen wel degelijk racistisch is.
En zo kunnen we eeuwig doorgaan. Dat Dalilla geen wind kan laten of het komt op TV, is ook al niet van aard om die self-fulfilling prophecy tot stilstand te brengen.
Laten we het dan maar gewoon als positief zien voor de tewerkstellingsgraad in de zachte sector. Anders had ook deze column weer niet hoeven geschreven te worden.
Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties

“VTM-reporter interviewt rolluik”: niets is wat het lijkt

rolluik

Alle media, alle kranten en websites namen het zo over, tot en met de doodserieuze Standaard: VTM-reporter interviewt rolluik”. En niet: “VTM-reporter interviewt slager achter rolluik”. Zo’n weglating heet in de stijlkunde een ellips. En natuurlijk wordt dan wel uitgelegd dat dit over een elektriciteitspanne gaat die gisteren de stad Gent trof, en hoe een technisch werkloze middenstander van achter een werkloos rolluik VTM-journaliste Caroline Van Nunen te woord staat.

Toch verraadt die kop een aangeboren neiging van de media om een eigen realiteit te creëren. Het scheldwoord “Lügenpresse” (leugenpers) is in dat opzicht een nodeloos moralisme: het is de taak van de pers om ons semi-fictie te verkopen, die ze vervolgens probeert te “onthullen”, kwestie van bezig te blijven en ons aan de praat te houden. De misleidende kop is de leugen, waarna de tekst een tipje van de sluier licht, of een spleet onder het rolluik. Of waarom kranten lezen puur tijdverlies is, maar dat wist u al. Overigens weten we ook niet of die mysterieuze stem achter het rolluik deze van een slager was of van Daniël Termont of van Chris Van de Durpel, waaraan hij wonderwel herinnert. Niets is wat het lijkt. En is dat wel in de Sleepstraat opgenomen? En bestaat Gent wel echt? Dat moeten we nader onderzoeken.
My guess: dit rolluikinterview is niet alleen een grap, maar ook een sublieme media-parodie, waarin nepnieuws en onthulling elkaar oproepen. Heel de scène is een metafoor voor wat mediacriticus Jean Baudrillard het simulacrum noemde, namelijk een door de media gecreëerde surrealiteit, iets wat niet echt fysiek bestaat, maar wel als een algemeen aanvaard fantasme de planeet rondgaat. De twijfel omtrent de maanlanding in 1969 geldt als absoluut archetype: was u erbij? Neen toch? We herinneren ons alleen maar wat wazige zwartwitbeelden, en een krakende stem van Neil Armstrong met zijn ingestudeerde quote: „Een kleine stap voor een mens, een grote sprong voor de mensheid”. Allemaal opgenomen bij nacht in de woestijn van Arizona.
Kinderen, dieren, en vrouwen zijn minder gevoelig voor simulacrevorming dan mannen, dat is algemeen bekend. Een hond zou onmiddellijk zijn neus onder het rolluik steken, afgaand op de geur van varkensworst, een kind zou eronder kruipen, en vrouwen, nu ja, geven een interview voor de grap met een gesloten etalage. Voor mannen is de voorgrond evenwel een groot probleem, daarom denken ze ook veel na, filosoferen en verzinnen abstracte theorieën over de achtergrond.
Mannen liegen eerst en gaan dan op zoek naar de waarheid: het grootste deel van hen is schizofreen, zoals psychiater Karel Ringoet al aantoonde, het is bijna chromosomaal. Daarom is onderzoeksjournalist ook een typisch mannelijk beroep: wat zit erachter, wie deed wat, waarom? Niets is nog zeker, de media én de complotdenkers zijn in hetzelfde bedje ziek.

De verzoeking van Sint Antonius
Visioen, fantasme, simulacre, (fake) news. Verhulling en onthulling. De drift om te fantaseren en de manie om te ontmaskeren: Ai ai, wat kraakt dit blaffetuur.
Om het rolluikinterview echt te duiden, moeten we te rade bij het kruim van de schilderkunst, en wel daar waar de beeldcultuur zichzelf een spiegel voorhoudt. We komen dan onvermijdelijk uit bij De Verzoeking van Sint Antonius, de heilige die in de woestijn worstelt met een immense fata morgana. O.m. Michelangelo, Hieronymus Bosch, Salvator Dali en James Ensor raakten gefascineerd door het onderwerp: een kluizenaar, oog-in-oog met zijn demonen. Hij produceert ze zelf, en bestrijdt ze vervolgens: hopeloos, die intellectuelen. We staan tegenover een hektische pendelbeweging tussen verhulling en onthulling, die in de moderne media-industrie zijn beslag krijgt.
Nu is die Caroline Van Nunen niet de eerste de beste. Ze wordt internationaal uitgestuurd en slaagde er als Ruslandspecialiste in 2014 al in o.m. als enige Belgische journaliste een persconferentie van Poetin bij te wonen. Ze is een van de weinige journalisten die ernstige onderwerpen van een laag humor voorziet, noemen we het dan maar de betere satire. Ik zie haar ooit nog wel Poetin interviewen van achter een Russisch icoon, of Trump vanuit de planeet Mars. En geloof het of niet, maar die Gentse slagerij met het gesloten rolluik heet… Sint Antonius.
Onvermijdelijk komt nu mijn eigen fascinatie voor het varken weer bovendrijven, mijn geloof in dit dier als de houder van onze betere genen, en mijn liefde voor het varken als oermoeder die in een ver verleden door een chimpansee werd verkracht wat het misbaksel mens opleverde. Zie ook de verhalen rond de slachthuisgruwel, en waarom dat neergelaten rolluik misschien ook wel een rolluik van de schaamte is.
Het Gentse VTM-interview is nu al het Vlaamse mediagebeuren van het jaar, en de elektriciteitspanne het beste bewijs dat storingen in het systeem aanleiding kunnen geven tot subtiele breuklijnen. Caroline zet de media te kakken, haar werkgever inbegrepen, maar ook de mediacritici, de filosofen, de slagers, de vegetariërs, en uiteraard haar eigen zelve als reporter. Soms treedt verlichting pas op als het licht uitgaat.

 

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Het geslachte beest als pineut: in wezen zijn we het oermens-stadium nooit voorbij geraakt

oermens

Naar aanleiding van de nieuwe gruwelbeelden, dit keer uit het slachthuis van Izegem, hebben een aantal BV’s een open brief gepubliceerd, getiteld: ‘Er is maar één manier om te zorgen dat er geen dieren moesten lijden: door ze niet op te eten’. Daar valt geen speld tussen te steken, ook al rammelt die titel taalkundig: 800.000 dieren worden per dag (!) in België geslacht, niet alleen voor eigen consumptie natuurlijk, we exporteren naar heel de wereld. En in zo’n productieritme is er geen tijd voor geknuffel.

Ondertussen is iedereen geschokt: minister van dierenwelzijn Ben Weyts (altijd nadat zo’n filmpje in de media komt), de veganisten, de vegetariërs, de vleeseters, de sector, de politici, u en ik. Ook Louis Verbist (foto), zaakvoerder van het slachthuis in kwestie die eruit ziet alsof hij zelf aan een haak heeft gehangen, is geschokt, laat hij aan de verzamelde media weten. Vlaanderen is in shock, voor drie dagen toch.
Voor moslims is dit natuurlijk smullen: wij in naam van het dierenwelzijn maar afgeven op dat onverdoofd slachten één keer per jaar, terwijl in onze Christelijke slachthuizen het martelen van beesten blijkbaar de regel is. Waarna we geschokt kennis nemen van de realiteit.
Het personeel zelf is niét geschokt. De totale afwezigheid van enige empathie bij de mensen die in zo’n slachtfabriek werken, is begrijpelijk: laaggeschoolden die, zoals het de flinke Westvlaming betaamt, doen wat hen te doen staat zonder “trunten”, en alles went natuurlijk. De eerste week voel je het wat aan de maag, een paar weken later voel je niks meer en doe je gewoon je job. Het beest is gewoon een ding dat je ophangt en opensnijdt, punt gedaan. Voor ons is dat iets anders: we zijn gewoon van propere lapjes rundsvlees of een kippenboutje in de supermarkt te gaan halen, zeer betaalbaar, netjes verpakt, als het even kan met een lachend kalfje erop, en nu dit! Lichte wrevel ook omdat dit soort filmpjes, opgediend tijdens het 7 uur-journaal, onze eetlust vergalt, en de wens dat we dit niet meer hoeven te zien.

Zondebok
Afgezien daarvan zit het “morele recht” dat we ons toeëigenen om dieren te doden, diep verankerd in onze biologische constitutie. De vleesindustrie beroept er zich haast uitdrukkelijk op. De afstand tussen de prehistorische mens die mammoeten in het nauw dreef en afslachtte, en de abattoirs van Tielt en Izegem is uiteindelijk niet heel groot. Hetzelfde bloed, hetzelfde tumult, dezelfde werktuigen. Het gaat om de behoefte aan calorieën, waarmee het lichaam maar vooral ook het brein wordt warm gestookt.
En het gaat ook om het pure machtsgevoel van de dominante soort op deze planeet, vooral dankzij dat superbrein. Vegetariërs zijn niet dommer, maar ze zijn net zo goed het resultaat van een carnivorencultuur die terug gaat tot de homo habilis en verder.
Maar ondertussen zijn we met zo’n zeven miljard op deze planeet en hebben we leren produceren op industriële schaal. Ook ons voedsel uiteraard, en ook het vlees. De aloude prooi is, via het ontstaan van de landbouw, geëvolueerd tot puur product, en gek: deze instrumentalisatie volgt perfect het spoor van de menselijke instrumentalisatie, het feit dat we ook maar objecten zijn voor elkaar, op hun best nutsvehikels die we kunnen gebruiken om euh… welstand te creëren en meer vlees te eten. Snapt u het cirkelvormig plaatje? Die omgekeerd opgehangen beurelende koe, dat ben ik, dat bent u, op het moment dat we de pineut zijn van het systeem en van de goegemeente. Elk om de beurt, maar altijd iemand.
U voelt de filosofie van de zondebok naderen, en u hebt gelijk: de dieren- en mensenoffers, door de antropoloog René Girard bestudeerd (La violence et le sacré, 1972), waren en zijn noodzakelijk om het onderling geweld te kanaliseren. We hebben zondebokken nodig, slachten ze en eten ze op, waarmee we ritueel bevestigen dat we altijd in een soort pikorde en voedselketen leven, ook onder mensen. Het volksgezegde “de ene zijn dood is de andere zijn brood” komt daar vandaan. Het offerdier als executie én sacralisatie van de underdog. De maatschappelijke orde als discrete genocide.

Wachten op Godot
Dat zo’n offerande vandaag plaats grijpt in een onzichtbare –en af en toe ontmaskerde- slachtfabriek, doet niets af aan het feit,- en het sentiment rond de onthullingen bewijst het,- dat elk vleesetersfeestje een rituele bezitname van deze planeet inhoudt. De grote vleesmassa’s op de zomerse barbecues, ondergespoten met blubberige sauzen, zijn het levendige, nu ja, bewijs dat we winnaars zijn in het verhaal. Een grote, vettige voetafdruk die bevestigt dat we aan de top van de voedselketen staan en in een welvaartmaatschappij leven. En dat de overwinningsroes altijd enig latent schuldbesef opwekt.
Ook daarom leren we net nooit af. De schokkende slachtbeelden die af en toe de wereld rondgaan, doen het schaamte- en schuldgevoel naar boven komen, een mede-lijden dat uiteindelijk toch terug zelfmedelijden wordt… alsof we zelf aan die haak hingen. De conversaties tussen Vladimir en Estragon in Beckett’s “Wachten op Godot” illustreren dat meesterlijk: ze zijn in shock wanneer Pozzo met zijn slaaf passeert en die schoffeert, maar ze prijzen zich ook gelukkig dat ze het zelf niet zijn.
Het klinkt niet aangenaam of appetijtelijk, maar antropologisch zit het wel ongeveer zo in elkaar. Stoppen met vlees eten, het valt te proberen, het lukt sommigen ook, en ik ga niet nog eens aanhalen dat Hitler een overtuigd vegetariër was. Maar het menselijke sadisme, de drang om de lagere te consumeren, los van de voedselbehoefte, zit diep en bepaalt onze relatie met de medemens en met het dier, als trofee, lastdier, biefstuk. Alleen een “religieuze” illuminatie, die heel ons maatschappelijk systeem onderste boven haalt, zou dit kunnen keren. Iets dat gelijkt op het boeddhisme of hindoeïsme, of een meer werelds pantheïsme dat toch neerkomt op een heiligverklaring van het dier en de annulatie van de zondebokgedachte, waarmee ook alle sociale rivaliteit zou verdwijnen. Zoiets leg je natuurlijk niet per decreet op. Het zal nog stevig moeten vonken in ons brein.
Ondertussen loopt de soap van de beschaafde holbewoner gewoon verder. Op naar het volgende filmpje.

 

Geplaatst in Geen categorie | 6 reacties

De politicus als “meesterstrateeg”: applaus voor het cynisme van de macht

plopsa
Na de mededeling van de N-VA dat ze het communautaire schrapt uit haar verkiezingsprogramma, is er wel wat gemorrel in de Vlaamse onderbuik, maar de teneur is toch dat dit “een briljante zet” is vanwege “meesterstrateeg” Bart De Wever. Zo’n onverholen bewondering, vooral in de media ook, voor het sluwe spel van de macht wekt bij mij enige verbazing. Waarheen evolueert de democratie, als burgers vooral het strategisch talent van politici bewonderen, eerder dan hun ideeën? Een paar bedenkingen.

Het begrip strategie is van oorsprong militair, waarna het stilaan in de moderne tijd zowat alle domeinen infiltreerde: business, sport, verkeer, seks, relaties, het lezen van boeken, het maaien van een grasveld, alles is strategie.
Uiteraard kunnen we niet buiten de vader van de moderne politieke strategie, de Florentijn Niccolò Machiavelli (1469 – 1527), niet toevallig ook militair strateeg, én bewonderaar van de potentaat Cesare Borgia die voor zijn hoofdwerk “Il Principe” model stond.
Machiavelli vond dat politiek en moraal niet samengaan. Dat vond keizer Nero ook al, maar de Florentijnse filosoof destilleerde er een handig vademecum uit. Moraal is voor pastoors en kwezels, politiek gaat voor het resultaat onder het motto “het doel heiligt de middelen”. Dit rationalisme avant la lettre biologeert tot op vandaag het gros van de politici.
Het is de reden waarom het politieke bedrijf ook een bepaald soort mensen aantrekt: sluwe opportunisten die het vooral als een (lucratief) spel zien en hun hand niet omdraaien voor een leugen-om-bestwil. Niet dat ze geen principes zouden hebben, o jawel. Maar de weg naar de betere wereld is lang en ondertussen moet er gemaaid worden. Niet toevallig bevolken advocaten in grote mate het parlementair halfrond: zij weten dat succes afhangt van de juiste woorden en het manipuleren van de jury, niet van vrome intenties.
Niet toevallig tenslotte is de “communicatiewetenschap”, die politici én reclamemakers als voornaamste cliënten bedient, de nieuwe Heilige Graal die het old school Machiavellisme omvormde tot een harde, statistisch onderbouwde wetenschap van de manipulatie.

Catenaccio
Dit manipulatief karakter van de politiek is onverbrekelijk verbonden met de moderne democratie zelf. “Perceptie” is het absolute sleutelwoord, alles draait rond het uiterlijke en de verpakking. Politici die voor pure inhoud gaan, zijn sukkels.
Immers, de democratie en het één-man-één stem-kiesstelsel hebben ervoor gezorgd dat wie macht wil, de kiezersmassa moet overtuigen. Ook Hitler wist dat, die de verkiezingen van 1933 won, om ze vervolgens af te schaffen. Erdogan lijkt dezelfde weg op te gaan, maar in Europa lukt dat zomaar niet. Dus moeten we Machiavelli lezen, en bestuderen hoe je in een democratisch systeem toch je wil kan opleggen zonder dat iemand dat door heeft. Dat heet demagogie: het volk bewerken en bespelen, zodat het denkt de macht te hebben.
Het feit dat de zogenaamde graaicultuur en de belangenvermenging zo onuitroeibaar lijken in het politieke universum, heeft daar natuurlijk veel mee te maken: de persoonlijke agenda is nooit los te maken van de algemene, dat staat in Machiavelli’s “Discorsi sopra la prima deca di Tito Livio” met zoveel woorden te lezen, een werk dat nog belangrijker is dan Il Principe. Een pur sang politicus moét zich verrijken, want dat bewijst dat het machtsinstinct ook echt in hem zit.
Het strategisch-militair denken is dus als het ware organisch verbonden met de politiek, vanaf nu ook “Realpolitik” genoemd. Het stelt alles op het resultaat, het boekt ook (soms) resultaten, maar het maakt ons ondertussen triest en doet ons geloof in de democratie verliezen. Is het dat wat we willen? Wat heb je aan een doel, als de weg er een is van saaie rekensommen, sofistische spelletjes, kaarten op de achterste banken van het parlement, of eindeloze woordencarrousels?
En is het daarom dat een disruptieve politicus als Donald Trump zo’n aantrekkingskracht uitoefent,- omdat hij de lelijke, berekende, hypocriete grijns van Hillary Clinton ontmaskerde? Misschien hebben we wel –horresco referens- een paar extra Dewinters en Dedeckers nodig om überhaupt nog te geloven dat politiek ergens over gaat, behalve over zichzelf. Misschien moeten er zelfs wat meer brulboeien opstaan, impulsieve stieren die de porseleinenwinkel overhoop gooien.
Het cynisme van de macht is eindig, denk ik, hoop ik toch. Aan de horizon gloort er –en u mag me een hopeloze romanticus noemen- een hang naar euh… schoonheid, echtheid, waardoor heel dat vreselijke stratego-verhaal van de N-VA maar ook van alle andere partijen genadeloos doorprikt wordt. Als de republikeinse idee me aantrekt, dan is het ook om esthetische redenen: het is een “schoon” idee, het gaat om waarden en emoties, niet alleen om rekenkunde. In de Catalaanse revolte zie ik bijvoorbeeld maar weinig strategie, dit is geen beweging van boekhouders en advocaten, dat voel je zo.

 

Af en toe glimpt er iets op dat zoekt naar schoonheid in plaats van naar de trukken van de foor, ook in andere domeinen. Kijk eens naar het voetbal, een schijnbaar zo door ratio en harde centen gedomineerde business. Het Italiaanse Catenaccio, dat vorige eeuw in zwang was en rechtstreeks op Machiavelli was geïnspireerd, valt samen te vatten als “alles dicht vanachter”, een vorm van spelbederf die tot successen leidde en Italië in 1982 de wereldbeker opleverde. Het was echter niet om aan te zien, daarom ook is Catenaccio tegenwoordig een scheldwoord voor ploegen die niet durven spelen en rondjes lopen tot het voorbij is.
Ik heb het gehad met al die monkelende sfinksen die het achterste van hun tong niet laten zien. Vandaag kijken wij in Vlaanderen gewoon naar lelijk, slaapverwekkend voetbal, sorry voor al de De Wever-fans en hun geneuzel over superieur stratego.
Nog eens vijf jaar met z’n allen voor de goal gaan staan, en dat we blij moeten zijn, haal uw toeter maar boven.
Geplaatst in Geen categorie | 9 reacties