Kop op, Dj Jef, doe iets nuttigs!

Corona en het virus van het zelfbeklag

Iedereen heeft ze wel eens: momenten waarop men geen licht aan het einde van de tunnel meer ziet en gedachten aan zelfdoding door het hoofd spoken. Soms zoek je dan hulp, een luisterend oor, maar even goed wil je helemaal niemand zien of horen. Humor en zelfrelativering helpen, ik verzeker u: het is en blijft de beste overlevingsstrategie. De valkuil van het zelfbeklag vermijden dus, en beseffen dat een hoop mensen het veel slechter hebben. Waarbij de vraag rijst: is suïcidaal gedrag een neveneffect van de welvaartstaat die ons slap en weerloos maakt? Waarom komt zelfmoord veel meer voor in een rijk westers land als België (we staan internationaal aan de top) dan in pakweg de Sahel?

Dat brengt me bij een bericht uit De Morgen over de Gentse Dj Jef Eagl die een noodkreet slaakt: hij kent zomaar eventjes 31 vakgenoten uit de eventsector die al uit het leven stapten. En nog een pak maakt zich op om dat voorbeeld te volgen, allemaal wegens corona. Ze zijn niet ziek, ze liggen niet op een covid-afdeling, ze zijn het gewoon beu en willen terug plaatjes draaien. Jef postte de alarmerende tijding op Instagram en mocht aansluitend op Studio Brussel verder lucht geven aan zijn leed.

Het virus hakt inderdaad zwaar in op onze economie én het sociale leven, we brengen allemaal offers. Mensen verliezen hun job, gezinnen staan onder spanning, jongeren lopen leerachterstand op, de zorgsector ziet een tsunami op zich afkomen. Niettemin: het Centrum ter Preventie van Zelfdoding constateert globaal geen significantie verhoging inzake zelfdoding. Behalve dus bij Dj’s en aanverwanten, de amusementsindustrie waarvan je toch denkt dat dit mensen zijn die met een positieve ingesteldheid door het leven gaan. Niets daarvan, de wanhoop slaat er toe en het lijkt besmettelijk. Een mini-epidemie binnen de grote pandemie, zo lijkt. Waarbij ik me dan onwillekeurig afvraag of zo’n technisch werkloze plaatjesdraaier psychologische bijstand nodig heeft, dan wel een paar schoppen onder zijn kont. Ongepast, respectloos? OK, we maken een kleine omweg.

Miserie, miserie

Werther

Johann David Schubert: Werther schiet zichzelf dood (1822)

In 1774 werd Duitsland getroffen door een golf van zelfmoorden, in hoofdzaak bij de jongere generatie tussen de 20 en de 40, en vooral mannen. Geen pandemie, oorlog of hongersnood was de oorzaak, wel een boek: ‘Die Leiden des jungen Werthers’, de eerste roman van Johann Wolfgang von Goethe, en meteen een voltreffer. De titelfiguur pleegt er op het einde zelfmoord wegens een onmogelijke liefde. Dat werkte zo aanstekelijk dat een hoop lezers het voorbeeld volgde, in dezelfde kledij als Werther (blauwe vest, gele gilet), bij voorkeur ook met het pistool, het boek van Goethe in de hand, liefst opengeslagen op de fatale bladzijde.

De geboorte van de suïcidale hype was een feit. Het is ook uit die tijd dat de afscheidsbrief dateert, het geschreven adieu aan de wereld en het waarom van het heengaan, nieuws dat via de pers werd verspreid wat dan weer andere mensen op ideeën bracht. De virale boodschap dus, toen al, met de media als superverspreiders. De zelfmoordpsychose noopte de overheden er zelfs toe om het boek in kwestie te verbieden. Goethe zelf, influencer avant-la-lettre, bekloeg zich deze roman ooit geschreven te hebben: geen enkele schrijver wil zijn publiek dood.

Er is sindsdien een hele bibliotheek vol geschreven over het Werther-fenomeen, waarbij de 18de eeuwse zelfmoord door sommigen in verband wordt gebracht met het ontwakende emancipatorische burgerdom: jezelf voor de kop schieten uit verlichtingsdrang, jawel. De waarheid is prozaïscher: het ging om mensen die zich verveelden, teveel romans lazen en aansluitend vatbaar werden voor dramatiek die hun inhoudsloos bestaan een waardige epiloog gaf.

Goethe zelf, influencer avant-la-lettre, bekloeg zich deze roman ooit geschreven te hebben.

Waren al die imitators ongelukkig? Ja en neen. Ongeluk heeft namelijk veel te maken met zelfbeklag, het reproduceert zichzelf en kan ook een groepseffect veroorzaken. Denken dat men ongelukkig is, volstaat dikwijls om het ook te zijn. En zelfmoordverhalen werken aanstekelijk, weet men bij hulplijn 1813: na elk krantenbericht over zelfdoding volgen er copycats. De suïcidale epidemie voltrok zich in het geval Werther niet eens bij de armsten, die lazen geen romans, maar bij de gegoede burgerij, mensen die materieel niets te kort hadden.

Nogmaals: de afwezigheid van enige humor in Goethes werk was een belangrijke trigger voor de lezer om de eigen miserie te verabsoluteren. Bij Socrates kon er nog een grap af toen hij de gifbeker dronk (‘Shit, ik ben de god Asklepius nog een haan schuldig!’), zijn daad kreeg dan ook veel minder navolging. Het suïcide-virus woekert vandaag vooral in kringen waar je het niet zou verwachten: artiesten, entertainers, mensen die sterk met zichzelf bezig zijn, hun eigen emoties, en veel minder met wat in de wereld omgaat. Het grote leegtegevoel na Tomorrowland.

Twee werelden

VPKs

Om de lotgenoten van Jef op te vangen staat een heel team klaar

En dan is er het geval van de man die niks kon, en zelfs zijn eigen zelfmoord verprutste. Een tragikomische plot die vermoedelijk ook wel voorkomt onder de vrienden van DJ Jef Eagl. Zij zien bij het ontwaken na een overdosis een vriendelijke dame aan hun bed die hun kussen goed schikt, en denken even in de hemel terecht gekomen te zijn. Helaas: het is een overwerkte verpleegster die aan zo’n 2000 euro netto per maand haar eigen gezondheid riskeert.

Dat is een andere wereld. Mensen uit de zorg klagen weinig, misschien te weinig. Af en toe is er een opstoot van witte woede, maar doorgaans overheerst het plichtsbesef en het idee ‘iemand moet het doen’. Zo’n mensen kom je overal tegen -van buschauffeurs over cassières tot sekswerksters-, maar net wat minder in de suïcidale sector waar de emo-cultuur wordt opgeklopt tot narcistische hoogtes.

Mensen uit de zorg klagen weinig, misschien te weinig.

Blijkbaar botst hier de ‘romantische’ pseudo-realiteit met de echte, het ik-sentiment met concrete empathie. Terwijl mensen afzien en doodgaan, terwijl de zorgverleners quasi verzuipen, maken de hedendaagse Wertherianen hun eigen passieverhaal en schreeuwen hun zelfmedelijden uit in de media. Dat is nog wat anders dan de anti-helden in Bocaccio’s Decamerone: die verstopten zich nog voor de Zwarte Dood in een villa om moppen te tappen, in Gent roepen ze uit het venster dat ze hun leven beu zijn.

Veerkracht

Het weze duidelijk: DJ Jef en gezellen moeten dringend in quarantaine. Stuur ze niet naar psychologen, die bevestigen alleen wat ze willen zien. Verleen ze vooral ook geen forum waardoor ze anderen op ideeën brengen, geef ze eerder een nuttige bezigheid. Helpen in een woonzorgcentrum bijvoorbeeld, geen betere remedie tegen het virus van het zelfmedelijden. In een maatschappij waar voor iedereen gezorgd wordt, werklozen zonder tijdslimiet een vergoeding krijgen, en door corona getroffen zelfstandigen een deel van hun omzet van overheidswege op hun rekening zien komen -ook Dj Jef dus-, past het niet dat lieden uit de feestsector de hand aan zichzelf slaan wegens een tijdelijk gebrek aan opdrachten.

Cultuur moet vandaag oppeppen, troost brengen, inventiviteit propageren, niet pathetisch of sentimenteel doen. Het virus is klote, we zijn er nog niet van af, maar hopelijk wordt de cultuur- en evenementensector geen motor van een virale klaagcultuur waarin ook complottheorieën, panische paranoia naast absurde ontkenningsfabels een voedingsbodem krijgen. Zelfbeklag is het grootste gif in crisistijden.

Helpen in een woonzorgcentrum bijvoorbeeld, geen betere remedie tegen het virus van het zelfmedelijden.

Het is veel boeiender om platformen van solidariteit en zelfwerkzaamheid op te zetten -al was het maar boodschappen doen voor een oudje- dan te staan janken. Dat klinkt misschien padvinderachtig, maar het is wel degelijk het verschil tussen fatalisme en veerkracht, hét woord van het moment. Dan heb ik nog meer respect voor de ‘creatieve’ manieren waarop de horeca met de regels omgaat, zoals een quasi gratis kamer weggeven aan wie komt dineren. Het is op het randje, maar het toont verbeelding en het is zelfs best grappig. En het gaat tegen de klaagcultuur in.

Om het heel vilein te stellen, en dan stop ik: wat deze crisis niet overleeft, is dat misschien ook niet waard. Met alle sympathie voor de industrie van decibels, drank en drugs: wie het schoentje past, trekke het aan.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie

Het hoofd van Samuel

De straat is al weer schoon geveegd

Bovenstaande foto toont de door een moslimextremist vermoorde Franse leraar Samuel Paty, het omcirkeld gedeelte datgene wat men vrijdag 16 oktober op de straatstenen vond. Dat laatste beeld (door de moordenaar triomfantelijk zelf gepost) mag niet op de sociale media getoond worden: het is schieten op de pianist, zoals VB-Europarlementslid Tom Vandendriessche mocht ondervinden die er 30 dagen Facebook-cachot voor kreeg. De tijd dat de sociale media vluchtheuvels vormden voor de vrije meningsuiting, is al lang voorbij.

Zoals bekend had mijnheer Paty in een les over vrije meningsuiting een Mohammed-cartoon uit Charlie Hebdo getoond, met de voorafgaandelijke waarschuwing dat moslimleerlingen de klas mochten verlaten. Vóór de fatale dag had de vader van een leerlinge verschillende haatboodschappen tegen de leerkracht verspreid, onder meer met valse aantijgingen over seksueel misbruik (een klassieker, zie juf Magalie). Deze haatboodschap werd verder verspreid door de grote moskee van Pantin, tot een Tsjetjeense vluchteling, Abdoullakh Anzorov, hem oppikte en naar het Collège du Bois d’Aulne afreisde om Paty te executeren.

Dat geschiedde helemaal volgens de voorschriften van de Koran. In soera 47 vers 4 lezen we ‘Hak de hoofden af van de ongelovigen in de strijd’, en in soera 8 vers 12 staat: ‘Snij hun hoofden af en de toppen van hun vingers’. Om maar te situeren waar de dader de mosterd haalt. Uit een georkestreerde hetze, maar ook uit een heilig boek dat voor het merendeel der moslims belangrijker is dan de grondwet.

‘Islamofobie’

Zineb el Rhazoui

Zineb el Rhazoui

De dader werd in een gevecht doodgeschoten, een tiental personen uit zijn omgeving is aangehouden. De gescheiden leraar laat een zoontje van vijf na, en stond bekend als een toegewijd en ernstig pedagoog, een modelleerkracht. Frankrijk is in shock, niet voor de eerste keer. Politici vallen over elkaar om de terreurdaad te veroordelen, het is ook geen zicht, zo’n kop die over de straat rolt, letterlijk dan. President Macron himself belooft concrete actie tegen deze ‘vijanden van de republikeinse orde’. Dat lijkt bemoedigend: zou het politiek correcte ontkenningsdiscours nu toch eindelijk ophouden? En wat denken de moslims zelf van deze straatexecutie?

Interessant is de strategie die gevolgd wordt door het Collectif Contre l’Islamophobie (CCIF) , een bekende drukkingsgroep die zeer actief is op het internet en onverbloemd met haatboodschappen uitpakt jegens verdedigers van de lekenstaat. Onder meer de Frans-Marokkaanse journaliste Zineb el Rhazoui krijgt regelmatig bedreigingen uit die hoek. Zij en haar gezin staan al vijf jaar onder permanente politiebeveiliging: er is een soort fatwa uitgevaardigd tegen deze gewezen medewerkster van Charlie Hebdo, waarbij het CCIF de focus op haar levendig houdt.

De daders transformeren zich tot slachtoffers en gaan zelf aan de klaagmuur staan.

Zineb el Rhazoui maakt daar ook regelmatig melding van, geeft interviews, en benoemt het CCIF als een gevaar voor de democratische rechtstaat. Wat doet dit Collectief vervolgens? Haar aanklagen wegens racisme. De daders transformeren zich tot slachtoffers en gaan zelf aan de klaagmuur staan, slim bekeken. Ze kunnen daarbij rekenen op de goodwill van linkse opiniemakers. Dat systeem doet ze minutieus uit de doeken in een interview: blijkbaar is het CCIF goed bij kas, beschikt het over een batterij advocaten, en intimideert het kritische intellectuelen en journalisten door hen racismeklachten aan te smeren met alle reputatieschade van dien.

Een juridische jihad, jawel. De antiracisme-wet bewijst daarbij uitstekende diensten. Hij wordt te pas en te onpas bovengehaald tegen iedereen die zich islamkritisch uit of de praktijken van het CCIF zelf aan de kaak stelt. Of die op Facebook een afgehakt hoofd zou durven tonen. Zo wordt ‘islamofobie’ een spook dat zichzelf in stand houdt. Het woord suggereert dat het om iets ziekelijks gaat, een afwijking, en sluipt, mede dankzij het linkse multiculdiscours, in de standaardtaal. De verwisseling van dader en slachtoffer is zoals gezegd de motor van deze framing.

‘Polarisatie’

kop

De Twitter-boodschap van de dader die zijn trofee toont: vooral de reacties erop worden als ‘polariserend’ geklasseerd.

Dat leidt tot een afrekencultuur op zich. Islamkritische auteurs als Wim Van Rooy worden zo als pathetische complotdenkers voorgesteld, allicht daardoor raken ze nauwelijks of niet in de mainstream media. In een recensie van mijn recente boek ‘Politiek incorrect’ krijg ik eveneens het etiket ‘islamofoob’ toebedeeld, onder meer omdat er uit de doeken wordt gedaan hoe de Westerse oliedorst via de fameuze resolutie van Straatsburg de Europese migratiepoorten wijd open zette, met alle gevolgen die we vandaag kennen. Sanctorum koestert een ziekelijk (sic) vijandbeeld, en het fundamentalistisch terrorisme is een waanbeeld. Tja. Een medische behandeling dringt zich op tegen dit soort politieke incorrectheid.

Om nog eens terug te komen op dat CCIF: in een reactie op de onthoofding veroordelen ze deze, maar distantiëren zich meteen ook van elke ‘polarisatie’ (die ze séparatisme noemen). Het zijn de zogenaamde islamofoben die polariseren, niet diegenen die haatboodschappen verspreiden en koppensnellers op ideeën brengen. Op die manier delen ze de algemene verontwaardiging en gebeurt er… niets. Het is als pyromanen die helpen blussen, tous ensemble.

Het probleem in Frankrijk is dus, dat werkelijk iedereen ‘horrifié’ is en de onthoofding ‘scandaleux’ vindt. Dat doet ons denken aan begin 2015 toen iedereen Charlie was: het begint op een patroon te lijken. Eerst komt iedereen op straat met de nationale vlag -de bewindvoerders vooraan-, nog even verder wordt er in bepaalde kringen gemompeld dat de slachtoffers het toch wel zelf gezocht hadden, daarna komt het Collectief tegen Islamofobie in actie, en het eindigt met journalisten/cartoonisten die in een bunker leven om de vrije meningsuiting te beoefenen. Noteer dat volgens een peiling 25% van de Franse moslims de aanslag op Charlie Hebdo niét wenst te veroordelen.

Het is duidelijk dat het ‘verbindende’ discours niet werkt: er moeten grenzen gesteld worden

In dezelfde zin reageert Nadia Fadil, docente aan de KUL, op de onthoofding van de Franse leraar: ‘horrific, despicable and sad’, maar we mogen nu vooral niet polariseren zegt ze erbij, ook de Franse staat niet. Lees: het onthoofden van een leraar om religieuze redenen mag geen aanleiding zijn om de plaats van die religie in onze maatschappij in vraag te stellen, en op zoek te gaan naar individuen en groepen die de haat aanwakkeren.

Soit, u bent gewaarschuwd: wie een les in de vrije meningsuiting op school geeft, met enig beeldmateriaal, ‘polariseert’. Wie tegen een terechtstelling op straat protesteert, polariseert opnieuw. Iedereen is verontwaardigd en legt bloemen, maar niemand mag man en paard benoemen, want dat heet ‘polariseren’. Het is anderzijds wel duidelijk dat het ‘verbindende’ discours niet werkt: er moeten grenzen gesteld worden, anders verbinden we zo lang tot er niets meer te verbinden valt.

Een leraar in de Kempen

Zineb2Hoe moet het dan verder? Alle moslims uit Frankrijk, uit Europa? Waarheen? De woestijn? De planeet Mars? Dat zullen de weldenkende verdedigers van de rechtstaat wel nooit willen. Gaat Emmanuel Macron echt in de tegenaanval, of blijft het bij wat verbale spierballen? De Europese islam zal blijven haat prediken tegen onze waarden, – dat zit in haar DNA-, en er tegelijk beroep op doen als het hen goed uitkomt. De enige oplossing is, hoe onaangenaam het ook klinkt: verder polariseren. Niet minder maar meer Mohammed-cartoons, waardoor dit niet een zaak van enkelingen is, maar van een brede beweging.

We moeten van Samuel Paty geen eenzame martelaar maken, maar een voorbeeld. Copycatten, die man.

Vandaag meldde een leraar in de Kempen dat hij als eerbetoon voor Samuel Paty een les over vrije meningsuiting zou geven. Mét Mohammed-cartoons. Zijn tweet daarover werd aansluitend geblokkeerd. Ik hoop dat hij zijn les heeft mogen geven en dat hij door de directie niet werd teruggefloten. En dat zijn voorbeeld massaal navolging krijgt. Dit moet het normaal zijn, niet de uitzondering.

De bal ligt in ons kamp en we moeten niet jammeren over Europese waarden als we ze zelf niet actief willen beoefenen. We moeten van Samuel Paty geen eenzame martelaar maken, maar een voorbeeld. Copycatten, die man. Maak van de Mohammed-cartoon hét icoon van de vrije meningsuiting. Hang hem uit, bespreek hem overal, druk hem af op T-shirts. Ja, dat polariseert. En ja, dit is de boodschap van vrijheid die we de jeugd moeten meegeven. Met toch de achterliggende gedachte: voor wie zich niet achter deze waarden schaart, is hier geen plaats. Ben ik duidelijk genoeg?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie, Multicul

Een volksfeest zonder volk: waarom de Ronde moést gereden worden

Het was een schone Ronde, zonder volk weliswaar, en alleen op televisie te bekijken, waar alles echt leek: vallende coureurs, zweten op de hellingen, een sprint tussen de twee favorieten. Ik wil toch een kanttekening plaatsen bij dit volksfeest zonder volk, de wielerfanaten mogen me verguizen.

De voorbije dagen was de CEO van Flanders Classics (u weet wel, het speeltje van mediamagnaat Wouter Vandenhaute) Tomas Van Den Spiegel niet uit het TV-beeld weg te slaan. Een ware filantroop en volksvriend is dat. ‘Vlaanderens mooiste’ moest en zou doorgaan, coronaproof uiteraard, het is cultureel erfgoed, een verbindend spektakel, alle wielerliefhebbers kijken ernaar uit (al moeten ze thuis blijven), en blablabla.

Spooklandschap

Tomas Van Den Spiegel

Tomas kreeg zijn zin. De Ronde ging door, net zoals de generale repetitie vorige week, Gent-Wevelgem, waar ook toeschouwers absoluut ongewenst waren (‘Ze noemen mij de Marc Van Ranst van de koers’). Reden? Dit gebeuren moést doorgaan, koste wat kost, maar niet in de eerste plaats omdat de wielerliefhebber het wil. De Ronde is namelijk big business en kan contractueel geen jaar overslaan. Om als startplaats te mogen fungeren telde Antwerpen 400.000 euro neer, en dat op een moment dat er geen toerist of supporter zal te bespeuren vallen, maar dat maakt nu eenmaal deel uit van een vaste overeenkomst tussen Flanders Classics en ’t Stad.

Om als startplaats te mogen fungeren telde Antwerpen 400.000 euro neer, en dat op een moment dat er geen toerist of supporter zal te bespeuren vallen

De TV-rechten (waarover F.C. traditioneel niet communiceert) zijn natuurlijk ook niet min, en eveneens gebonden aan langlopende contracten. Daarnaast zijn de ploegen zelf verplicht om uit te rijden, anders beginnen hun sponsors te mokken en tuimelt heel hun zakenmodel in elkaar. Maar snapt u het plaatje: the show must go on. Ik trap nu wellicht een hoop wielerfanaten op hun ziel, maar het zijn gewoon de cijfers achter de façade.

Op Facebook post de N-VA een filmpje over een desolate Koppenberg, waarover een geluid van dichte drommen toeschouwers is gemonteerd. De stem van Ben Weyts heeft het over Vlaamse veerkracht en nooit opgeven, waarin vermoedelijk ook een link wordt gelegd met de partij die betere dagen heeft gekend. Een brullende leeuw zonder tanden, het is allemaal tamelijk hallucinant en pathetisch. Het lichtelijk absurd beeld van een Ronde zonder toeschouwers, een lege Patersberg en een aankomst als in een spooklandschap na de nucleaire fall-out, zou mensen toch ook moeten doen nadenken over de zin en de onzin van zo’n circus. Sportief en menselijk had het dit jaar beter niet plaats gegrepen. Het is geen feest, geen hoogmis van la Flandre Profonde, maar een leeg ritueel, een verplicht nummer dat veeleer doet denken aan het Titanic-orkestje of een 1ste klas begrafenis.

Zonder oerwoudkreten

Idem dito voor de voetbalmatchen in lege stadions: het zijn vooral de clubs, de sponsors, de Bond, de FIFA, de spelers en heel de financieel-boekhoudkundige reutemeteut die de competitie en het ontelbaar aantal bekertornooien willen later doorgaan. Coronaproof, dat is de afspraak, toeschouwers buiten. Lukaku zal zijn goaltjes maken, dit keer zonder oerwoudkreten of bananen op het veld, maar onder dezelfde lucratieve condities. Het plebs kan het volgen op TV, niet eens op café maar thuis, tot dat vaccin ooit eens opduikt, ettelijke competitiejaargangen verder.

De grootste vrees van Flanders Classics is dat, als de Ronde niet doorgaat, het publiek hem na drie jaar gewoonweg zou vergeten zijn.

Het heeft iets van wachten op Godot, een hilarische act van de speelgoedverkoper Parpignol, en ordinaire volksverlakkerij. Zoals zovele maatschappelijke rituelen en fenomenen (reizen/toerisme bijvoorbeeld, maar ook cultuur en evenementen, quid Tomorrowland…?) zal corona ook het actuele sportcircus existentieel in vraag stellen. Niet de vrijetijdssport, wel de grootschalige competitiestructuren en de daaraan verbonden zakenmodellen.

Kort gezegd: in die lege Ronde proeft men vooral de trage afgang van iets dat sowieso alleen nog oudere mensen begeestert, die voor hun TV willen zitten als Tomas Van Den Spiegel dat vraagt. De grootste vrees van Flanders Classics is dat, als de Ronde niet doorgaat, het publiek hem na drie jaar gewoonweg zou vergeten zijn. Dat het ding een bepaalde sociale functie heeft, maar niet onmisbaar is. Dat is de nachtmerrie van elke marketeer: geconfronteerd worden met de onaangename waarheid dat zijn product in se overbodig is. Een merk dat vintage wordt, iets uit een oude film. Dus: trappen maar, jongens, leve het pseudo-normaal.

De lichte paniek van de grootverdieners en de sporthelden is niet onze zorg. Wij moeten andere vragen stellen en hebben andere prioriteiten. Niet meer kunnen buiten komen, geen pint meer kunnen gaan pakken, onze job verliezen, ouderen die eenzaam creperen, dat zijn de echte besognes.

Al van voor de start stond het vast dat het Van Aert of Van der Poel ging zijn. Mijn pronostiek was de veiligste, altijd prijs: Wouter Vandenhaute. Aangename werkweek nog.

Geplaatst in Sport

De VRT-zendtoren is nu echt rijp voor de sloop

Het mysterie van het ‘forensisch rapport’

Het forensisch rapport dat Audit Vlaanderen over de VRT maakte -het derde in vier jaar tijd-, is naar het schijnt vernietigend voor de manier hoe de openbare omroep met ons belastinggeld omgaat. De instinctieve argwaan van de doorsnee-Vlaming tegen de VRT blijkt volkomen terecht: de kanker zit alleen nog dieper dan we dachten.

Ik zei ‘naar het schijnt’, want er lekt maar met mondjesmaat iets uit via de pers: het rapport over intransparantie hult zichzelf in geheimzinnigheid. Om de privacy van personen te waarborgen. Ja hallo? Ook nu heeft de burger -in feite aandeelhouder- geen zaken met de manier hoe zijn belastinggeld over de balk wordt gegooid. Het Vlaams Parlement -het braafste parlement van het noordelijk halfrond- mocht het na enig aandringen inkijken, maar moest beloven niets naar buiten te brengen en tijdens het debat ook geen namen te vernoemen of feiten te vermelden. Waaraan de leden zich dan ook hielden. Noteer dat het woord forensisch stamt van het Latijnse ‘forum’, dat duidt op de openbaarheid van bestuur en rechtspraak.

De Mensen

Waes_Crabbe2Productiehuizen zijn grote slokoppen waarin schermgezichten worden verhuurd aan exuberante prijzen

Het verdict voor het Huis van Vertrouwen is nochtans niet mals: vriendjespolitiek, graaicultuur, het royaal verwennen van externe productiehuizen, spookcontracten met ‘consultants’ die bevriende BV’s blijken: dit gaat niet over een paar uitschuivers maar over een lang verhaal van normvervaging dat -daar komen we straks toe- niet los staat van de ivoren-toren-mentaliteit en de politiek correcte hoogmoed die de VRT, voorheen BRT, al sinds decennia uitstraalt.

Dat de vanwege de N-VA in de Raad van Bestuur gedropte Rudi De Kerpel via zijn bedrijf Eurotuin jaren lang boeketten mocht leveren aan het VRT-evenement De Warmste Week, is natuurlijk niet kosjer. Het is een van de weinige namen die uitlekten. Rudi was zich blijkbaar van geen kwaad bewust. Tja. De Kerpel nam ontslag uit de Raad nadat het auditrapport daarvan gewag had gemaakt, maar dat zijn slechts peanuts. De echte kanker zit hem in de ons-kent-ons-cultuur en het conglomeraat van de omroep met een rist bedrijven en bedrijfjes waarin VRT-werknemers en ex-werknemers zich hebben genesteld om zich te verrijken met overheidsgeld.

Dit gaat niet over een paar uitschuivers maar over een lang verhaal van normvervaging

Productiehuizen zoals De Mensen (Blokken/Ben Crabbé en Reizen Waes), Panenka (Tom Lenaerts) en Woestijnvis (De Ideale Wereld) zijn de grote slokoppen waarin schermgezichten worden verhuurd aan exuberante prijzen. Consultancycontracten met deze BV’s -komiek Philippe Geubels is er een van- bleken lege dozen die puur dienden om dit schoon volk extra te verwennen. Pikant detail: De Mensen is in handen van het Franse productiebedrijf Newen, dat deze Vlaamse poot beschouwt als een ideale melkkoe. Follow the money, en vergeet de V van VRT.

Het systeem blijkt verder uitgewoekerd onder CEO Peter Claes, ondertussen de laan uitgestuurd. Maar dat is slechts een zondebok, en ook de vrome verklaringen van huidig CEO Frederik Delaplace hebben weerom veel weg van window dressing en de riedel ‘we gaan ons leven beteren’. Om echt te begrijpen hoe mediacorruptie groeit en bloeit, moeten we het politieke DNA van de openbare omroep meenemen in het verhaal.

De missie van de omroep

VRT nieuwDe nieuwsdienst, bron van ‘constructieve journalistiek’

Effectief, waar men in de pers vandaag met geen woord over kikt, is het gebrek aan objectiviteit en de ideologische vooringenomenheid die de openbare omroep op alle niveaus kenmerkt. Is er een verband met het actueel gedetecteerde ‘integriteitsprobleem’? Ja dus.

De klassieke voorstelling van de VRT als rood-groen bastion is een understatement van de vorige eeuw. Vandaag wordt vooral de nieuwsdienst gedomineerd door politiek correcte dogma’s die bepalen hoe de Vlaming zijn informatie dient ingelepeld te krijgen, hoe dat nieuws moet ‘geduid’ worden, wie er wel of niet aan bod komt in de praatprogramma’s. De journalisten gedragen zich als missionarissen die de domme, fout stemmende Vlaming tot betere inzichten moeten brengen. Eufemistisch constructieve journalistiek genoemd. Gewag maken over rellen aan de Blankenbergse dijk bijvoorbeeld, maar er niet bij vertellen dat het om Brusselse allochtone bendes gaat. Idem voor Molenbeek, corona-haard nummer één in België: omdat de bewoners alleen Arabisch spreken en voortgaan op wat de imam zegt.

Een Pano-reportage over de groezelige beleidscultuur binnen de VRT, dat ware een goed idee geweest.

Dat doe ik uit de doeken in mijn boek ‘Na het journaal volgt het nieuws’, en ik leg ook de link tussen de politiek correcte bevoogding en de infantiele BV-cultuur die daar als een vangnet over heen ligt. In de wedren met de commerciële zenders om de kijkcijfers -die wedren op zich is pervers voor een openbare omroep- worden de linksdraaiende journalisten namelijk geconfronteerd met een rechtse meerderheid in Vlaanderen. Er moeten dus zieltjes gewonnen worden, zoals de missionarissen in Congo speelgoed uitdeelden. Het antwoord is de verkleutering, nieuwslezeressen die ons aanspreken als waren we debielen, en dus een hele parade van populaire Steffen die moeten beletten dat de Vlaming wegzapt.

Anders gezegd: de normvervaging inzake objectiviteit en journalistieke deontologie staat niet los van de normvervaging op beleidsniveau. Het integriteitsprobleem is globaal en overstijgt de pure centenkwestie. De journalistieke pensée unique zorgt ook voor een permanente selectie. Doordat mensen met een kritische ingesteldheid in zo’n constellatie alleen maar in de weg lopen, trekt het instituut jaknikkers aan en mest het zichzelf vet via een incestueuze vedettencultuur (Rudi Vranckx is een bekend voorbeeld), een grote incrowd van lieden die zichzelf allemaal fantastisch vinden, en dus die groeiende periferie van BV’s, ondergebracht in ‘productiehuizen’, met overheidsgeld als smeermiddel.

Het lijkt toch vreemd dat de VRT-journalisten, die zich voor de rest met alles moeien, er nooit aan gedacht hebben om het eigen huis eens kritisch onder de loep te nemen. Een Pano-reportage over de groezelige beleidscultuur binnen de VRT, dat ware een goed idee geweest. Achteraf bekeken is het minder vreemd: Kathleen Cools en C° beseffen maar al te goed dat ze hun missiewerk maar verkocht krijgen als Tom Waes en Philippe Geubels mee in het pakket zitten. Dat mag iets kosten, en de domme Vlaming heeft er eigenlijk geen zaken mee.

De onderste schuif

DalleBenjamin Dalle: curator van een intellectueel failliete omroep

Conclusie: de VRT is een eiland in de Vlaamse samenleving, ondanks de  raad van bestuur, de beheersovereenkomsten en een minister van media. Een zinkend eiland eigenlijk. Met journalisten die in een parallel universum leven, en een beleidscultuur die de ivoren toren tracht te camoufleren via goed toegedekte deals met pretleveranciers. Het is een wereldje dat op zichzelf draait en geen enkele ambitie meer vertoont om de burger waarheidsgetrouw te informeren. Daarom ook heeft dit instituut voor de Vlaamse samenwerking vrijwel geen enkele meerwaarde. Voor amusement volstaat het aanbod van de commerciële zenders, op informatief en journalistiek vlak is de geloofwaardigheid grotendeels verdampt.

Loont het de moeite om deze Augiasstal nog uit te mesten? Mediaminister Benjamin Dalle houdt het bij vaagheden zoals ‘meer transparantie’ (!) en ‘het correct naleven van de integriteitscode’. En een jaarlijkse audit (waarvan wellicht niemand dan de conclusies mag kennen). Maar volgens mij zit het probleem dieper. Heel het concept van de Vlaamse openbare omroep moet herdacht worden. De situatie is dermate scheef gegroeid dat wat kosmetische ingrepen niet aan de orde zijn. De link tussen ideologische pensée unique en financiële malversaties moet men durven benoemen, en daar ook de conclusies uit trekken. Benjamin Dalle is curator geworden van een intellectueel failliete omroep.

De situatie is dermate scheef gegroeid dat wat kosmetische ingrepen niet aan de orde zijn.

Ofwel gaan we naar een Nederlands systeem van zendgematigde verenigingen waarin zenders een duidelijk ideologisch profiel hebben en door de leden worden gefinancierd: een eerlijk en transparant mededingingssysteem waarin (hopelijk) kwaliteit komt boven drijven. Ofwel breken we dit huis tot op de fundering af en herbouwen het steen voor steen. Dat lijkt me een grotere uitdaging: een echte pluralistische omroep die door de Vlaamse gemeenschap gedragen wordt, waarin geen plaats is voor ideologisch-linkse (of rechtse) betutteling, waar kritische luizen in de pels zich thuis voelen. Een omroep die de zinloze race tot the bottom met pretzenders vervangt door echte kwaliteitsnormen. Zeg maar de BBC van weleer.

De afbraak van de zendtoren aan de Reyerslaan wordt al enige tijd in het vooruitzicht gesteld. Laat dit maar meteen een aanzet zijn om de belendende bouwsels ook te slopen. Anders zullen we blijven auditrapporten niét lezen, die vervolgens in de onderste schuif belanden.

Geplaatst in Media

Nobelprijs economie: twee échte winnaars

NobelprijsDe veilingtheorie, voor u bevattelijk uitgelegd

Zopas werd bekend dat de Amerikanen Robert Wilson en Paul Milgrom de Nobelprijs economie in ontvangst zullen nemen voor hun baanbrekend onderzoek rond de veilingtheorie.

Zoals bekend is deze Nobelprijs economie geen echte Nobelprijs, maar een onderscheiding van de Zweedse Rijksbank die doorgaans wordt toegekend aan mensen die de klepel weten hangen in de wereld van markt en marketing. Soms wordt er een saus van armoedebestrijding en klimaatpolitiek aan toegevoegd, zoals vorig jaar. De prijs wordt uitgereikt samen met deze voor natuurkunde, scheikunde/fysiologie, geneeskunde en literatuur, en deelt dus in de glamour.

Maar wat is nu eigenlijk die veilingtheorie? Geen enkele krant weet dat bevattelijk uit te leggen aan een leek, omdat ze het waarschijnlijk zelf niet snappen. Het is nochtans simpel: het is een hogere versie van de wet van vraag en aanbod. We kennen veilingen en biedplatformen als plekken waar iets publiek aangeboden wordt en het ding naar de hoogste bieder gaat. Een koffiezet op tweedehands.be, een schilderij bij Sotheby’s, een kist witloof in Sint-Katelijne-Waver, een huis. De verkoper wil de hoogste prijs, de kandidaat-kopers willen allemaal dat ding voor een zo laag mogelijk bedrag. Twee tegengestelde impulsen waar heel wat psychologie bij komt kijken. Je moet er met name een ‘neus’ voor hebben, en inzicht in wat de mededingers drijft.

De vloek van de winnaar

OldtimerVooral in antiek en vintage neemt emotie soms de overhand

Centraal staat de ‘vloek van de winnaar’ (the winner’s curse), een soort paradox die zegt dat de winnaar van een veiling doorgaans altijd teveel betaalt omdat hij er zijn zinnen op heeft gezet, en die verliezer wil je niet zijn, terwijl je toch dat ding wil. Moeilijke spreidstand.

De veilingmeester beheerst dat spel door en door, en weet: teveel enthousiasme is slecht voor uw beurs. We kennen allemaal het tafereel van de man die van de eerste keer 100 euro biedt voor een prul, en het ook binnenrijft. Dat is een zot, en wie toch nog boven die 100 euro wil gaan is nog een grotere zot. Het komt er dus op aan, te weten waarom de andere partijen bieden, wat hun drijfveer is, welke informatie ze achter de hand hebben. En als je iets echt wil kopen, betaal je sowieso boven de ‘juiste prijs’. Dan is er een emotionele waarde in het spel, bijvoorbeeld een oldtimer omdat hij van je geboortejaar is. Zo ontstond het populaire gezegde: ‘iets is zoveel waard als de zot ervoor wil geven’.

Als je iets echt wil kopen, betaal je sowieso boven de ‘juiste prijs’: dan is er een emotionele waarde in het spel

In grote veilingen, waar veel geld om gaat, zoals de openbare verkoop van televisierechten, laat men zich als koper én als verkoper dan ook het best grondig adviseren. Nobelprijswinnaar Paul Milgrom is zo’n topconsultant die onder meer Comcast, een Amerikaanse kabelmaatschappij en internetprovider bijstond tijdens de biedronde voor het verwerven van een kabelmonopolie. De truc was om de ‘zot’ uit te hangen door ineens 750 miljoen dollar boven het vorige bod te gaan, waardoor de rest afhaakte, die dacht dat Comcast ofwel echt zot geworden was ofwel over informatie beschikte die zij niet hadden. Resultaat: Comcast kreeg die vergunning dan toch voor een prikje. Champagne,  en Milgrom mocht zijn succes fee sturen.

Het leven als openbare veiling

TristanTristan en Isolde: de liefdesdrank wordt een doodsdrank

Slimme koop- en verkooptactieken dus, en waarom consultant nog altijd veruit het mooiste, best betaalde beroep ter wereld is. De bijkomende moraal van de veilingwet is, dat, wie impulsief, subjectief of emotioneel koopt, altijd de pineut is. De beste kopen doet u als u het niet echt wilt. Dat gebeurt helaas weinig: de mens is een willend wezen.

De liefde is zonder meer het oermodel van een veiling waarbij de ‘winnaar’ een vloek treft. 

Dat geldt zeker ook voor de moeder van alle veilingen, de beurs. Wie met zijn onderbuik aandelen koopt, is verloren. Domme beleggers verliezen er al hun spaarcenten. Zo ontstaan bubbels die weer uiteenspatten. Denken we maar aan de fameuze tulpomanie uit het 17de eeuwse Holland, waar op een zeker ogenblik voor één tulpenbol de prijs van een huis werd geboden. Tot er ineens iemand met zo’n bol zat die niemand nog wilde hebben. Waarna heel de bubbel leegliep en een hoop ‘winnaars’ in de goot belandden.

Een scheutje filosofie kan hier helpen. Met name heeft de Duitse wijsgeer Arthur Schopenhauer (1788-1860) al gewezen op de fatale wet van de begeerte die het leven bepaalt, en ons in feite constant doet verliezen net omdat we begeren. De liefde is zonder meer het oermodel van een veiling waarbij de ‘winnaar’ een vloek treft. Een man die het hardst een vrouw probeert te winnen, met complimentjes, bloemen, cadeaus, beloften van eeuwige trouw, een schoon huis, zal die vrouw dan misschien ook wel aan de haak kunnen slaan. Maar eens het huwelijk geconsumeerd wordt, blijkt ze als overgewaardeerd object mindere kantjes te hebben. Verborgen gebreken die de relatie misschien zelfs tot één grote rotzooi maken en de afgewezen minnaars veel leedvermaak bezorgen.

U voelt het aankomen: de veilingtheorie is overal aanwezig, en ze bevestigt wat we al wisten: wees slim, word nooit verliefd. Koop met het hoofd, niet met het hart. Koester geen dingen, verkoop ze voor je eraan gehecht bent. Andermaal helaas: haast bij elke koop is begeerte gemoeid, de wil om iets te hebben. Om dat aan te sturen bestaan er slimme consultants die de begeerte professioneel regisseren, ook wel reclamelui genoemd.

Duur water

De 100+ beste afbeeldingen van LIMONADE in 2020 | vintage reclame, vintage  posters, oude reclameDat brengt ons bij de modale shopper, u en ik. De klassieke consumentenmarkt is geen veiling, producten hebben een vaste prijs en worden niet per opbod verkocht. We zoeken naar het voordeligste, Aldi en Colruyt worden niet geschuwd.  Tegelijk zorgt de reclame ervoor dat we méér uitgeven en naar het duurdere lonken. Ze creëert een begeerte rond het merk, een hype zelfs, een quasi-veilingsfeer waarbij producten een zogenaamde ‘toegevoegde waarde’ krijgen. De prijs is eigenlijk altijd te hoog, en de reclame zorgt ervoor dat u die ook betaalt. Reclame geeft voor 90% irrelevante informatie, ruis dus, maar wel goed verpakte ruis, ook wel bling-bling genoemd. Kunstmatige schaarste creëren (‘op is op’) helpt ook.

Verkopen is in se bedotten, dat weet elke marktkramer. Het kapitalisme, waarin principieel alles een objectieve waarde heeft, uitdrukbaar in euro’s, creëert zelf voortdurend subjectieve waarden (Snel naar die nieuwste Iphone!) en stimuleert heel de tijd tot irrationeel koopgedrag. Ook kinderen uit arme gezinnen willen merkenkledij en liefst géén GSM van de Aldi. Kunstmatige of ingebeelde schaarste creëren helpt ook (’t zijn de laatste, madammeke, haast u‘).

Water is eigenlijk nog het beste voorbeeld. We kunnen geen dag zonder, het is een 100% natuurproduct dat gewoon uit de lucht valt, het wordt gewonnen uit rivieren of uit de grond. De watermaatschappij levert het omzeggens aan kostprijs en het is simpel om thuis aan kraantjeswater wat koolzuurgas toe te voegen. Maar dat heeft weinig succes. Zelfs zuinige huisvrouwen kopen flessenwater dat krek hetzelfde is maar 100 maal meer kost dan water uit de kraan. Het smaakt beter, zeggen ze. Ja, dat zegt de reclame. We hebben dorst en willen méér voor water betalen dan de ‘juiste prijs’. Bizar? Neen, de vloek van de winnaar.

De koper/consument is dus de eeuwige verliezer, hij wordt bedrogen en wil ook bedrogen worden. 

Schopenhauer is dus de echte uitvinder van de veilingtheorie: het komt erop aan de dingen niét te willen, dan vallen ze in je schoot. De koper/liefhebber is de pineut en de echte triomfator is diegene die de dingen kan loslaten en winst maakt. De markt regelt dat allemaal en beheerst alle menselijke relaties. Ook de liefdesmarkt ontsnapt niet aan de wet van vraag en aanbod. Terwijl de liefde zoveel mogelijk geobjectiveerd wordt, onder meer via datingsites die bijna veilingplekken lijken, wordt het warenfetisjisme aangemoedigd en is het de kunst om u meer te laten betalen voor iets in de etalage, dankzij de juiste framing, de geschikte praatjes. De koper/consument is dus de eeuwige verliezer, hij wordt bedrogen en wil ook bedrogen worden. Wat Schopenhauer nogal omzwachteld ‘Die Welt als Wille und Vorstellung‘ noemde.

Ik wil maar zeggen: Robert Wilson en Paul Milgrom hebben hun Nobelprijs meer dan verdiend, door hun marktwaarde van consultant te vertienvoudigen. Het zijn oplichters, maar dat deert niet, ze zijn het levend bewijs dat die veilingwet wel degelijk functioneert. Theorie en praktijk in één, dat was ook het voornaamste argument van de jury. En u weet het voor in de toekomst: de vloek van de winnaar treft ons allen, heel de tijd, daarom rolt dat geld zo snel uit de beugel en blijven we onvoldaan achter.

By the way, het allerlaatste exemplaar van ‘Politiek incorrect’ ligt hier in de doos. Hoor ik daar 1000 euro?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie

Jongeren zwaarder door corona getroffen, echt?

studentenleven

Over zelfbeklag en generatie-egoïsme

Terwijl we tandenknarsend de coronamaatregelen opvolgen, de sociale ongemakken zich steeds meer laten voelen, een nieuwe lockdown er zit aan te komen, en de economische ramp pas in 2021 zichtbaar zal worden, probeert iedereen er het beste van te maken. Spartelend trachten sectoren boven water te blijven, en pompt ook de horeca om niet te verzuipen. Iedereen heeft wel grieven en desiderata. Eén categorie onderscheidt zich vandaag evenwel in het gejammer: de studenten en jonge twintigers, die zich van alles het slachtoffer voelen. Van corona, van de maatregelen, van de ouderen, van iedereen. De grootste klacht: het beknotten van de mogelijkheid tot feesten.

Pampering

studenten

Vervelende waarheid: té plezant onderwijs deugt niet.

Het Laatste Nieuws geeft onder de hoofding #generatiecorona een paar staaltjes van dit zelfbeklag. Een studente die tijdens de lockdown haar lief in Nederland moest missen, een DJ die even zijn hobby on hold moest zetten, cafés die om elf uur sluiten, ja, deze jeugd heeft het zwaar te verduren. Geen woord over mensen die hun job verliezen door corona, verplegend personeel dat zelf besmet geraakt, of oudjes die eenzaam creperen in een verzorgingsinstelling. Neen, het verbod om te fuiven, dat is een grote last.

Mijn gevoel: de jeugd (of een deel ervan) heeft het gewoon te gemakkelijk, is verwend door de welvaartstaat en heeft het moeilijk met de tering naar de nering te zetten. ‘Voor u zou het nog eens oorlog moeten zijn’ placht mijn vader te zeggen toen ik een stuk verbrande ajuin in het eten ontdekte. Inderdaad hebben wij, behalve de 90-ers onder ons, geen oorlog gekend, nauwelijks een crisis die naam waardig, we blazen elke futiliteit op -en kunnen daar via de sociale media ook voluit lucht aan geven-, alle dagen gemekker en gejammer en gefoeter om een scheve straatplavei.

‘Voor u zou het nog eens oorlog moeten zijn’ placht mijn vader te zeggen toen ik een stuk verbrande ajuin in het eten ontdekte. 

Er lijkt een gebrek aan weerbaarheid en veerkracht in onze samenleving te zijn ontstaan ingevolge teveel pampering, sociale overbegeleiding en een opgepepte gadgetcultuur (elk jaar een nieuwe GSM, liefst een smartphone). Dat geldt niet voor iedereen, er zijn mensen die uit de boot vallen, er zijn alleenstaande moeders die niet rond komen, er zijn gehandicapten op een uitzichtloze wachtlijst, er zijn scholieren die thuisopdrachten moeten afwerken zonder degelijke pc. Het geldt ook niet strikt alleen voor de zogenaamde generatie Z, zij die na 2000 geboren zijn. Toch is het vooral deze generatie die aan de klaagmuur staat en uitzonderingen op de regels claimt.

Democratisering van het onderwijs

mei68jsMei ’68: iedereen naar de univ en iedereen een diploma (let vooral ook op de man uiterst rechts)

Dat brengt ons bij het vrolijke studentenleven. Wie de zeer uitbundige taferelen aan de Gentse Overpoort en op de Leuvense Oude Markt heeft gezien, beseft dat de toekomstige intellectuele elite van dit land vooral begaan is met het recht op feesten en brassen, waarbij studeren maar bijzaak lijkt.

Dat vraagt om een nuchtere kanttekening: wat kost zo’n student eigenlijk aan de gemeenschap? Professor De Grauwe kwam na wat rekenwerk op gemiddeld 12.000 euro per jaar per universiteitsstudent. Uiteraard kost een opleiding geneeskunde aan de gemeenschap meer dan een leergang Oosterse talen. Ironisch genoeg zijn het wel de artsen die, eens afgestudeerd, hun diploma te gelde kunnen maken en cashen op kosten van de ziekteverzekering, weer belastinggeld dus.

Te lage drempels, teveel instroom van wie er niet thuis hoort, teveel academisch entertainment. 

alcohol_06_1626Indien nodig mag een gieter gebruikt worden.

Soit, dat is een andere discussie: misschien mag iemand die goed verdient dankzij een publiek gefinancierd diploma achteraf eens iets terug doen. Een jaar burgerdienst bijvoorbeeld. We hoeven het studiebeurssysteem niet af te schaffen, al vind De Grauwe wel dat het inschrijvingsgeld te laag is waardoor er teveel ‘toeristen’ aan de univ terecht komen en, jawel, jongeren die puur aangetrokken worden door de vermaakscultus, de braspartijen, de ad fundums, de cantussen, de dopen, en al wat het jolige studentenleven te bieden heeft buiten een cursus blokken.

Dat heeft ook te maken met een misbegrepen democratisering van het onderwijs, een relict van de ’68-ideologie volgens dewelke iedereen naar de univ moest gaan én recht had op een diploma. De resultaten voelen we tot op vandaag: het gaat bergaf met het intellectueel niveau van leerkrachten én leerlingen én studenten. Te lage drempels, teveel instroom van wie er niet thuis hoort, teveel academisch entertainment. Waardoor technische opleidingen onpopulair worden, je nauwelijks nog een loodgieter vindt, en we met een maatschappij vol water (excuseer: bier-) hoofden zitten. Niettemin: een beklagenswaardige populatie, die zuip-en-kotselite van de Vlaamse middenklasse.

De nerds en de seuten

OLYMPUS DIGITAL CAMERAFonske, standbeeld van de eeuwige student (Jef Claerhout)

Rector Sels van de KUL stelt zich nog gematigd op als hij de beelden ziet van de Leuvense Oude Markt, afgelopen donderdag, de laatste keer dat de cafés tot 1u konden open blijven. Een bacchanaal alsof de wereld ging vergaan, je de virussen zo zag dartelen, en iedereen het nog eens verplicht op een zuipen moest zetten. In zijn plaats zou ik zeggen: stop met treuren voor een gesloten café en neem misschien eens een cursus vast, in plaats van daar een maand voor de examens aan te beginnen. Het is even moeilijk, maar men kan van de nood ook een deugd maken en zich herinneren waarom men eigenlijk op de univ rondloopt.

Door het studentenleven wat ‘saaier’ te maken komen er misschien wat minder lichtgewichten op af. 

Het is dus, om het met een oud woord te zeggen, en los van elke christelijke connotatie: een beproeving, tot we dat virus de baas zijn, waarvoor we toch op de wetenschap rekenen. Corona kan misschien tot een ander ethos inspireren bij de studerende jeugd, minder gericht op hedonisme. Een oefening in discipline en veerkracht, vooruitkijken en hard werken, ora et labora in plaats van zelfbeklag. Om Nietzsche even aan te halen: wat ons niet doodt, maakt ons sterker.

Vervelende waarheid dus: té plezant onderwijs deugt niet. En elk nadeel heb zijn voordeel: door het studentenleven wat ‘saaier’ te maken komen er misschien wat minder lichtgewichten op af. En zijn we van een resem virale superverspreiders af. Wat minder hectoliters bier is overigens goed voor lichaam en geest. Niet voor de horeca, maar ik dacht dat een rector vooral de kwaliteit van het onderwijs moet in ’t oog houden, en niet de omzet van studentencafés.

Het zijn dus de nerds en de seuten die het zullen moeten doen, u weet wel, dat soort saaie studenten dat wél naar de les gaat, wel nota’s neemt en niet al te veel in drankgelegenheden te vinden is, en al zeker niet tot het ochtendgloren. Leuven is een der oudste universiteiten van dit continent, een wijsheidstempel dus, én de bakermat van Stella Artois. Evenwicht is belangrijk, maar Fonske, de eeuwige student, mag in coronatijden vooral de essentie niet uit het oog verliezen: er wordt iets van de wetenschap verwacht. OK boomer.

Geplaatst in Geen categorie

Groen en de morele verontwaardiging

Rzoska2Laten we toch wat zuinig zijn met het woord ‘ontmenselijking’, mijnheer Rzoska

‘Crazy Calvo mag dan geen minister zijn, hetgeen in de plaats komt is eigenlijk nog erger. Transgender Petra De Sutter is de verpersoonlijking van het cultuurmarxisme. Deze persoon wil alle fundamenten van onze westerse beschaving vernietigen en vervangen. Tinne Van der Straeten wordt verantwoordelijk voor energie. Ze wil de kerncentrales sluiten. Die zijn nu goed voor meer dan de helft van onze elektriciteit. Dit wordt energiearmoede.
Bovendien heeft ze een hekel aan Vlaamse autonomie. Ze stemde zelfs tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Deze regering is zo links als de pest.’

Dat is de volledige inhoud van een Facebookbericht, op 1 oktober geplaatst door Vlaams parlementslid Bart Claes (VB). Een week later, op woensdag oktober, beklom Groen-fractielieder Björn Rzoska het spreekgestoelte van dat Vlaams Parlement om schande te spreken over dit bericht, waarbij hij met de nodige tremelo’s stelde dat het Petra De Sutter ontmenselijkt. Applaus op alle banken, behalve uiteraard die van het Vlaams Belang.

Lessen geschiedenis

HolocaustBuchenwald, 1945.

Ik heb het proza van onmens Bart Claes even aan een close reading onderworpen, een geleerde term voor lezen wat er staat zonder teveel opgeklopte zever errond. Rzoska leek vooral aanstoot genomen te hebben aan het woordje ‘hetgeen’, wat volgens hem wijst op een zaak, een voorwerp. Ontmenselijking dus. Je mag dus niet vragen ‘wat’ er in de plaats komt. Helaas: er kwam wel degelijk ‘iets’ in de plaats, namelijk -steeds volgens Claes- de verpersoonlijking van het cultuurmarxisme. Dat is een begrip, dus moet er grammaticaal wel degelijk staan: ‘hetgeen’.

Overigens spreekt Claes over Petra De Sutter als een persoon. Een mens dus, een niet-ontmenselijkte mens waarmee hij het ideologisch fundamenteel oneens is. Maar dat mag hij niet verkondigen, omdat hij aan de foute kant van de geschiedenis staat, althans volgens diegenen die zich aan de juiste kant bevinden.

Anders moet ik het feit van een kwartier in het postkantoor te moeten wachten voor wat zegels, ook ‘ontmenselijkend’ vinden. 

Om een lang verhaal kort te maken: deze tirade van Groen is pure stemmingmakerij en zelfs een platte exploitatie van het transgender-zijn van De Sutter, die meteen een aureool van onaanraakbaarheid krijgt. Zou dat de reden zijn waarom men haar boven Calvo verkoos? Omdat deze een makkelijk doelwit ware geweest, en de heer/mevrouw De Sutter ‘iets’ is dat door zijn/haar seksuele status niet mag bekritiseerd worden? Kwatongen beweren van wel. En ik begin het warempel te geloven.

Dat heel het Vlaams Parlement applaudisseerde, vind ik dan ook ongepast, het getuigt van weinig grammaticale kennis maar evenzeer van een mankerend historisch perspectief in deze bekakte vergadering. Door het woord ‘ontmenselijking’ te banaliseren tot een zaak van één betrekkelijk voornaamwoord, vegen de groenen in hun weldenkende domheid de echte betekenis van dit begrip van tafel. Joden die naakt bijeen gedreven werden richting gaskamers, waarbij hun huid nadien werd gebruikt om er lampenkapjes van te maken, dàt is ontmenselijking. Of dichterbij: Srebrenica en Rwanda, massamoorden op weerloze burgers. Of IS die gekooide gevangenen levend verbrandde: de geschiedenis, mijnheer Rzoska, geeft best wel voorbeelden van wat echt mensonterend is, en laten we een beetje zuinig zijn met dat woord. Anders moet ik het feit van een kwartier in het postkantoor te moeten wachten voor wat zegels, ook ‘ontmenselijkend’ vinden.

Van Rudi Dutschke tot wokes

cover_afbKnullige repliek dus toch wel van VB-fractieleider Chris Janssens. Waarom was er niemand in het halfrond die opstond om te zeggen dat dit van de pot gerukt is? Overigens zijn er goede redenen om Groen met cultuurmarxisme te identificeren, een term die, zoals bekend door de filosoof en communist Antonio Gramsci (1891-1937) werd gelanceerd. Het verwijst naar een linkse strategische switch om niet zozeer de arbeidersbeweging te ondersteunen, dan wel te gaan voor het bezetten van sleutelposten in politiek, cultuur, onderwijs enz, van waaruit de ‘juiste’ leer naar beneden kan doordringen.

Na 1968 werd dit concept populair als ‘de lange mars door de instellingen’, een term die afkomstig is van Gramsci-aanhanger en notoir 68-strijder Rudi Dutschke, een der stichtende leden van de Duitse Groenen. De Nederlandse filosoof Paul Cliteur wijdde er een boek aan, en zelf zet ik dat ook allemaal uiteen in mijn publicatie ‘De Langste Mars’. De fameuze politieke correctheid en het definiëren van allerlei ‘gediscrimineerde’ slachtoffergroepen ligt in het verlengde van deze nieuw-linkse strategie. Homo’s, vrouwen, transgenders, gekleurde mensen, allemaal komen ze onder de vleugels van wereldverbeteraars die zich voor de rest zeer intolerant tegenover andersdenkenden opstellen. De wokes zijn er de meest recente uitgave van.

De groenen zijn vandaag de grootste aanhangers van het cultuurmarxisme, en dat ze daar dan ook even voor uitkomen. 

Wat ons naadloos weer bij het geval (oeps, ontmenselijking) De Sutter brengt, en haar status van niet-bekritiseerbaar minister, omwille van een geslachtsverandering. Je mag transgenders niet beledigen, er niet mee lachen, ze zelfs niet aanvallen in hun hoedanigheid van beleidvoerder, en ze ook niet linken aan cultuurmarxisme. Beschouwen de groenen dat laatste dan als een scheldwoord? Is het dat wat hen stoort, eerder dan het woordje ‘hetgeen’? De groenen zijn vandaag de grootste aanhangers van het cultuurmarxisme, en dat ze daar dan ook even voor uitkomen.

Nogmaals: pas op met dat woord ‘ontmenselijking’, en reserveer het voor wat echt extreem en pervers is. In dezelfde zin gewaagt de advocaat van de ouders van Mehdi Bouda van ontmenselijking, omdat hun 17-jarige zoon het bij een drugscontrole in Brussel op een lopen zette en stomweg onder een politiewagen terecht kwam. Dat is dramatisch, ik wens het niemand doe, maar het is niet de schuld van de politie, zo besliste ook het parket. Er is gewoon niets ontmenselijkends aan die vaststelling. Misschien moeten die ouders eens in eigen boezem kijken, en zich afvragen wat hun minderjarige zoon daar in het holst van de nacht deed en waarom hij zo nodig op de vlucht ging voor een gewone controle.

In het geval van Rzoska’s tirade gaat het over een flagrant geval van taalinflatie, een oneigenlijk en misplaatst gebruik van een woord, maar ook -veel erger- om een poging tot beknotting van de vrije meningsuiting.  In de politieke arena nog wel. Vanuit een gespeelde morele verontwaardiging iemand muilkorven: dat vind ik, euh, toch ietwat ontmenselijkend.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Geen categorie

Lieven Annemans, de ‘gevaarlijkste’ man van het land

(Voor de virologen toch)

Een paar dagen geleden ben ik nog eens met mijn moeder gaan lunchen. Ze is 88, heeft kanker die met medicatie wat onder controle wordt gehouden, en is uiteraard een makkelijk slachtoffer voor het coronavirus. In de virologische context moet ze gewoon thuis blijven. En wachten tot ze dood gaat, dan is ze volledig immuun geworden.

Het was deze sarcastische grap die ons verleidde tot het ‘verboden’ etentje, en of het gesmaakt heeft. Meteen zitten we in de discussie van medische logica versus welzijn. En de steen in de kikkerpoel die door gezondheidseconoom en geluksprofessor (zo kennen de media hem) Lieven Annemans werd gegooid. Na een open brief, eind augustus gepubliceerd, waarin letterlijk ‘de legitimiteit van de huidige experts in vraag wordt gesteld’, kreeg hij zowaar een zitje in Celeval, het ­expertencomité dat de Nationale Veiligheidsraad adviseert.

Macht, vijandbeeld, angst

mondmaskersAnnemans is sindsdien aangeschoten wild omdat hij de angstcultuur rond het virus durft te contesteren, en ook factoren als onzekerheid, eenzaamheid, depressies, leerachterstand in het onderwijs en de toenemende armoede ten berde brengt, veroorzaakt door de contactbeperking en de quarantainemaatregelen. Dat zint de virologen niet: ze willen hun autoriteit niet betwist zien door iemand die begon als vertegenwoordiger voor een farmaceutische firma, daarna een master lichamelijke opvoeding haalde, vervolgens nog bedrijfskunde en handelsingenieur studeerde, om tenslotte een doctoraat te behalen in de toegepaste economische wetenschappen.

Doordat het virus ons leven beheerst zijn we in een totaaloorlog terecht gekomen, waarin het doel alle middelen wettigt.

Een geleerd man dus, maar ook een veel beslagen generalist, van alle markten thuis, en die met twee voeten op de grond staat. Dat deze outsiderspositie met de virologen botst, heeft vooral te maken met macht. Met Wilmès hadden die virologen zowat de status van sterrenwichelaars gekregen, en die geven ze zomaar niet prijs. Aan de andere kant was corona voor de politiek een alibi om de grenzen van de rechtstaat op te zoeken.

Annemans stelt die dubbelmonarchie in vraag, maar poneert tegelijk opnieuw de autonomie van het individu: we willen geen dummies zijn in handen van een controlestaat, ook niet in tijden van pandemie. Het is dus ook een democratisch verzet dat we maar meteen ‘politiek incorrect’ zullen noemen: doordat het virus ons leven beheerst zijn we in een totaaloorlog terecht gekomen, waarin het doel alle middelen wettigt. Iemand moest die ballon eens doorprikken: neen, het doel wettigt niét alle middelen. 

De term ‘totale oorlog’ (Totale Krieg) is betrekkelijk jong: nazi-propagandaminister Joseph Goebbels lanceerde hem in 1943, toen Duitsland de oorlog al niet meer kon winnen en het Duitse volk werd uitgenodigd tot een Götterdämmerung, een collectieve zelfvernietiging. In die fase van het regime zijn mensen van geen tel meer, en vervaagt zelfs het collectieve belang tot een zaak van hysterie en massa-indoctrinatie, met een extreem vijandbeeld als wapen. Vandaag heet de vijand corona, hij loert overal, en erger: iedereen is de vijand/besmettingshaard van iedereen. In zo’n oorlogssituatie zijn vrijheid en privacy van geen tel, weg ermee. 

Garagistenvisie

1024px-Rembrandt_-_The_Anatomy_Lesson_of_Dr_Nicolaes_TulpRembrandt van Rijn: De anatomische les (1632)

Verre van Marc Van Ranst, Erika Vlieghe en C° van nazi-sympathieën te verdenken, moet men toch aandacht hebben voor het totalitaire karakter van hun denksysteem: men aanvaardt zomaar dat er één wetenschap is, één doctrine die het beleid bepaalt en ons gedrag dicteert. Hun tamelijk autistisch redeneerpatroon is bovendien een uitloper van het Cartesiaanse wereldbeeld, waaraan ook een vorm van smetvrees verbonden is: het menselijk lichaam is een machine die defect kan geraken door een externe oorzaak. Dit euvel moet gerepareerd worden door een technisch bevoegd persoon -de dokter, de chirurg- die de oorzaak van het euvel wegneemt, en maatregelen voorschrijft om het risico op ‘hervallen’ te beperken. Het gezag van de dokter is totaal, en zijn visie op de mens is die van een levend lijk. 

Deze garagistenvisie op het lichaam (de analogie met de auto gaat zeer ver) is zeer efficiënt in een maatschappij waar algemene, abstracte modellen primeren en individuen ondergeschikt zijn aan een ‘politiek correcte’ gedragscontrole. In wezen is deze verticale kijk op de patiënt al dominant in de westerse geneeskunde sinds de 13de eeuw en de oprichting van de universiteiten. Patiënten zijn leken, ze weten niets. Nog maar recent hebben ze inzage in hun eigen medisch dossier. Het leidde tot de hedendaagse architectuur van het mega-hospitaal vol specialisten die nauwelijks nog met elkaar communiceren.

Het gezag van de dokter is totaal, en zijn visie op de mens is die van een levend lijk. 

Want ook dat is een kenmerk van de moderne medische wetenschap: het vakjesdenken. Er is geen overzicht, er zijn alleen territoria van experts. Toen mijn zoon voor een infectie binnenin het been werd behandeld aan het UZ Leuven -hét topziekenhuis in België- geraakten infectiologen en orthopedisten het maar niet eens over de diagnose én de behandeling. Maanden heeft dat dispuut gewoed, boven het hoofd van de patiënt heen, die letterlijk, zoals het woord het zegt, een lijdend voorwerp is.

Natuurgeneeskunde

heksenverbrandingHeksenverbranding in Keulen, 1571

Er bestaat ook zoiets als een ‘alternatieve’ geneeskunde, die door de klassieke wordt weggelachen. Ze is geen reactie ertegen, ze is veel ouder dan de doktorengeneeskunde: ze is zo oud als de mens zelf.

Ze vertrekt van het totale levende wezen, als eenheid van lichaam en geest, de individuele existentie, de band met de natuur. Waarin dus ook allerlei bacteriën en virussen een plaats hebben. Ze aanvaardt niet de blinde onderwerping aan dokters en biedt ruimte tot zelfmedicatie. Dit gaat over het recht van het individu om over zijn eigen lichaam te mogen beschikken, als huis, als tuin, als microkosmos. Het actuele euthanasiedebat ligt in het verlengde daarvan: het komt experten niet toe om te bepalen hoe iemand dood mag/moet gaan, wie daarbij hoort te zijn en welke documenten moeten ingevuld worden. In de limiet is iedereen zijn eigen arts en is het de natuur zelf die ons met beperkingen confronteert, niet de Orde van Geneesheren of een of andere euthanasiewet.

Dit gaat over het recht van het individu om over zijn eigen lichaam te mogen beschikken, als huis, als tuin, als microkosmos.

In de middeleeuwen werd die claim op zelfbeschikking als hekserij aanzien door de Kerk én de academische wereld, met alle gevolgen van dien. Al wie met kruiden bezig was en met een overgeleverde kennis, niet gedoceerd en gecontroleerd door een beroepsklasse, was ‘gevaarlijk’ voor de samenleving. Pas in de 18de en 19de eeuw kwam er terug plaats voor de organische totaalvisie, en het inzicht dat de mens niet tegen de natuurkrachten moet werken maar er een ‘modus vivendi’ mee moet ontwikkelen. Dat is wat Lieven Annemans eigenlijk zegt: het virus is een vervelend ding en we moeten er intelligent mee omgaan, niet roekeloos maar ook niet panisch.

Het ballonnetje dat de gezondheidseconoom opliet over groepsimmuniteit (het creëren van een natuurlijke weerstand door met het virus in aanraking te komen) ligt in het verlengde van die alternatieve visie. Zijn verzet tegen de angstcultuur is een verzet tegen de virologendictatuur én de politieke implicatie van een Big Brother-maatschappij, dat wat ik in mijn recente boek ‘gezondheidsfascisme’ heb genoemd: de toenemende greep van de controlestaat met als groot alibi het algemeen belang en de volksgezondheid.

Pensée unique

Van RanstMarc Van Ranst: zwijgen, buigen en gehoorzamen

Het corporatisme van artsen, virologen, en andere specialisten, nu ook de statistici, speelt daarbij een niet te onderschatten rol: dit is hun moment de gloire, voor hen is corona een zegen en een bevestiging van hun almacht. Gewone mensen hebben niets te vertellen, ze moeten zwijgen en gehoorzamen, buigen voor de wetenschap: het was en is de natte droom van Marc Van Ranst. Een Pekingmodel waarin contactverbod, mondmaskers, afzondering, quarantaine, bubbels en essentiële verplaatsingen het discours zijn gaan beheersen. En waarin autonomie, eigen verantwoordelijkheid, (jawel) burgerzin, maar ook algemeen psychisch en sociaal welbevinden geen enkele rol spelen.

Dit is hun moment de gloire, voor hen is corona een zegen en een bevestiging van hun almacht.

‘Deze man is gevaarlijk’, was dus het quasi-unanieme oordeel van de andere experten (die zich de ‘echte experten’ noemen) over Lieven Annemans  Ooit hadden we Dutroux, nu hebben we Annemans als publieke vijand nummer één. Men kan dit oordeel zelf ook gevaarlijk noemen, misschien nog veel gevaarlijker: het is het verdict van de pensée unique, en ergens doet het denken aan de middeleeuwse verbrandingen van heksen en ketters. Om maar te zeggen: van zodra de kans zich voordoet blijken bepaalde wetenschappers wolven in schaapsvacht, en wordt iemand die gewoon bezorgd is om psycho-sociaal welbevinden verketterd tot charlatan. Zo’n fenomeen moet alarmbellen doen afgaan.

Ondertussen blijft het een vraagteken of een vaccin wel de mirakeloplossing is. Misschien wordt het maar een deel van de oplossing, weliswaar een goudmijn voor de farma-industrie, en zal de mens zich toch moeten aanpassen zoals elk organisme.

En ook al zijn we van het virus nog niet af en moeten we het zeker niet minimaliseren, het totalitaire, door smetvrees geobsedeerde discours van de virologen is niet alleenzaligmakend. Van Ranst en Annemans zijn elkaars tegenpolen in een zinnig debat, maar de manier hoe de gezondheidseconoom wordt aangepakt is alles behalve proper. Ik hoop dat hij voldoende steun vindt in zijn dissident optreden en de pogingen tot beschadiging met de hem kenmerkende glimlach weerstaat. Tip voor de uitreikers van prijzen voor het vrije woord allerhande: zet deze man bovenaan op de shortlist.

Meer over corona, de expertencultuur en de controlestaat in mijn nieuwe boek ‘Politiek incorrect’.

Nu bestellen, morgen gesigneerd bij u thuis bezorgd!

 

Geplaatst in Vrolijke wetenschap

Calvo onverdoofd geslacht

cover_CalvoDe echte machtsstrijd binnen Groen draait om de positie tegenover de islam

‘Als het aankomt op macht is Groen een partij als een ander’ twitterde Rik Van Cauwelaert, doelend op de manier hoe Kristof Calvo bij de Vlaamse Groenen de ministerpost aan zich zag voorbijgaan. Eigenhandig kaltgestellt door voorzitster Meyrem Almaci die hem al jaren haatte en vanuit haar Turkse achtergrond de complete partijdemocratie chanteerde (‘Als hij minister wordt, vertrek ik!’). Dat het een blanke, mannelijke hetero betrof, met een -godbetert- Catalaanse vader, maakte het nog iets gemakkelijker.

De beeldspraak liegt er verder niet om en, straffer nog, ze komt uit bronnen binnen de partij zelf: Calvo werd ‘een mes in de rug gestoken’, ‘naar de slachtbank geleid’… we vullen aan: hij werd onverdoofd geslacht, met het slachtritueel en de onderliggende ideologie zelf als inzet.

Het leverde zelfs een eerbetoon van Theo Francken op (‘U bent een groot politicus’) aan de gezworen vijand van het Vlaams nationalisme: de beste groene is een dode groene, moet Theo gedacht hebben. Verder neuzend in het slachtafval ontdekken we flarden van strategisch denken en electoraal opportunisme waarover binnen Groen zeker géén eenstemmigheid bestond. Nog altijd niet.  Fasten seatbelts, want dit gaat weer over religie. En waarom het ‘offer’ van zondebok Kristof Calvo méér is dan beeldspraak.

Van geitenwollen sokken naar moslimpartij

LuckasLuckas Vander Taelen: islamkritiek bij de groenen onmogelijk

Eerst even het geheugen opfrissen. Na de desastreuze verkiezingsnederlaag van 2003 vroeg het toenmalige Agalev zich vertwijfeld af welk electoraat ze eigenlijk nog konden aanboren. Het segment van groenlinkse bobo’s bleek te dun om een politieke machtsbasis in Vlaanderen uit te bouwen.  En voor klassiek-links was de markt sowieso tamelijk beperkt. De naam werd veranderd in Groen!, en men zocht toenadering tot de Franstalige Ecolo-partij, met Brussel als epicentrum.  Dat had ook ideologische gevolgen: Ecolo was toen al in een hevige concurrentiestrijd met de PS gewikkeld om de allochtone stem.

Door zich als antipode van extreemrechts (en het bijbehorend Vlaams-nationalisme) op te stellen, kregen de Vlaamse groenen de moslimpopulatie, vooral op de as Antwerpen-Mechelen-Vilvoorde, verder in het vizier: een groep die er demografisch veelbelovend uitzag, en via migratie nog enorm kon toenemen. Het multiculturele narratief kon meteen vertaald worden in een ronduit islamofiel discours.

Het progressieve verhaal rond een seculiere samenleving, gebaseerd op de verlichtingswaarden, de gelijkheid van man en vrouw, enz. mocht meteen in de vuilbak, en werd vervangen door de waarden van een vroegmiddeleeuwse theocratie. Boerka en hoofddoek, gescheiden zwemmen, alcoholverbod in de cafés, tot en met oprispingen van homofobie, het moest voor de groenen allemaal kunnen in naam van de godsdienstvrijheid. Met als kers op de taart: de slachtrituelen tijdens het Offerfeest, die met geen enkele norm van dierenwelzijn strookten, ooit een van dé dada’s van de groene beweging.

Door het recht op onverdoofd slachten te blijven verdedigen, hoopt Ecolo/Groen dé partij van de Belgische allochtonen te worden.  

Dé dwarsligger in dit verhaal was Luckas Vander Taelen, die het als groene Brusselaar aandurfde de samenlevingsproblemen met moslim-allochtonen te benoemen. Dat doet hij tot op vandaag, weliswaar zonder partijlidkaart. Meteen was hij voor Ecolo een schietschijf. Na een berucht opiniestuk in 2009 in De Standaard kwam Vander Taelen op ramkoers met het toenmalig bestuur onder Wouter Van Besien. Meyrem Almaci werd korte tijd nadien mede-voorzitster, die strikt de orders van Ecolo opvolgde. Tot op vandaag: de magere oogst bij de regeringsonderhandelingen, vergeleken met de Franstalige zusterpartij, is daar een teken van.

Ecolo net niet de grootste | BRUZZHet traject van ex-Groen politicus Hermes Sanctorum is ook bekend: in 2016 verliet hij de partij omdat die geen duidelijk standpunt kon/wilde innemen inzake het onverdoofd slachten. Sanctorum is een fervent pleitbezorger van dierenwelzijn maar daar ligt geen enkele moslim van wakker. Integendeel, het schaap moet bloeden en stuiptrekken, het afzien hoort bij het ritueel, iets wat Hermes Sanctorum als onverenigbaar zag met zijn ecologisch engagement. Ook zijn vertrek was voor Almaci een zorg minder.

Na de zeer matige uitslag van de federale verkiezingen in 2019 – en dat brengt ons bij de recente regeringsonderhandelingen- werd de discussie heropend tussen de ecologisten en de islamofiele pro-migratielijn. Almaci ging met heel haar gewicht op laatst genoemde optie zitten. Dat doet ze tot op vandaag. Door het recht op onverdoofd slachten te blijven verdedigen, hoopt Ecolo/Groen dé partij van de Belgische allochtonen te worden, aangevuld met wat nuttige idioten uit het linkse kamp. Niet voor niets promoot het Vilvoordse Groen-kamerlid Jessika Soors vandaag het Arabisch als derde landstaal.

Ecolo leidt de dans

meyrem_almaci_221018_aMeyrem Almaci: twee vliegen in één slag (Radio 1)

De machtsstrijd tussen Meyrem Almaci en Kristof Calvo kan niet los gezien worden van deze shift. Calvo is niet van het allure van Luckas vander Taelen of Hermes Sanctorum, maar gaat ook niet bepaald voluit voor de islamiseringspiste. Ooit liet liet hij zich in een interview met De Zondag ontvallen dat het misschien niet aangewezen is om de islam zomaar achterna te lopen (‘Ik erken die angst voor de islam ook. Wij mogen daar niet nonchalant mee omspringen. Ik pieker ook’). Voor echte islamcritici is dat een softe uitspraak, maar voor een groene politicus is het straffe taal.

De Brusselse Ecolo’s blijven ondertussen de dans leiden, opgejaagd in de strijd met de PS om de moslimstem. Noteer dat Tinne Van der Straeten, kersvers minister van energie, bij de jongste federale verkiezingen voor de Ecolo-lijst opkwam. Ze is in feite een satelliet van de Franstalige groenen. In die Ecolo/Groen-combine is geen plaats voor enige dissidentie aangaande toenadering tot de islam. Annemie Maes, Brussels parlementslid voor Groen, kreeg vorig jaar geen verkiesbare plaats meer omwille van haar ondubbelzinnige eis tot verbod op het onverdoofd slachten. Er zijn nog wel wat groene politici die off the record hun bedenkingen hebben bij deze ontwikkeling, maar ze willen hier liever niet genoemd worden. Het geeft een idee van de sfeer.

Met de uitdrijving van Calvo slaat de huidige Groen-voorzitster een dubbelslag

Geen verbod op onverdoofd slachten in Nederland | Buitenland | Nieuws | HLNIn Vlaanderen is het onverdoofd slachten verboden sinds 2019, maar de moslims wijken massaal uit naar Brussel om hun ding te doen tijdens het Offerfeest. Anderzijds gaf het openbaar ministerie van het Europees Hof van Justitie het advies dat het Vlaamse decreet indruist tegen de EU-regel rond godsdienstvrijheid. In de regel wordt dat advies opgevolgd. Veel kans dus dat moslims gaan procederen tegen de Vlaamse deelstaat en hun gelijk halen. Met volle steun uiteraard van Groen. Dat de hippe SP.a-voorzitter Conner Rousseau wat naar rechts opschuift en al eens een kritisch geluid rond migratie laat horen, in de hoop om een deel van de arbeidersklasse terug te winnen, is voor Almaci mooi meegenomen. En nog meer reden om voluit de kaart van de moslimallochtonen te trekken.

Met de uitdrijving van Calvo slaat de huidige Groen-voorzitster een dubbelslag: ze elimineert een politieke concurrent én ze gaat verder in haar reorganisatie van Groen tot migrantenpartij, met de Brusselse Ecolo’s als hefboom. Het eigenlijke milieuverhaal wordt dan meer een alibi, een mistgordijn. Fietspaden en propere auto’s, de zogenaamde ecologische transitie, het blijkt de façade voor een cultuuromslag waarin de sharia-samenleving weer wat dichterbij komt. Nogmaals: dat allochtone gezinnen zo kroostrijk zijn, maakt dit vooruitzicht nog realistischer.

Amusant is, dat twee vrouwen en een omgebouwde man in deze saga de hoofdrol vertolken. De moslims denken er het hunne van: in hun universum is dat allemaal ondenkbaar, het hoort bij de farcen van het democratisch bestel. Vlaanderen is ondertussen een pispaal armer. Het ware mooi geweest, zo’n minister, elke dag de volle laag, helaas. Wat gaat Calvo nu doen? Eens diep nadenken, zegt hij zelf. Dat is zonder meer goed nieuws. Een groene die echt nadenkt, dat kan ik als vrijdenker alleen maar toejuichen. Nog eentje op weg naar de uitgang?

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

Geplaatst in Anders groen, Multicul

Het leven op een wachtlijst

Randbemerkingen bij de septemberverklaring van de Minister-President

Na een kleurloos eerste regeringsjaar, twee uit het raam gevluchte ministers en een Slovaaks lijk dat uit de kast viel, mocht een gebruinde minister-president Jan Jambon het Vlaams parlement toespreken. Stoere taal over ‘Vlaamse veerkracht’, ‘uitdagingen’ en ‘stenen tafelen’, naast een hulde aan ‘het innovatieve genie van Jan Van Eyck’ (dat klopt niet, de innovatieve techniek van het perspectief was aan de Vlaamse Primitieven niet besteed), doorspekte zijn septemberverklaring.

Alle aspecten van een sterk beleid kwamen aan bod: beter betaald rusthuispersoneel en het wegwerken van de wachtlijsten voor zorgbehoevenden (velen behoeven ondertussen al geen zorg meer), een efficiëntere overheid (waar wacht men op), innovatie en digitale revolutie (we zijn al 2020), duurzaamheid en betere fietspaden (slechter kan niet), de eerste spade in de grond voor Oosterweel na twintig jaar bakkeleien, het onderwijsniveau opkrikken (gezien de alarmerende curve geen slecht idee), en uiteraard de coronacrisis beter beheren na het rusthuisfiasco. Samen goed voor 4,3 miljard, waarvan 3 miljard Europees geld.

Terug naar af

Pieter Brueghel de Oude: ‘De kreupelen’ (1568)

Over die wachtlijsten wil ik het nog even hebben, en over de jaarlijkse voornemens om ze weg te werken. Concreet gaat het vooral over het zgn. persoonlijke assistentiebudget (PAB), een door de Vlaamse overheid toegekende som waarmee personen met een handicap zelf hun ondersteuning kunnen beheren, van huishoudhulp tot de opname in een instelling. Dat idee is goed, het geeft mensen meer keuzevrijheid en autonomie, en het zet aan tot zuinigheid.

De adder onder het gras is dat de daartoe voorziene pot vast ligt en dat die middelen veel te krap berekend blijken. Men kan dan in principe wel een goedkeuring krijgen voor zo’n assistentiebudget, men komt gewoon op een lijst terecht en ondertussen draait de zorgbehoevende zelf op voor alle kosten. Het gaat in totaal om zo’n 20.000 personen. Wachttijden lopen op tot dertig (!) jaar. Ouders die voor hun gehandicapt kind van drie een aanvraag doen, hebben op zijn achttiende nog geen cent gezien en mogen herbeginnen want dan valt hun zoon/dochter in een andere categorie, terug naar af.

Op de duur kan je niet anders dan berusten en de tering naar de nering zetten. Mijn schoonzus met een ongeneeslijke spierziekte heeft een levensverwachting van nog zo’n zes jaar, en staat op de wachtlijst om binnen twaalf jaar geholpen te worden. Ze heeft het geluk dat de familie zich wat over haar ontfermt, praktisch en financieel.

Op de duur kan je niet anders dan berusten en de tering naar de nering zetten.

Wanhopige mensen worden al eens nerveus en contacteren dan een journalist, altijd goed voor een ocharme-verhaal. Gehandicapten verdienen ons medelijden maar ze moeten content zijn met wat ze krijgen. We danken er ook een topwerk van een topmeester aan: De Kreupelen van Pieter Brueghel de Oude. Kunsthistorici hebben zich lang het hoofd gebroken over de vraag wat die mismaakte personages nu eigenlijk staan te doen. Mijn hypothese is simpel en onweerlegbaar: niets, ze staan op een Vlaamse wachtlijst. Meteen een veel adequatere kunsthistorische referentie dan het Lam Gods.

Trukken van de foor

Janosch Dupont (nu 14) staat al tien jaar op de lijst voor een bijstandsbudget (foto Het Nieuwsblad/Wim Kempenaers)

Zorgminister Wouter Beke (van oudsher is dit een CD&V-bevoegdheid) erft dus ook dit verrot dossier. Weinig waarschijnlijk dat dit politiek lichtgewicht bakens verzet. We zijn 2020, en om de wachtrij wat structuur te geven werden er dan maar categorieën van urgentie bepaald, 1, 2 en 3.

Vooral wie in 3 terecht komt mag in decennia gaan tellen: de perverse situatie ontstaat dat een gehandicapte, die door een familielid wordt verzorgd (mantelzorg heet dat tegenwoordig), onderaan de wachtlijst terecht komt en die goedmenende broer of zus voor de rest van zijn/haar leven verpleger mag spelen. Gratis uiteraard. Een andere truc van de foor is, het begrip ‘hulpbehoevend’ te herdefiniëren, zodat mensen die al tien jaar wachten een bericht krijgen dat het maar om te lachen was en ze niet meer in aanmerking komen.

Stel u maar eens voor dat men 65-plussers voor een jaar of tien op een wachtlijst voor hun pensioen zou plaatsen

Zo’n Kafkaiaanse situatie is mensonwaardig en druist fundamenteel in tegen de filosofie van het contract tussen overheid en burger. Wie recht heeft op een pensioen ontvangt het ook, hetzelfde geldt voor de werkloosheidsuitkering of een leefloon. Of bijvoorbeeld het groene stroomcertificaat voor bezitters van zonnepanelen: zij moeten zich over budgetten of wachtlijsten geen zorgen maken, na elke 1000 geproduceerde Kwh krijgen ze dat bedrag binnen de week op hun rekening. Dat is ook maar normaal: er zijn objectieve criteria, en de overheid moet zijn engagementen nakomen. Stel u maar eens voor dat men 65-plussers voor een jaar of tien op een wachtlijst voor hun pensioen zou plaatsen.

‘Een euro kan men maar één keer uitgeven’, het is een gezegde dat vandaag veelvuldig opduikt. Men kan inderdaad de vraag stellen of asielzoekers en vluchtelingen zo nodig snel een leefloon én een sociale woning (waarvoor de wachtlijsten ook oplopen) moeten krijgen. België geldt wereldwijd als het land van melk en honing op dat vlak. Het is aan de politiek om die vraag rond asielbeleid te beantwoorden, en aan de burger om voor de partij te kiezen die volgens hem het juiste antwoord geeft.

Res publica?

Het Vlaams nationalisme moeten ook op sociaal vlak een punt maken

Het succes van de Vlaams Belang-betoging afgelopen zondag geeft een indicatie over de Vlaamse grondstroom in deze. Idem dito over het identitaire verhaal en het verzet tegen de oprukkende islamisering. Otham El Hammouchi mag dan wel zijn gal uitspuwen over deze betoging en de organisatoren, en Vlaanderen tot ‘de geestelijk meest achtergestelde regio van Europa’ uitroepen omdat nogal wat Vlamingen zijn sharia-narratief niet lusten, de democratie zal de volkswil toch het laatste woord geven.

Deze wachtlijsten zijn niet gevuld met asielklanten of gelukszoekers, maar voor het overgrote deel met ‘doodgewone’ Vlamingen.

Maar terug naar de wachtlijsten voor gehandicaptenzorg. Ze drukken een minachting uit voor mensen die onze solidariteit nodig hebben. Deze wachtlijsten zijn niet gevuld met asielklanten of gelukszoekers, maar voor het overgrote deel met ‘doodgewone’ Vlamingen. Laten we hen aan hun lot over of niet? Misschien huldigt de Vlaamse overheid wel het devies van de verzekeringsmaatschappijen tegenover de slachtoffers van de terreuraanslagen in Brussel en Zaventem in 2016: als we lang genoeg wachten met uitkeren gaan ze dood en lost het probleem zich vanzelf op. Dat klopt: gehandicapten in leven houden brengt een maatschappij economisch niets op.

Ik hoop dat het rechtsliberaal cynisme niet zover reikt, want dan mogen we over de Vlaamse Res Publica wel een kruis maken. Een Vlaamse ‘topnatie’ zonder degelijk zorgnet is een dode mus. Zeg dat Brueghel het gezegd heeft.

 

Geplaatst in Res publica