Lezing 2019 over de Vlaamse media

‘Na het journaal volgt het nieuws’

banner

In deze nieuwe lezing voor 2019 fileert Johan Sanctorum het Vlaamse medialandschap: wat loopt er goed, wat gaat er fout?

Hoe verzamelen of ‘maken’ kranten het nieuws? Hoe gaat de openbare omroep, die van ons allemaal is, om met objectiviteit? Hoe hebben de commercialisering en de marketinglogica, na de ontzuiling, tot vervlakking geleid?

Is er nog een verschil tussen De Standaard en De Morgen of wordt het steeds meer eenheidsworst? Wat met de satirische pers, de betekenis van humor in de samenleving na 9/11? Op welke manier sluipt de politiek-correcte zelfcensuur in de redacties van kranten, weekbladen,  TV-zenders? Bestaat er nog echt zoiets als vrijemeningsuiting, of is die alleen voorbehouden aan het kransje van zogenaamde ‘opiniemakers’?

“Mediakritiek zou an sich eigenlijk overbodig moeten zijn, want de media zijn de zelfverklaarde waakhonden van de democratie. In werkelijkheid moeten we ze zelf heel de tijd in ‘t oog houden, die journalisten, en hebben wij er een volle dagtaak aan. De waarheid is wat de lichtgelovige lezer/luisteraar/kijker voor waarheid wil kopen, zo lijkt het devies wel.”

Bilzen_combi_Gudrun_JSDoor de komst van het internet wordt de klassieke pers alleszins geconfronteerd met een lezer die zelf zijn/haar informatie sprokkelt via verschillende bronnen. We proberen onze eigen weg uit te stippelen in de doolhof van websites, nieuwssites, blogs. Anderzijds wordt met de burgerjournalistiek de alleenheerschappij van de zgn. ‘mainstream-media’ verder uitgehold. Is er nog een toekomst voor kranten en tijdschriften? En hoe komt het dat de jeugd sowieso nauwelijks nog naar het TV-journaal kijkt?

‘Na het journaal volgt het nieuws’ is geen klaagzang, maar een uitnodiging tot kritisch lezen en kijken. Bij een goede dosis mediakritiek is iedereen gebaat, ook de pers zelf. In deze lezing, waar ook plaats moet zijn voor humor en relativering, worden we allemaal een beetje journalist, en daar kan de democratie alleen maar bij winnen…

De lezing spreekt een breed, geïnteresseerd maar niet gespecialiseerd publiek aan, vanaf 16 j.   Duurtijd: ca. 90 minuten (pauze mogelijk), of in kortere versie 60 min.

Technische vereisten: aanwezigheid van projector/scherm/pc voor begeleidende beeldpresentatie.

Meer info en boeking: johan.sanctorum@pandora.be

Advertenties
Geplaatst in Geen categorie

Is politiek een wedstrijd onder strategen, of waarover gaat dit eigenlijk?

tenoorlog

‘Briljante zet’, zo beoordelen de media en de politieke koffiedikkijkers unaniem het besluit van N-VA-voorzitter Bart De Wever om te gaan voor het Vlaamse minister-presidentschap, en onder luid getoeter weerom de oorlog te verklaren aan de oervijand, de PS van Elio Di Rupo. Kiezersbedrog in Antwerpen? Ja maar, stelde de verkozen burgemeester met trillende stem, ‘het gaat nu om een hoger doel, we trekken naar de loopgraven, elke soldaat is gemobiliseerd: wie voor ons stemt, stemt tegen de PS !’.

A la guerre comme à la guerre. Daarmee is het marsorder voor elke militant duidelijk, en gelieve niet te pruttelen over leugens en bochten. Het was overigens Elio Di Rupo zelf die regel nr. 1 van het politiek handboek nog eens had bestudeerd: creëer een sterk vijandbeeld. Dat was uiteraard de staatsgevaarlijke N-VA… die de bal dankbaar in ontvangst nam en terug trapte. De rest van politiek België stond er naar te gapen: de twee  antipoden hadden elkaar weer gevonden en zogen elk aan hun kant van de taalgrens alle media-aandacht op.

Regel nummer twee volgt daaruit: gooi als eerste de bom. Die eer komt Di Rupo toe, maar De Wever heeft in Vlaanderen de agenda gezet. Daarbij werd een zekere Erik Saelens van stal gehaald, de blitse marketeer, bedenker van de kaboutercampagne, eigenaar van het reclamebureau Brandhome en liefhebber van exclusieve autorally’s zoals Gumball 3000. Dat is een internationale wedstrijd voor Ferrari’s en Lamborghini’s, op de openbare weg gereden onder het motto ‘alles toegelaten’. Verkeersboetes worden gewoon geïncasseerd, champagne zuipen en sigaren aansteken met briefjes van 500 euro hoort er ook bij. Het verkeersreglement, dat is iets voor sukkels.

De partij als marketingmachine

Erik Saelens

Het motto om als eerste de bom te gooien is Saelens dan ook op het lijf geschreven, en gezien de tot aan het deksel gevulde oorlogskas van de N-VA (met dank aan de partijdotaties) mag daar een stevige factuur tegenover staan. Maar ondertussen is deze verkiezingsstrijd nu al een onderonsje geworden van strategen, communicatiespecialisten en reclamelui. En dat stoort me eigenlijk wel, zoals ook de felicitaties van de mainstreammedia over ‘slimme trucs’ en ‘briljante zetten’ misplaatst zijn. Want het versterkt alleen maar de Machiavellifactor in de politiek (ook voor deze Florentijnse strateeg gold het devies ‘alles is toegelaten’), het belang van sluwheid, niet in zijn kaarten laten kijken, A zeggen en B doen, enzovoort. In de reclame zijn dat gangbare praktijken, de figuur van Noël Slangen heeft bij ons grenzen verlegd. Maar als deze logica in de politiek domineert, zitten we met een probleem, en blijkt macht inderdaad samen te vallen met leugen.

Is het dat wat we willen als burger? Kan de doorsnee militant daarmee leven? De partij als marketingmachine? Ik vraag het me af. Eerlijkheid schijnt zo langzamerhand een belachelijke eigenschap te zijn geworden, iets voor idioten. Van de weeromstuit geeft dit ook aan de ‘gewone’ man en vrouw, aan jongeren, de boodschap dat het er toch op aan komt om de medemens een stap voor te blijven door als een sluwe haai door het leven te gaan, eerder dan als een empathische dolfijn. Anders gezegd: deze politique politicienne bederft niet alleen de Wetstraat en het Martelarenplein, maar tast ook de mentale integriteit aan van de kiezer die steeds maar weer de kaarten mag leggen. Vreselijk overigens, dit cliché-metafoor: wij schudden/verdelen de kaarten, zij zullen ermee spelen. Niemand staat er nog bij stil, maar dat op zich is al een belediging voor de burger als vierde macht waarvoor de drie andere machten überhaupt een dienende reden van bestaan hebben. Men kan dat inzicht ‘populistisch’ noemen, maar men moet vooral de thermometer niet met de ziekte verwarren.

Terug dikke vrienden

Zo blijken particratie, strategisch vernuft en ordinaire trukken-van-de-foor tot één universum te behoren, en worden wij als kiezer verzocht te applaudisseren telkens een politicus of een partij een bocht maakt. Dedecker zal scheep gaan met de partij die hem ooit aan de deur zette en waartegen hij jaren fulmineerde, omdat het hem een kamerzetel en wie weet een ministerpost oplevert. Goed gespeeld.

Bart De Wever en Tom Meeuws zijn terug dikke vrienden, onder de vlag van de verzoening, maar spoel de film even terug naar de voorbije zomer, de tranen van de Antwerpse burgemeester (‘Dat men mijn integriteit door het slijk haalt, maakt me bijzonder verdrietig’), en vraag u af: wat was er nu echt en wat niet? En staat het dan ook niet in de sterren geschreven dat Di Rupo en De Wever elkaar zullen vinden na mei 2019, onder het motto ‘het was maar om te lachen’?

Men kan het allemaal wel amusant en spannend vinden, en de media smullen ervan, maar dit theater speelt zich af met ons geld en gaat over ons (samen)leven, wat voor een soort maatschappij wij willen, en wie we daarvoor mandateren als bewindvoerder. In heel de tactisch-strategische speeltuin is vermoedelijk geen tiende van de acteurs nog begaan met waarvoor ze uiteindelijk door ons betaald worden. Daarom zal ik stemmen voor een politicus/a waarvan ik vermoed dat hij/zij niet aangetast is door de logica van ‘het doel heiligt de middelen’. Want dat is een dodelijke logica. De N-VA kan met Erik Saelens wel de verkiezingen winnen, maar op het einde van het verhaal zal de burger zich ontgoocheld verder van de politiek afkeren. En wat er dan in de plaats kan komen, daar durf ik zelfs niet aan denken.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Thomas speelt, Hanne danst: hoe nieuwsankers zelf nieuws worden

hanne

Het is een nieuwe trend: journalisten die zelf de actualiteit bevolken, en niet zomaar toevallig doch volgens een uitgekiend scenario, breed uitgesmeerd in allerlei reportages, bij wijze van promotiestunt voor het medium in kwestie. In die personencultus doen vooral de TV-zenders aan opbod. VTM pakte groots uit met een tot vrouw verbouwde man (Bo Van Spilbeeck), de VRT opwaardeert reporters tot de status van orakel-vedette (Rudi Vranckx) en ensceneert complete artistieke tweedekans-trajecten voor presentatoren allerhande.

Zere tenen

Zo werd Thomas Vanderveken (foto) in ‘Thomas speelt het hard’ een jaar lang gevolgd bij het moeizaam doorhaspelen van een Grieg-pianoconcerto. Hij heeft namelijk ooit op een blauwe maandag wat muziek gestudeerd maar niet volhard, en dan kan je beter bij de VRT aan de slag gaan. Op een abominabel niveau speelde hij dat concerto, ik schat dat er zo’n duizend pianisten in Vlaanderen zijn die het beter kunnen en nooit die kans zullen krijgen. Niettemin, gecoacht door een toppedagoge (Eliane Rodrigues) en begeleid door de Brussels Philarmonic, struinde Thomas doorheen Grieg, staande ovatie. Heel deze heisa, waarbij we werkelijk op de hoogte werden gehouden van elke wind die de VRT-presentator liet, ook en vooral in zijn privéleven, had een dusdanig Dag Allemaal-gehalte dat alle kranten, ook de zogenaamde kwaliteitsmedia als De Standaard, meegingen in de hype. Verwacht het onverwachte.

Wegens groot succes is daar nu een vervolg aan gebreid met ‘Hanne danst’: nieuwslezeres pardon journaalanker Hanne Decoutere is ook ooit ballet begonnen tot ze afhaakte, maar mag nu alsnog haar droom verwezenlijken door een solo te dansen in Romeo en Julia met het Ballet van Vlaanderen. En weer krijgen we pathetische verhalen over afzien en doorzettingsvermogen, wat ze moet doorstaan, hoe zeer die tenen doen, dat ze haar man en kinderen nauwelijks nog ziet, etc. Waarbij men zich uiteindelijk de bedenking maakt: neen, effectief, mevrouw Decoutere is goed genoeg om het nieuws te lezen maar deugt niet als ballerina. En dat ze misschien wat meer tijd met haar kinderen doorbrengt. De rest is promoshow en narcistische pronkzucht. Ooit lieten ze triatleet Luc Van Lierde bij wijze van stunt na een snelcursus een orkest dirigeren. Tenenkrullende televisie, ik zweer het u.

Niettemin een belangrijk rolmodel, vinden de programmamakers, een voorbeeld voor wie het artistiek wil maken. En het brengt Grote Kunst op een ‘toegankelijke’ en ‘laagdrempelige manier’. Ach, is dat zo? Dat idee leeft vooral in de bubbel van de Reyerstoren, waar het missionarissencomplex snel uitglijdt in verkleutering. Want dit is niét de realiteit, dit is pure fictie. Mevrouw Decoutere geeft naar mijn gevoel helemaal geen duwtje in de rug van jonge aspirant-dansers, maar toont daarentegen dat alle deuren open gaan als je al bekend bent, want normaal is het een lange weg naar een solorol in het Ballet van Vlaanderen.

Wat bewonder ik dan de ‘gewone’ kinderen die, al dan niet met volle instemming van thuis, in alle stilte na schooltijd muziekles of ballet volgen, wat voor de youtube-generatie alles behalve evident is. Niet gesteund door promotiecampagnes van een zender, zonder camera’s erop, zonder straffe krantenartikels. Wijd dààr eens wat aandacht aan.

Soap en simulacres

Jean Baudrillard: profetische geest…

Die fijngevoeligheid hebben nieuwsankers –of de bedenkers van dit soort BV-soap- duidelijk niet, in hun tomeloos egocentrisme. Wel onthouden we de boodschap dat de publieke omroep een vangnet is voor mensen die net niet goed genoeg zijn en doorzettingsvermogen missen, en dat ze alsnog kunnen gloriëren in een tweedekanstraject, opgefokt als BV-verhaal met alle mogelijke emo-toeters en bellen.

Och, zult u zeggen, waarom zich druk maken over dit non-nieuws? Wel, de exploten van Vanderveken en Decoutere zijn symptomatisch voor de manier waarop ook ‘serieuze’ media steeds meer verslaggeving inruilen voor eigen fabricage in Hollywoodstijl. Framing en inkleuring is niet genoeg: het liefst creëert zo’n nieuwszender zelf de feiten (faction), over eigen personeel, in eigen verhalen waarvan men de regie helemaal in handen heeft. In haar eindejaarsoverzicht vermeldde de VRT doodserieus het overlijden van Thuis-personage Luc Bomans.

Dat is een tendens die door de Franse filosoof Jean Baudrillard (1929-2007) al werd gesignaleerd, waarvoor hij het woord simulacre bedacht: we denken dat we via de televisie een venster op de wereld hebben, terwijl we eigenlijk naar een geconstrueerde sur-realiteit zitten te kijken, bedacht in strategische vergaderingen, redactielokalen en montagekamers. Of waarom er wel degelijk een relatie is tussen de ‘constructieve’ Pano-journalistiek en de exploten van Thomas en Hanne.

De manier waarop non-nieuws nieuws wordt en via alle papieren media wordt geëchood, toont hoe zo’n simulacre een eigen leven gaat leiden en zich voortplant, omdat journalisten werkelijk het instinct missen om door de illusie heen te kijken. Of erger: zijn ze er zich van bewust? Finaal is het de bedoeling dat wij, lezers en kijkers, afgesneden geraken van de realiteit, de echte dan, en het universum van de soap omarmen. Waarmee dit thema ook politiek wordt, anders had ik er helemaal geen column aan besteed, ziet u.

Dit jaar fileert Johan Sanctorum kritisch de Vlaamse media in een nieuwe lezingtournee. Daarbij wordt ook zijn boek hierover gepresenteerd. Meer info: klik hier.

 

Geplaatst in Geen categorie | 12 reacties

Neen Knack, ik moet uw promopakket niet

Talrijk zijn de aanvallen op de zogenaamde mainstreammedia (MSM), brutaler ook wel leugenpers genoemd, de gesettelde pers die verzwijgt, omzwachtelt, nooit de volle waarheid vertelt, maar vanuit een obscure agenda schijnt te werken, gericht op desinformatie en manipulatie. We hebben het niet voor de MSM, maar we lezen ze wel, als gold het een verplicht ritueel. Waar staat het begrip mainstreammedia eigenlijk voor? In mijn nieuw Doorbraak-boek met lezingtoernee Na het journaal volgt het nieuws fileer ik het fenomeen. Alvast een voorsmaakje, eens kijken wat de brievenbus vandaag in petto heeft.

Nieuws aan halve prijs

Voor mij ligt een reclamepakket van het weekblad Knack dat in de bus viel. Het oogt een beetje zielig, die pseudo-persoonlijke boodschap in steeds groter wordende kapitalen: ‘Geachte heer Sanctorum, Beste Johan, – U KUNT NU 100% VAN UW NIEUWSHONGER STILLEN VOOR 50% VAN DE PRIJS  – KIJK SNEL BINNENIN!

Daaronder worden de drie-in-één magazines afgebeeld die in het abonnement zijn begrepen: Knack Magazine zelf, het lifestyleblad Knack Weekend, en het televisiemagazine Knack Focus. Veel papier. De twee laatsten zijn voornamelijk full-color-reclamebladen waar werkelijk niks van enige betekenis in staat.

Het woord nieuwshonger wekt de aandacht: hebben wij honger naar nieuws? Is het nieuws iets dat wij dagelijks tot ons moeten nemen, zoals voedsel, eiwitten, koolhydraten? Of is het veeleer verslavende junkfood waar niks voedzaams inzit maar dat door zijn samenstelling dwingt tot consumptie in een vast herhalingspatroon?

Het antwoord wordt gegeven door de dominerende passage binnen de koeien-van-letters-boodschap: ‘voor 50% van de prijs’. Daar verspreekt Knack zich toch wel: het nieuws is geen informatie maar koopwaar met een Colruytlabel. Het afgeprijsde magazine moet namelijk vooral lezers aantrekken, bij voorkeur geen kritische lezers maar de middelmaat die de ‘content’ als vulsel tussen twee reclameblokken moeiteloos absorbeert. En dat is de essentie. Reclametarieven worden namelijk aan de hand van de CIM-cijfers vastgelegd, en dus is de commerciële leefbaarheid van zo’n blad puur afhankelijk van het lezersbereik. Of tenminste de oplage, want of u die artikels ook leest doet er niet toe.

Versoaping

De VRT, bewaker van de politiek-correcte lijn in de Vlaamse media

In dat perspectief mag het ‘content’-glijmiddel niet teveel schuren of in onze darmen blijven hangen, en excuus voor de skatologische beeldspraak: het moet er ook snel weer uit, zodat uw nieuwshonger zich herstelt. ‘Kijk snel binnenin’ wordt gevolgd door ‘neem de hapbare brokken en slik ze door’, want elke week is er weer een nieuwe Knack,- een duizelingwekkende papierproductie die ik verpulping heb genoemd. De analogie met junkfood is compleet, er mag niets blijven hangen, de reclameboodschappen vereisen herhaling en continuïteit.

En van daaruit komt de politiek-correcte redactionele richtlijn als vanzelf weer te voorschijn: aan de commerciële verpulping beantwoordt ook een streven naar consensus en een manipulatie van het lezerspubliek in de richting van een algemeen aanvaarde, in wezen systeemvriendelijke ideologische middelmaat, ook wel pensée uniqiue genoemd. Dat proces heet versoaping (de Van Dale-redactie krijgt het druk dit jaar): de actualiteit als soapachtige brij, een eindeloos feuilleton dat van randcommentaar en duiding wordt voorzien om de lezer vooral niet op het idee te brengen zelf een opinie te vormen. Alles wijst naar het centrum, maar dan met de pococratisch-betuttelende vinger die de lezer in essentie beschouwt als maakbaar, manipuleerbaar, nu ja, gewoon een beetje dom.

Dat de commerciële dienst van uitgever Roularta niet snapt dat zo’n pakket bij meer kritische kandidaat-lezers alleen dégout oproept, bewijst alleen maar dat het linksdraaiende blad ook niet op zoek is naar een kritisch publiek. Integendeel, de mainstreammedia streven naar een zo groot mogelijke middengroep van intellectueel luie consumenten die ook het meest ontvankelijk zijn voor de publicitaire boodschappen, aaneen geluld met entertainment en Gutmenschachtig moralisme.

En zo versmelten het marketingperspectief en de politiek-correcte norm perfect tot een glad product dat roept, smeekt om geconsumeerd te worden. Dat kan ook op een alternatieve manier die de schijn van journalistieke kwaliteit ophoudt: ‘Meer zalm’ (De Morgen), ‘Verwacht het onverwachtse’ (De Standaard). In wezen gaat het niet om controverse maar om het bewaken van de maatschappelijke krijtlijnen waarbinnen het zogenaamde debat mag gevoerd worden.

De VRT, de publieke omroep die zich theoretisch niks moet aantrekken van CIM-cijfers en toestanden, fungeert als de regisseur van heel het mainstreamgebeuren en is marktleider in de pococratie. Ze staat aan de top van de piramide en bewaakt de politiek-correcte lijn van heel de traditionele Vlaamse pers die op die manier echt een regime- of systeempers wordt. Voorbeelden legio, zie de manier waarop Dries Van Langenhove –of je er nu sympathie voor hebt of niet- wordt geëxorciseerd, door de VRT maar ook in de papieren pers. Het wijst op een viraal ons-kent-ons-netwerk van journalisten die mekaar imiteren en zich vinden rond één grootste gemene deler.

Achterhoedegevechten

[/media-credit] GeenStijl, of de hachelijke oefening om politiek-incorrect met commercieel leefbaar te verzoenen

Wat dan met de niet-MSM, de zogenaamde alternatieve pers? Volgens de filosoof Noam Chomsky bestaat er een cascadeproces, waarbij de zogenaamde kwaliteitsmedia de toon zetten voor kleinere bladen en kranten die het mainstreamdiscours overnemen, om eventueel een graantje mee te pikken uit de publicitaire ruif. Tegen dat model ingaan is en blijft hachelijk. De populaire Nederlandse webstek GeenStijl probeert het het label van politieke incorrectheid aantrekkelijk te maken voor adverteerders, maar in Vlaanderen is dat voorlopig ondenkbaar. GeenStijl werd trouwens door Mediahuis, dat het webmagazine eerst had opgekocht, weer afgestoten omdat de toon voor adverteerders te ongezouten werd.

Voor elk alternatief blad of internetmagazine blijft de vraag hoe het zelfbedruipend kan worden/blijven en of het de medewerkers een redelijke vergoeding kan geven. Crowdfunding en lezerscoöperaties vormen misschien een oplossing. Dat geldt ook voor Doorbraak: onafhankelijkheid heeft een prijs, en adverteerders vinden blijft moeilijk voor een medium dat zich nadrukkelijk uit de mainstream positioneert. Waarbij ook de gesettelde journalistenbonden een dubieuze rol spelen, kijk maar hoe de Vlaamse Vereniging van Journalisten stelselmatig perskaarten weigert aan Doorbraak-medewerkers.

Maar uiteindelijk zijn dat achterhoedegevechten. De publiciteitsbudgetten trekken weg uit de papieren media, het wordt steeds moeilijker om de poco-siroop ingelepeld te krijgen, er zijn Facebook, Twitter en de blogs. Er heerst een bedekte maar permanente crisissfeer bij bladen als De Standaard, De Morgen en Knack, die men probeert te bezweren met nog nadrukkelijker de commerciële toer op te gaan, nog meer lifestylegezwets en nog meer omzwachtelde info, nog schaarser het parler vrai en de echte vraagstelling ten gronde. Het gaat uiteindelijk om een door de overheid gesponsorde intellectuele bureaucratie die steeds minder relevant wordt. En die dat eigenlijk ook wel beseft.

Het verdriet van de mainstreammedia is dat hun rol eigenlijk is uitgespeeld, maar dat ze net daardoor nog méér mainstream willen worden en zich nog méér aan hun status vastklampen. En zo ziet de in mijn bus gedumpte Knack-promozending er ook uit: als iets dat om medelijden vraagt, een prul om weg te gooien zonder het uit de cellofaanverpakking gehaald te hebben. Het ligt hier al twee weken, nu gaat het de vuilbak in, netjes bij het oud papier uiteraard, te vermalen tot pulp waaruit misschien een nieuwe Knack verrijst met nog minder allure. Ik wed dan maar op het toiletpapier als recyclageproduct, moge de riool onze Vlaamse mainstreampers een welverdiende laatste rustplaats bezorgen.

Dit jaar fileert Johan Sanctorum kritisch de Vlaamse media in een nieuwe lezingtournee. Daarbij wordt ook zijn boek hierover gepresenteerd. Meer info: klik hier.

Geplaatst in Geen categorie | 9 reacties

‘Hij had geen optie, hij was broke’: tienerpooier wordt slachtoffer

amigoGroot is de verontwaardiging, politici vallen over elkaar heen om hun afkeur te uiten voor rapper Soufiane Eddyani die het nodig vond zijn maat Moreno, alias Bilal Azzouzi ( in de media enkel als Bilal A. aangeduid), een hart onder de riem te steken in zijn nieuwste nummer ‘Amigo’. Moreno kreeg in 2016 zes jaar cel aan zijn broek, omdat hij een vijftienjarig meisje in de prostitutie had gedwongen. Het was Zuhal Demir die de kat de bel aanbond en de steunbetuiging van Soufiane als ziekelijk kwalificeerde. Soufiane Eddyani is namelijk tevens een Ketnet-icoon, de jeugdzender van de publieke omroep dus. Moet die iemand promoten die dat soort boodschappen verspreidt?

Na de verontwaardiging is het tijd voor wat nuchtere analyse, en het stellen van vervelende vragen. Het zijn met name bijna uitsluitend allochtone jongeren die dat soort pooiersschap met kwetsbare minderjarigen beoefenen. Waarom? En wat zegt dat over de groezelige subcultuur waarin dat rappersgenre floreert? Toevallig werd verleden week ook ene Ilyasse C. (volledige naam nergens in de media te vinden) uit Willebroek tot vijf jaar cel veroordeeld omdat hij een heus bordeel met minderjarige meisjes had opgezet. Het moet zijn dat, naast de drugshandel, ook deze vorm van slavinnenhandel in het Belgisch-Marokkaanse milieu populair is. En daar hangen misschien ook wel wat culturele premissen aan vast, zeg maar een wereldbeeld waarin dat soort economie goed wortel schiet.

Schotelantennecultuur

De link tussen criminaliteit en allochtone achtergrond is door onderzoekers als Marion Van San uitgevlooid: de oververtegenwoordiging van Marokkanen is verklaarbaar vanuit de machocultuur van moslims, gecombineerd met een hang naar westerse blingbling en statussymbolen (tot en met de onvermijdelijke zwarte BMW), én het afwijzen van onze arbeidsethiek, het idee dat je kan groeien in deze samenleving door er iets voor te doen. Om te beginnen een diploma halen bijvoorbeeld. Dus is de criminaliteit de aangewezen binnenweg om succes en aanzien te verwerven. Temeer omdat de seculiere rechtstaat toch maar gezien wordt als een decadent-westers fenomeen dat om religieuze redenen afgewezen wordt.

Het feit of die illegale entrepreneurs belijdende moslims zijn of niet, doet weinig ter zake: het gaat om de culturele rugzak die van huis uit wordt meegenomen, de schotelantennecultuur die zich van onze samenleving afkeert, en het ingewortelde misprijzen voor wat wij als Verlichtingswaarden zien. Een samenleving die je niet aanvaardt, daar hoef je ook de morele normen niet van te respecteren. Het fenomeen van de tienerpooier voegt aan deze cocktail nog iets toe, wat het helemaal af maakt: een diepgewortelde misogynie, een vrouwenhaat die uiteraard ook islamgerelateerd is, maar vermengd met een raar soort victim blaming (‘alle westerse meisjes zijn hoeren’) waar Ann Moella al op wees. Extreem seksisme dat, o, toeval, ook een vast ingrediënt is van de rappersliteratuur.

De tienerpooier lijkt dus de ultieme belichaming van een hele set ‘waarden’ en normen die ons effectief als ziekelijk en pervers voorkomen, maar die voor de persoon in kwestie perfect passen in zijn wereldbeeld. En daar bewijst het rappersmilieu hand- en spandiensten, zoals uit de lofzang van Soufiane Eddyani mag blijken. Maar we vergeten dan nog één ding, en dat maakt het hoog hypocriet gehalte van de actuele verontwaardiging uit: het ontbrekend normbesef hangt samen met een hardnekkig gecultiveerde slachtoffercultuur. Door de media én de politiek-correcte mainstream-ideologie.

Victimisme

Dalilla Hermans

Onder deze noemer behandelde ik in een eerdere bijdrage al de door links gevoede klaagcultuur van allochtonen, waarbij kansarmoede het excuus is voor om het even wat. Als jongeren met een allochtone afkomst in de criminaliteit gaan, dan is dat eigenlijk omdat ze niet anders konden. Dat staat ook letterlijk in de tekst waarmee Soufiane Eddyani zijn collega uit de wind zet: ‘Hij had geen optie, hij was broke’ – Op de plank was er geen brood’. Als je dus blut bent, zet dan gewoon een bordeel op met minderjarige meisjes die op de dool zijn. En als je tegen de lamp loopt bewijst dat alleen dat het systeem niet deugt (‘Hij is gepakt door het systeem’) Geef toe: met dit soort levensfilosofie kom je een heel eind weg.

De uitgesproken klaagtoon waarin de Amigo-clip baadt, bevat dan ook een bijzondere boodschap: in feite is het onze schuld dat deze jongen op het verkeerde pad ging en achter de tralies is beland. Dat blijkt ook uit de ghetto-achtige setting, gemixt met geënsceneerde beelden van iemand die als gevangene vertimmerd is, wat grappig genoeg toch wel eerder in Marokko zal kunnen dan hier. Temeer daar ons berichten bereiken dat de heer Azzouzi/Moreno nauwelijks een dag in de gevangenis heeft vertoefd en onmiddellijk met een enkelband mocht rondlopen (een regime waaraan hij zich al evenmin hield).

Anderzijds is het volgens Bert Bultinck aangeboren racisme van de Vlaming de oorzaak van heel wat ellende. En dan komen we zo uit bij sterk door de media (en vooral de VRT) gepromote rolmodellen als DS-columniste Dalilla Hermans, die ons elke dag komt duidelijk maken hoe diep het racisme in de Vlaming wel zit ingebakken, en hoe groot onze schuld wel is, mede door het koloniaal verleden (!) dat het collectief onderbewuste nog steeds zou domineren. Via deze hakketak-redenering komen we dus tot de volgende slotsom: allochtonen gaan in de criminaliteit door ònze racistische geaardheid, en als ze bestraft worden is dat een nieuw bewijs van xenofobie. Twee keer prijs, twee keer onrecht.

Dat zegt mevrouw Hermans niet met zoveel woorden, maar het is de extreme consequentie van het soort victimisme dat de schuld altijd weer bij de anderen, de samenleving en ‘het systeem’ legt. Haar full-time-slachtofferschap, recent ook geëtalleerd in Klasse, gebaseerd op het idee dat haar huidskleur tot systematische discriminatie leidt, wordt natuurlijk tegengesproken door haar positie zelf van gekleurde vrouw met een mening die werkelijk overal een forum krijgt. Toch legitimeert ze met die klaagcultuur de boodschap van Soufiane Eddyani, die zijn vriend-pooier onomwonden verdedigt tegenover de harteloze samenleving die hem dit aandoet: Bilal A, alias Moreno, is de ultieme gedupeerde in heel dit verhaal.

Daders worden slachtoffers, slachtoffers worden daders: de welbekende verwisseling is de clou van heel deze onwelriekende Amigo-kwestie. De cocktail van normvervaging, ordinaire luiheid, materialisme, macho-mentaliteit en seksisme levert het profiel op van een ondernemer in de seksindustrie die zich uitdrukkelijk richt op meisjes met een gestoord gezinsleven, een laag zelfbeeld en behoefte aan vastigheid en vriendschap, door de lover boy beloofd en ook waargemaakt onder de vorm van een soort slavernij. Dàt is de realiteit. Dat het fenomeen verbonden is met de Marokkaanse subcultuur kan een vervelende vaststelling zijn voor Hermans, Bultinck en C°, en eigenlijk heel de media-pococratie, maar is daarom niet minder frappant.

Natuurlijk volgden finaal de excuses: neen, Eddyani had dat allemaal zo niet bedoeld, hij wilde het pooierschap niet verdedigen, maar wil wel zijn vriend uit de gevangenis halen (#FreeMoreno). Dus ook nog eens fout begrepen: neen, we gaan het nooit leren, dju toch. Welgemeende verontschuldigingen aan Soufiane Eddyani, Bilal Azzouzi, en laat ineens ook die arme drommel van een Ilyasse C. maar vrij, de man zonder familienaam. Alleen een abonnement op De Standaard en een dagelijkse portie VRT kunnen de Vlaming eindelijk leren wat het verschil is tussen recht en onrecht, goed en kwaad.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 59 reacties

De achterkant van de maan is, van achter bekeken, de voorkant

changeOp 3 januari maakte een Chinese ruimtesonde, genaamd Chang’e 4, een zachte landing op de achterkant van de maan, om er wetenschappelijk onderzoek te doen en gegevens door te sturen. We kennen de maan, ondanks haar lyrische connotaties in mythologie en literatuur, ondertussen als een troosteloze steenklomp zonder atmosfeer, waarop de temperatuur varieert tussen 100 en -160°C. De Amerikanen zijn er in 1969 geland met veel poeha en groteske pioniersretoriek (Neil Armstrong: ‘It’s one small step for man, but a giant leap for mankind’), om zich nadien te richten op Mars en verderop. Niks interessants te beleven daar. De achterkant is altijd quantité negligable geweest.

Maar Peking is al jaren bezig met het voorbereiden van een bemande landing op die achterzijde die vanop aarde nooit te zien is. Waarom? Niemand weet het. Willen ze het gebied militair koloniseren? En waartoe? Internationale strategen staren zich blind op China als economische grootmacht, en uiteraard ook militair als een cruciale factor, maar cultureel blijft het een witte vlek: met alle Chinezen… Edoch: het feit dat Peking focust op iets wat internationaal door kosmologen als ‘restgebied’ wordt beschouwd, wijst op geduld en zin voor langetermijndenken, iets wat wij gewoon niet meer kennen. Meer nog: de ruimtesonde liet aardappelzaad en eitjes van de zijderups achter, om er een soort organische stolp te vormen waarvan niemand weet wat het zal opleveren. Ik hoor ze tot hier al grinniken bij de NASA.

Effectief, Amerikanen planten hun vlag in het maanstof, Chinezen zaaien aardappelen, het zegt iets over een fundamenteel cultuurverschil. Ik weet wel dat er een wetenschappelijk onderzoeksprogramma achter schuilt, de invloed van de zwaartekracht en zo, maar tegelijk zit er een vorm van poëzie in dat zaad en die eitjes, speciaal op de maan, die in de Chinese mythologie een sleutelrol speelt. Dat vraagt om verdere exploratie.

‘Zweven’

De naam van de sonde, Chang’e (taiyin xingjun/太阴星君), verwijst naar de taoïstische maangodin. Volgens de legende werd ze pas goddelijk nadat ze de onsterfelijkheidsmedicijnen van haar man had opgegeten. Die had ze boven een balk in hun huis had verstopt, maar Chang’e ontdekte de pillen tijdens de schoonmaak, dacht dat het snoepjes waren en at ze allemaal op. Door de werking van de pillen begon ze lichter te worden zweefde uiteindelijk tot de maan, om zich met dat hemellichaam te verenigen.

Een huisvrouw dus die per ongeluk een soort pil ontdekt waarmee ze naar de maan kan vliegen, hoeveel meeval kan je hebben. Wij noemen dat met een moeilijk woord serendipiteit: het talent om dingen te vinden die niet gezocht werden. Of zoals Picasso placht te zeggen: ‘Je ne cherche pas, je trouve’, toen ze hem een theorie van het kubisme probeerden in de strot te duwen.

Wat heeft dat nu met het Chinese maanexploot te maken? Alles: die landing op de achterkant staat ook voor een stukje filosofie, en duwt ons met de neus op een paar fundamentele gebreken in ons denken. Het evenwicht tussen ratio en intuïtie is bij ons zoek, de Cartesiaanse methodedrift verlamt onze verbeelding. Dat heeft ook te maken met resten van een monotheïstisch wereldbeeld, en het geobsedeerd zoeken naar die ene totaalformule. Ten tweede is ons dialectisch instinct afgebot door de alomtegenwoordige zichtbaarheidscultuur, waardoor we, bizar genoeg, zelfs geen olifant meer in de kamer zien. Het ‘zweven’ is iets dat we alleen voor kunstenaars reserveren, of voor junkies, terwijl je blijkbaar ook naar de maan kunt zweven, letterlijk.

Ik zeg ‘we’, en dat is op zich al fout, want het is net door te veralgemenen dat het bijzondere verloren gaat. Ook het vooruitzicht op een lunair patattenveld intrigeert. Waarom geen rijst? Die zijderups is wel Oosters, maar die aardappel, nota bene door Colombus uit Amerika meegenomen, is oer-westers voedsel, in de gedaante van gewone stoomaardappel, puree, kroketten en uiteraard onze friet. Ja, wij hebben onze Belgische frituren in Tokio, maar wat betekent dat tegenover een aardappelveld op de achterkant van de maan? En hoe subtiel zet Peking ons te kakken, door onze eigenste patat in een breed gebaar van culturele appropriatie zomaar op te nemen in een buitenaards zaaiprogramma?

Yin/Yang

Chinese wijsheid dus, en waarom een filosofische kolonisatie voor de deur staat van het westen door het oosten, wat we ook weer niet zien door onze fascinatie voor de islam en zijn destructieve aspecten. Wel is er een door het FBI gevoede achterdocht tegen Chinese GSM’s (Huawei en ZTE) omdat daar spionagetechnologie zou inzitten. Dat kan theoretisch, maar de FBI doet het zelf ook, het is een kwestie van de pot en de ketel. En het wijst vooral op een totaal gebrek aan intellectuele finesse om de Chinese geest te lezen, terwijl zij dat omgekeerd wél met ons kunnen. Vandaar het westerse complotdenken en de sinofobe paranoia.

Dus twee inzichten, twee vormen van zweefvlucht die in het westerse denken ‘incorrect’ zijn geworden, en die we misschien toch eens moeten herop nemen, naar aanleiding van de landing van Chang’e: de waarde van toeval en onzekerheid, het intuïtieve dat ons al vanop de schoolbanken wordt ontraden. En anderzijds de ambiguïteit, het Yin/Yang-principe dat Johan Cruijff nochtans schitterend verwoordde met het motto ‘Elk nadeel heb zijn voordeel’. Dat de achterkant van de maan voor de achterkant de voorkant is, komt bij ons eenvoudigweg niet op, door het antropocentrische denken waarmee we onszelf hebben opgezadeld, met de mens als maatstaf van alle dingen. Het onvermogen om echt vanuit een ander perspectief te kijken, vanuit dat wat we niét zijn, zie ik als hét groot manco dat ons vandaag politiek, cultureel én wetenschappelijk de das om doet.

Nog even terug naar de en stoemelings ingenomen onsterfelijkheidspillen van Chang’e. Heel het maoïsme en zijn desastreuze maakbaarheidsideologie lijken achteraf maar een kleine voetnoot in de Chinese geschiedenis te zullen worden. De echte blijvers zijn Confucius en Lao Tse, de filosofen die al meer dan tweeduizend jaar meegaan. Meteen zijn ze ook de reële ‘infiltranten’ waar het FBI voorlopig euh… geen enkel zicht op heeft omdat ze die GSM’s nog aan het besnuffelen zijn.

OK, wij hebben Plato en Cruijff. En verder Einstein, Hawking, en de nazi-wetenschapper Werner von Braun die het Amerikaanse ruimteprogramma op poten zette. Maar de volgende grote doorbraak in het kosmologisch avontuur zal uit een ander vaatje tappen, denk ik zo. Het Boek der Veranderingen (Yijing), meesterwerk uit de klassieke Chinese literatuur, kan ons wijzer maken. Misschien krijgt Houellebecq dan toch nog ongelijk met zijn pessimisme en is dat ondergangsdenken vooral een onvermogen om de verandering te omarmen.

Chang’e, jawel, niet slecht gevonden toch, een hint ook voor wie geen Chinees kent.

Geplaatst in Geen categorie | 17 reacties

%%%%% Komt straks de harde strijd, wij zijn bereid! %%%%%

ikea

Zo dadelijk begeef ik me naar het groot slagveld van dit consumentenuniversum, de goorste beerput van het postmoderne kapitalisme: de solden.
En meer bepaald naar de Ikea, en dan nog de vestiging die berucht is om de agressiviteit onder koopjesjagers: deze van Nossegem.
Vrouwen die mekaar de kop inslaan voor de laatste nachtlamp -30% terwijl de krijsende koters met groene snottebellen aan de dienst Vermist liggen te kokhalzen, mannen die zich naar de kassa worstelen met een doos vol planken die eventueel ook als strategisch-defensief wapen worden gebruikt, duels die worden voortgezet op de parking met minstens een doorstoken band tot gevolg. Dikwijls in het Frans of een andere taal, veel Arabisch ook, dat verhoogt de strijdlust en de opwaardering van deze winkeloorlog tot cultuurclash.

Het is ook in dit Nietzscheaans perspectief dat de eerste soldendag me roept: als martiaal pandemonium gewijd aan de oerstrijd. Vergeet Molenbeek, in Nossegem speelt de echte apokalyps zich af.
Er zijn de prijzen en prijsjes, OK, maar die zijn er op Black Friday ook, terwijl vandaag de complete post-Nieuwjaar-depressiviteit, het opgestapelde degout van het gedwongen urenlange verblijf in één ruimte met foute familieleden, zich kan ontladen in een ‘bellum omnium contra omnes’, iets wat ik niet vertaal om mijn mentaal harnas intact te houden,- zoals iedereen weet het belangrijkste in een oorlog.

Er zijn dus de artikelen en de hebzucht, maar er is vooral het moment waarop de meest donkere kant van de mens naar boven mag en moet komen, onder welk alibi ook.
Voeren wij oorlog om een zaak, of gewoon omdat het tot ons instinct behoort, of zelfs omdat we het op een of andere manier plezant vinden? Ik ben er nog niet helemaal uit, want ook 2019 is hier al begonnen met fikse ruzies om niks.
Of speelt de overbevolking en de Darwiniaanse survival of the fittest? Is het daarom dat fitte, sterke, slimme, succesvolle mensen zich zo met Ikea-meubelen omringen? Is de onleesbare handleiding en het moeizame puzzelwerk (ook altijd vijzen over?) een onderdeel van deze natuurlijke selectie?

Ik laat het u weten, als ik overleef want ik wil strijdend ten onder gaan, en daarna is er nog de Mars voor Democratie in Ninove, Mars als in oorlogsgod, of de snoepreep, die subtiele chocomoussegrap had nog niemand door.
Ook humor dus, ja, dat moet er bij mij altijd bij, lachen en uitdagen zijn een ééneiïge tweeling. ‘Komt straks de harde strijd, wij zijn bereid!’ zongen we al in het VNJ, een citaat dat een onverlaat aan de HUDO had bevestigd. U raadt nooit wie.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

De slag om de Dender is nog niet gestreden

Politieke rekenkunde versus onderbuikgevoel, en waarom de chocomousse blijft nasmaken

ezel

Luttele uren scheiden ons vandaag, donderdag 3 januari, van de Mars voor Democratie, opgezet als protest tegen de manier hoe de grootste partij, Forza Ninove, buiten spel werd gezet middels een slinkse truc van een overgelopen N-VA-er.

CEN_ELECTIONSHOCKER_05Wie zich niet verdiept heeft in de Oost-Vlaamse mythologie, meer bepaald deze van de Denderstreek, zal maar weinig snappen van wat hier echt op het spel staat: het recht om de draak te steken met alles en iedereen, ongeacht de politiek-correcte spelregels. We weten allemaal hoe de ‘racistische’ chocomousse-grap van Guy D’haeseleer werd aangegrepen om Forza en zijn voorman als politisch unfähig te brandmerken, ongeschikt tot deelname aan de democratie. Daarmee raak je niet ongestraft aan de wortels van de lokale volksaard: de slag om de Dender is nog niet gestreden. Even een blik op de stafkaarten.

Flandria Illustrata

kaartjeDe Mars speelt zich af in de context van de oerrivaliteit tussen de drie Oost-Vlaamse zusters, Dendermonde-Aalst-Ninove, op een Noord-Zuid-lijn gelegen, telkens zo’n 15 km van elkaar, ook wel de Carnavalsroute genoemd. Al sinds de vroege middeleeuwen zit het er tegen, worden invasies beraamd, snode listen bedacht, en uiteraard ook allianties gesmeed tegen de uitgesloten derde.

Bij nader toezien gaat het uiteraard om volkshumor: deze in stoeten uitgebeelde stedenstrijd is eigenlijk één grote grap die het echte oorlogsgeweld mimetiseert en ridiculiseert, want er valt zelfs geen vlieg dood, enkel de scheldnamen tieren welig en inventief: weg met de Aalsterse Ajuinen (de windenverwekkende groente, aldaar geteelt), dood aan de Dendermondse kopvleesfretters (de ‘kop’, die zou zijn gemaakt van uit de Dender opgeviste hondenkrengen, vergeet het Ros Beiaard), en, last but not least: ten oorlog tegen de Ninoofse wortelkrabbers. Waar gaat dit laatste nu weer over?

Wel, toen Aalst Ninove weer al eens wilde binnenvallen, vonden de Ninovieters de sleutel van de stadspoort niet, en stopten dan maar een wortel in het sleutelgat, serieus waar. Er liep daar echter ook een hongerige ezel rond, die de wortel uit het slot knabbelde zodat de Aalstenaars de poort open kregen en de stad toch nog in triomf innamen. Meteen kreeg het Dendermondse Ros Beiaard zijn parodische repliek: de ezel. U begrijpt: dit gaat over zelfspot en hoe de oorlog die onze contreien al sinds het stenen tijdperk teistert, in dit soort groentefabels wordt verwerkt en gerelativeerd. Inclusief de schimpscheuten naar het gezag en het systeem, want oorlog wordt nu eenmaal van bovenuit gedicteerd, terwijl opstanden in regel van onderuit komen.

Hoe het verder met de reputatie van de metropool Ninove zit, mag blijken uit de beschrijving van de Antwerpse renaissance-humoroloog Antonius Sanderus (1586-1664), alias Antoon Sanders, die in zijn Flandria Illustrata –verre voorloper van Dag Allemaal– Ninove ‘…de oudste, dapperste én slimste stad van de beschaafde wereld’ noemde. Oud, omdat de naam maar één letter verschilt van de Assyrische stad Ninive, bekend van de bijbel; dapper omdat ze hun poorten laten open staan als de vijand komt (zie het wortelverhaal); en slim omdat ze geen stadsnar betalen. Geef toe: als satire kan dit tellen.

Hulp uit Dendermonde

DriesDat brengt ons onmiddellijk weer op het thema van de humor, en waarom hebben ze in Ninove geen officiële nar van doen? Simpel: omdat alle Ninovieters aanspraak mogen maken op deze titel. De man die dat ook echt openlijk durft bekennen en demonstreren, heet Guy D’haeseleer, die met foute volksgrappen 40% van de populatie achter zich kreeg. Oeps, en dit buiten carnavalstijd, daar heeft de openbare orde en de gedachtepolitie wel een probleem mee. Het gaat dus eigenlijk om humor, en de Mars voor Democratie is in de eerste plaats een Mars voor Humocratie waar ik, voor alle duidelijkheid, helemaal achter sta, helemaal los van de partijpolitieke bindingen van de Opperridder in de Wortelorde en Grootcommandeur van de Chocomousse.

Om maar te zeggen: de strijd in Ninive, pardon, Ninove, gaat tussen de onderbuiken en de punthoofden, de lach en de zuurte, de vrije mening en de pococratie, Charlie en de VRT. Het probleem van humor is –voor wie daar althans een probleem mee heeft- dat ze censuuroverschrijdend is, een inzicht dat niemand minder dan Sigmund Freud ons meegaf in zijn opstel ‘Der Witz und seine Beziehung zum Unbewußten’ (1905).

Terug naar de drie Denderzusters om af te sluiten. De Mars voor Democratie is een initiatief van Dries Van Langenhove, wiens Schild en Vrienden Ninove te hulp snellen. En vanwaar is Dries afkomstig? Juist: van Dendermonde. Aalst is nog een te nemen hindernis, daar extra opletten voor ajuingas, beter een brede boog rond de stad maken, ik geef het maar mee. Mijn besluit is dat dit niet enkel gaat over het recht van de Ninovieters op een chocomousse-coalitie, maar vooral het recht om met alles de spot te kunnen drijven, – ook met zichzelf,- en de afkeer van een systeem dat dit recht probeert te fnuiken.

Of dit nu rechts is of links, mij een zorg, het probleem in Vlaanderen is vooral dat links het lachen heeft verleerd, meer bepaald sinds de ’68-ers serieus werden en voor de Langste Mars gingen. Dus opent de poorten, gij Ninovieters, gedenkt Ninive en eert uw narren. Wie de ezel is in het verhaal, blijft overigens een goed bewaard geheim. Tip: wortels trekken, rekenkunde, politiek. Tot morgen aan het station en dan op naar het stadhuis, voor het ezelsfeest, dit jaar iets vroeger dan normaal.

Vindt u deze column interessant, leerrijk, controversieel, of hebt u tenminste eens goed kunnen lachen? Dan is een donatie, hoe bescheiden ook, misschien een goed idee.

 

Geplaatst in Geen categorie | 17 reacties